CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - 2 GBLT Begrotingswijziging 2026 versie AB 8-4-2026.pdf

Raadsvergadering 2 juli 2026, gemeente DrontenBij agendapunt: 6: AKKOORD Raadsvoorstel Financiële cyclus GBLT 2025-20273.561 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Begrotingswijziging 2026

Versie AB: 8-4-2026

Inhoudsopgave Begrotingswijziging 2026 ................................................................................................................... 1 Inhoudsopgave ............................................................................................................................... 2 Inleiding ......................................................................................................................................... 3 1. Ontwikkeling lasten .................................................................................................................... 4 2. Ontwikkeling baten ..................................................................................................................... 8 3. Investeringen 2026 ................................................................................................................... 10 4. Begrote deelnemersbijdrage...................................................................................................... 11 5. Vaststellingsbesluit ................................................................................................................... 12

2

Inleiding In september 2025 heeft het algemeen bestuur van GBLT de primaire begroting 2026 vastgesteld. Deze begroting is begin 2025 opgesteld. Sinds die tijd zijn er zowel inhoudelijke ontwikkelingen met een financieel effect als meer algemene financiële ontwikkelingen geweest. Bij algemene financiële ontwikkelingen valt te denken aan noodzakelijke inflatiecorrecties en de stijging van de cao. Deze ontwikkelingen maken het noodzakelijk om de primaire begroting 2026 te wijzigen. De wijzigingen verwerken we als volgt: Allereerst stellen we voor de primaire begroting 2026 aan te passen, door middel van een begrotingswijziging. Door een verlaging van diverse lasten, een toename van de invorderopbrengsten, een lichte toename van de overige baten en de hogere vrijval van de voorzieningen in de baten, daalt de totale deelnemersbijdrage van de deelnemers ten opzichte van de primaire begroting 2026 met € 1.264.000. Dit vertaalt zich in een lagere bijdrage voor de waterschappen en de gemeenten. Het algemeen bestuur stelt deze begrotingswijziging 2026 vast omdat er een effect is op de deelnemersbijdrage. Voor deze begrotingswijziging wordt, samen met de ontwerpbegroting 2027, ook een zienswijze gevraagd van de gemeenteraden en de algemene besturen van de waterschappen. De wijzigingen voor 2026 vormen de basis voor de begroting 2027 en verder.

Door alle in 2026 bekende effecten mee te nemen in de begrotingsvoorbereiding, zorgen we voor een zo compleet mogelijk beeld in 2027. In deze begrotingswijziging is een overzicht gegeven van de belangrijkste ontwikkelingen aan de baten- en lastenzijde van de begroting 2026 van GBLT.

3

1. Ontwikkeling lasten Ontwikkeling lasten De lasten van GBLT ontwikkelen zich in 2026 volgens onderstaande tabel. Op de volgende pagina lichten we verschillen groter dan € 50.000 op specifieke categorieën toe. bedragen in € x 1.000

j a a rre ke ning

b e groting

2025

2026

b e groting 2026

conce p t

wij ziging

LAST E N 1 . Sa la risse n e n socia le la ste n 1.1a Loonbetalingen

13.247

14.435

14.266

1.1b Vergoedingen woon-werkverkeer

416

408

428

1.1f Loon in natura

49

52

62

1.1g Sociale premies

3.704

4.161

4.151

1.1h Sociale uitkeringen personeel 1.1i Verhaalde salarissen en sociale premies

222 -118

0 -140

100 -85

1 7 .5 2 1

1 8 .9 1 7

1 8 .9 2 3

T ota a l sa la risse n e n socia le la ste n 2 . Be la stinge n 2.1 Belastingen T ota a l b e la stinge n 3 . G oe d e re n e n d ie nste n 3.2c Duurzame roerende zaken 3.5.1 Ingeleend personeel 3.8A Overige goederen (inclusief energie)

15

16

16

15

16

16

0

5

5

646

492

744

216

325

233

3.259

3.179

3.289

3.8Bb Huren (inclusief operational lease)

