CConstaterende datDordrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2.1 2026.07.14 Notulen Gemeenteraad Dordrecht - concept.pdf

Gemeenteraad Dordrecht 6 oktober 2026, gemeente DordrechtBij agendapunt: 2: Vaststellen van de notulen van de gemeenteraad van 14 juli 2026 en de Dordtse Dinsdag van 30 juni, 7 juli en 8 september 2026 Vergaderzalen 1, 3 en 552.891 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 6

3 alinea's met “sluiting”: 223 224 238

Goede voorstellen die de stad en haar inwoners daadwerkelijk vooruithelpen, kunnen op onze steun rekenen. Uiteraard zullen we ook scherp blijven op de uitvoering, de financiële beheersing en de gevolgen voor de portemonnee van onze inwoners. Uiteraard mag de Dordtenaar niet opnieuw de sluitpost worden van de begroting. Voorzitter, kort, wij hadden een vijftal moties ingediend tijdens de eerste termijn. Daarvan hadden wij er al drie ingetrokken op basis van de eerste reactie van het college. Dat wil niet zeggen dat we die volledig van de hand doen, maar die houden we achterwege. Twee moties zijn de afgelopen week besproken tijdens commissies. We hebben goed geluisterd naar onze collega's en uiteraard de reflectie vanuit het college. Eén motie trekken wij in, dat is de motie erfpacht. Wij hadden ook nog een motie over het stadsstrand: Heroverweeg de locaties stadsstrand. Wij hebben besloten om die ook in te trekken. Daarvoor in de plaats dienen wij een nieuwe motie in: Dordrecht aan water, benut de Spuihaven. Een korte toelichting, voorzitter. Dordrecht is een stad aan het water, maar juist bij de Spuihaven benutten we de kwaliteit nog onvoldoende. Terwijl 80 de Spuiboulevard de komende jaren een grote kwaliteitsimpuls krijgt, ligt direct daarnaast een haven die veel meer kan betekenen voor ontmoeting, recreatie, horeca en verblijf in onze binnenstad.

Met deze motie vragen wij niet om een nieuw, grootschalig project en ook niet om vertraging van het stadsstrand bij Wantij-West. Wij vragen het college om de Spuihaven nadrukkelijk mee te nemen in de ontwikkeling van de Spuiboulevard en samen met de bewoners en ondernemers contact te hebben en te onderzoeken wat daar haalbaar is. Denk aan aantrekkelijke wandel- en verblijfsplekken, groene terrassen, kleinschalige recreatie op het water en een betere verbinding met de historische binnenstad. De voorzitter: Mijnheer Gündogdu, wij hebben niet goed verstaan wat u doet met de motie Heroverweging stadsstrand. De heer Gündogdu: Die trekken wij in. De voorzitter: Duidelijk. De heer Gündogdu: Er komt een nieuwe motie: Dordrecht aan het water, benut de Spuihaven. Voorzitter, laatste oproep, mijn laatste zin. Laten we van de Spuihaven geen vergeten achterkant maken, maar een levendige entree van onze binnenstad. De voorzitter: Dank. Dan is het woord aan de heer Hartmeijer. De heer Hartmeijer: Dank, voorzitter. Gezien we vorige week geen tijd meer hadden voor een grondige discussie in de commissie, heb ik het idee dat ik onze motie over gemeentelijk woningbedrijf niet volledig voor het voetlicht heb kunnen brengen. Daar wil ik nog even kort bij stilstaan.

Er is onlangs nieuwe wetgeving aangenomen in de Tweede Kamer die eist dat gemeenten in hun volkshuisvestingsprogramma twee derde betaalbaar bouwen. En 30 procent van de totale omvang moet sociale huur zijn, dat is bijvoorbeeld al meer dan het Maasterras. De markt zet liever wat duurdere woningen neer. Ook al betekent dat vaak vertraging of deels leegstand, zie recente ontwikkeling Stadswerven, omdat zij het anders financieel niet rondkrijgen. In die wijk hebben wij nu ineens een probleem. Om aan de wet te kunnen voldoen, is straks een gemeentelijk woningbedrijf misschien wel broodnodig. Ik heb in het coalitieakkoord natuurlijk gelezen over de samenwerking met corporaties die gespecialiseerd bouwen voor doelgroepen. Dat steunen wij ook, maar dat is nu nog een onzekere factor. We weten nog niet wat de omvang van hun bouwplannen zal worden. Ten tweede hebben we een enorme opgave als het gaat om alternatieven voor de Middenzone. Dezelfde percentages moeten gehaald worden. Op dit moment is dat nog een oplossing die vooral op papier bestaat. Dezelfde mix van woningen moet gerealiseerd worden. Onderzocht kan worden of we via een gemeentelijk woningbedrijf meer snelheid en zekerheid kunnen inbouwen. Ten derde, het fenomeen prefabwoningen of flexwoningen. Op de locaties die ik zojuist noemde, komen tijdelijke flexwoningen. Er staan er al een aantal voor de Oekraïense ontheemden.

Dat kunnen wij als gemeente. Die ontwikkeling staat niet stil. Die woningen zijn van steeds betere kwaliteit, maar de prefab-markt heeft het lastig. Vorig jaar werd duidelijk tijdens een commissiedebat dat de vraag achterblijft. Laten we dat nog veel meer doen, bijvoorbeeld voor jongeren. Dat zou een uitgelezen opdracht kunnen zijn voor een gemeentelijk woningbedrijf. Een aantal kleinere 81 gemeenten heeft nu nog steeds een eigen woningbedrijf, waardoor de gemeente honderden woningen in bezit heeft. Het is ook niet zo dat dit in ons land helemaal niet meer bestaat. Als laatste, als het gaat om vorm, we hebben een gemeentelijk grondbedrijf. Een denkrichting zou kunnen zijn dat we daar een slimme combinatie van maken: grondbedrijf en een nieuwe afdeling woningbedrijf op een maximale manier met elkaar te laten samenwerken. Dan de motie Mondzorg voor minima. Dank aan de collega's van PRO voor de goede samenwerking op dit punt. Als reactie op mijn eerste termijn: het initiatief van de Tandartsdag, zoals het college aangaf, was bij ons bekend. Dat is alleen een enkel moment en voor een beperkte groep, zo is gebleken. Dat is iets anders dan een apart vast spreekuur waar artsen vrijwillig iets willen betekenen. Dat is ook weer wezenlijk anders dan met je factuur een beroep doen op urgente noden of de bijstand.

Wij denken wel degelijk dat het Ridderkerkse initiatief iets voor ons zou kunnen zijn of dat we hier op zijn minst naar kunnen kijken. De motie is nu iets breder getrokken. Wij hebben de derde bullet uit het dictum geschrapt om niet op zaken vooruit te lopen, maar eerst te bekijken wat er mogelijk is. De motie wordt nu ook mede ingediend door de PVV, dank hiervoor. Dan als laatste de motie over leegstand Dordt-West. Het college zegt: we doen hier al veel mee en we werken met alle partners in het programma Dordt- West samen. Dat is prima, maar bepaalde panden staan toch vrij lang leeg. Die worden dan weliswaar tijdelijk beheerd. Bijvoorbeeld het oude pandje genoemd in de motie is niet erg geschikt voor bewoning, maar zou wel kunnen dienen als jeugdhonk of ontmoetingsplek. Wij denken hiermee toch iets te kunnen toevoegen aan bestaand beleid. Dan wilde ik nog iets zeggen over een aantal andere moties … De heer Groenewege: Voorzitter? De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Groenewege. De heer Groenewege: Dank u wel. In de commissie hebben we gevraagd of de motie van de SP over maatschappelijke functies in leegstaand vastgoed gecombineerd kan worden met de motie van DENK over exact hetzelfde onderwerp.

