Perspectiefnota 2026 versie raad .pdf
Tekst van het document
Hierbij wordt ook de mogelijkheid gecreëerd om delen van het gebouw separaat te exploiteren en worden bouwfouten en omissies uit de renovatie van 2013 hersteld. Momenteel wordt er een renovatieplan uitgewerkt, waarbij ook gekeken wordt naar het optimaliseren van de bezetting en het toevoegen van alternatieve functies. Energiebesparingen en huurinkomsten dekken toekomstige kapitaallasten, echter is het de inschatting dat dit niet voldoende zal zijn voor alle lasten van de renovatie. In deze perspectiefnota worden de kapitaallasten van de ingeschatte onrendabele top van de investering gereserveerd (circa € 4 miljoen). Deze bedragen voor 2027 € 40.000 euro en vanaf 2028 € 210.000. Het renovatieplan inclusief bijbehorende kredietaanvraag en dekkingsvoorstel leggen wij via een separaat raadsvoorstel voor. 29. Vrijval stelpost kapitaallasten vervangingsinvesteringen De lasten zijn vanaf 2027 structureel lager omdat de stelpost kan vrijvallen. Het meerjarig investeringsprogramma is geactualiseerd. Niet geraamde vervangingsinvesteringen zijn in deze perspectiefnota toegevoegd, waardoor de stelpost kan vrijvallen. Voor de jaren buiten deze planperiode 2030 en verder nemen de kapitaallasten verder toe (zie eerdere toelichtingen bij de vervangingsinvesteringen). Hiervoor actualiseren wij jaarlijks het meerjarig investeringsplan inclusief de bijbehorende kapitaallasten.
40
30. Stelpost onderuitputting kapitaallasten De lasten zijn in 2025 en 2026 € 1.500.000 en in 2027 € 1.000.000 lager dan begroot. We verwachten dat een gedeelte van de kapitaallasten niet wordt uitgegeven in de komende jaren omdat niet alle begrote investeringen worden uitgevoerd. We zien namelijk dat jaarlijks investeringen doorschuiven vanwege een veelheid van oorzaken. Ter illustratie: de onderuitputting op kapitaallasten was in 2024 € 1.600.000. Door het opvoeren van een stelpost anticiperen we op deze onderuitputting. Op dit moment maken we een meerjaren investeringsplanning (MIP) waarbij we de geplande investeringen realistischer in de tijd wegzetten zodat we ook de daarbij behorende kapitaallasten beter kunnen begroten. De financiële uitwerking hiervan maken we zichtbaar bij de Begroting 2026. Indexaties 31. Indexaties uitgaven en inkomsten De bedragen voor indexaties op uitgaven en inkomsten zijn opgesplitst naar de programma's. Dit geeft inzicht de kostenstijgingen in ieder programma, c.q. wat er vanuit het programma aan extra inkomsten wordt gegenereerd door indexatie. Voorts laten we de centrale stelpost die betrekking heeft op deze indexatie voor 2026 vrijvallen ter dekking van deze prijsstijgingen.
Administratief neutrale ontwikkelingen 32. Totaal administratief neutrale ontwikkelingen Neutrale ontwikkelingen (enkel effect tussen en/of binnen programma's) zijn apart inzichtelijk gemaakt. Budget neutrale wijzigingen leiden op totaal begrotingsniveau per saldo niet tot resultaatafwijkingen op de baten of lasten. Voor saldo neutrale ontwikkelingen waar een reserve mee gemoeid is, is in het raadsvoorstel een beslispunt opgenomen. Ook is hiervoor een bijlage bij deze perspectiefnota opgenomen (bijlage 6).
Ombuigingen Maatregelen Programma 33. Beheer en gebruik vastgoed We gebruiken en beheren ons vastgoed, zoals publieksaccommodaties, efficiënter. Bijvoorbeeld door multifunctioneel gebruik of het opzetten van één serviceorganisatie (beheer, schoonmaak) voor al het vastgoed. 34. Anders exploiteren toren Grote Kerk We laten een externe partij de toren van de Grote Kerk exploiteren om zo onze inkomsten te vergroten (uit bijvoorbeeld beklimmingen van de toren). We blijven zelf wel eigenaar naar de toren, waarmee wij verantwoordelijk blijven voor onder andere onderhoud en renovatie. 35. Verhuur en beheer woonwagenlocaties onderbrengen bij externe partij We brengen het beheer en onderhoud voor woonwagenlocaties onder bij een externe partij. De gemeente heeft een wettelijke taak op het gebied van het vaststellen van gemeentelijk woonwagenbeleid. Het verhuren van standplaatsen en/of woonwagens is echter geen wettelijke taak van de gemeente, maar wordt nu tevens opgepakt. Dordrecht heeft ongeveer 150 woonwagenstandplaatsen en circa 45 woonwagens in beheer, welke worden verhuurd. Deze verhuur van plekken en woonwagens is momenteel niet kostendekkend, mede door huurprijsbeleid van het rijk en vervangingsnoodzaak van een aantal woonwagens. Op dit moment is sprake van een negatief saldo van ongeveer € 185.000 voor alle plaatsen en wagens.
