CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Kadernota gD 2022.pdf

informatieve raadsbijeenkomst 17 juni 2021, gemeente Doetinchem15.399 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Hiervoor vragen we investering van (op korte termijn) 0,75 fte en op langere termijn zou die verhoogd moeten worden naar 1 fte. Dit is met de kennis van nu ingeschat. Deze aanmelding wordt afzonderlijk opgenomen in het programma 4 Organisatie & financiën omdat het betreffende taakveld onder dat programma valt. De inzet van beide functies kan vooralsnog niet worden betaald uit grondexploitaties, omdat daarvoor immers eerst verkenningen moeten worden verricht. Voor 2021 is een incidentele aanmelding van € 30.000 opgenomen in de 1e bestuurlijke monitor 2021. De aanmelding Planeconoom/ gronduitgifte wordt afzonderlijk opgenomen in het programma 4 Organisatie & financiën omdat het betreffende taakveld onder dat programma valt. 21. Urgentie woningbouw 1 fte schaal 12 (Urgente bottlenecks oplossen) 22. Urgentie voor ontwikkeling woningbouw 1 fte schaal 10 Planologie (Urgente bottlenecks oplossen) 23. Flexibele schil neerzetten om pieken op te vangen (Urgente bottlenecks oplossen) 24. Kostenverhaal ruimtelijke initiatieven.

2022: € -134.000

Structureel

2022: € -105.000 2023: € -105.000 2024: € -105.000 2022: € -200.000 2023: € -300.000 In 2022: € 175.000 In 2023: € 250.000 Vanaf 2024: € 300.000

Incidenteel Incidenteel Incidenteel Incidenteel Incidenteel Oplopend Structureel:

Wat is de afwijking? Vele mensen willen in Doetinchem wonen. We zien dan ook een grote behoefte bij woningcorporaties, ontwikkelaars en inwoners om woningen te bouwen of te verbouwen. Deze trend is een duidelijke verandering ten opzichte van een paar jaar geleden. Spraken we in het coalitieprogramma 2014-2018 nog over Doetinchem als beheergemeente, inmiddels zijn we weer een ontwikkelgemeente. En dat past uitstekend bij de positie van Doetinchem als centrumgemeente. Vandaag de dag zien we dat woningbouw, klimaatverandering, droogte en ook de vraag om meer participatie maakt dat we nu anders moeten kijken naar ruimtelijke ontwikkeling. Vanuit het Pagina | 19

perspectief dat we een beheergemeente zijn is er afgeschaald op het gebied van het aantal fte in fysieke domein, zoals bij planologie. Daar lopen we nu tegen aan. Wat nu bedacht wordt, is pas over 5 jaar zichtbaar. Dit vraagt om een groeiende behoefte om vast strategisch en tactisch vooruit te kijken naar ruimtelijke ontwikkelingen. Daarbij geldt wel “de kost gaat voor de baat uit”. Het is daarom noodzakelijk extra inzet te doen op een aantal vlakken:  op dit moment hebben wij één stedenbouwkundige in dienst, met een jaarplan met uren voor 2 fte. Gezien de vele ontwikkelingen maakt dat dit een bottleneck is. Ook is het kwetsbaar om alle kennis bij één persoon te hebben liggen. Structureel vragen wij dan ook budget voor 1 extra fte stedenbouw. Voor 2021 is een incidentele aanmelding van € 67.000 opgenomen in de 1e bestuurlijke monitor 2021.  we hebben uitbreiding nodig op het gebied van planologie, vergunningverlening en handhaving. Incidenteel vragen wij dan ook 1 fte planologie tot en met jaar 2024. Daarna kunnen wij dit intern oplossen door medewerkers opgeleid te hebben.  we willen graag beschikken over een flexibel budget om niet alleen pieken op te vangen, maar ook snel te kunnen reageren op onvoorziene vragen (als een GGD priklocatie) en ook om gebruik te kunnen maken van cofinanciering van andere partijen.

Dit kan vooral een uitkomst bieden voor planologie, het bouwloket, vergunningverleners, juristen en handhavers om de gevraagde snelheid in initiatieven te behouden. Wij zetten dit budget alleen in als we het ook echt nodig hebben. Is het budget niet volledig nodig, dan valt het bedrag weer vrij ten gunste van de algemene middelen. Voor 2021 is een incidentele aanmelding van € 100.000 opgenomen in de 1e bestuurlijke monitor 2021. De kost gaat voor de baat uit, en we denken die baat te kunnen verhogen. Als dekking voor de hierboven aangevraagde extra formatie zal worden ingezet op kostendekking. Thans loopt een onderzoek om te komen tot meer kostenverhaal. Dit zal leiden tot een financiële bijdrage waaruit deels de kosten voor de extra formatie benodigd om een versnelling/verruiming in de woningbouw te realiseren. Het exacte bedrag is op dit moment nog niet bekend, en wij schatten een bedrag van € 300.000 op termijn haalbaar. 25. Regelanalist/regelbeheerder Omgevingswet 1 fte schaal 11 2022: € -119.000 Structureel Wat is de afwijking? Door de komst van de Omgevingswet, zullen we inwoners behoefte hebben aan een eerste contactpunt als ze een aanvraag gaan doen. Alles wat in het geautomatiseerde systeem (DSO, digitaal stelsel Omgevingswet) zichtbaar wordt voor bezoekers, moet in toepasbare en begrijpelijke regels worden gezet (en dus niet in juridische teksten).

