2022-05-17 Notulen Dordtse Dinsdag - vastgesteld.pdf
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE DORDTSE DINSDAG GESPREK MET QBUZZ, BLUE AMIGO EN PROVINCIE ZH OVER DIENSTREGELINGEN 2023 DORDRECHT D.D. 17 MEI 2022 Vergaderkamer 1
Voorzitter: mevr. Vol -van der Hoist Commissiegriffier: dhr. Den Boer Verslag: NotuBiz
1. Gesprek Qbuzz, Blue Amigo en Provincie ZH over dienstregelingen 2023 De heer Rotteveel: Ik wil het hebben over hoe het openbaar vervoer werkt. Voor sommige nieuwe raadsleden is dat misschien nieuw, voor mensen die er al langer zitten is het al een wat bekender verhaal. Ik hou het heel erg op hoofdlijnen, we gaan niet de wetstekst in. En ik wil het met u vooral straks hebben over, hoe we kunnen van de provincie met de gemeente samenwerken dat het openbaar vervoer zo goed mogelijk voor de inwoners van Dordrecht en van de omgeving beschikbaar is. Want die samenwerking is essentieel met de gemeente, met Qbuzz. En wij werken ook samen met het RODAG, het Reizigersoverleg Dordrecht, Drechtsteden, Alblasserwaard, Gorinchenn, want zo is het uiteindelijk aanbesteed. Maar vandaag staat uw rol als politiek gremium centraal. We gaan het hebben over de financiele mogelijkheden van het openbaar vervoer, de rol in de economie van Nederland, in de nnaatschappij. Ik vertel u heel globaal hoe het openbaar is georganiseerd. En ik wil het vooral hebben over de rol van u als gemeenteraadslid, de invloed die u kunt uitoefenen, de bevoegdheid die u heeft en die wij hebben. De provincie organiseert het openbaar vervoer, maar de gemeente kan het nnaken of breken. En ik hoop dat u het gaat maken. Openbaar De heer Kleinpaste: Voorzitter? De heer Rotteveel: Ja? De voorzitter: De heer Kleinpaste.
De heer Kleinpaste: Sorry. Mag ik naar aanleiding van de voorgestelde blokjes die aan bod komen ook daaraan toegevoegd zien dat u ook even lets vertelt over de participatie van de inwoners in het concessiegebied? De voorzitter: De heer Rotteveel. De heer Rotteveel: Daar probeer ik aan te denken. En ik vertrouw erop dat u mu j tot de orde roept als ik het mocht vergeten. De heer Kleinpaste: Met nnij nog een aantal denk ik. De heer Rotteveel: Ja, het is me duidelijk dat dit
1
De voorzitter: En graag via de voorzitter, de heer Kleinpaste. Dank u wel. De heer Rotteveel: Ja goed, de financiele mogelijkheden. Het openbaar vervoe... We hebben te maken met corona en vanaf maart 2020 is het aantal reizigers in het openbaar vervoer enorm gedaald. De maatschappij kwam in feite tot ... Ja, raakte op slot, kwam tot stilstand. We kregen een forse bijdrage van het Rijk, de beschikbaarheidsvergoeding openbaar vervoer. En net als de provincie kunnen ze ook bij het Rijk prachtige afkortingen maken, de BVOV. En die heeft de vervoerders, Qbuzz in dit gebied, maar andere vervoerders in andere gebieden, door de coronatijd heen geholpen. Vorige maand is bekend geworden dat de BVOV vanaf 2023 ophoudt te bestaan. Een onderdeel van het ministerie heeft uitgerekend dat volgend jaar bijna alle reizigers weer terug zijn en dat een financiele hulp van het Rijk niet langer nodig is. Wij zetten daar onze vragen bij. Wij zien nu een heel langzame stijging van het aantal reizigers. Dat is nog niet hetzelfde als ook een voldoende stijging van de inkomsten. En we werken samen met andere provincies en met de metropoolregio en de vervoerregio samen om het ministerie op andere gedachten te brengen. Ik wil het niet teveel hebben over rampscenario's als inderdaad die subsidie van het Rijk wegvalt, want dat gaat eigenlijk het bestek van deze vergadering te boven.
Ik wil wel een soort waarschuwing afgeven van, de budgetten zijn heel erg krap. We kunnen het hebben over hele kleine verschuiving. Een beetje meer hier, een beetje meer daar, maar er is niet echt ruimte voor extra wensen. Wat is de bijdrage van goed openbaar vervoer. Openbaar vervoer zorgt voor een aantrekkelijke woonomgeving, omdat je betrekkelijk weinig voertuigen nodig hebt, voor mobiliteit die klimaatvriendelijk is. Heel veel bussen in het DMG-gebied zijn elektrische bussen, waarvan de uitstoot in ieder geval niet vanuit de voertuigen zelf is. Ze zijn ook stil, dus de uitstoot van geluid is heel beperkt. Ze zorgen voor een inclusieve samenleving. Iedereen kan meedoen. En in Dordrecht ook met het speciale voorrecht voor 65-plussers, dat ze gratis met het openbaar vervoer tegen een hele kleine tegennoetkoming. En het zorgt voor een mooie leefomgeving, omdat weinig voertuigen op straat meer ruinnte overlaten voor mensen. Hoe werkt het openbaar vervoer? De provincie Zuid-Holland verleent een concessie voor het openbaar per trein en per bus. Wij hebben drie concessiegebieden. Voor Drechtsteden is van belang de concessie DMG. Die is begonnen eind 2018 en die loopt tot en met 2026, acht jaar in totaal. Een bijzondere vorm van vervoer is ook de waterbus, die vaart vooral tussen Dordrecht en Rotterdam. Blue Amigo voert dat uit. Officieel is dat geen concessie.
Dat heeft allemaal te maken met wettelijke regels en het is een contract. Maar we werken wel op eenzelfde manier. Voorafgaand aan de aanbesteding is er een progrannma van eisen gemaakt. Dat is in de verschillende gemeentes aan de raden voorgelegd. Daar hebben de raden iets van gezegd. Er is een aanbesteding geweest. Verschillende partijen hebben daarop ingeschreven en de provincie heeft uiteindelijk een keuze gemaakt. In dit geval voor Blue Amigo sinds 1 januari. Wie doet wat en wanneer? Nou in de cirkel, in de binnenste cirkel, staan de partijen die iets te bepalen hebben. Dat is de provincie Zuid-Holland. Ook dat kunnen we zelfs nog afkorten tot PZH. We hebben de gemeente en we hebben de vervoerder. Daaromheen zit een kring van invloed. En ik zit er een beetje lastig voor, maar we hebben de buurgemeentes. Die zijn allemaal verenigd in Drechtsteden en bij verschillende overleggen zit een vertegenwoordiger van Drechtsteden. We hebben te maken met andere vervoerders, omdat mensen nu
2
eenmaal niet tot de grens van het concessiegebied beperkt blijven. Er is een belangrijke relatie met de bus richting Kralingse Zoom. Er is een hele belangrijke relatie richting station met de Nederlandse Spoorwegen. En we werken samen met het ROCOV. ROCOV is een afkorting Reizigersoverleg Openbaar Vervoer. En in ons gebied heet dat het RODAG. We werken al sannen met het RODAG sinds 2006, al meer dan zestien jaar. We hebben geregeld vergaderingen. Een vervoerplan voor een nieuwe dienstregeling wordt met het RODAG besproken. Het RODAG kan suggesties doen. Het RODAG kan adviezen geven, gevraagd en ongevraagd. En als het nodig is weet het RODAG ook de gedeputeerden of de statenleden te vinden. En dan hebben we nog een buitenste cirkel van betrokkenheid en dat zijn de buurtprovincies. We praten met de provincie Utrecht voor het vervoer van bijvoorbeeld Groot-Ammers en Nieuwpoort in de richting Utrecht, want daar ligt hun belangrijkste relatie. We praten met Arriva vanuit Gorinchem in de richting van Noord-Brabant. We praten met Connexxion als het gaat om het vervoer in de richting van de Hoeksche Waard. We praten met de RET voor het vervoer in de richting van de metropoolregio. Kortom, er zijn heel veel verschillende spelers met wie we in contact zijn. Het openbaar vervoer is op geen enkele nnanier kostendekkend.
