2022-06-14 Notulen Dordtse Dinsdag - vastgesteld.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE DORDTSE DINSDAG VRAGENHALFUUR DORDRECHT D.D. 14 juni 2022 Vergaderkamer 1
Voorzitter: dhr. Schalken-den Hartog Raadsgriffier: nnevr. Wepster Verslag: NotuBiz 1. Vragenhalfuur
De voorzitter: Beste mensen, goedenavond allennaal. En welkom bij het vragenhalfuurtje van onze Dordtse Dinsdag. Vandaag 14 juni. Welkonn ook aan iedereen die op een andere manier meeluistert. We hebben vanavond drie vragen. En ik wil er eigenlijk ook wel gelijk mee beginnen. Kruispunt Van Eesterenplein - Groenezoom
De voorzitter: En als eerste is er een vraag van Op Ons Eiland, de heer Tutupoly, volgens nnij. Een vraag over de verkeerssituatie bij het Van Eesterenplein op de Groenezoom. Gaat uw gang. De heer Tutupoly: la, dank u wel, voorzitter. In de comnnissievergadering van oktober 2018 heeft het college bij monde van wethouder Van der Linden een toezegging gedaan om een gevaarlijk kruispunt aan het Van Eesterenplein-Groene Zoom aan te pakken. Dit kruispunt staat ook op de lijst van 20 gevaarlijkste kruispunten op ons eiland. In het verleden is nneerdere malen de vraag gesteld wanneer dit kruispunt zou worden aangepakt. Uiteindelijk was het antwoord: bij de renovatie van de buitenruimte van het winkelcentrum. En toen dat was afgerond, bleek het dus niet mee te zijn genomen. Wij hebben toen de toezegging gekregen dat het op 31 december 2021 alsnog uiterlijk zou plaatsvinden. Ook toen is het niet gebeurd. In februari hebben we nog een keer de vraag gesteld, waar we geen antwoord op gekregen hebben. En uiteindelijk is na de installatie van de raad, heeft het college uit monde van de heer Van der Linden toen aangegeven dat het voor de zomer zou plaatsvinden. Nou, dat is over een week. Er is nog steeds niet gebeurd. En een toezegging van bijna drieenhalf jaar geleden is vrij lang. En daarom zouden we eigenlijk nu ook antwoorden willen hebben wanneer er daadwerkelijk nu iets gaat gebeuren.
De voorzitter: Dank u wel. Zoals u al aangeeft, is het een vraag voor de heer Van der Linden. Gaat uw gang. De heer Van der Linden: En die is er gelukkig net. De voorzitter: Ja, inderdaad. U vertegenwoordigt vandaag ook weer het hele college? Hebben ze plankenkoorts? De heer Van der Linden: Ik verlies altijd strootje trekken bij De voorzitter: Ik hoop het niet. 1
De heer Van der Linden: Maar als u een motie aanneemt om ook eens een ander gezicht hier te hebben, dan zal ik die graag ondersteunen. Ja, dank voor de vraag. En het kruispunt is mu j bekend, is u bekend. We wonen er allebei niet al te ver vandaan. En daar zijn in het verleden inderdaad een paar ongevallen gebeurd. Dat kruispunt is ook aangepakt, anderhalf jaar geleden. Inderdaad als een van de top 20-plekken is dit volledig aangepast. Uit de grond gehaald, opnieuw aangelegd. En toen hebben wij bilateraal nog even afgestemd over: is het naar voile tevredenheid? Verkeerskundig is het akkoord. Maar, sorry voor het detail, maar de hellingshoek -de helling aan de binnenkant, zeg maar- die zou wat steiler kunnen. En dat wordt ook gedaan binnenkort. We hebben het materiaal besteld. Maar zoals u weet, heeft de hele markt volop werkdruk. En is ook in de uitvoering volop capaciteitstekort. Dus mijn laatste stand van zaken is dat de materialen besteld zijn. En ik heb geen datum voor u. Maar dat die hellingshoek wordt aangepast. Maar goed, zoals gezegd, het project is afgerond. Want het is gewoon aangepast anderhalf-twee jaar geleden. En die hellingshoek wordt nog gedaan. De voorzitter: Ik zie dat de heer Tutupoly nog een vervolgvraag heeft. De heer Tutupoly: In ieder geval wat de wethouder aangeeft, dat het aangepakt is. Dat was toen niet het geval, het was opnieuw bestraat.
En daar hebben we toen ook op gereageerd. En toen is er uiteindelijk aangegeven: nou, dat volgt nog. Daar zouden nog maatregelen genomen worden. Want het was toen nog niet aangepakt. Dus dit antwoord -dat het aangepakt is- dat is eigenlijk alleen maar nieuwe bestrating geweest. En zo hebben we in ieder geval de discussie destijds gevoerd. En vandaar. De voorzitter: Ja, gaat uw gang. De heer Van der Linden: Nou, misschien kunnen we er een keer een kopje koffiedrinken. Het is wel degelijk aangepakt. En die hellingshoek, zoals wij ook al eerder besproken hebben, die is op zich verkeerskundig akkoord. Maar, na overleg hebben we gezegd: die nnoet wat steiler. Dat is niet altijd fijn voor de gebruiker. Maar geeft wel aan dat je echt een straat nadert waar je ook even beter op moet letten. Dus die wordt nog gedaan. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga ervan uit dat de vraag zo voldoende verder beantwoord is.
Energietoeslag De voorzitter: En dan ga ik naar de volgende vraag. En die is van de heer Safranti van de fractie van DEN K. Een vraag over de eenmalige energietoeslag. Wilt u uw vraag nog toelichten, kort? De heer Safranti: Nou ja, nee. Het is duidelijk. De voorzitter: Nou, dan ga ik even kijken welke wethouder beschikbaar is. De heer Van der Linden, gaat uw gang.
2
De heer Van der Linden: Dank u. Ja, serieuze vraag, met ook een heel duidelijk herkenbaar achterliggend probleem, natuurlijk. Wat we allemaal in de krant hebben kunnen lezen. Of misschien zelf ervaren. Ik heb er even over contact gehad met college Heijkoop. Er wordt heel hard gewerkt aan het in beeld brengen van en het uitkeren van die energietoeslagen. Daarbij geldt wel dat somnnige aanvragen onvolledig zijn. Dat kost veel tijd, enzovoorts. En er is natuurlijk ook al behoorlijk hard gewerkt aan een aantal andere van dit soort trajecten. Maar de toezegging is dat het kabinet komt binnenkort met een brief hierover. En wij zullen de raad voor de zomer een rib sturen met de volledige stand van zaken. Voor de zomer is niet volgende week. Maar wel voor het zomerreces in ieder geval. De voorzitter: U heeft nog een vervolgvraag, heer Safranti? De heer Safranti: Nou, ik ben er heel van verbijsterd, als ik dit zo hoor. Want als je een aanvraag indient, krijg je bevestiging dat die aanvraag dus binnen is. En dat er binnen vier weken gereageerd wordt. Dat er dus een uitspraak over konnt. En nu hoor ik dat we nog een brief krijgen... De voorzitter: Misschien nog een korte toelichting van de heer Van der Linden? De heer van der Linden: Ja. Nogmaals, ik heb geen beeld van al die aanvragen. Maar het klopt, daar staat een ternnijn voor.
En we hebben nu niet het volledige beeld of alles binnen is en wat er allemaal aangevraagd en toegekend is. Wat we wel weten, is dat in sommige gevallen die aanvragen niet compleet zijn. En daar moet natuurlijk nog wat uitzoekwerk verricht worden. Maar ik zeg namens collega Heijkoop toe dat we de raad voor de zomer infornneren met een brief, een rib. Dat is dus niet een brief aan de mensen die het betreft. Een brief aan u. De heer Safranti: Nee, dat had ik wel door. De voorzitter: De heer Safranti. De heer Safranti: Ja, dat had ik wel door. Aileen, de vraag is: ik heb tot op heden dus van niemand gehoord, buiten de klanten die dus vanuit de sociale dienst al bekend zijn. Want die hebben hem al toegekend gekregen. Maar mensen die dus echt vanaf 19 april zelf hebben aangevraagd, heb ik van niemand -ook steekproefsgewijs op pad geweestnnaar van niemand heb ik dus al een uitspraak over gehad. Dus dat ze hem al ontvangen hebben. Niemand! De voorzitter: Nog kort een keer de heer Van der Linden. Ik weet niet of u er nog een nadere toelichting op heeft. En anders... De heer Van der Linden: Nee. Nou ja, daar neenn ik dan kennis van. Maar misschien is het goed om na de uitzending even te kijken over hoeveel mensen dat gaat. Want ik kan me voorstellen dat u veel mensen spreekt. Maar dat is natuurlijk ook niet de hele stad. En dan nnoeten we daar misschien even later op terugkomen.