418

431

431

3.8Bc Verzekeringen

27

28

28

3.8Bd Vergoedingen

545

738

638

3.8Ba Uitbestede werkzaamheden

3.8Bg Overige diensten

4.267

4.325

4.611

T ota a l goe d e re n e n d ie nste n

9 .3 7 8

9 .5 2 3

9 .9 7 9

4 . Ove rd ra chte n 4.3.8 Overige inkomensoverdrachten aan derden

0

0

0

2.281 142

0 503

3.622 305

2 .4 2 3

503

3 .9 2 7

5.1 Rente T ota a l re nte e n d ivid e nd

77 77

80 80

80 80

7 . Ve rre ke ninge n 7.2 Toevoegingen aan voorzieningen

549

1.030

480

330

256

265

0 879

200 1 .4 8 6

200 945

3 0 .2 9 3

3 0 .5 2 3

3 3 .8 7 1

4.6.6 Overige kapitaaloverdrachten aan overheden 4.6.8 Overige kapitaaloverdrachten aan derden T ota a l ove rd ra chte n 5 . R e nte e n d ivid e nd

7.3 Afschrijvingen 7.5 Overige verrekeningen (onvoorzien) T ota a l ve rre ke ninge n T OT AAL LAST E N

4

Toelichting lasten 1. Salarissen en sociale lasten De totale verwachte salarissen en sociale lasten voor 2026 stijgen met circa € 6.000 ten opzichte van de primaire begroting 2026. De afwijkingen ten opzichte van de primaire begroting zijn beperkt. De huidige cao kent een looptijd tot en met 31 december 2026. Op basis van de uitgangspunten in de cao (1% per 1 januari en percentage CPI (3,3% jaarmutatie) per 1 maart) wordt voor de begrotingswijziging 2026 uitgegaan van een totale cao-stijging van 3,7%. In de primaire begroting werd uitgegaan van 2,7%. Dit betekent een stijging van 1% van de salarissen en sociale lasten ten opzichte van de primaire begroting 2026. Uit bovenstaande tabel blijkt dit hogere stijgingspercentage niet direct. Dit heeft verschillende oorzaken: •

In een enkel geval wordt er in 2026 voor gekozen om een vacature niet in te vullen, maar deze werkzaamheden uit te besteden. Dit leidt tot een verlaging van de post salaris en sociale premies, maar een stijging van uitbestede werkzaamheden.

•

In de salarissen (1.1a Loonbetalingen en 1.1g Sociale premies) wordt in de begrotingswijziging 2026 rekening gehouden met de aankoop van verlofuren door medewerkers met IKB-gelden en daarnaast het vaak niet direct, aansluitend aan het vertrek van een medewerker, in kunnen vullen van vacatures. Hiervoor is een bedrag van in totaal € 200.000 in mindering gebracht op de loonbetalingen en sociale premies. In de begroting 2026 was hiermee nog geen rekening gehouden.

•

In de primaire begroting stond onder loonbetalingen een bedrag van in totaal € 200.000 opgenomen, dat in de begrotingswijziging is verplaatst naar ingeleend personeel. Voor een deel (€ 100.000) betreft dit een incidenteel bedrag dat onder andere zal worden ingezet om een aantal medewerkers op te leiden tot breed inzetbare medewerkers. Om te zorgen dat zij voldoende tijd krijgen om naast de huidige werkzaamheden ook ervaring op te doen met andere werkzaamheden, is tijdelijk extra capaciteit benodigd. Verder valt de begeleiding in het kader van de Wet Banenafspraak hieronder.

In de begrotingswijziging hebben we verder rekening gehouden met wachtgelduitkeringen (1.1h) van in totaal € 100.000 van medewerkers die zijn vertrokken en nog geen andere dienstbetrekking hebben. 3. Goederen en diensten 3.5.1 Ingeleend personeel De totale kosten voor personeel van derden liggen ongeveer € 252.000 hoger in de begrotingswijziging 2026. Deels heeft dit te maken met de hiervoor genoemde administratieve verplaatsing vanuit salarissen en sociale lasten. Hieronder worden de overige wijzigingen toegelicht. Voor de bezwaarafhandeling van de WOZ-bezwaren wordt in 2026 (incidenteel) extra inhuur verwacht (€ 70.000). Het aantal WOZ-bezwaren ligt in 2026 naar verwachting circa 1.800 bezwaren hoger dan in 2025. De stijging wordt verwacht in verband met de forse waardestijging in een aantal gemeenten. De ervaring leert dat een flinke waardestijging leidt tot meer bezwaren. In hoeverre de NCNP-bureaus hierop gaan inhaken is nog onduidelijk, aangezien de NCNP-bureaus hun positie en het verdienmodel heroverwegen. De verwachting is dat dit ook een effect heeft op het aantal NCNP-bezwaren in 2026, die daardoor mogelijk fors zullen afnemen, maar dat het aantal bezwaren ingediend door belanghebbenden zelf flink zal toenemen en wellicht ook het aantal bezwaren en beroepen waarvoor door een belanghebbende juridische rechtsbijstand wordt ingeschakeld.