Alle formulieren, beslisbomen, regels op kaartmateriaal, omgevingsvisie en omgevingsplan moeten opnieuw worden gemaakt, aangevuld, verwerkt en onderhouden in toepasbaar gemaakte teksten. Het is van belang dat dit goed wordt ingericht en goed wordt onderhouden. Denk aan lokale invulling en woordkeus. Deze investering betaalt zich terug; niet altijd in middelen maar juist wel in economische bijvangst voor ondernemers en bewoners. Want als het proces goed is ingericht wordt het voor de burger ook begrijpelijker en gemakkelijker. 26. Klimaat klaarmaken van onze leefomgeving 0,8 fte 2022: € -95.000 Structureel schaal 11 Wat is de afwijking? In de coalitieagenda staat vermeld ‘De wereld mooier achterlaten dan dat we haar aantreffen’, oftewel goed rentmeesterschap is onze benadering van de leefomgeving. Met daarbij ook een concrete actie van het maken van een plan van aanpak. Dit jaar is een klimaatagenda vastgesteld. Willen wij deze agenda ook tot een goede uitvoering brengen en daarmee voldoen aan de ambities van de coalitieagenda, dan is er extra inzet nodig. Dit vraagt niet alleen de coalitieagenda maar ook het Rijk heeft het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie al in 2017 aangenomen wat betekent dat we in 2050 een klimaatbestendige leefomgeving moeten hebben.

Ook droogte en het water robuust maken vragen om een andere insteek, juist ook bij de urgentie van meer woningen bouwen en de vele ontwikkelingen in het landelijk gebied in gemeente Doetinchem. Op dit moment ontbreekt het ons aan formatie die de kennis heeft, dit coördineert en samen met waterschap en provincie zorgt voor een toekomstbestendige leefomgeving. Structureel vragen wij dan ook om 1 fte die zich inzet rondom het ontwikkelen van beleid en advisering op het gebied van klimaatadaptatie, droogte en water. Zetten wij hier niet op Pagina | 20

in dan blijven we achterop lopen in de regio als het gaat om klimaatadaptie en droogte en kunnen we niet inspelen op kansen en subsidies die er nu volop zijn. 27. Nu inspelen op klimaatmaatregelen bij 2022: € -100.000 Structureel gebiedsontwikkeling Wat is de afwijking? In het geval er klimaatmaatregelen mogelijk zijn binnen de gebiedsontwikkeling en of projecten die al lopen of in gang zijn gezet, dan kunnen de kosten hiervoor in het kader van de grondexploitatie van de ontwikkeling worden meegenomen en/of aan de ontwikkelaar worden opgelegd. Echter, we hebben ook te maken met een (eigen) openbaar gebied dat vaak buiten het ontwikkelingsgebied zelf ligt. Een financieel fonds om ook deze gronden in het kader van transitie te veranderen bestaat er binnen de gemeente Doetinchem niet. Op dit moment wordt dan ook vaak naar een buiten de gemeentelijke organisatie gelegen subsidiemogelijkheid (bijvoorbeeld provincie Gelderland) gegrepen om het transitieproces alsnog een financiële basis te kunnen geven. Misschien ten overvloede, ook voor deze subsidiemogelijkheden is vaak een co-financiering vanuit de gemeente een voorwaarde. Ook dit proces loopt op dat moment dan ook snel spaak. Anders gezegd, we leggen de transitie wel aan derden op, maar de instrumenten om deze transitie zelf te realiseren hebben we niet. Dit moet anders.

Het proces om te komen tot een “eigen” duurzame inrichting (klimaatadaptief, groen en duurzaam) wordt nu reeds in de beginfase door een gebrek aan eigen gemeentelijke financiële middelen gedwarsboomd. De eisen van transitie worden aan anderen opgelegd, terwijl we zelf als gemeente niet het goede voorbeeld laten zien. We praten wel, maar vergeten de realisatie zelf op te pakken. Is dit het budget niet volledig nodig dan valt het bedrag weer vrij. Wij vragen een budget aan van € 100.000. 28. Klimaatmaatregelen: inzetten op maatregelen 2022: € -40.000 Structureel tijdens de zomermaanden i.v.m. toenemende droogte. Afgelopen jaar, 2020 hadden we het derde droge jaar op rij. Er sterven momenteel meerdere (oude) bomen af, ook ontstaan er hier en daar gevaarlijke situaties (met name zwaar dood hout in beuken). De klimaatcrisis wordt steeds zichtbaarder. Als gevolg van de droogte is het budget niet meer toereikend. Om het (huidige) bomenbestand meer bestendig te maken voor de klimaatsverandering is extra budget nodig. Op basis van de huidige ontwikkeling van de afgelopen jaren moet rekening gehouden worden met een bedrag van € 40.000. 29. Beleidsmedewerker/regiefunctionaris milieu Vergunning2022: € -71.000 Structureel verlening Toezicht en handhaving 0,6 fte schaal 11.

Wat is de afwijking? Bij de instelling van Omgevingsdiensten in april 2013 is de milieuvergunningverlening en het milieutoezicht en -handhaving in uitvoering belegd bij de Omgevingsdienst Achterhoek (ODA). Het gevolg is dat alle milieukennis op Vth gebied binnen de gemeentelijke organisatie verdwenen is. Nu het taakveld milieuvergunningverlening en het toezicht en handhaving daarop door de jaren steeds complexer is geworden en de opdrachtgeversrol richting de ODA steeds belangrijker wordt, voelt het ontbreken van kennis en capaciteit op milieugebied als een groot gemis en is daarbij ook risicovol. Afgelopen jaar heeft een aantal complexe milieuzaken het gemis aan deze formatie pijnlijk duidelijk gemaakt. 30. LEADER budget: verhoging van het bestaande budget. 2022: € -28.750 Incidenteel Wat is de afwijking? LEADER is onderdeel van het Europees subsidieprogramma voor sociaal economische ontwikkeling van het platteland. Het programma loopt van 2016 tot en met 2022. De Achterhoek is door de provincie Gelderland aangewezen als LEADER gebied. LEADER stimuleert en ondersteunt inwoners bij het uitwerken van een plan dat de leefbaarheid en (groene) economie op het platteland bevordert. De beschikbare subsidiegelden bestaan voor de helft uit Europees, en voor de helft uit overheidsgeld.

