Besluitenlijst Dordtse Dinsdag 3 juni 2025.pdf
Tekst van het document
OPENBARE BESLUITENLIJST DORDTSE DINSDAG – BEELD- EN OORDEELSVORMENDE COMMISSIES VAN 3 JUNI 2025 Vergaderzaal 1 Johan de Witt 1. Agenderingsverzoek college over Voortgang Energietransitie & Energiehulp aan huishoudens 2. Vragenhalfuur 3. Bestemmingsplan Maasterras fase 1 - Raadsvoorstel Besluit De heer Van de Rijdt (planjurist) geeft een technische toelichting op het raadsvoorstel en de bijbehorende stukken. Aanwezige raads- en commissieleden stellen vragen over: Juridische gevolgen van (wezenlijke) wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan; Toetsing aan regels voor natuurinclusief bouwen; Woningmix in relatie tot doelgroepenverordening; Procedure rondom wijziging van de toelichting (na vaststelling bestemmingsplan); Mogelijkheid om meer geluidsbelaste woningen en/of meer sociale woningen te realiseren door hoger te bouwen; Gevolg van het eventueel niet vaststellen van het bestemmingsplan; Afstemming met de provincie over woningbouwprogrammering/groeipadbrief; (Rolstoeltoegankelijkheid van en gevolgen van niet-realiseren) tunnel Hoge Bakstraat; Regels over detailhandel, maatschappelijke initiatieven en bedrijvigheid; Voorschot nemen op nieuwe parkeerregime. Wethouder Burggraaf geeft een bestuurlijke duiding op het raadsvoorstel en schetst het traject dat is gelopen sinds de vaststelling van de Woonvisie in 2017/2018.
Hij licht de afweging toe die het college heeft gemaakt tussen het algemene belang (van realisatie van veel nieuwe woningen en verbetering van de uitstraling van de standsentree) en de individuele belangen (van m.n. de bewoners van de Weeskinderendijk en de Brandts Buysstraat). Het college is zich bewust van de particuliere belangen die soms pijnlijk geraakt worden en voelt zich verantwoordelijk om zittende bewoners goed te begeleiden en te compenseren, met oog voor privé-omstandigheden. Raads- en commissieleden stellen de wethouder vragen over: Ruimhartigheid bij onteigeningsprocedures; Perspectief op geschikte alternatieve locaties voor de woonwagenbewoners; Overgangsrecht voor woonwagenbewoners; Verhouding tussen sociale huur- en betaalbare koopwoningen; Mogelijkheden voor extra hoogbouw; Compensatie voor wegvallen parkeerterrein Weeskinderendijk; Inrichting organisatie om uitvoering te geven aan de bouwactiviteiten; Aandacht voor het opzetten van een sociaal programma om 'eigenaarschap' van bewoners te waarborgen en een woonbuurt met goede sociale samenhang te realiseren; OmgevingsEffectRapportage; Definitie Wonen; Grenswaarde geluid; Mogelijkheid
om vooral voor Dordtenaren te bouwen; Overgangsrecht voor woonwagenbewoners en bewoners Weeskinderendijk; Stikstofproblematiek; De volgende vragen worden alsnog schriftelijk beantwoord: - Wat is het percentage groen in het plan en hoe is de verhouding tussen park en openbaar groen? (Partij voor de Dieren) - Is het mogelijk om het plan in maximaal 2 A4-tjes te beschrijven, zodat het ook aan de stad goed is uit te leggen? (Gewoon Dordt) - Zijn er voorbeelden te geven van woningen met een vergelijkbare geluidsbelasting als het toekomstige Maasterras; liefst uit de omgeving? (PvdA) - In hoeverre kan de gemeente waarborgen dat het aandeel woningen in de categorie betaalbare koop gedurende langere tijd beschikbaar blijft? (ChristenUnie/SGP) - Wat zijn de financiële consequenties van wijzigingen in het percentage sociale huurwoningen (bijvoorbeeld naar 25 of 30%)? (GroenLinks) - Wat zijn de (financiële) consequenties van het behouden van de woningen aan de Weeskinderendijk en de woonwagens aan de Brandts Buysstraat, binnen het nu voorliggende plan van het college? (SP) Desgevraagd biedt de ambtelijke organisatie aan om raads- en commissieleden te adviseren over eventuele amendementen; zowel op juridische houdbaarheid als op economische uitvoerbaarheid. Raads- en commissieleden kunnen tot woensdag 11 juni, 12:00 uur, schriftelijk technische vragen stellen via de griffie.