Qbuzz heeft een belangrijke inkonnstenbron en dat zijn de reizigers die geld betalen door middel van een chipkaart, Qbuzz krijgt geld via de studenten Ov-kaart en Qbuzz krijgt geld onndat de provincie een exploitatiesubsidie ter beschikking stelt. En om een idee te geven, de provincie betaalt per jaar ongeveer een bedrag van 25 nniljoen euro aan Qbuzz om het open baar verover in het hele gebied te verzorgen. Niet alleen Drechtsteden, maar ook Molenlande en ook Gorinchem. En voor de rest moet Qbuzz heel hard zijn best doen om zoveel mogelijk reizigers binnen te krijgen die gaan betalen voor hun nt. Qbuzz is de verantwoordelijke voor de opbrengsten. En hoe meer reizigers, als ze zorgen voor een goede dienstverlening, voor een aantrekkelijke busrit, voor nnensen die de bus kunnen gebruiken voor een uitje. Qbuzz heeft daar rechtstreeks profijt van, want daar krijgen ze de inkomsten van. Dat is de manier waarop de provincie ZuidHolland het heeft geregeld. In andere provincies kan het anders zijn geregeld. Mevrouw Stolk: Voorzitter, mogen we vragen tussendoor stellen, of ... De voorzitter: Ik heb mogelijk is.
Als het goed is heeft de heer Rotteveel aangegeven dat dat
De heer Rotteveel: Ja hoor, wat mu j betreft wel. De voorzitter: Dus ik geef u het woord. Mevrouw Stolk: Oh ja, dan zou ik graag een vraag willen stellen, want anders dan ben ik hem dadelijk weer kwijt. Wie bepaalt nou ... Want ik hoor u een bedrag noemen van 25 miljoen euro. Wie bepaalt nou hier in Dordrecht welke lijnen er geschrapt worden of welke lijnen erbij komen? De voorzitter: De heer Rotteveel. De heer Rotteveel: Vorig jaar hebben we nnoeilijke discussies gehad, omdat de coronacrisis aanhield en we zagen dat er heel veel reizigers niet meer in de bus zaten en
3
het financieel niet meer uit kon. De provincie heeft toen eerst in overleg met Qbuzz gekeken, waar moet het noodgedwongen een tandje minder. In Krabbehof is daar onder andere een pittige discussie over gevoerd. Maar ook in Molenlande zijn bussen verdwenen, in Gorinchem zijn stadslijnen verdwenen, dus overal is pijn geleden. Dan wordt er een conceptplan gemaakt, dat wordt met de regio besproken. We hebben net een uur geleden een overleg gehad. Daar zit dan iemand van Drechtsteden bij, daar zit iemand van Gorinchenn bij, daar zit iemand van Molenlande bij. Datzelfde conceptplan wordt ook aan het RODAG voorgelegd, omdat we de consumenten ook nadrukkelijk een rol geven. En dan wordt er Uiteindelijk geven die verschillende gremia een advies aan Qbuzz van wij willen dat u het ongeveer op die en die nnanier gaat uitwerken. En de precieze uitwerking in de vorm van een dienstregeling, dat gebeurt door Qbuzz. Maar wel allemaal binnen het kader van het programma van eisen. Wij hebben gezegd, de bus nnoet op werkdagen van zo laat tot laat rijden. Op zaterdagen mag je wat later beginnen en zondagen mag je nog wat later beginnen. 's Avonds op werkdagen mag het ook wat minder. Dus Qbuzz is wel gehouden aan een enorme set van voorwaarden.
En over die voorwaarden, het programma van eisen, is de gemeenteraad van Dordrecht in uit mijn hoofd gezegd 2017 geconsulteerd om daar ook haar zegje over te doen.
De voorzitter: Is uw vraag hiermee beantwoord? Mevrouw Stolk: Gedeeltelijk. Ik snap u nu wel een beetje. Dat idee had ik ook wel. Maar dan blijft toch de vraag bij mu j liggen. Want u geeft hem zelf al aan, dat was een mooi voorzetje. We hebben het over Krabbehof en we hebben het over delen van Crispijn en we hebben het dan over delen van Wielwijk, daar rijdt bijna geen bus meer. Wie bepaalt dan, want dat is even ... Ik wil hem niet politiek maken, maar dat doen we hierna wel. Maar wie bepaalt dan dat die bus daar weggaat? De voorzitter: De heer Rotteveel. De heer Kleirwaste: Mag ik daar een aansluitende vraag aan toevoegen? De voorzitter: Vooruit. De heer Kleinpaste. De heer Kleinpaste: Want ik ben daarbij ook benieuwd waarom er dan niet is gekozen, lijkt te zijn gekozen, voor een bijvoorbeeld een coronadienstregeling en dat de oorspronkelijke situatie nadien wordt hersteld. De voorzitter: Kunt u hierop antwoord geven? De heer Rotteveel: Ja, maar laat ik het in volgorde doen. Wie bepaalt nu dat er door Krabbehof en heel specifiek de Thorbeckeweg, dat daar geen bus meer overheen rijdt. Dat hebben de provincie en Qbuzz in overleg gedaan. En hoe hebben we dat gedaan? We hebben gekeken naar andere lijnen. Lijn 7 en lijn 5 en lijn 3 reden daar betrekkelijk dicht bij elkaar. En dan trekken we een cirkel rondom elke halte.
En we zeggen in het programma van eisen, een halte heeft een bereik van vierhonderd meter. In de praktijk is dat wat Dat is hennelsbreed. In de praktijk is dat natuurlijk een langere loopafstand. Dat vinden we een acceptabele afstand om te lopen tot aan een halte. En toen zagen we
4
in die tekeningen dat heel veel cirkels elkaar overlapten. En niet een klein beetje, maar heel erg veel. En toen is het idee ontstaan, als we lijn drie eruit gaan halen dan is het bereik van lijn 5 en lijn 7 zodanig dat het hele gebied nog steeds wordt bediend. En dat betekent Ja, we hebben er wel te ma ken met de formele regels. Dat betekent dat iedereen nog een bus heeft op loopafstand. En we hebben ook gekeken, wat is nu het gebruik van die bussen De heer Van der Kruijff: Voorzitter? De heer Rotteveel: Als het gebruikt in de ... De voorzitter: De heer De Kruijff. De heer Van der Kruijff: Ja, toch even ter interruptie. Want u legt nu helemaal uit hoe u het heeft gedaan, terwijI de vraag was, wie is er nou bevoegd? De heer Rotteveel: Oke. De heer Van der Kruijff: En toen gaf u als antwoord, dat was heel helder, dat heeft de provincie Zuid-Holland samen met de vervoerder gedaan. De heer Rotteveel: Ja. De heer Van der Kruijff: En nou kijk ik op dat schemaatje en dan zie ik bij bepalen gemeente staan. Wat heeft de gemeente nou te bepalen dan in dezen? De voorzitter: De heer Rotteveel. De heer Rotteveel: De gemeente heeft nneegepraat over het voorstel dat Qbuzz heeft gemaakt. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, maar dat is beinvloeden, dat is het andere cirkeltje. De heer Rotteveel: Ja.
De heer Van der Kruijff: Wat heeft de gemeente te bepalen? De heer Rotteveel: Ja, daar heeft u een goed punt. Waarschijnlijk staat het cirkeltje van de gemeente hoort dat in de middelste cirkel en niet in de binnenste cirkel. Uiteindelijk bepalen kan Qbuzz. Want wij hebben gezegd in het provinciaal beleid, de vervoerder is verantwoordelijk voor zijn opbrengsten. Dat betekent ook dat die binnen het kader van het programma van eisen bepaalt waar een bus rijdt. Wij bepalen wat de mininnumfrequentie is. Als Qbuzz denkt, he maar dit een aantrekkelijk gebied, hier ga ik vaker rijden, want dan trek ik meer reizigers, dan kan dat. Mevrouw Stolk: Ja, mag ik daar nog een aanvullende
5
De voorzitter: Even een monnentje. Ik wilde even weten of de heer Kleinpaste zijn vraag ondertussen beantwoord heeft gekregen. De heer Rotteveel: Nee, nee. De voorzitter: Nee. Dan stel ik voor dat eerst die beantwoording gaat plaatsvinden. De heer Rotteveel: Ja. Mijnheer Kleinpaste vroeg, komt dan na corona de dienstregeling van vroeger weer terug? Het korte antwoord is nee. Het lange antwoord is, wij hebben de opdracht gekregen van het Rijk om in ruil voor die beschikbaarheidsvergoeding voor het openbaar vervoer het openbaar vervoer ook op langere termijn financieel haalbaar te nnaken, ervan uitgaande dat er wat langer reizigers zouden ontbreken. En dat betekent dat het onwaarschijnlijk is, niets is onnnogelijk, maar het is onwaarschijnlijk dat lijn 3 naar Krabbehof terugkomt. De voorzitter: Voldoende voor u? De heer Kleinpaste: Voor nu wel even. Maar ik heb daarmee het gevoel dat we in de buitenste cirkel terechtkomen. De voorzitter: Ja, maar dan gaan we ... De heer Kleinpaste: Maar daarover later meer. De voorzitter: Oke. Nou wij gaan even ... Even kijken hoor. Mevrouw Stolk die wilde nog een ... Die mag nog een ding van mu j even zeggen, en daarna wil ik heel graag dat de heer Rotteveel zijn verhaal verder af kan maken. Mevrouw Stolk: la, maar wij zitten met zoveel vragen, want dit loopt al heel lang. Dus ik wilde nu ook wel proberen een klein beetje ...