Met dit voorstel brengen we deze woonwagens onder bij een externe partij voor beheer en onderhoud, zodat dit negatieve saldo verdwijnt. 36. Kostendekkendheid vastgoed Op diverse gemeentelijke locaties is de vastgoedexploitatie niet kostendekkend en we gaan met deze kostendekkendheid aan de slag. We kijken naar het verbeteren van de exploitatie van de gebouwen, door het clusteren van voorzieningen, het verbeteren van de roostering over de gehele
41
dag, het inzichtelijk maken van de kostendekkende tarieven voor maatschappelijke activiteiten en het rekeningen van marktconforme tarieven voor commerciële activiteiten. 37. Stadsherstelfonds We dragen een deel van de monumenten in gemeentelijk eigendom over aan een stadsherstelfonds. Een aantal bij Dordrecht betrokken beleggers heeft het initiatief genomen om te komen tot een stadsherstelfonds voor de Dordtse binnenstad. Een fonds dat zich richt op de restauratie en duurzame instandhouding van monumentaal vastgoed, waarbij gebruik wordt gemaakt van ingebracht privaat kapitaal, legaten en subsidiemiddelen vanuit de daarvoor landelijk beschikbare restauratie/erfgoedfondsen. Door monumenten in gemeentelijk eigendom over te dragen aan een dergelijk fonds, behouden ze de maatschappelijk functie voor de stad zonder dat de gemeente alleen verantwoordelijk is voor de exploitatie/ instandhoudingskosten. Door als gemeente tevens direct te participeren in het stadsherstelfonds behouden we grip op de strategie van het fonds. Hiermee realiseren we een substantiële besparing op onderhoudskosten, met name op de toekomstige stijging hiervan. Door gebruik te maken van een fonds zijn namelijk ook externe financieringsstromen bereikbaar. Daarnaast worden de vastgoedobjecten efficiënter benut, waardoor besparingen op huisvestingslasten worden gerealiseerd. Programmaoverstijgende maatregelen 38.
Organisatie We kijken kritisch naar de organisatie: waar kan het soberder en efficiënter, waar kan het met minder. De omvang van de organisatie moet afgestemd blijven op de gevraagde taakuitvoering, zowel op primair proces als op ondersteuning. Deze ombuigingsmaatregel is dan ook gerelateerd aan de overige ombuigingen die worden ingezet. Daar waar we inhoudelijke keuzes maken en ombuigingen doorvoeren, beweegt de organisatie neerwaarts mee. 39. Leges kostendekkend maken Binnen onze leges zijn diverse categorieën niet kostendekkend. Dit speelt onder andere bij een deel van hoofdstuk 1 van onze verordening (huwelijken, archief) en bij de lijkbezorgingsrechten (68%). We gaan op deze categorieën inkomsten genereren door extra leges te heffen zodat we meer kostendekkend zijn. 40. Specifieke uitkeringen en personeelsbudget De specifieke uitkeringen (SPUK) worden deels ingezet om activiteiten te dekken die worden betaald uit de reguliere begroting. Het gaat dan met name om het meer toerekenen van personele inzet aan deze SPUK's. Op elke SPUK die we van het Rijk ontvangen, ramen we (binnen de regelgeving) realistische ruimte voor personeelskosten. Dit betekent dat er minder budget overblijft voor innovatie en uitvoering binnen een SPUK. 41.
Ombuigen extra inkomsten We zetten Rijks- en Europese middelen, zoals subsidies uit het Europees Sociaal Fonds (ESF), slimmer in om specifieke taken uit te voeren. Daardoor spelen we eigen middelen vrij. 42. Personeelskosten onder programma's en taken We kiezen ervoor loonkosten structureel te dekken uit programmageld en taken. Dit hoort bij het scherper toerekenen van kosten aan taken. Dit gaat deels ten koste van het uitvoeringsbudget, wat kan betekenen dat we in de toekomst mogelijk minder programma’s kunnen uitvoeren dan nu het geval is. 43. Actief inzetten op lobby en subsidies Er liggen veel kansen om extra middelen te genereren middels subsidies en fondsen. We zorgen ervoor dat we deze extra middelen ook kunnen inzetten om de kosten die de gemeente maakt terug te verdienen. En we moeten ervoor zorgen dat deze extra middelen structurele kosten dekken. Daar hoort een lobby bij die in de ontwikkeling van regelingen en kaders bij andere instellingen bijstuurt zodat overhead en personeelskosten opgevoerd mogen worden in aanvragen. 44. Niet toepassen gemeentelijke indexering voor subsidies in het jaar 2026 We kiezen ervoor in 2026 geen gemeentelijke indexering voor subsidies toe te passen. De gemeente Dordrecht heeft in 2026 voor de gehele gemeente € 56.104.000 aan subsidiebudgetten
42
beschikbaar. Deze budgetten worden jaarlijks geïndexeerd met het percentage dat de gemeenteraad vaststelt bij behandeling van de perspectiefnota. We kiezen er nu voor dit in 2026 niet te doen Hierbij zonderen we uit: -
de kleine vrijwilligersorganisaties zonder personeel die een subsidie lager dan € 10.000 ontvangen; de grote partijen met een subsidie van meer dan € 100.000 per jaar in het sociaal domein, want hiervoor bestaat een afzonderlijke ombuigingsmaatregel; de centrumstad middelen die wij van het Rijk ontvangen. Conform publieke zakelijkheid is de lijn dat wij het bedrag dat het Rijk ons geeft doorzetten naar subsidiepartners. Het gaat dan om subsidies voor de Dienst Gezondheid en Jeugd (DG&J, de middelen voor vrouwenopvang en enkele onderdelen van maatschappelijke opvang.
Voor de overige subsidies kiezen we ervoor de indexering tot een percentage van 3% niet door te voeren. Hiermee wordt een totaalbedrag van € 900.000 omgebogen. Als de indexering hoger uitvalt, wordt het meerdere wel toegekend.
43
8.
Indexaties
Benodigde indexaties uitgaven In de perspectiefnota indexeren wij jaarlijks de personele budgetten, prijsgevoelige budgetten en de bijdrage aan gesubsidieerde instellingen en verbonden partijen. Daar waar binnen de programma's de indexaties op uitgaven en inkomsten per programma inzichtelijk zijn gemaakt, is in onderstaande tabel het totaal van de afzonderlijke reeksen opgenomen. Bedragen x € 1.000
Indexaties uitgaven 1. 2. 3. 4. 5.
