MGR Jaarstukken 2020 en begroting 2021 e.v. Bijlage 5: Meerjarenbegroting 2022-2025
Tekst van het document
MEERJARENBEGROTING 2022 - 2025
• Primaire begroting 2022 • Inclusief Uitvoeringsprogramma 2022 • Meerjarenraming 2023 – 2025 • Begrotingswijziging 2021 • Aanpassingen Uitvoeringsprogramma 2021
Concept 25 maart 2021
Deelnemende gemeenten
2
Deelnemende gemeenten per module Arnhem Doesburg Duiven Lingewaard Overbetuwe Renkum Rheden Rozendaal Wageningen Westervoort Zevenaar
Module Beheer ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓
Module inkoop ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓
Module Onderwijs ✓
Meerjarenbegroting 2021-2025 en Uitvoeringsprogramma 2022
✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓
Module WSP ✓ ✓ ✓ ✓ ✓
Module WgSW ✓ ✓ ✓ ✓ ✓
✓ ✓
✓ ✓
✓ ✓
✓ ✓
Voorwoord Het bestuur van de MGR is blij het uitvoeringsprogramma 2022 en de begroting 2021-2025 van de MGR sociaal domein centraal Gelderland (MGR SDCG) in deze vorm aan u voor te kunnen leggen. Door het uitvoeringsprogramma te integreren in het begrotingsdocument hopen we de leesbaarheid te vergroten. Hierdoor ontstaat een transparant overzicht met wat de MGR beoogt door de uitvoering van taken voor uw gemeente en welke inhoudelijke, bestuurlijke en financiële bijdrage uw gemeente hieraan levert. De afgelopen jaren heeft de MGR laten zien dat ze dynamisch inspeelt op de veranderende omgeving. Het jaar 2020 heeft zich gekenmerkt door veranderingen door de Covid-19 pandemie. Ook in 2021 zien we deze veranderingen. Dit heeft effecten voor alle inwoners, scholieren, werkzoekenden, ondernemers, scholen en zorgaanbieders. In overleg met gemeenten is het afgelopen jaar de werkwijze zo nodig aangepast en zijn andere prioriteiten gesteld in het werk. Dat geldt deels ook voor 2021. Daarover informeren we u in dit document. Hoe dit in 2022 zal zijn kunnen we nu nog onvoldoende inschatten. We geven hier aan wat we kunnen voorzien en wat we beogen te bereiken in 2022 en hoe we dat denken te bereiken. We blijven de ontwikkelingen volgen en hierop inspelen en zullen zo nodig in 2021 en 2022 aanpassingen doorvoeren in overleg met gemeenten.
Zolang we daarmee binnen de begroting blijven, zullen we u hierover in de bijeenkomsten met raadsleden en/of digitale nieuwsbrieven informeren. 3
We hopen dat u dit herkent en u op deze wijze goed geïnformeerd bent en zien uw eventuele zienswijze graag tegemoet. Johannes Goossen Voorzitter MGR Johannes Goossen Voorzitter MGR
Meerjarenbegroting 2021-2025 en Uitvoeringsprogramma 2022
Wat is de MGR en wat zijn de taken van de vier modules van de MGR
4
Meerjarenbegroting 2021-2025 en Uitvoeringsprogramma 2022
5
Meerjarenbegroting 2021-2025 en Uitvoeringsprogramma 2022
6
Meerjarenbegroting 2021-2025 en Uitvoeringsprogramma 2022
Inhoudsopgave Voorwoord ..............................................................................................................................................3 Inleiding ..................................................................................................................................................9 Leeswijzer ...............................................................................................................................................9 DEEL 1
HOOFDLIJNEN VAN BELEID ..................................................................................................... 10
1
Bestuurlijke hoofdlijnen van beleid ............................................................................................. 10 1.1
2
Overkoepelende gezamenlijke uitganspunten .................................................................... 10
Ontwikkelingen in het financiële kader ....................................................................................... 11 2.1
De nominale ontwikkelingen ............................................................................................... 11
2.2
De gehanteerde uitgangspunten voor de begrotingsramingen .......................................... 11
2.3
De impact van nieuw beleid ................................................................................................ 12
DEEL 2
DE BELEIDSBEGROTING........................................................................................................... 13
3
Het programmaplan..................................................................................................................... 13 3.1
Uitvoeringsprogramma 2022 ............................................................................................... 13
3.2
Het overzicht van de kosten van overhead ......................................................................... 33
3.3
Het bedrag voor onvoorzien. ............................................................................................... 34
3.4
Het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen ............................................................. 34
3.5
De beleidsindicatoren bestuur en organisatie ..................................................................... 35
4 7
De paragrafen .............................................................................................................................. 36 4.1
Lokale heffingen................................................................................................................... 36
4.2
Weerstandsvermogen en risicobeheersing ......................................................................... 36
4.3
Onderhoud Kapitaalgoederen ............................................................................................. 38
4.4
Financiering.......................................................................................................................... 38
4.5
Bedrijfsvoering ..................................................................................................................... 39
4.6
Verbonden partijen .............................................................................................................. 39
4.7
Grondbeleid ......................................................................................................................... 39