Bij elke LEADER subsidie aanvraag moet daarom een gemeentelijke cofinancieringsverklaring worden gevoegd. Hiervoor is een structureel budget van € 76.000 opgenomen in de begroting. Omdat de contouren van het nieuwe POP 4 beleid nog niet bekend zijn is recent besloten de LEADER periode met twee jaar te verlengen. Vanwege deze transitieperiode komt € 400.000 extra uitvoeringsbudget beschikbaar voor de LEADER Pagina | 21

subsidieregeling en kunnen aanvragen nog tot en met 31 december 2022 worden ingediend. Hierdoor is ook € 400.000 extra cofinancieringsgeld benodigd. Van de extra benodigde cofinanciering neemt de provincie € 200.000 voor haar rekening. Voorwaarde is wel dat eind 2021 95% van het huidige budget is aangevraagd. Hieraan gaat de Achterhoek voldoen afgaande op de pijplijnprojecten waar door de gemeenten al cofinanciering aan toegezegd is. Voor de overige € 200.000 wordt aan elk van de zeven deelnemende Achterhoekse gemeenten een intentieverklaring van € 28.750 gevraagd. 31. . Bijdrage gD aan Volkshuisvestingsfonds 2023: € -93.000 Structureel Wat is de afwijking? Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft een eenmalige specifieke uitkering, het Volkshuisvestingsfonds, in het leven geroepen om gemeenten te ondersteunen in het verbeteren van de woonkwaliteit en de leefomgeving in kwetsbare gebieden. Onder de vlag van het regionale samenwerkingsverband 8RHK hebben wij samen met de gemeenten Berkeland en Bronckhorst de aanvraag ingediend. Onze aanvraag is gericht op het ondersteunen van de particuliere woningeigenaren in de wijk Overstegen. Het verduurzamen van deze woningen levert namelijk een belangrijke bijdrage aan het behalen van de door u vastgestelde doelstelling om in 2030 energieneutraal te zijn.

Ten behoeve van deze aanvraag wordt nu deze aanmelding gedaan. In de programmabegroting 2022 zal de aanmelding verder inhoudelijk worden toegelicht.

Pagina | 22

2.4 Aanmeldingen programma 4 Organisatie en financiën Reguliere afwijkingen 32. DatalabGO 2022: BN Structureel Wat is de afwijking? Datagedreven werken is volop in ontwikkeling. Het college heeft de intentie uitgesproken om meer te willen inzetten op datagedreven werken. Met beter en meer toegespitst datagebruik willen ook andere gemeenten en regio meer zicht krijgen op (de omvang van) maatschappelijke opgaven, besluitvorming transparanter en fact en evidence-based maken. Daarnaast verwachtten zij dat het gebruik van data hen ook kan helpen bij het voorbereiden, monitoren en evalueren van beleid en bij een verbetering van de dienstverlening. Het college heeft besloten om deel te nemen aan Datalab Gelderland Oost voor in ieder geval de komende 4 jaar (2021 t/m 2024). Voor 2021 is een incidentele aanmelding (BN) opgenomen in de 1e bestuurlijke monitor 2021. De dekking vanaf 2022 wordt gevonden door het niet volledig doorgeven van de prijscompensatie die vanuit het gemeentefonds jaarlijks wordt ontvangen. Omdat eventuele efficiencyvoordelen verkregen uit datagedreven werken zich naar verwachting verspreid in de gehele organisatie zullen voordoen wordt dit gelijkmatig over alle beïnvloedbare materiele budgetten als efficiencykorting afgeraamd. Bij de opstelling van de begroting 2022 wordt dit verwerkt. 33. Besparing Repro

2022: € 100.000 V

Structureel

Wat is de afwijking? Naar aanleiding van de fraude zaak bij repro is uit analyse naar voren gekomen dat een besparing te realiseren is van ongeveer € 100.000 op de budgetten (gemiddeld afgelopen jaren). Voor 2021 is een incidentele aanmelding opgenomen in de 1e bestuurlijke monitor 2021. Vanaf 2022 is € 100.000 als structurele besparing. 34. Informatieveiligheid beter borgen (waaronder rol 2022: € -59.000 Structureel Chief Information Security Officer (CISO) en maatregelen op tactisch en operationeel niveau) Wat is de afwijking? Het betreft hier het beter borgen van informatieveiligheid op zowel strategisch (CISO-functie), alsook op tactisch en operationeel niveau. Bouwstenen om dit in te vullen zijn de recente Informatiebeveiligingsdienst (IBD) -rapportage over het beveiligingsincident gemeente Hof van Twente en het functieprofiel van de IBD voor de invulling van de CISO-rol. De schade bij dit type incidenten, is los van de imagoschade, vaak een veelvoud van de kosten die verbonden zijn aan het conform IBD-advisering invullen van de CISO-functie. Kosten vanaf 2022: structureel 20 uur per week, schaal 11: € 59.000 voor een heel jaar. Voor 2021 is een incidentele aanmelding opgenomen in de 1e bestuurlijke monitor 2021. 35. Beveiliging bestuurders

2022: € -14.400

Incidenteel

Wat is de afwijking? Op 1 januari 2021 is de ‘Regeling preventieve beveiliging decentrale bestuurders’ ingegaan. Decentrale bestuurders hebben recht op een tegemoetkoming in de kosten van maximaal € 2.400 per woning waar de bestuurder het hoofdverblijf heeft. Na verhuizing ontstaat het recht op een nieuwe aanspraak van maximaal € 2.400. Deze kosten vallen onder de werkgeversverantwoordelijkheid van decentrale overheden. Voorgesteld wordt om voor 2021 een bedrag van € 14.400 (6 bestuurders college x € 2.400) op te nemen in de begroting voor beveiligingsmaatregelen en in het jaar van de gemeenteraadsverkiezingen (elke 4 jaar, vanaf 2022) een bedrag van € 14.400 op te nemen in de begroting. Het niet gebruikte budget/bedrag kan terugvloeien naar de algemene reserve wanneer een bestuurder al gebruik heeft gemaakt van de regeling. Voor 2021 is een incidentele aanmelding opgenomen in de 1e bestuurlijke monitor 2021.

