CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.2 20221115 Notulen Dordtse Dinsdag Vergaderzaal 1 - vastgesteld.pdf

Dordtse Dinsdag – Beeld- en oordeelsvormende commissies 15 november 2022, gemeente Dordrecht39.818 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

VERSLAG VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE GEMEENTE DORDRECHT DORDTSE DINSDAG, D.D. 15 november 2022 Vergaderkamer 1

2. Vragenhalfuur

Voorzitter: dhr. Schalken-den Hartog Commissiegriffier: mevr. Wepster Verslag: NotuBiz Aanwezig: Dhr. Katif (Betel Voor Dordt) Dhr. Kolkilig (DENK) Dhr. Kuhlmann (VVD) Mevr. Stolk (VSP) Dhr. Stolk (VSP) Dhr. Uysal (GroenLinks) Dhr. Van Dam Tinnnners (CDA) Dhr. Van der Kruijff (CDA) Portefeuillehouders: wethouder R. van der Linden, wethouder P. Heijkoop, wethouder M. Merx, wethouder C. van Benschop

De voorzitter: Goedenavond allemaal, mensen thuis, mensen hier op de tribune, collega's. Welkom bij het vragenhalfuurtje van dinsdag 15 november. Gezien de tijd wil ik snel overgaan naar de eerste vraag, want we hebben zes onderwerpen te behandelen. De eerste vraag is een vraag over snus en de heer Kolkilig van de fractie DENK kan de vraag kort toelichten. Ga uw gang. De heer Kolkilic: Dank, voorzitter. Voorzitter, de fractie DENK maakt zich zorgen over het gebruik en verkoop van snus in onze stad. De kans op verslaving aan het middel maakt de kans op succes voor criminelen groter. In een zakje snus past 16 milligram nicotine, wat gelijk staat aan maar liefst twintig sigaretten. De verkoop van snus is in ons land verboden, maar toch is het gebruik van het middel groot. Vele andere genneenten hebben een waarschuwing van de politie gekregen dat crinninelen kinderen ronselen voor criminele activiteiten door het aanbieden van snus. Hierbij de vraag: is het college bekend met snusgebruik in Dordrecht, wordt er in Dordrecht gehandhaafd op het gebruik van snus, zijn er signalen bekend dat minderjarige kinderen zijn geronseld voor criminele activiteiten door middel van snus? En de laatste vraag: wat gaat het college hiertegen ondernemen? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kolkilig.

Nornnaal gesproken zou de heer Kolff deze vraag beantwoorden, maar hij is er nu niet, dus ik ga naar de heer Merx. Gaat uw gang.

1

De heer Merx: Dank u wel, voorzitter. Is het college bekend met snus? Ja, inmiddels wel, moet ik zeggen in ieder geval voor mezelf. We hebben uiteraard bij de GGD en bij de politie uw vragen neergelegd en de antwoorden opgehaald. Uw tweede vraag: wordt er in Dordrecht gehandhaafd op het gebruik van snus? Het gebruik van snus is kennelijk niet verboden. Dat wil niet zeggen dat het gezond is, zeer ongezond heb ik inmiddels al wel begrepen, dus daar kan niet op worden gehandhaafd. Maar de handel in snus is wel verboden en dat is op grond van de Warenwet. Als er signalen zijn voor de handel, dan treden we daartegen op en afhankelijk van de omstandigheden van het geval, kan dat door middel van een integrale controle met diverse instanties, of zelfstandig door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, die is in dit geval het bevoegd gezag. Te uwer informatie loopt er op dit moment een handhavingstraject tegen een winkel waar een handelshoeveelheid snus is aangetroffen. U bent natuurlijk erg nieuwsgierig welke winkel dat is, maar dat ga ik niet vertellen. Zijn er signalen bekend dat minderjarigen of kinderen zijn geronseld voor crinninele activiteiten door middel van snus? We zijn bekend met de signalen uit het land. Ons hebben nog geen specifieke signalen bereikt van dergelijke activiteiten in Dordrecht, er is navraag gedaan bij de politie.

Uiteraard valt niet uit te sluiten dat dit ook in Dordrecht aan de orde is of misschien nog wel gaat komen. Wat gaat het college hiertegen ondernemen? Mochten dergelijke signalen ons bereiken, dan zullen we daar zeker zo krachtig mogelijk tegen optreden. Met onze veiligheids- en jeugdzorgpartners zullen we per signaal bepalen welke interventie het meest effectief is. Daarbij zal de inzet zowel gericht zijn op het aanpakken van de, tussen haakjes, ondermijnende criminaliteit, als op het verlenen van zorg aan kwetsbare slachtoffers van deze ronselpraktijken. Daarnaast biedt het Gezonde Schoolprogramma van de GGD aan scholen de mogelijkheid om voorlichting te geven aan zowel leerlingen als ouders over de risico's van snus. Sinds de zomer van 2022 is Dordrecht met een stedelijk focusgebied Dordt West toegetreden tot het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. Het voorkomen van jeugdcriminaliteit en het versterken van de weerbaarheid van jongeren vormt daarin een belangrijk onderdeel. Wij willen met extra middelen inzetten om te voorkomen dat jongeren van 8 tot 27 jaar in aanraking komen met criminaliteit, of daarin doorgroeien. Nieuwe criminele aanwas nnoet worden voorkomen, zoals onder andere door snus. Ook onder nneer het bieden van perspectief op studie en werk voor jongeren en nneer zichtbaar fornneel gezag in kwetsbare wijken.

Maatregelen om de weerbaarheid te vergroten worden gecombineerd met een stok achter de deur preventie met gezag. Mevrouw

‘...' (buiten microfoon).

De heer Merx: Ja. Hier laat ik het even bij dan. De voorzitter: Ja, dank u wel. De heer Merx: Ja, ik was net zo lekker bezig. De voorzitter: Ik kan me zo voorstellen dat het een duidelijk antwoord is, maar ik ga even terug naar de heer Kolkilig. Even stil allemaal, graag. De heer Kolkilic: Ik heb voldoende antwoord, voorzitter.

2

De voorzitter: Dank u wel, wethouder, ook voor de uitgebreide toelichting. Heel helder, ik denk dat voor een aantal mensen dit ook lets nieuws was. De tweede vraag is een vraag vanuit Beter Voor Dordt over geldstress van jongeren. De heer Katif gaat de vraag kort toelichten. De heer Katif: Dank u wel, voorzitter. Beter Voor Dordt is geraakt door berichten in de media over geldstress bij jongeren door grote gevolgen van recente prijsstijgingen voor hun portemonnee en die van hun ouders. Uit onderzoek blijkt dat zes op de tien jongeren hun zorgen niet bespreekbaar nnaken en daardoor aanhoudend stress, frustratie, verdriet en last but not least schaamte ervaren. Naar aanleiding hiervan hebben we een aantal vragen en de eerste twee vragen stel ik technisch, de derde vraag is wat politieker. Is het college bewust van de stress die 60 procent van de Dordtse jongeren lijkt te ervaren met betrekking tot hun financiele positie en/of die van hun ouders? Welke hulp kan de gemeente Dordrecht deze Dordtse jongeren bieden? En laatste vraag: hoe denkt het college deze groep jongeren op te sporen en te bereiken? Voor ons is dat een hele belangrijke vraag, ik hoop dat de wethouder een direct antwoord op kan geven. Dankjewel. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Jeugd, dat is de heer Van der Linden, denk ik. 0, die zit er niet. Ja, wel. Sorry.

De heer Van der Linden: Die is er wel, maar ik denk dat ik deze vraag beter aan de wethouder Financiele Stress kan stellen, of niet? Dat denk ik. De voorzitter: Mijnheer Heijkoop, ga uw gang. De heer Heijk000: Voorzitter, nou, ik mag Wethouder Financiele Stress, die moet ik even laten inzinken. Maar nee, ik ben zeker bereid om daar vanuit het college een reactie op te geven, want wij begrijpen vanuit het college heel goed de zorgen die de heer Katif nannens Beter Voor Dordt hier neerlegt. Wij kennen ook de cijfers en het is natuurlijk heel schokkend om te zien als zo'n enorm aantal jongeren, want zes op de tien, als je dat je realiseert, dan gaat het echt niet over kinderen die in mininnagezinnen opgroeien, dan gaat het over kinderen gewoon in de stad, op alle scholen, het speelt gewoon heel erg. Ik denk dat de mensen hier die zelf kinderen hebben, die herkennen denk ik ook wel dat sowieso geldzorgen en stijgende prijzen, dat het vaak een onderwerp van gesprek is. Dan hoeft het nog niet eens zozeer het eigen gezin aan te gaan, maar het houdt kinderen en jongeren wel bezig. Wat wij gedaan hebben is in ieder geval via het jongerenwerk zoveel mogelijk een luisterend oor bieden, dus echt in contact te blijven met de jongeren waar deze problennen zich echt voordoen en die daar veel stress door hebben.