DEEL 3
DE FINANCIËLE BEGROTING .................................................................................................... 40
5
Het overzicht van baten en lasten en de toelichting ................................................................... 40 5.1
Het overzicht baten en lasten .............................................................................................. 40
5.2
De toelichting op het overzicht van baten en lasten ........................................................... 41
5.3
De uiteenzetting van de financiële positie .......................................................................... 43
5.4
Financiële gevolgen van het bestaande en nieuw beleid .................................................... 43
5.5
De geprognotiseerde eindbalans 2021 en 2022 .................................................................. 44
5.6
De ontwikkeling van het EMU saldo .................................................................................... 44
5.7
Het overzicht van de geraamde baten en lasten per taakveld ............................................ 45
DEEL 4
DE MEERJARENRAMING ......................................................................................................... 46
6
De meerjarenraming 2023-2025 ................................................................................................. 46 6.1
De geprognotiseerde balans ................................................................................................ 46
Meerjarenbegroting 2021-2025 en Uitvoeringsprogramma 2022
6.2
De uiteenzetting van de financiële positie .......................................................................... 46
6.3
De baten en lasten van het bestaande en nieuwe beleid ................................................... 46
BIJLAGE
BIJDRAGEN PER GEMEENTE ................................................................................................ 49
8
Meerjarenbegroting 2021-2025 en Uitvoeringsprogramma 2022
Inleiding In de begroting wordt uiteengezet wat de doelstelling is van de MGR en op welke wijze deze doelstellingen in 2022 in de vier modules van de MGR worden gerealiseerd gevolgd door de totale begroting van de betreffende module. U vindt ook enkele accentverschillen of wijzigingen in de werkwijze in het uitvoeringsprogramma 2021. Dit vormt de basis voor de totale begroting van de MGR, zoals terug te vinden is in deel 2 van dit document. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen de kosten van de programma’s die door de modules worden uitgevoerd en de overhead kosten en overige kosten. In de begroting is ook een wijziging van de begroting 2021 opgenomen. Deze wijziging leidt tot een verlaging van de bijdrage van de gemeenten. Het uitvoeringsprogramma is gebaseerd op het uitvoeringsplan 2020-2023. Hiermee is een meerjarige basis geformuleerd voor de doelen en werkzaamheden van de MGR. Daarnaast wordt aangesloten bij de meerjarenafspraken zoals beschreven in de dienstverleningsovereenkomsten met de gemeenten. De begroting is opgesteld conform de richtlijnen van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). In deze financiële planning zijn drie onderdelen samengevoegd: de gewijzigde begroting 2021, de primaire begroting 2022 en de meerjarenraming 2023-2025.
Vanaf dit jaar voegen we het uitvoeringsprogramma en de begroting samen in een document omdat ze samenhangen en gelijktijdig naar de raden gaan voor zienswijze. We nemen ook de wijzigingen op die we in 2021 willen doorvoeren in het uitvoeringsprogramma 2021 en in de gewijzigde begroting. Dit voegen we ook toe in dit document omdat de toelichting op de wijzigingen voor 2021 en de toelichting op de begrotingsperiode 2022-2025 vrijwel identiek zijn. 9
Leeswijzer Deel 1 zijn de algemene uitgangspunten van het beleid en van de vier modules van de MGR voor 2022. Deel 2 is de beleidsbegroting met de focus op het uitvoeringsprogramma van de vier modules en de beheerorganisatie. Daarbij worden ook wat accenten of wijzigingen genoemd die in 2021 doorgevoerd wordt. Ook is er een overzicht van de overheadkosten. In de bijlage staat de verdeling van de bijdragen van de deelnemende gemeenten over de modules en de MGR beheerorganisatie. In de kaderbrief horend bij dit uitvoeringsprogramma en begroting vindt u een samenvatting van de beoogde resultaten, activiteiten en benodigde financiële en personele middelen. Het vaststellen van het gewijzigde uitvoeringsprogramma 2021, het uitvoeringsprogramma 2022, de gewijzigde begroting 2021 en de meerjarenbegroting 2022-2025 gebeurt op basis van aparte besluiten.
Meerjarenbegroting 2021-2025 en Uitvoeringsprogramma 2022
DEEL 1
HOOFDLIJNEN VAN BELEID
1 Bestuurlijke hoofdlijnen van beleid 1.1 Overkoepelende gezamenlijke uitganspunten De MGR is een regionaal samenwerkingsverband in het sociaal domein. Door meerdere modules onder de MGR te brengen willen gemeenten een samenhangende en integrale aanpak realiseren waardoor kruisbestuiving ontstaat. Deze uitgangspunten, doelstelling en manier van werken sluit aan bij de missie en visie van de MGR zoals hieronder verwoord.
10
Wijziging uitvoeringsprogramma en begroting 2021 De voornaamste aanleiding voor wijziging van het uitvoeringsprogramma 2021 is dat er accenten worden verlegd in verband met Covid-19 en/of aanpassingen die worden doorgevoerd in de werkwijze omdat gemeenten andere prioriteiten stellen met betrekking tot de uitvoering door de module. We zien allerlei signalen in de samenleving die in de loop van 2021 om extra inzet van de MGR kunnen vragen. Daarvoor kunnen we nu echter nog geen reële inschatting maken. Als het nodig is lopende het jaar aanpassingen te doen, omdat er bijvoorbeeld meer beroep wordt gedaan op de inzet van het RBL voor jeugdigen die in de afgelopen periode in de knel zijn gekomen of extra inzet gevraagd wordt van het WSP in het kader van ontwikkelingen in de arbeidsmarkt of meer taken regionaal worden belegd bij inkoop, wordt met bestuurders bepaald hoe hiermee wordt omgegaan en wat dit eventueel voor budgettaire gevolgen zal hebben.