Pagina | 23

36. Wet Digitale Toegankelijkheid

2022: € -15.000 2022: € -41.000 2023: € -50.000

Structureel Incidenteel Incidenteel

Wat is de afwijking? Overheidsorganisaties hebben de wettelijke verplichting om websites toegankelijk te maken voor mensen met een functiebeperking. Dit is vastgelegd in de Wet Digitale Toegankelijkheid. Sinds 23 september 2020 moeten overheidsorganisaties aan de verplichtingen voldoen door toegankelijkheidseisen toe te passen op alle websites waar de organisatie aan meebetaalt of medeopdrachtgever van is. De verplichtingen gelden vanaf 23 juni 2021 ook voor mobiele apps. Gemeenten die niet meteen kunnen voldoen, moeten aangeven wanneer zijn dit wel kunnen en welke maatregelen er genomen worden. Aan de hand van een eerste toetsing is uitgewerkt welke maatregelen moeten worden genomen. We schaffen een applicatie aan, die ons helpt onze site automatisch te controleren op elementen die niet voldoende toegankelijk zijn. Ook komen er applicaties om te zorgen voor bijvoorbeeld ondertiteling van filmpjes en ook van raadvergaderingen. Het zal tijd kosten om de applicaties in te richten en onze werkprocessen aan te passen. Zolang deze niet zijn aangepast, is er veel extra werk nodig om te kunnen voldoen aan de toegankelijkheidseisen. Daarvoor vragen we een tijdelijk inhuurbudget voor maximaal 2 jaar, totdat de procesaanpassingen gereed zijn. De maatregelen betreffen:  Jaarlijkse applicatiekosten: € 15.000 (2022 e.v.; structureel);  Tijdelijk extra inhuurbudget t.b.v.

extra werkzaamheden procesaanpassingen en toegankelijke documenten: € 41.000 (2022 en 2023; incidenteel);  Toetsing wet digitale toegankelijkheid: € 9.000 (2023; incidenteel). 37. E-dienstverlening

2022: € -43.500 2022: € -10.000

Structureel Incidenteel

Wat is de afwijking? Door ontwikkelingen in de samenleving en binnen dienstverlening, is er een steeds grotere behoefte aan digitaliseren. Streven van de gemeente is de informatietechnologie maximaal te benutten ter ondersteuning van de behoeften van inwoners en bedrijven om meer 24/7 gebruik te kunnen maken vanuit huis of kantoor van de dienstverlening van de gemeente. Daarom passen we de dienstverlening bij de balie aan en richten deze efficiënter in waardoor inwoners meer thuis kunnen regelen en niet naar het stadhuis hoeven te komen. Er is een aantal balieproducten waarvoor e-dienstverlening mogelijk is. Voor met name de modules geboorten en overlijdens levert dit al een besparing in ureninzet op. De besparing die hierdoor op formatie plaatsvindt, kunnen we gaan inzetten op (toenemende) complexe zaken/mutaties en onderzoeken op het gebied van BRP en adresfraude. Hier is een toename van werk en dit zal nog verder toenemen. Wel zullen we, om extra personele inzet te vorkomen, een investering in applicaties moeten doen. Met het digitaliseren van deze werkprocessen sluiten we aan bij inmiddels in Nederland breed ingevoerde vernieuwingen.

Naast de werkprocessen geboorten en overlijden, betreft het verder digitaliseren de werkprocessen • doorgeven verhuizing, • aanvragen uittreksel BRP, • aanvragen afschrift Burgerlijke Stand, • aangifte huwelijk & partnerschap, aanvragen reisdocument en doorgeven vermissing reisdocument, • aanvragen kiezerspas of vervangende stempas, doorgeven volmacht stempas, doorgeven beschikbaarheid stembureauleden, wijzigen geheimhouding persoonsgegevens, wijzigen aanschrijfnaam, • doorgeven emigratie en uittreksel BRP door wettelijke vertegenwoordigers. De kosten op het vlak van digitalisering zijn eenmalig € 10.000 (2022) voor implementatie en met ingang van 2022 € 43.500 per jaar; voor 5 jaar. 38. ‘Doetinchem 2036’: Grondzaken: noodzakelijke formatie2022: € -134.000 Structureel uitbreiding 1 fte schaal 12 Wat is de afwijking? Zie de toelichting bij de aanmelding gD 2036 in het programma 3 Veranderende leefomgeving. Voor 2021 is een incidentele aanmelding van € 67.000 opgenomen in de 1e bestuurlijke monitor 2021.

Pagina | 24

39. Maatwerk personeel 2022: € 25.000 Structureel Wat is de afwijking? Op basis van de uitgaven in het verleden voor maatwerk en de ingeschatte toekomstige uitgaven, waarbij het uitgangspunt is om tot zo voordelig mogelijke oplossingen te komen, wordt voorgesteld om het maatwerkbudget vanaf 2022 met € 25.000 naar beneden bij te stellen naar structureel € 365.000 40. Keuzerichting 84, accommodaties (saldo resultaat) 2022: BN Structureel Wat is de afwijking? Keuzerichting 84, accommodaties. De opdracht om tot een structurele bezuiniging te komen van € 100.000 op vastgoed (naast de verkoop van vastgoed) is volledig ingevuld. Deze structurele bezuiniging kan vanaf 2021 worden gerealiseerd door een besparing van in totaal € 100.000 op het onderhoud van vastgoed binnen het vastgoedfonds. BuHa heeft zijn MJOP op de verminderde financiële ruimte aangepast. Voor 2021 is een incidentele aanmelding (BN) opgenomen in de 1e bestuurlijke monitor 2021.

Pagina | 25

3.