De commissie besluit een extra besloten beeldvormende vergadering te houden, waarin een nadere toelichting kan worden gegeven op de financiële consequenties van bepaalde keuzes (zoals het al dan niet buiten de ontwikkeling laten van de woningen aan de Weeskinderendijk Oost en de woonwagenlocatie Brandts Buysstraat). Dit kan wellicht in aansluiting op de beeldvormende vergadering met insprekers op 10 juni aanstaande, mits dat niet ten koste gaat van de insprekers. 4. Vaststellen tweede wijziging omgevingsplan voor bodem, Bouwhuyslocatie, Zuidbuitenpoldersekade en bedrijventerreinen Raadsvoorstel Besluit Insprekers: • Mevrouw Vroom namens P.J. Vroom Beheer b.v., Allgroen b.v. en De Biesbosch Gijsbers Groep b.v. • De heer Roos namens Boskalis Nederland Mevrouw Vroom vraagt aandacht voor haar familiebedrijf Allgroen en De Biesbosch Gijsbers Groep b.v. In het huidige voorstel is geen mogelijkheid opgenomen voor uitbreiding van het bedrijf. Zij geeft aan het proces niet te willen vertragen, maar vraagt wel om mee te denken. Hoveniersbedrijf Allgroen bestaat 43 jaar, heeft een divers klantenbestand en biedt werk aan ongeveer 40 medewerkers, waaronder ook mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.
De Biesbosch Gijsbers Groep b.v. is later bijgekocht en is gevestigd aan de Zuidbuitenpoldersekade 3A. Het doel is om beide bedrijven te herhuisvesten aan de Zuidbuitenpoldersekade. Voorwaarde hiervoor was dat de gemeente het bestemmingsplan aanpast. Indien de bestemming recreatie wordt vastgelegd, betekent dit dat uitbreiding niet mogelijk is. Het bestemmingsplan zoals het nu voorligt, voorkomt dat de noodzakelijke verplaatsing en uitbreiding van het bedrijf kunnen doorgaan. De heer Roos namens Boskalis gaat in op de ontwikkelingen rondom bodemregels in Nederland. Het blijft belangrijk om de regels uitvoerbaar te houden. Momenteel ontstaat er een lappendeken aan regels die steeds strenger worden. Dit maakt het proces lastiger, kost meer tijd en meer geld. Boskalis roept op dat de gemeente partners aan de voorkant van projecten betrekt. Zoals aannemers en bedrijven. Ook wordt het belang van aansluiting bij landelijke regels benadrukt, omdat uniformiteit voor bedrijven prettig is. Daarnaast gaat hij in op de voorzorgplicht. Bedrijven krijgen steeds meer informatieverplichtingen, wat veel tijd kost om te beoordelen. Voor deze beoordeling is geen termijn vastgesteld. Boskalis benadrukt dat de gemeente niet alleen verantwoordelijk is voor een veilige omgeving, maar ook een bouwopgave heeft. Extra lokale regels maken dit niet makkelijker.
Daarom pleiten zij voor: • Uniformiteit in de regels • Meer betrokkenheid van de uitvoerende partijen aan de voorkant • Duidelijke termijnen voor de gemeente bij beoordelingen Boskalis streeft ernaar om binnen projecten zoveel mogelijk grond te behouden. Door de huidige regels is dit steeds minder goed mogelijk. Het gaat niet om ernstig vervuilde grond, maar om minder schone grond. De vraag is wie bepaalt wat schoon en minder schoon is. De rijksoverheid hanteert generieke normenkaders, maar gemeenten kunnen aanvullende regels stellen. Conclusie: De VVD heeft aangegeven enkele technische vragen te willen stellen. De afspraak vanuit het Presidium en de Agendacommissie is dat tijdens de raadsvergadering van 1 en 2 juli 2025 alleen de Perspectiefnota en het Maasterras worden besproken, en geen andere onderwerpen. De commissie heeft aangegeven op 1 juli 2025 ondanks deze afspraak ruimte te bieden om over de mogelijke amendementen te spreken. Besluit: Het voorstel wordt als hamerstuk naar de gemeenteraad gestuurd, waarbij het mogelijk is om amendementen in te dienen. Er is afgesproken dat er tijdens de raadsvergadering alleen over deze mogelijke amendementen wordt gesproken.