3
De heer Safranti: Dat is beter. De heer Van der Linden: 3a? De voorzitter: Het lijkt me goed dat u dat zo nog afstemt. Dank u wel, de heer Van der Linden, de heer Safranti.
Stikstofproblematiek De voorzitter: De laatste vraag is een vraag van Beter voor Dordt. En mevrouw Koole die gaat hem toelichten, denk ik. Mevrouw Koole-Bruurmiin: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, we hebben allemaal afgelopen week kennis kunnen nemen van de stikstofplannen. En we kunnen ons vanuit Beter voor Dordt heel goed voorstellen dat deze plannen van het kabinet veel onrust en onduidelijkheid geven bij onze Dordtse boeren. De vragen die wij hierover hebben, hebben we vandaag schriftelijk ingediend. En we gaan ervan uit dat de wethouder daar kennis van genomen heeft. Graag een reactie. De voorzitter: Ja, volgens mij is dit nornnaal gesproken de portefeuille van een van de nieuwe wethouders? De heer Van der Linden: 3a. De voorzitter: Mevrouw De Jonge, denk ik? De heer Van der Linde: Ja, dat is... De voorzitter: En u gaat hem... De heer Van der Linden: Ik ga hem eventjes waarnemend beantwoorden. Ja. Nou, ik lees de vraag nog even dan voor. Is er bekend welk percentage stikstof op het Eiland van Dordt gereduceerd moet worden? Nou, wellicht heeft u allemaal kennis kunnen nemen van die kaart. Dat is wel een kaart op, nou ja, daar zitten best wel details op, maar het is wel een kleine kaart voor een groot gebied. Het Eiland van Dordt is in een aantal zones verdeeld. En hiervoor geldt: het grootste deel is gelegen in de zone 'bebouwd, semi-bebouwd en recreatie'.
En daar is geen reductiedoelstelling aan gekoppeld. Binnen het Natura 2000-gebied, de Biesbosch, geldt een reductiedoelstelling van mininnaal 95 procent. Dat is natuurlijk fors. En verder zijn de zones benoemd als 'transitiegebied' en ‘gebieden met minder beperkingen'. En daar gelden andere percentages voor. Het is wel zo dat het kaartmateriaal wat we nu hebben, sinds vrijdag, nogal lastig te lezen is als het gaat om de exacte begrenzing van de deelgebieden. Eerste reactie, daar vraagt u naar. Heeft het college zelf al een eerste reactie op de plannen? En wat zijn de gevolgen van deze plannen voor de Dordtse boeren? Nou, onder leiding van de provincie wordt al geruime tijd gewerkt aan een gebiedsgerichte aanpak, voor de Biesbosch. En in deze aanpak wordt samen met betrokkenen, waaronder landbouw, gewerkt aan het realiseren van een z6danige ennissiereductie in de omgeving van de Biesbosch dat de kritische depositiewaarden -de kdw- niet nneer worden
4
overschreden. Hierbij wordt overigens niet alleen naar de landbouw gekeken, maar ook naar mobiliteit, recreatie, industrie en scheepvaart. Ook zij nnoeten hun bijdrage leveren. Die aanpak, die gebiedsgerichte aanpak zoals het tot nu toe gevoerd wordt, biedt ruimte voor maatwerk. De door het Rijk gepresenteerde reductiedoelstellingen zijn fors, maar nu op dit moment nog niet te relateren aan individuele bedrijven. Laatste vraag: heeft het college at contact gehad met de Dordtse boeren? Zo niet, waarom niet? En zo ja, wat was hun eerste reactie? Nou, naar aanleiding van vrijdag hebben wij buiten de gesprekken in het kader van de gebiedsgerichte aanpak die at gevoerd worden, en zijn, onder regie van de provincie Zuid-Holland- nog geen nieuw contact gehad. De reductiedoelstellingen zijn op dit moment ook wel te generiek om heel specifiek op in te gaan. En om in te schatten en op basis waarvan dus in ieder geval de gesprekken met de landbouwsector aan te gaan zijn. Maar natuurlijk, heel het land zit te wachten op detaillering voor je eigen gebied. En dat gaat de komende tijd vast gebeuren. Een lang verhaal. We gaan hier vast nog vaker over praten.
De voorzitter: Dank u wel. Vraag zo voldoende beantwoord? Mevrouw Koole-Bruurnnijn: Ja, dank je wel. De voorzitter: Oke. Ik zie de hand van de heer Van Dam Tinnmers. Maar hier heb ik nu geen vraag nneer staan. De heer Van Dam Tinnmers: Voorzitter, dat klopt. Het is nneer een algemeen punt. De heer Van der Linden zien we hier natuurlijk graag. Maar andere wethouders zijn veelal wel ook aanwezig hier. En is het niet veel toepasselijker als zij dan ook de vragen beantwoorden die aan hen of hun portefeuille gericht zijn? En nnijn vraag is eigenlijk: waarom doen we dat niet?
De voorzitter: Nou, misschien gaat de heer Van der Linden daar een reactie op geven. De heer Van der Linden: Nou, daar kan ik wel kort op reageren. Het heeft soms te maken met het felt dat een collega dan de rest van de avond geen agenda heeft hier. Of soms ook omdat hij wel agenda heeft elders. En zo komt dat dan steeds uit. Maar we zullen er goeie notie van nemen. Het is op zich ook wel fijn om eens iemand anders voor de microfoon te zien. He? Zo fair wit ik ook wel zijn. Ja. De voorzitter: Ja, inderdaad. Dank voor uw toelichting. En ik denk inderdaad dat het een goed signaal is vanuit het college ook om een vraag zelf te beantwoorden. Als dat kan en binnen de portefeuille past. Voor nu denk ik voldoende. Ik wens iedereen een goede avond. En ik sluit dit vragenhalfuurtje.
5
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE DORDTSE DINSDAG SESSIE 1 D.D. 14 juni 2022 Vergaderkamer 1
2. Vaststellen kaders en proces doorontwikkeling dagrecreatieterrein Nieuwe Dordtse Biesbosch en beschikbaar stellen van krediet — Raadsvoorstel Voorzitter: nnevr. Van Engelen Raadsgriffier: dhr. Vullings Verslag: NotuBiz
De voorzitter: Beste mensen, het is half acht, het is de hoogste tijd om te beginnen. Welkonn allemaal. Ik ben Yara van Engelen, ik ben vanavond jullie voorzitter. Ik zie wat mensen op de publieke tribune, welkom. Welkom mensen thuis en natuurlijk welkonn aan alle commissie- en raadsleden en wethouders zie ik ook zitten en we hebben vanavond een presentatie van, dan nnoet ik het goed zeggen, Lianne Suijker, die zit hier naast mu. Even het doel van vanavond. Het is een technische briefing. We weten allemaal waarover: doorontwikkeling dagrecreatieterrein Nieuwe Dordtse Biesbosch en dit is vooral bedoeld onn de nieuwe raads- en connnnissieleden even op vlieghoogte te brengen. Dus echt van: waar staan we nu en wat gaan we doen? Want het is een langlopend project. In juni, 21 juni dan volgen er nog rondetafelgesprekken en dan komen er ook belanghebbenden, omwonenden, grondpachters, ondernemers, dus dan hebben we het er ook weer verder over. Dus vanavond gaat het echt over: waar staan we nu? En iedereen weer even op de hoogte brengen en dat gaan we doen door middel van een presentatie van Lianne, maar eerst nnag ik het woord geven aan onze portefeuillehouder Tanja. Wacht even.
Want we hadden het er net over en misschien is het handig, want jullie hebben je net voorgesteld, maar dat de hele commissie zich ook eventjes voorstelt, een klein rondje doen, even je naann en partij opnoemen en dan gaan we zo beginnen. Dan begin ik rechts. Mevrouw Pichel: Ruby Pichel, Forum voor Democratie. De heer Maroof: Abdul Maroof, partij DENK Dordrecht. De heer In 't Veld: Richard in 't Veld, VSP. De heer Noldus: Robin Noldus, Dordtse VVD. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Jeanine Lannnnens, Dordtse VVD. Mevrouw Koene: Irene Koene, Gewoon Dordt. Mevrouw Kruger: Kitty Kruger, GroenLinks Dordrecht. De heer Tutupoly: Gersom Tutupoly, Op Ons Eiland. De heer Klerk: Albert Klerk, CDA.