Corona

3.1 Herstellen van de Coronacrisis In 2020 en de eerste helft van 2021 hebben we vooral het hoofd geboden aan coronacrisis. In deze kadernota kijken we vooruit naar een Doetinchem dat hersteld uit deze crisis. Helaas heeft de pandemie ook in onze gemeente behoorlijke sporen achtergelaten. Naast het persoonlijk verlies van Doetinchemmers die hun naasten door het virus hebben verloren, waren er ook grote economische en sociale gevolgen. De gemeente heeft in het voorjaar van 2020 direct maatregelen genomen om de crisis het hoofd te bieden. Maatregelen die in 2021 verder zijn aangevuld en zullen blijven gelden tot aan het einde van de crisis. In deze kadernota gaan we er vanuit dat we vanaf 2022 geen verdere maatregelen moeten nemen voor Corona. Te zijner tijd zal dan ook bekeken moeten worden of we middelen tekort komen of dat er middelen overblijven in de bij de eerste bestuurlijke monitor in 2020 vanuit de algemene middelen ingestelde reserve Corona, die verrekend moeten worden met de algemene middelen. Het vaccineren komt inmiddels op gang en we hopen dat hiermee de crisis de grip op onze samenleving kwijt raakt. Met deze Kadernota willen we ervoor zorgen dat Doetinchem en haar inwoners goed uit de crisis komen. In deze kadernota kiezen we er daarom voor om te blijven investeren in Doetinchem als vitale centrumgemeente van onze regio.

Een gemeente waar het prettig wonen, werken en recreëren is. Een gezonde groei van onze gemeente in de komende 15 jaar is daarvoor wat ons betreft van groot belang. We gaan uit van 70.000 inwoners in 2036, het jaar waarin Doetinchem 800 jaar stadsrechten bezit. We investeren op sociaal, economisch en fysieke terreinen, hierbij ons realiserend, dat het van belang is in te blijven spelen op de veranderende wereld om ons heen. In de 1e bestuurlijke monitor 2021 is een afzonderlijk hoofdstuk Corona opgenomen. Daarin zijn ook de aanmeldingen corona van de afzonderlijke programma’s opgenomen.

Pagina | 26

4.

Financiële positie gemeente Doetinchem 2020 – 2024

4.1 Financiële uitgangspunten in de kadernota 2022 en begroting 2022 In de gemeentebegroting hanteren we de volgende twee financiële uitgangspunten: 1. Een structureel sluitende begroting en een gezond meerjarenperspectief Structureel sluitend wil zeggen dat we ervoor zorgen dat langjarige uitgaven ook worden gedekt door langjarige inkomsten. Dat is ook het belangrijkste toetsingscriterium van de provincie als toezichthouder. We ramen in de gemeentebegroting ook incidentele lasten en baten. Die worden voor drie jaren of korter geraamd. Het totaal van de structurele en incidentele uitgaven minus de inkomsten leidt tot het totale resultaat van de gemeentebegroting. Begrotingsoverschotten of -tekorten worden gemuteerd op de algemene reserve. 2. Voldoende weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft de verhouding weer tussen onze weerstandscapaciteit (algemene reserve en de stelpost onvoorziene uitgaven) en de financiële risico’s. Die verhouding drukken we uit in de ratio van ons weerstandsvermogen. Is de ratio tussen de 0,8 en 1,2 dan beschikken we over voldoende buffer om risico’s op te vangen zodat ze geen bedreiging vormen voor onze financiële positie. Het rijk heeft de afgelopen jaren heel wat taken naar de gemeenten en zeker ook naar centrumgemeenten overgeheveld.

De financiële middelen om die taken naar behoren uit te voeren zijn niet navenant gegroeid waardoor we financieel inmiddels veel te strak in het pak zijn genaaid. Wij hebben jarenlang een uiterst zorgvuldig financieel beleid gevoerd en in diverse bezuinigingsrondes echt alle lucht uit onze begroting geperst. Gezien diverse ontwikkelingen (coronacrisis, economische verwachtingen, formatie nieuw kabinet, herverdeling Gemeentefonds, Doetinchem 2036, etc.) is het ons nog gelukt om voor het jaar 2022 een structureel sluitende begroting te hebben, echter voor de volgende jaarschijven lukt ons dit niet. Zoals uit hoofdstuk 2 ’Beleidsmatige hoofdlijnen’ blijkt, maken we krachtige beleidsinhoudelijke keuzes om doelen te bereiken voor Doetinchem 2036 en de gevolgen van de coronacrisis op te vangen. Het gaat om investeringen voor de lange(-re) termijn, waarbij de kosten voor de baat gaan. Dat heeft uiteraard ook gevolgen voor het weerstandsvermogen en daarbij behorende weerstandsratio. In de komende P&C documenten zullen we op basis van de actuele stand van de hiervoor genoemde ontwikkelingen, keuzes maken voor de financiële uitgangspunten in relatie tot onze beleidsinhoudelijke doelen. Het streven is hierbij om de financiële uitgangspunten in ogenschouw te houden.

Met de voor de kadernota gemaakte financiële keuzes zorgen we ervoor dat de begroting 2022 structureel en reëel in evenwicht is zoals bedoeld in artikel 189, lid 2 Gw. Daarmee mogen we ervan uitgaan dat onze provinciale toezichthouder t.z.t. de gemeentebegroting 2022 goedkeurt en we onder repressief toezicht blijven vallen. Meerjarig lukt het vooralsnog niet een sluitende begroting aan te bieden.