Vergaderzaal 3 Hugo Muys van Holy 1. Agendacommissie 2. Raadsinformatiebrief over Vierjaarlijkse Monitor Agenda Dordrecht 2030 - Raadsinformatiebrief Besluit Aanwezig: Mevrouw Geertsma (manager concernstaf) Dhr. Goossensen (directeur) Dhr. van Broekhoven (adviseur concernstaf) Dhr. Lauwerier (adviseur Twynstra Gudde) Presentatie 1: De heer van Broekhoven (adviseur concernstaf) over het proces Vervolgproces: 3 juni 2025 beeldvormende sessie 4 jaars-evaluatie Juli 2025 behandeling perspectiefnota (de 4-jaarsevaluatie kunt u hierbij betrekken) Tussentijds: per investeringsprogramma 1 á 2 keer per jaar reguliere rapportagemomenten opzet monitor risicovolle projecten • Motie M16 grip en sturing op risicovolle projecten • Auditcommissie 13 mei 2025 • Raadsvoorstel 1e kwartaal 2026 rapportage bijsturingstraject AD2030 18 maart 2026 gemeenteraadsverkiezingen Presentatie 2: De heer Lauwerier (adviseur Twynstra Gudde) Centrale vraag: Neemt de verdiencapaciteit van de stad toe door uitvoering van de zeven investeringsprogramma’s? In de presentatie wordt een toelichting gegeven op de deelvragen en de aanpak van het onderzoek. Vragen en opmerkingen vanuit de commissie: Dhr. van Pelt: Wat is de definitie van verdiencapaciteit? Het onderzoeksbureau heeft vastgehouden aan de opzet van de door de gemeenteraad vastgestelde agenda met de zeven programma’s uit 2018 (Groeiagenda).
Hierin zijn doelen geformuleerd, en de vraag is of het lukt deze te realiseren. Ook dhr. Uysal wil meer inzicht in de verdiencapaciteit. Er wordt aangegeven dat het niet alleen om economisch rendement gaat, maar ook om fysieke, sociaal-maatschappelijke en duurzaamheidsaspecten. Algemene constatering: Geen enkel programma zit al in de uitkomstfase; het is nog te vroeg in het proces.
Programma Stadsas: Aandacht voor Stadsas: dit is een cruciaal programma, omdat hier de meeste woningbouw plaatsvindt, wat voorwaardelijk is voor de groei van de stad. De aanleg is bovendien complex. Dhr. van Dam-Timmers: De nu gereserveerde middelen zijn onvoldoende om het hele programma te realiseren. Hoewel co-financiering iets oplevert, spelen ook prijsstijgingen en inflatie een rol. Het onderzoeksbureau geeft aan dat het niet haalbaar is om de agenda volledig te realiseren binnen de termijn van 2030. Voor Stadsas geldt: het moet mogelijk zijn om meer te doen dan alleen het Maasterras, afhankelijk van factoren/ keuzes zoals woningbouwvolume, woningtype en welke kwaliteit van de leefomgeving. Dhr. Gorter: Er is aandacht nodig voor inflatie. Het onderzoeksbureau adviseert: o Breng met de herijking in beeld waar keuzes gemaakt worden, want de mate van bijstelling heeft invloed op de doelen. o Kijk daarnaast naar mogelijkheden voor meer inkomsten. o Maak voor elk programma een bijgestelde begroting voor de hele looptijd van de agenda. Dhr. Uysal: Welke ruimte blijft er voor de andere programma’s als Stadsas wordt uitgevoerd? Het onderzoeksbureau benadrukt dat Stadsas cruciaal is als randvoorwaarde en basis voor de andere programma’s, omdat hier de groei en woningbouw plaatsvinden. Andere programma’s blijven ook belangrijk en worden niet stopgezet.