Is daar een poging toe gedaan of waarom is dat niet gelukt? De heer Hartmeijer: Voorzitter, de motie van DENK riep op om helemaal nieuwe kaders te stellen, om weer iets helemaal nieuws uit te vinden. Onze motie doet dat duidelijk niet. De voorzitter: Gaat u door. De heer Hartmeijer: Dank. Ik wilde nog reageren op een aantal andere moties. Dat zijn eigenlijk dezelfde die door de collega's al benoemd zijn, dus dat zou heel veel herhaling zijn. We laten het hier gewoon bij. Dank. De voorzitter: Dank, mijnheer Hartmeijer. Daarmee zijn we aan het eind gekomen van de tweede termijn van de zijde van de raad. Ik schors deze vergadering voor tien minuten, zodat het college zich direct kan terugtrekken en even kan beraden op ingediende moties. Stipt over tien minuten heropen ik de vergadering weer. De voorzitter: We heropenen de vergadering. Dames en heren, u mag gaan zitten. De heer Pauwels, de heer Den Heijer, de heer De Heer, de heer Uysal, de heer Struijk, de 82 heer Kuhlmann. Dat gaat goed. Ik heropen de vergadering en ik begin voor de tweede termijn bij het college. Het woord is aan wethouder Merx. De heer Merx: Dank u wel, voorzitter. Op mijn lijst staat eigenlijk nog één motie. Dat is de motie de raadsenquête in het kader van de keldergraven Essenhof. Daar is al heel veel over gesproken.

Dit is oordeel raad, uiteraard, want het is uw instrument De heer De Heer: Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer De Heer. De heer De Heer: Heel praktisch, zou ik het college mogen vragen om elke keer ook het nummer van de motie erbij te vermelden? Dat is voor de administratie wel heel prettig. De heer Merx: 7A, dit is 7A. De voorzitter: Mijnheer De Heer, de definitieve lijst is inmiddels gepubliceerd. De heer Merx: Bij mij staat er 7A op. Klopt dat? Raadsenquête Essenhof? De voorzitter: De griffier bevestigt het ongezien. De heer Merx: Dat is mooi. U weet hoe het college erin staat: u beslist daarover. In het kader van de zorgvuldigheid, transparantie en zorgzaamheid willen wij graag verder werken aan het herstel van vertrouwen, het proberen weg te krijgen van het leed wat is ontstaan bij de nabestaanden, maar ook bij onze eigen medewerkers. We willen verder werken aan veilige arbeidsomstandigheden en ook alles wat ons te doen staat om de problemen die we hebben ontdekt bij de keldergraven op te gaan lossen. Daar willen wij heel graag mee verder. Het is aan u wat u wilt: of het onderzoek dat gedaan is of dat u denkt, er is nog meer uit te halen. Dat was het, voorzitter. De voorzitter: Dat was wethouder Merx. Wethouder Stolk. Mevrouw Stolk: Voorzitter, dank. Volgens mij heb ik één vraag gehad over de motie Doelmatige route naar de stad.

Dat is de vraag van de VVD of er geen taboes meer zijn. Ik denk wel dat ik weet wat de heer Den Heijer bedoelt met die taboes. Als u daarmee bedoelt de gele zakken, de ondergrondse containers en het maatwerk leveren de komende tijd, dan kan ik daar volmondig ja op zeggen. De voorzitter: De heer Den Heijer knikt. Mevrouw Stolk: Dan hebben we ook nog de motie Ga eens aan de slag met die lange sportroutes. Daar is volgens mij een mede-indiener bijgekomen. Ik heb daar in de eerste termijn op gereflecteerd en volgens mij in de commissie ook. Hij blijft ontraden. Dat was hem, voorzitter. De voorzitter: Dank, wethouder Stolk. Dan gaan we naar de … 83 De heer Katif: Voorzitter, voordat de wethouder weggaat, wij hebben namelijk een motie Onderzoek naar de meest doelmatige route naar een schone stad. Wij hebben met name vragen over het woord nascheiding. Volgens mij heeft de wethouder daar niks over gezegd. Ik hoorde alleen het een en ander naar de Dordtse VVD, terwijl er een motie ligt van Beter voor Dordt en de PVV. Ik zou daar wel een reflectie over willen hebben. De voorzitter: Ik denk dat er wat onduidelijkheid was over of die was ingediend. Mevrouw Stolk: Nee, voorzitter, dat is de motie Naar een schone stad. Daar heb ik volgens mij uitvoerig op gereflecteerd in de commissie en tijdens de eerste termijn. Ik heb daar gezegd: we ontarmen die motie.

Wat er in die in die motie staat, voorzitter, daarvan heb ik aangegeven dat we daarmee aan de slag gaan. We hebben dadelijk de evaluatie van het grondstoffenbeleid. Ik wil echt even de tijd krijgen om die evaluatie af te wachten. Het afvalbeleid is bij iedere partij hier in de raad een doorn in het oog. Ik ben nu twee weken aan de slag. Ik heb ook gezegd dat ik dit vooral samen met uw raad wil gaan doen en daar ook keuzes met u in gaan maken. Ik heb daarbij ook toegezegd dat we ook eventueel naar HVC of AVR gaan om te kijken wat de nascheiding inhoudt. Laten we vooral vaart gaan maken en met het afval aan de slag gaan, want we willen allemaal een schone en leefbare stad. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Wethouder, dank. De volgende is wethouder Veldman. De heer Veldman: Voorzitter, dank voor het woord. Ik heb een wat langer lijstje. Ik begin met motie 4A over de monumenten in de Biesbosch. Met de aanpassing die gedaan is kunnen we deze omarmen. Wel nog even met de nadrukkelijke kanttekening dat het de gemeentelijke monumenten betreft, zoals ook de fractie van het CDA scherp opmerkte. Voorzitter, dan motie 6 over De alternatieve Kerkeplaat voor iedereen bereikbaar. Die heb ik al twee keer ontraden met toelichting. Ik denk niet dat het nodig is om dat verder nog opnieuw toe te lichten. Voorzitter, dan kom ik bij de motie 10A over de groene parkeerplekken.

Voorzitter, deze motie is geheel in lijn met de ambities van het college, namelijk om groenblauw de ruimte te geven. In het coalitieakkoord zijn daar ook een aantal behartenswaardige dingen over gezegd. Ik heb in de eerste behandeling en ook in de commissie al toegezegd dat het college het komende halfjaar concrete invulling gaat geven aan deze ambitie. Richting het einde van het jaar zullen we met een voorstel of een raadsinformatiebrief komen, waarin we dan onder andere kijken naar de integrale meerkosten en de baten, zeg ik er direct bij, de financiering daarvan, materiaalkeuze, toegankelijkheid, locaties, et cetera. Voorzitter, zoals het dictum en de toelichting van de motie nu is, ook nog met de toevoeging dat we een ander administratiesysteem moeten invoeren, zeg ik even in mijn woorden, gaat deze motie het college te ver en moet ik die ontraden. Ik heb gezegd: de toezegging heeft u. Het college gaat hier echt mee aan de slag. Richting het einde van het jaar kunt u hierover een stuk verwachten. Voorzitter, dan kom ik op motie M11, De Plant Based Treaty. Voorzitter, die motie heb ik ontraden omdat er in die Plant Based Treaty allemaal dingen staan waar de gemeente niet over gaat. Even los van of je daar voor of tegen bent. Die ontraden wij. Voorzitter, dan kom ik bij motie M13 De natuurherstelverordening. Daar gaan wij mee aan de slag, voorzitter, dus die ons omarmen wij.

Ik neem bijna de tekst van collega Stolk over. Die omarmen wij, want het is ook een verplichting die voortvloeit uit de Europese natuurherstelverordening. 84 Voorzitter, M19, over het behoud van de vrije voedselkeuze en de nadere toelichting daarnet in de raad daarover. Voorzitter, het college voert het beleid uit zoals dat door uw raad is vastgelegd in de voedselvisie. Die voedselvisie gaat uit van keuzevrijheid. Die keuzevrijheid staat dus voorop. Aan de andere kant wijzen wij er natuurlijk wel op dat bepaalde voedseltypes gezonder zijn dan andere. Wij zien het ook wel als onze verantwoordelijkheid om daarop te wijzen, omdat we ook zien er bij met name de jeugd van Dordrecht her en der echt wel sprake is van overgewicht. Dat hangt niet alleen maar wel mede samen met voedselkeuzes. Die motie ontraden we, voorzitter. De voorzitter: Wethouder Veldman, ik krijg van de griffier te horen dat de motie M19 niet is ingediend. De heer Van der Graaf: Voorzitter? De voorzitter: Wacht even. De heer Van der Graaf. De heer Van der Graaf: Als ik even zo vrij mag zijn, u sprak mij net ook aan. Het gaat mij erom dat ik een gewijzigde motie heb aangekondigd op het moment dat er geen toezegging zou komen. Als het college geen initiatieven neemt om zich aan te sluiten bij initiatieven die erop toezien dat er beleidsmatig wordt toegewerkt naar maar één soort voedselkeuze.