Meerjarenbegroting 2021-2025 en Uitvoeringsprogramma 2022
Bij het WSP is geconstateerd dat het beter is eind van het jaar de prestatie-indicatoren en taakstelling te bepalen voor het volgende jaar, afgestemd op de ontwikkeling van de arbeidsmarkt. Dit leidt tot een concretisering van het uitvoeringsprogramma 2021. We vinden het belangrijk om de raden hierover in deze fase te informeren. De volgende structurele (externe) factoren zijn de aanleiding voor de begrotingswijziging 2021: • Nieuw beleid: toetreding gemeente Lingewaard tot de submodule leerplicht. • Structureel lagere lasten voor SW dienstverbanden en aangepaste bijdrage per gemeente op basis van aantal arbeidsjaren per 31/10/2020
2 Ontwikkelingen in het financiële kader 2.1 De nominale ontwikkelingen De MGR kenmerkt zich in 2022 door een organisatie met een vast MT, vaste medewerkers en beperkte omvang van inhuur. De bedrijfsvoering staat en de financiële huishouding is in control. Ontwikkelingen op het terrein van informatiebeveiliging, zoals de invoering van de BIO voor gemeenten en archiefwerkzaamheden voor de modules worden ondersteund. Dit leidt tot meer taken voor de MGR die in 2021 zijn opgepakt en waarvan de kosten verwerkt zijn in deze meerjarenbegroting. De module Onderwijszaken had voor 2021 een bezuinigingsopdracht opgelegd gekregen die in de begroting 2021 is verwerkt en doorwerkt in de meerjarenbegroting. Bij de gewijzigde begroting is deze 0-lijn gehandhaafd.
2.2 11
De gehanteerde uitgangspunten voor de begrotingsramingen
Tijdens de vergadering van het Algemeen Bestuur d.d. 10 december 2020 zijn de kaders voor de begrotingswijziging 2021 en begroting 2022 vastgesteld. De begroting 2022 wordt berekend op basis van de prognose 2021 en de onderstaande kaders voor bestaand beleid: 1) Op basis van septembercirculaire 2020 zijn de volgende indexeringen van toepassing voor de komende jaren: 2021 2022 2023-2025 Loonvoet (CAO + inschaling) 3,25% 1,5% geen Index Materieel Overheidsconsumptie 1.5% 1,5% geen Voor 2023 en verder wordt er in de meerjarenraming zonder indexatie gerekend. 2) Personeelskosten: o De personeelskosten zijn geraamd op basis van de inschaling van de benodigde bezetting en de verwachte kosten van de flexibele schil. o De loonkostenstijging voor 2021 wijkt af van de september-circulaire omdat de impact van pensioenkostenstijging in januari 2020 reeds bekend is. De CAO stijgingen voor 2021 nog niet bekend. Hier bij is uitgegaan van gemiddeld 1% stijging ten opzicht van het loonniveau van januari 2021 (Daarin zijn de verhogingen van juli en oktober 2020 reeds verwerkt; beide 1%). Voor de CAO SW is gerekend met 1% stijging vanaf juli (ten opzicht van loonniveau januari 2021). o Aanpassingen van de integrale mobiliteitsregeling vanaf 2021 omdat een vaste vergoeding fiscaal niet langer is toegestaan.
3) Het verwachte uitstroompercentage SW op basis van pensionering, langdurige ziekte, ondergrens etc. is 6% in 2021 en 5% in 2022 en 6% voor de jaren 2023-2025. 4) Nieuwe contracten voor externe dienstverlening, zoals huurcontracten WSP & RBL, P&O, F&A en ICT.
Meerjarenbegroting 2021-2025 en Uitvoeringsprogramma 2022
2.3
De impact van nieuw beleid
Lasten en baten Euro x 1.000 Lasten per module Inkoop Onderwijs WSP WgSW Beheer Lasten (incl. overhead) Baten Gemeentelijke bijdrage Buitengemeenten (SW) Regionale bijdrage (RMC) Overige baten Baten Resultaat Onttrekking aan reserve Dotatie aan reserve Eindresultaat
Realisatie 2020
Primaire Begroting 2021
Gewijzigde begroting 2021
Begroting Verschil 2021 Verschil 2022 2022
1.436 2.606 1.707 60.789 307 66.845
1.571 2.717 1.623 57.728 378 64.017
1.571 2.845 1.834 56.036 378 62.664
1.595 2.862 1.629 54.170 384 60.640
0 128 211 -1.692 0 -1.353
24 17 -205 -1.866 6 -2.030
59.931 1.493 1.078 4.410 66.913 68 63 -131 0
61.261 1.414 1.086 244 64.004 -13 13
59.409 1.445 1.086 676 62.615 -49 49
57.682 1.416 1.102 402 60.602 -39 39
-1.852 31 0 432 -1.389 -36
-1.727 -29 16 -274 -2.013 11
0
0
0
Nieuw beleid 2021 De deelname van de gemeente Lingewaard aan de submodule leerplicht tot extra bijdrage van gemeente Lingewaard (€ 146.000) en genereert daardoor een synergie-effect van € 48.000 voor de andere deelnemende gemeenten. 12
Overige ontwikkelingen 2021: 1. De module Onderwijs heeft extra incidentele baten van € 31.000 (als dekking voor incidentele kosten voor extra opdrachten). 2. De module WSP voert extra activiteiten uit voor het regionale programma: deze zijn als incidentele lasten en baten (€ 211.000 vanuit regionale middelen) opgenomen in de begroting 2021. 3. Bij de module WgSW zijn de kosten structureel lager door lagere loonsom per medewerker dan eerder begroot en extra uitstroom (6% in plaats van 5%). Nieuw Beleid 2022 In de begroting van 2022 zijn er geen effecten van nieuw beleid meegenomen (en vervallen incidentele opdrachten WSP en Onderwijs).
Meerjarenbegroting 2021-2025 en Uitvoeringsprogramma 2022
DEEL 2
DE BELEIDSBEGROTING
De beleidsbegroting bestaat uit het programmaplan en de verplichte paragrafen volgens het Besluit Begroting & Verantwoording (BBV).
3 Het programmaplan Het programmaplan bestaat voornamelijk uit een overzicht van de te realiseren programma’s (Uitvoeringsprogramma) en een overzicht van de kosten van de overhead. Voor de MGR komt een programma overeen met de activiteiten van een module. Ook de baten en lasten per specifiek programma zoals de directe personeels- en uitvoeringskosten van de module worden toegelicht in het uitvoeringsprogramma per module. De overhead kosten per module en de algemene overhead (beheer) worden toelicht in de paragraaf 3.2: Het overzicht van de kosten van de overhead.
