CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

4c242135-e0a8-44fd-838b-fe94d0571f09.pdf

Raadsvergadering 9 juni 2022, gemeente DrontenBij agendapunt: 10.c: AKKOORD Raadsvoorstel Gemeentelijk rioleringsplan (GRP) 2022-20281.067 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

schriftelijke vragen Fractie:

GroenLinks

Naam:

Paul Vermast

Onderwerp:

Raadsvoorstel GRP

Type vraag:

X informatieve/technische vraag O politieke schriftelijke vraag (ex. art. 33 RvO)

Beantwoording (alléén bij informatieve/technische vragen)

X Ja, kan verspreid via mail / app O Nee, alleen antwoord aan mij zelf

Inleiding/aanleiding: In het raadsvoorstel GRP wordt gesproken over het vestigen van het recht van opstal op riolering. Uit de bijlage bij het voorstel blijkt dat dit gaat om niet gemeentelijke rioleringen die wel in gemeentegrond liggen en waardoor via het recht van opstal een retributie gevestigd kan worden. Deze inkomsten zullen niet terug vloeien naar de rioolheffing. Vragen: 1. Hoe verhoudt het vestigen van een recht van opstal zich tot de precarioheffing zoals we deze kenden. Deze heffing is afgeschaft als gemeentelijke heffingsgrondslag. Kan dit, behalve voor riolering, ook voor andere kabels en leidingen? Antwoord op vraag 1: Onderstaand wordt ingegaan op de verhouding tussen een precarioverordening en het opleggen van een heffing in verhouding tot het vestigen van een recht van opstal en het heffen van een retributie. Daarnaast wordt ingegaan op de vraag of een recht van opstal ook mogelijk is bij kabels en leidingen. De gemeente Dronten heeft een precarioverordening vastgesteld, genaamd “Verordening precariobelasting 2021”. Deze verordening is een publiekrechtelijke regeling. De gemeenteraad kan de verordening jaarlijks aanpassen. Dat geldt ook voor de tarieven die de gemeente hanteert voor het gebruik van gemeentegrond.

In de verordening is opgenomen welke activiteiten onder de verordening vallen en waarvoor de gemeente een aanslag kan opleggen aan de gebruiker van eigendommen van de gemeente. In de verordening is wel een tarief opgenomen voor het in gemeentegrond hebben van kabels en leidingen, maar niet voor het in gemeentegrond hebben van een riolering die toebehoort aan een private eigenaar. Een verordening leent zich hier ook minder voor omdat dit aan een eigenaar van een riolering minder zekerheid biedt en een verordening veel minder geschikt is om specifieke afspraken te maken over bijvoorbeeld beheer en onderhoud, herstel van schade, tijdsduur etc. Immers in

beginsel dient een eigenaar voor deze activiteit bij de gemeente een vergunning aan te vragen en de gemeente kan een vergunning intrekken hetgeen dan meebrengt dat de riolering dient te worden verwijderd. Voor een eigenaar van een riolering is het dan ook van belang dat de eigenaar meer zekerheid heeft dat de eigenaar de riolering in de grond kan hebben en houden zonder dat de gemeente de vergunning zou kunnen intrekken. In de precarioverordening is in artikel 10, lid 1 opgenomen dat de gemeente geen precariobelasting mag heffen voor zover er met de eigenaar een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen voor het gebruik van eigendommen van de gemeente. Dit brengt dus mee dat de precarioverordening het toestaat dat naast de verordening ook het gebruik van eigendommen van de gemeente kan worden geregeld via de privaatrechtelijke weg. Een recht van opstal is een zakelijk recht, waarbij tussen de eigenaar van de grond (lees: de gemeente) en de zakelijk gerechtigde (lees: de eigenaar van de riolering), in een overeenkomst afspraken worden gemaakt over het feit dat een eigenaar een riolering in gemeentegrond mag hebben en afspraken (maatwerk) over bijvoorbeeld de wijze waarop de eigendommen van de gemeente worden gebruikt, de tijdsduur, onderhoud aan de riolering, onderhoud aan de grond waarin de riolering ligt, herstel van schade en wie waarvoor aansprakelijk is.

Daarnaast kan in de overeenkomst ook een afspraak worden gemaakt over de vergoeding die de eigenaar van de riolering moet betalen aan de gemeente voor het gebruik van de grond. Deze vergoeding wordt bij een recht van opstal “retributie” genoemd. Deze afspraken worden vervolgens vastgelegd in een notariële akte en ingeschreven bij het kadaster. Dit geeft gemeente en de eigenaar zekerheid omdat beide partijen nakoming kunnen vorderen van de afspraken. Het vestigen van een recht van opstal voor een private riolering heeft nog een voordeel. Wanneer het in gemeentegrond hebben van een private riolering niet wordt geregeld via een recht van opstal, brengt dit mee dat de gemeente via een beroep op natrekking eigenaar zou kunnen worden van de riolering in gemeentegrond. Een recht van opstal voorkomt natrekking. Veelal maakt en private riolering in gemeentegrond geen onderdeel uit van een netwerk, zodat de uitzondering voor natrekking, opgenomen in artikel 5:20, lid 2 BW, niet van toepassing is. Het vestigen van een recht van opstal voor een gemeentelijke riolering in gemeentegrond is niet noodzakelijk. Immers omdat de gemeente eigenaar is van de grond en de riolering, is de gemeente ook verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de gemeentelijke riolering. Hiervoor is al aangegeven dat de precarioverordening wel voorziet in het in gemeentegrond leggen van kabels en leidingen.

Hiervoor is een tarief per m1 vastgesteld. Ook hier geldt dat in afwijking van de precarioverordening, het mogelijk is dat tussen een gemeente en een eigenaar die kabels of leidingen in gemeentegrond wil hebben, een privaatrechtelijke regeling wordt overeengekomen. In dat geval vervalt de mogelijkheid om een heffing op te leggen op basis van de precarioverordening. Normaliter legt de gemeente voor de kabels en leidingen een heffing. Alleen in hele speciale / bijzondere gevallen hanteert de gemeente een privaatrechtelijke regeling. 2. Wat zijn de maatschappelijke effecten van het invoeren van dit recht van opstal? Denk bijvoorbeeld aan een mogelijk hogere aanslag van het Waterschap? Antwoord op vraag 2: Er zijn ons geen gevallen bekend waaruit blijkt dat het waterschap een hogere aanslag oplegt ten gevolge van het vestigen van een recht van opstal. Naar onze mening is dat niet aan de orde omdat het waterschap niet kijkt naar de wijze waarop afvalwater wordt afgevoerd, maar naar het aantal vervuilingseenheden afkomstig van een woning / onderneming. Normaliter wordt een aanslag aan een huishouding / onderneming opgelegd aan de hand van bewoners in een woning / aantal vervuilingseenheden afkomstig vanaf een woning / onderneming.

3. De inkomsten van deze retributie komen niet ten goede aan de rioolheffing (pagina 28 bijlage van het raadsvoorstel). Wat is de reden daarvan en wanneer mogen we het separatie raadsvoorstel verwachten waarnaar wordt verwezen? Antwoord vraag 3: Feitelijk is hier geen sprake van een rioolheffing, maar van een vergoeding voor gebruik van gemeentegrond. In theorie zouden deze vergoedingen kunnen worden bijgeschreven op een speciaal post, bestemd voor onderhoud van gemeentelijke rioleringen, maar dat is hier niet aan de orde. Immers het is een private riolering die de eigenaar zelf moet onderhouden voor eigen rekening en risico en dus hoeven deze inkomsten niet ten goede te komen van de rioolheffing.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api//v1/meetings/1001/documents/2697