Ik vraag daar om een toezegging dat dit college dat niet gaat doen. Mocht die toezegging er niet komen, heb ik gezegd, dan zou ik in een derde termijn een motie erover willen indienen. Zo is het. De heer Veldman: Voorzitter, daarvoor geldt de toelichting, de idee: het college heeft niet die intentie en handelt conform de voedselvisie, waarin die keuzevrijheid is gewaarborgd. In die voedselvisie wordt wel aandacht gegeven aan dat bepaalde voedselkeuzes gezonder zijn dan andere, naar de kennis van de wetenschap zoals we die nu hebben. Het college heeft die intentie niet. De heer Van der Graaf: Voorzitter, nu wordt er iets van gemaakt wat niet in die motie staat. De voorzitter: Het helpt als u iets scherper in de microfoon praat, want we horen u niet goed. De heer Van der Graaf: Is het zo beter? De voorzitter: Zo is het beter. De heer Van der Graaf: Anders krijg ik vaak kritiek dat ik te hard praat, vandaar. Nogmaals, waar het om gaat is dat dit college geen initiatieven neemt richting een voedselkeuze waarbij je maar keuze hebt uit één soort voedsel. Alleen plantaardig of alleen vlees of whatever. Of daar een toezegging op komt dat dit college dit niet voorstaat en daar geen initiatief toe gaat nemen, dus niet maar één soort voedsel.

De heer Veldman: Voorzitter, zo strikt als het nu wordt neergezet, is volgens mij niet de intentie van dit college en ook niet de portee van de voedselvisie. Daarin staat de keuzevrijheid centraal. Er staat ook een ander punt naast en dan herhaal ik mijzelf: 85 bepaalde keuzes op het gebied van voedsel zijn wel gezonder dan andere. Er wordt niet, wat je weleens hoort, genudged of iets dergelijks naar een bepaalde uitkomst toe. Er wordt wel informatie verstrekt dat een appel gezonder is dan een frikandel. Mooier kan ik het niet maken. De voorzitter: Volgens mij heeft u de juiste … De heer Van der Graaf: Dat betwijfelen wij ten zeerste, voorzitter. Zonder gekkigheid, dat is inderdaad een verduidelijking. Dan moet ik even overleggen met de andere mede- indieners of dit voldoende is. Het is geen echte toezegging, begrijp ik eruit. Of we hier mij uit de voeten kunnen, moet ik dan even overleggen. Ik kom er zo meteen op terug. De voorzitter: Ik heb de wethouder heel duidelijk horen zeggen dat niet één specifieke voedselkeuze geadviseerd wordt. De heer Van der Graaf: Exact, de keuzevrijheid staat voorop. Dat ben ik met u eens, voorzitter, maar aangezien er twee mede-indieners zijn, wil ik even overleggen of dat voldoende is. De voorzitter: Duidelijk. De heer Groenewege. De heer Groenewege: De keuzevrijheid staat voorop voor dit college.

Ik ben wel benieuwd hoe dit college de keuzevrijheid van dieren meeweegt die opgesloten zitten in een systeem waarin ze gefokt, vetgemest en geslacht worden? We hebben ook een nota dierenwelzijnsbeleid waarin de vijf vrijheden van dieren centraal staan. Hoe wegen die mee in dit advies? De heer Veldman: Voorzitter, dank u. Ik heb de dierenwelzijnsnota hier nu niet voor mijn neus, maar die richt zich bij mijn weten niet op slachthuizen en dat soort dingen. Waar het hier om gaat is dat keuzevrijheid centraal staat in de voedselvisie. We helpen mensen gezonde keuzes te maken zonder de vrijheid in te perken. Dat is de kern van mijn antwoord aan de heer, de woordvoerder van de PVV. De heer Groenewege: Voorzitter, ik vraag de wethouder en dit college om breder te reflecteren dan alleen de vrijheid van mensen die een voedselkeuze maken. Om ook in die afweging de vrijheid van dieren mee te wegen die opgesloten zitten in een systeem waarin ze gefokt, vetgemest en geslacht worden. Hoe weegt de wethouder die vrijheden mee? De heer Veldman: Voorzitter, ik snap die vraag vanuit de Partij voor de Dieren, maar in dit land is er de vrijheid om gewoon vlees te eten. Die keuze is uiteindelijk aan degene die ervoor kiest om iets te kopen en om het te eten. De voorzitter: De heer Van der Graaf voor de laatste keer. De heer Van der Graaf: Zeker voor de laatste keer.

Ik heb even overlegd en wij kunnen hiermee uit de voeten. Zeker gezien het interruptiedebatje van zojuist, waarin echt de voedselvrijheid wordt verdedigd, zie ik geen aanleiding om de motie in te dienen. Dank u wel. 86 De voorzitter: Dank. De wethouder. De heer Veldman: Voorzitter, ik denk dat ik door kan gaan met motie 23, bij mijn weten. De nummering is wat veranderd. Het was eerst 25, maar nu 23, over de toegankelijkheid in de wijkuitwerkingen van het mobiliteitsplan. Voorzitter, zoals ook al in de commissie aangegeven, is de inclusieve en toegankelijke stad een van de kernelementen van het mobiliteitsbeleid. Ook bij de uitwerking daarvan worden ervaringsdeskundigen en belangenorganisaties betrokken. Wij zien deze motie als overbodig en daarom ontraden we die. Voorzitter, dan wil ik even controleren, klopt het dat de motie Help Dordtenaren vergroenen door PRO is ingetrokken? De heer Uysal: Klopt. Daarover ook meteen een vraag, voorzitter. De wethouder gaf vorige week aan dat er veel bestaande initiatieven zijn om Dordtenaren te helpen om te vergroenen en dat die bestaande initiatieven volgend jaar geëvalueerd zullen worden.

Hoe moeten wij die evaluatie voor ons zien? Krijgt de raad ook het moment om naar aanleiding van die evaluatie dan aandachtspunten mee te geven om onze Dordtenaren te stimuleren verder te vergroenen? De heer Veldman: Wij zullen in de loop van 2027 onderzoeken wat de mogelijkheden zijn voor daarna. Wat is verstandig en wat kost het? Als u daaraan hecht, kunnen we prima inbouwen in dat proces dat we bijvoorbeeld in een commissie een presentatie geven en dan ophalen waar u zoal aan denkt. De heer Uysal: Korte aanvulling daarop, voorzitter. Kan de wethouder ook toezeggen dat ze bij de evaluatie meenemen of die financiële prikkels die nu zijn ingebouwd in de vorm van subsidies wel werken? Waarom ze niet werken? Ook bijvoorbeeld hoe we die financiële prikkels verder kunnen versterken. Nu hebben we bijvoorbeeld een gratis tegelophaalservice. Uit die evaluatie moet blijken of dat wel of niet werkt. Wij hebben het idee dat dat niet echt werkt. Kunnen we dan bijvoorbeeld ook denken over maatregelen om bijvoorbeeld een tegelpremie in te voeren. Dat we die tegels niet gratis ophalen, maar dat de gemeente daar een vergoeding tegenover zet om extra die financiële prikkel te geven aan de inwoners om verder te vergroenen? De heer Veldman: Voorzitter, volgens mij is dit in lijn met wat ik ook in de commissie heb uitgedragen.

Aan de ene kant zie ik de maatregelen zoals we die nu kennen als heel sympathiek, maar dat we als we verder gaan ons wel moeten afvragen welke maatregelen het meest doeltreffend zijn. Hoe zetten we onze euro’s het meest verstandig in? Dat zal onderdeel zijn van het voorstel dat u krijgt. Voorzitter, dan kom ik bij M31: Aan de slag met de blauwe sportparken. Voorzitter, die is eerder in de commissie door mijn collega ontraden, omdat aan die sportparken met een wateropvang veel hogere kosten zijn verbonden. Dat wil niet zeggen dat we het niet kunnen doen, als we kans zien. Alleen de motie draait het net om: in beginsel wel. Wij hebben nu het uitgangspunt: we doen het niet, tenzij we een hele goede kans om dat te zien, met bijvoorbeeld subsidie. Voorzitter, ik kom bij … De heer Groenewege: Voorzitter? 87 De voorzitter: De heer Groenewege. De heer Groenewege: Geen inhoudelijke opmerking, maar dit was motie M29. De heer Veldman: U heeft gelijk, dat klopt. Dat hing samen met die nummering. Dan kom ik nu bij de motie over de meicirculaire. Daar staat bij mij 32 boven. Ik weet niet of dat klopt met uw schema? Dat hoop ik dan maar, voorzitter. Die motie hebben wij eerder ontraden, omdat het college daarin op dit moment andere keuzes maakt. Dat is M30, zie ik trouwens, dat is het goede nummer.

