Bijlage 1 Gedragsprotocol gemeenteraad Doetinchem.pdf
Tekst van het document
Gedragsprotocol gemeenteraad Doetinchem 2026 [Vastgesteld in de raadsvergadering d.d. xxxx 2026]
Inleiding De gemeenteraad van Doetinchem wil een sterke gemeenteraad zijn. Sterk in de zin dat hij in staat is zijn volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende rollen goed uit te voeren. Daartoe zijn minstens drie verbindingen van belang: (a) de onderlinge verbinding binnen de gemeenteraad, (b) de verbinding met het college van burgemeester en wethouders en (c) de verbinding met de samenleving. Het voorliggende gedragsprotocol gemeenteraad Doetinchem gaat in op de onderlinge verbinding binnen de gemeenteraad. Het protocol beschrijft wat de gedragselementen zijn die horen bij een raad die bouwt aan goede onderlinge verhoudingen om te komen tot een sterke raad. Doel Het doel van het gedragsprotocol gemeenteraad Doetinchem is een sterke gemeenteraad te realiseren, een gemeenteraad die er toe doet, een gemeenteraad die besluiten neemt waarin alle verschillende belangen in de gemeenschap van Doetinchem meegewogen zijn. Het gedragsprotocol is ondersteunend hieraan. En staat daarbij niet los van een goede verbinding met het college en met de samenleving. Kern De kern van het gedragsprotocol is het goede onderlinge politieke debat, als basis van te nemen besluiten door de gemeenteraad. Dat goede onderlinge debat kenmerkt zich door een gerichtheid op de inhoud in plaats van op een gerichtheid op de personen die deelnemen aan het debat.
Essentiële elementen om dit goede debat te realiseren zijn: a. goed luisteren naar elkaar; b. daarmee duidelijk krijgen wat de verschillende belangen zijn; c. bereidheid hebben om tot elkaar te komen en om elkaar iets te gunnen. Randvoorwaarden Open en eerlijk communiceren en respect hebben voor elkaar zijn randvoorwaarden om te komen tot het goede onderlinge debat. Open en eerlijk communiceren is de eerste randvoorwaarde voor het goede onderlinge debat in de gemeenteraad. Dit vraagt van raadsleden en raadsopvolgers dat ze: a. open en eerlijk naar elkaar zijn; b. elkaar vroegtijdig en actief opzoeken als situaties daarom vragen, en; c. ondanks verschil van opvattingen zowel waardering naar elkaar uitspreken als kritisch kunnen zijn op elkaar. Respect hebben voor elkaar is de tweede randvoorwaarde voor een goed debat. Dit vraagt van raadsleden en raadsopvolgers dat ze: a. voor ogen houden dat alle raadsleden en raadsopvolgers het beste voor hebben met de gemeente en met haar inwoners, ondanks verschillen van mening over wat dat beste is; b. proberen begrip op te brengen: •
voor het standpunt van de ander, en;
•
dat de rollen die raadsleden en -opvolgers vervullen ook van invloed zijn op hun standpunten;
c. aan iedereen de ruimte bieden om te leren en om fouten te mogen maken.
Derde randvoorwaarde voor een goed debat, en onderliggend aan de twee andere randvoorwaarden is dat raadsleden en -opvolgers elkaar kennen, niet alleen als het over politiek gaat, maar ook op persoonlijk vlak. Dit vraagt van raadsleden en raadsopvolgers dat ze bereid zijn: a. om elkaar te ontmoeten, ook buiten de raadsvergaderingen om, en; b. om tijdens die ontmoetingen ook belangstelling te hebben voor elkaar als persoon. Leidraad eigen handelen en handvat onderling gesprek Het vorengaande geeft inhoud aan de wijze waarop het goede onderlinge politieke debat in de gemeenteraad tot stand kan komen. Het is daarmee geen precieze handleiding hoe te handelen als raadslid of raadsopvolger. Het geeft inhoud aan wat wenselijk gedrag is, zonder precies af te bakenen hoe dat gedrag er uit moet zien. Het is aan de raadsleden en -opvolgers zelf om hetgeen in het gedragsprotocol staat als leidraad te nemen voor hun eigen handelen. Naast dat het gedragsprotocol leidraad is voor het eigen handelen, is het ook een handvat om met elkaar (d.w.z. binnen fracties, tussen fracties, tussen raadsleden, in het presidium en met de gehele raad) te spreken over wat wenselijk gedrag is. Het protocol als handvat is met name van belang als gedrag als onwenselijk wordt ervaren. Niet om de ander de maat te nemen.
Wel om het gesprek te voeren over bepaalde vormen van gedrag die als onwenselijk worden ervaren door enkele of meerdere raadsleden en -opvolgers.