4.2 Financieel meerjarenperspectief van de kadernota 2022 Het uitgangspunt voor het financieel meerjarenperspectief van de kadernota 2022 is de geamendeerde begroting 2021. In de periode na het vaststellen van de geamendeerde begroting 2021 heeft zich een aantal ontwikkelingen voorgedaan die zijn verwerkt in onderstaand meerjarenperspectief. Dat betreffen de resultaten van de circulaires van het rijk over het Gemeentefonds tot en met maart 2021, de financiële resultaten van de jaarstukken 2020 en het Meerjarenperspectief ontwikkellocaties (MPO) 2021. Tenslotte zijn de in hoofdstuk 3 beschreven aanmeldingen vanaf 2021 van invloed op het financieel meerjarenperspectief. Het financieel meerjarenperspectief van de Kadernota 2022 is weergegeven in onderstaande tabel. Voor een toelichting op de ontwikkelingen in jaarschijf 2021 verwijzen wij u naar de bestuurlijke monitor 2021. Pagina | 27

Meerjarenperspectief Doetinchem (bedragen x € 1.000)

2021

2022

2023

2024

2025

Resultaat geamendeerde begroting 2021 t.g.v./t.l.v. alg. reserve

100

1.319

717

-1.288

-1.288

10.330 -725 -1.310 8.295

0

0

0

0

MPO 2021 (mutaties tov MPO 2020)

-304

404

54

66

0

Septembercirculaire 2020 Gemeentefonds Decembercirculaire 2020 Gemeentefonds Maartcirculaire 2021 Gemeentefonds (Corona) Totaal gemeentefonds

1.061 -1 0 1.060

468 -1 0 467

557 0 0 557

775 0 0 775

775 0 0 775

Uitgangspositie kadernota '22 en begroting '22-'25

9.151

2.190

1.328

-447

-513

Aanmeldingen programma's 1e monitor 2021 en kadernota 2022: Herverdeling Gemeentefonds Verdeelmodel Beschermd wonen (saldo-effect inkomsten/uitgaven) Kosten Corona Kosten Corona tlv reserve Corona Totaal ontwikkelingen

-6.670

-1.815

-1.358 1.358 -6.670

-90 90 -1.815

-1.964 PM PM PM 0 -1.964

-1.664 PM PM PM 0 -1.664

-1.476 PM PM PM 0 -1.476

Netto resultaat 1e BM 2021 en KN 2022 tgv/tlv algemene reserve

2.481

375

-636

-2.111

-1.989

Resultaat jaarrekening 2020 Kosten/opbrengsten Corona tlv / tgv reserve Corona Bestemmingsvoorstellen Totaal resultaat jaarrekening

Uit bovenstaand overzicht blijkt dat jaarschijf 2022 sluit met een positief saldo van € 375.000. Dit resultaat is opgebouwd uit incidentele en structurele lasten en baten (zie onderstaande tabel). Om onder repressief toezicht te vallen, vraagt de provincie om een structureel sluitend meerjarenperspectief. Zie daarvoor de rij ‘Totaal structureel resultaat kadernota 2022 (A)’ in onderstaande tabel. Als dat niet lukt, zijn er twee opties om toch onder repressief toezicht te vallen: 1. Een structureel sluitende jaarschijf 2022, of; 2. Een structureel sluitende jaarschijf 2025. Bij de structureel sluitende jaarschijf 2025 kijkt de toezichthouder kritisch naar het realiteitsgehalte van de begroting. Zo moeten er hele concrete bezuinigingsplannen liggen die leiden tot de sluitende begroting 2025. Uit rij (A) in onderstaand overzicht blijkt dat we een voordelig structureel resultaat 2022 van € 88.000 ramen. Met de voor de kadernota 2022 gemaakte financiële keuzes zorgen we ervoor dat de begroting 2022 structureel in evenwicht is zoals bedoeld in artikel 189, lid 2 Gw. Dit wil zeggen dat de er geen structurele lasten worden gedekt met incidentele baten.

Pagina | 28

4.3 Vermogenspositie Het financieel perspectief is direct van invloed op de algemene reserve en daarmee ook op onze vermogenspositie. De algemene reserve vertoont nu het volgende beeld: Meerjarenprognose algemene reserve (bedragen x € 1.000) Stand 1 januari (geamendeerde begroting 2021) rente (omslagrente 2,0%) Saldi meerjarenperspectief 2021-2025 Totaal algemene reserve

2021 12.044 241 2.481 14.766

2022 14.766 295 375 15.436

2023 15.436 309 -636 15.108

2024 15.108 302 -2.111 13.299

2025 13.299 266 -1.989 11.576

Zoals hierboven beschreven, is voldoende weerstandsvermogen één van de financiële uitgangspunten voor de begroting. Dat geeft de verhouding weer tussen onze weerstandscapaciteit (algemene reserve en de stelpost onvoorziene uitgaven) en de financiële risico’s. Die verhouding drukken we uit in de ratio van ons weerstandsvermogen. Is de ratio tussen de 0,8 en 1,2 dan beschikken we over voldoende buffer om risico’s op te vangen zodat ze geen bedreiging vormen voor onze financiële positie. In deze kadernota hebben we de financiële risico’s geactualiseerd ten opzichte van de geamendeerde begroting 2021. Zie daarvoor bijlage 1. De meerjarige ontwikkeling van de weerstandsratio laat op basis van het financieel meerjarenperspectief uit deze Kadernota een verloop zien van circa 1,43 in 2022 naar 0,97 in 2025. Dat betekent dat we ondanks het sombere financieel meerjarenperspectief, naar huidige inzichten toch een weerstandsratio hebben die in de komende jaren boven onze minimumnorm ligt. Risico's

2021

2022

2023

2024

2025

10.385

11.285

11.985

11.985

11.985

2021

2022

2023

2024

2025

14.766

15.436

15.108

13.299

11.576

80

80

80

80

80

14.846

15.516

15.188

13.379

11.656

1,43

1,37

1,27

1,12

0,97

Bedragen x € 1.000,-

Totaal gekwantificeerde risico's Weerstandscapaciteit Bedragen x € 1.000,-

Algemene reserve per ultimo Stelpost incidentele onvoorziene uitgaven Totale beschikbare weerstandscapaciteit Ratio weerstandsvermogen

Pagina | 29

Bijlage 1: Overzicht risico’s in relatie tot de weerstandscapaciteit In deze bijlage geven we een actualisatie van de risico’s in de gemeentebegroting in relatie tot de weerstandscapaciteit (= algemene reserve + stelpost incidentele onvoorziene uitgaven). Allereerst ziet u het overzicht risico’s en de weerstandscapaciteit, met daaraan gekoppeld de ratio van het weerstandsvermogen (= de verhouding tussen risico’s en weerstandscapaciteit). Vervolgens geven we een korte toelichting op de reguliere risico’s in de kadernota 2022. De informatie is een actualisatie van de begroting 2021 en de jaarstukken 2020. 1. Overzichten risico’s en weerstandscapaciteit; en ratio weerstandsvermogen Risico's