Wat we ook gedaan hebben is naar alle scholen een brief te sturen om hen er ook op te wijzen dat dit een groot vraagstuk is. Dat weten die scholen natuurlijk zelf ook wel, maar hen ook een soort van handelingsperspectief te geven richting schoolmaatschappelijk werk of de Sociale Wijkteams en daar ook echt nadrukkelijk op te wijzen dat als kinderen daarmee rondlopen, dat op die manier ondersteuning geboden kan worden. Als het dan gaat over het bereiken van deze kinderen, jongeren en ook het ondersteunen. Zoals de heer Katif al terecht aangeeft, het gaat over zes op de tien jongeren c.q. kinderen. Oftewel, het gaat over meer dan de

3

helft van de kinderen loopt hiernnee rond, dus je kunt er niet heel specifiek op ingaan. Wat je wel doet, wat we wel belangrijk vinden is in de communicatie ook naar scholen en naar ouders en via het jongerenwerk en via de Sociale Wijkteams dat ze er heel erg op gericht om het bespreekbaar te ma ken. Want heel veel jongeren lopen ermee rond, vaak ook ten onrechte, maar ze weten ook gewoon niet wat er aan de hand is in de wereld en op het moment dat ouders dat zelf ook thuis bespreekbaar maken, dan neemt dat ook de stress weg, dus daar zijn we vooral mee bezig. Daarnaast natuurlijk, als het gaat over mensen die echt in armoede leven, dan proberen we daar natuurlijk ook vanuit ons armoedeprogramma adequaat beleid op te voeren en vanavond gaan we daar ook weer met elkaar over spreken. Maar dit vraagstuk wat de heer Katif hier neerlegt, dat gaat eigenlijk over de stress en de beleving van het overgrote deel van de jongeren in de stad en in het land en dat laat wel zien dat het een hele onrustige tijd is waarin we leven.

De voorzitter: Dank u wel voor de beantwoording. De heer Katif, is dit voldoende zo, of zijn er nog aanvullende vragen vanuit de tafel? Niets? Dank u wel. Even excuus voor mensen die thuis nneekijken dat het beeld niet netjes verplaatst naar degene die aan het woord is, maar daar wordt achter de schermen al aan gewerkt en of het opgelost wordt hopen we maar. Ik ga snel naar de volgende vraag en dat is een vraag van de VSP over de Drechthopper. Ik denk mevrouw Stolk voor een korte toelichting. Daar zijn al eerder vragen over gesteld en ik ga ervan uit dat het een andere vraag is. Mevrouw Stolk: Nee, dus hij staat hier gewoon op het lijstje, dus ik ga gewoon mijn vraag voorlezen, als u het niet erg vindt. Natuurlijk is het bekend dat er problennen zijn met het serviceniveau van de Drechthopper, voorzitter. Op 11 oktober heeft de VVD bij monde van de heer Kwaak hier tijdens het vragenhalfuurtje ook al vragen over gesteld en op 18 oktober hebben wij een RIB ontvangen waarin ook een aantal maatregelen zijn benoemd die het serviceniveau van de dienstverlening zouden nnoeten verbeteren. Helaas bereiken ons de laatste tijd nog steeds signalen dat de ritten zonder dat hierover gecomnnuniceerd wordt niet doorgaan. Heel vervelend en niet acceptabel, maar nog erger is dat hierbij ook enkele ritten betreft naar zorgverleners.

Wat gaat het college doen om deze hardnekkige problennatiek en onacceptabele handelswijze het hoofd te bieden? De voorzitter: Dank voor de toelichting op de vraag. Ik zie dat nnevrouw Benschop klaar zit om te beantwoorden. Ga uw gang. Mevrouw Van Benschop: Dank u wel. Om te beginnen, we hebben inderdaad op 18 oktober die RIB gestuurd en op dat moment waren de problennen zodanig dat het optijd-rij-percentage, zoals ze dat noemen, tussen de 60 en de 80 procent lag. Dus wij zien zeker de problemen die er spelen binnen het doelgroepenvervoer, we zien ook dat dat niet alleen binnen de Drechtsteden is, maar dat dat een landelijk probleem is. Neemt niet weg dat wij heel hard aan de slag zijn gegaan en nog steeds zijn, samen met Stroomlijn, om die problennen ook op te kunnen lossen. Zoals u net al zelf aangaf, in de RIB van 18 oktober zijn een aantal maatregelen genoemd en als resultaat daarvan - het is nog heel voorzichtig, want ze zijn per 1 november ingegaan, het is nu 15 november maar is dat op-tijd-rij-percentage naar de 90 procent. Dat betekent dat dat echt een

4

enorme verbeterslag is. Dat is geen 100 procent, daar ben ik me ook van bewust, zijn wij ons van bewust. Dus er wordt nog steeds aan gewerkt om te kijken wat de situatie nu is en hoe we dat richting de toekonnst ook gaan borgen. Wat wel een belangrijk punt is, is als dit soort signalen er zijn, ik heb ze nog niet gekregen. Als dit soort signalen er zijn, dan is het echt wel relevant om die ook direct naar Stroomlijn door te sturen, zodat Stroomlijn op die individuele gevallen kan gaan acteren, want met dit soort algennene signalen is het natuurlijk heel lastig om te definieren waar het probleem dan zit en wat de oplossing zou moeten zijn. Dus dat is voor nu de oproep eigenlijk ook aan de vragensteller.

De voorzitter: Mevrouw Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, dank voor het antwoord vanuit het college. Je probeert altijd individuele gevallen naar voren te brengen, nnaar die mensen willen dat vaak niet, dus ja, dan moet je toch vaak ook afgaan op de signalen die er zijn en ik denk niet dat mensen daarom jokken, om het zo maar te zeggen. Maar ik zal wel proberen om te vragen, als we het door mogen geven, dat we dat dan ook doen. Mevrouw Van Benschop: Voorzitter, als ik nog ... De voorzitter: Ja, gaat uw gang. Mevrouw Van Benschop: Ik denk ook niet dat die mensen jokken, hoor, dat bedoelde ik hier niet te zeggen. Maar dat is niet lets wat hier in de commissie besproken hoeft te worden, het is meer dat het gemeld wordt bij Stroomlijn, zodat Stroomlijn daarmee aan de slag kan. De voorzitter: Volgens mu j helder. Dank u wel. We blijven bij de VSP en wellicht ook bij nnevrouw Stolk voor de tweede vraag en die gaat over het verkeer bij de Dubbelsteynlaan. Mijnheer Stolk deze keer. 0, de eerste, ja, Merwedestraat. Sorry, ik was er al eentje verder. De Merwedestraat. Mijnheer Stolk, gaat uw gang, een korte toelichting op uw vraag. De heer Stolk: Ja, nou Mevrouw Stolk: Nee, geen korte toelichting. De voorzitter: Op de Merwedestraat ter hoogte van de Aldi en de Jumbo zijn er veel fietsers die tegen het verkeer in rijden op het fietspad.

Het gaat hier om de overgangssituatie die tot gevaarlijke situaties leidt en soms zelfs tot ongelukken. Veel bewoners klagen over deze gevaarlijke situatie. Het gaat erom, het fietspad van de N3 naar de stad toe die ook op meerdere plaatsen op de Merwedestraat voorkonnt. Het kan hopelijk voorkomen dat er een minder gevaarlijke situatie ontstaat, beter voorkomen dan genezen. We zien het college van de mogelijkheden om deze gevaarlijke situaties op te lossen, en met name om dus daar borden neer te gaan zetten. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga naar wethouder Van der Linden, gaat uw gang.

