Bijlage 1 Brief AB Laborijn inzake vierde wijziging GR Laborijn.pdf
Tekst van het document
femeate
(SDJ Doetinchem Vervanging
labofiin ••
samen werkt v
1 k APR 2023 Analoog door Qj Origineel bewaard Q Zaaknummer:______________________ Berichtnummer:
Gemeente Doetinchem T.a.v. het college van burgemeester en wethouders Postbus 9020 7000 HA Doetinchem
Onderwerp Contactpersoon Bijlagen
Bezoekadres Terborgseweg 106/110 7005 BC Doetinchem Postadres Postbus 236 7000 AE Doetinchem
(0314) 65 46 54 contacKglaborijn.nl www.laborijn.nl
: 4® wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Laborijn : Michel Hendriksen : Ontwerp Gemeenschappelijke regeling Laborijn (tekst na de 4® wijziging)
Doetinchem, 7 april 2023
Geacht college, Per 1 juli 2022 is de Wet gemeenschappelijke regelingen gewijzigd (Stb. 2022, 128). Op grond van deze wetswijziging moet de Gemeenschappelijke regeling Uitvoeringsorganisatie Laborijn, hierna te noemen de regeling, voorde vierde keer worden gewijzigd. Ons voorstel daartoe treft u bijgaand aan. In het voorstel zijn de taken van het algemeen bestuur, bedoeld in artikel 4 van de regeling, uitgebreid met de zorg voor de uitvoering van de Wet inburgering 2021. Met deze uitbreiding gegeven wij invulling aan het voornemen van de colleges van Aalten en Doetinchem om de uitvoering van Wet inburgering 2021 per 1 januari 2024 aan Laborijn over te dragen. Wet inburgering 2021 Laborijn voert vanaf 1 januari 2022 de Wet inburgering 2021 voor de gemeenten Aalten en Doetinchem uit. Hieraan ligt een dienstverleningsovereenkomst ten grondslag, waarin de intentie is opgenomen om de taken en bevoegdheden op grond van die wet per 1 januari 2024 over te dragen aan het algemeen bestuur van Laborijn. Door de overdracht kan Laborijn de uitvoering nog effectiever en efficiënter inrichten. Voor het college van Montferland blijft gelden dat zij alleen de taken en bevoegdheden uit de Wet Sociale Werkvoorziening hebben overgedragen.
Wijziging Wet gemeenschappelijke (Wgr) De wetswijziging van 1 juli 2022 heeft tot doel de democratische legitimatie en de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraden bij taken die in gemeenschappelijke regelingen worden uitgevoerd te versterken. De wetswijziging heeft tot gevolgd dat de regeling op de volgende onden/verpen moet worden aangepast: A. Aanscherping afspraken uittreding (artikel 9 lid 1 Wgr) B. Zienswijze procedure (artikel 10 lid 5 en 6 Wgr) Inspraak/ Participatie (artikel 10 lid 7 en 8 Wgr) C. D. Evaluatie (artikel 11a Wgr) E. Actieve informatieplicht (artikel 17 lid 2 en 3 Wgr)
IBANNL62BNGH 0285 0124 95 BIC BNGHNL2G KvK 09202658 BTW NL001202753B01
laboriin samen werkt t
F. G.
Gemeenschappelijke raadscommissie (artikel 24a Wgr) Data planning- en control-cyclus (artikel 34 lid 2, artikel 34b en artikel 35 lid 1 Wgr)
De aanpassingen, zoals opgenomen in de bijgevoegde ontwerpregeling, zijn in samenspraak met uw ambtelijke vertegenwoordigers tot stand gekomen. Deze aanpassingen lichten wij hierna per onderwerp toe.
______ A. Aanscherping afspraken uittreding In de huidige regeling zijn de procedure en de gevolgen van uittreding op hoofdlijnen beschreven. De gewijzigde Wgr voegt daaraan toe dat in de regeling in elk geval afspraken worden gemaakt over het vermogen van de rechtspersoon en de uittredingsvoonwaarden. Wij hebben de procedure en voorwaarden bij uittreding opgenomen in afdeling 7.3 van de ontwerpregeling (artikel 46 tot en met 54) en voorzien van een uitgebreide toelichting. Het uitgangspunt van samenwerking in een gemeenschappelijke regeling is dat iedere deelnemer eenzijdig kan besluiten om de samenwerking te beëindigen en uit de regeling te treden. Daar staat echter tegenover dat de uittreder de nadelige gevolgen van de uittreding (frictie- en desintegratiekosten) moet compenseren. De aan de regeling toegevoegde uittredingsbepalingen zijn erop gericht om te komen tot één door het algemeen bestuur vastgestelde uittredingsplan. Een plan dat het resultaat is van een proces waarin alle relevante belangen zijn afgewogen en dat alle condities bevat voor de uittreding. Als gevolg van een uittreding kan een situatie ontstaan, waarbij voorzetting van regeling niet langer reëel meer is.
