CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

A-7-250702-Raadsinformatiebrief-Uitvoeringsprogramma-s-Sociaal-Domein-821050-.pdf

Beeldvormende vergadering 21 mei 2026, gemeente DrontenBij agendapunt: 2: Agenderingsverzoek Suïcide preventie26.946 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Niet gevonden in dit document.

RAADSINFORMATIEBRIEF Zaaknummer: 820481 Documentnummer: 821050

Datum:1 juli 2025 Portefeuille(s):Sociaal Domein Portefeuillehouder(s):P. Duvekot Onderwerp : Uitvoeringsprogramma’s Sociaal Domein Context ☐ Afdoening motie [naam / raadsvergadering d.d.] ☐ Afdoening toezegging [commissievergadering/raadsvergadering d.d.] ☐ Beantwoording raadsvragen ☐ Actuele bestuurlijke aangelegenheid ☒ Anders, Uitvoering opdracht door college opstellen uitvoeringsprogramma’s Sociaal Domein. Inleiding In september 2024 heeft de raad het Strategisch beleidskader sociaal domein “Mensen maken de samenleving” behandeld en de maatschappelijke effecten, doelen en indicatoren vastgesteld. Dit beleidskader vormt de basis voor de verdere doorontwikkeling van het sociaal domein, waarbij zorg en ondersteuning vanuit de samenleving als uitgangspunt worden genomen. De drie maatschappelijke opgaven die hierbij centraal staan zijn, bestaanszekerheid bieden, kansengelijkheid vergroten, gezond samenleven versterken. In deze brief wordt uw raad geïnformeerd over het vaststellen van de bijbehorende uitvoeringsprogramma’s en de stappen die worden gezet in 2025 om voor 2026 en verder te komen tot een goed ingerichte beleidscyclus die bijdraagt aan het behalen van de maatschappelijke effecten en doelen zoals door de raad vastgesteld in het strategisch beleidskader. In de bijlage treft u de volgende documenten aan: 1.

Bijlage 1: De drie uitvoeringsprogramma’s; Bestaanszekerheid bieden (document 824735), Gezond Samenleven versterken (document 824720) en Kansengelijkheid vergroten (document 824737) 2. Bijlage 2: beschrijving van de randvoorwaarden voor de realisatie van de uitvoeringsplannen (document 820639) 3. Bijlage 3 en 4: reactie van de ASD en de beantwoording door het college (documenten 820484 en 821100).

Bijlage(n):

De Rede 1 8251 ER Dronten

Postbus 100 8250 AC Dronten

Telefoon 14 0321

www.dronten.nl

Kernboodschap 1. Uitvoeringsprogramma’s 1.1. Mensen maken de samenleving: van beleidskader naar uitvoering In het strategisch beleidskader heeft uw raad de koers uitgezet voor de komende jaren. De traditionelere benadering van zorg en ondersteuning is niet toekomstbestendig vanwege vergrijzing, arbeidsmarkt en stijgende zorgvragen. De focus ligt op een sterke, inclusieve en veerkrachtige samenleving, waarbij zorg en ondersteuning vanuit de gemeenschap wordt georganiseerd. De afgelopen periode zijn de maatschappelijke opgaven uit het beleidskader vertaald in concrete doelstellingen en indicatoren op uitvoeringsniveau. De uitvoeringsprogramma’s zetten vanuit de maatschappelijke opgaven in op onder meer sociale cohesie, preventie, normalisering van hulp en het versterken van lokale netwerken en stevige lokale teams. Hierbij gelden als uitgangspunten het kunnen bieden van de juiste ondersteuning in de omgeving en aansluitend bij behoefte van de inwoner, passend binnen een financieel kader. De drie opgaven uit beleidskader die zijn uitgewerkt in uitvoeringsplannen zijn: 1. ‘Bestaanszekerheid bieden’, waarbij ingezet wordt op gerichte maatregelen rondom inkomen en armoedebestrijding. 2. ‘Kansengelijkheid vergroten’, via de inzet op toegankelijkere voorzieningen en verbeterde participatiekansen, 3.

‘Gezond samenleven versterken’, te ondersteunen door preventieve zorg, het faciliteren van inwonersinitiatieven en welzijnsinitiatieven. 1.2. Beweging naar de samenleving: totstandkoming uitvoeringsprogramma’s Zoals al vastgelegd in het strategisch beleidskader is voor de gemeente Dronten een andere manier van werken noodzakelijk om de gewenste maatschappelijke effecten te kunnen realiseren. Inwoners en maatschappelijke partners spelen een actieve rol bij het ontwikkelen en uitvoeren van plannen zodat zorg en ondersteuning vanuit de samenleving kan worden gerealiseerd. Dit betekent een veranderopgave. Niet alleen voor de gemeentelijke organisatie, college en raad maar ook voor onze maatschappelijke partners en inwoners. Vanuit het perspectief van de drie maatschappelijke opgaven zijn voor het opstellen van de uitvoeringsprogramma’s probleemanalyses uitgevoerd. Hierbij gelden als vertrekpunt de in het strategisch beleidskader vastgestelde doelstellingen en indicatoren. Vervolgens is gekeken naar waar en op welke manier de gemeente een rol kan spelen in het oplossen van het probleem en welke resultaten hier aan kunnen bijdragen. Aan deze resultaten zijn voorgestelde activiteiten gekoppeld. Monitoring en bijsturing is mogelijk op resultaatniveau. In september 2024 heeft u de effecten, doelen en indicatoren vastgesteld.

In de loop van het opstellen van de Uitvoeringsprogramma’s constateerden wij dat sommige indicatoren met een aangepaste formulering beter te onderzoeken, te onderbouwen en te duiden zijn. Onderaan de brief vindt u deze wijzigingen terug. 1.3 De centrale opgaven; de sociale basis en stevige lokale teams Een belangrijk uitgangspunt om samen te werken met de samenleving is het versterken van de sociale basis in wijken en buurten. Hiervoor wordt onder andere ingezet op het realiseren van stevige lokale teams. Deze teams moeten laagdrempelige ondersteuning bieden in de

samenleving en verbinden met initiatieven in de samenleving. Wanneer nodig verwijzen de teams door naar gespecialiseerde hulp. Het uitgangspunt is dat alle ondersteuning zoveel mogelijk ingebed is in het gewone leven voor houvast, met aanvullende activiteiten en informele netwerken. Denk daarbij aan kinderopvang, buurtkamers, sport en ontspanning, buddy’s, lotgenotencontact en de rol van mantelzorgers (de sociale basis). 2. Randvoorwaarden 2.1. De opgaven en randvoorwaarden voor de realisatie van de uitvoeringsplannen Bij de realisatie van de uitvoeringsplannen liggen er uitdagingen op het gebied van effectgericht sturen, monitoren, regie en opdrachtgeverschap en adaptief leren. We hebben ze als randvoorwaarden beschreven. Effectgericht sturen De beweging naar de samenleving komt niet alleen op gang door te kiezen voor inhoudelijke doelen. Het is ook belangrijk om anders te gaan sturen. Effectgericht werken en sturen betekent het vastleggen van ambities in uitvoeringsprogramma’s en de gewenste impact in de samenleving, het monitoren van de voortgang en gesprekken op basis van voortgangsrapportages. Daarnaast gaat het om sturen met geld, bijvoorbeeld door andere vormen van bekostiging, samenwerking en contractvormen. De raad bepaalt de doelen en financiële kaders in de begroting en de verantwoording op doelbereik via de jaarstukken.