Dan kom ik nu bij de laatste met een eerder nummer M27: Financiële weerbaarheid boven Stadspark XXL. Voorzitter, het college kiest ervoor om offensief te investeren, om dat woord maar even te gebruiken. Wij willen de stad echt verder helpen. En de motie is eigenlijk defensief, gericht op het creëren van spaarpotten voor het geval dat. Dat klinkt aan de ene kant best verstandig, maar wij vinden het belangrijk om de stad met het geld dat we hebben echt verder te brengen. Daarnaast is er het financieel technisch ding, voorzitter, dat het geld dat we daarvoor hebben gereserveerd is eenmalig geld is. Het is niet eenvoudig om daarmee lastenverlichtingen door te voeren die meerjarig zijn. Voorzitter, tot zover. De heer Uysal: Voorzitter? De voorzitter: De heer Uysal. De heer Uysal: Een vraag over M23, onze motie over toegankelijkheid. Het klopt dat wij in de mobiliteitsagenda een aantal kernpunten hebben geformuleerd. Daar is toegankelijkheid er één van. Dat wil niet zeggen dat andere kernpunten niet belangrijk zijn, maar we zien in de praktijk nog te veel voorkomen dat het gewoon misgaat als het gaat om de toegankelijkheid van onze stad. In de openbare ruimte, vooral bij veel nieuwbouwprojecten. Het meest recente voorbeeld is daar het Wervenpark van. Ook daar zien we straten aangelegd worden waar geen afritjes zijn.

Dat maakt het voor mensen die in een rolstoel zitten echt onmogelijk omdat hun dat beperkt in hun mobiliteit. Kan de wethouder deze motie niet zien als een extra steuntje in de rug in plaats van het zo keihard te ontraden? De voorzitter: De wethouder. De heer Veldman: Voorzitter, ik denk dat het goed is dat u hier aandacht voor vraagt en hem ook zo praktisch maakt. In die zin zou ik willen aanmoedigen om vooral deze praktijk is voorbeelden hier in de raad aan mij door te geven, dan kunnen we er ook in praktische zin iets mee doen. Het beleid is goed. Het komt aan op de goede uitvoering. Daarvan geeft u nu voorbeelden. Ik heb dat niet gecontroleerd, maar ik ga er blind vanuit dat dat klopt en dat het daar nog beter kan. Daar gaan we werk van maken, maar dat ligt in die zin niet aan het beleid. Voorzitter, er was ook nog een vraag van de fractie van de VVD. De heer Den Heijer: Voorzitter? De voorzitter: De heer Den Heijer. 88 De heer Den Heijer: Ik vind het soms een beetje lastig te duiden welke kant het dan opgaat. Ook waar het gaat om die toegankelijkheid. Iedereen zou dat willen en tegelijkertijd is een 100 procent toegankelijke stad niet mogelijk. Ik hoor de wethouder vooral zeggen: het beleid is allemaal hartstikke goed.

Hoe wordt ook die proportionaliteit in dat beleid meegewogen? Dat op een gegeven moment qua kosten en ruimtelijke mogelijkheden een park bijna helemaal volledig toegankelijk is met een rolstoel, op één plekje na. Hoe weegt het college dat? De heer Veldman: Voorzitter, ik denk dat dat een goed punt is. De voorbeelden die de heer Uysal net noemde, waarvan ik ervan uitga dat die correct zijn, zijn wel dusdanig voor de hand liggend dat ik denk dat dat zeer voor de hand ligt, namelijk een opritje op een stoepje. Aan de andere kant heeft u daarnet een stuk vastgesteld over de Merwedeheuvel, waarbij in de presentatie ook gevraagd is: zijn al die paden toegankelijk met een rolstoel? Daarop is het antwoord nee, omdat we daar kiezen voor halfverharding. Dat is voor sommigen wel en voor anderen niet toegankelijk. Hetzelfde geldt voor bepaalde bushaltes in de binnenstad, waar het gewoon in de ruimte heel lastig is om dat te organiseren. Overigens gaan we wel naar kijken of we dat kunnen verbeteren, zeg ik er direct bij. Ik ben het met u eens, altijd en overal, dat gaat niet. Als ik dan toch nog het woord heb, de fractie van de Dordtse VVD had ook nog een vraag gesteld over het initiatiefvoorstel fatbikes. Voorzitter, het college is daar druk doende mee en ik verwacht kort na het zomerreces daarover een stuk aan u te kunnen sturen. De voorzitter: Punt? De heer Veldman: Punt.

De voorzitter: Dank, wethouder Veldman. De heer Van de Breevaart: Voorzitter? De voorzitter: De heer Van de Breevaart. Arme wethouder Veldman, die probeert maar weg te komen. De heer Van de Breevaart: Toch nog even over het commentaar op onze motie. Die zou defensief zijn, terwijl het college vooral offensief wil zijn. En als ik goed citeer, om het geld dat we hebben te besteden om de stad vooruit te helpen. Ons argument is juist dat dat geld er steeds minder is en dat we te maken hebben met een weerstandsratio die onder de streefwaarde van het college zelf zit. Het wordt tijd om iets minder ambitieus te zijn en weer eens de financiën op orde te krijgen. Mij verbaast dan de reactie een klein beetje: we willen offensief zijn met geld dat we hebben. Nogmaals, we hebben steeds minder geld. In de toekomst moeten we daar toch echt wat mee. Dat is eigenlijk een tweede punt, waarom zou dat geld niet gewoon toch toegevoegd kunnen worden aan de algemene reserve? Dat is meer een informatief dingetje. Ik denk dat dat kan, volgens de informatiebronnen die ik heb. U zegt dat dat niet kan. De vraag is: weet u dat zeker? De heer Veldman: Voorzitter, ik heb volgens mij niet gezegd dat het niet kan. Of dat kan, is uiteindelijk een politieke keus. Alleen hebben we met elkaar ook afspraken gemaakt over hoe we omgaan met die Eneco-middelen en het geld dat daaruit voort is gevloeid.

Daarvan hebben we gezegd: daar gaan we een aantal investeringen in de stad van doen. 89 In mijn woorden: we zetten rond dat geld ook een hek om juist te voorkomen dat we in de verleiding komen om dat geld te gaan gebruiken voor gaten elders in de begroting. Dat vergt denk ik ook een belangrijke discipline waar dit college aan hecht. Als u vraagt: kan het technisch? Zou je het kunnen overhevelen naar de algemene reserve? Dan is het antwoord ja. Kiezen wij daarvoor? Dan is het antwoord nee. De heer Van de Breevaart: Dan nog de reflectie op het eerste punt, defensief, offensief. Is dat geld er wel op termijn? De heer Veldman: Het is er op dit moment. De heer Van de Breevaart: Formeel is het er. Alleen als je dan als college onder de weerstandsratio raakt die je jezelf hebt voorgehouden, is er toch wel degelijk iets aan de hand. De heer Veldman: Voorzitter, dat is volgens mij een opmerking en geen vraag. De voorzitter: Dan is het woord aan wethouder Oldenwening. Mevrouw Oldenwening: Goedenavond. Dank u wel, voorzitter. Ik heb een krimpende lijst aan moties gehad vanavond, dus dat was spannend. De eerste motie, ik hoop dat de nummering klopt, 1A over een participatieoverzicht. Na een goede uitwisseling van argumenten in de commissie is er een nieuw voorstel dat wij graag in behandeling nemen. 8A, over het meisje van Vermeer, is volgens mij ingetrokken? De voorzitter: De heer Katif.