Het is op dit moment lastig in te schatten wat het effect van het stoppen van de NCNP-bureaus zal zijn. Daarom wordt vooralsnog vastgehouden aan de verwachte stijging van het aantal bezwaren ten opzichte van 2025 en de

5

daarvoor benodigde extra inhuur. Daarnaast zal ook de waarderingsinstructie voor de objectkenmerken extra capaciteit vergen, dat opgevangen wordt vanuit de inhuur. In verband met reeds bekende langdurige uitval van een medewerker is incidenteel een bedrag van € 58.000 meegenomen voor tijdelijke vervanging. Verder is € 50.000 incidenteel meegenomen voor het optimaliseren van het objectenbeheer. Hoewel het door de verschuiving en incidentele stijging van inhuur van personeel niet direct zichtbaar is in deze begrotingswijziging, wordt er vanaf 2026 ook (structureel) bespaard op het inlenen van personeel in vergelijking met de primaire begroting. Het gaat om een bedrag van circa € 77.000. Dit wordt duidelijk zichtbaar in de begroting 2027. 3.8A Overige goederen (inclusief energie) De kosten voor het drukken van de aanslagen nemen met ongeveer € 95.000 af. Dit leidt tot een verlaging van de overige goederen ten opzichte van de begroting 2026. 3.8Ba Uitbestede werkzaamheden De kosten voor onderhoud van de automatisering, inclusief het belastingsysteem, nemen als gevolg van indexatie meer toe dan verwacht in de begroting 2026. Ook enkele nieuwe applicaties en uitbreiding van bestaande applicaties en licenties leiden tot een toename. In totaal nemen de onderhoudskosten toe met ongeveer € 110.000 ten opzichte van de begroting 2026.

3.8Bd Vergoedingen Per saldo worden de vergoedingen verlaagd met circa € 100.000 ten opzichte van de begroting 2026. Het budget voor de overige personeelskosten is in overeenstemming gebracht met de realisatie over 2025 en daarom verhoogd met € 15.000. Het budget voor werving en selectie, studie en opleiding en PBB (Persoonsgebonden basisbudget) zijn eveneens in overeenstemming gebracht met de realisatie 2025 en leiden gezamenlijk tot een verlaging ten opzichte van de begroting 2026 van circa € 115.000. 3.8Bg Overige diensten In totaal stijgen de overige diensten met circa € 287.000. Deze toename wordt met name door een aantal grote posten veroorzaakt. Deze worden hierna toegelicht. Het projectbudget is verhoogd met circa € 126.000 naar € 250.000. Voor 2026 staan meerdere projecten gepland die worden opgestart of worden voortgezet. Hierbij is een inschatting gemaakt van de bijbehorende kosten. Het betreft onder andere de projecten voor de aanbesteding en implementatie van de bancaire diensten, implementatie van Microsoft Purview, continu verbeteren, performance- en capaciteitsmanagement, ontdubbelen objecten niet-woningen, chatbot voor de website en dashboards Vyzyr voor management- en stuurinformatie. Het uitbesteden van werkzaamheden van de afdeling Heffen wordt verhoogd met € 234.000 naar € 344.000.

Deels is dit het gevolg van het per abuis niet meenemen van een bedrag van circa 70k in de begroting 2026. Anderzijds verwachten we een toename in de inzet van een extern bureau voor uitvalverwerking BRK en LV-WOZ. Dit wordt grotendeels opgevangen door een besparing op salarissen en sociale lasten, omdat, zoals onder ‘1 Salarissen en sociale lasten’ is aangegeven, er in een enkel geval in 2026 voor wordt gekozen om een vacature niet in te vullen, maar deze werkzaamheden uit te besteden. Naast de uitvalverwerking vallen de controles voor de honden-, reclame- en toeristenbelasting door externe partijen hieronder.