3.1
13
Uitvoeringsprogramma 2022
Het uitvoeringsprogramma wordt per module toegelicht. Dit uitvoeringsprogramma is opgebouwd uit de volgende onderdelen: a. De belangrijkste ontwikkelingen die betrekking hebben op de uitvoering van de dienstverlening: met welke ontwikkelingen houden we rekening? b. de doelstelling, in het bijzonder de beoogde maatschappelijke effecten, ten minste toegelicht aan de hand van de bij ministeriële regeling vast te stellen beleidsindicatoren: wat willen we bereiken? c. de wijze waarop ernaar gestreefd zal worden die effecten te bereiken, en de betrokkenheid hierbij van verbonden partijen: wat gaan we daarvoor doen? d. de raming van baten en lasten: wat gaat het kosten?
3.1.1 Module Inkoop zorg a.
Met welke ontwikkelingen houden we rekening?
Landelijk zijn er veel discussies die betrekking hebben op het sociaal domein. Voorbeelden zijn de ontwikkeling van de kosten van jeugdzorg, de wachtlijsten, rechtmatigheid en fraude en de gevolgen van de corona-pandemie. Inkoop anticipeert hierop door deze onderwerpen mee te nemen in de contractmonitoring met aanbieders, de periodieke rapportages en bv inkoopjournaals die maandelijks naar de gemeenten verstuurd worden. Daarnaast speelt inkoop SDCG een rol bij het regionaal oppakken van onderwerpen die betrekking hebben op het sociaal domein door te faciliteren en inkoop- en contractinhoudelijke input te leveren. Ook houdt inkoop SDCG (landelijke) ontwikkelingen op het gebied van zorg- en zorginkoop bij en kan van daar uit gemeenten adviseren.
b.
Wat willen we bereiken?
Doelstelling en maatschappelijk effect Het doel is en blijft kwalitatief goede en passende zorg aan inwoners die dat nodig hebben. Aanbieders die een contract hebben zijn getoetst op de inkoopvoorwaarden. De inkoopvoorwaarden richten zich op wat de regio beschikbaar wil hebben aan zorg voor haar inwoners en onder welke voorwaarden. Daarnaast zijn de inkoopvoorwaarden gericht op integriteit, kwaliteit, rechtmatigheid en zorgcontinuïteit van de aanbieders. De voorwaarden staan beschreven in de inkoopdocumenten die te raadplegen zijn op de website van inkoop SDCG. Meerjarenbegroting 2021-2025 en Uitvoeringsprogramma 2022
De regionale uitvoering leidt tot grotere inkoopkracht, gezamenlijke focus op de kwaliteit en rechtmatigheid van de zorg en keuzevrijheid voor inwoners. Daarbij treedt efficiencywinst op door minder administratieve lasten voor aanbieders en gemeenten. Door op deze manier samen te werken wordt er gezamenlijk ontwikkeld en geleerd. Het doel is uiteindelijk tot betere passende en doelmatige zorg te komen. Kengetallen ➢ Jaarlijks wordt bij 30% van de zorgaanbieders WMO een Quick scan kwaliteit uitgevoerd. ➢ Er zijn drie trimesterrapportages opgeleverd waarin opgenomen is informatie over wachtlijsten in de jeugdzorg, resultaten van de SROI verplichting, Outcome-gegevens, analyses op basis van data uit ZorgLokaal, trends en ontwikkelingen vanuit de trimestergesprekken. ➢ Maandelijks wordt een bestuurlijk inkoopjournaal uitgegeven en een inkoopjournaal voor lokale teams en backoffices. ➢ Jaarrekeningen van 2020 worden in de regionale monitor opgenomen en getoetst op signalen op het gebied van rechtmatigheid en zorg continuïteit.
c.
14
Wat gaan we daarvoor doen?
Accentverschuiving uitvoeringsprogramma 2021 In 2021 zal de nadruk liggen op de contractmonitoring. In 2021 gaan we gezien de ervaringen met de inkoop in 2020 en wensen van gemeenten een aantal accenten leggen in onze werkwijze: Vanaf de contractering van 2020 wordt het contractmanagement anders ingericht. Nadruk wordt gelegd op het nakomen van contractafspraken en het toetsen op kwaliteit en het toetsen op aspecten van rechtmatigheid. Voorbeelden zijn de Quick scans WMO kwaliteit en de jaarrekeningenanalyse. Op aangeven van de gemeenten zal inkoop SDCG meer inzetten op communicatie. Dit gaat over communicatie met gemeenten zoals: 1. een inkoopjournaal voor backoffices en lokale teams 2. informatie over ontwikkelingen op het gebied van kwaliteit en rechtmatigheid op de website. 3. Het aanpassen van de trimesterrapportages op basis van bestuurlijke wensen. Daarnaast zal ook geïnvesteerd worden in de communicatie via de website en social media. Stappen zullen gezet worden om de te komen tot bruikbare data en de analyses daarvan die onder andere gebruikt zullen worden in de trimestergesprekken en voor de trimesterrapportages. Inkoop SDCG verkent met de gemeenten welke bedrijfsvoerende taken die in de contractering zijn opgenomen regionaal kunnen worden belegd in plaats van lokaal.