6
De heer Struijk: Leen Struijk, ChristenUnie/SGP. Mevrouw Van Herwijnen: Irma van Herwijnen, Partij voor de Dieren. De heer Groenewege: Peter Groenewege, Partij voor de Dieren. De heer Vervoort: Bert Vervoort, Verenigde Senioren Partij. De heer Okkerse: Mario Okkerse, SP. Mevrouw Koole-Bruurmijn: Astrid Koole-Bruurnnijn, Beter Voor Dordt. De heer Katif: Jacques Katif, Beter Voor Dordt. Mevrouw Schnabel: Marije Schnabel, PvdA. Mevrouw Verbeek-Versluis: Femke Verbeek, PvdA. De heer Van Gogh: JeIle van Gogh, beleidsadviseur bij de gemeente. De voorzitter: En dan zijn we gelijk terug bij Tanja en dan nnag jij gelijk het woord overnemen.
Mevrouw De Jonge: Ja, dank u wet. Ja, even heel kort. De voorzitter: Excuus, er zitten ook nog mensen achter de tafel. Sorry. Mevrouw Rutten-Alberts: Saskia Rutten-Alberts, PVV. De heer Drooq: Andre Droog, ChristenUnie/SGP. De voorzitter: En dan kijk ik nog een keer rond. Daar nog. De heer Stam: Om het dan maar af te ronden, Marco Starr', Beter Voor Dordt. De voorzitter: En dan gaan we nu echt naar Tanja. Mevrouw De Jonge: Ja, dank u wet. Ja, hartstikke leuk om in uw midden te zijn., Het eerste onderwerp, dus dat is hartstikke leuk en een heel mooi onderwerp wat al wet een hele historie kent en voor de nieuwe raadsleden inderdaad zoals werd gezegd, u even nneenemen in die historie om te kijken waar we nu staan. Misschien voor de raadsleden die al langer op dit dossier meelopen misschien ook weer even een opfrisser van hoe en wat. We hebben gemeend ook dit weer te agenderen. Er is heel wat gebeurd, maar we zitten ook op het punt dat we verder willen met het terrein. Er zijn nog steeds vragen van: wat mag daar? Wat kan daar? Daarvoor hebben we natuurlijk eerst van uw raad een besluit nodig over een visie en kaders voordat wij weer verder kunnen met participatie over hoe we verder willen met dit gebied, dus vanavond een technische briefing. Stel alstublieft heel veel vragen zodat wij ook weten wat er bij u leeft en verder kunnen met dit voorstel.
7
De voorzitter: Dan geef ik het woord nu aan mevrouw Suijker. Mevrouw Suijker: Super, ja, hij werkt. Kijk eens aan. Nou, fijn. Dank u wel voor het woord, nnevrouw de voorzitter. Het dagrecreatieterrein, vandaag een beeldvormende presentatie onn u een beetje up to date te krijgen van: waar staan nou Hoe zit dat nou in dat terrein en wat gaat er nu eigenlijk gebeuren? Ik ben hier met mijn collega JeIle van Gogh die vanuit beleidsrecreatie ook het een en ander zal vertellen. Waar we vandaag naar gaan kijken, allereerst de locatie. Het is misschien wel even handig om te weten. Waar is het eigenlijk? Waar moeten we eigenlijk naartoe fietsen op een nnooie zondag? Dan gaan we kijken naar het verleden, dagrecreatieterrein in bredere context. Daar gaan we op uitzoomen. Daar gaat leIle zo meteen wat over vertellen. Vervolgens laat ik u een tijdlijn zien vanaf het begin tot aan 2021. Wat is er eigenlijk stapsgewijs allennaal gebeurd? Daarna, wie zijn de belanghebbenden? Want dat zijn er een hele hoop. Daarna gaan wij in op een aantal vragen over het verleden en de context. Dat is ook het moment waarop u mij vragen kan stellen. Als dat vragenrondje is geweest, dan gaan we vervolgens door naar de toekomst en dan gaan we het hebben over de grootste gesprekspunten en de relatie tot het voorstel zoals het nu voor u ligt. Goed, het dagrecreatieterrein, onderdeel van de Nieuwe Dordtse Biesbosch.
Op nummer een staat de Noorderdiepzone. Dat zal u vast wel kennen als u op een mooie zomerdag door het gebied heen fietst, dan fiets je daar door het nieuwe gebied wat nog niet zo heel lang geleden is aangelegd en als je dan vervolgens doorfietst weer terug richting Dubbeldam, dan kom je op numnner twee terecht. Dat is het dagrecreatieterrein. Het ligt langs de Provincialeweg. Als we inzoonnen dan ziet het er zo uit met aan de onderzijde de Zeedijk, bovenzijde de Zuidendijk. Links ziet u het fietspad waar u doorheen fietst als je richting de Zuidendijk gaat. Dit is ook hoe het er nu uitziet, 38 hectare groot. Dat komt ongeveer overeen met 55 voetbalvelden, dus dat is een behoorlijk perceel. Rechtsboven ziet u parkeerterrein dat in 2017 is aangelegd en de rest van het gebied wordt nu nog verpacht, dus dat is eigenlijk niet toegankelijk. Daar maken verschillende boeren gebruik van. Nou, als we nog verder inzoonnen, dan ziet het er zo uit. Eventjes voor een gevoel even naar buiten. Dit is waar we het over hebben. Ik geef nu heel even het woord aan mijn collega JeIle, want we zoomen nu weer even uit. We zijn nu in het gebied geweest. Nu zoomen we even uit naar het geheel. De heer Van Gogh: Het dagrecreatieterrein gaat al eventjes nnee in de plannen. Ter illustratie komt deze plaat uit de structuurvisie 2020.
Dat is een document uit 2008, dus dat is al enige jaren terug en voordat het in de structuurvisie belandt is er at vaak over nagedacht. Na dit document is het ook beland in de structuurvisie 2040 en daarna ook in de huidige structuurvisie, de huidige omgevingsvisie, nnoet ik het goed zeggen, waar dagrecreatieterrein, de locatie van het dagrecreatieterrein een plek heeft gekregen als groen recreatiegebied hier met een van de sterren aangegeven als een van de poorten van de stad naar het buitengebied toe, naar de Biesbosch toe. U ziet hier een groene zone. Als ik een slide verder ga is het een plaat uit de huidige omgevingsvisie. Hier met bestippelde lijn aangegeven het zogeheten transitiegebied wat we daar noemen. Dat is een zone tussen de bebouwde omgeving van de stad en het Natura 2000-gebied van de Biesbosch. Dit gebied is belangrijk voor ons recreatievraagstuk voor het verdelen van de recreatieve druk op en rondom ons eiland, met name de groene recreatie. We willen
8
daar een stukje recreatiedruk opvangen wat nu steeds meer relevant woord nu we ook meer woningen willen bouwen en recent ook het stikstofrapport dat is naar buiten gekomen waarmee duidelijk is geworden dat ze het Natura 2000-gebied zorgvuldiger mee om moeten gaan met activiteit en de laatste jaren is dat al ingezet. Met de nieuwe Dordtse Biesbosch zelf was daar ook een project binnen. We zien de Louisa- en Cannemanspolder, de ontwikkeling daarvan. We zijn nu druk bezig met de Merwedeheuvel naast de zwennplas bij de Merwelanden en zo ook staat het dagrecreatieterrein op de agenda al enige tijd in de plannen om ontwikkeld te worden en daar zijn wij nu vanavond een informatiesessie voor. Dan geef ik hem weer terug aan Lianne. Mevrouw Suijker: Goed. Dat is dus even uitgezoonnd. Als we nu even terug zoomen dan zien we inderdaad die drie corridors waar JeIle het net over had. De Merwelanden, het dagrecreatieterrein en sportterrein Schenkeldijk, dat zijn eigenlijk de drie zogenoemde toppunten, oftewel toeristische overstappunten wear mensen near toe kunnen gaan, daar kunnen parkeren, hun fiets kunnen neerzetten en vervolgens verder het gebied in kunnen gaan. Dus in die zin is het dagrecreatieterrein heel strategisch neergelegd om van daaruit het gebied verder te gaan verkennen. Dan de tijdlijn.