Zoals afgesproken werkt het college in 2025 als overgangsjaar aan een goed ingerichte beleidscyclus richting 2026. Monitoring Monitoring is essentieel om inzicht te krijgen in behaalde resultaten en de effecten van maatregelen. Zowel kwantitatieve als kwantitatieve gegevens spelen hierin een rol. In 2025 wordt gewerkt aan verbetering van de beschikbare informatie om beter te kunnen sturen op effectiviteit. Dit doen we onder meer door in te zetten op dataverzameling en nulmetingen, het inventariseren van informatiebehoefte en het opstellen van een voorstel tot professionalisering van monitoring in het Sociaal Domein, zodat vanaf 2026 steeds beter in de informatiebehoefte van college en raad voorzien kan worden in aansluiting op gestelde doelen en indicatoren. Regie en opdrachtgeverschap Elk van de drie pijlers van het sociaal domein (samenleving, meedoen en vangnet), vraagt om een specifieke vorm van opdrachtgeverschap. We zetten in op meer samenhang en effectiviteit in de uitvoering om resultaten te leveren en de voortgang te kunnen monitoren en te bespreken. We gaan hiervoor een nieuwe manier van subsidiëren en samenwerken introduceren. In gesprek met inwoners en partners formuleren we, vanuit de al gestelde doelen, het te bereiken resultaat. Gezamenlijk komen partijen met een voorstel hoe dit resultaat te bereiken.

Adaptief leren In samenwerking met inwoners, professionals, beleidsmakers en andere betrokkenen worden in werkateliers, netwerkgesprekken en accountgesprekken de leerdoelen bepaald. De kennis die hieruit voortkomt wordt benut in gesprekken met organisaties, college en raad en leidt tot verbetervoorstellen voor aanpassing. Investeren in financiële randvoorwaarden De beweging naar de samenleving centraal stellen vereist de komende jaren extra inzet en financiële middelen.

Om de vastgestelde maatschappelijke effecten en doelen op het gebied van bestaanszekerheid, kansengelijkheid en gezond samenleven te realiseren, is het noodzakelijk om nu te investeren. Dit geldt onder andere voor de opgave Stevige lokale teams, jeugdzorg en het uitvoeringsprogramma Gezond samenleven. Daarnaast lopen tijdelijke middelen zoals POK en GALA af in 2027. Een punt van zorg blijft de onzekerheid rondom de rijksbijdrage voor de gemeentelijke begroting en de impact daarvan op de gemeente Dronten. Richting de begrotingsbehandeling (november 2025) wordt meer duidelijkheid verwacht, zodat uw raad tijdig keuzes kan maken over de financiële kaders en investeringsrichtingen. Vervolg De uitvoeringsprogramma’s zijn ontwikkeld in samenwerking met inwoners en maatschappelijke partners en zijn voor vier jaar opgesteld. Het college stelt elk jaar de ambities vast voor de uitvoering en rapporteert hierover binnen de systematiek van de beleidscyclus (deze is gekoppeld aan de P&C cyclus). Het strategisch beleidskader en de voortgang op het behalen van de maatschappelijke effecten daarbinnen krijgt een vaste plek binnen die beleidscyclus. Dit maakt integrale afwegingen tussen verschillende beleidsterreinen mogelijk. Door jaarlijkse evaluaties van doelstellingen, indicatoren en middelen blijft de uitvoering transparant en flexibel.

De raad heeft jaarlijks de mogelijkheid om op beleid en financiering te sturen. Daarnaast is afgesproken dat voor de behandeling van de begroting een aparte beeldvormende sessie met de raad plaatsvindt over de doelen en indicatoren in relatie tot de uitvoeringsplannen. In kwartaal 3 zullen we u daarover nader informeren. Het college houdt u op de hoogte van de voortgang en ziet eventuele vragen of opmerkingen graag tegemoet. Bijlage(n) bij deze raadsinformatiebrief Uitvoeringsprogramma’s: - Bestaanszekerheid bieden (document 824735) - Gezond Samenleven versterken (document 824720) - Kansengelijkheid vergroten (document 824737) Notitie randvoorwaarden (document 820639) Brief advies van ASD (document 820484) Reactie College op advies ASD (document 821100)

De Secretaris, R. Hammenga MA

De Burgemeester, drs. J.P. Gebben

Uitvoeringsprogramma Bestaanszekerheid Bieden

1

Inhoud Inleiding .............................................................................................................................................................................................................4 1.

Aandachtsgebieden Bestaanszekerheid ..............................................................................................................................................5 1.1 Samenhang programma bestaanszekerheid met programma’s Kansengelijkheid en Gezond Samenleven ..........................................5

2.

Doel 1: Inwoners leven in een gezonde leefomgeving ........................................................................................................................6 2.1 Het aantal adviesvragen en meldingen huiselijk geweld en kindermishandeling neemt toe; het aantal adviesvragen stijgt daarbij meer dan het aantal meldingen .....................................................................................................................................................................7 2.1.1 Probleemanalyse ..................................................................................................................................................................................7 2.1.2 Onderbouwing van de aanpak..............................................................................................................................................................9 2.2 Het aantal aanmeldingen beschermde opvang (wonen) neemt af ........................................................................................................12 2.1.1 probleemanalyse ................................................................................................................................................................................12 2.2.2 onderbouwing van de aanpak

............................................................................................................................................................13

3

Doel 2: Inwoners hebben een stabiel en voorspelbaar (basis) inkomen ................................................................................................20 3.1 Het percentage huishoudens met een laag inkomen blijft gelijk............................................................................................................21 3.1.1 Probleemanalyse ................................................................................................................................................................................21 3.1.2 onderbouwing van de aanpak ............................................................................................................................................................22 3.2 Het percentage huishoudens dat moeite heeft met rondkomen blijft gelijk ...........................................................................................22 3.2.1 Probleemanalyse ................................................................................................................................................................................23 3.2.2 onderbouwing van de aanpak ............................................................................................................................................................23 3.3 Het percentage huishoudens met problematische schulden blijft gelijk

................................................................................................25 3.3.1 Probleemanalyse ................................................................................................................................................................................25 3.3.2 Onderbouwing van de aanpak............................................................................................................................................................25

4

. Doel 3 Inwoners doen mee door te werken of via een andere vorm van participatie ...........................................................................27 4.1 Meer inwoners van 18 jaar of ouder hebben een baan, volgen een opleiding of hebben een dagbesteding .......................................28

2

4.1.1 Probleemanalyse ................................................................................................................................................................................28 4.1.2. Onderbouwing van de aanpak...........................................................................................................................................................30 4.2 Het aantal schoolverlaters dat met een startkwalificatie van school komt stijgt ....................................................................................32 4.2.1 Probleemanalyse ................................................................................................................................................................................32 4.2.1 Onderbouwing van de aanpak............................................................................................................................................................33 4.3 Meer inburgeringsplichtigen participeren naar vermogen .....................................................................................................................34 4.3.1 Probleemanalyse ................................................................................................................................................................................34 4.3.2.

Onderbouwing van de aanpak...........................................................................................................................................................35 5

Doel 4 Minder kinderen groeien op in armoede ......................................................................................................................................37 5.1 Minder kinderen groeien op in armoede ................................................................................................................................................38 5.1.1 Probleemanalyse ................................................................................................................................................................................38 5.1.2. Onderbouwing van de aanpak...........................................................................................................................................................38 Begrippenlijst ...............................................................................................................................................................................................40

3

Inleiding Iedereen heeft recht op bestaanszekerheid: een bestaan met voldoende en voorspelbaar inkomen, een woning, toegang tot onderwijs en zorg, een zinvolle daginvulling en een buffer voor onverwachte uitgaven. Dit is nodig om mee te kunnen doen in de samenleving. Voor veel inwoners is dit niet vanzelfsprekend. Mensen kunnen door allerlei omstandigheden of gebeurtenissen moeite hebben om zichzelf en hun bestaan te organiseren. Vaak is niet meer goed uit te maken wat precies oorzaak en wat gevolg is in dit proces. Wat kan meespelen zijn de gevolgen van een ongeval, ziekte, baanverlies, ingrijpende levensgebeurtenissen (zoals echtscheiding, huisuitzetting, dakloosheid of het overlijden van een naaste). Ook zijn er mensen die vanwege nare jeugdervaringen (pesten, mishandeling, verwaarlozing, uithuisplaatsing, ouders met een verslaving of in detentie) van jongs af aan voor hun bestaan hebben moeten knokken. Of mensen die door bepaalde kwetsbaarheden (lichamelijke of mentale gezondheidsproblemen) of beperkingen (zoals beperkte gezondheidsvaardigheden of verstandelijke beperkingen) moeite hebben om zelf in hun bestaansvoorwaarden te voorzien. Verborgen, onderliggende factoren die kunnen meespelen zijn laaggeletterdheid en onvoldoende gezondheidsvaardigheden.