Een voorbeeld daarvan is het opvragen van de jaarlijkse productieverantwoordingen en accountantsverklaringen van zorgaanbieders. Doel is om te komen tot minder administratieve lasten voor gemeenten en aanbieders. Inkoop SDCG ondersteunt regionale of lokale contracteringsinitiatieven al dan niet in pilotvorm. In 2021 zal duidelijk worden wat er nodig is om de taken ten behoeve van contractmanagement, dataanalyses, bedrijfsvoering en communicatie op te pakken en wat dat betekent voor de begroting 2022. Wanneer gemeenten ervoor kiezen om (een deel van) deze taken in 2022 structureel te borgen moet de begroting daarop aangepast worden. Daarnaast wil inkoop SDCG signalen afgeven over twee onderwerpen: Omdat inkoop SDCG en de gemeenten strikter omgaan met de contractering en contractvoorwaarden is de kans dat inkoop SDCG gedagvaard wordt ook groter. In 2020 hebben we dit in de resultaten 2020 onder kunnen brengen. Voor 2021 gaat inkoop SDCG er van uit dat de daarmee samenhangende kosten aan de gemeenten kunnen worden doorbelast wanneer de bestemmingsreserve daarvoor onvoldoende ruimte biedt. Sinds juni 2020 is een relatiemanager afwezig door ziekte. Gezien de druk op de werkzaamheden heeft Inkoop SDCG het voornemen vervanging in te zetten en gaat daarvoor de bestemmingsreserve inzetten.
Meerjarenbegroting 2021-2025 en Uitvoeringsprogramma 2022
Reguliere werkzaamheden in 2022 In 2022 zal ook de nadruk liggen op de contractmonitoring. Voor Beschermd Wonen zal een nieuwe contractering worden uitgezet. Daarnaast kunnen ook lokale en andere contracteringswensen volgen. Nieuw beleid In overleg met gemeenten wordt op grond van ervaringen in 2021 voor wat betreft contractmonitoring, data-analyses, communicatie en bedrijfsvoerende taken van de gemeenten bepaald of en zo ja welke taken de module inkoop in 2022 regionaal gaat oppakken. Een van de redenen hiervoor is dat deze bedrijfsvoerende en monitoringstaken tot een efficiëntie slag voor gemeenten en aanbieders kan leiden. Op basis van de analyse in 2021 en wensen van gemeenten wordt bepaald wat dit betekent voor de begroting 2022. Daarmee is in deze begroting geen rekening gehouden.
d.
Wat gaat het kosten?
Personele bezetting 2022 De totale formatie bestaat uit 12,8 fte, te weten 10,8 fte binnen het programma en 2,0 fte overhead.
15
Begroting module – programmakosten en overhead A B C Lasten en baten Realisatie Primaire Gewijzigde Primaire Programma Inkoop begroting begroting begroting 2020 2021 2021 2022 Euro x 1.000 Personeelskosten 945 977 973 993 Uitvoeringskosten 167 284 276 280 Programmalasten 1.112 1.261 1.249 1.273 Deelnemende gemeenten 1.485 1.571 1.571 1.595 Overige baten 0,2 Baten 1.486 1.571 1.571 1.595 Saldo 374 310 322 321 Onttrekking aan reserve Dotatie aan reserve -50 Resultaat Programma Inkoop 324 310 322 321 Overheadlasten 324 310 322 321 Eindresultaat module 0 0 0 0
B-A C-B Verschil Verschil 2021 2022-2021
-4 -8 -12 12
12 12 0
Toelichting 1. In 2021 is er een verschuiving van € 12.000 tussen overhead en programmalasten. De gemeentelijke bijdrage blijft ongewijzigd met € 1.571.000. 2. De impact van indexatie in 2022 is € 24.000 (1,5%).
Meerjarenbegroting 2021-2025 en Uitvoeringsprogramma 2022
20 4 24 24 24 -0
-0 -0 0
3.1.2 Module Onderwijszaken – Regionaal Bureau Leerlingzaken a.
Met welke ontwikkelingen houden we rekening?
De Covid-19 pandemie duurt ook in 2021 nog voort. Dit heeft onze visie op het recht op onderwijs en ontwikkeling en onze aanpak vanuit maatschappelijke zorg in plaats van handhaven versterkt. De schoolsluiting van eind 2020 en begin 2021 zal ook nu weer een impact hebben op de jeugdigen in de regio Midden-Gelderland en op de dienstverlening van het RBL. Daarnaast houdt het RBL er rekening mee dat in 2021 en 2022 ook de langetermijneffecten van de pandemie zichtbaar zullen worden. Deze langetermijneffecten denken we vooral te gaan zien op het mbo, waar jeugdigen sinds maart 2020 al geen volledig fysiek onderwijs meer hebben gevolgd en waar een groot tekort aan stageplaatsen is. Vanuit het ministerie zijn middelen beschikbaar gesteld om te investeren in de aanpak van jeugdwerkloosheid, ook vanuit RMC. Wij houden nauw contact met onze jeugdigen en onze netwerkpartners om in onze dienstverlening op een zo goed mogelijke manier aan te sluiten bij de vraag van de jeugdigen op dat moment. We denken mee over wat we kunnen betekenen voor de jeugdigen in de overgang van onderwijs naar arbeid of van thuis naar arbeid. We zien ook steeds meer jeugdigen waarbij sprake is van (verzwaarde) persoonlijke problemen. Dit signaal komt landelijk ook terug. Op dit moment zijn eenzaamheid en depressie een zorgelijk thema.
Vanuit onze rol in vroegsignalering bespreken we deze signalen met de gemeentes en onze netwerkpartners.
b.
16
Wat willen we bereiken?