Stadspark: geen vragen vanuit de commissie. Ruimte voor banen: geen vragen vanuit de commissie. Dordts leerprogramma: geen vragen vanuit de commissie. Programma Glansrijke toekomst: • Mevrouw Schnabel vraagt naar de opstartfase en de stroefheid daarvan, met aandacht voor citoscores en het aantal mbo-leerlingen. • De ambtelijke organisatie geeft aan dat de start moeizaam was, vooral omdat de betrokken organisaties onbekend waren met samenwerken. • Ten aanzien van citoscores en mbo-leerlingen is een verschuiving zichtbaar: inmiddels gaat de helft van de leerlingen naar havo en vwo, meer dan voorheen. Deze trend valt op naast het feit dat het totale aantal jongeren daalt. Programma Duurzame stad: geen vragen vanuit de commissie. Programma Binnenstad: geen vragen vanuit de commissie. Dhr. Uysal: Hoe is de borging van het onderhoud in de begroting geregeld? Dit is belangrijk en wordt ook aanbevolen en toegepast, maar het exacte percentage is niet bekend. De organisatie geeft aan dat veel afhankelijk is van de reeds opgenomen ruimte in de begroting. Woningen die in de toekomst gebouwd worden, kunnen begrotingstechnisch niet eenvoudig vooraf worden opgenomen.
Dhr. de Heer en dhr. van Dam-Timmers: Betekent herijking ook dat bepaalde onderdelen niet worden uitgevoerd? Het onderzoeksbureau geeft aan dat het ontbreken van voldoende middelen impact kan hebben op de ambitie. Het advies is echter niet om te stoppen met de agenda, maar om door te gaan met herijken, bijstellen van de omvang van de outcome en het aantrekken van meer cofinanciering. Dhr. Gorter: Kan budget van het ene programma naar het andere worden overgeheveld? De ambtelijke organisatie bevestigt dat dat mogelijk is, omdat het om reserveringen gaat. Dhr. Uysal: Wanneer worden de maatschappelijke effecten verwacht? Het onderzoeksbureau stelt dat het vooral gaat om de vraag of men op koers ligt en welke stappen gezet zijn. De onderbouwing van het programma is op basis van onderzoek goed. Het is aannemelijk dat als de stappen worden gezet, ook de uitkomsten worden gerealiseerd. Voor effecten op lange termijn, zoals verlengde schooltijd over twintig jaar, kan geen zekerheid gegeven worden, maar er is wel een pleidooi voor een zorgvuldige herijking. Dhr. Hartmeijer: Wat is vastgelegd over de inwonersgroei? Het onderzoeksbureau stelt dat inwonersgroei niet expliciet is opgenomen in de agenda 2030. De ambtelijke organisatie wijst erop dat het aantal te bouwen woningen wel een inschatting geeft van het aantal inwoners. Dhr.
van Dam-Timmers: Gaat de herijking gepaard met raadpleging van de gemeenteraad? De organisatie heeft dit nog niet uitgewerkt. Een vervolgtraject is nodig om de herijking goed door te voeren. Het streven is om de herijking in het eerste kwartaal van 2026 af te ronden, voorafgaand aan de formatie van de nieuwe coalitie. Dhr. Uysal: Moet er een Agenda 2040 komen? En moet de evaluatie vaker plaatsvinden? Het onderzoeksbureau geeft aan dat de tijdshorizon volgt uit de herijking en dat het vooral belangrijk is dat de raad inzicht heeft in de benodigde informatie via de monitor. Besluit: De commissie besluit dat het onderwerp voldoende is besproken. De RIB wordt ter kennisname naar de gemeenteraad gestuurd. Fracties nemen waar wenselijk punten mee bij de behandeling van de perspectiefnota. 3. Wethoudersmemo over 4-jaarsevaluatie Agenda Dordrecht 2030 in relatie tot beantwoording motie 15B Agendapunten 2 en 3 worden samen behandeld.
4. Agenderingsverzoek college over Weerbare samenleving en Veiligheid Besluit Mevrouw van Vark (Promovendus universiteit Leiden) en dhr. van der Craats (Veiligheidsregio ZHZ) spreken in over de weerbaarheid en veerkracht bij verschillende soorten crises. Aan bod komen bijvoorbeeld noodsteunpunten, de rol van de overheid en samenleving, inzet van middelen en wat er is geleerd van recente crises zoals de stroomstoring in Spanje. Verschillende raads- en commissieleden stellen vragen hierover. Aan het agenderingsverzoek is voldaan, raads- en commissieleden bedanken de organisatie, sprekers en burgemeester hartelijk. Commissie besluit tot een vervolg beeldvorming op dit thema als er meer praktische afwegingen voor te leggen zijn aan de raad. Op dat moment kunnen concrete voorstellen zoals die in Leiden zijn gedaan (presentatie Van Vark) ook door de raad worden afgewogen. De griffie kan dit voorbereiden.