Hoe is het dus ontwikkeld? In 2012 was het dagrecreatieterrein onderdeel van de Nieuwe Dordtse Biesbosch. Toentertijd stond er op de plannen dat er inclusieve recreatie met zwem bad zou komen. In 2015/2016 is er een besluit genomen om normale varianten aan te leggen, dus dat is het terrein zoals het er nu ligt, 1,7 hectare waterberging, een fietspad, een parkeerterrein van 50/48 auto's wet potentieel uitgebreid kan worden near honderd auto's. Vanwege bezuinigingen en leefbaarheid van het polderschap heeft de read toentertijd besloten om die nninimale variant aan te leggen, maar wells toen heel duidelijk het doel van het dagrecreatieterrein nog een keer uitgesproken, namelijk het verspreiden van de recreatiedruk. Nou, aan de hand van dat doel hebben er in 2018 kader stellende gesprekken plaatsgevonden met de commissie fysiek waarin de commissie heeft nneegegeven dat kaders moeten zijn, natuur, wandelen, avontuurlijk, natuurlijk spelen, mini-beleving van de Biesbosch, geen grote recreatie en een horeca passend in het landschap en duurzaam. Aan de hand daarvan is de gemeente de visies en kaders verder gaan ontwikkelen, hebben de gesprekken met omwonenden plaatsgevonden, met de terugkeer near de commissie fysiek in januari 2020 en wederonn gesprekken met de omwonenden ook in dezelfde maand.
Dat heeft geleid tot de visies en kaders die onder andere nu ook voor u ligt en in mei 2020 is dus eigenlijk al een raadsvoorstel bij de raad ingediend om de kaders en uitgangspunten van het doorontwikkelen dagrecreatieterrein vast te stellen. In september 2020 zijn de bewoners van de Bovenhoek, bewoners van de Zuidendijk die hebben zich verenigd in het plan Bovenhoek en die zijn met een soort alternatief plan gekomen dat enigszins betrekking heeft op het plan, maar wel op punten er anders over nadenkt. Dus in september 2020 heeft de wethouder een gesprek gehad met de indieners van plan Bovenhoek en daar zijn een aantal dingen uitgekomen, namelijk het schrappen van de mogelijkheid van het door ontwikkelen speelvijver near zwennwater. De vormgeving van het water zou een meer natuurlijke uitstraling te krijgen. Verder heeft hij met hen gesproken over het beperken van de horeca sluitingstijden en verder, de horeca zou in die zin meer kleinschalig zijn met de recreatieve nevenfunctie. Ook is toen afgesproken om de
9
bewoners te betrekken bij de ontwikkeling van de ontwerpen en de wethouder heeft toentertijd de raad akkoord gevraagd, gevraagd akkoord te gaan met de visie en kaders met deze wijzigingen. Dat lag toen voorbij de raad, maar vervolgens is er in oktober 2020 een annendement ingebracht bij de Viersprong. Dat is een ander project. Dat is het speelbos bij De Elzen. Daar was toentertijd een discussie van zwemplas wel of niet en toen is er een amendennent ingebracht om het geld van de Viersprong niet over te hevelen naar het dagrecreatieterrein, maar tegelijkertijd is ook het hele project dagrecreatieterrein toentertijd geschrapt. Dat betekende eigenlijk heel praktisch dat er toen eigenlijk geen project meer was in oktober 2020, dus de ambtelijke organisatie kon niet verder met de ontwikkeling van het dagrecreatieterrein. Waarom kiezen we er nu toch voor om verder te gaan? Nou, het annendement ging hoofdzakelijk over het overhevelen gelden Viersprong naar dagrecreatieterrein en niet zozeer over het dagrecreatieterrein zelf. Verder is er een afspraak met de provincie om het dagrecreatieterrein te gaan ontwikkelen, dus meer dan wat er nu ligt en er is simpelweg een grotere recreatiedruk op het eiland van Dordrecht en dat moet verspreid kunnen worden.
Om deze redenen hebben we toch het project weer opgepakt en zijn we in gesprek gegaan met de mensen van de Zuidendijk wederom met plan Bovenhoek. Wij zijn daar naartoe gegaan en hebben gevraagd: wat kunnen we doen om het project toch weer !even in te blazen? Om een voorstel te maken waar iedereen blij van wordt? Daar is wederom afgesproken om de visiekaders vast te stellen met uitzondering van het zandstraatje, dus dat ligt dus ook voor nu. Ik zal daarna de vragenronde nog wat meer op ingaan. Verder, door een participatietraject omwonenden in de stad te betrekken bij de ontwikkeling van het hele gebied. Dat staat ook in het voorstel. Daar ga ik ook zo meteen nog even lets meer op in. En we hebben aangegeven dat de gemeente ervoor kiest om multifunctionele gebouwen wel doorgang te geven waarbij het inkaderen van de sluitingstijden niet gewenst is, simpelweg omdat dat de mogelijkheden van de ondernemer gewoon heel erg inkadert. Toentertijd is er uitgesproken dat de sluitingstijden ingekaderd zouden worden tussen zonsopgang en zonsondergang. Dat zou in de winter betekenen dat de ondernemer van een nnultifunctioneel gebouw om vijf uur 's middags zou moeten sluiten. Dan krijgen we niet een heel rendabel gebouw van.
Wat we toen wel hebben afgesproken of uitgesproken is dat we de bewoners van de Bovenhoek of de Zuidendijk te betrekken bij de selectiecriteria ondernemers om op die manier een onderneming te krijgen die voldoet aan de wensen van de omwonenden om op die nnanier de overlast te beperken en een ondernemer te vinden die past bij de ideeen van de Bovenhoek, past bij de ideeen van het dagrecreatieterrein. Zoals u hoort zijn er heel veel gesprekken met de omwonenden plaatsgevonden, maar er zijn eigenlijk nog veel meer belanghebbenden. Ik heb ze even hier grofweg op een rijtje gezet. Denk aan pachters en eigenaren van de omliggende percelen. Denk aan de Dordtse burger, 120.000 inwoners die uiteindelijk gebruik gaan maken van dit terrein, ondernemers en die geven heel duidelijk aan dat zij in 2021 te weinig gehoord zijn naar de ontwikkeling van het raadsvoorstel. De reden is heel simpel. Er is in principe geen project, dus al die gesprekken met al deze belanghebbenden kunnen we niet aangaan. Verder, Staatsbosbeheer, provincie, waterschap, natuurorganisaties, belangenorganisaties, recreatieorganisaties en natuurlijk de gemeente zelf met haar opgaves op het gebied van duurzaannheid, klimaatadaptatie, ecologie enzovoort, enzovoort. Al die gesprekken hebben dus niet plaats kunnen vinden, maar willen we wel een plek gaan geven in het
10
voorstel in het proces wat wij nu aan u voor gaan leggen, dat ik zo nneteen na deze vragenronde aan u voor gaan leggen. Zijn er op dit moment vragen over het verleden en de context? De heer Tutupoly.
De heer Tutupoly: U geeft aan dat de gesprekken niet hebben plaatsgevonden omdat er geen project was, maar met onnwonenden begrijp ik hebben die gesprekken wel plaatsgevonden. Waarom wel met de bewoners en niet met andere belanghebbenden als de reden is dat er geen project nneer was? Mevrouw Suijker: Ja, een hele goede vraag. Een hele relevante vraag. Kijk, we merken dat dit project politiek een heel gevoelig lets is en op het moment dat we met bepaalde mensen niet in gesprek gaan, dan zou het proces ook geen voortgang kunnen krijgen en om een procesvoorstel te maken dat aan de wensen, voornamelijk aan de bewoners van de Zuidendijk, was het belangrijk om dat gesprek wel aan te gaan. De voorzitter: Vervolgvraag? De heer Tutupoly: Ja. De voorzitter: Ja. De heer Tutupoly: Ik las ook in ieder geval dat uiteindelijk dat het plan moet zijn dat het door de bewoners, de inwoners van Dordrecht ook gedragen wordt. Desondanks zie ik in ieder geval hier staan dat die zwemplas zal ik maar zeggen min of meer geschrapt is in verband met de gesprekken die hebben plaatsgevonden met de bewoners daarbij.
Zou je dan eigenlijk niet ervoor moeten kiezen om dat veel breder te trekken en als je het eigenlijk hebt over een plan dat voor alle inwoners gedragen zou nnoeten worden dat je dan eigenlijk niet op voorhand die zwemplas al wegstreept? Mevrouw Suijker: Ik denk dat dit een politiek belangrijke vraag is, dus daar passeer ik even op als u dat goed vindt, want dat is denk ik een politieke vraag. De voorzitter: Zijn er verder nog beeldvormende vragen over het verleden? Dan begin ik even bij mevrouw Oostdijk, Lamnnens-Oostdijk. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Bij de Viersprong, hoe zit het daar met de horeca die daar zit en de zwemvijver die daar zit? Wordt dat verder uitontwikkeld? En bij de Merwelanden hebben we dat natuurlijk ook. Hoe staat dat in verhouding? Hoe gaan de recreatiemogelijkheden zijn daar? Mevrouw Suijker: Nou, heel toevalligerwijs ben ik ook projectmanager van de Viersprong, dus dat scheelt dat ik deze vraag kan beantwoorden. De horeca in de Viersprong wordt verpacht door Staatsbosbeheer, dus dat is niet in onze handen en naar ik mu j meen te herinneren, maar u moet mij daar niet op vastpinnen, is die horeca is dat verpacht tot 2029, dus dat over de horeca. Mevrouw Lamnnens-Oostdijk: Maar is daar horeca. Ik zit hier net nieuw in de raad, maar ik hoorde dat je daar drie koude koffie kreeg, zoiets.