Een belangrijke rol en verantwoordelijkheid in het beschermen en borgen van bestaanszekerheid ligt bij de nationale overheid. Denk aan de wooncrisis en de huidige ongelijkheid tussen inwoners en de grote gezondheidsverschillen die hiermee samenhangen. Het is net zo belangrijk om op lokaal niveau in te zetten op bestaanszekerheid. Dat doen we met dit uitvoeringsprogramma vanuit de aandachtsgebieden die hieronder staan maar ook door te werken aan een sterke sociale basis in de samenleving. Daar wordt vanuit het uitvoeringsprogramma Gezond Samenleven op ingezet.

4

1. Aandachtsgebieden Bestaanszekerheid

Het Uitvoeringsprogramma Bestaanszekerheid omvat de volgende aandachtsgebieden: Werk en meedoen, inkomen, armoede en schulden, asielopvang en opnemen statushouders, beschermd wonen, maatschappelijke opvang, bemoeizorg (O)GGZ) en huiselijk geweld en kindermishandeling. Vanuit deze aandachtsgebieden zetten we in op het bieden van bestaanszekerheid aan inwoners van Dronten. We werken daarbij opgavegericht en in samenwerking met verschillende aandachtsgebieden uit de uitvoeringsprogramma’s Kansengelijkheid en Gezond Samenleven.

1.1 Samenhang programma bestaanszekerheid met programma’s Kansengelijkheid en Gezond Samenleven Dit uitvoeringsprogramma heeft raakvlakken met de twee andere uitvoeringsprogramma’s. Overlappende onderwerpen met het uitvoeringsprogramma Gezond Samenleven: ➢ Publieke Gezondheid ➢ Integraal Zorgakkoord (IZA) ➢ Ontwikkeling van Stevige Lokale teams ➢ Woonzorgvisie ➢ Preventief aanbod jeugd Overlappende onderwerpen met het uitvoeringsprogramma Kansengelijkheid: ➢ Onderwijs(aanbod) ➢ Werk en inkomen ➢ Re-integratie schoolverlaters ➢ Veilige Thuissituatie- uithuisplaatsingen Afhankelijk van waar het zwaartepunt van het betreffende onderwerp ligt wordt het onderwerp binnen één van de uitvoeringsprogramma’s uitgebreider beschreven en zijn er verwijzingen over en weer.

5

2. Doel 1: Inwoners leven in een gezonde leefomgeving Dit doel is gekoppeld aan het volgende maatschappelijke effect: Inwoners ervaren hun gezondheid en veerkracht als voldoende om met de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven om te gaan. Aan dit maatschappelijk effect zijn nog twee andere doelen gekoppeld die onder een andere opgave vallen, namelijk: ➢ Inwoners leven in een gezonde leefomgeving (opgave Gezond Samenleven). ➢ Inwoners hebben dezelfde rechten en kansen om mee te doen (opgave Kansengelijkheid). Doel 1: Inwoners wonen in een veilige en beschermde omgeving Indicator

Nulmeting

Streefwaarde 2028

Aantal meldingen en adviesvragen huiselijk geweld en kindermishandeling

Nulmeting 2023: 295 meldingen en 270 adviesvragen huiselijk geweld en kindermishandeling.

Het aantal adviesvragen en CBS meldingen neemt toe, waarbij het aantal adviesvragen meer stijgt dan het aantal meldingen (door bewustwording)

Vanaf 2026: Het aantal aanmeldingen beschermde opvang (wonen)

Nulmeting 2026: Het aantal aanmeldingen beschermde opvang regionaal versus lokaal

Specifieke streefwaarde Cijfers aangeleverd door centrumgemeente volgt in 2027 na nulmeting 2026. We willen een stijgende trend van zwaardere naar

6

Monitoring/ bron

lichtere vormen van ondersteuning.

2.1 Het aantal adviesvragen en meldingen huiselijk geweld en kindermishandeling neemt toe; het aantal adviesvragen stijgt daarbij meer dan het aantal meldingen 2.1.1 Probleemanalyse Huiselijk geweld en kindermishandeling zijn ernstige problemen die de veiligheid en het welzijn van kinderen en volwassenen bedreigen. Er is landelijk, regionaal en lokaal veel gedaan om gezinnen te steunen. Desondanks is geweld in huiselijke kring nog steeds een taboe onderwerp. Slachtoffers wachten vaak te lang voordat zij hulp vragen bij Veilig Thuis of een andere instantie. Naast schaamte bij de betrokkenen is er ook sprake van ongeloof bij de omstanders. De andere kant op kijken of, tegen beter weten in, hopen dat het vanzelf over gaat, zijn reacties die helaas nog veel voorkomen. En kinderen zijn weerloos, zij houden onvoorwaardelijk van hun vader en moeder en soms weten zij niet beter en is geweld ‘normaal’ geworden. Uit onderzoek1 blijkt dat de gezinnen die gemeld worden bij Veilig Thuis, te maken hebben met zware en complexe problematiek. Het geweld is niet zelden een uitingsvorm van meerdere problemen tegelijkertijd (risicofactoren2): werkeloosheid, armoede, schulden, psychische kwetsbaarheid, onvermogen om met een steeds ingewikkelder wordende samenleving om te gaan, onzekerheid over opvoeding, verslaving, trauma’s uit het verleden (plegers zijn vaak zelf mishandeld in hun jeugd).

Uit hetzelfde onderzoek in 13 Veilig Thuis regio’s blijkt dat slechts in een zeer kleine groep van gezinnen (3,4%) er géén sprake is van ernstige problemen of geweld. De gevolgen3 van kindermishandeling variëren van lichamelijk letsel tot, in ernstige gevallen, overlijden door zware mishandeling of verwaarlozing. Daarnaast veroorzaakt het vaak chronische stress, wat kan leiden tot afwijkende ontwikkelingen in de cognitieve en emotionele functies van de hersenen. Op de lange termijn kunnen slachtoffers worstelen met uiteenlopende psychische problemen4. Volwassenen die als kind zijn mishandeld, 1 Verwey-Jonker.(2021). Kwestie van lange adem werkende elementen 2 [1] Augeo Foundation. (2024) Special gezinsprofielen 3 https://www.nji.nl/kindermishandeling/gevolgen

4 https://www.augeomagazine.nl/nl/magazine/4928/717834/gevolgen_kindermishandeling.html

7

zoeken soms hun toevlucht tot verslaving, zelfverwonding of zelfs zelfdoding wanneer herinneringen aan het gezinsverleden ondraaglijk worden. Ongeveer een derde van de slachtoffers van mishandeling of verwaarlozing herhaalt later dit patroon in de opvoeding van hun eigen kinderen. De onveiligheid die kinderen tijdens hun jeugd ervaren, is vaak een belangrijke oorzaak van gedrag dat door de samenleving als overlast of bedreiging van veiligheid wordt gezien, zoals verslaving aan drugs of alcohol. Verslaving dient daarbij vaak als een vluchtmechanisme om de traumatische gevolgen van kindermishandeling te ontvluchten. Huiselijk geweld kan leiden tot diepgaande emotionele problemen. Slachtoffers raken vaak geïsoleerd, verliezen hun zelfvertrouwen en weerbaarheid, en ontwikkelen vaak een negatief zelfbeeld. Gevoelens van schuld en schaamte spelen hierbij vaak een grote rol, wat kan resulteren in depressies, stressgerelateerde klachten en zelfs fysieke gezondheidsproblemen. Mensen die als kind slachtoffer zijn geweest van huiselijk geweld, verliezen daarnaast vaker het vertrouwen in zichzelf én in anderen. Omvang van het probleem Landelijke cijfers huiselijk geweld en kindermishandeling In 2024 gaf 9% van de bevolking van 16 jaar of ouder (bijna 1,3 miljoen personen) aan in de afgelopen 12 maanden slachtoffer te zijn geweest van een of meerdere vormen van huiselijk geweld.