6

Naast voorgenoemde stijging zien we ook besparingen bij de overige diensten. Het minder inhuren van een privacy-officer, waarvan de werkzaamheden intern worden opgevangen door eigen personeel, leidt tot een besparing van circa € 48.000. Bij de bankkosten gaan we uit van de realisatie 2025 en dat de indexatie kan worden opgevangen doordat belastingbetalers meer gebruikmaken van de QR-code in plaats van iDEAL. Dit leidt tot een besparing op de bankkosten van circa € 34.000 ten opzichte van de begroting 2026. Verder is het budget van de directie voor inhuur/extern advies verlaagd met 26.000 euro. 4. Overdrachten De overdrachten worden gevormd door de uitkering van het resultaat uit voorgaand boekjaar (4.6.6) en de proceskostenvergoeding (4.6.8) voor zowel WOZ- als belastingzaken. In de primaire begroting 2026 was uitgegaan van een situatie die in aantallen vergelijkbaar was met de begrotingswijziging 2025. Uit het jaarverslag 2025 blijkt dat er minder proceskosten zijn vergoed dan was geraamd voor 2025. Voor de begrotingswijziging 2026 is daarom een nieuwe inschatting gemaakt. Daarbij is voor de proceskostenvergoeding betreffende WOZ-zaken rekening gehouden met recente jurisprudentie en een verwachte stijging van het aantal WOZ-bezwaren ten opzichte van 2025 in verband met flinke waardestijgingen bij een aantal gemeenten.

Vanwege de actuele ontwikkelingen bij de NCNP-bureaus zal mogelijk het aantal NCNP-bezwaren in 2026 fors afnemen, maar waarschijnlijk zal daardoor het aantal bezwaren ingediend door belanghebbenden toenemen. Wellicht stijgt ook het aantal bezwaren en beroepen waarvoor door een belanghebbende juridische rechtsbijstand wordt ingeschakeld. Voor deze laatste categorie moet ook een proceskostenvergoeding worden betaald indien sprake is van een gegrond bezwaar of beroep. Deze vergoeding ligt per zaak hoger dan de huidige vergoeding voor een NCNP-bureau. Vooralsnog gaan we voor 2026 uit van een bedrag van € 265.000 aan proceskostenvergoeding. Uiteraard is hierbij een voorbehoud nodig omdat we niet goed kunnen inschatten hoeveel bezwaren en beroepen we gaan ontvangen in 2026 die zullen leiden tot een proceskostenvergoeding. De proceskosten zijn een zogenaamde openeinderegeling, juist vanwege de onzekerheden en de relatief beperkte invloed die we hebben op de ontwikkeling hiervan. De proceskostenvergoeding voor de overige belastingzaken is neerwaarts bijgesteld naar in totaal € 40.000. Hierdoor bedraagt de totale proceskostenvergoeding in 2026 naar verwachting € 305.000. Dit betekent een verlaging van € 198.000 ten opzichte van de primaire begroting 2026. 7.

Verrekeningen Vanaf de begrotingswijziging 2026 is, in het licht van de begrotingsrechtmatigheid, de toevoeging (en onttrekking aan de batenkant) opgenomen in de lasten. Het betreft de volgende voorzieningen: •

Oninbaar invorderingsdebiteuren € 350.000

•

Proceskostenvergoeding € 130.000

7

2. Ontwikkeling baten Ontwikkeling baten De baten van GBLT ontwikkelen zich in 2026 volgens onderstaande tabel. Op de volgende pagina lichten we de verschillen toe. j a a rre ke ning 2025 conce p t

bedragen in € x 1.000

b e groting 2026

b e groting 2026 wij ziging

BAT E N 2 . Be la stinge n 2.2. Belastingen (invorderkosten) T ota a l b e la stinge n

8.425 8 .4 2 5

5.050 5 .0 5 0

6.000 6 .0 0 0

277 277

93 93

104 104

7.062 14.882 2 1 .9 4 3

7.288 16.692 2 3 .9 8 1

7.132 15.585 2 2 .7 1 7

290 290

220 220

235 235

698 698

1.180 1 .1 8 0

1.193 1 .1 9 3

3 1 .6 3 4

3 0 .5 2 3

3 0 .2 4 8

T ota a l sa ld o va n b a te n e n la ste n

1 .3 4 1

0

-3 .6 2 2

T oe voe ginge n e n ontre kking re se rve s 7.1 Toevoegingen aan reserves 7.1 Onttrekkingen aan reserves/resultaat vorig boekjaar