11
Mevrouw Suijker: Dat zou voor sommige de ervaring kunnen zijn, maar ik kan daar niet verder over spreken. Er is daar een horeca-establishment van 300 vierkante meter. Mevrouw Lammens-Oostdijk: En wordt die ook gebruikt? Mevrouw Suijker: Naar onze ervaring niet zozeer. JeIle, ik pass hem even naar jou toe als recreatie. De heer Van Gogh: Er is een pachter. Die is niet altijd even actief. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Maar is het dan niet nnogelijk om De voorzitter: Bij een vervolgvraag en even via de voorzitter, anders wordt het een gesprek. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Mevrouw de voorzitter, is het mogelijk dan dat kijk, als op de Viersprong al alles is, is het dan niet beter om dat beter te ontwikkelen dan om lets te gaan doen wat weer heel veel geld gaat kosten? Als dat er al is, dat is toch zonde? De voorzitter: Dat is volgens mij ook geen beeldvormende vraag. Dat gaat al richting de politiek, dus die slaan wij eventjes over. Mevrouw Lammens-Oostdijk: Volgende week. De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Ja, dank u wel. Ja, ik wilde vragen, als ik het goed las ligt het nu in het plan om de bewoners te betrekken bij de criteria voor de ondernemer. Hoe nnoet ik me dat verbeelden? Mevrouw Suijker: Hele goede vraag.
Als dit soort dingen in de markt worden gezet, dan komen er vaak selectiecriteria voor een bepaalde ondernemer, want het is natuurlijk onze grond en wij willen dat uiteindelijk we daar een ondernemer kwijt willen die past bij onze wensen en eisen, dus dan maak je selectiecriteria om tot een goede ondernemer te kunnen komen. Verduidelijkt dat het wat? Mevrouw Kruger: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Dank. Zover was ik ook een beetje, maar ik probeer mij te bedenken van: wat kunnen dan de criteria zijn? Want ik bedoel, je bent daar bewoner. Stel dat de bewoners, ik zeg maar even wat, echt eigenlijk niet zoveel onderneming willen, dus gaan dat heel erg beperken in ook de openingstijden, noem alles maar op. Wat voor ondernemer kunnen we daar dan weer ... Ja, wie krijgen we daar dan zo ver om daar dan toch wat te ontwikkelen? Mevrouw Suijker: Dat is ook een hele goede vraag.
12
Mevrouw Kruger Dan is die misschien van de Viersprong wel handig om te zetten als die niet zoveel activiteiten organiseert. Mevrouw Suijker: Op dat laatste kan ik helaas niet ingaan. Mevrouw Kruger: Nee hoor. Mevrouw Suijker: Waar ik wel op in kan gaan, ja, hoe doe je dat dan? Dat zijn natuurlijk best wel wat criteria waar je op kan selecteren, de doelgroep, de tijden, het soort horeca of het soort functioneel gebouw, het soort activiteiten. Dat zijn allemaal dingen waar je over na kan gaan denken, alleen we kiezen daar wel bewust voor om daar nu nog niet over na te denken en pas eerst, en daar kom ik zo meteen even op, eerst het gebied zelf te gaan ontwikkelen en vervolgens aan de hand daarvan selectiecriteria voor de ondernemer uit te gaan zetten. En het gevaar, het risico bestaat dan wel dat er dan eventueel een ondernemer, dat er dan eigenlijk geen ondernemer meer zou willen, simpelweg omdat het dan al te veel ingekaderd is en dat risico moeten we zien te voorkomen gedurende het proces. De voorzitter: Voldoende beantwoord zo? Ja? Oke. Dan gaan wij eerst naar mevrouw Schnabel, dan naar mijnheer Groenewege en dan naar nnevrouw Koene. Mevrouw Schnabel Dank u wel.
Ik vroeg me af zeg maar of het afschieten, of althans, die zwemplas die niet mogelijk zou kunnen zijn, zijn dat vooral de omwonenden of is dat Staatsbosbeheer op dit moment? Mevrouw Suijker: Heeft u het over de viersprong of heeft u het over het dagrecreatieterrein? Mevrouw Schnabel: Over het dagrecreatieterrein. Mevrouw Suijker: Dat zijn namelijk twee aparte dingen. De Viersprong is helemaal ten westen van de Noorder diep zone en de dagrecreatie terrein ten oosten. Op het dagrecreatieterrein zou in theorie een zwemplas nog steeds mogelijk zijn. De voorzitter: De heer Groenewege. De heer Groenewege: U had het erover dat het dagrecreatieterrein is bedoeld om de recreatiedruk op de Biesbosch te vernninderen of in ieder geval ten dele daarvoor is bedoeld. Hebben jullie er een beeld van in hoeverre dat zou gaan gebeuren en of dat ook vermindert als die zwemplas niet gerealiseerd wordt, die functie van recreatiedruk verminderen? Mevrouw Suijker: Ik zet deze even door naar JeIle als je dat oke vindt. De heer Van Gogh: Er is geen uitgebreid onderzoek naar gedaan naar eventuele recreatiedrukvermindering. Het is inspelen op de trend van verhoogde recreatiedruk en dat er meer voorzieningen worden gerealiseerd om die overdruk te kunnen opvangen.
13
De voorzitter: Voldoende beantwoord? Ja? Dan gaan we naar mevrouw Koene. Mevrouw Koene: Nou, dank voorzitter. Ik krijg het niet helennaal mee, maar ik begrijp dat het gehele plan dagrecreatie terrein is zeg maar even afgeschoten zoals ik het net hoorde en er waren een aantal redenen om wel door te gaan of het weer op te pakken, onder andere een afspraak met de provincie, maar kan je nog even de precieze afspra ken of de precieze redenen om het toch weer op te pakken noemen? Mevrouw Suijker: De precieze redenen of de precieze reden voor de provincie? Mevrouw Koene: Nee, de reden waarom jullie het weer gepakt hebben. Mevrouw Suijker: Dat wij het weer opgepakt hebben. Ja, dat waren deze drie. Allereerst het amendement ging hoofdzakelijk over het overhevelen van de gelden, niet zozeer over het dagrecreatieterrein zelf, dus eigenlijk is er nooit echt een duidelijke uitspraak gedaan over dagrecreatieterrein. Ten tweede, de afspraak met de provincie om dit gebied te ontwikkelen dat staat. Er zijn beheermiddelen, er zijn middelen van de nieuwe Dordtse Biesbosch, daarvan heeft provincie gezegd: die moeten ingezet worden op het dagrecreatieterrein. En verder de enornne recreatiedruk op het eiland van Dordrecht en dat het heel erg zonde zou zijn dit niet te ontwikkelen. Mevrouw Koene: Dat is uw mening. Mevrouw Suijker: Dat is mijn mening. Daar heeft u helemaal gelijk in.
Dat had ik niet moeten zeggen. Mevrouw Koene: Even kijken hoor, is het echt specifiek dit gebied waar een afspraak met de provincie voor ligt of is het de hele nieuwe Dordtse Biesbosch bijvoorbeeld waar recreatie aan toegevoegd zou kunnen worden? Mevrouw Suijker: Ik zal heel even als u een monnentje heeft de zinsnede naar voren halen. De provincie, even kijken, het staat op paginanummer acht van de visies en kaders die u van nnij heeft gekregen, die u van ons heeft gekregen. Vanwege financiele tekorten in het project en het felt dat de genneenteraad van Dordrecht de zwennplas als te grootschalig heeft beoordeeld heeft zij dit plan geschrapt. Er zijn enkel nnaatregelen uitgevoerd aan de afspra ken van de provincie en het waterschap te voldoen. Dat is de aanleg van 2017. Deze maatregelen worden het casco genoemd en vervolgens staat er: de provincie heeft hiermee ingestennd onder voorwaarde dat wanneer financiele middelen resterend van de Nieuwe Dordtse Biesbosch in het algemeen die in zou worden gezet ten behoeve van door ontwikkeling van een openbaar toegankelijk dagrecreatieterrein. De voorzitter: Acht en negen, is dat voldoende, mevrouw Koene? Ja? Oke. Dan gaan we door naar nog twee vragen. Dan geef ik eerst de beurt aan mevrouw Koole-Bruurmijn. Mevrouw Koole-Bruurmijn: Dank u wel voorzitter.