5

De heer Van der Linden: Dank u wel, voorzitter. Dank voor de vraag. Het klopt dat we af en toe merken - soms zelfs zelf, collega Merx en ik - dat er tegen het verkeer in wordt gefietst en dat is natuurlijk niet goed, want dat geeft gevaar op de weg. Het lastige is wel dat we hier, je kan hier natuurlijk niet permanent handhaving neerzetten en dat maakt het nnoeilijk. We merken ook niet dat hier veel op gemeld wordt en uit de cijfers die we hebben blijkt ook niet dat er heel veel ongevallen gebeuren. Dus als u daar zelf nneldingen van heeft binnengekregen, dan zou dat wel kunnen helpen om die met ons te communiceren, dat zou kunnen helpen. Dan weten we ook een beetje meer de precieze plekken waar het zich afspeelt. Op langere termijn zou je eraan kunnen denken - maar dat is niet lets wat we binnenkort kunnen gaan doen, denk ik - om nog eens na te denken over de vraag of je wel twee rijbanen nodig hebt voor de auto en of je niet een tweerichtingsfietspad aan bij de zijden van de weg kan aanleggen. Dat is natuurlijk een grote ingreep en deze weg is een jaar of vijf geleden keurig aangepast en voldoet ook op allerlei nnanieren heel goed, maar dat zou de enige inframaatregel zijn waarvan we weten, een breder fietspad, dat werkt altijd heel erg veiligheidsbevorderend, maar daar is op deze plek geen ruimte voor. De voorzitter: Dank u wel.

Ik ga eerst even naar de vraagsteller voordat er eventueel nog ... Is het voor u zo voldoende, mijnheer Stolk, de beantwoording? De heer Stolk: Ja, helder. Ik zou alleen als toevoeging willen doen dat als ze tegen het verkeer in gaan, dat er ook geen verbodsborden staan daar, fietsers verboden. De voorzitter: Dat is duidelijk, ja. De heer Van der Linden: Mag ik daar iets over zeggen? De voorzitter: Ja, gaat uw gang, dan ga ik daarna naar de heer Kuhlmann. De heer Van der Linden: Als je een eenrichtingsfietspad op rijdt, of Oberhaupt op een eenrichtingsweg zit, dan zijn er natuurlijk hier en daar heus wel kunnen borden wel helpen om er niet in te rijden, maar als de verkeerssituatie ook uitwijst dat het eenrichting is, dan doe je dat niet overal. Want we willen ook, dat heb ik u diverse malen toegezegd, minder borden in de stad. De voorzitter: Dank u wel. De heer Kuhlmann nog een vervolgvraag. De heer Kuhlmann: Dank u, voorzitter. Ik heb een vervolgvraag. Dit is natuurlijk de Merwedestraat is een onderwerp wat al langer speelt, waar we ook als Dordtse VVD eerder aandacht voor hebben gevraagd. Ik denk dat het heel goed is dat de VSP nu dit onderwerp van de fietsen noemt. Maar ik wil toch nog even, want u zei: nnoeilijk met en dat snap ik - tweerichtingsfietspad. Maar het punt is, er zit een stukje een tweerichtingsfietspad waar je oversteekt.

Ik sprak voorafgaand aan de vergadering eventjes met de VSP en ik begreep ook, juist op die plek doet zich dat voor. Ik kan me voorstellen, juist wanneer je op die plek vanaf een tweerichtingsfietspad naar een eenrichtingsfietspad gaat, dat het daar Natuurlijk moeten we opletten dat er niet te veel borden zijn, maar dat daar nou net een goede plek is om een bord te plaatsen.

6

De voorzitter: Dank voor die aanvulling. Nog misschien een reactie vanuit de wethouder? De heer Van der Linden: Ik hoorde geen vraag, maar ik hoor wel heel goed wat u zegt. Natuurlijk in dat geval kan het helpen, maar dan zou ik graag eerst even iets preciezer willen horen onn welk plekje het gaat en welke meldingen er zijn. Dat gaat helpen. Ik weet bijna zeker dat de heer Stolk mu j weet te vinden zo meteen aan het einde van dit halfuur. Maar dank voor de aanvulling, ja. De voorzitter: Dank u wel. We blijven bij de VSP voor de vervolgvraag en die gaat over het verkeer bij de Dubbelsteynlaan. Wie nnag ik het woord geven? Mevrouw Stolk: Voorzitter, dank en ook richting de voorzitter, daar is ook al eerder een vraag over gesteld en dat was door het CDA over de nieuwe situatie op de Dubbelsteynlaan. Het college heeft hierop actie ondernomen en de situatie aangepast, fietsers kunnen rechts langs de paaltjes. Echter, de nieuwe situatie is nog steeds gevaarlijk en er gebeuren nog regelmatig ongelukken. Is het college bereid na te gaan of handhavende maatregelen hier wellicht beter kunnen werken, bijvoorbeeld door snelheidscamera's? De voorzitter: Dank voor de toelichting. Ik ga weer naar de heer Van der Linden. De heer Van der Linden: Dank u wel, voorzitter.

Het klopt dat we natuurlijk een week of zes geleden de initieel aangelegde maatregelen hebben aangepast, zodat fietsers beter aan de rechterzijde kunnen passeren, want de eerste aanleg was niet zo veilig voor sommige weggebruikers. Ik begreep ook dat er vorige week een vervelend incident heeft plaatsgevonden. Ik heb de precieze toedracht nog niet. We hebben wel even gekeken: hoe hebben we dit nou aangelegd? Op zich zijn 30-kilometerwegen niet zo strak omschreven als 50 of 80 enzovoorts, maar er zijn wel richtlijnen waar we aan hebben voldaan. Dan hebben we hem aangelegd met een inritconstructie, een asverspringing, er is een plateau aangelegd bij De Oude School, een drennpel eigenlijk, de kruising is aangepast. Kortonn, alles is wel gedaan conform het boekje. Algemeen gezegd, ik denk dat we op veel meer plekken, zeker in Dubbeldann waar je ook veel brede wegen hebt waar je makkelijk 50 rijdt soms wel wat harder, dit soort maatregelen wel zouden kunnen nemen, want deze maatregelen zijn ook genomen in het kader van de aanpak verkeersonveilige plekken, er werd soms wat te hard gereden. Maar dan helpt het wel om uniform in te richten, dat is fijn voor alle weggebruikers. Snelheidscamera's aanbrengen op 30-kilometerwegen gebeurt niet.

De politie gaat ervan uit dat dat op een 30-kilometerweg eigenlijk niet kan, want het verschil tussen te hard en te zacht Je kan natuurlijk altijd 60 rijden ergens, maar dat kan gezien de inrichting eigenlijk niet. Wat we wel hebben, we hebben wel camera's met een snniley die ook aangeven: u rijdt te hard, of u rijdt keurig binnen de norm. Dat genereert aandacht en dat leidt wel tot aangepast gedrag, want het is natuurlijk grotendeels een gedragsvraagstuk. Op diverse plekken in de stad zetten we die camera's dan neer een poosje, een maand of drie, vier. Dan is het effect zo'n beetje uitgewerkt en dan ga je naar een volgende plek. Dus daar kunnen we deze zeker een keer inzetten.

7

De heer Van der Kruijff: Voorzitter? De voorzitter: Eerst even naar mevrouw Stolk of de beantwoording voldoende is. Mevrouw Stolk: Mooi dat de wethouder ook aangeeft natuurlijk om daar die smileys neer te zetten, want het is inderdaad een stukje gedrag waarop geacteerd moet worden. Dus ja, dank. De voorzitter: Graag gedaan, denk ik, namens de voorzitter ... Of, namens de wethouder. De heer Van der Kruijff had nog een aanvulling. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, graag een aanvullende vraag, want we kregen zelfs vanmiddag nog signalen dat door de asverspringing automobilisten nu extra gas geven, dus harder gaan rijden in plaats van langzamer, om als eerste door de slalom te komen. Dus wellicht kunt u toch eens gaan kijken hoe een en ander uitwerkt. Vanuit de bewoners ter plekke, die zeiden: voor de aanpassing was de situatie veiliger dan nu. De voorzitter: Ik denk dat ... Wilt u daar nog op reageren, wethouder? De heer Van der Linden: Nou ja, kijk, daar wil ik wel het fijne van weten, want overal in Nederland werken asverspringingen, dat doen we wel eens met plantenbakken en zo om te oefenen om te kijken: gaat het hier werken? Dit is een van de nnanieren om snelheid uit het systeem te halen. Het kan lets te maken met de intensiteit op een bepaald moment. De Rechte Zandweg is drukker, dus dan werkt het nnisschien beter.