De heer Katif: U heeft een aantal toezeggingen gedaan. Zoals gebruikelijk willen we dat graag in het openbaar hebben, zodat we het kunnen noteren. Mevrouw Oldenwening: Wij zullen u helpen om ervoor te zorgen dat het via de reguliere route wordt ingediend. Dat ben ik niet vergeten. Dan de volgende over de ... De voorzitter: Stop, even voor de scherpte. De wethouder heeft een aantal toezeggingen gedaan. U heeft de motie ingetrokken? De heer Katif: Nog niet. De voorzitter: Welke toezegging wilt dat de wethouder doet dan? De toezegging die ze ook in de commissie heeft gedaan? De heer Katif: We willen alleen de toezeggingen zoals die gedaan zijn nog eens een keer ... In het openbaar is onzin, wij zitten in een openbare vergadering. Wij zullen … Mevrouw Oldenwening: Wij helpen om ervoor te zorgen dat alle informatie die in dat voorstel komt via de aanbieders op orde komt. Daarna gaat het naar de commissie en dan krijgen wij adviezen. Dan gaat het reguliere traject lopen. Zo gaan we het doen. Ik dacht dat hij was ingetrokken en dat ik er niks over hoefde te zeggen. Dank u wel. De heer Uysal: Voorzitter? 90 Mevrouw Oldenwening: De volgende motie gaat over de communicatieborden … De voorzitter: Eén momentje. De heer Uysal: Voor de zekerheid, 1A wordt omarmd door het college? Mevrouw Oldenwening: Ja. De voorzitter: Dat is het geval.

Mevrouw Oldenwening: Ging het te snel? De voorzitter: Stapje voor stapje. Mevrouw Oldenwening: Sorry. De volgende: Communicatieborden samen spelen. Die motie is ook aangepast. Zoals die er nu ligt, kunnen we hem in behandeling nemen. Dat is het advies van het college. Dan heb ik een vraag over de motie over Keti Koti in de canon. Klopt het dat die is ingetrokken? De heer Uysal: Dat klopt. De motie gaat nu niet meer over de canon, maar wel over het gesprek aangaan met onder andere het CECD. Mevrouw Oldenwening: Die toezegging kan ik zeker doen. Ik dacht dat motie 26 over Structurele opvolging na excuses was blijven staan. Dat ze zo nog een beetje verband met elkaar hielden? De heer Uysal: Nee, maar wel over de structurele aanpak in onze stad. Mevrouw Oldenwening: Dan reageer ik er wel op. Over Keti Koti in de canon, daarvan zegt het college: wij gaan niet over de inhoud van wat er in de canon komt. Dat is aan de redactie van het Historisch Informatiepunt Augustijnenhof. Ik denk wel dat er manieren zijn om ze op ideeën te brengen voor als er een keer een update komt of een herziene versie, maar dat zien wij niet als taak van het college. In die zin ontraden we het, maar we zijn op vele plekken in gesprek over hoe het slavernijverleden en Keti Koti ook in Dordrecht een plek hebben. De heer Uysal: Voorzitter, om verwarring te voorkomen.

De motie gaat niet meer over de canon, want wij hebben inderdaad ook uw reactie gehoord in de commissie. Vandaar dat wij de motie hebben aangepast. De motie is nu echt bedoeld als een verzoek aan het college om in gesprek te gaan met onder andere het CECD en om samen met hen te kijken hoe we het slavernijverleden en een doorwerking daarvan een duurzame plek kunnen geven in de stad. Mevrouw Oldenwening: Wij gaan in gesprek met de organisatie van Keti Koti. Sterker nog, dat is al in de maak. De afspraak stond al op ons lijstje. Vanuit inclusie zijn daar ook contacten en was dat al de bedoeling. Het is wel een mooi bruggetje misschien naar de volgende motie. Als ik het goed heb, is het motie 26 uiteindelijk, Van Excuses naar structurele opvolging. Wat ik interessant vond in de toelichting was dat jullie zeiden: geen punt, maar een komma. Lang geleden was er al van alles beloofd en dat is niet 91 helemaal van de grond gekomen. U spreekt van gemiste kansen. Ook hier vanuit Inclusieve stad zijn wij bekend met de aanbevelingen uit het rapport waar u naar verwijst en zijn er gesprekken gaande. Ik ben er net en ook hier geldt: we zijn in gesprek. We gaan in gesprek. Ik zou wel graag een beetje willen nuanceren dat het lijkt alsof we vanuit de gemeente geen goede contacten hebben of daar geen zicht op hebben. Dat is met de informatie die ik heb niet correct.

Ik ga in gesprek en wil graag de raad informeren over hoe we hier verder vorm aan kunnen geven. De heer De Heer: Voorzitter? De voorzitter: De heer De Heer. De heer De Heer: Een verduidelijkende vraag. Er zijn nu toch twee moties waar volgens mij op werd gereflecteerd, waarvan ik de eerste, de Keti Koti-motie niet meer in het systeem zag staan. Volgens mij is het er maar één. Daar was dubbelop verwarring over. We hebben er over één motie, die laatste. Daarop is gereflecteerd en hebben we net appreciatie op gehoord. Duidelijk, dank u. De voorzitter: Het is fijn als iedereen even goed in de microfoon blijft praten. Ik heb het idee dat het geluid een beetje aan het wegzakken is. Gaat uw gang. Mevrouw Oldenwening: Is het duidelijk? De voorzitter: Het is duidelijk. Mevrouw Oldenwening: De wethouder gaat vooral eerst in gesprek en komt met duidelijkheid. We gaan nog meer duidelijkheid krijgen van wethouder Van der Kruijff. De heer Van der Kruijff: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik heb geconstateerd dat er weinig vragen, kanttekeningen en opmerkingen bij de perspectiefnota als zodanig zijn. Dank voor het vertrouwen daarin. Nu was die natuurlijk wel beleidsarm. We gaan de perspectiefnota netjes verwerken richting de begroting. U zult begrijpen dat we dat natuurlijk ook zullen doen met de aangenomen moties en amendementen.

Voor zover ze slaan op de begroting in ieder geval, want dat geldt ook lang niet voor allemaal. En we gaan uiteraard het coalitieakkoord daarin verwerken. Ik beperk me nu even tot de 4 moties die aan mijn portefeuille hangen. Dat is motie M3A, Grip op reserves. Daar is in eerste termijn in de commissie al uitgebreid op ingegaan. Die ontraden we nog steeds. Er werd gezegd: wat is afgesproken vastleggen? U mag er bij deze wethouder op vertrouwen dat hij wat is afgesproken gewoon doet. Dat komt bij de komende begroting goed. Dan hebben we ook nog motie M31, even kijken, de goede volgorde hanteren, Biedt de Dordtse woningmarkt zuurstof van DENK. Daar vroeg ook het CDA nog een appreciatie op. Als we dan die motie heel letterlijk bekijken dan vraagt deze naar een uit te voeren verkenning, onderzoek en daarover te gaan informeren. Als we dat separaat zouden moeten gaan doen, dan moet ik deze motie ontraden. Als u ermee kunt leven dat we dit netjes inpassen in het proces rondom het op te stellen volkshuisvestingsprogramma, waar dit natuurlijk volop over gaat, dan kunnen we dat prima daarin verwerken. Ik kan u alvast verklappen dat het idee is om na de zomer met een startnotitie naar uw raad te komen over de te maken keuzes en richting. Dan kunnen we daar aandacht aan besteden. Dat geldt overigens voor veel meer aspecten 92 dan alleen maar de hier genoemde oplossingen.

Je hebt ook een stimuleringsfonds volkshuisvesting en nog veel meer. Als we dat mogen doen, dan is het prima en kunnen we daarmee uit de voeten. Dan nemen we die in behandeling. Dan hebben we nog motie 33 over het gemeentelijk woningbedrijf. Die hadden we al eerder ontraden. Dat is niet omdat het niet per se kan, maar wij denken dat we in Dordrecht met wat we op het moment allemaal aan het doen zijn, voldoende grip hebben om de uitdaging aan te gaan. Laat ik het zo zeggen in ieder geval. Niet dat het op voorhand al sneller gaat als we dit ook gaan onderzoeken. Ook daarvoor geldt natuurlijk dat we bij het volkshuisvestingsprogramma kijken wat de opgave is. Daar ligt een heel RIGO- onderzoek: wat moeten we in Dordrecht in de regio gaan doen? Hoe moet dat allemaal verder? Daarin komen ook alle opties voorbij. Dat heeft u ook vast wel in het coalitieakkoord gelezen. We zetten volop in op het gebruik maken van wooncorporaties. We overwegen ook om in zee te gaan met een paar meer landelijk werkende coöperaties. En we hebben ook geld vrijgemaakt voor accountmanagement op de wooncorporaties om op die manier te versnellen en het beter te kunnen doen. De noodzaak om te versnellen en meer te doen, die is er wel. Om nu al één oplossingsrichting eruit te lichten: dat moeten we dat moeten we nagaan streven, vinden wij te voorbarig. Daarom ontraden we hem.