Ja, u heeft het over het verdelen van de recreatieve druk, zelfs over een hoge recreatieve druk. Verwachten jullie dan of
14
bevorderen jullie dan naast dus alleen de Dordtenaar nog veel meer bezoekers van buitenaf? Dus het bevorderen van toerisme?
Mevrouw Suijker: Ik interpreteer de visie en kaders voornannelijk als het bevorderen of het verdelen van de recreatiedruk vanuit de stad zelf, nnaar dat er toeristen op afgekomen dat is natuurlijk evident. Mevrouw Koole-Bruurnnijn: Oke. De voorzitter: Nog een vervolgvraag? Mevrouw Koole-Bruurmijn: Nee, dank u. De voorzitter: Oke. Dan gaan we naar de heer Struijk. De heer Struijk: Dank u wel voorzitter. Het woord zwemplas is een paar keer gevallen. In eerste instantie was er sprake van dat hij daar zou komen. Dat is afgeschoten. Toen hebben we als raad alles op alles gezet om toch aan de Viersprong te krijgen. Dat is in ieder geval voor 2029 niet meer mogelijk. Begrijp ik nu goed dat het toch nog denkbaar is dat we hier wel een zwemplas gaan aanleggen? Mevrouw Suijker: Het is zeker denkbaar, maar dat is een politieke afweging. De voorzitter: Ja, die is op het randje, mijnheer Struijk. Zijn er verder nog beeldvormende vragen? Ja, de heer Tutupoly. De heer Tutupoly: Ik had even naar aanleiding van mijn eerste vraag toch nog even een nabrander over de gesprekken die met de bewoners wel gevoerd worden, nnaar met andere belanghebbenden niet. In hoeverre ga je dan eigenlijk een haalbaar en gedragen casus krijgen, want als ik nu kijk worden de bewoners in ieder geval al betrokken bij de criteria voor de horecagelegenheid.
Als ik even de stukken lees zou het kunnen zijn dat die daarmee dus niet rendabel wordt en hetzelfde geldt eigenlijk ook voor de zwemplas, dus op het moment dat je in eerste instantie met die bewoners gaat praten en de andere belanghebbenden niet, hoe ver ga je dan nog komen tot een gedragen en haalbare casus uiteindelijk als het aan de voorkant al bepaald gaat worden? Mevrouw Suijker: Wederom, dat zie ik dus als een politieke afweging. Wij hebben een voorstel aan u voorgelegd en daar kan u als raad wat van vinden. De voorzitter: Goed geantwoord. Ik stel voor dat we verdergaan met de presentatie. Mevrouw Suijker: Goed. Dan wat wij dus nu voorstellen, er zijn vier grote gesprekspunten: participatietraject, weg naar de Zeedijk, de zwemplas en het nnultifunctioneel gebouw. Ik begin met participatie, hoe we dat op hoofdlijnen zouden willen invullen. Belangrijk hierbij is te weten dat dit op hoofdlijnen is en dat zodra u akkoord gaat met de plannen dat er ook nog een uitgebreid participatieplan ontwikkeld wordt, dus dit is puur op hoofdlijnen. Maar wat we op hoofdlijnen zouden willen, allereerst in fase een zouden we in coproductie met onnwonenden en andere
15
belanghebbenden schetsontwerpen willen maken voor de inrichting van het hele gebied. En wie die andere belanghebbenden zijn dat weten we dus nu nog niet. We hebben in ieder geval een lijst met belanghebbenden in het algemeen en het participatieplan zou moeten uitwijzen welke belanghebbenden dan ook bij de coproductie betrokken moeten gaan worden. Dan de in fase twee kunnen bewoners uit de stad en andere belanghebbenden aanvullende ideeen en initiatieven voor de inrichting indienen, dus dat is een bredere bilk. Daarna gaat de gemeente aan te slag met de ingediende ideeen en die toetst de initiatieven en ideeen aan kaders en inpassing en aanpassing. Wacht even deze zin loopt niet. Ja. De gemeente toetst de initiatieven en ideeen aan de kaders en past het schetsontwerp daar dan op aan. Dan gaan we weer terug naar de betrokken personen uit fase een die dan hun kans krijgen om hun voorkeur voor ideeen en initiatieven uit te spreken. Met al die informatie gaat vervolgens de gemeente aan de slag om een voorlopig ontwerp te ontwikkelen en dat voorlopig ontwerp wordt dan vervolgens wederom aan u voorgelegd als raad. Ik had een aantal belangrijke dingen hierbij opgeschreven, dus ik pak even mijn briefje erbij.
Ja, dan even belangrijk om mee te geven, raadplegen is belangrijk, nnaar dit traject dat betreft dus heel veel mensen en niet al die ideeen en initiatieven zullen gehonoreerd kunnen worden. De kaders, visie en toezeggingen van de wethouder kaderen de participatiemogelijkheden wel enigszins in en deze beperkte speelruimte zou ervoor kunnen zorgen dat de Dordtse burger dit traject niet geheel als participatie zou kunnen ervaren. Het is dan ook aan u als raad om daar een verdere afweging in te maken.
Mevrouw Kruger: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Kruger, heeft u een verdiepende vraag over de inhoud. Mevrouw Kruger: Een verduidelijkende vraag even. Er staat bij vier betrokken personen uit fase een krijgen kans. Volgens mij is dat iedereen dus of zie ik dat verkeerd? Mevrouw Suijker: Nee, dat is dus de mensen die betrokken zijn geweest bij de coproductie helennaal in het begin. Mevrouw Kruger: Oh, dus niet de inwoners uit de stad. Oke. De voorzitter: Hij is begrepen. U kunt verdergaan. Mevrouw Suijker: Oke. Goed. Dan het volgende gesprekspunt s het wandelpad naar de Zeedijk. Deze komt voort uit de visies en de kaders. Aan de rechterkant ziet u die paarse lijn. Wij stellen voor om deze nu alvast wel aan te leggen. Waarom? Onndat dit een betere ontsluiting biedt vanuit het parkeerterrein naar de Noorderdiepzone. Op het moment moet nog ... Ik ga even kijken over een Ja. Op het moment moeten mensen die hier parkeren vervolgens over de dijk naar het fietspad en kunnen ze op die manier hun weg in de Noorderdiepzone vervolgen. Wij stellen voor om hier nu alvast een pad aan te leggen, uiteraard in goed gesprek met de pachters en de omliggende eigenaren. De aanleg van dit pad staat verdere ontwikkeling van het dagrecreatieterrein in zijn geheel al niet in de weg en zou nu al enigszins helpen om de Biesboschbeleving lets te versterken.
16
Mevrouw Kruger Voorzitter, gelijk weer een verdiepende vraag. Prachtig zo een pad. Wordt er nu direct rekening gehouden met mindervaliden? Mevrouw Suijker: Een hele goede vraag. Ik heb hem opgeschreven. Helaas voor dit pad niet. Waarom niet? Onndat de trap naar de Zeedijk dat nnoet helaas een trap worden waardoor het pad niet geschikt kan worden voor mindervaliden. Voor de mindervaliden is hier de ontsluiting vanuit de dijk, maar uiteraard in de toekonnst als we het hele gebied gaan ontwikkelen zal er wel rekening gehouden worden met mindervaliden. De voorzitter: Goede vraag, maar dit is ook een vraag die aan het einde kan, want dan hebben we nog een vragenmomentje. Dus voor nu echt verduidelijkende vragen als we bijvoorbeeld begrippen niet begrijpen. Mevrouw Suijker: Oke. Dan het zwemwater. In 2015 is het voorstel voor zwemwater definitief geschrapt omdat hiervoor geen politiek draagvlak was en omdat toen nog niet duidelijk was of de juiste zwemwaterkwaliteit behouden kon worden. Ik heb mij laten vertellen dat het technisch wel nnogelijk is om meer zwemwater toe te brengen, maar dat zal wel wat kosten. Zo simpel is het. En de vraag is dan wel als je dat dan doet of dat dan ook door de jaren heen ook de gewenste kwaliteit zou kunnen hebben, want dat betekent dat het water langs een aantal landerijen nnoet.