2021

2022

2023

2024

2025

Bedragen x € 1.000,-

Sociaal domein incl. Beschermd wonen

4.000

4.100

4.100

4.100

4.100

Verbonden partijen (GR's en BV's gD)

500

500

500

500

500

Ontwikkellocaties (grexen en gebiedsontwikkelingen)

1.935

1.935

1.935

1.935

1.935

Garanties & geldleningen

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

Subsidies van derden

250

250

250

250

250

Gemeentefonds: reguliere risico's

700

700

700

700

700

700

700

700

Herverdeling Gemeentefonds Algemene basis AR onvoorziene risico's, w.o. kapitaallasten, lopende procedures Risico's ivm landelijke en regionale beleidsontwikkelingen Totaal gekwantificeerde risico's

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

0

800

800

800

800

10.385

11.285

11.985

11.985

11.985

2. Toelichting op de risico’s in de kadernota 2022 1. Sociaal domein Sinds het najaar van 2018 werken we aan het terugdringen van tekorten en transformatie van het sociaal domein, onder de noemer ‘Taskforce financiële beheersing sociaal domein’. De Taskforce heeft de opdracht om besparingen te realiseren die zijn verwerkt in de meerjarenbegroting. Het risico bestaat dat de opgenomen taakstellingen niet worden gerealiseerd in het jaar waarin ze zijn geraamd. Hoezeer we sturing geven aan de maatregelen en gevraagde resultaten, het sociaal domein blijft in de basis een open-eind-regeling en dat brengt een meer algemeen risico met zich mee, over het totale sociaal domein. Daarnaast zijn er nog meer specifieke risico’s waar we rekening mee moeten houden. Dat is bijvoorbeeld de afrekening met de regiogemeenten in het kader van taakveld 6.81 (geëscaleerde zorg 18+). Hierbij gaat het om Beschermd Wonen, Maatschappelijke opvang en openbare geestelijke gezondheidzorg. Eveneens houden we voorzichtigheidshalve rekening met risico’s aangaande de nieuwe regionale aanbesteding vanaf 2022. We kunnen bijvoorbeeld niet vooruit lopen op het onderhandelingsresultaat, en ook niet of het vooraf ingeschatte aantal cliënten waarop de lumpsumfinanciering gebaseerd is overeen zal komen met de werkelijkheid.

Met de investeringen de afgelopen jaren in het dashboard sociaal domein kunnen we dit goed monitoren en gerichter bijsturen. Gegeven de begrotingsomvang van het sociaal domein in combinatie met bovengenoemde risico’s schatten we de benodigde weerstandscapaciteit voor 2021 in op € 4 miljoen en vanaf 2022 op € 4,1 miljoen. 2. Verbonden partijen Tot de verbonden partijen behoren o.a. de gemeenschappelijke regelingen (GR’s) en de gemeentelijke BV’s. Zie de paragraaf “Verbonden partijen” in de gemeentebegroting. Pagina | 30

De risico’s van onze verbonden partijen worden op verschillende manieren verwerkt in de gemeentebegroting: De deelnemende gemeenten stellen de begrotingen van de GR’s vast. Als dit ertoe leidt dat de gemeentelijke bijdragen omhoog moeten om tot een sluitende begroting van de GR te komen, dan wordt dit vertaald in een aanmelding in de kadernota en/of de gemeentebegroting. Daarnaast maken we jaarlijks een nauwkeurige berekening van de kosten van nominale ontwikkelingen in de gemeentebegroting, waaronder die voor de verbonden partijen. De berekeningen van de totale kosten voor nominale ontwikkelingen kunnen leiden tot een aanmelding voor nominale ontwikkelingen in de gemeentebegroting. Daar staat tegenover dat we geen afzonderlijk risico voor nominale ontwikkelingen op de verbonden partijen opnemen. Blijft, dat enkele van onze gemeentelijke BV’s (Buurtplein en Buha) risico’s melden in hun begrotingen. Met hen zijn we zowel als aandeelhouder alsmede als opdrachtgever in gesprek over hun eigen mogelijkheden en verantwoordelijkheden voor een totaal sluitende bedrijfsbegroting. Gegeven bovenstaande ontwikkelingen rekenen we voor de risico’s bij de verbonden partijen vanaf 2022 op € 0,5 miljoen weerstandscapaciteit in de algemene reserve. 3. Ontwikkellocaties: grondexploitaties en gebiedsontwikkelingsprojecten Het Meerjarenperspectief Ontwikkellocaties (MPO) 2021 is het basisdocument.

Dit document wordt aan de raad voorgelegd op 8 juli 2021; gelijktijdig met de Kadernota 2022. Het MPO bevat de uitgangspunten, het programma, de resultaten, de financiën en de risico’s van de lopende grondexploitaties en gebiedsontwikkelingsprojecten. Deze gegevens vormen de basis voor de kadernota 2022 en de begroting 2022. In het MPO 2021 is een analyse van de risico’s van de ontwikkellocaties opgenomen. Met de daarvoor benodigde weerstandscapaciteit gedurende de komende jaren. Voor de risico’s in de ontwikkellocaties rekenen we in de komende jaren € 1,9 miljoen weerstandscapaciteit in de algemene reserve. 4. Garanties en geldleningen Het bestuur tracht een juiste balans te vinden tussen de wens om maatschappelijke initiatieven te ondersteunen en de financiële houdbaarheid van onze lening- en garantieportefeuille. Daarom heeft de raad op 3 november 2016 nieuwe kaders gesteld. Het ondersteunen van maatschappelijke initiatieven mag de financiële positie van de gemeente niet in gevaar brengen. Bij nieuw te verstrekken garanties en geldleningen maken we uitdrukkelijk de afweging tussen het maatschappelijk belang van het initiatief en het risicoprofiel dat ermee gepaard gaat.