Dan hebben we nog motie 34 over de mondzorg voor minima. Die is aangepast. Voorzitter, het college herkent de beschreven problematiek. Mensen met een laag inkomen vermijden inderdaad veelal de tandarts uit angst voor hoge kosten. Daar komt dan toch ook wel de vraag achter vandaan: waarover gaat de lokale overheid en waarover gaat de landelijke overheid? Op dit moment is het toch wel zo dat het bestuurlijk kader zodanig is dat mondzorg valt onder de zorgverzekeringswet. Dat is een verantwoordelijkheid voor het ministerie van VWS. De Rijksoverheid heeft besloten dat het niet in het basispakket zit en daarmee staat de toegankelijkheid voor minima inderdaad onder druk. Dat kunnen we ook allemaal toezeggen. In Dordrecht zijn we al bijzonder ruimhartig. We hebben het programma Samen tegen Armoede, dat kent u. Daarmee is Dordrecht al veel ruimhartiger dan je op vele plekken in het land ziet. We hebben ook de afgelopen periode weliswaar op een andere manier al veel inwoners, 171 laat ik me hier vertellen, met 68.000 euro ondersteund op tandartskosten. Via de stichting urgente noden, waar ook de gemeente mee samenwerkt en via stichting ANDERS, die daar ook heel mooi werk in doet. Als we dit zouden gaan onderzoeken, dan komt er echt een zwaardere claim op het programma Samen tegen Armoede. Daar hebben we op het moment de middelen niet voor, hoe ruimhartig we ook zijn.

Om die reden zullen we hem toch moeten ontraden en willen wij volop inzetten op wat we momenteel doen: samen met stichting ANDERS en de Tandartsdag dit jaar en vorig jaar hebben georganiseerd. De voorzitter: De heer Hartmeijer, interruptie. De heer Hartmeijer: Voorzitter, wij hebben natuurlijk de voorbeelden uit Rotterdam en Ridderkerk aangehaald. Die kwamen echt vanuit de samenleving. Dat waren echt stichtingen die dat uit een goed hart wilden doen, laten we het zo maar even zeggen. Ik heb het idee dat de wethouder het nu heel erg groot maakt. Waar wij op zoek naar zijn, is als zo'n initiatief vorm krijgt, om wellicht een kleine financiële bijdrage te kunnen leveren, op dezelfde manier zoals ze dat in Ridderkerk hebben gedaan. Het gaat niet om 93 een heel groot beleidsding of zo, maar het gaat om meer contact te leggen met initiatieven vanuit de samenleving. De heer Van der Kruijff: Voorzitter, uit de motie kwam toch meer de indruk naar boven dat wij als gemeente het voortouw erin moest gaan nemen om dingen te gaan onderzoeken en op poten te zetten en om te kijken of we het kunnen doen. In Dordrecht heet het programma niet voor niets Samen tegen Armoede. We zullen dat trouwens weer moeten gaan actualiseren voor de komende jaren. Daarin is juist het beleid om samen met maatschappelijke initiatieven dingen voor elkaar te krijgen.

Als gemeentelijke overheid doen wij dat ook, daar waar we dat met een kleine financiële ondersteuning succesvol kunnen maken. Ook met de Tandartsdag doen we dat dit jaar en dat hebben we vorig jaar ook gedaan. En zoals ik net al zei via de stichting Urgente noden en anderszins. Ook via de bijzondere bijstand overigens, waar we ook een ruimhartigere regeling hebben bij de GR Sociaal als dat vele andere sociale diensten die hebben op dit vlak doen. Wij doen dat volop. Als wij denken dat we dat geld effectiever kunnen inzetten omdat er inderdaad hier in de regio een initiatief tot stand komt waarbij tandartsen dit willen gaan doen. Als wij met een bijdrage dat mogelijk kunnen maken, dan hoeft u daar eigenlijk niet eens een motie voor in te dienen. Dan kan ik u wel zeggen dat we daar welwillend naar zullen kijken. Voorzitter, dat was het. De voorzitter: Dank, mijnheer Van de Kruijff. Het woord is aan wethouder Burggraaf. De heer Burggraaf: Dank u wel, voorzitter. Motie 2A, eerlijke logiesheffing. Die is aangepast naar aanleiding van de eerste behandeling, waarbij het samenloopt met de herijking van het toeristenbeleid. Dat is qua timing inderdaad werkbaar. De vraag of je de verordening logiesheffing aan moet passen langs die uitgangspunten die hier staan, of je daartoe wil beperken, dat is vooral oordeel raad wat ons betreft.

Ik heb het idee dat ik er nu één oversla, want ik kom meteen bij motie M25 uit, Dordrecht heeft hoge ambities van PRO. Ik hoop niet dat ik er nu één heb overgeslagen. Zoals in de commissie ook is aangegeven, ontraden wij deze motie, omdat het vergroten van het aantal woningen op Stadswerven niet realistisch is. Het oppervlakte is gewoon beperkt vanwege het feit dat er ook een rivier met allerlei veiligheidsnormen et cetera omheen zit. De bouwhoogte heeft al een maximale hoogte vanwege de molenbiotoop. Het aantal woningen zit nu al op zijn max, ook als je kijkt naar de parkeeroplossingen in het gebied. Als je nog dingen zou willen aanpassen, dan heb je het ook al snel weer over wijzigingen in het bestemmingsplan. Dan vertraag je eerder je bouwambitie dan dat je hem versnelt. Daarom ontraden we deze. Dan is er motie M28 Versnelde woningbouw ondanks netcongestie. Voorzitter, ik hoorde het hier ook al in de raad: elke woning heeft gewoon een elektriciteitsaansluiting nodig. Je blijft daarin met je uitdaging rond netcongestie zitten. Of je dat via gas zou doen of niet. Een aansluiting op gas pas niet bij de ambities zoals u die in het kader van klimaatneutraal 2040 heeft geformuleerd. We ontraden deze motie. De motie M32 ... De heer Van de Breevaart: Voorzitter? De voorzitter: De heer Van de Breevaart.

94 De heer Van de Breevaart: Nog even in reactie op wat de wethouder zojuist zei: je hebt nog steeds een elektriciteitsaansluiting nodig. Dat is iets wat wij betwijfelen, omdat wij denken dat je met een gasaansluiting in combinatie met zelfvoorzienende elektriciteitsvoorzieningen die netaansluiting helemaal niet nodig hebt. Dat het niet in de ambities zou passen, dat snap ik. Wanneer de nood hoog genoeg is, zou de mogelijkheid die ook de wet biedt, naar mijn inzicht ook benut moeten worden. De heer Burggraaf: Goed, voorzitter, dan hebben we een motie M32, Dordrecht aan het water. De heer Van der Graaf: Voorzitter? De voorzitter: De heer Van der Graaf. De heer Van der Graaf: Ik heb ook nog een vraag over de opmerking zojuist van de wethouder over netcongestie. Ik kan het echt niet volgen, want netcongestie ontstaat onder meer omdat er tegelijkertijd heel veel zware elektrische apparaten stroom vragen van het net. Gas, een warmtenet of wat dan ook, zorgt ervoor dat die elektrische of die energie-intensieve apparaten geen stroom vragen. Dan is het toch wel degelijk een netcongestieverlichtende manier als je weer een gasaansluiting zou herinvoeren? De heer Burggraaf: Voorzitter, er spelen denk ik verschillende discussies.

Je hebt de ald eerste de fundamentele vraag: hoe kun je zorgen dat je zo min mogelijk het elektriciteitsnet belast? Dan zit het op hoeveel elektriciteit je benut. Dan is het een feit dat op het moment dat je heel veel met warmtepompen en dergelijke werkt, allemaal elektrisch aangestuurd, dat natuurlijk een hoger elektriciteitsbeslag op je net geeft. Daarom heeft stadswarmte, wat we in Dordrecht gebruiken, ook een dempend effect op je energiebehoefte en daarmee op de belasting van je elektriciteitsnetwerk. Piekbelasting speelt natuurlijk ook een rol rondom je netcongestie. Dan heb je daarnaast nog het gegeven dat er vanuit Stedin een kader is bepaald op basis waarvan aansluitingen worden verstrekt voor woningen. Daar zit een heel afwegingskader op, ook rondom de woningen. Als je woningen probeert aan te sluiten, heb je daarin nog steeds dat er innovaties zijn. We proberen zo veel mogelijk nieuwbouwwoningen te realiseren die zorgen dat er minder elektriciteit wordt benut of dat die pieken beter worden afgevlakt, zodat je minder belast op het op het netwerk. Daar is onze inzet vooral op het warmtenet. Dat is ook een forse investering geweest. Wil je die investering goed kunnen benutten, dan moet je ook zorgen dat er zoveel mogelijk aansluitingen op opkomen. Daarmee kan je met een grotere groep die vaste investeringskosten ook dragen.