Maar ik probeer het kort te houden. Dat gaat er dan ook om, als je zegt van nou we kijken naar cirkels. Maar als je nou kijkt bijvoorbeeld naar de wijk Krabbehof, Crispijn en Wielwijk, dat zijn juist de wijken waar de mensen het meest afhankelijk zijn van openbaar vervoer. Wat voor, en dat is meer een vraag, wat voor rol hebben wij dan of welke invloed kunnen wij gebruiken om eventueel die lijn daar weer terug te krijgen? En dan is het niet altijd het afdoen met het antwoord geld, want dat horen we altijd. Maar wat voor invloed kunnen wij uitoefenen om die lijn daar terug te krijgen. De voorzitter: De heer Rotteveel. De heer Rotteveel: Dat is een moeilijke vraag. Ik heb daar geen pasklaar antwoord op. Ik, ik, ik Daar nnoet ik wat langer over nadenken. En misschien dat de discussie die u na mijn presentatie gaat voeren en alle vragen die dan op mij of op Qbuzz of op Blue Amigo afkomen, dat die ons helpen met het antwoord. De voorzitter: De heer Van der Meer. De heer Rotteveel: Want ik begrijp uw punt.
6
Mevrouw Stolk: Mag ik nog een dingetje daaraan toevoegen? De voorzitter: Nee, ik ga even de heer Van der Meer even het woord geven. De heer Van der Meer: Dank u wel, voorzitter. Dat hangt ook een beetje af van de orde die u voor de verdere vergadering in het hoofd heeft. Want ik zou het graag willen hebben over de financiele ruimte die er Oberhaupt voor openbaar vervoer is. Omdat er nu heel erg uitgegaan wordt in de discussie als van, ja, er is gewoon een beperkt budget en daar kunnen we maar beperkte dingen mee. Daar wil ik graag een discussie over, maar ik kan mu j voorstellen dat het handiger is onn dat op een later moment even te doen. De voorzitter: Ik weet ook niet of dat nu past in deze presentatie. Dat is ... Ik kijk even naar de heer Rotteveel. De heer Van der Meer: Ja, dat is een politieke vraag. De heer Rotteveel: Dat is een politieke discussie, en ik denk dat u daarvoor ook de gedeputeerde en de statenleden aan tafel nnoet vragen. De voorzitter: Dus ik denk dat we deze dan door moeten gaan spelen. De heer Van der Meer: Ja, ja, ja, maar ik De voorzitter: Is dat voor u ook akkoord? De heer Van der Meer: Ik zou er toch graag ook in informatieve zin vanmiddag iets over willen vragen en horen. De voorzitter: En aan wie heeft u die vraag dan? De heer Van der Meer: Nou ja, ik kan die vraag wel formuleren. Kijk, in uw presen...
De voorzitter: Nee, misschien is het handig onn dan die door te spelen denk ik? Even te bewaren? De heer Van der Meer: Ja. De heer
Of heeft u
De voorzitter: En dan even bewaren tot alle presentaties zijn geweest? De heer Van der Meer: Ja, dat is goed, dat is goed. De voorzitter: Als u het opschrijft, ik probeer het ook te onthouden. De heer Van der Meer: Ja, ik heb het al opgeschreven.
7
De voorzitter: Helemaal goed. Gaan we aan het einde van de vergadering ... Dank u wel. Dan geef ik Mevrouw Stolk die kijkt van ... Nee, ik ga toch even verder met mijnheer Ik ga even verder met de gast nog. Ja? Die gaat nog even een stukje, en mag u nog even ... Mag u zo meteen weer. De heer Rotteveel: Oke, dan ga ik verder met mijn presentatie. En blijf gewoon vragen tussendoor stellen, want het is uw vergadering. Goed openbaar vervoer is een gezamenlijk belang heb ik al uitgelegd. De vervoerder is voor de provincie de verantwoordelijke voor de uitvoering. Ze werken een netwerk uit. Welke lijn loopt waar. Ze maken een dienstregeling. Hoe rijdt die bus, waar zijn aansluitingen. Ze zorgen voor communicatie in de richting van de reiziger bij wijzigingen, bij verbeteringen, soms bij verslechteringen. Ze zijn helaas in coronatijd onvermijdelijk geworden. En ze zorgen ook voor marketing, want het is natuurlijk belangrijk dat de potentiele klant weet welke dienst er beschikbaar is. En als beloning, ik het net al verteld, krijgt de vervoerder ook de vervoeropbrengsten. Dus elke vervoerder in Zuid-Holland, of het nu Connexxion, Arriva of Qbuzz is, heeft een prikkel om zoveel nnogelijk reizigers in de bus te krijgen. En natuurlijk een reiziger die ook zoveel nnogelijk betaalt. Uiteindelijk moet bij Qbuzz de kachel ook roken. En dat zal inmiddels een bijna De heer
[buiten microfoon].
De heer Rotteveel: Wat zegt u? Mevrouw
Dat is niet ons probleem.
De heer Rotteveel: Nou, misschien ga ik dan toch een beetje op de stoel van de politiek zitten, maar het is wel het probleem van Zuid-Holland. Want wij hebben bepaalde Een bepaald beleid afgesproken. En we zeggen van, wij stellen een hoeveelheid geld ter beschikking, maar we stellen ook heel duidelijke eisen. De vervoerder heeft een prikkel om daar het beste openbaar vervoer tegenover te stellen. En dat is de constellatie waarmee we werken. En als u vindt, en dat mag natuurlijk, als u als Dordrechts raadslid zegt, dat moet anders, dan moet u de discussie met de statenleden aan. Want ik ga er niet over. De voorzitter: Oke, duidelijk. De heer Rotteveel: Ik heb ook te maken met het politieke kader dat de provincie heeft gemaakt. De voorzitter: Dat is heel duidelijk. De heer Rotteveel: Ik ben dienend. De voorzitter: Mag ik u vragen gewoon weer door te gaan met uw presentatie? Dan kan u uw verhaal mooi afmaken. De heer Rotteveel: Ja.
8
De voorzitter: Dank u wel. De heer Rotteveel: De gemeente is natuurlijk ook belanghebbende. En niet een belanghebbende maar een beInvloedende. En nu komt hij hier toch wel heel duidelijk terug. De gemeente kan maatregelen treffen die de doorstroming van het openbaar vervoer verbeteren. En hoe sneller een buslijn gaat, hoe aantrekkelijker hij is om mensen van het ene naar het andere punt te brengen. En een aantrekkelijke dienst trekt ook weer nieuwe klanten aan. De gemeente heeft een rol in de kwaliteit van wegen. In elke gemeente speelt de discussie over dertig kilometer per uur tegenover vijftig kilometer per uur, over drempels, over zigzagbewegingen. De bus is over het algenneen niet de veroorzaker van verkeersonveiligheid, heeft wel het meeste last van die snelheidsberemmende maatregelen. Soms zijn ze nodig. We hechten heel veel belang aan goed overleg tussen de wegbeheerder, de gemeente in dit geval, en Qbuzz, omdat zij dat onderling zo goed mogelijk nnoeten afstemmen. De gemeente heeft een rol in het nnaken van haltes en haltevoorzieningen, en nnisschien ook wel op weg naar de halte. Want als in sommige gevallen de loopafstand naar de halte wat langer is geworden, dan helpt het voor bepaalde groepen om een bankje onderweg te hebben, zodat je die vijfhonderd meter echte loopafstand niet in een keer hoeft af te leggen, maar dat je ondertussen kunt uitrusten op een bankje.