Jongeren zijn vaker slachtoffer dan ouderen. Zo werd 24% van de 16- tot 18-jarigen in de afgelopen 12 maanden slachtoffer, bij de 18- tot 24-jarigen was dat 19% en bij 65-plussers 2%. Voor 7% van de bevolking van 16 jaar of ouder (990 duizend personen) was een van de vormen van huiselijk geweld in de afgelopen 12 maanden structureel; dat wil zeggen (bijna) dagelijks, wekelijks of maandelijks . Naar schatting hebben tussen de 89 duizend en 127 duizend kinderen van 0 tot en met 17 jaar in 2017 te maken gehad met kindermishandeling. Dit komt neer op ongeveer 3% van alle minderjarigen . Cijfers toegepast op Dronten Als we een paar van de bovenstaande landelijke percentages toepassen op gemeente Dronten dan zou dit het volgende beeld opleveren. Er is uitgegaan van een totaal aantal inwoners van 44.350. Van het aantal inwoners van 16 jaar of ouder (28.380) zou dus 9% slachtoffer zijn geweest van een of meerdere vormen van huiselijk geweld, dit betekent een aantal van 2.554 inwoners. Ongeveer 259 kinderen in de leeftijd 0-17 jaar (3% van 8.645) zouden te maken hebben gehad met kindermishandeling. In de leeftijdscategorie 16 tot 18 jaar) zouden 266 inwoners (24% van 1.108) slachtoffer zijn geweest. En in de leeftijd 65 jaar en ouder zouden 168 inwoners (2% van 83.846) jaarlijks worden geconfronteerd met enige vorm van mishandeling of huiselijk geweld.

Het gaat om aannames, met de vraag of deze eenvoudig zijn door te trekken naar gemeente Dronten. Wel kan worden vastgesteld dat het een signaal is en dat hier aandacht aan moet worden besteed. Er is geen reden om aan te nemen dat het in de gemeente Dronten minder of meer is. In de gemeente Dronten zijn in 2023 295 meldingen gedaan bij Veilig Thuis Flevoland. In 2024 waren dat er 317 . Van de 295 meldingen in 2023 waren 115 (39%) hermeldingen.

8

2.1.2 Onderbouwing van de aanpak

Voordat de aanpak wordt toegelicht, schetsen we eerst het kader waarbinnen we met onze partners en de samenleving de ernstige problemen huiselijk geweld en kindermishandeling willen aanpakken. Inwoners zijn zelf verantwoordelijk voor de veiligheid binnen hun gezin/huishouden. Het signaleren van onveiligheid en de zorgen of vermoedens bespreken is vervolgens een verantwoordelijk van iedereen. Die verantwoordelijkheid geldt niet alleen voor de overheid en professionals. Voor gemeenten zijn de wettelijke verantwoordelijkheden om inwoners te beschermen opgenomen in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) en de Jeugdwet. De Wmo beschrijft de verantwoordelijkheden van gemeenten ten aanzien van huiselijk geweld; het gaat onder andere om ‘huiselijk geweld te voorkomen en te bestrijden’ en maatwerkvoorzieningen te verlenen. De Jeugdwet beschrijft de verantwoordelijkheden van gemeenten op het gebied van kindermishandeling en ontwikkelingsbedreiging. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor gemeentelijk beleid inzake preventie, vrijwillige jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. Dit betekent dat gemeenten een wettelijke verantwoordelijkheid hebben voor de preventieve aanpak, de hulp in het vrijwillig kader, de toegang tot de specialistische hulp, Veilig Thuis en de gecertificeerde instellingen.

Professionals die uitvoering geven aan verantwoordelijkheden om inwoners te beschermen moeten de Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling toepassen. De gemeentelijke verantwoordelijkheden zijn verwerkt in de leidraad ‘Werken aan veiligheid’ van de VNG5. Het is een instrument waarmee gemeenten kunnen bepalen of ze voldoende invulling geven aan hun wettelijke taken en verantwoordelijkheden. De leidraad is verbonden met zowel het programmaplan Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming (hierna: Toekomstscenario) als de Hervormingsagenda Jeugd en dus met de uitvoeringsprogramma’s Kansengelijkheid en Gezond Samenleven. Zo is als onderdeel van de Hervormingsagenda besloten om een eenduidig, niet vrijblijvend kader voor lokale teams vast te stellen, waar deze leidraad in geïntegreerd zal worden. En voor een succesvolle implementatie van het Toekomstscenario zijn succesvolle stevige lokale teams essentieel. In de Regiovisie Aanpak Huiselijk Geweld en Kindermishandeling 2024 – 2027 ‘Voor een veilig thuis’ (hierna: Regiovisie) is het beleid voor huiselijk geweld en kindermishandeling vastgelegd. De Regiovisie moet zowel lokaal als regionaal leiden tot een samenhangende, duurzame en effectieve aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling voor inwoners van 0 tot 100+.

Voor de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling sluit dit uitvoeringsprogramma aan bij de eerder genoemde Regiovisie. Deze visie bouwt voort op het landelijke programma Geweld hoort nergens thuis waaraan de regio Flevoland heeft deelgenomen. De voorgestelde en beproefde actielijnen uit het programma Geweld hoort nergens thuis6 zijn opgenomen in de Regiovisie. Deze aanpak zetten we voort in dit uitvoeringsprogramma waarbij twee van de drie actielijnen als resultaten zijn opgenomen: • Het eerder en beter in beeld krijgen van huiselijk geweld en kindermishandeling. Dit doen we door te investeren in bewustwording en betere signalering en de bereidheid van professionals om advies of ondersteuning te vragen danwel te melden. Het aantal adviezen en meldingen zal 5 VNG (2024). Leidraad voor gemeenten voor de opdrachtverstrekking aan lokale teams. 6 Ministeries van VWS en JenV en de VNG. (2021). Eindrapportage over het programma Geweld hoort nergens thuis

9

•

stijgen. En hoe eerder in het proces van het toepassen van de meldcode wordt gehandeld hoe beter. Het aantal adviezen zou daarom meer moeten stijgen dan het aantal meldingen. Het stoppen en duurzaam oplossen van huiselijk geweld en kindermishandeling. Om zo het hoge percentage hermeldingen te verlagen.

De derde actielijn; extra aandacht voor specifieke doelgroepen, is verwerkt als activiteit. Het gaat hier om de inzet van activiteiten voor de volgende doelgroepen: kinderen in kwetsbare opvoedingssituaties en complexe scheidingen, slachtoffers van mensenhandel, slachtoffers van ouderenmishandeling, seksueel geweld, schadelijke traditionele praktijken en mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB). De activiteiten in de onderstaande tabel zijn gericht op het behalen van bovenstaande twee resultaten. Een aantal activiteiten uit de andere twee uitvoeringsprogramma's zijn ook belangrijk bij het behalen van deze twee resultaten, namelijk: a. Versterken pedagogische basis b. Inrichten van Stevige lokale teams waar zorgvragen tijdig worden gesignaleerd en waar lichte en middelzware vormen van hulp dicht bij de inwoners geboden kan worden. c. Versterken van de sociale basis. d. En alle activiteiten gericht op het aanpakken van de risicofactoren m.b.t. huiselijk geweld en kindermishandeling.