Maar ik ga graag hier op deze uitnodiging in om even beter te snappen hoe dit kan, want dit doen we onndat er te hard gereden werd. Daarom doe je dit. Als het niet veiliger wordt, ja, dan kun je beter alles weer weghalen. Wat ik een heel raar soort maatregel zou nemen, maar het nnoet wel werken natuurlijk, anders doen we lets verkeerd met elkaar. De voorzitter: Dank u wel. Tot zover denk ik dit agendapunt, of deze vraag. Dan hebben we de laatste vraag en die is van de heer Uysal namens GroenLinks en die gaat over de verduurzaming van sportvoorzieningen. Heeft u nog een korte toelichting op de vraag? De heer Uysal: Ja, zeker, voorzitter. Ik zie dat we acht nninuten hebben, dus we kunnen hier lekker uitgebreid de tijd voor gaan nemen. Nee, voorzitter, ik zal het beknopt houden. Vorige week hebben we de begroting vastgesteld en in dat kader hebben we ook bepaald dat we het noodfonds met 5 nniljoen gaan uitbreiden. Dat is een goede zaak, want zo zorgen wij ervoor dat we maatschappelijke organisaties door deze moeilijke periode heen loodsen. Maar aan de andere kant moeten we denk ik ook niet vergeten dat er sportverenigingen zijn of organisaties zijn die niet in aanmerking komen voor het noodfonds, maar die wel stappen willen zetten om zo snel mogelijk van het gas af te zijn en die hoge maandelijkse lasten flink te reduceren. Dat hebben de Dordtse voetbalverenigingen ook gedaan.

Zij hebben de handen ineen geslagen en zij hebben een duurzaamheidsplan gemaakt waarbij binnen drie maanden, een hele snelle periode, dat alle sportcomplexen in Dordrecht van het gas af zijn. Dus dat is best wel een annbitieus plan. Vandaaruit twee vragen voor het college. Een: is bij het college bekend dat er meerdere nnaatschappelijke organisaties zijn die het initiatief hebben genomen en

8

die met zo'n duurzaannheidsplan zijn gekomen? En twee: is het college dus ook bereid om met dit soort partijen, organisaties, verenigingen zo spoedig nnogelijk om de tafel te gaan zitten, om gezamenlijk tot een oplossing te komen? Dank u wel.

De voorzitter: Dank voor de vraag. Zover ik begreep gaat die naar de heer Merx. De heer Merx: Dank u wel, voorzitter. Eerst eventjes een kleine misvatting weghalen. Het voorstel voor het nood- en crisisfonds is echt bedoeld om mensen of organisaties door de winter te helpen. Dus als een organisatie dreigt om te vallen omdat ze de rekening niet meer kunnen betalen, dan kunnen ze een beroep doen op dat fonds. Daar gaat u volgende week, als ik het goed begrepen heb, over spreken en daar komt nog een subsidieregeling aan. Daar kunnen dus ook voetbalverenigingen gewoon een beroep op doen, ook de verenigingshallen kunnen daar een beroep op doen, nnits ze aan kunnen tonen dat, enzovoort, enzovoort. Wat anders is de investeringen in duurzaamheid. Daar hebben we nu al gewoon een Nota leningen en garantstellingen voor, dus organisaties die denken: ik wil hiernnee aan de slag, die kunnen daar een beroep op doen. Ze kunnen zich ook aanmelden bij de energiecoaches in het Energieloket om ze daarmee te helpen. Ook vanuit het Sportbedrijf zijn mensen altijd bereid om mensen aan de hand mee te nemen hoe we dat kunnen doen. Minstens zo belangrijk is het sportbeleid, daar hebben we het vorige week ook even kort over gehad. Daarbij heb ik aangegeven dat nog steeds het streven is eind dit jaar met het beleidskader naar de raad te komen.

Maar nnocht het zo zijn dat het echt nog niet goed genoeg is, dan zou het lets later kunnen komen. Het streven is nog steeds erop gericht om dat voor het eind van het jaar te doen. In het sportacconnmodatiebeleid wat vorig jaar in de raad is besproken, maar niet is aangenonnen, stond een subsidieregeling waar ook sportorganisaties een beroep op zouden kunnen doen als zij zouden willen verduurzamen. Dat komt ook weer terug in het nieuwe sportbeleid, dus dat is aanvullend, of in plaats van - dat moeten we nog even bekijken - aan het beleid wat we al hebben. Dus daar gaan we mee aan de slag. En sportorganisaties die zeggen: wij willen verduurzamen. We hebben de brief ook ontvangen van de voetbalvoorzitters, dus daar kunnen we mee aan de slag, maar wel binnen de kaders zoals die nu zijn. Nognnaals, eind van het jaar proberen we in ieder geval het beleid naar de raad te sturen zodat we daar zo snel mogelijk over kunnen spreken, om zo snel nnogelijk met die verduurzanning, ook van sportacconnnnodaties en andere maatregelen die noodzakelijk zijn voor de sport, aan de slag te kunnen gaan. En nogmaals, ik heb nog een minuut, vier minuten zelfs, dat wil ik echt graag benadrukken: u gaat er volgende week over spreken, over de nota voor het nood- en crisisfonds waar ook deze verenigingen gewoon een beroep op kunnen doen als ze dreigen om te vallen.

De voorzitter: Dank u wel, wethouder Merx. De heer Uysal? De heer Uysal: Nog een vervolgvraag, voorzitter. De voorzitter: Heel kort. De heer Uysal: Ja, vier minuten. Nee, maar wat ik suggereerde net, er komen sportvereniging of organisaties niet in aanmerking voor het noodfonds, daarnnee bedoelde ik meer: sportverenigingen die dreigen nu niet om te vallen. In die

9

hoedanigheid komen ze niet in aanmerking voor het noodfonds, want dat is echt bedoeld voor organisaties die dreigen om te vallen. Maar er zijn ook tat van organisaties en ook sportverenigingen die dus nu niet dreigen am te vallen, die hebben nog wat geld in de spaarpot zitten, maar die willen wet nu zo snel mogelijk stappen zetten am die hoge maandelijkse lasten te reduceren. Want het is natuurlijk zonde als je tienduizenden euro's moet betalen aan energierekeningen, terwijI het ook veel goedkoper kan. Begrijpt ook het college dat het verschuiven, alles onder de noemer van sportbeleid of andere diverse gemeentelijke beleidsnota's, dat dat de vragen oproept bij de organisaties am dan zelf het initiatief te nemen en am dan zelf het heft in handen te nemen am zelf met plannen te komen? Omdat men zekerheid en garantie wit. Men wit weten waar het aan toe is en ik wit

De voorzitter: Uw oproep is duidelijk. De heer Uysal: Mijn vraag is aan het college of daar ook begrip voor is en of daar ook wat aan gedaan kan warden. De voorzitter: Volgens mu j heeft de wethouder at een redelijk antwoord gegeven, maar nnisschien nog kort, krachtig? De heer Merx: Nou, dat wordt lastig. Nee, maar dat begrijpen we, en er zijn regelingen. Ik noemde net al de Nota garantstellingen en leningen waar nnensen en organisaties gewoon een beroep op kunnen doen, er is een BOSA-regeling. Er zijn eigenlijk best wet wat regelingen, maar aanvullend daarop komen we met een andere regeling voor de verduurzamingsslag. Dat moet ook zo snel mogelijk gebeuren, want we willen niet volgend jaar nog eens een keertje weer een nood- en crisisfonds hebben als die rekening nog steeds zo hoog is. Dus de uitdaging ligt echt volop op tafel, maar we moeten het ook goed doen en we moeten ook zorgen dat we het op een zorgvuldige manier doen. Maar zorgvuldigheid en snelheid, die allebei moeten wet hand in hand gaan. De heer Van Dam Timmers: Voorzitter? De voorzitter: Dank voor het antwoord. Ja, we hebben bijna geen tijd nneer, het is ... Heel erg kort dan. De heer Van Dam Tinnnners: Voorzitter, een hele korte vraag. In mijn familie gaat altijd het gezegde: je moet het dak repareren als de zon schijnt. Dat denk ik ook een beetje in dit kader.

Is er een speciale reden waarom zo'n noodfonds dan niet ook voor een deel gekoppeld zit aan het dak repareren, in plaats van alleen grotere emmers neerzetten?

De heer Merx: Daar is reden voor, maar ik stet voor dat u dat volgende week gaat bespreken in de connmissie, want anders gaan we hier alvast vooruitlopen op de commissiebespreking. Maar daar is een reden voor. De voorzitter: Daar wilde ik het inderdaad ook bij houden. Dank u wet allennaal voor uw aandacht en een prettige avond.