0 2.281

0 0

0 3.622

R e sulta a t

3 .6 2 2

0

0

3 . G oe d e re n e n d ie nste n 3.8g Overige diensten T ota a l goe d e re n e n d ie nste n 4 . Ove rd ra chte n 4.3.2 Overige inkomensoverdrachten van gemeenten 4.3.5 Overige inkomensoverdrachten van waterschappen T ota a l ove rd ra chte n 5 . R e nte e n d ivid e nd 5.1 Rente T ota a l re nte e n d ivid e nd 7 . Ve rre ke ninge n 7.2 Vrijval van voorzieningen

Totaal verrek eningen T OT AAL BAT E N

8

Toelichting baten 2. Belastingen (invorderkosten) De verwachte invorderopbrengsten nemen ten opzichte van de oorspronkelijke begroting 2026 toe met € 950.000. Deze toename is gebaseerd op een prognose van het aantal te versturen invorderdocumenten. Hierbij is rekening gehouden met de aantallen in de afgelopen jaren en het financiële resultaat van de afgelopen jaren. Ook is rekening gehouden met de inschatting van het effect van de kosteloze herinnering die in 2026 wordt ingevoerd. In de begroting 2026 is dit effect ingeschat op per saldo € 1.450.000 (€ 1.800.000 minder invorderbaten en € 350.000 lagere kosten aan de deurwaarder) In 2026 zal het daadwerkelijke effect blijken. Voor de begrotingswijziging 2026 is een nieuwe prognose opgesteld, waarbij de actuele gegevens zijn gehanteerd. Vanwege het ontbreken van ervaringscijfers van het effect van de kosteloze herinnering voor iedereen, bevat de prognose een grote mate van onzekerheid. De toename van de invorderopbrengsten is daarnaast het gevolg van een stijging van de tarieven voor een aanmaning, dwangbevel en hernieuwd bevel, die volgen uit de Kostenwet. 3. Goederen en diensten In de baten is rekening gehouden met de overige baten die we van derden ontvangen van in totaal ongeveer € 104.000.

Hierin is onder andere de vergoeding voor diensten aan onze deelnemers opgenomen, zoals de bijdrage van de waterschappen voor de folders die we bij de aanslagen voegen. Daarnaast is rekening gehouden met de vergoeding (€ 50.000) die we ontvangen voor de uitvoeringskosten en kwijtschelding van de invorderkosten met betrekking tot de kinderopvangtoeslagenaffaire (KOTA). 4. Overdrachten De deelnemersbijdrage neemt met € 1.264.000 af. De effecten voor individuele deelnemers zijn opgenomen in de tabel met de deelnemersbijdragen in hoofdstuk 4. 5. Rente en dividend Door het stijgende gemiddelde banksaldo zijn de rentebaten voor het schatkistbankieren (overnighttarief) naar boven bijgesteld in de begrotingswijziging 2026. Op basis van het verwachte gemiddelde rentepercentage van 1,5% wordt een rentebate verwacht van € 235.000 in 2026. 7. Verrekeningen In de begrotingswijziging is zowel aan de lastenkant als aan de batenkant rekening gehouden met de voorzieningen. De verrekeningen betreffen de vrijval van/onttrekkingen aan de volgende voorzieningen: •

Invorderbaten € 500.000

•

Proceskostenvergoeding € 130.000

•

Ambtsjubilea € 185.000 (incidenteel)

•

Verlofuren € 378.000 (incidenteel)

Toevoeging en onttrekking reserves Dit betreft het resultaat over boekjaar 2025.