10

Doel 1 vastgesteld door de raad: Inwoners wonen in een veilige en beschermde omgeving Uitwerking doel: Het aantal adviesvragen en meldingen neemt toe; het aantal adviesvragen meer dan het aantal meldingen Probleem/aanleiding: Niet voor elke inwoner van Dronten is de thuissituatie veilig. Resultaat Indicator op resultaat Bron Huiselijk geweld en kindermishandeling is eerder en beter in beeld

Huiselijk geweld en kindermishandeling is eerder gestopt en duurzaam opgelost

Aantal meldingen en adviezen per melder/beroepsgroep opgesplitst naar kindermishandeling en huiselijk geweld Aantal meldingen oudermishandeling, seksueel misbruik, conflictscheiding Aantal hermeldingen

CBS

CBS

11

2.2 Het aantal aanmeldingen beschermde opvang (wonen) neemt af 2.1.1 probleemanalyse Beschermd wonen, bemoeizorg (O)GGZ) en verslavingszorg (regionale Wmo) De commissie-Toekomst Beschermd Wonen (commissie-Dannenberg) schetste in 2015 een toekomstbeeld van een inclusieve samenleving voor kwetsbare mensen. Het beeld gaat over de overgang van beschermd wonen in een instelling naar een beschermd thuis. Deze transformatie leidt mogelijk tot minder instellingen voor beschermd wonen en tot meer zorg en ondersteuning in de eigen woonomgeving van inwoners. Afbouw van 24uursvoorzieningen is geen doel op zich. Het is het resultaat van een beter functionerend stelsel van beschermde woonplekken met flexibele begeleiding en behandeling waar nodig. De visie van de commissie Dannenberg ging uit van doordecentralisatie van de middelen voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang van de centrumgemeenten naar de regiogemeenten. De maatschappelijke opvang is en blijft vooralsnog een regionale voorziening. In afstemming met de regiogemeenten wordt, waar mogelijk, gewerkt naar decentralisatie van maatwerkvoorzieningen (regionale spreiding). Gemeente Almere is door het Rijk aangewezen als centrumgemeente voor Flevoland in het kader van de Maatschappelijke Opvang, Beschermd Wonen, Vrouwenopvang.

De centrumgemeente ontvangt de rijksmiddelen voor de regio en verantwoordt dit in hun eigen begroting/jaarrekening. Over de concrete inzet van de middelen en de activiteiten maken de centrumgemeente en de regiogemeenten afspraken. Vooral omdat deze afspraken invloed (kunnen) hebben op de lokale zorg(afspraken). Vanuit de regio Flevoland is gewerkt aan het Regionaal Kader Zorglandschap Wmo 2020 - 2026. Dit kader is in 2020 door de raad vastgesteld. Het regionale zorglandschap Wmo Flevoland 2020-2026 richt zich op de zorg en ondersteuning van inwoners met een kwetsbaarheid en/of een ondersteuningsvraag door psychische problemen, verslaving, een lichte verstandelijke beperking en/of problemen door huiselijk geweld of kindermishandeling. Deze inwoners helpen we om zo veel mogelijk naar een normale leefsituatie te komen. We kiezen ervoor om deze inwoners zo veel mogelijk in hun eigen woonomgeving te huisvesten en minder in instellingen te plaatsen. Hun behoeften en mogelijkheden staan daarbij centraal. Eigen regie, inzet op kansen en het aansluiten bij wat iemand wil en kan zijn namelijk belangrijke voorwaarden voor herstel. Doorverwijzing naar het beschermd wonen of de maatschappelijke opvang is alleen nog aan de orde als thuis wonen niet (meer) verantwoord of veilig is.

Hierbij wordt rekening gehouden met het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting en het programma “Een thuis voor iedereen”. Opvang of 24-uurszorg duurt in dat geval zo lang als nodig, maar zo kort als mogelijk. We zorgen voor continuïteit in de begeleiding en voor flexibiliteit in op- en afschalen. Voor het ondersteunen van bovenstaande groep inwoners blijven vormen van gespecialiseerde ondersteuning en een gedifferentieerd aanbod nodig. Daarom blijft regionale samenwerking noodzakelijk, ook wanneer de verdere decentralisatie vorm krijgt. In het regionaal kader is vastgelegd dat het specialistisch intramuraal beschermd wonen een regionale verantwoordelijkheid blijft. Dat betekent dat de centrumgemeente Almere verantwoordelijk

12

blijft voor inkoop, financiering, contractmanagement en het toelaten van nieuwe aanbieders voor de regionale voorzieningen beschermd wonen. Ook voor de bijbehorende taken aangaande de toegang, handhaving (gemeente Almere) en toezicht (GGD) blijft de centrumgemeente verantwoordelijk. Grote voordelen hiervan zijn de bundeling van kennis en expertise en voldoende schaalgrootte voor specialistische voorzieningen. Kijken we naar de huidige situatie in de regio moeten we constateren dat er een behoefte is aan een overzicht van de regionale spreiding van de voorzieningen in Flevoland, hierbij kun je denken aan de volgende Wmo voorzieningen: ➢ jong volwassenen met verslavingsproblematiek ➢ Droge voorzieningen ➢ Gezinsopvang ➢ Moeder-kindhuis Daarnaast wil de regio in kaart brengen welke voorzieningsbehoefte er regionaal bestaat, dit zal samen met de zorgorganisaties opgepakt worden.

2.2.2 onderbouwing van de aanpak

Hieronder wordt op voorzieningsniveau de stand van zaken weergegeven. Op-, om- en afbouwplan (OOA-plan) In 2022 is het uitvoeringsprogramma Zorglandschap Wmo opgeleverd. Hierin worden de acties beschreven die bijdragen aan de doelen uit het regionaal kader 2020-2026. Het uitvoeringsprogramma geeft invulling aan de ambities. Het geeft de regiogemeenten houvast om de juiste ondersteuning voor inwoners genoemd in het regionale zorglandschap Wmo Flevoland 2020-2026 te organiseren. Het uitvoeringsprogramma is continu in ontwikkeling. We werken aan de uitvoering samen met alle partners in de regio, zoals zorgaanbieders, cliëntvertegenwoordigers, woningcorporaties en adviesraden sociaal domein. Eén van de opdrachten vanuit het uitvoeringsprogramma is te komen tot een regionaal op-, om- en afbouwplan. Afgesproken is dat de regiogemeenten hun basisvoorzieningen op orde brengen om inwoners passend te ondersteunen, waardoor zij zo zelfstandig mogelijk kunnen wonen in hun eigen omgeving. Daarnaast is afgesproken dat ook beschermde woonvoorzieningen moeten transformeren. Uit het advies van de commissie-Dannenberg blijkt: als we voldoen aan de lokale randvoorwaarden (passende, laagdrempelige voorzieningen), hoeven niet alle huidige cliënten nog beschermd te wonen. Het op-, om- en afbouwplan beschrijft hoe dit vorm krijgt.

Er wordt geprobeerd aan antwoord te geven op de vraag welke voorzieningen we moeten op, om- of afbouwen in onze regio om te komen tot een toekomstbestendig zorglandschap. Daarbij staan de volgende vraagstukken centraal: • Aan welke woonzorgvormen voor Beschermd Wonen is behoefte in de regio? • Welke mogelijkheden zijn er om op-om-af te bouwen binnen het huidige aanbod? • Wat is er aanvullend op het huidige aanbod nodig? • Hoe kan worden gewerkt aan meer spreiding van voorzieningen over de verschillende gemeenten?

13

Het op-om-afbouwplan hangt nauw samen met: • De bredere huisvestingsopgave van bijzondere doelgroepen. • De huisvesting van kwetsbare inwoners in wijken en buurten.