10

3. Inspreker namens Natuur- en Milieufederatie ZH m.b.t. Energietransitie in relatie tot ruimtelijk beleid Voorzitter: dhr. Safranti Commissiegriffier: dhr. Boom Verslag: NotuBiz Aanwezig: Mevr. Boom-Vos (VVD) Dhr. Boone (Beter Voor Dordt) Dhr. Burakcin (GroenLinks) Dhr. Den Hartog (GroenLinks) Dhr. Groenewege (Partij voor de Dieren) Dhr. aindogdu (Op Ons Eiland) Dhr. Hartmeijer (SP) Dhr. Katif (Beter Voor Dordt) Mevr. Koole-Bruurnnijn (Beter Voor Dordt) Dhr. Roggekannp (Gewoon Dordt) Mevr. Rutten-Alberts (PVV) Dhr. Struijk (CU-SGP) Dhr. Van Dam Tinnnners (CDA) Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Mevr. Van Vugt-Roose (CDA) Insprekers: Dhr. Bakker (Natuur- en Milieufederatie Zuid-Holland) Dhr. Ouwehand (Natuur- en Milieufederatie Zuid-Holland) Portefeuillehouders: wethouder T. de Jonge

De voorzitter: Welkom voor de beeldvormende sessie naar aanleiding van een brief van de Natuur- en Milieufederatie. Die brief is vandaag ook nog besproken als het goed is tijdens de agendacommissie en die wordt als het goed is doorgeleid naar het eerste kwartaal van 2023 onn daar verder dit op te pakken tijdens de startnotitie Klimaatneutraal 2040. Daar zullen in principe alle betrokken partijen aanwezig zijn. Vandaag hebben we een spreker midden ons en dat is mijnheer Alex Ouwehand. Voordat ik het woord aan mijnheer Ouwehand ga geven, wil ik even een klein voorstelrondje doen. Ik heb met mijnheer Ouwehand al afgesproken dat mijnheer vijf minuten inspreektijd krijgt, vervolgens de vragen afmaakt en kan vertellen, en dat we daarna eventueel vragen kunnen stellen. Ik begin bij jou. De heer Boom: Hessel Boom, commissiegriffier. De heer Ouwehand: Alex Ouwehand, directeur van de Natuur- en Milieufederatie ZuidHolland.

11

De heer Bakker: Adri Bakker, adviseur Natuur- en Milieufederatie Zuid-Holland. Mevrouw De Jonge: Tanja de Jonge, wethouder. De heer Van Dam Timnners: Jan van Dam Tinnmers, CDA Dordrecht. Mevrouw Boom-Vos: Karin Boom, Dordtse VVD. De heer Struijk: Leen Struijk, ChristenUnie-SGP. De heer Van der Meer: Frans-Bauke van der Meer, GroenLinks. De heer Burakgin: Necdet Burakgin, GroenLinks. De heer Katif: Jacques Katif, Beter Voor Dordt. Mevrouw Rutten-Alberts: Saskia Rutten-Alberts, PVV. Mevrouw Van Vugt-Roose: Franciske van Vugt, CDA Dordrecht. De heer Groenewege: Pieter Groenewege, Partij voor de Dieren. De heer Hartmeijer: Raymond Hartmeijer, SP. De heer Gundogdu: Aydin Gundogdu, Op Ons Eiland. De heer Rosgekamp: Erik -Jan Roggekamp, Gewoon Dordt. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie ook nog raads- en connnnissieleden in de buitenring, maar doen jullie mee? Want er is nog plek, dus ik zou zeggen, u kan ook hier konnen zitten. De heer Den Hartog: Paul Den Hartog, GroenLinks. Mevrouw Koole-Bruurmijn: Astrid Koole, Beter Voor Dordt. De heer Boone: Dave Boone, Beter Voor Dordt. De voorzitter: Dat was het, volgens mij. Mijnheer Ouwehand, het woord is aan u. De heer Ouwehand: Dank u wet. Ik zal me proberen binnen die vijf nninuten te beperken. De NMZH is at vijftig jaar actief in Zuid-Holland en in dit gebied houden we ons enorm bezig met klimaat en energie.

Het kan ook niet anders met zo'n hele grote Rotterdannse haven in de directe onngeving. We zijn bij alle zeven RESsen in ZuidHolland betrokken. Dat is een bewuste keuze, omdat wij ook het Klinnaatakkoord getekend hebben en ons ook verantwoordelijk voelen voor het welslagen van dat akkoord en daar horen natuurlijk de RESsen, de Regionale Energiestrategieen bij. We ma ken ons op dit moment zeker in de Drechtsteden enorm zorgen onn de energietransitie. Dat is overigens niet uniek voor alleen de Drechtsteden. Er zitten wet

12

heel veel ambities in, maar als je gaat kijken naar de hardheid van die annbitie, dan zit daar nog echt wel een wereld te winnen. Hier hebben we met name aandacht gevraagd voor een specifieke locatie, de Krabbegors. Wind is heel belangrijk in die Regionale Energiestrategie am een energie-efficient systeem te krijgen, zodat we ook gewoon voor de toekomst een goed adequaat systeem overhouden, want met zon gaan we het gewoon niet allemaal redden. Er is tien jaar gewerkt door een aantal partijen hier in Dordrecht aan die windlocatie en wij hebben geconstateerd dat doordat de ruimtelijke ordening niet op orde is, deze windlocatie gewoon van de haak gevallen is. Er zijn natuurlijk ook nog allerlei andere redenen die hierbij spelen, maar had de ruimtelijke ordening op orde geweest, dan hadden we de Krabbegorslocatie overeind kunnen houden. Het gaat er niet am dat wind coute que coOte gerealiseerd moet warden, maar locaties die sowieso al in het provinciaal beleid staan, in het genneentelijk beleid staan, waar ook een omgevingsvergunning voor gegeven is, waar de gronden gekocht zijn speciaal voor zo'n locatie, is het natuurlijk best wrang dat het na tien jaar gewoon sneuvelt. Dat is een oprechte zorg van ons, want als de energietransitie op deze manier vormgegeven gaat warden en dit niet een incident is, maar meer gaat gebeuren, dan komt er niet veel van terecht.

We hebben heel bewust die brief aan de gemeenteraad gestuurd cm hier kond van te doen. We hebben daarnaast ook Woo-verzoek gedaan, onndat er ook nog iets anders speelt. Dat heeft te maken met de positie van HVC en de Energiecooperatie Dordrecht en Drechtse Energie, onndat Dordrecht zelf als gemeente een publiek lichaam is maar daarnaast ook privaatrechtelijk in deze werknnaatschappijen zit. Dat vinden we toch wel een heel ingewikkelde situatie, want hoe ga je publieke belangen en het private belang in dit soort zaken op een goede manier gescheiden houden? Dus in dat Woo-verzoek, voorheen heette dat Wob-verzoek, hebben we met name gevraagd am eens goed uit te zoeken hoe nou precies die relaties tussen die werkmaatschappijen zit en de gemeente Dordrecht. Dus we zijn benieuwd, we hopen dat we daar snel ook antwoord op kunnen krijgen. Daarnaast triggerde het oak een ander ding en dat was burgerparticipatie, want de Energiecooperatie Dordrecht, daarvan zou je denken dat het gewoon een burgercooperatie is, maar dat is het niet, het is een werkmaatschappij. Uiteindelijk nnoeten we met elkaar zorgen dat die burgerparticipatie het draagvlak gaat warden voor die energietransitie. We hebben gewoon de burgers nodig am meters te maken in die duurzanne opwek en dat vinden we dus iets wat meer aandacht moet krijgen hier in de regio Drechtsteden, zeg maar.

We hebben op dit moment naar aanleiding van Dordrecht een aantal willekeurige bestennmingsplannen getrokken in Zuid-Holland bij andere gemeenten en zijn we aan het kijken of de bestemmingsplannen daar wel of niet op orde zijn. Als dat oak blijkt niet op orde te zijn, dan gaan we oak naar Provinciale Staten en naar de gedeputeerde, omdat we vinden dat gemeenten gewoon de randvoorwaarden moeten creeren am zo meteen die energietransitie oak ruimtelijk mogelijk te maken. Je ziet oak als je gaat kijken naar, wat ik in het begin al zei, die annbitie van zon en wind, die 0,91 petajoule. Dan is die ambitie torenhoog, maar als je gaat kijken wat er tot nu toe gerealiseerd is, is dat natuurlijk maar een gering deel van wat echt nnoet gaan gebeuren. Dus we zouden eigenlijk die opgave in de realisatiezin echt grater willen hebben oak hier in de Drechtsteden. Daarnaast, het laatste wat ik nog op tafel wil leggen is: gemeente, zorg in ieder geval dat je ruimtelijke ordening op orde is, zorg in ieder geval voor een vervangende windlocatie, zodat het opgewekte vermogen wat nu verloren gegaan is op

13

een andere plek gerealiseerd kan gaan worden, en zorg er ook voor dat de participatie en zeker vanuit Dordt een stevigere impuls krijgt. Dat geldt zowel voor grondeigenaren als initiatiefnemers, maar ook voor de burger en ook voor het hele programnna rand 50 procent lokaal eigendom, zodat we ook participatie niet alleen in inspraak en in invloed hebben, maar ook nog eens een keer middels financiele participatie. Dit wilde ik graag onder jullie aandacht brengen, met het verzoek am in de verdere uitvoering van zo meteen de opmaat naar die RES 2.0 en het uitvoeringsprogramma waarin het zo meteen vergunningklaar gennaakt moet warden, dat dit goed geregeld gaat warden. Dank u wel.