Dat er een abri is. De gemeente heeft daar meestal een aantrekkelijk reclamecontract mee afgesproken. Dus dan is er een abri waar je kunt schuilen. Misschien wat aantrekkelijk groen in de buurt van een halte. Voor- en natransport is heel belangrijk. Ik denk dat voor het stadsvervoer in Dordrecht de meeste mensen te voet naar de halte zullen komen, maar voor ons R -net lijnen met een grotere halteafstand en vooral op de grotere wegen rijdend, is onze ervaring dat ook heel veel mensen op de fiets er naartoe konnen. En sinds begin dit jaar via Donkey Republic hebben we de beschikking over deelmobiliteit, zijn er deelfietsen in Dordrecht. Waardoor mensen, als ze hun bestemming niet met het openbaar vervoer kunnen bereiken, met een deelfiets het laatste stukje kunnen afleggen. De heer Kleinpaste: Voorzitter? De voorzitter: Ik zie
Oh sorry, de heer Kleinpaste.
De heer Kleinpaste: Ik heb bij de vorige sheet eigenlijk twee vragen. De ene vraag betreft haltes en haltevoorzieningen, waarvan ik begrijp dat de gemeente daar een verantwoordelijkheid in heeft. Dan ben ik benieuwd hoe de afstemming is tussen Qbuzz of provincie en gemeente over de opdracht tot bepaalde haltes en haltevoorziening. Want het heeft mu j verbaasd dat er een gloednieuwe halte staat aan de Hugo de Grootlaan. En mijn andere vraag is, heeft de gemeente nul invloed op de ontwikkeling van lijnen en eventuele nieuwe vervoersstronnen, want die zie ik er niet tussen? De voorzitter: Oke. De heer Rotteveel. De heer Rotteveel: De gemeente heeft wel degelijk invloed op nieuwe vervoersstromen. Ruinntelijke ordening is daar een belangrijk instrument in. En de provincie Zuid-Holland heeft nadrukkelijk het beleid om nieuwe woningbouw zoveel mogelijk te concentreren bij bepaal... Bij bestaande openbaar vervoer lijnen, onndat daar al openbaar vervoer
9
beschikbaar is vanaf het moment dat het eerste huis wordt opgeleverd. In bepaalde gebieden is de bereikbaarheid Is de beschikking van wegen voor het openbaar vervoer heel erg lastig. Dan zit ik bijvoorbeeld Dordrecht te denken aan een wijk als Wilgenwende, waar je met de bus niet kunt komen. En dan wordt de vraag gesteld, is dat erg? Voor bepaalde wijken is het nnisschien niet erg, omdat er bevolkingsgroepen wonen die niet of veel minder van openbaar vervoer afhankelijk zijn.
De voorzitter: Wit de heer Kruijff ook vragen stellen via de voorzitter alstublieft? De heer Kleinoaste: Voorzitter? De voorzitter: Dank u wel. De heer Rotteveel: Ja, neem me niet kwalijk. De voorzitter: Nee, die ... De heer Kleinpaste: Voorzitter? Mag ik daar een aanvullende vraag op stellen? De voorzitter: De laatste eventjes en dan gaan we daarna weer verder. De heer Kleinoaste: Dank je wel. Want ik ben wel heel nieuwsgierig. Ik bedoel, het verhaal ademt de sfeer over heel erg uitgaan van bestaande constructies en lijnen. Op welke manier kun je nu ook invloed aanwenden om binnen de gevestigde infrastructuur, binnen de gevestigde bebouwing andere vervoersstromen te promoten, omdat je denkt dat ze bijdragen aan terugdringen van autoverkeer of aan andere mobiliteitsvraagstukken. Op welke manier kun je daar dan toch proberen om verbeteringen aan te brengen? De voorzitter: De heer Rotteveel. De heer Rotteveel: Ik denk dat de gemeente dan een concreet voorstel moet doen, beste Qbuzz, kunnen jullie een bus laten rijden over die en die route. En dan gaat Qbuzz daarover nadenken, dan gaan we er met elkaar het gesprek over aan. Daar ligt ... Het initiatief daarvoor ligt bij de gemeente. De voorzitter: Duidelijk. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, toch een vraag. De voorzitter: Nog een vraag van de heer Kruijff en dan gaan we weer verder met uw verhaal.
De heer Van der Kruijff: Dank u wel. Uw laatste drie sheets die gingen over bepalen. Eerst de provincie, toen de vervoerder en toch de gemeente. De heer Rotteveel: Ja.
10
De heer Van der Kruijff: Toen de gemeente. Nou hebben wij hier een hele discussie over lijnvoering. En precies het woord lijnvoering zag ik op geen van die drie sheets met zoveel woorden staan. Tegelijkertijd heeft iedereen er wet mee te maken. Althans, de gemeente is belanghebbende omdat je de wegen moet verzorgen en de abri's en noem allemaal maar op, en bij al die anderen stonden er ook verhalen over. Dat brengt mij toch tot de conclusie dat de gemeente nnedebepaler is ook over de lijnvoering. En net gaf u daar geen antwoord op, maar bij de anderen staat het ook niet. En dat kan toch niet zo zijn dat er niemand over gaat. De heer Rotteveel: Nou hij staat op de sheet ... De voorzitter: Oke. Even een heel klein puntje van orde. Ja? Deze vraag doen we even als laatste, en dan stel ik voor dat we even geen vragen stellen totdat de heer Rotteveel zijn verhaal heeft af kunnen maken. Dus dat u even uw vragen bewaart tot daarna. Dank u wel. De heer Rotteveel. De heer Rotteveel: Ik heb even de sheet teruggehaald waarin ik op een rij heb gezet waar de vervoerder verantwoordelijk voor is. Hij werkt een netwerk uit, en een netwerk is een vakterm voor de buslijnen. Dus Qbuzz is daarvoor verantwoordelijk, maar dat gaat altijd in overleg.
Want als Qbuzz zegt, ja, ik ga voortaan over die en die straat rijden en de gemeente heeft daar met flinke kosten bushaltes en abri's neergezet, dan zegt de gemeente, wat maak je me nou? Dus daar is altijd overleg over. En ook bij het maken van nieuwe haltes. Als routes worden verlegd, dan gaat dat natuurlijk in overleg met de gemeente als daarvoor nieuwe haltes nodig zijn. De voorzitter: Dank u wet. U kunt nu verder. De heer Rotteveel: Oke. Deze hebben we gehad. De rol van de gemeente is bij tarieven. Dat is een ingewikkeld verhaal voor een gedeelte. Zoals vroeger, met een strippenkaart betaalde je een basisstrip om in te stappen en vervolgens een strip per zone. Met de chipkaart werkt het ietsje anders, maar er is nog steeds een starttarief. Dat wordt landelijk bepaald en ligt lets boven de euro. De provincie betaalt het kilometertarief. Uh, bepaalt het kilometertarief moet ik zeggen. Dat is ongeveer vijftien cent uit mijn hoofd. En daarbij wil ik graag opmerken dat de provincie Zuid-Holland het laagste kilometertarief van heel Nederland heeft. Dat neemt niet weg dat het voor sommige mensen best duur is. De ene persoon heeft nu eenmaal een dikkere portemonnee dan de andere persoon. De gemeente kan met een vervoerder afspraken maken over aparte tarieven. In Dordrecht is dat gedaan voor mensen boven een bepaalde leeftijd, boven de 65.
Je kunt ook kijken naar lagere tarieven voor mensen met een laag inkomen. En met creativiteit zijn er ongetwijfeld nog andere doelgroepen te bedenken die ook in aannnerking zouden kunnen komen voor een lager tarief. Wie initiatief neemt, speelt natuurlijk ook een rol in de bekostiging. Oftewel, als de gemeente zegt, wij willen dat die groep goedkoper of voor bijna niks kan reizen, dan staat daar ook een financiele vergoeding voor de vervoerder tegenover. De gemeente heeft een belangrijke rol voor infrastructuur. Haltes heb ik at opgenoennd. Fietsenstallingen voor Nou, vooral voor de R -net haltes. De provincie Zuid-Holland heeft de afgelopen jaren al miljoenen geinvesteerd in fietsenstallingen, met name in het buitengebied. Want in de
11
Alblasserwaard moet je vaak wat, ja, twee-drie kilometer fietsen om bij de halte te komen. Dan wil je dat je fiets daar in een fietskluis of in een open stalling goed kan worden neergezet. De gemeentelijke wegen heb ik al even aangeroerd, van dat de doorstroming goed is. De verkeersveiligheid. Wat hier niet staat en wat ook nog wel het opmerken waard is, is het parkeerbeleid. Want auto en openbaar vervoer concurreren soms met elkaar. De genneente heeft een knop om te draaien aan de beschikbaarheid van parkeerplaatsen en aan het tarief voor het parkeren. Dus je kunt ook zeggen van, parkeren kunnen we ook onder het kopje van tarieven neerzetten, daar ligt een nadrukkelijke rol voor de gemeente. Er is natuurlijk een OV-inbreng in projecten als er nieuwe bouwprojecten zijn, grote instellingen, die veel publiek aantrekken, zoals bij het Leerpark, dan is goed openbaar vervoer daar natuurlijk voor van heel groot belang. Ook het veranderen van kruispunten, het nnaken van een extra opstelvak voor bussen of extra opstelvakken voor al het andere verkeer, zodat de bus zo weinig mogelijk hinder heeft van het wachten voor een rood verkeerslicht. Dat was mijn presentatie, dank u wel voor uw aandacht. De voorzitter: Dank u wel, de heer Rotteveel. Dan stel ik voor toch nog een kleine wijziging van mijn plannetjes. Bewaar deze vragen nog even die u net wilde stellen.