2025
2026
2027
2028
2029
Indexering personele budgetten Indexering prijsgevoelige budgetten Indexering bijdragen gesubsidieerde instellingen Indexering budgetten verbonden partijen Vrijval stelpost indexaties 2026
0
-4.910
-4.905
-4.895
-4.895
0
-4.445
-4.415
-4.075
-4.075
0
-1.985
-1.985
-1.985
-1.985
0
-4.745
-4.745
-4.745
-4.745
0
9.525
9.525
9.525
9.525
Totaal indexaties uitgaven
0
-6.560
-6.525
-6.175
-6.175
1. Indexering personele budgetten De personele budgetten van Dordrecht (inclusief SGD) indexeren we met 3,9% in 2026. De huidige CAO geldt t/m 31 maart 2025. Eind april 2025 is het onderhandelingsresultaat bekend geworden. De nieuwe CAO gaat in per 1 april 2025 in en wordt gefaseerd doorgevoerd. De gehanteerde indexatie van 4,1% in 2025 en 3,9% in 2026 zijn voldoende om de kosten van de nieuwe CAO op te vangen. 2. Indexering prijsgevoelige budgetten Indexaties 2026 Voor de indexatie van prijsgevoelige inkoopbudgetten in 2026 sluiten we aan op het CPIpercentage van de DNB en het CBS van februari 2025 van 2,8% (incl. SGD). We hanteren een indexatie van 2,2% in 2025. 3. Indexering bijdragen gesubsidieerde instellingen Bij de berekening van de loon- en prijsontwikkelingen bij gesubsidieerde instellingen gaan wij ervan uit, dat de kosten van de gesubsidieerde instellingen voor max. 75% loonafhankelijk en 25% prijsafhankelijk zijn. Dat leidt tot een gehanteerd indexpercentage van maximaal 3,625%. 4. Indexering budgetten verbonden partijen We nemen in beginsel de geïndexeerde gemeentelijke bijdragen uit de ontwerpbegroting van de verbonden partijen 1 op 1 over in onze begroting. In de zienswijzen op de ontwerpbegroting van de verbonden partijen kan de gemeenteraad aangeven of de daar gehanteerde indexpercentages al dan niet acceptabel zijn.
De Veiligheidsregio hanteert een hoger inflatiepercentage dan de voornoemde gemeentelijke percentages, de andere verbonden partijen hanteren lagere percentages. 5. Vrijval stelpost indexaties 2026 We laten de stelpost rondom loon-/prijsontwikkelingen in 2026 voortvloeiende uit de circulaires gemeentefonds vrijvallen.
Benodigde indexaties inkomsten Binnen de programma's is inzichtelijk gemaakt wat ieder programma bijdraagt aan extra inkomsten door indexatie van inkomstenbudgetten. Voor het totaal van deze indexaties op Bedragen x € 1.000
Indexaties inkomsten
1. 2. 3.
2025
2026
2027
2028
2029
Indexering inkomsten SGD Indexering OZB-inkomsten Indexering overige heffingen c.q. inkomsten
0
1.245
1.245
1.245
1.245
0
1.005
1.005
1.005
1.005
0
1.830
1.830
1.825
1.825
Totaal indexaties inkomsten
0
4.080
4.080
4.075
4.075
44
inkomsten, opgesplitst naar inkomsten SGD, inkomsten OZB en overige heffingen, c.q. inkomsten gelden de volgende reeksen: Toelichting 1. Indexering inkomsten SGD Vanaf 2022 is de gemeente Dordrecht de servicegemeente voor de regio. De begrote inkomsten van de servicegemeente (SGD) zijn verhoogd met een gemengd percentage van loon- en prijsstijging (60%-40%), te weten 3,46%. De werkelijke toename van de SGD-inkomsten wordt overigens gebaseerd op de geldende samenwerkingsovereenkomsten met de regiogemeenten. 2. Indexering OZB-inkomsten De opbrengst van de Onroerend Zaak Belasting (OZB) is geïndexeerd met de prijsindexatie van 2,8%. Door de correctie met deze index blijft de OZB-opbrengst waardevast. 3. Indexering overige heffingen c.q. inkomsten Ongebonden heffingen c.q. inkomsten We zijn voornemens om de precariobelasting en de logiesheffing te verhogen met de prijsindexatie van 2,8%. Gebonden heffingen De gebonden heffingen zijn heffingen die worden geheven ten behoeve van een specifieke doelstelling. De gemeente is dan niet 100% vrij in de besteding van de opbrengst van de gebonden belasting. Bij deze belastingen bestaat er geen directe relatie met een te leveren prestatie. Wel is bepaald welke kosten er precies verhaald mogen worden en er dus mee gedekt mogen worden. Desbetreffende heffingen mogen niet meer dan kostendekkend zijn.
De gebonden heffingen zijn onder andere afvalstoffenheffing, rioolheffing, parkeerbelastingen, bouwleges, reinigingsrecht en lijkbezorgingsrechten. Gebonden heffingen zonder effect op begrotingssaldo Afvalstoffenheffing Op de Afvalstoffenheffing is het principe van kostendekkendheid van toepassing. Op de afvalstoffenheffing is het principe van kostendekkendheid van toepassing. Voorgesteld wordt het tarief voor de afvalstoffenheffing ten minste te verhogen met de prijsindexatie van 2,8% waarbij opgemerkt wordt dat we bij de Begroting 2026 definitieve tarieven willen voorleggen. Rioolheffing Op de rioolheffing is het principe van kostendekkendheid van toepassing. Voorgesteld wordt het tarief voor de afvalstoffenheffing ten minste te verhogen met de prijsindexatie van 2,8% waarbij opgemerkt wordt dat we bij de Begroting 2026 definitieve tarieven willen voorleggen. Parkeertarieven Over de ontwikkelingen van de parkeertarieven is in de Nota egalisatiereserve parkeren afgesproken, dat de tarieven jaarlijks worden geïndexeerd met het consumentenprijsindexcijfer (CPI). De prijsindexatie bedraagt 2,8%. Besluitvorming over deze indexatie vindt later plaats.
Gebonden heffingen met effect op begrotingssaldo Bouwleges, overige gebonden heffingen en overige inkomsten Om gelijke tred te houden met de inflatie stellen we voor de bouwleges, het reinigingsrecht, de marktgelden en de overige gebonden heffingen te verhogen met de prijsindexatie van 2,8%. Onder de overige gebonden heffingen vallen onder andere de overige leges en de lijkbezorgingsrechten.
45
9.