De voorzitter: Keurig binnen de tijd, volgens nnijn tijdteller. De heer Ouwehand: Ik heb het niet bijgehouden, dus ik volg u gewoon, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van der Meer. De heer Van der Meer: Ik heb in eerste instantie twee vragen, voorzitter, dank u wel. Ten eerste heeft de inleider gezegd dat wind belangrijk is voor een energie-efficient systeem. Kan dat nog wat verder toegelicht warden, waarom is dat zo, en kunt u lets zeggen over de gewenste of de ideale verhouding tussen wind en andere bronnen? Dat is mijn eerste vraag. De tweede gaat over het feit dat u kennelijk constateert dat de ruimtelijke ordening niet op orde is. Misschien kunt u ook lets nneer aangeven in welk opzicht die in uw visie niet op orde is. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Ouwehand. De heer Ouwehand: Prima. Dan beginnen we met het energie-efficiente systeem. Het is een beetje een heel sinnpel antwoord, maar als het donker is, dan heb je niet veel aan zonne-energie en heb je dus wind nodig in de mix. Daarnaast is het zo dat het ruimtelijke beslag wat nodig is voor zonne-energie, dat is vele malen grater dan wat wind kan leveren.

Dus dat betekent dat, wil je het betaalbaar houden, omdat namelijk ook een heleboel randvoorwaarden rand tussenstations, hoofdstations, aanleggen van leidingen en noenn maar op, wil je ook zoveel mogelijk dat dat op een goede manier in balans is. Daarnaast is het ook zo dat de netbelasting bij wind lets anders is dan alleen maar bij zon. Dus hoe nneer zon je hebt, hoe ingewikkelder die netbelasting gaat warden en hoe meer ondersteunende maatregelen je moet nemen. Dus die mix is essentieel en wat is dan de meest gewenste mix? Dat is fifty-fifty. Dus 50 procent wind, 50 procent zon is gewoon zeg maar de goede mix. Als je gaat kijken naar de RESsen - dat geldt trouwens niet voor de Drechtsteden alleen, dat geldt ook voor de andere - dan zie je dat iedereen op dit moment zijn kaarten gezet heeft op zonne-energie en dat daar in feite het hele ruimtelijk proces op ingericht gaat warden. Nou, wij denken dat dat niet duurzaam is en ook niet volhoudbaar en dan moet je dus op een ander moment je ruimtelijke keuzes weer gaan veranderen, onndat je ook stukken wind nodig hebt. Hoe ingewikkeld het ook ligt in de samenleving, we moeten de bevolking meenemen in die opgave am gewoon een wat energie-efficienter systeem te krijgen en die eigenstandige energiepositie. Dus dat is eigenlijk het verhaal en dat is een deel van de opgave. Dan de tweede vraag, ruimtelijke ordening niet op orde.

Dan moet ik eigenlijk een klein beetje lets zeggen, ik zal niet herhalen wat er in de brief staat, maar in principe is er natuurlijk

14

een hele weg gelopen bij de Krabbegors, bijna tien jaar. Er is een sannenwerkingsafspraak gennaakt tussen HVC, ECD en Drechtse Energie, dat was de basis. HVC heeft uiteindelijk de grond gekocht, heeft een omgevingsvergunning gevraagd. Het bestemmingsplan is nog steeds zeehavengebied en laat alle nnogelijkheden open, dus ook de ondernemer die nu voor dat onderdeel waar die windmolen staat een extra doos wil neerzetten als aanvulling op zijn distributiecentrum heeft daar jammer genoeg het volste recht toe. Nou, er zit altijd tegenslag, dat geldt bij alle wind- en zonneprojecten. Niet iedereen is daar altijd even gelukkig mee, dus dat betekent dat je ook gerechtelijke procedures krijgt die je moet doorlopen. Deze laatste procedure, daar zit bij de Raad van State ook vind ik een zwak verhaal, omdat ze nneer als een jaar nu al geen uitspraak hebben kunnen doen om een of andere reden en dat dan weer aanleiding is geweest voor HVC om die omgevingsvergunning terug te geven en uiteindelijk de gronden te verkopen aan Borghese, die de ontwikkelaar is van het distributiecentrum. Nou, die heeft daar natuurlijk gewillig gebruik van gemaakt. Zoals net gezegd, die kan je het niet kwalijk nemen, maar was die ruinntelijke ordening op orde geweest en die locatie was aangewezen als windlocatie, dan had Borghese dit niet kunnen doen.

Ik weet vanuit de contacten die wij hebben, want met Energie Samen werken wij heel nauw sannen, dat Drechtse Energie heel graag had doorgegaan. Die hebben geen kans gehad meer om dat door te zetten, dus uiteindelijk zit Dordrecht nu met alleen nog maar weer een doos erbij. Ja, wit je dat?

De voorzitter: Dank u wet. Een vervolgvraag? De heer Van der Meer: Ik heb twee kleine vervolgvraagjes. Kunt u naar documentatie verwijzen over die fifty-fifty verhouding die volgens u optinnaal is? Dat zou ik op prijs stellen om daar wat onderbouwing van te zien. Met betrekking tot die ruimtelijke ordening, u zegt: als die op orde was geweest. Betekent dat in uw visie dat een bestemmingsplan kan vastleggen dat ergens een windmolen moet komen? Of geeft een bestemmingsplan alleen de mogelijkheid om een windmolen ergens te positioneren, maar zonder dat verplicht op te leggen, heeft u een visie over? De voorzitter: Dank u wet. De heer Ouwehand: Ik begin eerst even met documentatie, anders ga ik die vergeten. Als we nu eens afspreken dat ik zorg voor documentatie en dat ik het aanlever aan de griffie, zodat dat ook met jullie als commissie terug kan komen? Dan is dat geregeld. Kijk, als iets nog in een studie of in een eerste verkenning zit, dan begrijp ik dat je niet gelijk naar een bestemmingsplanwijziging toe gaat. Maar als je eraan werkt en er is een omgevingsvergunning afgegeven, de gronden zijn at gekocht, dan vind ik dat je als gemeente Dordrecht gewoon de plicht hebt om het bestemmingsplan te actualiseren. Dan moet je zorgen dat op die locatie waar de Krabbegors gepland was, dat dat eigenlijk feitelijk de enige bestemnning is.

Dat betekent dat wie dan ook in die omgeving iets zou willen ondernemen, dat alleen nog een windmolen mag zijn. Nu is het zo dat het zo diffuus is en dat bestemmingsplan Zeehavengebied zo ruinn interpretabel is, dat feitelijk alles kan daar. Dan zie je dus dat op een gegeven moment als iets tegenzit - en dat was nog niet definitief, maar het zat op dat moment wet tegen - dat dan een aantal partijen eieren voor hun geld kiezen. Zo'n omgevingsvergunning nnoeten gewoon doorgegeven

15

gaan worden aan een andere ontwikkelende partij. Hetzelfde geldt ook voor de gronden en nu zie je dat dan een ontwikkelaar gewoon vrij spel heeft. Dat nnaakt het zo pijnlijk. Ik denk dat we met elkaar voor een grote opgave staan om dit echt gezamenlijk goed te regelen.

De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Struijk. De heer Struijk: Dank u wel. Mijnheer Ouwehand, als ik het goed begrepen heb - als het niet zo is, moet u me corrigeren - is Krabbegors einde verhaal, daar kan het niet nneer? Dan zegt u, dan moet er op een andere plek op het eiland gezocht gaan worden. Nou kan ik me herinneren dat wij bij de RES een of anderhalf jaar geleden het er ook over gehad hebben en dat toen de conclusie was eigenlijk dat het nog wel heel erg nnoeilijk was om op het eiland van Dordt een plekje te vinden waar nog een windmolen geplaatst kan worden. Ziet u dat anders? De heer Ouwehand: Even kijken, eerst maar eventjes dan die locatie, zeg maar. Ik denk, kijk, allereerst prinnair kan ik wel wat suggesties aangeven, maar het is natuurlijk een keuze van de gemeenteraad van Dordrecht om daar ruinntelijke verordening technisch invulling aan te geven. Wat ik wel weet is dat iedere gemeente bijna in Nederland worstelt met dit soort locaties. Ik ben zelf met een aantal nnensen door Dordtse Kil I, II en III gegaan om te kijken waar mogelijkheden zijn. Ik zie daar nnogelijkheden, maar wat ik zie hoeft nog niet te betekenen dat er een meerderheid in de gemeenteraad is voor die locatie. Dus dat is lets wat op jullie bord ligt en daar wat mee moet gebeuren.