9

3. Investeringen 2026 In de activastaat worden onder andere de investeringen, afschrijvingsduur en de afschrijving vermeld. Voor 2026 is in de primaire begroting geen enkele investering meegenomen voor 2026. Er is echter wel behoefte aan enige investeringsruimte. De aanschaf van extra beeldschermen is bijvoorbeeld zeer gewenst. Daarom is voor 2026 een bedrag van € 50.000 meegenomen als investeringsruimte. De aanpassing is zowel in deze begrotingswijziging 2026 als ook in de begroting 2027 en meerjarig financieel verwerkt. Voor de investering in 2026 wordt gerekend met een half jaar afschrijving in de lasten. In onderstaande tabel is de investeringsruimte voor 2026 inzichtelijk gemaakt.

b e d ra ge n in €

Afschrij vings- Inve ste ringe n d uur in j a re n

Investeringsruimte

2026

5

T ota a l

Afschrij ving 2026

50.000

5.000

5 0 .0 0 0

5 .0 0 0

Lasten en financiering Op basis van de huidige inzichten is de verwachting dat bovengenoemde investeringsruimte vanuit de bestaande middelen betaald kan worden en dat er geen aanvullende financiering voor nodig is.

10

4. Begrote deelnemersbijdrage Begroting naar kostendragers In de begroting is de kostendrager de deelnemer die de lasten van GBLT voor zijn rekening neemt. De deelnemersbijdrage voor het jaar 2026 is in de primaire begroting 2026 vastgesteld op een totaalbedrag van € 23.981.000 (afgerond). In onderstaand overzicht is zichtbaar dat de deelnemersbijdrage daalt met € 1.264.000 (afgerond) naar € 22.717.000. Het effect van de begroting na wijziging op de deelnemersbijdrage per deelnemer is hieronder weergegeven. Be groting

bedragen in € x 1.000

Be groting

2026

2026

ve rschil

wij ziging

deelnemer w aterschap Drents Overijsselse Delta

2.948

2.754

-193

w aterschap Rijn en IJssel

3.056

2.856

-200

w aterschap Vallei en Veluw e

4.962

4.637

-325

w aterschap Vechtstromen

3.697

3.454

-242

w aterschap Zuiderzeeland

2.030

1.897

-133

gemeente Bunschoten

350

342

-9

gemeente Dalfsen

512

500

-12

gemeente Dronten

748

730

-18

gemeente Leusden

543

530

-13

gemeente Nijkerk

765

747

-18

gemeente Ommen

365

357

-9

gemeente Rensw oude

94

91

-2

gemeente Veenendaal

1.242

1.214

-28

gemeente Woudenberg

231

226

-5

2.438

2.382

-56

23.981

22.717

-1.264

gemeente Zw olle To t ale deelnemersbijdrage

Het effect van de wijziging op de compensabele btw is in onderstaande tabel opgenomen. b e groting

bedragen in € x 1.000

b e groting

2026

2026

ve rschil

wij ziging

deelnemer gemeente Bunschoten

16

17

1

gemeente Dalfsen

28

29

1

gemeente Dronten

34

36

2

gemeente Leusden

30

31

2

gemeente Nijkerk

41

43

2

gemeente Ommen

19

20

1

gemeente Rensw oude

5

5

0

gemeente Veenendaal

73

77

3

gemeente Woudenberg

13

13

1

gemeente Zw olle

135

142

7

co mpensabele BTW

392

413

21

11

5. Vaststellingsbesluit De deelnemende waterschappen en gemeenten zijn in de gelegenheid geweest hun zienswijze over de begrotingswijziging 2026 aan het dagelijks bestuur van GBLT kenbaar te maken. Het dagelijks bestuur heeft de ontvangen zienswijzen, voor zover ingediend, bij de begroting gevoegd en het geheel aan het algemeen bestuur aangeboden. Het algemeen bestuur van GBLT, •

gezien het voorstel van het dagelijks bestuur van 8 juli 2026,

•

gezien de zienswijzen/reacties van de deelnemers,

•

overwegende dat de begrotingswijziging 2026, na voorafgaande kennisgeving, 14 dagen bij de deelnemers in de gemeenschappelijke regeling voor eenieder ter inzage heeft gelegen,

•

gelet op de artikelen 16 en 36 van de Gemeenschappelijke regeling GBLT;

besluit: 1.

de begrotingswijziging 2026 vast te stellen,

2.

het dagelijks bestuur te machtigen voor het beheer van de inkomsten en uitgaven,

3.

het dagelijks bestuur te machtigen de voorgestelde investeringen te doen en de investeringsruimte zo nodig nader in te vullen.

Zwolle, 9 september 2026 Het algemeen bestuur, De voorzitter,

De directeur,

B.J. van Vreeswijk

R.A.C. de Haan

12

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api/v1/meetings/1406/documents/21959