Daar wordt natuurlijk flink met mest gestrooid, dus het is wel de vraag of de waterkwaliteit ook behaald zou kunnen worden, maar het lijkt niet onmogelijk. Nou, de omwonenden geven aan geen zwemwater te willen, maar voor hun zijn zandstrandjes met een rustig karakter zoals bij de Oosthaven wel denkbaar. Dan, omdat we het toch een paar keer over de Viersprong gaan hebben, ik benoem het hier toch even. In de raadsinformatiebrief is een breder onderzoek naar zwemwater op het hele eiland van Dordrecht aangekondigd en die raadsinformatiebrief is ook een vornn, maar het onderzoek zelf dat ligt buiten dit project om. Oke, dan het multifunctioneel gebouw. Waarom is multifunctioneel zo belangrijk? Het is belangrijk om het gebied als een van de drie ‘...' van betekenis te laten zijn en in onze optiek zal het gebouw daar een grote rol in spelen. Er is een behoefte aan meer horeca in het gebied. Dat horen we van ondernemers, maar ook van recreanten. We willen het gebouw meer functie geven dan alleen horeca en daarom noennen we het een multifunctioneel gebouw. We kiezen voor 500 plus 400 vierkante meter. 500 zit at in het bestemmingsplan. 400 willen we gebruik van maken. Dat kan wel volgens het bestemmingsplan, maar daar zou u als raad over moeten besluiten om een ondernemer een rendabel gebouw te laten exploiteren.
We geven aan dat we het inkaderen van openingstijden als ongewenst zien en dat we daarom dat traject zoals we zojuist hebben uitgelegd voorstellen met die selectiecriteria heb ik het dan over. Wij stellen voor om gebouwen in de markt te zetten na vaststelling van het voorlopige ontwerp. Zo staat het gebouw ten dienste van de omgeving en niet andersom en een participatief proces voor selectiecriteria zodat het gebouw past bij de wensen van onnwonenden. Waarom kiezen we er dan voor om nu alvast het bestemmingsplan te wijzigen? We kiezen ervoor om nu alvast te wijzigen om een gezonde balans te laten zijn tussen coproductie en ruinnte voor ondernemerschap, want als we op dit moment het gebouw in het ongewisse zouden laten, dan is er kans dat tijdens de coproductie het gebouw Oberhaupt geen plaats krijgt, dus daar kiezen we ervoor om nu alvast die ruimte wel te bieden.
17
De voorzitter: De heer Struijk wit een verduidelijkende vraag stellen. De heer Struijk: Ja, ik ga een verduidelijkende vraag stellen. Mevrouw Suijker: Het is uw tijd. De heer Struijk: Kijk, dan mag ik alle vragen stellen. Nee hoor, ik zag nog net dat getalletje van 500 plus 400. Ik heb net gehoord dat bij de Viersprong er sprake is van 300 vierkante meter. Die exploitant die zit daar at jaren. Bij nnijn weten is die niet failliet gegaan in die tijd. Waaronn heb je hier dan zoveel meer vierkante meters nodig om rendabel te kunnen zijn? Dat is wel een verduidelijkende vraag denk ik. De voorzitter: Hij is in ieder geval beeldvormend volgens mu, dus dan mag die door. Mevrouw Suijker: Dit is gebaseerd op een heel aantal gesprekken die plaats hebben gevonden na de ontwikkeling van de visies en kaders. Ik moet heel eerlijk zijn, ik ben niet bij die gesprekken geweest, dus ik weet het antwoord daar niet op, maar de visies en kaders geven wet een duidelijke reactie op het waarom en eventueel kunnen wij ook een verduidelijkende memo daarover delen met. De heer Struijk: Dat zou ik zeer op prijs stellen. De voorzitter: Oke. Dan zijn we aangekomen bij het volgende vragenrondje. Ik kijk even rond. Dan begin ik bij mijnheer Groenewege en daarna nnevrouw Kruger. De heer Groenewege: Ja, ik heb een paar korte vraagjes, dus het is heel makkelijk.
Dat wandelpad, moeten daar bomen voor worden gekapt? Mevrouw Suijker: Uit mijn hoofd niet, maar pin me er niet op vast. De heer Groenewege: Dat ga ik wet doen. De voorzitter: We gaan niemand vastpinnen, mijnheer Groenewege. Dat mag niet. De heer Groenewege: Dat zwemwater, er komt dus geen zwemplas is het idee, maar er komt wet water, toch? Dus hoe ziet dat er dan uit? Wordt dat een soort paddenpoel? Misschien kan je dat een beetje toelichten. Mevrouw Suijker: Ja, een hele terechte vraag. Dat is ook eigenlijk de uitdaging waar je mee zit. Hoe creeer je waterrecreatie zonder dat het zwemwater wordt? Dat is ook bij de Viersprong natuurlijk een ding. Waar je aan kan denken is toch wet een versterking van wat er eigenlijk nu at ligt in de Noorderdiepzone met misschien iets minder grote dieptes, hogere dieptes, maar daar kunt u alles over lezen in de visiekaders ook. De heer Groenewege: Ja, oke en dan willen jullie zandstrandjes realiseren en die moeten er rustig karakter krijgen, maar hoe hou je die rustig als er een recreatiepand naast zit met een horecagelegenheid en een parkeerterrein?
18
Mevrouw Suijker: Daar zou goed over nagedacht moeten gaan worden. De heer Groenewege: Door de raad dan? Mevrouw Suijker: Nee, door ons. De heer Groenewege: En dan een laatste vraag, wordt het gebouw duurzaam en natuur inclusief? Mevrouw Suijker: Ja, dat is wel de bedoeling. De voorzitter: Kijk, dat zijn fijne antwoorden. Mevrouw Kruger. Mevrouw Kruger: Ja, dank u. Nog een vraagje. Dat nnultifunctioneel, dat kan van alles dus zijn, nnaar krijg ik dan hetzelfde antwoord: daar nnoet nog over nagedacht worden van wat dat dan precies qua invulling wordt? Mevrouw Suijker: Ja, dat hangt dan af van de inrichting van het gebied in zijn geheel. Dat bepaalt ook wat voor soort activiteiten er in het gebouw kunnen plaatsvinden. De voorzitter: Mevrouw Koene. Mevrouw Koene: la, dank voorzitter. Een paar vragen. Allereerst coproductie wat daar precies onder wordt verstaan en waarom ervoor gekozen is om eerst te kiezen en een nota uit te werken en daarna pas te gaan participeren. Dus is dat een bewuste keuze geweest, want je had natuurlijk ook eerst kunnen ophalen en dan pas aan een visie kunnen gaan werken. Mevrouw Suijker: Ophalen bij wie bedoelt u dan? Mevrouw Koene: Bij at die belanghebbenden.
Want nu hoor ik een aantal keer: we hebben gekozen voor dit, we kiezen voor dat en volgens mu j kiezen we helennaal nog niks, dus vandaar even geinteresseerd van hoe nou precies dan dat pad is wat er nu bewandeld wordt. Mevrouw Suijker: Nou, allereerst, coproductie Mevrouw Koene: En dan heb ik ook nog een vraag over dat valt om aan nnaar dat komt zo. Mevrouw Suijker: Het pad dat bewandeld wordt, heel nnooi. Nou, laten we het eerst even hebben over die coproductie. Die coproductie dat is eigenlijk letterlijk samen ontwerpen, dat je gewoon echt aan tafel gaat zitten met de omwonenden, met verschillende belanghebbenden om dingen daadwerkelijk in te gaan tekenen. Dan uw vraag waarom ervoor gekozen is om dit proces stellen wij dus nu aan u voor om dit proces, om die gesprekken met de belanghebbenden in te mogen gaan, dus ja, beantwoordt dat uw vraag?
19
Mevrouw Koene: Nee. le wil gaan ophalen, maar je hebt alles al bedacht, dat is eigenlijk een beetje mijn vraag. Mevrouw Suijker: Nou ja, heel veel van wat bedacht is, is eigenlijk al zoals ik zei, het is een beetje vechten geweest sinds 2012, want in 2012 zijn er eigenlijk al een aantal besluiten genomen. Dat is helemaal toe getrechterd tot de visies en kaders die er liggen. Het zou zonde zijn om dat hele proces opnieuw te doen. De voorzitter: Het is natuurlijk al een langlopend project waar we nu of vlieghoogte konnen. Mevrouw Koene: Ik loop ook al lang met het project mee. De voorzitter: Dat weet ik. Mevrouw Koene: Nee, oke. Nou ja, goed, daar gaan we het nog wel over hebben. De vraag is even waaronn er met dat paarse lijntje een pad aangelegd moet worden maar dan uiteindelijk een trap zit terwijI er een andere route is die zo inschattende even lang is. Mevrouw Suijker: Nou, dat scheelt een hele hoop. Mevrouw Koene: Ja, ik weet waar je naartoe wil. Mevrouw Suijker: Hier is de Noorderdiepzone. Dat is dat mooie gebied waar je kan wandelen en dit wandelpad, deze verbinding die ligt er al en die sluit hier dan op aan. Als iennand hier parkeert, dan zal die helemaal om nnoeten lopen via de dijk langs het parkeerterrein om zo vervolgens dat wandelgebied in te kunnen gaan.