Doelstelling en maatschappelijk effect Met de uitvoering van (wettelijke) taken heeft het RBL de ambitie om zoveel mogelijk jeugdigen op school te houden en te krijgen met als uiteindelijke doel het behalen van een startkwalificatie1. Deze startkwalificatie geeft hen een betere uitgangspositie op de arbeidsmarkt. Wanneer deelname aan onderwijs (tijdelijk) niet mogelijk is, dan gidst het RBL de jeugdige in een passende route richting zorg of arbeid. Samenwerking met netwerkpartners zoals onderwijs, gemeenten en zorg is hierin onmisbaar. Alles wat het RBL doet, heeft als doel om het recht op leren en ontwikkelen voor onze jeugdigen te bewaken. Ook heeft het RBL een rol in vroegsignalering. Schoolverzuim is vaak een eerste symptoom van problemen. Wanneer school tijdig meldt, kan het RBL in een vroeg stadium handelen. Verzuim is vrijwel nooit hét probleem, maar vormt het topje van de ijsberg als het gaat om uitdagingen waar de jeugdige mee worstelt. Het RBL ondersteunt de jeugdige vervolgens in het vinden van de juiste ondersteuning, bijvoorbeeld via een sociaal team. Kengetallen Het RBL legt inhoudelijk verantwoording af en duidt de resultaten op verschillende momenten gedurende het jaar met o.a. een halfjaarlijkse monitor in februari en het jaarverslag, de artikel 25 rapportage (leerplicht) en de RMC effectrapportage in het najaar.
Ook wordt er jaarlijks na het verschijnen van de (voorlopige) vsv-cijfers een regionale kwantitatieve vsv analyse gemaakt.
1
Een startkwalificatie is een diploma op ten minste mbo-2, havo of vwo niveau. Op de 18e verjaardag vervalt de kwalificatieplicht.
Meerjarenbegroting 2021-2025 en Uitvoeringsprogramma 2022
Beleidsindicatoren taakveld Onderwijs2
Beleidsindicatoren Absoluut verzuim (per 1000 leerplichtigen)
Landelijk gemiddelde (2018-2019)
Schooljaar 2018-2019
Schooljaar 2019-2020
Prognose schooljaar 2020-20213
Prognose schooljaar 2021-20224
1,8
1,4
2,5
2,5
2,5
71
127
127
127
29
27
27
30
1.461
1.359
1.417
1.717
2,03%
2,09%
Absoluut verzuim (aantal leerplichtigen) Relatief verzuim (per 1.000 leerplichtigen)
26
Relatief verzuim (aantal leerplichtigen) VSV percentage regio Arnhem (12-23 jaar)
17
2,0%
2,03%
Prognose was: 2,09% maart 2021 bekend
Toelichting • Absoluut verzuim: Het resultaat in schooljaar 2019-2020 lag hoger (2,5) dan de prognose (2,2). Verklaringen voor de stijging van het aantal jeugdigen met absoluut verzuim zijn: 1) Een intensivering van de werkwijze met als doel sneller zicht op administratieve fouten en daarmee sneller zicht op jeugdigen die echt geen schoolinschrijving hebben. Op deze manier kunnen we deze groep sneller en beter begeleiden en weer zo snel mogelijk deel laten nemen aan het onderwijs. Elke zomer worden duizenden jeugdigen uit- en ingeschreven op een school. Tussen deze uit- en inschrijvingen zit vaak een aantal weken, waardoor het moeilijk is om jeugdigen te achterhalen die daadwerkelijk risico lopen om geen schoolinschrijving te hebben. 2) Door betere interne toetsing van de aanvragen voor vrijstellingen op basis van artikel 15 van de Leerplichtwet is het aantal toewijzingen sterk afgenomen, met als gevolg dat het aantal jeugdigen met absoluut verzuim toe is genomen. De afname van het aantal vrijstellingen en de toename van absoluut verzuim betekent echter niet dat deze jeugdigen thuis op de bank zitten. Deze werkwijze zorgt er juist voor dat we meer maatwerkoplossingen kunnen bieden aan jeugdigen en de jeugdigen beter in beeld houden. Wij geloven dat dit hen op lange termijn een beter perspectief biedt dan een vrijstelling of proces-verbaal op korte termijn.
Door deze twee veranderingen in onze werkwijze verwachten we boven het landelijk gemiddelde te blijven. De prognose van 2020-2021 stellen we daarom naar boven bij (van 2,2 naar 2,5), gelijk aan het schooljaar 2019- 2020. • Relatief verzuim: Na een aantal jaren een stijging zag het RBL in 2019-2020 een afname van het aantal meldingen van leerplichtige jeugdigen met relatief verzuim. Dit was te wijten aan de (gedeeltelijke) schoolsluiting vanaf maart 2020. In het begin lag de focus van de scholen op het inrichten van het onderwijs op afstand en was het nog onduidelijk wanneer en welk verzuim zij bij het RBL moesten melden. In schooljaar 2020-2021 verwachten we dat door de (gedeeltelijke) schoolsluiting aan het begin van 2021 de lijn van het vorige schooljaar doorzet. We hebben daarom de prognose van 2020-2021 bijgesteld van 36 naar 27, gelijk aan het schooljaar 2019-2020. 2 In de regeling 'beleidsindicatoren gemeenten' zijn drie beleidsindicatoren vastgesteld die door gemeenten in de
programmaverantwoording opgenomen moeten worden: absoluut verzuim, relatief verzuim en het vsv percentage. De cijfers zijn gebaseerd op de artikel 25 rapportage en de definitieve vsv cijfers van november 2019 van het ministerie OCW. 3 Inclusief Renkum (ca. 52.470 leerplichtigen) 4 Volledige RMC / leerplicht regio (ca. 57.220 leerplichtigen)
Meerjarenbegroting 2021-2025 en Uitvoeringsprogramma 2022
•
c.