Investeringskredieten (2025)
In de perspectiefnota staan we ook stil bij de eerder verstrekte investeringskredieten voor 2025. Op deze bestaande kredieten kunnen wijzigingen ontstaan. Het gaat hierbij te allen tijde om budgetneutrale wijzigingen op het begrotingssaldo, waarbij dekking is binnen de huidige budgetten of waarvoor aanvullende middelen zijn toegekend in de vorm van bijvoorbeeld subsidies. Bij de investeringskredieten maken we onderscheid tussen afwijkingen (verhoging of verlaging) op investeringskredieten en verschuivingen van investeringskredieten. Bij afwijkingen veranderen de kosten voor het totale project, terwijl bij verschuivingen de totale kosten gelijk blijven, maar de planning gewijzigd is. Op deze manier blijft de investeringsplanning actueel en compleet. In onderstaande tabel zijn de afwijkingen opgenomen. Bij alle afwijkingen wordt aangegeven of het een verschuiving of ophoging betreft. Bedragen x € 1.000 Afwijkingen op investeringskredieten in IP 2025-2030 Toelichting
Verschuiving / Ophoging (dekking in toelichting)
2025
2026
2027
821
2028
Levendig, Leefbaar en Veilig 1.
Flexwoningen opvang Oekraïners begroot
Ophoging
34.250
2.
vervanging beveiligingscamera's
Ophoging
150
Groen, Duurzaam en Ruimtelijk 3.
Vervanging vervoer en mec hanisatie uitgesteld
Versc huiving
-1.121
300
4.
Versnelling projec t Walstroom
Versc huiving
400
- 400
5.
Meerkosten kademuur Ac hterhakkers
Ophoging
6.
Halte- en steigerplan getemporiseerd
Versc huiving
- 350
7.
Projec t Waterkraan van start
Ophoging
405
300
300
Versc huiving
- 435
395
7
33
-1.645 1.478
33
89 350
Gezond, Sociaal en Zorgzaam 8.
Vervanging mac hine en kunstgras uitgesteld
Lerend en Ondernemend 9.
Gymzaal centrum in bestaand pand gerealiseerd
Versc huiving & Verlaging
345
10.
Openbare ruimte basissc hool Kristal duurder
Ophoging
300
Totaal
34.033
-1.050
Toelichting bij de afwijkingen 1. Flexwoningen opvang Oekraïners begroot De kredieten verhogen we met € 34.250.000 in 2025, omdat de flexwoningen en bijbehorende inpassingsmaatregelen in de openbare ruimte voor huisvesting van Oekraïners worden gerealiseerd (2024-0097657). De inkomsten verhogen we met € 6.680.000, omdat we Rijkssubsidies krijgen voor het realiseren van de flexwoningen en de inpassingsmaatregelen. We onttrekken daarnaast -in afwijking van het besluit- vanaf 2026 structureel € 3.308.000 aan de reserve ontheemden breed om de rente- en afschrijvingskosten te dekken. De inkomsten die de gemeente ontvangt vanuit de bekostigingsregeling opvang ontheemden Oekraïne zijn nog niet toegekend. Als het Rijk de bekostigingsregeling continueert dekken we de rente en afschrijving alsnog uit deze regeling. 2. Vervanging defecte beveiligingscamera's De kredieten verhogen we met € 150.000 in 2025, omdat we de huidige camera's vanwege onvoldoende beveiliging vervangen. De kosten dekken we vanuit de reserve PA 2022-2026 Veiligheid (IVP 22-26). 3. Vervanging vervoer en mechanisatie uitgesteld De kredieten verlagen we met € 1.121.000 in 2025, omdat de vervangingen vervoer en mechanisatie zijn uitgesteld in afwachting van de uitkomsten van een brede studie naar duurzame alternatieven ('zero emission').
Momenteel zijn er te weinig alternatieven om met name de wat zwaardere voertuigen (geen personenauto's) te verduurzamen. Als wij nu vervangen moeten we nog steeds voor verbrandingsmotoren kiezen. Dit staat op gespannen voet met onze ambities voor
46
verduurzaming. Het uitstel van de vervanging betekent een budgetneutrale verschuiving van de voorgenomen investeringen naar 2026 en 2027. 4. Versnelling project Walstroom De kredieten verhogen we met € 400.000 in 2025, omdat de vervanging van de walstroomkasten, oorspronkelijk gepland voor de jaren 2025 en 2026, is versneld. De uitvoering van het project is noodzakelijk vanwege de sterk verouderde staat van de huidige walstroomkasten, die frequente storingen veroorzaken en niet meer voldoen aan de moderne eisen. Daarnaast is het ontheffingsbesluit op het generatorverbod tijdelijk, waardoor het urgent is de schone lucht en geluidsreductie zo snel mogelijk te realiseren en de overlast voor bewoners te verminderen. 5. Meerkosten kademuur Achterhakkers De kredieten verhogen we met € 89.000 in 2025, omdat er extra kosten zijn voor de kademuur Achterhakkers. De meerkosten dekken we met subsidiemiddelen. 6. Halte- en steigerplan getemporiseerd De kredieten verlagen we met € 350.000 in 2025, omdat de uitvoering van een deel van het steiger- en halterplan doorschuift naar 2027 in afwachting van de evaluatie van de steigerlocaties van fase 3. 7. Project Waterkraan van start De kredieten verhogen we met € 405.000 in 2025, omdat project waterkraan in uitvoering gaat.
Dit project wordt, samen met het waterschap, uitgevoerd om overtollig water naar de gebieden te leiden waar behoeft is aan water zoals het dordwijkpark. De extra lasten dekken we voor de helft met inkomsten vanuit Rijkswaterstaat. De andere helft komt ten laste van bestaande budgetten. 8. Vervanging machine en kunstgras uitgesteld De kredieten verlagen we met € 435.000 in 2025, omdat een machine en twee vervangingen van kunstgras op de Schenkeldijk nog niet nodig zijn. Dit schuift door naar 2028 respectievelijk 2026. De inkomsten verschuiven ook met € 74.000, omdat de specifieke uitkering sport ter compensatie van de btw eveneens doorschuift. 9. Gymzaal centrum in bestaand pand gerealiseerd Het krediet Gymzaal Binnenstad verhogen we met € 345.000 in 2025 en verlagen we met € 1.645.000 in 2026, omdat de nieuwbouw van de gymzaal in het centrum wordt gerealiseerd in een bestaand pand aan de Lijnbaan. Hierdoor is de investering wel lager dan in het geval van nieuwbouw, maar deze wordt afgeschreven in een korte periode vanwege de kortere (economische) gebruiksduur. 10. Openbare ruimte basisschool Kristal duurder De kredieten verhogen we met € 300.000 in 2025, omdat er een Kiss & Ride voor de nieuwbouw van de basisschool nodig is. Er is € 300.000 meer uit de reserve Onderwijshuisvesting geboekt in jaar 2025 dan begroot, omdat er aanpassingen nodig zijn in de openbare ruimte.