Om het risicoprofiel te bepalen, beoordelen we de kredietwaardigheid van de betrokkene en de getroffen risico-beperkende maatregelen zoals gekoppelde zekerheden in de vorm van bijvoorbeeld een hypotheekrecht voor de gemeente. Jaarlijks maken we een actuele analyse van de risico’s bij alle verstrekte leningen en garanties. Deze rapportage is als bijlage in de begroting 2021 opgenomen. Op basis van de deze risicoanalyse rekenen we voor risico’s in de garanties en leningen € 1 miljoen weerstandscapaciteit in de algemene reserve. 5. Subsidies van derden Als gemeente zijn we voortdurend op zoek naar subsidiemogelijkheden bij de provincie, landelijke overheid of de Europese Unie. Vaak gaat de subsidie gepaard met cofinanciering van de gemeente. Subsidieverleners stellen een controleprotocol op waarin afspraken met ons als subsidieontvanger worden vastgelegd. We sturen op maatregelen om de inhoudelijke en procedurele afspraken na te komen. Als we niet aan de voorwaarden voldoen moeten we de subsidies terugbetalen. Naar huidige inzichten voldoen we aan de afspraken en voorwaarden. Gegeven de omvang van het totale subsidiebedrag en de veelheid aan subsidievoorwaarden, houden we € 250.000 in de algemene reserve beschikbaar voor mogelijke risico’s bij dit onderwerp. 6.

Gemeentefonds: reguliere risico’s Wij ontvangen jaarlijks het grootste deel van onze inkomsten via een uitkering van het Rijk in het gemeentefonds. Het risico bestaat dat het Rijk (onverwachts) de bijdrage wijzigt. De ervaring van de afgelopen jaren leert dat de algemene uitkering sterk fluctueert met grote gevolgen voor de gemeentebegroting. Tot deze risico’s behoren o.a. de opschalingskorting. We kunnen helaas weinig invloed uitoefenen op de rijksbesluiten over de uitkeringen. Gezien de omvang van de algemene uitkering houden we vanaf 2022 € 0,7 miljoen beschikbaar in de algemene reserve.

Pagina | 31

7. Herverdeling Gemeentefonds In de afgelopen jaren hebben we het risico als gevolg van de herverdeling Gemeentefonds beschreven en gewaardeerd op € 0,7 miljoen per jaar. Begin 2021 zijn de voorlopige uitkomsten van het nieuwe verdeelmodel bekend gemaakt. Die bevestigen het reeds geraamde risico voor de gemeente Doetinchem met een nadeel van € 0,7 miljoen op het klassieke deel van het Gemeentefonds. De fondsbeheerders zien echter in de ontvangen reacties van de Tweede Kamer, de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) en de VNG aanleiding om het verdeelvoorstel op verschillende onderdelen nader tegen het licht te houden. De minister van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties hoopt in juni 2021 met een aangepast verdeelvoorstel te komen. In afwachting van meer duidelijkheid en/of definitieve besluiten door het rijk handhaven we het eerder berekende risico op de herverdeling van het Gemeentefonds van € 0,7 miljoen structureel vanaf 2023. Effecten op nieuwe verdeelmodellen uitkeringen sociaal domein zijn hier overigens niet in meegenomen. Die zijn verdisconteerd in het risico van 8. Algemene basis algemene reserve onvoorziene risico’s Niet alle risico’s kunnen worden voorzien of met ramingen worden onderbouwd. We willen voor dergelijke risico’s een basisreserve aanhouden. Daarom hanteren we een algemene basis in onze algemene reserve voor onvoorziene risico’s van € 2 miljoen.

Uit deze algemene basis dekken we ook de risico’s voor kapitaallasten en lopende procedures *) als specifieke risico’s. De risico’s voor de kapitaallasten schatten we in als gering. Bij procedures en handhaving lopen we risico’s in een specifieke casus. *) Handhavingstraject tegen milieubedrijf Medio 2019 is een handhavingstraject gestart tegen een milieubedrijf. Lopende het handhavingstraject, in de fase dat bestuursdwang is opgelegd, is het bedrijf failliet verklaard. Het traject is nog volop in uitvoering. Hierover wordt de raad regelmatig (vertrouwelijk) bijgepraat. Op dit moment is niet duidelijk welke kosten mogelijk voor rekening van de gemeente komen. Het uitgangspunt is dat de vervuiler betaalt. Het risico valt binnen de algemene basis voor onvoorziene risico’s van € 2 miljoen. 9. Risico’s i.v.m. landelijke en regionale beleidsontwikkelingen zonder voldoende middelen naar gemeenten. De gemeente wordt geconfronteerd met onzekerheden door ontwikkelingen in de maatschappij en door andere overheden, die grote invloed hebben op onze bestuurlijke agenda en op onze financiële positie. Te denken valt aan ontwikkelingen met betrekking tot de Omgevingswet, de Jeugdwet, de energietransitie, het klimaat, etc. Gegeven de onzekerheden over deze ontwikkelingen kunnen deze vaak (nog) niet worden vertaald in het financieel meerjarenperspectief van de begroting.

Om toch een signaal te geven van mogelijke financiële consequenties, reserveren we voor deze beleidsonderwerpen een risicobedrag van € 800.000 in de algemene reserve. Let op: het bedrag dat als risico is genoemd voor deze onderwerpen is geen reservering die op voorhand wordt gedaan. Het zijn dus geen dekkingsmiddelen voor deze onderwerpen. Het bedrag geeft een indicatie van de financiële risico’s in de gemeentebegroting als gevolg van deze ontwikkelingen. Op termijn zal de raad een besluit nemen over de aanmeldingen voor deze onderwerpen en de financiële dekking in de kadernota en/of gemeentebegroting.

Pagina | 32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7482/documents/37132