Doordecentralisatie beschermd wonen De regionale centrumregeling Sociaal Domein Flevoland zal mogelijk in 2025 worden herzien. De verwachting is dat vanaf 2026 het onderdeel Beschermd Wonen wordt doorgedecentraliseerd naar alle gemeenten. Daarmee hebben we als gemeente Dronten de directe verantwoordelijkheid om huisvesting en begeleiding te regelen voor mensen met een psychische kwetsbaarheid of verstandelijke beperking binnen onze gemeente. Daarbij wordt de beweging voorgestaan van ‘beschermd wonen’ naar ‘beschermd thuis’. Zoveel mogelijk binnen de eigen ‘normale’ leefomgeving van de cliënt. Wij willen sociale inclusie bereiken van mensen die kampen met een psychische kwetsbaarheid. Er is een start gemaakt om te kijken naar de regionale spreiding van huidige en te ontwikkelen 24 uurs voorzieningen in Flevoland. Daarbij wordt gekeken naar een gedifferentieerd en passend aanbod van o.a. beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Hierbij wordt rekening gehouden met de nog op te stellen woonzorgvisie (als onderdeel van de woonagenda/woonperspectief) van de gemeente Dronten. Hybride toegang Binnen de regio Flevoland wordt gewerkt aan een hybride toegang tot beschermd wonen. Dit betekent dat verschillende vormen van ondersteuning mogelijk zijn, afhankelijk van wat een cliënt nodig heeft.

Traditioneel wordt beschermd wonen vaak aangeboden in een woonvoorziening met 24-uurs toezicht en zorgverlening. Bij een hybride vorm wordt een flexibelere aanpak gehanteerd. Het aanbod kan variëren van intensieve zorg in een woonvoorziening tot ambulante begeleiding in de eigen woning van de cliënt. Hierdoor houden mensen meer regie over hun leven. Maatschappelijke opvang en vrouwenopvang Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het bieden van een maatwerkvoorziening voor opvang van personen die de thuissituatie hebben verlaten, wel of niet samenhangend met risico’s voor hun veiligheid door huiselijk geweld en zich niet op eigen kracht kunnen handhaven in de samenleving. Op dit moment ligt de regie voor de opvang bij de centrumgemeente Almere. Er vinden gesprekken plaats tussen gemeenten met betrekking tot de regionale spreiding beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang. We willen inzicht verkrijgen in (verwacht) ontbrekend aanbod, waarbij rekening wordt gehouden met huidig ontbrekend aanbod en toekomstgerichte behoefte (vergrijzing, populatiegroei). Dit wordt gekoppeld aan het OOA-plan.

14

Nationaal actieplan dakloosheid In de afgelopen tien jaar is landelijk het aantal dakloze mensen sterk gestegen. Daarom is vanuit de rijksoverheid fors ingezet op het voorkomen en verminderen van dakloosheid. Tussen 2019 en 2021 heef het Rijk twee tijdelijke programma’s opgezet: de brede aanpak ‘Een (T)huis, een Toekomst’, en het Actieprogramma dak- en thuisloze jongeren. Het advies van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving ‘Herstel begint met een huis’ was een belangrijk uitgangspunt van deze programma’s. De kern van het advies luidde dat een structureel andere aanpak van dakloosheid nodig was: niet de maatschappelijke opvang, maar een plek om te wonen staat aan de basis van elk hulpverleningstraject. Dit sloot inhoudelijk ook aan bij het advies van de commissie Dannenberg waar sociale inclusie van mensen met een psychosociale kwetsbaarheid centraal staat. Een effectieve aanpak van dakloosheid vraagt om een duurzame langetermijnstrategie. Een strategie waarbij essentiële thema’s als bestaanszekerheid en voldoende betaalbare huisvesting onderdeel zijn van de oplossing. Hiertoe is het Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis (hierna: actieplan) opgesteld. Dit actieplan reikt verder dan één kabinetsperiode, namelijk van 2023 tot en met 2030.

Dakloosheid wordt door een integrale bril bekeken, waarbij de structurele oorzaken van dakloosheid centraal staan: bestaansonzekerheid en het tekort aan betaalbare huisvesting. Onderdak en hulp bieden aan personen die de thuissituatie hebben verlaten en niet in staat zijn zich op eigen kracht, of met hulp, te handhaven in de samenleving. Mensen zonder dak boven hun hoofd hebben vaak meervoudige problemen en hun situatie kan snel verergeren. Adequate opvang en ondersteuning bieden is daarom belangrijk: het kan ervoor zorgen dat de problematiek niet verergert. Een betaalbaar en veilig ‘thuis’ is een basisbehoefte. Ieder mens heeft recht op een veilige en betaalbare plek om te wonen. Gemeenten hebben een belangrijke taak in het voorkomen en terugdringen van dakloosheid. Zij geven daar invulling aan met een regionaal plan van aanpak dat geënt is op de doelstellingen van het Nationaal Actieplan Dakloosheid. Belangrijke pijlers van deze aanpak zijn: wonen eerst, preventie en participatie van ervaringsdeskundigen. Binnen onze regio zijn we gestart met een pilot Housing First7. Gemeente Dronten start in 2025 met de pilot, waarin we samen met onze ketenpartners (w.o. zorgaanbieders en de woningbouwcorporatie OWF) bovengenoemde aanpak vorm willen geven. Hiermee verwachten wij een beeld te krijgen van de doelgroep. [1]

IZA (inclusief mentale gezondheidsnetwerken) De integrale aanpak van zorg en preventie moet inwoners helpen gezond te blijven, of gezond te worden. Landelijk zijn daarvoor twee akkoorden gerealiseerd: ➢ Voor gemeenten het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). Geen tijdelijke opvang voor dak- en thuisloze mensen, maar direct een eigen woning. Én de vrijheid om te herstellen zoals zij zelf willen. Dat is de kern van Housing First. 7

15

➢ Voor zorgorganisaties het Integraal Zorgakkoord (IZA). In het Integraal Zorg Akkoord van september 2022 (IZA) zijn afspraken gemaakt om in samenwerking tussen gemeenten, zorgaanbieders, zorgverzekeraars en zorgkantoren de gezondheid van inwoners te bevorderen en passende zorg te verlenen door processen goed op elkaar aan te laten sluiten en regionaal afspraken te maken over de (domeinoverstijgende) samenwerking. Het GALA streeft naar het bredere doel van een gezonde generatie in 2040. In het GALA maken het Rijk, gemeenten en verzekeraars afspraken oer gezondheid en preventie, versterking van de sociale basis en sport, bewegen en cultuur. Voor GALA zijn lokale afspraken en regionale samenwerking belangrijk. Lokaal én regionaal moeten gemeenten aan de slag met een samenhangende aanpak. Landelijke ontwikkelingen IZA Op 29 november 2024 hebben de gemeenten op de algemene ledenvergadering van de VNG voor de resolutie gestemd om te stoppen met de gesprekken rondom het IZA. Dit betekent dat de gemeenten van de IZA tafel gaan en dus (tijdelijk) de middelen voor IZA voor 2025 komt te vervallen. In het voorjaar 2025 (tijdens de algemene ledenvergadering) verwachten wij dat er meer duidelijkheid komt met betrekking tot IZA en de bijbehorende middelen.