Voorgesteld wordt om deze -net als de sloopkosten- te dekken uit de reserve onderwijshuisvesting (zie financiële contouren voor de doordecentralisatie onderwijshuisvesting RIS 1952609).
47
10. Onzekerheden Onder 'onzekerheden' wordt een aantal ontwikkelingen met mogelijke toekomstige (financiële) consequenties nader uitgewerkt of geactualiseerd. De genoemde consequenties verwerken we niet financieel in deze Perspectiefnota 2026, omdat ze ofwel binnen de huidige begroting worden opgevangen, ofwel omdat ze qua omvang of moment van voordoen nog niet vaststaan. Specifieke uitkeringen (SPUKS) Op 21 mei 2025 heeft de minister van BZK de Tweede Kamer geïnformeerd over de uitkomst van het proces rondom de omzetting van specifieke uitkeringen (SPUKs) naar bijzondere fondsuitkeringen Dit moet leiden tot meer autonomie voor medeoverheden (gemeenten en provincies), minder administratieve & controlelasten én een structurele 10%-budgetkorting op SPUKs. Deze korting wordt in principe niet afgewenteld op medeoverheden, maar wordt ingevuld via lagere prestatie-eisen, alternatieve dekking en efficiëntere uitvoering. Er komt dus een nieuwe uitkeringsvorm: de Bijzondere Fondsuitkering (BFU) wordt vanaf 2027 mogelijk als alternatief voor SPUKs. Gemeenten krijgen hierbij meer bestedingsvrijheid en minder verantwoordingsvoorschriften. Tot nu toe is het aantal SPUKs dat in 2026 wordt omgezet beperkt (6 stuks).
Hoewel het uitgangspunt is dat deze korting niet op gemeenten wordt afgewenteld, kan dit in de praktijk toch druk zetten op gemeentelijke budgetten, zeker als prestatie-eisen worden verlaagd zonder evenredige taakvermindering. De gemeente Dordrecht ontvangt tientallen SPUKs. Het overgrote deel van de door Dordrecht aangevraagde en (meerjarig) toegekende SPUKs heeft betrekking op de jaren t/m 2025 of zijn al volledig als voorschot ontvangen. Hierop is geen tot een zeer gering financieel risico op 10%budgetkorting. We lopen wel risico op de Brede SUK Sport en Gezondheid. Deze uitkering blijft behouden voor 2026 met een mogelijke budgetkorting van 10%, wat neerkomt op circa € 182.000. Ook de uitkeringen voor Nationaal Groeifonds NL2120 en Bovenplanse infra ten behoeve van Woningbouw op korte termijn lopen door. Door de minister is aangegeven dat in de begroting van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat alternatieve dekking aanwezig is. Alleen is nog onbekend hoe deze dekking uitpakt voor de gemeente als subsidieontvanger. Tot slot is er sprake van een risico van circa € 2,6 miljoen over een periode tot aan 2030 als uitgegaan wordt van de genoemde 10%-budgetkorting. Netcongestie Vanaf 5 december 2024 heeft heel Dordrecht te maken met netcongestie.
Alle aanvragen voor grootverbruik aansluitingen komen op een wachtlijst die pas wordt aangesloten als de netcongestie is opgelost. Dit kan tot 2035 duren. Netcongestie zal op veel onderdelen van het werk van de gemeente invloed hebben: Woningbouw: Kleinverbruik aansluitingen zijn nog mogelijk, maar woningbouwprojecten met grootverbruik aansluitingen voor centrale voorzieningen kunnen vertraging oplopen. Het is zeker niet ondenkbaar dat de netcongestie zich in de toekomst uitbreidt naar kleinverbruik aansluitingen. Bedrijven/grondexploitaties: Nieuwe of grotere grootverbruik aansluitingen worden op de wachtlijst geplaatst. Dit heeft effecten op kaveluitgiftes, bedrijfsuitbreidingen en grondexploitaties van bedrijventerreinen en van gebieden met woningbouw in combinatie met bedrijven. Maatschappelijke voorzieningen: Nieuwe aanvragen van scholen, ziekenhuizen, zorginstellingen en sportverenigingen komen ook op de wachtlijst. Sommige voorzieningen kunnen een prioriteringsverzoek indienen waardoor ze eerder worden bediend als er ruimte komt voor de wachtlijst. Verduurzaming: Plannen voor snellaadinfrastructuur, walstroom en warmtenetten worden beïnvloed. Grootschalige zonne-energieprojecten en windenergieplannen kunnen vertraging oplopen.
48
In het tweede kwartaal van 2025 brengen we de exacte gevolgen in beeld met een gedetailleerde impactanalyse. Ook werken we samen met Stedin aan een pakket van oplossingsrichtingen die naast het verzwaren van de stations kunnen worden ingezet. Dit gaat over energie coöperaties, beter benutten van het huidige net, bijvoorbeeld op andere tijden en het strategisch plaatsen van batterijen. We verwachten in de tweede helft van 2025 zicht te hebben op het oplossingenpakket en het effect dat dit heeft op de periode waarin we in netcongestie zitten. Subsidieregeling groenblauwe schoolpleinen De ontwikkeling van groenblauwe schoolpleinen in Dordrecht staat voor een onzekere toekomst. Ondanks de bewezen voordelen zoals klimaatadaptatie, biodiversiteit, een gezonde leefomgeving en positieve effecten op de mentale gezondheid en schoolprestaties van kinderen, is het beschikbare budget naar verwachting dit jaar uitgeput. Met de gemeentelijke subsidie, die slechts de helft van de kosten dekt (waarbij de onderhoudskosten de verantwoordelijkheid van de school zijn), en het wegvallen van de provinciale subsidieregeling, wordt het steeds moeilijker voor scholen om de benodigde middelen te vinden om hun schoolpleinen te vergroenen.