Vergaderzaal 5 Adriaan van Blijenburg 1. Kennis nemen van onderzoeksrapport naar ondermijning Rekenkamer Dordrecht - Raadsvoorstel Besluit De rekenkamervoorzitter en onderzoeker van Pro Facto, dhr. Oostlander en dhr. Bekkering, lichten het onderzoek toe. Burgemeester Van der Velden reflecteert op de onderzoeksuitkomsten, het belang van aandacht voor thema en het belang van een tweejaarlijks besloten gesprek tussen college en raad over ondermijning in de stad. Het vijfde beslispunt wordt technisch geamendeerd door mevrouw Kruger, omdat commissie dit beslispunt graag technisch wil aanscherpen. Commissie complimenteert de rekenkamer en onderzoekers voor de presentatie en het onderzoek zelf. En stuurt het raadsvoorstel door als stemstuk naar de gemeenteraad. Over het aangekondigde amendement dient namelijk niet gesproken te worden. 2. Verzoek van Marktondernemer tot inspreken over een niet geagendeerd onderwerp Besluit Dhr. Platje spreekt in over de totstandkoming van de amendement over persoonlijke aanwezigheidsplicht (en de ziekteclausule) en de gevolgen. De inspreektekst wordt aan het dossier toegevoegd, samen met de link naar de petitie. Raads- en commissieleden stellen verdiepende vragen.
3. Brief aan gemeenteraad van Dordrecht Marketing & Partners in verband met kennismaking nieuwe directeur Besluit Dhr. Geensen (directeur DM&P) geeft een presentatie over de marketing van Dordrecht en Dordrecht Marketing en Partners (DM&P). Aanwezig zijn ook mevr. Luca (hoofd evenementenbureau) en dhr. Den Braber (hoofd marketing). Raads-en commissieleden stellen vragen, bijvoorbeeld over de sturing op winkelaanbod in de stad, de zichtbaarheid van de VVV en inclusie bij evenementen. Over dit laatste wordt raadsinformatie toegezegd die na het zomerreces aan de raad wordt gestuurd. De raad wordt uitgenodigd bij de lancering van de 'rebranding' van het merk Dordrecht op 8 december aanstaande. 4. Beschikbaar stellen van budget voor uitvoering van de gebiedsprioritering Dordt Oost en Centrum - Raadsvoorstel Besluit Politiek debat over het raadsvoorstel aan de hand van de volgende politieke vragen: - Moet voordat het budget wordt vastgesteld niet eerst participatie plaatsvinden, zodat inwoners zo vroeg mogelijk worden meegenomen? (PvdA) - Ligt er voldoende focus op de leefbaarheid en veilige wijken? (VVD) - Is het verantwoord om in deze tijd 1 miljoen euro beschikbaar te stellen voor dit project? (VSP) - Wordt voldoende adequaat aangesloten op wat er al bezig is in de buurt? (GroenLinks) Enkele fracties (m.n.
PvdA en VSP) zijn kritisch over de voorgestelde investeringen en zouden het geld liever investeren in de al bestaande wijkactiviteiten en in de wijk actieve organisaties. Ook over de meerwaarde van de mobiele wijkpost (ten opzichte van wijkcentra) en over het moment van participatie wordt verschillend gedacht. Wethouder Merx legt uit dat de signalen van bewoners wel degelijk al zijn meegenomen (via Fixi-meldingen en indirect via de contacten die wijkprofessionals met bewoners onderhouden). Bij het vervolg (het bepalen van de concrete maatregelen) worden de bewoners nog nadrukkelijker betrokken, omdat zij het beste weten wat hun buurt/straat nodig heeft. Hij licht verder toe dat de mobiele wijkpost niet moet worden gezien als vervanging van de bestaande wijkcentra, maar als aanvulling daarop, en dat deze zowel bedoeld is om met bewoners in gesprek te gaan als als uitvalsplek voor interventies. De wethouder zegt toe dat de gemeenteraad een keer per jaar een raadsinformatiebrief ontvangt met een overzicht van de uitgevoerde acties. Aan het einde van de looptijd (eind 2027) wordt een grondige evaluatie/analyse gehouden, waarover de raad ook geïnformeerd wordt. De commissie besluit het voorstel als hamerstuk naar de gemeenteraad te sturen.