Als ik dan kijk naar de ontwikkelaar, ja, ik bedoel, als het planologisch zo slecht geregeld is, dan is er sprake van een zogenaamde bindende vergunning die dus eigenlijk gewoon in het verlengde ligt wat het bestemnningsplan beoogt en dan zijn er geen beroepsgronden. Was het nog in HVC-handen geweest, de grond en ook de omgevingsvergunning, dan had ik er echt vanuit onze organisatie een zwaar beroep van gemaakt, want dan ligt die anders. Nu is het zo dat door nalatigheid van de gemeente Dordrecht dat ook niet meer lukt. Daar kan je blij mee zijn of niet, wij zijn er niet blij mee en we vinden dus dat gewoon Dordrecht moet zorgen dat er een vervangende locatie moet gaan komen. De voorzitter: Het verhaal is duidelijk. Mijnheer Katif. De heer Katif: Voorzitter, u hebt het over nalatigheid van de gemeente Dordrecht. Zou u de vraag kunnen beantwoorden in hoeverre de rol van de gemeente Dordrecht als aandeelhouder binnen HVC gespeeld zou kunnen hebben? Want u suggereert een aantal dingen waarvan ik denk: ik wil dat toch wel wat duidelijker hebben. U hebt het over de positie van de gemeente Dordt, aandeelhouder, ruinntelijk niet op orde en er zijn allerlei dingen die meegespeeld hebben dat die twee windnnolens er gewoon niet kwamen. Kunt u toelichten? De heer Ouwehand: Ik kan dat toelichten, maar het maakt het voor mij ingewikkeld. Ik wil namelijk niet speculeren, ik hou van feiten.

Wat we gedaan hebben is dat we dus op basis van die Woo een aantal vragen gesteld hebben om hier achter te komen. Zodra ik die antwoorden krijg, dan ga ik ze natuurlijk ook heel gelijk met de gemeenteraad te

16

delen onn gewoon een transparantie te hebben, zodat iedereen vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid ernaar kan kijken. Aan de ene kant is het in onze ogen gewoon niet meer en niet minder dan een werkmaatschappij en daar is gewoon de gemeente aandeelhouder in. Dus dit soort beslissingen worden niet over een nacht genomen, dus daar vindt ook consultatie met het bestuur plaats en daar zit ook een vertegenwoordiger van de gemeente Dordrecht bij. De gemeente Dordrecht heeft in zijn beleid staan dat daar een windlocatie moet komen, de provincie heeft het in zijn beleid staan, dus dat is heel erg vanuit het publieke belang en er is niet voor niks met een heleboel nnensen gewerkt zo'n beetje tien jaar om dat voor elkaar te krijgen. Dus ik durf niet te zeggen hoe het zit, ik vermoed iets, maar ik wil gewoon van de gemeente duidelijkheid krijgen

De voorzitter: U wilt niet speculeren? De heer Ouwehand: Ik ga niet speculeren. De voorzitter: Gezien de tijd moet ik echt ingrijpen nu, want we hebben nog twee vraagstellers. Mijnheer Groenewege.

De heer Groenewege: Er is een Structuurvisie Wind op land van de gemeente Dordrecht, daar verwijst u naar in uw brief. Volgens mu j wordt die nog steeds kaderstellend gebruikt en toegepast. Is die nog voldoende, of is die toe aan een update?

De heer Ouwehand: Ik denk dat die toe is aan een update, gezien de inspraaktekst die ik net gegeven heb. Het is in ieder geval zo dat de Krabbegors ook daarin staat en die is sowieso al weg. Dus dat zou voor mu j al betekenen dat ik zou willen adviseren onn hem te herzien en in ieder geval dan die vervangende locatie mee te nemen.

De voorzitter: Ook die nemen we mee. Mijnheer Gundogdu, laatste vraag. De heer Gundogdu: Mijnheer Ouwehand, dank u wel. U noennde in een bijzin financiele participatie op het eind van uw inbreng. Wat bedoelt u expliciet ernnee?

De heer Ouwehand: Er is binnen het RES-programma afgesproken dat we zoveel mogelijk gaan werken met 50 procent lokaal eigendom en met burgercooperaties. Die 50 procent is niet met een schaartje te knippen, dat kan 50 procent zijn in zeggenschap zodat er wat kan gebeuren met de opbrengst van een windnnolen, zodat bijvoorbeeld leefbaarheidsinnpulsen gegeven kunnen worden in de wijk zelf, maar het kan ook zijn dat nnensen een winddeel aanschaffen en daar dan ook mee in kunnen investeren en daar dan ook een stukje revenu terug kunnen krijgen van de opbrengst van de windnnolen. Dat zal niet voor iedereen gegeven zijn, maar het zijn wel hulpmiddelen die meehelpen onn het draagvlak onder de bevolking behoorlijk te vergroten bij dit soort projecten.

De voorzitter: Dank u wel. Ik zie dat we nog twee minuten hebben. Mevrouw Boom.

17

Mevrouw Boom-Vos: Ik hou hem kort. Mijnheer, u vertelde net over de verdeling van duurzame energie, 50 procent zon, 50 procent wind. Hoe ziet u de verhoudingen met restwarmte of geothermie, dat zijn toch ook duurzame energiebronnen? De heer Ouwehand: Pardon. Hoe jammer het ook misschien is, maar het is en -en -en. Er zijn meerdere programma's en we praten nu over de RES. Warmte zit binnen de gebouwde omgeving en is gekoppeld ook aan die warmtevisie, zeg maar. Je hebt ook warnnte nodig om op een gegeven moment ook goed te kunnen elektrificeren. Dus we hebben die mix van elektrificatie nodig en we hebben ook een goede bron nodig voor warmte en dat kan natuurlijk geothernnie zijn, waterthermie, er zijn een aantal voorbeelden die je zou kunnen toepassen. Ik weet niet wat hier het meest gewenst zou zijn, maar het is goed om daar ook op in te zetten. De voorzitter: Dank u wel. Nogmaals, dank voor uw bijdrage. Wij zullen dit zeker meenennen. Wat ik in het begin ook aangaf, eerste kwartaal van 2023 komt er een beeldvormend overleg en daar worden ook in dit geval u ook bij betrokken en andere betrokkenen worden ook uitgenodigd. Heeft u nog wat toe te voegen? Mevrouw Van Vugt-Roose: U zei beeldvormend, ik denk oordeelsvormend. De voorzitter: Nee, het wordt een beeldvormend Mevrouw Van Vugt-Roose: Nog een keer beeldvormend, oke.

De voorzitter: Ja, beeldvormend, want dan gaat het echt beginnen, dan komt de startnotitie. Ja? Oke. Nogmaals, hartelijk dank voor jullie bijdragen.

4. VervoIg Samen tegen Armoede — Raadsvoorstel Voorzitter: mevr. Van Engelen Comnnissiegriffier: mevr. Van Poppel Verslag: NotuBiz Aanwezig: Mevr. Boom-Vos (VVD) Dhr. Boone (Beter Voor Dordt) Dhr. Burakgin (GroenLinks) Dhr. De Heer (CU-SGP) Dhr. Gundogdu (Op Ons Eiland) Mevr. Pichel (FvD) Dhr. Portier (SP) Dhr. Safranti (DENK) Dhr. Schalken-den Hartog (Beter Voor Dordt) Mevr. Schnabel (PvdA) Mevr. Stolk (VSP) Mevr. Striebeck (VSP) Dhr. Van Ballegooijen (VVD)

18

Dhr. Van der Meer (GroenLinks) Mevr. Van Vugt-Roose (CDA) Mevr. Vol -van der Hoist (Partij voor de Dieren) Portefeuillehouders: wethouder P. Heijkoop