De ambitie uit het Politiek Akkoord voor extra investeringen in groenblauwe schoolpleinen, met als doel dat in 2030 ten minste 80% van de Dordtse basisscholen een groenblauw schoolplein heeft, is hierdoor niet haalbaar. Zonder aanvullende financiële middelen en ondersteuning dreigen scholen hun groene plannen niet te kunnen uitvoeren, waardoor de gestelde doelstellingen niet gerealiseerd worden. Exploitatie Duurzaamheidsfabriek De Duurzaamheidsfabriek, geopend in 2013 op het Leerpark, is een samenwerking tussen de gemeente Dordrecht en het ROC DaVinci. Het richt zich op hybride beroepsonderwijs, waarbij studenten en het bedrijfsleven samenwerken aan toekomstgerichte vraagstukken zoals verduurzaming en digitalisering. Dit gebeurt op verschillende onderwijsniveaus (vo/mbo/hbo) en met doorlopende leerlijnen om jongeren betere kansen op de arbeidsmarkt te bieden. De fabriek fungeert als centrale hub voor technische opleidingen en werkt samen met landelijke programma's om de instroom in deze opleidingen te vergroten. De 4e verdieping biedt ruimte voor ontmoetingen tussen bedrijfsleven, onderwijs en overheid. De toekomstige Maakfabriek, gepland voor 2027, biedt extra ruimte voor maakbedrijven, startups en scale-ups. Over de betekenis en invulling van de Maakfabriek volgt nog voor de zomer een raadsinformatiebrief.
Ondanks optimalisaties in verhuur, kampt de Duurzaamheidsfabriek met een structureel exploitatiekort van € 300.000, gedeeld door de gemeente en het ROC DaVinci. Het risico voor de gemeente bedraagt € 150.000. Dit tekort zal naar verwachting blijven tot 2027, wanneer herziening van de rente en de toevoeging van de Maakfabriek mogelijk een positieve bijdrage kunnen leveren aan het terugdringen van het tekort. Op dat moment kan een nieuwe afweging worden gemaakt op de (omvang) van de bijdrage in de exploitatie. Water Rioleringsplan 2026-2030 De afgelopen jaren is er door diverse ontwikkelingen binnen de riolen en de waterhuishouding toename aan kosten ontstaan. Indexaties van de kosten van de materialen (zoals bijvoorbeeld de riolen tegen 33%) veroorzaken een flinke kostentoename. Het net van riolen en water moet in de nabije toekomst verder uitgebreid worden. Daarbij vindt er ook uitbreiding plaats in wijken en buurten om dit integraal aan te pakken. Bijkomende oorzaak is het hoofdrioolgemaal wat vervangen dient te worden wat een eenmalige grote toename aan kosten veroorzaakt. Hieraan gerelateerd is er een hoofdtransportleiding die aangelegd dient te worden. Dit zijn onzekerheden die belangrijk zijn om in ogenschouw te nemen ook inzake de financiële risico's die hiermee gepaard gaan.
Energietransitie en Klimaatneutraal 2040 Voor de Energietransitie en het programma Dordrecht Klimaatneutraal 2040 is tot 2040 budget nodig. De beschikbaarheid van voldoende middelen is vanaf 2026, en vooral vanaf 2028, onzeker. De gemeenteraad heeft haar zorgen hierover geuit in de aangenomen motie
49
‘Financiering Klimaatneutraal 2040’ en het college gevraagd haar hierover in dit begrotingsproces nader te informeren. Het huidige budget bestaat uit gemeentelijk programmabudget (€ 2,7 miljoen voor 2023-2026), middelen uit de Agenda 2030 (€ 4 miljoen voor 2020-2030) en Rijksmiddelen (ongeveer € 8,5 miljoen voor 2023-2025). Volgens het Rijk mogen we in 2026, 2027 en 2028 uitgaan van dezelfde financiering als in 2023, wat neerkomt op € 2,1 miljoen per jaar, maar er is nog geen officiële bevestiging ontvangen. Er zijn ook geruchten dat het huidige kabinet de klimaatmiddelen wil verlagen. Na 2028 is er nog niets bekend over de Rijksmiddelen, wat betekent dat aanvullende gemeentelijke financiële dekking nodig kan zijn. De rijksmiddelen worden gebruikt voor communicatie naar inwoners en bedrijven, advies over energiebesparing, proceskosten van het Nationaal Isolatieprogramma en personeelskosten. De gemeenteraad informeren we via het begrotingsproces over de zekerheid en de omvang van Rijksmiddelen voor de Energietransitie en Klimaatneutraal. Het gemeentelijke programmabudget loopt tot en met 2026 en kan worden besteed aan andere zaken dan personele kosten, zoals maatschappelijke initiatieven en verduurzaming van de stad. Het gemeentelijk budget voor de periode 2027-2030 wordt bepaald door de nieuwe raad.
Daarnaast zijn er incidentele gemeentelijke middelen uit de Agenda 2030, die oorspronkelijk waren bedoeld voor zonopwek, maar nu relevanter zijn voor de transitie naar aardgasvrij wonen en een betrouwbare lokale energievoorziening. De toekomstige aanwending van deze middelen maakt deel uit van de evaluatie van de Agenda Dordrecht 2030. Om de continuïteit van het programma te waarborgen en inwoners, bedrijven en organisaties te blijven ondersteunen, blijft gemeentelijk budget nodig, vooral gezien de onzekerheid van Rijksmiddelen. Begroting iPM In de afgelopen jaren zijn wijzigingen bij de teams van intergemeentelijk projectmanagement (iPM) geheel of gedeeltelijk doorgevoerd. Die wijzigingen hebben invloed op de hoogte van de uitgavenkant en aan de indexeringen van de tarieven aan de inkomstenkant. Om de basis van de begroting van IPM te waarborgen wordt een check gedaan in hoeverre de juiste werkwijzen zijn toegepast, welke correcties daaruit vloeien om te kunnen bepalen wat een (eventueel) begrotingssaldo IPM is. Eveneens wordt onderzocht op welk wijze de begroting IPM voor de toekomst wordt ingericht. Nationaal Programma Dordt West Het Nationaal Programma Dordt West is sinds 2022 onderdeel van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid.