Dat is de focus die wij hebben hier in de gemeente als alternatief en dat zit niet op het gas. Het enige vraag eigen stuk wat je nog hebt is de historische binnenstad. In hoeverre je kun je daar stadswarmte of ander alternatief toepassen? Dat zal daar niet zijn. Daar houd je gewoon gasleidingen. Dan zou je naar de toekomst toe kunnen werken met groen gas. Dat wordt bijvoorbeeld rondom HVC geproduceerd door onder andere de slibverwerking, waar groen gas op vrijkomt. Dat zou een goed alternatief, een groen alternatief kunnen zijn op energie. U zegt: ga verkennen of die gasaansluitingen zouden kunnen helpen om te zorgen dat je woningbouw kunt versnellen in relatie tot de netcongestie. Daar hebben we echt geen … Als je kijkt welke andere maatregelen we allemaal hebben en de tijd en 95 energie die dat kost. Nog los van of het past binnen je doelstellingen. Daar zien wij niet het effect van dat dat uiteindelijk gaat helpen om je woningbouw in Dordrecht te kunnen versnellen en minder last hebben van netcongestie. De voorzitter: Mijnheer Van der Graaf. De heer Van der Graaf: Voorzitter, over die warmtenetten. Het verbaast mij ook altijd dat een heel groot deel van die warmtenetten worden gevoed door restwarmte die voortkomt uit het verbranden van afval.

We hebben natuurlijk ook de circulaire economie waar we naartoe gaan, wat er juist voor zorgt dat we zo min mogelijk of het liefste helemaal geen afval meer hebben. Voor de lange termijn creëer je daarmee een probleem voor die warmtenetten. Het is of het één of het ander. Hoe kijk de wethouder daarnaar? De heer Burggraaf: Dat klopt, voorzitter. Dat is ook waar HVC naar kijkt in zijn processen. Nu is er inderdaad nog veel verbrandingsoven, maar naar de toekomst toe hoe je die warmte op een andere, duurzame manier nog steeds als bron kunt hebben in het proces. Dat zit allemaal rond het centrale proces waar het productieproces zit. Er zijn ook alternatieven naar de toekomst toe, voor als het inderdaad zover zou komen dat er minder de verbrandingsoven ingaat en er andere warmtebronnen nodig zijn. Dan hebben we motie M32, Dordrecht aan het water. Benut de Spuihaven. Dat is een vervanging van de eerder ingetrokken motie. Deze motie sluit aan bij de ambities die er zijn rondom de Spuihaven. Die gaat de komende jaren flink veranderen. Daar komt ook een park en een wandelpad dicht op het water, trappenpartijen. Dat water wordt veel meer bij het gebied betrokken. Dan is het inderdaad ook logisch om te kijken hoe dat verder nog meer geactiveerd en benut kan worden voor de stad. Het zit ook in het programma binnenstad.

In die zin kun je ook zeggen: alle ambities die hierin staan, zitten ook al in de ambities van de uitwerkingen van het programma. Als u deze motie aanneemt, dan is de termijn zomer 2027 een ambitie die het college graag omarmt. Tegelijkertijd geef ik wel een slag om de arm, ook voor de capaciteiten die we hebben. H Het zou kunnen dat het ook nog wat langer zou duren om dat op te leveren dan voor de zomer van 2027. Het is altijd goed, een beetje ambitie in een goede verandering van de stad. Tot slot, voorzitter. De heer De Heer: Voorzitter? De voorzitter: De heer De Heer. De heer De Heer: Een korte vraag aan de wethouder. He is een creatief en sympathiek voorstel is over dat stadsstrand of in ieder geval de Spuihaven. Tegelijkertijd zijn er natuurlijk allerlei ambities en zijn het college en de andere organisatie daar ook mee bezig. Is dit helpend voor de bestaande ambities of neemt het ook aandacht weg van bestaande plannen? Of kan het er gewoon bij zonder dat dat ten koste gaat van? De heer Burggraaf: Nee, voorzitter, het kan erbij. Het is natuurlijk op een gegeven moment de vraag hoe hoog je je ambitieniveau stelt. Ik zie hier ook: geef een paar scenario’s mee. Ik kan me voorstellen dat je een scenario kunt neerleggen, waarbij je een tien haalt, maar dat niet past binnen het financieel kader dat u in de reserve binnenstad heeft meegegeven.

Dan zou je een aantal opties naast elkaar kunnen leggen en inzichtelijk kunnen maken wat past binnen het financieel raamwerk dat u heeft 96 gegeven. Hoeveel meer zou er nodig zijn als je een hoger ambitieniveau nastreeft? En dan over: is het helpend? Wat ik zei, voor de ambitie op de Spuihaven in onze ambitie om het zoveel mogelijk te laten aansluiten op de transformatie die je daar gaat zien. Je gaat rondom, achterom, als eerste de oplevering van Dordthuis zien. Dan vervolgens de achterom aan de overkant wordt aangepakt. Dan daar rechts van komt het park richting de Johan de Wittstraat. In dat gebied past het aan de voorkant van je herontwikkeling om daar ook te kijken naar deze activering van het water. Alleen geef ik daarin wel de winstwaarschuwing mee dat we best wel veel werk te verzetten hebben. Ik kan niet garanderen dat we dat ook voor de zomer 2027 al aan de raad kunnen presenteren. Als ambitie past het wel weer bij de prioritering die we vooral in dat stuk hebben zitten op dit moment. Dan motie M35 … De heer Groenewege: Voorzitter? De voorzitter: De heer Groenewege. De heer Groenewege: Dank u wel. De Spuihaven wordt niet alleen door mensen gewaardeerd, maar ook door watervogels. Er zit daar ieder jaar volgens mij een trouw paar zwanen te broeden, dat dan met jongen gezellig langs de oever loopt. Ganzen, waterhoenen, nijlganzen, eenden.

Blijft daar ook ruimte voor? Daar zit een beetje onze zorg bij deze motie, dat het helemaal voor mensen wordt uitgerold en dat er eigenlijk geen ruimte meer overblijft voor de natuur die daar ook een plekje vindt. Kan je wethouder daar iets over zeggen? De heer Burggraaf: Voorzitter, ik weet precies over welke vogels u het heeft. Ik vind het altijd zo’n verbazingwekkend dat als je erlangs loopt, dat ze gewoon lekker blijven zitten. We hebben zelfs nu noodgedwongen een pad aan die kant liggen en ze blijven nog steeds broeden op hetzelfde plekje. In die zin heb ik het idee dat deze dieren zich heel goed hebben aangepast aan het menselijke gedrag, dat die twee heel goed in het gebied samen kunnen. Het is uiteindelijk een ontwikkeling waar je meerdere functies wilt hebben. Ik kan me ook voorstellen dat we in die herontwikkeling kijken naar: waar heb je het gebied zitten waar vooral heel veel menselijke activiteit en beleving is op het water? En waar heb je de wat meer rustige stukken zitten waar het voor dieren een logischere plek is om te verblijven? Daarnaast hebben we natuurlijk altijd nog als we gaan herontwikkelen altijd de standaardtoets: zitten er beschermde dieren wat de ontwikkeling in de weg zit? Dan hebben we daar de goede belangenafweging op te maken. De heer Groenewege: Voorzitter, de wethouder kan het zich voorstellen om die afweging te maken.