18
In schooljaar 2021-2022 gaan we ervan uit dat het onderwijs weer terug kan naar volledig fysiek onderwijs. Hierdoor verwachten we dat het aantal meldingen weer stijgt, zoals de trend van de jaren vóór de Covid-19 pandemie. We verwachten dan ook meer zicht te hebben op de langetermijneffecten van de Covid-19 pandemie. Vsv-percentage: het langetermijneffect van de Covid-19 pandemie verwachten we niet eerder dan in 2021-2022 terug te zien in het vsv-percentage. In schooljaar 2020-2021 verwachten we vanwege verschillende redenen nog geen grote verandering in cijfers. Door de (gedeeltelijke) schoolsluiting zien we namelijk al een vertraging in de uitschrijvingen. Scholen proberen de leerlingen binnen te houden en de leerlingen zelf kiezen op dit moment ook niet voor het verlaten van school of de opleiding, onder andere omdat het oriënteren op een andere opleiding lastiger is en er minder mogelijkheden zijn op de arbeidsmarkt. De prognose voor 2020-2021 hebben we daarom bijgesteld van 2,09% naar 2,03%, gelijk aan het schooljaar 2018-2019. In schooljaar 2021-2022 verwachten we echter weer een toename van het aantal uitschrijvingen. Door het onderwijs op afstand hebben leerlingen minder binding met hun school, wat een bewezen risicofactor is voor voortijdig schoolverlaten. Leerlingen zullen zich ook weer meer gaan heroriënteren op een opleiding.
Daarnaast verwachten we (een uitgesteld) effect op het vsvpercentage als de arbeidsmarkt weer aantrekt.
Wat gaan we daarvoor doen?
Accentverschuivingen uitvoeringsprogramma 2021 In 2021 zullen er ten opzichte van het uitvoeringsprogramma van 2021 een aantal accentverschuivingen zien in de dienstverlening van het RBL: • In 2021 is er nog steeds sprake van de Covid-19 pandemie die invloed heeft op de dienstverlening van het RBL. In 2021 zal er dus, net als in 2020, ingezet worden op inzet vanuit zorg en het bewaken van het recht op leren en ontwikkelen, structurele informatie richting scholen over de (gewijzigde) dienstverlening van het RBL en het meedenken met scholen en andere netwerkpartners. • Het ministerie heeft in het 3e steunpakket i.v.m. de Covid-19 pandemie, middelen vrijgemaakt voor de aanpak jeugdwerkloosheid. Voor RMC zijn dit incidentele middelen, in te zetten in de periode van 2021-2024. Samen met de gemeenten, die hier ook budget voor hebben gekregen, wordt er gekeken naar welke ondersteuning ingezet kan worden om jeugdigen goed te laten landen op de arbeidsmarkt. • Het nieuwe regionale vsv-programma is in 2021 gestart. Vorig jaar was nog niet duidelijk welke rol het RBL hierin zou spelen. In 2021 zal het RBL de taken rondom verzuim 18+ blijven uitvoeren. Ook is het RBL actief in Team Overstap. Hier levert het RBL de coördinator, de programmaleider en een ambassadeur in de Sluitende Keten en is het RBL opdrachtnemer van het Schakelpunt onderwijswerk.
• De gemeente Lingewaard treedt vanaf januari 2021 toe tot de submodule leerplicht binnen het RBL. De voorbereidingen hierdoor zijn in het najaar van 2020 getroffen. Met de deelname van Lingewaard kan het RBL voor alle negen gemeenten binnen de regio de schoolloopbaan van jeugdigen van 5 tot 23 jaar monitoren. De toetreding van Lingewaard zorgt voor een begrotingswijziging voor 2021. Daarmee wordt de bijdrage van andere gemeenten voor de overheadskosten iets lager Reguliere werkzaamheden in 2022 Het RBL Midden-Gelre volgt de schoolloopbaan van 71.000 jeugdigen van 5 tot 23 jaar totdat zij een startkwalificatie hebben behaald. Wanneer de schoolgang van een jeugdige door verzuim of (dreigend) schooluitval gevaar loopt, begeleiden de consulenten van het RBL de jeugdige terug naar school of naar een andere passende route in zorg of arbeid. Het RBL voert taken uit op het gebied van leerplicht, kwalificatieplicht, voortijdig schoolverlaten, opdrachten vanuit het regionale vsv programma, preventie taken en een extra opdracht voor de gemeente Arnhem.
Meerjarenbegroting 2021-2025 en Uitvoeringsprogramma 2022
Accenten in 2022 Voor 2022 liggen de accenten in het werk van het RBL op de volgende gebieden: 1. Thuiszitters: meer gezamenlijk optrekken en versterken van het netwerk: nog meer samen doen Versterken van de samenwerking met de regionale netwerkpartners en aansluiten bij lokaal beleid m.b.t. de thuiszittersproblematiek. 2. Jeugdigen beter kunnen begeleiden naar een passende plek op de arbeidsmarkt • Het RBL biedt eerstelijnsbegeleiding aan jeugdigen die op zoek zijn naar werk. • Het RBL kent de partijen in de regio die ondersteuning bieden aan jeugdigen op de werkvloer en draagt jeugdigen aan hen over wanneer die ondersteuning nodig is. • Het RBL werkt nauw samen met het Werkgeversservicepunt Midden-Gelderland en de afdelingen Werk en Inkomen van de gemeenten. 3. Doorontwikkeling data-analyse Het RBL heeft continu de focus op het verbeteren van de kwaliteit van dienstverlening. Hiervoor hebben we meer inzicht in processen en data nodig. Na de update van ons leerlingregistratiesysteem CAREL in 2021, willen we in 2022 onze data-analyse doorontwikkelen. Opties hiervoor moeten we nog verkennen. 4. Klanttevredenheidonderzoek Speerpunten n.a.v. het klanttevredenheidsonderzoek (najaar 2021)
d.
Wat gaat het kosten?
Personele bezetting 2022 De totale formatie bestaat uit 30,4 fte en is als volgt verdeeld over de onderdelen van het programma en de overhead.