Binnen dit programma werken het kabinet en twintig lokale allianties samen met als doel de leefbaarheid en veiligheid van de meest kwetsbare gebieden in Nederland in 15-20 jaar tijd op orde te brengen. Hiervoor kan de gemeente namens de Alliantie Dordt West diverse budgetten aanvragen bij de rijksoverheid. De meerjarige en meest omvangrijke regelingen betreffen het Volkshuisvestingsfonds (VHF) en de SPUK Kansrijke Wijk. Het VHF is succesvol aangevraagd voor Crabbehof (bestedingstermijn t/m 2033) en Krispijn (bestedingstermijn t/m 2034). De SPUK Kansrijke Wijk loopt na 2025 af. Vrijwel alle seinen staan op groen om deze brede SPUK in iets andere samenstelling te continueren voor de periode 2026-2028. De aanvraagprocedure zal waarschijnlijk lopen van juli t/m oktober 2025 met beschikking en uitkering van middelen in december 2025. Hiernaast lopen de gesprekken over een woondeal met het Ministerie van VRO. Hierover is nog veel onduidelijk, maar het gaat wel om miljoenen voor het versnellen van de woningbouwopgave in Dordt West in de periode tot 2030. Voor Preventie met Gezag geldt dat de gemeente zeer waarschijnlijk rond de zomer van 2025 een nieuwe aanvraag in kan dienen bij het Ministerie van J&V. Onduidelijkheid is er nog over de periode en het beschikbare budget.
50
Indexeren dotaties onderhoudsreserve vastgoed De stortingen in de onderhoudsreserve vastgoed zijn de afgelopen jaren niet geïndexeerd, terwijl de onderhoudskosten flink zijn gestegen. Hierdoor dreigen de jaarlijkse stortingen en onttrekkingen uit de pas te lopen, wat leidt tot onvoldoende financiële dekking voor onderhoudskosten. De jaarlijkse storting is gebaseerd op verouderde gegevens uit 2016 en verouderde MJOP's (Meerjaren Onderhoudsplannen). Hoewel de actualisering van deze MJOP's is gestart, is de kwaliteit nog onvoldoende en de financiële vertaling naar dotaties niet volledig uitgevoerd. Dit effect, met een nu ingeschatte bandbreedte van € 1 tot € 1,6 miljoen structureel vanaf 2026, is nog niet meegenomen in de huidige financiële planning. Restauratie Groothoofdspoort Groothoofdspoort (Palingstraat 1) is aan restauratie toe. Dit betreft in eerste instantie de buitenzijde van het complex. Het rijksmonument werd wegens verregaande bouwvalligheid in de jaren 1969-1975 gerestaureerd en deels gereconstrueerd. Nu (circa 50 jaar na deze werkzaamheden) zijn onder andere de daken, het metsel- en voegwerk, het schilderwerk en diverse ornamenten opnieuw toe aan restauratie. Ook moet veel natuursteenherstel plaatsvinden. In mei 2025 is het voorlopige restauratieplan opgeleverd, samen met de kostenraming voor deze werkzaamheden. De herstelkosten worden geraamd op € 935.000 excl.
btw. Het voorlopige restauratieplan zal eind 2e kwartaal 2025 beoordeeld worden door de afdeling Erfgoed. Restauratie toren Grote Kerk De toren van de Grote Kerk is in de jaren 60 van de vorige eeuw voor het laatst gerenoveerd. Bij dit soort objecten is een renovatie eens in de 50-70 jaar gebruikelijk. De noodzaak voor renovatie wordt verder ondersteund door diverse inspecties. Daarbij bleek dat een deel van de in de toren toegepaste natuursteen, meer specifiek de Ettringer tufsteen, in slechte staat verkeert, waardoor brokken natuursteen loskomen. Dit kan tot gevaarlijke situaties leiden. Door verdergaande verwering van de tufsteen worden de komende jaren de schade en risico’s alleen maar erger. De enige oplossing is de betreffende steen te vervangen, hetgeen een grootschalige restauratie van de toren inhoudt. Momenteel wordt hiervoor een restauratieplan opgesteld voor de Grote Kerktoren. Medio september 2025 is er meer bekend over de hoogte van de investering voor de restauratie. Een restauratie duurt meerdere jaren. De restauratie van de Domtoren Utrecht (112 m hoog) kost bijna € 36 miljoen met € 8 miljoen subsidie, waarbij we vooralsnog indicatief een zeer grove bandbreedte van € 10-15 miljoen na aftrek van eventuele subsidies voor onze toren (65 m hoog) aanhouden.