Dan gaan we toch even door met de presentaties van de andere heren, omdat we dan misschien net iets sneller door de vergadering heen kunnen. Schrijf alles op, dan komt het straks allemaal goed. Wie mag ik het woord geven? De heer Steentjes: U mag mu j wel het woord geven. Nee, wij hebben geen presentatie voorbereid. De voorzitter: U bent de heer Steentjes toch? De heer Steentjes: Ja. De voorzitter: Dat heb ik goed. Oke, de heer Steentjes. De heer Steentjes: Ja. Goedemiddag allemaal, fijn dat we hier mogen zijn deze middag. Nee, wij hebben vanuit Qbuzz eigenlijk geen presentatie voorbereid, anders dan de afstemming die we met de provincie hebben gehad. Omdat eigenlijk wat in het verhaal van de heer Rotteveel al naar voren kwam, is dat wij in onzekerheid zitten nog rondom de hele BVOV, de beschikbaarheidsvergoeding voor 2023. Normaal gesproken in een, nou ja, even een normaal jaar zal ik maar zeggen, hadden wij in deze fase gezeten in de voorbereiding van het vervoersplan voor het volgend jaar. En wij hebben op dit moment al wel consultatierondes met de genneente Dordrecht, met het RODAG, met andere gemeentes. Maar wij zijn nog niet zover dat wij weten met welke middelen wij volgend jaar een vervoersplan op kunnen stellen. En dat heeft alles te maken met die onzekerheid rond die beschikbaarheidsvergoeding.
Ik had begrepen van Mark vooraf dat daar wel in het bijzonder de interesse naar was, van goh hoe ziet dat vervoer Kom nou eens uitleggen, hoe ziet dat vervoersplan er nog uit. Maar helaas kunnen we dat op dit moment niet. Daar waar we normaal gesproken dat plan in ontwikkeling hadden, zijn we nu samen met de opdrachtgever, met de provincie, nog aan het nadenken over scenario's als, wat dan? We weten dat we dit jaar de beschikbaarheidsvergoeding nog
12
wel krijgen. Dus wat we nu rijden kunnen we dit jaar in ieder geval volhouden. Maar als daar beduidend minder komt, ja, dan is het maar de vraag wat we volgend jaar op de weg kunnen zetten. De heer Kleinpaste: Voorzitter? De voorzitter: De heer Van der Meer. Ik weet niet
Oh sorry.
De heer Van der Meer: Mijnheer Kleinpaste eerst maar. De voorzitter: Mijnheer Klein... Ik had ... Mijn voorstel was, bewaar even alle vragen, dan kunnen de heren zo nneteen De heer Kleinpaste: Maar ik vind deze toch wel heel brandend en onmiddellijk ingaan op de tekst. De voorzitter: Ik kijk even naar Mark, een nnonnentje, want ik neem die verantwoordelijkheid even niet. Mevrouw
Nou ja, dat is jouw verantwoordelijkheid.
De voorzitter: Oh, dat is mijn verantwoordelijkheid. Oke. Sorry, ik moet even in mijn rol groeien nog he. Wat ... Wilde u antwoord geven? Heeft u bezwaar tegen een vraag tussendoor nog? De heer Rotteveel: Nou misschien nog even een hele kleine toevoeging voor de context. Als wij kijken naar hoe de reizigers op dit moment terugkonnen, even breed binnen de DMG-concessie, dan zagen we dat we in januari nog met zijn allen in een lockdown zaten, dat eind januari Nederland weer open ging. En u moet zich voorstellen dat we in januari nog op 62 procent van de reizigersaantallen ten opzichte van voor corona zaten. Dat dat in februari doorgroeide naar 81, maart 82 en april 83 procent van de reizigersaantallen van voor corona. En wat de heer Rotteveel daarstraks ook heeft uitgelegd van dat zijn nog aantallen, dat zijn nog geen reizigersopbrengsten. En wat wij zien en wij ook analyseren op dit moment is dat met name de studenten heel snel terugveren, maar die zitten in de studenten Ov-kaart gelden, en dat met name de forens heel erg achterblijft. Dus 83 procent van de reizigers terug, betekent nog niet dat ook 83 procent van de reizigersopbrengsten terug zijn. En dat gat tussen 83 en 100 procent, even ten opzichte van 2019, bepaalt ook het financiele gat in het deel van reizigersopbrengst die we gewoon nog niet hebben.
En we zijn hartstikke blij dat we dit jaar en voorgaande jaren ondersteund zijn door de rijksoverheid. Maar als er volgend jaar niks konnt, zal dat onvoldoende zijn om zeg maar Liberhaupt het huidig niveau te kunnen volhouden. Dus vandaar ook even nog een stukje context bij de onzekerheid die er op dit moment is voor 2023. De heer Kleinpaste: Voorzitter? De voorzitter: Dank u wel. Ik ga nu even door naar de heer Huisnnan van Blue Amigo.
13
De heer Kleinpaste: Ja, dit
la, ik zou toch
la. Nou ja, laat maar.
De heer Huisman: Oke. Robin Huisman, Blue Amigo. Dank ook dat ik hier aanwezig mag zijn om vragen te beantwoorden. Eigenlijk heb ik aanvullend, want het verhaal wat Raymond vertelt, geldt ook voor ons, het verhaal wat vanuit de provincie is gesteld of verteld, geldt ook voor ons. Bij ons is nog de bijzonderheid dat wij op een januari zijn gestart maar ingeschreven hebben voor corona. Dus alles wat als plan hebben ingediend dat was op basis van een andere werkelijkheid. Wij zijn op 1 januari wel gestart met datgene wat gebaseerd was op die andere werkelijkheid, en terwijI we eigenlijk al wisten dat die werkelijkheid gewijzigd was. Dus ... Maar verder, de vraag die aan ons gesteld is is idem dito. Wij moeten ook een zekerheid kunnen bieden van de dienstverlening die wij gemaximeerd kunnen leveren in een gezonde bedrijfsvoering. In eerste instantie hebben wij ons per 1 januari vooral druk moeten maken om aan de slag te gaan en alles te doen wat we moeten doen. Maar deze vraag ligt ook bij ons. En wij zijn op dit moment druk doende om op diezelfde manier te kijken naar die dienstregeling. Wat kunnen we wel, wat kunnen we niet? Wij willen in ieder geval zekerheid bieden aan reizigers. Daar komt nog eens bovenop, wellicht al ervaren, dat ook personeel Gister toevallig op tv ging er een rondje langs een aantal sectoren waar het heel lastig is om personeel te krijgen.
We hebben nu te maken met uitval omdat we simpelweg een tekort aan personeel hebben. Ook daar moet je een plan voor hebben. En uiteindelijk is het voor de reiziger van belang dat ze kunnen vertrouwen op datgene wat is aangeboden, in plaats van dat wat er nnisschien wells afgesproken en waar je recht op hebt. En daar kan je nog over twisten he, want uiteindelijk moet het een gezonde bedrijfsvoering zijn. Maar waar de reiziger teleurgesteld wordt in hetgeen wat er gepresteerd wordt door het bedrijf. Dus kijk, voor ons is die prestatie en die stabiele prestatie is belangrijker dan het uiterste eruit persen, maar daardoor heel onbetrouwbaar worden. Dat is eigenlijk nnijn toevoeging. En voor de rest sluit ik me aan
bij hetgeen reeds gezegd is. Mevrouw
Voorzitter?
De voorzitter: Dank u wel. De heer
Voorzitter?
De voorzitter: Ik wilde eigenlijk de heer Kleinpaste als eerste even het woord geven. De heer
Ja, hij keek heel streng naar je he. la, ja, dacht ik al.