De voorzitter: Welkonn allemaal, de griffier is aanwezig en de deuren zijn dicht, dat betekent dat we kunnen gaan beginnen. Welkom bij deze oordeelsvormende sessie over Samen tegen Armoede. Zoals gewoonlijk doen we eerst een voorstelrondje rand de tafel voor het verslag wie er allemaal zijn. Ik ben Yara van Engelen, ik ben jullie voorzitter vanavond en dan ga ik verder aan nnijn linkerhand. Mevrouw Van Poppel: Denise van Poppel, commissiegriffier. De heer Heijkoop: Ik ben Peter Heijkoop, ik ben wethouder. De heer Boone: Dave Boone, Beter Voor Dordt. Mevrouw Schnabel: Marije Schnabel, Partij van de Arbeid. Mevrouw Boom-Vos: Karin Boom, Dordtse VVD. De heer Van Ballegooijen: Luca van Ballegooijen, Dordtse VVD. De heer Van der Meer: Frans-Bauke van der Meer, GroenLinks. De heer Burakcin: Necdet Burakcin, GroenLinks. Mevrouw Van Vugt-Roose: Franciske van Vugt, CDA Dordrecht. De heer Safranti: Mehmet Safranti, DENK Dordrecht. Mevrouw Vol -van der Hoist: Danielle Vol -van der Hoist, Partij voor de Dieren. De heer De Heer: Robert de Heer, ChristenUnie-SGP, en ik zal zo netjes mijn bordje nog even pakken. De heer Gundogdu: Aydin Gundogdu, Op Ons Eiland. De heer Portier: Ronald Portier, SP. Mevrouw Pichel: Ruby Pichel, Forum voor Democratie. Mevrouw Striebeck: Bernadette Striebeck, VSP. De heer Schalken-den Hartog: David Schalken, Beter Voor Dordt.

19

De voorzitter: Ik vroeg me al af of jullie nnee wilden doen aan een namenrondje en dat was zo. Welkom ook iedereen aan de publieke tribune en iedereen thuis. Dan even waarom we hier zitten. Op 11 oktober heeft de commissie het raadsvoorstel ter bespreking geagendeerd met de volgende politieke vragen. Wat vindt de commissie van de doelstellingen en hoe kunnen deze eventueel aangescherpt worden? En vindt de commissie dat er voldoende voor ouderen gedaan wordt? Dan gaan we zo meteen over naar het eerste termijn waarin alle aanwezige fracties hun voorlopige mening, standpunt naar voren kunnen brengen over het raadsvoorstel. Het voorstel is om het eerste termijn niet te interrumperen en het debat vooral in het tweede termijn te laten plaatsvinden, dus na de beantwoording van de wethouder. Dan kijk ik even rond wie ik het woord mag geven voor het eerste termijn. Mevrouw Striebeck: Voorzitter? De voorzitter: la, nnevrouw Striebeck. Mevrouw Striebeck: De VSP vindt dat er inderdaad nog meer gedaan mag worden voor ouderen en is wel zeker voor een vierde lijn. De wethouder was in een voorgaande commissie dat ook at met ons eens en eventueel door het inzetten van ouderenambassadeurs of iets dergelijks. Dat was het tot zover. De voorzitter: Dank u wet. Dan gaan we naar mijnheer Van Ballegooijen van de Dordtse VV D. De heer Van Balleciooijen: Ik zal met de deur in huis vallen, voorzitter.

Wij zijn voorstander van het voorstel. De ondersteuning van de minima is zeker nu van groot belang. Wij willen geen hindernis opwerpen en gaan daarom akkoord. Er zijn veel aspecten van dit voorstel waarvan wij denken dat ze een positieve impact zullen hebben op de Dordtenaren, nnaar daar hebben we wet een kernwoord: denken. We denken dat dit effectieve maatregelen zijn, maar zeker weten doen we het filet. Dit voorstel mist namelijk goed geformuleerde, meetbare doelstellingen. De gemeenteraad heeft een belangrijke controlerende taak en zonder goede evaluatie van een programme als dit is het onmogelijk te zeggen welke delen effectief zijn geweest en welke delen minder. Want uiteraard willen we het geld dat we hier uitgeven zorgen dat het zo effectief mogelijk terechtkomt bij de stadsgenoten die het nodig hebben. Zoals ook aangegeven werd in de tussenevaluatie van het programme Sannen tegen Armoede mist de cijfermatige onderbouwing hier nog. We willen dan ook graag de toezegging van de wethouder om voor het programma Semen tegen Arnnoede op elke programmalijn en elk onderdeel daarvan een of meerdere SMART-geformuleerde doelstellingen te maken.

Denk dan bijvoorbeeld aan de gemiddelde duur van inwoners in de schuldhulpverleningsketen, het aantal gezinnen dat tekort komt voor sociale participatie, of het bereik van de verschillende regelingen onder de Dordtenaren die er recht op hebben. Indien gewenst kunnen wij de wethouder een lijst met suggesties aanleveren. Wij zouden ook willen dat de wethouder de stand van zaken van de op te stellen doelstellingen met regelmaat deelt met de raad. Daarnaast zien we ook dat het probleem van de zogenoemde arnnoedeval steeds groter wordt. Het heeft steeds minder zin om te gaan werken of meer te verdienen, onndat je aan het eind van de maand

20

nauwelijks meer overhoudt. Gelukkig heeft de wethouder hier aandacht voor in het voorstel. We willen de wethouder ook vragen om te onderzoeken of het mogelijk is om uitkeringen als bijvoorbeeld het persoonlijk nnininnabudget omgekeerd evenredig aan het inkomen af te bouwen, in plaats van de harde grens die nu bestaat. Graag horen wij welke uitkeringen hiervoor in aannnerking zouden konnen en hoe dit er binnen de huidige budgetten uit zou kunnen zien. Als Dordtse VVD vinden we het onze verantwoordelijkheid om inkonnensproblennatiek in de gaten te houden en een tijdelijk vangnet te bieden als dat nodig is. Daarom zijn we, alles overwogen, positief over dit voorstel.

De voorzitter: Dank u wel. Dan heb ik hier staan Beter Voor Dordt en ik neem aan dat dat de heer Boone is. De heer Boone: Dankjewel, voorzitter. Ik heb een iets langer betoog dan collega Luca van Ballegooijen. Sannen tegen Armoede is de titel van het voorstel dat er ligt, dat ook wel recht doet aan de inhoud van het voorstel. Een groot maatschappelijk vraagstuk zoals armoedebeleid vraagt om een integrale aanpak waarbij politiek, overheid, maatschappelijke organisaties en burgers sannenwerken. De samenwerking komt tot uiting in het voorstel met alle documentatie daaronnheen. De samenwerking is de afgelopen maanden ook aan de orde geweest, gezien het felt dat er diverse bijeenkomsten zijn geweest in deze zaal, maar ook daarbuiten, waarbij verschillende partijen de handen ineen hebben geslagen om samen na te denken over de aanpak van arnnoede. Wethouder Heijkoop levert wat Beter Voor Dordt betreft een mooi pakket aan maatregelen en regelingen om invulling te geven aan een gedegen arnnoedebeleid voor de Dordtenaren. Het voorstel kan wat ons betreft dan ook op steun rekenen. Een mooi uitgebalanceerd voorstel waarbij we helaas, gezien de onzekerheid in de wereld, nog niet weten of het genoeg gaat zijn. We hebben hier onlangs als Beter Voor Dordt ook schriftelijke vragen over gesteld aan het college.

Ondanks onze positieve houding ten aanzien van dit voorstel hebben we ook een paar punten van aandacht die we nnee zouden willen geven aan de wethouder. In de eerste plaats is het lastig om hier en daar te kunnen zien in het voorstel wat met wat betaald gaat worden en of het genoeg is, gezien wat er allemaal plaatsvindt in de wereld. Een regelmatig overleg hier in deze zaal met een stand van zaken, net al genoemd, en met maatschappelijke organisaties aan tafel juichen wij dan ook zeer toe. Op die nnanier blijven we op de hoogte en kunnen we verder monitoren en sturen waar nodig. Daarnaast heeft Beter Voor Dordt zorgen of de beschikbare budgetten wel terechtkomen bij de burgers. Er zijn veel regelingen en dat is goed, maar soms zien we ook dat er weinig gebruik gemaakt wordt van die regelingen, bijvoorbeeld omdat een regeling onvoldoende bekend is. Onze oproep is dus vooral: maak de regelingen nog meer kenbaar aan de doelgroepen die het nodig hebben. Wees daarbij creatief en zorg dat zoveel mogelijk geld terechtkomt op de plekken waar het nodig is. De potjes die er zijn mogen wat ons betreft ook leeg. Daarnaast zouden we graag wat meer doelstellingen zien waar we samen naartoe werken en waar we op kunnen monitoren en controleren als raad, net refereerde de VVD daar al aan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/540/documents/21331