In die situatie regelt artikel 47 van de ontwerpregeling dat onder bepaalde voorwaarden er geen sprake is van uittreding, maar van opheffing van de regeling, bedoeld in artikel 45, van de ontwerpregeling. B. Zienswijze procedure In de gewijzigde Wgr is de verplichting opgenomen om in de regeling afspraken te maken over besluiten, waarop het bestuur van de regeling (algemeen bestuur, dagelijks bestuur en de voorzitter) een zienswijze aan de raden vraagt. Het dagelijks bestuur moet gemotiveerd en schriftelijk reageren op de zienswijze. Daarmee moet worden voorkomen dat zienswijzen ongemotiveerd genegeerd worden. Het is overigens niet verplicht om besluiten aan te wijzen waarop zienswijzen kunnen worden ingebracht, maar dan moet in de regeling tot uitdrukking worden gebracht dat daarvan is afgezien. In de regeling is ervoor gekozen om de raden een zienswijze te vragen over de kadernota (artikel 16a en 27, tweede lid, van de regeling). De kadernota vormt de basis voor de begroting van Laborijn, waarop eveneens een zienswijze procedure van toepassing is. De kadernota beschrijft uitvoerig de (beleidsmatige)ontwikkelingen en de financiële gevolgen daarvan en raakt als zodanig direct de kaderstellende rol van de raden. Afgezien van het besluit over de begroting zijn er geen andere besluiten van het bestuur, waarvoor aan de raden vooraf een zienswijze moet worden gevraagd.
Dit is tot uitdrukking gebracht in artikel 12a, 16a en 17a, van de regeling.
C. Inspraak / Participatie De gewijzigde Wgr schrijft voor dat de regeling een bepaling moet bevatten of en hoe inwoners en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het beleid worden betrokken. Het is ook mogelijk om de inspraak via de gemeenteraden te laten
•»
laboriin samen werkt v
verlopen. Voor wat betreft de doelgroep van de Participatiewet is participatie nadrukkelijk in de Participatiewet vastgelegd. Artikel 47 van de Participatiewet bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening regels stelt over hoe cliëntenparticipatie wordt vormgegeven. Binnen de gemeenten zijn sociale raden ingesteld. Zij richten zich op het brede sociale domein. Laborijn heeft een eigen cliëntenraad die zich specifiek richt op de belangen van de doelgroep van de Participatiewet. De belangen van SW-medewerkers worden vanuit een onderdeel commissie behartigd. Via een periodiek medewerkers tevredenheidsonderzoek wordt in beeld gebracht wat er leeft onder de SW-medewerkers. In de regeling is nu in artikel 25 opgenomen dat het dagelijks bestuur, onverminderd het bepaalde in de verordening op grond van artikel 47 van de Participatiewet zorgdraagt voor de instelling van een cliëntenraad bestaande uit personen, bedoeld in artikel 7, eerste lid Participatiewet of hun vertegenwoordigers. Hiermee wordt bewerkstelligd dat de cliëntenraad van Laborijn zijn grondslag vindt in de regeling. De cliëntenraad zal worden betrokken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het beleid in het kader van de Participatiewet. D. Evaluatie Op grond van de gewijzigde Wet moeten er afspraken worden gemaakt over de evaluatie van de regeling.
Er kan worden gekozen om de regeling niet te evalueren, maar dan moet dat op basis van een bewuste keuze waarmee de gemeenteraden instemmen. In de regeling is in artikel 42 een facultatieve bepaling opgenomen inhoudende dat op voorstel van de raden het algemeen bestuur zorgdraagt voor een evaluatie van de regeling. Daarbij moeten de raden de inhoud en omvang van de evaluatie aangeven. Als alle raden instemmen met de evaluatie dan is het algemeen bestuur verplicht om de evaluatie uit te voeren.
Actieve informatieplicht E. Artikel 17 lid 2 en 3 Wgr introduceert een actieve informatieplicht voor het bestuur van Laborijn. In dat kader is het bestuur (algemeen bestuur, dagelijks bestuur en de voorzitter) verplicht om de gemeenteraden actief te informeren, zodat de raden hun taken goed kunnen oppakken. Het gaat hier om een rechtstreekse informatieplicht, dus niet door tussenkomst van de colleges. De actieve informatieplicht is in de regeling tot uitdrukking gebracht in artikel 34, lid 4, 35, lid 4 en 36, lid 4. Artikel 35, lid 5, vermeld welke documenten het dagelijks bestuur in elk geval beschikbaar stelt. De documenten worden op de website van Laborijn geplaatst, zodat deze voor iedereen zichtbaar zijn. _____ F. Gemeenschappelijke raadscommissie In de regeling is in artikel 20 een bepaling opgenomen gelijkluidend aan artikel 24a Wgr. Dit artikel biedt de mogelijkheid om een gemeenschappelijke raadscommissie in te stellen. Dat gebeurt op voorstel van de gezamenlijke gemeenteraden en dient te geschieden door het algemeen bestuur. ______ G. Data planning- en control-cyclus Als gevolg van de wetswijziging verandert een aantal data in de planning- en control-cyclus. De in de Wgr gewijzigde data zijn in de regeling verwerkt en het proces ten aanzien de planning- en control-cyclus is opnieuw uitgelijnd.
laborijn samen werkt *
Wij stellen u voor om de bijgevoegde ontwerpregeling voor zienswijze voor te leggen aan de gemeenteraad. Op basis van de Wgr heeft de gemeenteraad vanaf dat moment de mogelijkheid om binnen acht weken een zienswijze in te dienen over de tekst van de ontwerpregeling. Het is mogelijk dat op basis van de zienswijzen er redenen zijn om de tekst van ontwerpregeling aan te passen. Na de termijn van de zienswijze heeft de gemeenteraad nog dertien weken om wel of geen toestemming te geven voor het wijzigen van de regeling. Deze termijn mag eenmaal met ten hoogste dertien weken worden verlengd. Na toestemming van de gemeenteraad kan uw college de regeling, zoals deze komt te luiden na de vierde wijziging, vaststellen. De gewijzigde regeling treedt in werking op de dag na bekendmaking.
Met vriendelijke groet,
Het Algemeen Bestuur van Laborijn
De secretaris J. Spruit
De voorzitter drs. E.J. Huizinga MBA