De heer Kleinpaste: Dank u wel, voorzitter. Nee, ik heb gewoon een tamelijk praktische procesmatige vraag. Want ik begrijp eigenlijk van de beide vervoerders dat door de voorgaande situatie van corona het slecht is om nu al met het volgende vervoersplan voor 2023 te kunnen komen. Tegelijkertijd, we hebben ook vastgesteld in ons vorige gesprek met de vervoerders en de provincie dat we vanuit de genneente eigenlijk te laat waren om invloed uit te oefenen op de volgende dienstregeling. Wat is het optimale moment waarop we vanuit de raad invloed uit kunnen oefenen en het overleg gezond en
14
goed kunnen voeren met de vervoerders en de provincie om invloed uit te kunnen oefenen op de dienstregeling 2023? De voorzitter: En ik neem aan dat die voor de heer Rotteveel is die vraag? De heer Kleinpaste: Nou misschien hebben de vervoerders daar ook wel een idee over. De voorzitter: Dan ga ik het doorspelen. Wie wil antwoord geven, heren? De heer Steentjes: Ik wil daar wel even antwoord op geven. Ja, nornnaliter was dit een uitstekend moment om het met elkaar daarover te hebben in zeg maar even een normale situatie. Kijk, wij hebben geen presentatie voorbereid, maar dat wil niet zeggen dat we niet met elkaar in gesprek kunnen gaan van wat ook vanuit uw perspectief de nuances zijn op zeg maar even de dienstregeling die wij op dit moment op de weg hebben zitten. Kijk, als uitgangspunt, en ik hoop dat, nou, dat dat bewaarheid wordt, maar met alle zekerheid omkleed nog, hoop ik dat we het huidige netwerk wat we hebben volgend jaar in stand kunnen houden. En dan zou ook de vraag aan u zijn van, gegeven het huidige netwerk, waar zou u dan nog nuances willen leggen. Want wat de heer Rotteveel ook al heeft gezegd, we verwachten niet echt dat er een hele grote zak geld bij komt.
Dus we zullen het in nuances moeten zoeken, maar ook al het tegenzit, van ja, waar kunnen we dan in overleg met u en vanuit uw nuances bezien, ja, aanpassingen doen als we toch gedwongen worden om in de dienstregeling af te schalen. En dan bedoel ik niet het lijnennet op de kop zetten, maar afschalen in frequenties van ritten. Waar doet het dan het minste pijn? Want het doet, alles wat minder wordt, doet pijn. En dat beseffen wij ons ook. En dat is ook niet de intentie die er is om goed openbaar vervoer op de weg te zetten. Maar wat de heer Huisman ook net aangeeft, het gaat uiteindelijk ook wel om een gezonde bedrijfsvoering binnen alle kaders die provincie, Rijk daar oplegt. Dus als er vandaag vanuit u al nuances zijn of richtingen zijn waarvan u zegt van, ja he, maar denk daaraan of kijk daaraan of waarom doen jullie dit nu zo of waarom is die afweging nu gemaakt, kunnen we daar natuurlijk uitstekend antwoord op geven. Mevrouw
Voorzitter?
De voorzitter: Oke. Ik ga eerst even naar de heer Van der Meer en daarna de heer Kruijff en daarna naar mevrouw Stolk. Mevrouw ...: En voorzitter, ik had ook nog ... Ja? De voorzitter: En daarna gaan we verder. Ja, inderdaad. De heer Van der Meer: Ja, om te beginnen hierop aansluitend. Er is inderdaad in november met jullie om de tafel gezeten. En toen was het eigenlijk een beetje mosterd na de maaltijd om over de korte term ijn te praten. En nu is het mosterd voor de maaltijd. En we willen het graag tijdens de maaltijd hebben. Dus de vraag is, ik heb alle begrip voor die bedrijfsvoeringsproblemen en de financiele problemen, maar kunnen we het zo organiseren dat op het moment dat het inderdaad nodig is om aan.. In jullie
15
ogen, om aanpassingen te plegen in de dienstregeling, am dan inderdaad met ons te overleggen op het moment dat er nog iets te overleggen valt en dat het niet opnieuw mosterd na de nnaaltijd is. Ik kijk oak met een scheef oak naar de griffie, want dat hangt misschien oak van de planning van het moment van overleg af. Maar die oproep zou ik willen doen. Dat is een.
De voorzitter: Daarom was oak deze vergadering al naar mei verplaatst en niet op een later tijdstip. Dus we zijn al beter bezig denk ik. Aan wie stelt ... Maar wilde u De heer Van der Meer: Ja, daarom was hij inderdaad nu gepland, dat klopt. De voorzitter: U wilde twee vragen stellen, of heeft u een? De heer Van der Meer: Ik wil nog twee vragen stellen. De voorzitter: We doen er een tegelijk, want anders wordt het een beetje veel denk ik. Kan ... Mag deze beantwoord warden? De heer Van der Meer: Ja, maar ze hangen wel sannen. Ze hangen wel samen, voorzitter, want ... De voorzitter: Nou dan geef ik nu even voor de twijfel, oke. De heer Van der Meer: Oke, dan laat ik mijn lange termijn vraag nog even liggen, die komt dan straks. Maar oak voor de korte termijn is de vraag van, wat gaat er gebeuren? Ik heb de heer Rotteveel horen zeggen van, we verwachten niet dat het snel weer het aantal reizigers terugkomt op het niveau van voor corona. De vraag is of, en dat is oak denk ik met name oak een vraag aan de provincie, maar oak aan de vervoerders, of er beleid, nnaatregelen, denkbaar zijn am dat te stimuleren. Een van de dingen die in november aan de orde kwam, was dat frequentie van vervoer een van de beste methodes is am meer gebruikers van het vervoer te krijgen. Dat is natuurlijk een investering, maar dit !evert oak lets op.
Ik zou het interessant vinden als jullie dat soort businesscases ontwikkelingen am te kijken of je toch die kwaliteit van het vervoer kunt verbeteren en tegelijkertijd het gebruik ervan wat op kunt krikken. En dat kan al op korte termijn, zou mijn inschatting zijn, wel degelijk effect hebben. De voorzitter: Dank u wel. Wie wil hierop reageren? De heer Steentjes: Ik wil daar met alle plezier op reageren. Wat we de vorige keer in november oak hebben gezegd van we hebben een dienstregeling ontwikkeld met een flexibele laag. En we hebben dat genoemd van we moeten wendbaar zijn. Want vorig jaar november toen we bij elkaar zaten, zaten we nog midden in de laatste golf die uiteindelijk nog tot januari heeft aangehouden. En het was op dat moment hartstikke moeilijk te voorspellen waar reizigers op welke monnenten terugkomen, want de wereld is veranderd. We werken met elkaar meer thuis, we werken op een andere manier, we werken in hybride vormen. Dus dat waren allemaal scenario's die we zeg maar voor die hele pandemie met elkaar niet kenden. Dus we hebben ook een soort
16
wendbaarheidspotje met ‘...' bij dat plan ontwikkeld, waarin we nu continu aan het kijken zijn van, maar hoe konnen de reizigers te terug, waar moeten we bijschalen? Want je wilt ook niet dat reizigers terugkomen meteen in overvolle bussen. Dus wij zijn aan het kijken van, he hoe konnen ze terug, waar komen ze terug en waar moeten we eventueel extra ritten inleggen, frequentie ophogen, om aan die reizigersvraag te kunnen voldoen? Als u vraagt van, goh wat doen jullie nog meer om reizigers terug het vervoer in te krijgen. Wij zijn als Qbuzz met campagnes bezig om, nou, continu in contact te blijven met de reizigers en te laten zien dat we voor ze er zijn. Dat doen we niet als Qbuzz alleen, dat doen we ook vanuit zeg maar de hele sector, de OV-sector. Dat is vanuit OVNL. Daar zitten alle vervoerders in Nederland verenigd en daar hebben we op dit moment campagnes lopen op radio, televisie, social media, analoge media om mensen onder de slogan 'Het OV is oke' om nnensen weer vertrouwd met het OV te maken. Dat je weer veilig en gemakkelijk met het OV gebruik kunt maken. Volgens mu j zat er in uw vraag ook een soort herstelverwachting in vanuit zeg maar de prognoses die we gemaakt hebben, en dat was nog voor die laatste golf van eind vorig jaar, schatten wij in dat we pas in 2025 terug zijn op het niveau van voor 2019. Dus dat duurt nog even.