Naast de renovatie wordt ook de haalbaarheid en kosten onderzocht voor het aanbrengen van een extra veiligheidsmaatregelen in en op de toren. Dit omvat de volgende werkzaamheden: aanbrengen van voorzieningen bij de balustrade op de toren; betere verlichting in toren; toezicht toegangscontrole/ camerabewaking; brandveiligheid. Crisis Oekraïne (ontheemden breed) Voor 2026 zijn de bekostigingsregelingen vanuit het Rijk voor de opvang van Oekraïners nog niet bekend. Dat betekent dat het normbedrag per opgevangen Oekraïner nog kan variëren. In de afgelopen jaren is het normbedrag voor de Gemeentelijk Opvang Ontheemden (GOO) bijgesteld van € 100 (2022) naar € 83 (2023) naar € 61 (2024) naar € 44 (2025) per persoon per dag. Gelet op het verminderen van het normbedrag wordt voor 2026 een tekort van circa € 750.000 verwacht. We stellen voor dit tekort te dekken uit de reserve ontheemden. Wat het normbedrag voor 2026 gaat worden is nog niet bekend. Voor 2026 is minimaal een budgetneutrale begroting het uitgangspunt. Voor wat betreft de overige specifieke uitkeringen verband houdend met de opvang van Oekraïners geldt dat nog onbekend is of deze voortgezet worden. We gaan ervan uit dat er voldoende ruimte is om keuzes te maken ten aanzien van opvang van ontheemden om deze
51
onzekerheden (financieel) binnen de middelen die in het kader van de normbedragen GOO verstrekt worden dan wel ten laste van de Reserve ontheemden breed op te kunnen vangen. Handhaving - formatie De aanleiding voor de reorganisatie bij het team Handhaving is het besluit van het college d.d. 27 juni 2022 geweest om handhavers, die langer dan één jaar via een externe partij werkzaam zijn in Dordrecht, een arbeidsovereenkomst bij de gemeente aan te bieden (de zogenaamde ‘inbesteding’). In 2023 zijn 24 handhavers vanuit de externe partij in dienst gekomen van de gemeente. Dit besluit moest daarna nog nader worden uitgewerkt in een impactanalyse voor de organisatie van handhaving (formele reorganisatie). Hier kwam uit dat er een aanpassing nodig was in de structuur en in de aansturing van handhaving. In 2023 en 2024 is het team handhaving verder uitgebreid. Enerzijds omdat minder werd ingehuurd en dus meer mensen in dienst konden komen en anderzijds door extra handhavers tijdelijk in dienst te nemen (vanwege incidenteel budget, zie verder onder – Handhaving wegvallen incidentele gelden). Het reorganisatieplan (op 6 maart 2025 in de ondernemingsraad positief ontvangen) maakte zichtbaar dat de huidige bezetting niet flexibel genoeg en toekomstbestendig is om alle (nieuwe) ambities en ontwikkelingen te realiseren.
Vele ontwikkelingen volgen elkaar op en vragen een flexibele inzet en om beter in te spelen op de actualiteiten. Aan verzoeken vanuit de landelijke politiek (bijv. politie die bevoegdheden/taken bij de gemeentelijke handhaving wil neerleggen), de ambtelijke organisatie (nieuw beleid of regelgeving vraagt om handhaven), het bestuur en de raad voor inzet op andere prioriteiten en thema's kan op dit moment niet worden voldaan. Ook de samenstelling van het team zou beter moeten worden vormgegeven. De instroom bestaat uit louter (zeer) jonge handhavers met nog een te licht profiel terwijl handhavers met voldoende ervaring en senioren uitstromen met name naar de politie of andere gemeenten die betere voorwaarden bieden. Handhaving - wegvallen incidentele gelden Op basis van het meerjarenbeleidsplan (Routekaart team Handhaving 2024-2026) heeft de raad op 4 april 2024 ingestemd met het vrijgeven van € 1,75 miljoen uit de bestemmingsreserve van het Politiek Akkoord, bedoeld voor de tijdelijke uitbreiding en professionalisering van team Handhaving. Daarmee wordt een stevige impuls gegeven aan de wijkveiligheid en leefbaarheid van de directe woon- en leefomgeving.
Tot en met 2026 worden deze incidentele gelden gebruikt door tijdelijk meer handhavers zichtbaar en aanspreekbaar in de wijken te hebben en in te zetten op de prioriteiten uit de Routekaart én kan worden geïnvesteerd in de doorontwikkeling van het team en de organisatie van handhaving. Het aantal handhavers is uitgebreid, het bedrijfsbureau op orde gebracht en er wordt geïnvesteerd in nieuwe werkwijzen zodat de handhavers effectief en efficiënt kunnen werken. Daarnaast werkt handhaving mee aan (landelijke) pilots om zich verder te professionaliseren. Na 2026 vervallen deze incidentele gelden (gemiddeld 6 ton per jaar) en zal de huidige bezetting moeten krimpen met ongeveer 8 fte. Gevolg is minder handhavers zichtbaar en aanspreekbaar in de wijken en er zullen nieuwe keuzes moeten worden gemaakt in de prioriteiten, omdat minder taken uitgevoerd kunnen worden. Ook gaat kennis en ervaring verloren en wordt de gemeente Dordrecht een minder interessante werkgever voor handhavers. Onderzoek Omgevingsmanagers In lijn met de door de gemeenteraad ingestemde Dordtse visie en aanpak (burger)participatie betrekken we binnen projecten inwoners en andere stakeholders. Dit om de nieuwe ontwikkelingen en uitvoeringswerkzaamheden goed in te bedden in haar omgeving. Binnen onze organisatie bestaat de functie van omgevingsmanagers.
Deze managers coördineren en faciliteren de betrokkenheid van de inwoners en anders stakeholders binnen projecten. Om een eenduidig beeld te krijgen wanneer en hoe we deze rol inzetten en hoe we dit bekostigen, zijn we hier een onderzoek naar gestart. Eind tweede kwartaal 2025 hebben we zicht op benodigde middelen en formatie.
52
BIJLAGEN De volgende bijlagen behoren bij deze Perspectiefnota 2026:
Bijlage 1: Ombuigingsmaatregelen die zijn opgenomen in de Perspectiefnota; Bijlage 2: Ombuigingsmaatregelen die in beginsel zouden kunnen worden ingevoerd, maar die of nog niet nodig zijn, of waarop nog nader onderzoek nodig is; Bijlage 3: Maatregelen die we niet willen opnemen of die zijn vervangen door aangepaste voorstellen; Bijlage 4: Een overzicht waarin we de mutaties zichtbaar maken tussen de ambtelijke inventarisatie van februari en de nu voorliggende lijsten. Bijlage 5: Incidentele middelen Politiek Akkoord 2022-2026 Bijlage 6: Budgettair neutrale ontwikkelingen
Bij het Raadsvoorstel Perspectiefnota 2026 behoort de volgende bijlage:
Bijlage A: Overzicht onttrekkingen reserves, toevoegingen reserves, beschikbaar gestelde kredieten en verhoogde kredieten
53
54