Kan hij ook gewoon toezeggen dat je die afweging gaat maken bij de planontwikkeling voor dit gebied? De heer Burggraaf: Niet als het gaat om specifiek deze hoek. Als ik kijk naar die ontwikkeling, dan zou dat er juist één zijn die zich heel goed leent voor activering van de drukte die je in het kernwinkelgebied hebt, als entree naar de binnenstad. Ik kan me wel voorstellen dat je dat meer naar links, richting de Kalkhaven zou trekken. Daar heb je natuurlijk een tussenstuk dat zich denk ik wel heel goed leent voor juist een wat rustigere setting. Ik zeg toe dat we dat zullen meenemen in de totale herontwikkeling van het gebied. Dan hebben we tot slot motie M35, Tegengaan van leegstand in Dordt- 97 West. Voorzitter, waar we vooral op inzetten is zorgen dat we gewoon het vastgoed goed benutten. Dat het eigenlijk zo kort mogelijk leegstaat en zo kort mogelijk nog geen bestemming heeft. Dat het zo snel mogelijk weer gemoderniseerd wordt en goed ingezet, et cetera. Zo is het voorbeeld dat genoemd wordt bij de Hugo van Geijnweg tot eind 2025 tijdelijk in beheer. Dat had een tijdelijke bestemming. Dat is nu leeg, omdat we het voorbereiden op een nieuwe onderwijsbestemming. Deze motie raakt aan wat al onze werkwijze is. We willen hem toch ontraden, omdat er ook uit kan worden gelezen dat we dat verder zouden moeten intensiveren en dan gaat het knellen met wat we juist doen.

We proberen de tijdelijke bezetting vooral te doen wanneer het kan. En het ook niet te laten beknellen op het moment dat je gaat starten met een herontwikkeling. Dan heb je altijd even een tijd van leegstand nodig, want dan zit je in een fase dat je wat onderzoeken moet doen naar hoe je het moet renoveren, hoe zit het met de asbest. Je moet je handen vrij hebben op het moment dat je het kunt verbouwen. Dan wil je de marge hebben dat je dan niet vervolgens met een tijdelijke partij zit die dan misschien je planning in de weg zit. Ik zou eigenlijk willen zeggen: de portee van wat erin staat is eigenlijk al staand beleid. Ik zou het willen ontraden om dit aan te nemen, omdat je dan gaat doorschieten en je andere doelstelling in de weg gaat zitten. Dan hoop ik dat ik ze allemaal gehad heb, voorzitter. Anders hoor ik het vanzelf. De voorzitter: Dank. Dan hebben alle wethouders een reactie gegeven. Ik heb nog een vraag staan van de heer Den Heijer van de VVD, die gaat over de raadsinformatiebrief over de sluiting van arrestantencomplexen. Wij hebben u geïnformeerd over het besluit van de Politieregio Rotterdam om, gezien de enorme overcapaciteit van de arrestantencomplexen in onze regio, drie arrestantencomplexen te sluiten, waarvan er eentje al gesloten is. Er blijven drie arrestantencomplexen over.

Dat zijn de arrestantencomplexen Rotterdam Marconiplein, Rotterdam Zuidplein en Dordrecht. Wij vangen natuurlijk als Dordrecht al een hoop arrestanten uit de regio en uit het gebied hier op. Wij gaan heel erg goed monitoren wat het effect is op het moment dat de overige celcomplexen gaan sluiten, waarvan er één al gesloten is, namelijk Capelle. Of dat ook een effect gaat hebben in Dordrecht op eventuele overlast. Dat is natuurlijk de bedoeling. Het is wel zo dat 150 fte vrijkomt door het sluiten van de huidige cellencomplexen, de arrestantencomplexen, en ten goede komt aan de basisteams en de opsporing. Dat is met name een hele goede beweging die heel erg hard nodig is. Het effect van de sluiting wordt over een jaar geëvalueerd en dat blijven we ook gewoon bespreken in de Driehoek, mijnheer Den Heijer. Dit heeft geen effect op de wijze waarop wij arrestanten arresteren op straat. Het kan nooit de bedoeling dat er een causaal verband zit tussen de beschikbaarheid van arrestantencomplexen en de overweging van de politie om wel of niet mensen op te pakken. Wat wel zo is, dat is een andere discussie waar we ook mee bezig zijn, dat op dit moment de politie aan de lat staat voor een type arrestant dat helemaal niet in een arrestantencomplex thuishoort. Er is namelijk ook een type arrestant dat thuishoort in de ‘Withof, in de zorgkolom’(05:15:26).

Wij willen aan de voorkant veel beter organiseren dat mensen sneller in een zorg- of aanverwante instelling terechtkomen, dan dat het weer het probleem is van de politie. Na 17.00 uur op vrijdagmiddag neemt niemand meer de telefoon op en is het hele weekend voor alles de politie de sjaak. Ik vind dat we daar met elkaar ook iets aan moeten doen. Ik ga daar graag nog een keer met u over in gesprek. Wij willen daar graag nog een pilot over 98 uitvoeren en over een jaar evalueren over de effecten van de arrestantencomplexen. Mijnheer Den Heijer. De heer Den Heijer: Dank, voorzitter, voor het antwoord. Ik ben blij dat de burgemeester toezegt dat binnen een jaar bekeken wordt wat de effecten zijn. Als de opsporing omhooggaat, dan zou juist ook gewelddadige overlast kunnen leiden tot meer arrestanten in het complex. We zullen daar scherp op toezien. De tweede vraag die ik gesteld had, daar heeft de burgemeester geen antwoord op opgegeven. Wij gaan namelijk arrestanten gaan opvangen die in andere gemeentes gearresteerd worden, in Dordrecht vastgezet worden en vervolgens op vrije voeten komen in Dordrecht. Wat zijn dan de afspraken die met de politie zijn gemaakt om ervoor te zorgen dat deze mensen niet hier in Dordrecht overlast gaan veroorzaken, maar gewoon weer terugkeren naar hun eigen gemeente? De voorzitter: Daar zijn geen aanvullende afspraken over gemaakt, want dat doen wij al.

Op dit moment hebben wij natuurlijk een vrij prominente arrestantencomplex in Dordrecht waar wij mensen vanuit de hele regio opvangen. Dat zijn arrestanten van allerlei typen mensen die gewoon heel erg goed kunnen terugkeren. Mensen waarvan het ook de bedoeling is dat ze teruggaan en op de trein worden gezet. In elk arrestantencomplex kan het zijn dat er mensen dan in de omgeving blijven rondzwerven. Dat is natuurlijk absoluut niet de bedoeling, maar dat kan ik niet uitsluiten, maar dat gaan we wel in de gaten houden. Dat effect hebben we al als centrumgemeente met een vrij prominent arrestantencomplex. De heer Den Heijer: Voorzitter, daar heeft de burgemeester volkomen gelijk in en dat is juist ook de zorg die wij hebben. Als centrumgemeente hebben we al zoveel procent, bijna driekwart, van alle opvangvoorzieningen in onze stad. Tegelijkertijd gaan we nu een veel grotere groep mensen arrestanten opvangen. Die arrestanten komen op straat te staan en de politie heeft te kennen gegeven daar geen voorziening voor te treffen. De burgemeester kan wel zeggen: die mensen worden op de trein gezet, maar dat is helemaal niet het geval. Deze mensen komen op straat te staan, komen vervolgens bij het Leger des Heils terecht. En het antwoord van de burgemeester is: wij gaan dat in de gaten houden. Ik verwacht eigenlijk wel wat meer van de burgemeester.

De voorzitter: Mijnheer Den Heijer, ik kan nu niets anders zeggen dat dat wij dit al doen. Wij vangen in ons arrestantencomplex al voor een ontzettend groot gebied arrestanten op. Ik kan de toezegging doen dat als wij zien dat dit een groot nadelig effect heeft voor Dordrecht, dat ik er zeer nadrukkelijk voor zal pleiten dat wij dan in de ondersteuning daar goed voor gecompenseerd worden in aanwezigheid op straat. Verder kan ik even niet gaan. We moeten zien hoe dit gaat. Ik vind een evaluatie op een jaartermijn al best een goede termijn. De heer Den Heijer: Tot slot, voorzitter, kan de burgemeester ook toezeggen dat hij dit gewoon bij het eerstvolgende gesprek met de politie inbrengt? Dat hij aan de politie vraagt wat zij gaan doen om ervoor te zorgen dat arrestanten die hier in Dordrecht opgevangen worden en die in Nissewaard gearresteerd zijn, om maar een voorbeeld te noemen, gewoon weer teruggaan naar de gemeente waar zij gearresteerd zijn en niet hier blijven? 99 De voorzitter: Mijn voorstel is om er even schriftelijk op terug te komen. Dat we anders op een later moment hier even wat uitgebreider met elkaar over spreken. Duidelijk. Dan hebben we … De griffier brengt een memo onder mijn aandacht met lettertypegrootte 27: het overzicht moties inclusief adviezen college is zojuist nog een keer gemaild naar de raad. Dat ik het goed lees.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.dordrecht.nl/api/v1/meetings/1157/documents/50595