Openbare geestelijke gezondheidszorg (OGGZ) en verslavingszorg Openbare geestelijke gezondheidszorg (bemoeizorg) is er voor mensen die zorg nodig hebben, maar er zelf niet om vragen. Deze mensen noemen we zorgmijders. Ze hebben vaak op verschillende gebieden problemen zoals psychische klachten, verslaving, schulden, onbegrepen gedrag of woningvervuiling. Als er niets gebeurt, glijden ze verder af. Gemeente Dronten heeft deze bemoeizorg samen met de andere Flevolandse gemeenten belegd bij de GGD Flevoland. Een gespecialiseerd team (Vangnet en Advies) houdt zich bezig met het bereiken van zorgmijders. Vangnet en Advies werkt samen met onder andere gemeenten, woningcorporaties, sociale wijkteams, maatschappelijk werk, politie en zorgaanbieders. Van geval tot geval wordt gekeken welke hulp geboden moet worden. In 2015 is er een convenant opgesteld met betrekking tot de regionale samenwerking en werkwijze. Dit convenant moet nu herijkt worden. Flevolandse Avond- en Nachtdiensten (FAN) De regio Flevoland heeft de ambitie om een vangnet te bieden aan mensen die kortdurend en incidenteel behoefte hebben aan begeleiding in de avonden en nachten. Dit kunnen mensen zijn die overdag gebruik maken van een Wmo-indicatie, maar bijvoorbeeld ook mensen uit de OGGZ-doelgroep.

Daarom werken we op dit moment aan twee pilots van de Flevolandse Avond- en Nachtdienst (FAN), één in Almere en één in Dronten, Lelystad, Noordoostpolder en Urk, startend begin 2025) Het doel van de Flevolandse Avond- en Nachtdienst is om preventief contact te organiseren met inwoners door professionele hulpverlening. Daardoor is opschaling naar geïndiceerde zorg niet nodig of kan dit uitgesteld worden. De FAN moet een aanvulling worden op de reguliere begeleiding en op de crisisdienst, door in de avond en nacht de nodige urgente begeleiding te bieden. Dit kan zijn via (beeld)bellen, app-contact en fysieke bezoeken. Op het moment dat sprake is van een situatie passend bij de crisisdienst of als er een crisisplek nodig is, dan wordt de al bestaande (reguliere) werkwijze gevolgd.

16

Governance Bij het realiseren van bovenstaande onderdelen zijn we, als gemeente Dronten, afhankelijk van de regionale samenwerking. Op dit moment werken we naar een regionale governance, waarbij gewerkt gaat worden vanuit een gedeelte visie en de inwoner centraal staat en een duidelijke en heldere vormgeving van de toekomstige regionale samenwerking. Doel 1 vastgesteld door de raad: Inwoners wonen in een veilige en beschermde omgeving Uitwerking doel: Het aantal aanmeldingen beschermde opvang (wonen) neemt af Probleem/aanleiding: Een passende (beschermde) opvang) voor inwoners Inwoners verblijven langdurig in een intramurale beschermde opvang waardoor doorstroom en uitstroom stagneert. Door het ontbreken van voldoende lichtere vormen van ondersteuning beschermd wonen kunnen inwoners die op dit moment intramuraal (zware) ondersteuning ontvangen niet doorstromen naar de lichtere (extramurale) ondersteuning Versnippering toegang Er is een versnippering van een duidelijke toegang. Zowel regionaal als lokaal is er een toegang. Daarnaast kan de deskundigheid van het voorveld verbeterd worden. In het uitvoeringsplan Gezond Samenleven wordt onder doel 5 “Inwoners krijgen laagdrempelig en tijdig vanuit Stevige lokale teams lichte vormen van ondersteuning aanvullend op eigen mogelijkheden en samenleving” nader op ingegaan.

Onvoldoende inzicht aanbod maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en daklozenopvang Op dit moment is onvoldoende in beeld wat nodig is om de juiste opvang te kunnen bieden (vraag versus aanbod). Er is behoefte aan een overzicht soort opvang per gemeente per type voorziening gebaseerd op de vraag/behoefte Resultaat

Indicator op resultaat

Bron

Meer inwoners hebben een lichtere vorm van ondersteuning beschermde opvang (van intramuraal naar extramuraal)

Na 2027 Soorten ondersteuning beschermde opvang (van licht tot zwaar: intramuraal en extramuraal)

Centrumgemeente

17

Een beeld verkrijgen van het aantal inwoners waarop het woonplaatsbeginsel van toepassing is en de gemeente Dronten financieel verantwoordelijk is (bij verhuizing naar andere woonplaats buiten Dronten)

Hoe vaak wordt het woonplaatsbeginsel toegepast

Centrumgemeente

Er is één toegang beschermd wonen waar ook besluiten genomen kunnen worden over de inzet van de lokale Wmo 🡪 Het hybride team (één toegang) is in 2025 opgericht

n.v.t.

n.v.t.

Overzicht 24-uurs voorzieningen (op- en afschalen)

Centrumgemeente

overzicht wachtlijst Soort opvang per gemeente per type voorziening

Centrumgemeente

Door werving en selectie op noodzakelijke deskundigheid en aanvullende deskundigheidsbevordering wordt kennis geborgd. Kennis van het voorveld is aanwezig. Na 2026 Aansluiting regionaal en lokaal om Wmo voorzieningen op- en af te kunnen schalen Overzicht maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en daklozenopvang

18

(Nulmeting vindt plaats in 2025 overzicht soort opvang per gemeente per type voorziening gebaseerd op de vraag/behoefte) Een daling van het aantal meldingen ontregelde huishoudens (vangnet en advies)

Melding ontregelde huishoudens (vangnet en advies)

19

GGD Flevoland

3

Doel 2: Inwoners hebben een stabiel en voorspelbaar (basis) inkomen

Dit doel is gekoppeld aan het volgende maatschappelijke effect: Inwoners ervaren bestaanszekerheid, gelijke kansen en doen mee naar vermogen. Aan dit maatschappelijk effect zijn nog twee andere doelen gekoppeld die ook onder de opgave Bestaanszekerheid vallen en nog drie andere doelen die onder de opgave Kansengelijkheid vallen, namelijk: ➢ ➢ ➢ ➢ ➢

Inwoners doen mee door te werken of via een andere vorm van participatie (opgave Bestaanszekerheid). Minder kinderen groeien op in armoede (opgave Bestaanszekerheid). Kansen voor kinderen en jongeren in opvang en onderwijs (opgave Kansengelijkheid). Kinderen en jongeren groeien zoveel mogelijk thuis op (opgave Kansengelijkheid). Geïndiceerde jeugdhulp is vooral beschikbaar voor kinderen met een complexe zorgbehoefte (opgave Kansengelijkheid). Doel 2: Inwoners hebben een stabiel en voorspelbaar (basis)inkomen Indicator

Nulmeting 2025

Streefwaarde 2028

Monitoring/ bron

% huishoudens met een laag inkomen

3% van de huishoudens heeft een laag inkomen (2022).

Maximaal 3%

CBS (www.zichtopwijken.nl)

Landelijk is dit 4%. % huishoudens dat moeite heeft met rondkomen

32% van de huishoudens (landelijk, 2024)

Maximaal 32% van de Nibud (Geldzaken in de praktijk) huishoudens

20

In 2012 en 2015 was dit nog 45% % huishoudens met problematische schulden

Dronten: 7,9% van de Maximaal 7,9% van huishoudens (januari de huishoudens 2024). In oktober 2020 was dit 6,7%

CBS (Dashboard Schuldenproblematiek in beeld)

Landelijk is dit 8,9%. In oktober 2020 was dit 7,6%

3.1 Het percentage huishoudens met een laag inkomen blijft gelijk 3.1.1 Probleemanalyse Huishoudens met een laag (besteedbaar) inkomen kunnen gebruik maken van verschillende landelijke en lokale regelingen, zoals bijzondere bijstand en de toegankelijkheidsbijdrage. Voor deze regelingen gelden inkomensgrenzen, die variëren van 100% tot 130% van de uitkeringsnorm die voor het betreffende huishouden van toepassing is. Bij sommige regelingen wordt daarnaast ook gekeken naar het besteedbaar inkomen, waarbij de normen van de Voedselbank als uitgangspunt dienen. Hierdoor komen niet alleen huishoudens met een gemeentelijke uitkering in aanmerking, maar ook inwoners met een andere uitkering of een betaalde baan.