En dat hangt ook wel samen het niveau waar we nu vandaag zeg maar april op zitten, dat we op 83 procent zitten van het aantal reizigers die we voor die tijd hadden. Wat de heer Huisman net zij met een inschrijving, is dat die inschrijving is gedaan op basis van een wereld voor corona. In de wereld voor corona zat er een autonome groei in het OV van jaarlijks twee, twee en een half, drie procent. Dus die even ... Als we 2025 terug zijn op het niveau van 2019, dan nnissen we nog wel die jaren autonome groei die wel in die businesscases zaten. Dus dat ook even aan te geven van er wordt echt wel gekeken van nou hoe zit dat herstel eruit. Maar ik durf ook niet te voorspellen op dit moment hoe ons najaar er uit gaat zien. Komt er weer een andere variant? Komt er weer een lockdown? Ik durf het inmiddels niet meer te voorspellen. Maar zo zijn we continu aan het kijken van, ja, hoe en waar moeten we bijsturen. Voor dit jaar doen we dat vanuit die wendbaarheids'...' om ook die reiziger een attractief product te bieden op het moment dat hij terugkonnt. Ja, en voor volgend jaar zit die onzekerheid er gewoon nog in. Dus ik hoop dat dit antwoord op uw vraag geeft? De voorzitter: Is dat zo? De heer Van der Meer: Ja, dat is zeker een antwoord. Dank daarvoor.
Maar ik had de vraag ook aan de provincie gesteld, omdat ik verwacht dat er ook vanuit de overheid beleid wordt gevoerd om OV-gebruik te stimuleren en het daarmee voor de vervoerders ook aantrekkelijker te maken, maar ook om het OV-gebruik en daarmee het autogebruik terug te dringen. De heer
Voorzitter
De voorzitter: Dan geef ik het woord aan de heer Rotteveel inderdaad. De heer Rotteveel: Nou dat is inderdaad een heel belangrijk onderdeel van het provinciaal beleid. We zorgen voor doorstromingsmaatregelen, in ieder geval op de provinciale wegen waar wij zelf wegbeheerder van zijn. We gaan het gesprek aan met gemeenten om de doorstroming daar waar de bus rijdt te verbeteren. En we gaan soms
17
ook stevige discussies aan als een gemeente zegt van, ja, we willen dat stukje straat eigenlijk wel aan een parkje toevoegen en als de bus dan vier extra bochten moet maken dat is dan jammer, maar dat komt Dat is dan zo. Ja, we proberen dat soort verslechteringen tegen te houden. We proberen ook vooral de gemeente duidelijk te maken dat er nnaatregelen ten gunste van het openbaar vervoer moeten worden genomen als de gemeente ook meer nnensen in het openbaar vervoer wil hebben.
De voorzitter: Oke, dank u wel. Is uw vraag hiermee beantwoord? De heer Van der Meer: Ik kom straks nog graag even op de langere termijn terug. De voorzitter: Prima, daar houd ik u aan. Ik was net vergeten te noemen mijnheer Damen, want die wilde volgens mij ook nog iets vragen. De heer Damen: Ja, ik ben heel erg geintrigeerd door die systematiek van die bereikbaarheidscirkels van haltes. Wordt daarbij uitgegaan van het dekken van de hele gemeente zoveel mogelijk of wordt er, een beetje naar aanleiding van de vraag die net gesteld is, wordt er vooral gekeken naar gebieden waar veel senioren wonen, omdat die vaak afhankelijk zijn het openbaar vervoer, en mensen met een laag inkomen? Want dat zouden voor mij de prioriteitgebieden zijn. De voorzitter: Dank u wel. Wie nnag ik het woord geven? De heer Rotteveel. De heer Rotteveel: We hebben daar in het programnna van eisen alleen gekeken naar de pure ruinntelijke ... Het ruimtelijke aspect. We hebben een beschikbaarheidseis gesteld van voor de Drechtsteden dat voor, uit mijn hoofd gezegd, 95 procent van de woningen het openbaar vervoer op nnaxinnaal vierhonderd meter hemelsbrede loopafstand beschikbaar moet zijn. In het programnna van eisen staan geen gegevens over leeftijden van bewoners of inkomens van bewoners. En ik weet niet waarom dat niet is gebeurd. De voorzitter: Oke, heeft u hier even genoeg aan? Dank u wel.
Dan geef ik nu het woord aan de heer Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Ja, voorzitter, het klinkt een beetje tegenstrijdig. U vroeg aan de kant, geef eens input waar we rekening nnee wilden houden, en tegelijkertijd geeft u ook aan van, maar verwacht niet te veel, want we zitten in zwaar weer. Het laatste begrijpen we denk ik allemaal, dus ik wil er ook maar Ik heb een tweeledige vraag. Als u eenmaal zover bent, en de heer Van de Meer vroeg het ook, dat u zegt, nou we zijn aan het tekenen geslagen en waar moeten we eventueel aanpassen onn op dat moment, en ik zou, ja, ik denk wel namens ons allemaal die uitnodiging willen doen ook dan hier aan tafel te komen. Want ik hoor te vaak, dan gaan we met de provincie in gesprek en dan gaat het verder. TerwijI wij, ik zeg het maar eerlijk, als raadsleden vaak het idee hebben dat we er een beetje achteraan lopen en te laat zijn. Dus dan toch de uitnodiging op dat moment, volgens mij moeten we dan ook maar ruimte in onze agenda willen maken, kom bij ons langs. Want als raadsleden weten we ook wel echt wat er hier in de stad leeft en waar de problemen zitten, ook nnaatschappelijk. Niet alleen op reizigersaantallen, maar wat kwetsbare buurten zijn, wat voorzieningen zijn
18
die bereikbaar moeten zijn. Of het nou over het ziekenhuis gaat of een huisarts of een andere voorziening. En dat leeft echt.
De voorzitter: kunt u uw vraag stellen? De heer Van der Kruijff: Dus nou, de vraag is, nou de uitnodiging naar ons dus allemaal, ook een procesvraag naar u en de griffie, als u daartoe bereid bent op dat moment bij ons langs te komen? Dat is de vraag. En wat betreft de lange termijn, we hebben hier een beleid op richting een autoluwe binnenstad. We zijn bezig met transferia aan de rand van de stad, we zijn bezig met fietsvoorzieningen. Er komt er een nieuw NS -station Amstelwijk of Leerpark moet ik zeggen bij Annstelwijk. Ik zou willen dat het openbaar vervoer daarop inspeelt. Ook richting 2026 hoop ik dat we daar wel wat meters in gemaakt hebben onn dus ook nneer reizigers in het openbaar vervoer te krijgen. Bent u daarop aangehaakt en denkt u dat de lijnen daar ook op aangepast gaan worden? De voorzitter: Oke, wie van u gaat deze vraag beantwoorden? De heer Steentjes? De heer Steentjes: Ja, ik ga hem proberen te beantwoorden. Nee, wij komen graag bij u aan tafel, zoals we dat vandaag ook doen en in november ook gedaan hebben. Het zal absoluut een agenda technische uitdaging met elkaar worden onn dat op het juist moment te doen, omdat normaal gesproken, wat ik al zei, wij zitten normaal gesproken op dit moment in dat vervoersplanproces waarin we at die afstemmingen doen.
Niet alleen met de gemeentes, niet alleen met de reizigersorganisaties, maar wij hebben ook een heel intern proces te lopen om uiteindelijk een dienstregeling van een vervoersplan naar een dienstregeling op de weg te komen. Als ik een inschatting moet doen hoe het proces vanuit het Rijk gaat lopen, nou dan zullen we daar absoluut veel te laat bericht op krijgen van, nou wat de ruimtes worden. Dus wij zullen heel lang in scenario's moeten blijven denken voordat we pas echt richting een vervoersplan komen. Wil niet zeggen dat er onderweg niets gebeurt. Want wij zijn nu ook met, en ik keek even naar links naar de heer Buiting, maar met de gemeente in overleg, gemeente Dordrecht, maar ook de overige gemeenten binnen de Drechtsteden, in het ophalen van, ja, waar zitten nu de wensen, knelpunten, wat kunnen we doen? Elkaar aansluiten op nieuwe ontwikkelingen, op wegbeheer, op infra. Staat die abri dadelijk op het juiste moment op de juiste plek? Dus onderweg in het proces gebeurt al heel veel, ook in overleg met de gemeente. Maar ik kom graag nog een keer bij jullie aan tafel, geen enkel probleem. De voorzitter: Heel fijn, dank u wel. Dan ga ik naar mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Ja, dat is ...