Wij stellen nu voor om nu alvast dat pad wel aan te leggen waardoor er een verbinding bestaat en het al wat meer een feeling krijgt van een dagrecreatieterrein, want nu is namelijk dat hele gebied is eigenlijk voor een groot gedeelte verpacht, dus als je dit pad al aanlegt Ik zie u twijfelend kijken. De voorzitter: Was het beeldvormend wel het gewenste antwoord? Nee, maar we kunnen niet in discussie. Zijn er nog andere vragen? De heer Katif. De heer Katif: Dank u wel voorzitter. Waar ik eigenlijk benieuwd naar ben, er is lets wat op tafel getekend is, maar waar ik eigenlijk benieuwd naar ben, dit plan voorziet in een bepaalde behoefte en is die behoefte etherhaupt ooit onderzocht? En je hebt het over een trechter vanaf 2010-2020, maar er moet toch een enig cijfers zijn waaruit blijkt namelijk dat je dit ook zou moeten hebben in Dordrecht of doen we het namelijk omdat we graag in de vaart der volkeren ook iets willen hebben voor toeristen die Dordrecht aandoen? De voorzitter: Ja, ik weet niet helemaal of dit binnen jullie project ligt.
20
De heer Van Gogh: Dit is hetzelfde antwoord dat ik de heer Groenewege heb gegeven, dat het in speelt op de trend en op het ontlasten van de recreatiedruk tegen Natura 2000-gebied aan. De heer Katif: Voorzitter, mag ik nog een verhelderende vraag? De voorzitter: 3a, verhelderend mag. De heer Katif: U zegt trend, maar trends die onderzoek je. Daar heb je een onderzoek voor. Dan kun je gewoon zeggen: lulster, ik heb 120.000 mensen. Daar komen ongeveer 30.000 mensen van buiten. De trend is dat je gewoon voor die mensen, 30.000 daar wil ik lets doen, die wil ik laten recreeren bij ons in de stad. Daar zijn onderzoeken voor. Daar zijn ook nnethodes voor. Ik kan niet een trend op niks baseren. Althans, dat gaat er bij mu niet in. De heer Van Gogh: De trend is voornamelijk gebaseerd op waarnemingen van ondernemers en stakeholders uit het gebied zelf. De voorzitter: Oke. Dan zag ik nog een vraag van mijnheer Klerk. De heer Klerk: Ja, ik begreep dat er omwonenden worden betrokken bij de selectiecriteria voor de ondernenner die in het multifunctionele gebouw komt te zitten. Hoe zeg je dat? Wat nou als die selectiecriteria dus inderdaad wat ook verwoord wordt als risico zo krap zijn dat er geen ondernemer komt, wat betekent dat voor het multifunctionele gebouw, dat dat er helennaal niet meer is? Althans, dat wordt benoemd.
Wat is dan het gevolg voor het project? Heeft het dan nog steeds die toeristische functie, dat hele gebied daaromheen? Hoe cruciaal is dat? Mevrouw Suijker: Ja, ervaring leert dat mensen toch wel richting horeca of richting multifunctionele gebouwen bewegen als zij aan het recreeren zijn, fietsers, wandelaars; het is een beginpunt, het is een eindpunt, het is een tussenpunt. En als je dit gebouw daar niet zou neerzetten dan zou het die functie dus niet meer hebben. De heer Klerk: Maar hoe reeel is het risico? Dat bedoel ik eigenlijk te vragen. Dat het dus niet aantrekkelijk genoeg is voor een horecaondernemer om zich daar te vestigen. Mevrouw Suijker: Ik vind het lastig om dat op dit moment in te schatten simpelweg omdat de politieke discussie ook nog niet heeft plaatsgevonden, dus het is een beetje een kip-ei-verhaal wat we dan gaan krijgen, dus ik denk dat dat echt lets is wat u als politiek zou moeten inschatten deels. De voorzitter: De heer Tutu poly. De heer Tutupoly: Ja, die bewoners die krijgen dus kennelijk een belangrijke rol in ieder geval hierbij. Ik vroeg me eigenlijk af over hoeveel bewoners hebben we het dan in het gebied die zo een belangrijke stem pel krijgen? Mevrouw Suijker: Uit mijn hoofd gaat dat over 45 adressen.
21
De heer Tutupoly: Dus 45 adressen ten opzichte van 119.000 inwoners en die krijgen dus nu een belangrijk stempel als ik het goed begrijp voor de selectiecriteria die dus voor de hele stad van belang kunnen zijn. Dat zie ik dan goed? Mevrouw Suijker: Dat ziet er goed. De voorzitter: Mevrouw Pichel. Mevrouw Pichel: Dank u wel voorzitter. Ik was toch ook wel benieuwd naar iets meer verduidelijking naar aanleiding van de vraag van de heer Katif, want ik hoor dat het antwoord, de aanleiding van dit plan dus gebaseerd is op uitspraken van ondernemers, is dat dan in de vornn van een soort normatief onderzoek geweest of is dit gewoon van horen zeggen? Mevrouw Suijker: Het is dus vrij lastig. Zoals u ziet zit er al een enorme historie aan het project en de visies en kaders zoals die nu ontwikkeld zijn daar zijn heel veel gesprekken hebben daar plaatsgevonden. Die zijn helaas niet allennaal gedocumenteerd, dus ik kan het heel lastig terughalen. Tanja. De voorzitter: Wethouder De Jonge. Mevrouw De Jonge: Dank u wel.
Daar wil ik wel even aanvullend ook op reageren, want er werd gevraagd: zijn er metingen? Er zijn natuurlijk bij de Merwelandenplas zijn wel degelijk constateringen gedaan als het op de topdagen daar echt veel te vol is of gewoon niet goed verdeeld meer was en dat is ook wel een van de redenen om te kijken: hoe verdeel je dan de behoefte om te recreeren in dit gebied? U heeft ook een plaatje gezien met de tussenzone die we bewust ook willen introduceren als overgang van start via de tussenzone naar de Biesbosch met een Natura 2000, want ook dat hebben we gezien natuurlijk in de coronatijd. U bent er waarschijnlijk zelf ook wel geweest, want we wilden toch graag naar buiten, maar het was soms achter elkaar aanlopen en daaronn willen we ook echt gebruik gaan nnaken van die tussenzone. We hebben de Merwelanden, we hebben de Viersprong met De Elzen. We willen een mooi tussengebied daar weer tussen zeg maar, precies daartussenin om te zeggen van: we willen een plek hebben waar die mensen naartoe kunnen gaan als andere plekken te druk worden, maar we willen voorkomen dat ze doorgaan om de kwetsbare Biesbosch daarmee te belasten, dus vandaar dat we voor deze opzet kiezen, vandaar een dagrecreatie en met de directe onnwonenden hebben we natuurlijk direct gesprek. De voorzitter: Mevrouw Koene.
Mevrouw Pichel: Mag ik nog heel even reageren? Mevrouw Koene: Ja, sorry dat ik tussendoor konn, nee sorry, maar het wordt voor een beeldvormende sessie is dit best wel even een lastig verhaal zo, want wij mogen daar dus niet op reageren.
22
De voorzitter: Dat is een redelijk politiek antwoord. Zullen we het dan hierbij laten en verdergaan met de resterende beeldvormende vragen en dit even laten voor wat het is? Dat kan misschien in een latere sessie. Mevrouw Pichel: Ja, nee, ik wilde eigenlijk wel inderdaad juist bedanken voor de opheldering, want ik vond het juist wel heel fijn en mag ik nog even in aanvulling? De voorzitter: Als het weer een beeldvormende vraag is over een ander stuk wel, maar hierover niet meer, want dit wordt te politiek. Mevrouw Pichel: Ik zit even te bedenken of dit meer politiek is of inderdaad ook onderdeel van de beeldvorming. Sorry, ik dacht dat je wat zei. Sorry? Ja, ik ga toch inderdaad Ik wil de bedanken voor de aanvulling, want mijn tip zou zijn dat als wij Want ik ben op zich helemaal voorstander van nnooie ontwikkelingen, maar als we gaan kijken naar de haalbaarheid van het plan of de uitvoering van het plan dan is het natuurlijk heel belangrijk dat dit soort elementen gewoon duidelijk worden als we willen dat daar vooral belanghebbenden mee akkoord gaan, dus het lijkt me vooral wel mooi voor de haalbaarheid van de plannen. De voorzitter: Het gaat vast allemaal nog verhelderd worden in de toekomst. Nog laatste beeldvormende vragen? Ik kan het niet vaak genoeg zeggen. De heer Tutupoly.