21

3.1.2 onderbouwing van de aanpak Doel 2 vastgesteld door de raad: Inwoners hebben een stabiel en voorspelbaar (basis)inkomen Uitwerking doel: Het percentage huishoudens met een laag inkomen blijft gelijk Probleem/aanleiding: Inwoners/huishoudens maken niet altijd gebruik van (landelijke en gemeentelijke) regelingen. Resultaat

Indicator op resultaat

Bron

Aantal inwoners/huishoudens dat gebruik maakt van (landelijke en gemeentelijke) regelingen stijgt.

Aantal inwoners/huishoudens dat gebruikt maakt van landelijke en gemeentelijke regelingen:

Gemeente

●

Bijstandsuitkering

●

Bijzondere bijstand

●

Individuele inkomenstoeslag

●

Toegankelijkheidsbijdrage

●

Collectieve zorgverzekering

●

Witgoedregeling

Nulmeting in 2025

22

3.2 Het percentage huishoudens dat moeite heeft met rondkomen blijft gelijk 3.2.1 Probleemanalyse In het rapport Geldzaken in de praktijk 2024 presenteert Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) de resultaten van een onderzoek naar inkomens, uitgaven en de mate waarin Nederlandse huishoudens kunnen rondkomen. Hieruit is gebleken dat één op de drie huishoudens in Nederland moeite heeft om rond te komen. Het zijn met name huurders, jongvolwassenen en huishoudens met een wisselend en/of laag inkomen die moeilijk rondkomen en zorgen hebben over de financiële situatie. Juist deze groepen zijn afhankelijk van toeslagen, maar weten minder goed waar ze hierover informatie kunnen vinden. Ruim een vierde heeft het gevoel beperkte tot geen grip op de energiekosten te hebben. Daarbij dreigen huurders en huishoudens met beperkte financiële middelen achterop te raken in de verduurzaming van onze woningen.

3.2.2 onderbouwing van de aanpak Met lokaal armoedebeleid ondersteunen wij inwoners die in armoede leven. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) werkt aan een stelsel waardoor inwoners minder afhankelijk zijn van gemeentelijke minimaregelingen. In 2025 bepaalt de VNG een standpunt over de rol van gemeentelijke armoedebeleid en minimaregelingen. De VNG levert inbreng in het programma Vereenvoudiging Inkomensondersteuning voor Mensen (VIM). Zij lobbyt voor een betere basis zodat wij als gemeente minder pleisters hoeven te plakken. Doelgroepenonderzoek Radar Advies Door Radar Advies is in november 2024 een Doelgroeponderzoek naar werkende armen in de gemeente Dronten afgerond. Effectieve ondersteuning van werkende armen vraagt om een geïntegreerde aanpak waarin maatwerk, vertrouwen, samenwerking en toegankelijke dienstverlening centraal staan. Door in te spelen op de diversiteit en beleving van de doelgroep, kunnen wij beter aansluiten bij de behoeften en het doorbreken van de vicieuze cirkel van problemen. Werkende armen in Dronten worden geconfronteerd met een combinatie van financiële beperkingen, gezondheidsproblemen en sociaal isolement. Deze factoren versterken elkaar en leiden tot een vicieuze cirkel van uitdagingen. Ondanks hun inkomen uit werk bevinden velen zich op de grens van het sociaal minimum, zonder adequate ondersteuning van de gemeente.

23

De doelgroep is niet homogeen; er zijn duidelijke verschillen in behoeften, voorkeuren en situaties. Dit vraagt om een gepersonaliseerde benadering, waarbij maatwerk centraal staat. In het rapport staan de verschillen in voorkeuren voor communicatie en benadering verder beschreven, door middel van persona’s. Persona’s helpen om deze diversiteit te begrijpen en passende interventies te ontwerpen. Veel werkende armen hebben negatieve ervaringen met de overheid, wat leidt tot wantrouwen. Deze groep is moeilijker te bereiken en vereist een indirecte aanpak via vertrouwde netwerken en sleutelpersonen. Samenwerking met ketenpartners, vrijwilligers, werkgevers en lokale initiatieven is daarom essentieel om de doelgroep beter te bereiken. Werkgevers en maatschappelijke organisaties kunnen fungeren als vindplaatsen en bruggenbouwers. De doelgroep waardeert maatwerk en persoonlijke aandacht maar bureaucratische systemen vormen een barrière. Simpele en begrijpelijke processen zijn cruciaal om effectief hulp te bieden. Het succes van gemeentelijke ondersteuning hangt af van wederzijds begrip tussen de gemeente en haar inwoners. Inwoners waarderen het als de gemeente vanuit hun leefwereld opereert en hen actief betrekt bij beleidsvorming.

Doel 2 vastgesteld door de raad: Inwoners hebben een stabiel en voorspelbaar (basis)inkomen Uitwerking doel: Het percentage huishoudens dat moeite heeft met rondkomen blijft gelijk Probleem/aanleiding: Eén op de drie huishoudens in Nederland heeft moeite om rond te komen (bron: Nibud). Resultaat

Indicator op resultaat

Bron

We zetten activiteiten gerichter in om huishoudens die moeite hebben om rond te komen te ondersteunen.

Aantal huishoudens dat moeite heeft rond te komen

Nibud

Gebruik VoorzieningenWijzer (aantal bezoekers, gestarte checks, afgeronde checks, gemiddeld voordeel)

VoorzieningenWijzer (Zorgweb)

Gebruik Geldfit (bezoekers, meetbare vervolgstappen, persoonlijk contact)

Geldfit (Mijn NSR)

24

Gebruik WerkloonT

WerkloonT (Stimulansz)

3.3 Het percentage huishoudens met problematische schulden blijft gelijk

3.3.1 Probleemanalyse Het aantal huishoudens met problematische schulden is de afgelopen jaren landelijk gestegen. Volgens het CBS had 7,9 procent van de huishoudens in Dronten op 1 januari 2024 geregistreerde problematische schulden. Landelijk is dit 8,9 procent. Bij jongeren ging het in 2023 om 1,5 procent van alle jongeren in de leeftijd van 18 tot 25 jaar (landelijk). De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) verplicht gemeenten om inwoners te ondersteunen bij het voorkomen en oplossen van problematische schulden. Sinds een wetswijziging op 1 januari 2021 zijn wij bevoegd om gegevens over betalingsachterstanden uit te wisselen met organisaties zoals woningcorporaties, energie- en drinkwaterbedrijven en zorgverzekeraars. Dit stelt ons in staat om vroegtijdig signalen van financiële problemen op te vangen en proactief hulp aan te bieden, nog voordat inwoners zelf om hulp vragen. De uitvoering van de Wgs ligt bij Maatschappelijke Dienstverlening Flevoland (MDF) en voor ondernemers bij/via het Zelfstandigenloket Flevoland (ZLF). Op 21 maart 2024 hebben het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de VNG, Divosa en de NVVK de bestuurlijke afspraken voor de basisdienstverlening van schuldhulpverlening ondertekend.

Deze partijen onderschrijven daarmee de doelstelling dat meer mensen met schulden eerder en nog betere schuldhulpverlening ontvangen en dat gemeenten in dat kader de dienstverlening nog verder kunnen versterken. Het plan de ‘Basisdienstverlening Schuldhulpverlening’ leidt tot een hulpaanbod dat toegankelijker is en in iedere gemeente uit minimaal dezelfde elementen bestaat. Dit werken wij in 2025 verder uit met MDF. Het kabinet presenteert daarnaast een uitgebreid pakket aan maatregelen om problematische schulden terug te dringen. Het investeert extra in vroegsignalering, zodat gemeenten snellere en betere hulp kunnen bieden aan mensen met geldzorgen. Ook komt er een integraal schuldenoverzicht en een gratis betalingsherinnering bij verkeersboetes. Met deze en andere maatregelen wil het kabinet voorkomen dat schulden razendsnel kunnen oplopen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api/v1/meetings/1498/documents/21887