Ja, en misschien moet ik daar niet voor bij u zijn hoor, maar dat is dan wel heel grappig, staan de abri's wel op de juiste plekken? Nou hier worden ze neergezet op plekken waar ze niet moeten staan en er worden abri's weggehaald waar ook geen buslijnen meer rijden. Dus dan vraag ik van, ja, waar zit dan die communicatie niet helemaal goed? Aan de andere kant geeft u aan van, ja, wij zijn bezig met het ontwikkelen van de lijnen en hoe ze gaan lopen. En dat snap ik. Het is een hele onderneming. We hebben dat ook steeds over corona. Dat snap ik, want dat heeft er bij iedereen ingehakt, bij iedere ondernemer. Maar wat is dan plan B. Want iedere ondernemer, want ik zie u ook gewoon als ondernemer, u heeft een aanbesteding
19
gedaan, u zou hoogfrequent vervoer regelen hier in Dordrecht of in Zuid-Holland. Wat is dan uw plan B? Want stel dat het niet meer wordt zoals het was. Iedere ondernemer die moet voorsorteren nu op momenten, en ik denk dat de toekomst nooit meer zo wordt, dus daar zou je op nnoeten voorsorteren. En dan is nnijn vraag wel van, hoe doen jullie dat nu? Want ik hoor u eigenlijk alleen zeggen van als en als dan en ik weet niet hoe. Ja, dat weten we geen van allen, maar je hebt ook een stukje ondernemersrisico. Hoe hebben jullie daarop ingespeeld?
De voorzitter: En u wilt dat beide partijen ze beantwoorden, denk ik? Mevrouw Stolk: Ja. De voorzitter: Dat gaan we gewoon proberen. De heer Huisman: Die geldt ook voor ons. Ik denk dat het goed is als ik daar wat over kan roepen. De voorzitter: De heer Huisman. De heer Huisman: Dat is zeker het geval he. Ja, ik denk dat het goed is om te beseffen dat waar wij als vervoerders mee inschrijven, het is net al aangegeven door de provincie, een deel van het geld is een subsidie en een ander deel van het geld is daadwerkelijk hard werken voor je opbrengsten uit reizigers. Dus het is niet zo dat wij kunnen leunen en kunnen zeggen, zo die subsidie is binnen en laten we het nu zo goedkoop nnogelijk uitvoeren, want dan snijden we onszelf in de vingers. Omdat als de dienst naar beneden gaat, gaan de reizigers naar benden, gaan onze inkomsten naar beneden. Dus dat is belangrijk om te beseffen. Dat betekent dus ook dat alles wat wij van plan waren om de groei te borgen en nog eens te stinnuleren, die plannen, ja, die zijn inderdaad, die zijn nog niet weg, die zouden we het liefst morgen uit gaan voeren. Ware het niet dat de situatie is gewijzigd. Plan B is, waar we op dit moment eigenlijk mee bezig zijn, hoe kunnen we weer even naar dat nulpunt, naar een business... We weten dat de businesscase die er ooit lag, ja, die kan de prullenbak in, heel simpel.
Dus wat is de nieuwe businesscase op basis van het nieuwe kostenmodel, op basis van de verwachte reizigersaantallen? Wat zijn dan de mogelijkheden om vanaf daar die trap omhoog weer te pakken? En dat is heel schizofreen he. Ik kan me nog herinneren dat we die Hooikade-discussie hadden waarbij ik wist dat we in een coronasituatie een vraag gaan krijgen, hoe maak je het sustainable? En dan bedoel ik niet elektrisch, maar dan bedoel ik gewoon qua euro's. En aan de andere kant gaan we wat extra's doen, terwijI je weet dat de vraag eigenlijk gaat komen, kan je wat minder doen. En dat is voor een ondernemer is dat Gaat dat Krijg je een kleine kortsluiting in je hoofd. Maar dat is wel de werkelijkheid waar we mee hebben. Mevrouw Stolk: Ja. Nee ... De voorzitter: Even een reactie van mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Mag ik nog even een reactie daarop geven?
20
De voorzitter: Ja. Mevrouw Stolk: Dat snap ik. Maar wat nnerkt onze reiziger daarvan? Want ik snap dat u als ondernemer moet puzzelen. Maar wij zitten hier voor zo goed mogelijk openbaar vervoer, en nnijnheer Van der Kruijff die sloeg net even de spijker op zijn kop, hoe gaan wij die klanten, de inwoners van Dordrecht, bedienen? En wat voor invloed kunnen wij daar nog op nemen. En de twee heren van Qbuzz die gaven aan van, nou ja, geef ons in ieder geval wat dingetjes nnee. Nou wij zouden vanuit onze partij graag lijn 3 weer terugzien en dat Wielwijk weer bediend wordt, maar dat beslis ik niet hier alleen. Dus wij zouden wel graag van te voren willen weten hoe we daar onze invloed kunnen pakken en welke klap we daarop kunnen geven. De voorzitter: Oke. De heer Huisman. De heer Huisman: Ik Nou ja, volgens mij heeft de heer Steentjes net aangegeven dat hij eigenlijk al de uitnodiging heeft aangenomen om dat gesprek te gaan en al doet. Geldt ook voor ons. Wij moeten terugschakelen even van, oke wat is het nieuwe nu, wat is het plan? Wij zullen ook in gesprek konnen van met aanpassingen op onze plannen. Daar gaan we ook in gesprek, in eerste instantie met de provincie. Er zijn kaders gesteld, wat zijn die kaders? En uiteindelijk zullen we blijven zoeken naar mogelijkheden om reizigersaantallen te verhogen. Het is nannelijk ook in ons belang.
Er is nooit sprake van een tegengesteld belang. Dat is op zich het hele goede van het model wat de provincie Zuid-Holland doet. En daar moet je dus ook niet in mijn ogen in een discussie in konnen. Als het in het belang van de reiziger is en de reizigersaantallen oplevert, dan is het ook in ons belang. Aan de andere kant, als lets duidelijk niet haalbaar is in een businesscase, ja, dan is het ook niet haalbaar. En zo simpel werkt het dan ook. Tenzij men vanuit de overheden vindt, ja, dit is ondanks dat de businesscase niet goed is, Hooikade-voorbeeld, we vinden dat we dit toch moeten doen, in ieder geval tijdelijk. Nou ja, dan kan je daar ... Dan kan je of de bereikbaarheid kopen. Maar dat is een afwijking van het model wat er is gekozen. En dat is prima, maar ja, als die keuze niet wordt gemaakt. En nogmaals, ik wil daar niet op duwen. Ik vind het leuk om reizigersaantallen zelfstandig te verhogen door marketing te doen, door activiteiten te ontplooien, met een beetje autononne groei is wel prettig. Maar goed, maar dat moet het zijn, dat moet het ondernemerschap zijn. De voorzitter: Wil de heer Steentjes nog lets toevoegen? De heer Steentjes: Nee, ik denk dat de heer Huisman het belang van ons beiden heel erg heeft benadrukt.
We zijn natuurlijk allennaal hebben we belang bij meer reizigers en meer reizigersgroei en meer inkomsten daardoor, waardoor je ook weer meer andere dingen kunt doen. Want als het alleen maar minder wordt, minder wordt, minder wordt, dan kom je ook in een spiraal naar beneden. Dan gaat de reizigersopbrengst naar beneden en dan moet je nog verder afschalen. En zo verder, en zo verder, en zo verder. En dat is in geen van ons aller belang. De voorzitter: Dank u wel.
21
De heer: Voorzitter?
De voorzitter: la, ik ga toch eerst nog even naar mevrouw Pichel, want die zit al lets langer te wachten. Mevrouw Pichel: Ja. Dank u wel, voorzitter. Ik hou altijd wel een beetje van duidelijkheid in het proces. Ik hoor van beide partijen heel veel onduidelijkheid qua het budget en de gevolgen van corona. We zagen natuurlijk ook ... Er werd gezegd, de gemeente heeft niet echt bevoegdheid. Als de gemeente niet, de gemeenteraad dan niet, echt bevoegdheid heeft, wat is dan Wat is het doel van deze presentatie? Wat is jullie doel en wat zijn precies jullie verwachting van ons? De voorzitter: Naar wie wil je die vraag stellen. Mevrouw Pichel: Ja, ik denk Ik heb niet specifiek een, maar ik denk inderdaad de eerste presentator, ik weet u naam even niet meer. Sorry, omdat u het ook in uw presentatie het had over geen bevoegdheid. Maar ik hoor ook uit die hoek heel veel problennen op gebied van budget en ontwikkeling. Dus verwachtingen en doelen zijn daar denk ik wel heel belangrijk. De voorzitter: Dank u wel. De heer Rotteveel. De heer Rotteveel: Ik heb geprobeerd om in mijn presentatie aan te geven wat ... Welke rol de gemeente kan geven, kan nemen. Bijvoorbeeld door het beschikbaar stellen van goede infrastructuur waar de bus vlot op kan doorrijden. Met zo weinig mogelijk drempels of kronkels.