Begroting module – programmakosten en overhead 19
Programma's Leerplicht en kwalificatieplicht po en vo Kwalificatieplicht MBO RMC / VSV programma
Fte 13,1 4,8 9,7
Loopbaanadvies Arnhem Consulent
0,2
Overhead Management en beleid
2,6
Totaal
30,4
Meerjarenbegroting 2021-2025 en Uitvoeringsprogramma 2022
Begroting module – programmakosten en overhead Lasten en baten Programma Onderwijs Euro x 1.000 Personeelskosten Uitvoeringskosten Programmalasten Deelnemende gemeenten Regionale bijdrage Overige baten Baten Saldo Onttrekking aan reserve Dotatie aan reserve Resultaat Programma Onderwijs Overheadlasten Eindresultaat
A B C Primaire Gewijzigde Primaire begroting begroting begroting 2020 2021 2021 2022
Realisatie
1.933 26 1.958 1.536 1.078 42 2.656 698
1.998 32 2.030 1.607 1.086 25 2.717 687
2.144 32 2.177 1.704 1.086 56 2.845 668
2.164 33 2.197 1.717 1.102 43 2.862 666
-50 648 648 0
687 687 0
668 668 0
666 666 0
B-A C-B Verschil Verschil 2021 2022-2021
146 0 147 97 31 128 -19 -19 -19 0
19 0 20 13 16 -12 17 -2 -2 -2 0
Toelichting 1.
20 2. 3. 4.
2021: De deelname van de gemeente Lingewaard leidt voor de submodule leerplicht tot extra bijdrage van gemeente Lingewaard (€ 146.000) en daardoor een synergie-effect van € 48.000 voor de andere deelnemende gemeenten. De verdeling van de totale gemeentelijke bijdrage is daarom opnieuw berekend op basis van het leerlingenaantal en het Vsv-cijfer van de afgelopen drie schooljaren. 2021: De module Onderwijs heeft extra incidentele baten van € 31.000 (als dekking voor incidentele kosten voor extra opdrachten). 2021: Voor het overige wordt de nullijn van de primaire begroting aangehouden. 2022: Geen aanpassingen naast indexaties (1,5%). De incidentele kosten in 2021 (zoals begroot) voor het klanttevredenheidsonderzoek vervallen in 2022.
Meerjarenbegroting 2021-2025 en Uitvoeringsprogramma 2022
3.1.3 Module Werkgeversservicepunt a.
Met welke ontwikkelingen houden we rekening?
Het jaar 2020 is voor het WSP een dynamisch jaar geweest, waarin zich drie situaties hebben voorgedaan die een belangrijk effect hebben op de uitvoering van het programma voor 2021 en 2022: 1. sinds maart 2020 heerst met Covid-19 een pandemie die wereldwijd heeft geleid tot een kanteling van de economie en het daarbij behorende arbeidsmarktperspectief; 2. binnen onze arbeidsmarkt is het besluit genomen tot een herijking van de opdracht van het WSP. Hiervoor is in september door de Bestuurscommissie het Herijkingsdocument vastgesteld met de daarbij behorende integrale opdracht tot uitvoering door het WSP; 3. in juli 2020 is het wijzigingsbesluit SUWI gepubliceerd in de Staatscourant. Dit besluit treedt per januari 2021 in werking. Het besluit is gericht op het organiseren van integrale werkgeversservicepunten voor iedere arbeidsmarktregio. Uitgangspunten daarbij zijn: één website en emailadres, één telefoonnummer waarmee werkgevers toegang krijgen tot de werkgeversdienstverlening en het borgen van continuïteit in het contact met de werkgever. Ad. 2 Herijking opdracht WSP Op verzoek van de Bestuurscommissie WSP heeft het WSP met haar ketenpartners de opdracht van het WSP geëvalueerd en herijkt.
21
De belangrijkste conclusies van de herijking zijn: a. Het WSP is en blijft integraal georganiseerd en werkt op basis van één opdracht die door de Bestuurscommissie wordt opgesteld. Met deze integrale benadering van de werkgeversdienstverlening loopt onze arbeidsmarktregio voorop in de uitvoering van het Besluit SUWI dat per 1 januari 2021 in werking is getreden. b. Hoewel het WSP de regie voert over de werkgeverscontacten en ambassadeur is voor het vergroten van het netwerk van inclusieve werkgevers, hebben ook gemeenten en UWV c.q. klantmanagers en andere disciplines vanuit deze organisaties, contacten met werkgevers. Goede communicatie over en registratie van werkgeverscontacten moet borgen dat de werkgever ervaart dat hij voor de behartiging van zijn belangen één publiek aanspreekpunt heeft c.q. dat wordt voorkomen dat werkgevers vanuit meerdere publieke organisaties worden benaderd (met dezelfde vraag/hetzelfde aanbod). c. De primaire focus van het WSP ligt op werkgeversdienstverlening, maar met een goede verbinding met de werkzoekendendienstverlening en met aandacht voor werkzoekenden wanneer dat voor het matchingsproces van toegevoegde waarde is. Werkgevers- en werkzoekendendienstverlening moeten in balans zijn en zijn gericht op een optimaal resultaat voor alle doelgroepen. d. Ontsluiting van klantprofielen is essentieel voor goede match tussen vraag en aanbod.
Ad 3 Gewijzigd Besluit SUWI Het WSP Midden-Gelderland in haar huidige vorm, bestaat sinds 2018. Vanaf dat jaar is het WSP een module binnen de Gemeenschappelijke Modulaire Regeling Sociaal Domein Centraal Gelderland en zijn voor de bestuurlijke verantwoordelijkheid en de uitvoering van de taken afspraken vastgelegd; respectievelijk in de formele Regeling5 en de Dienstverleningsovereenkomsten en de Samenwerkingsovereenkomst MGR/UWV. Daarmee functioneert het WSP Midden-Gelderland grotendeels conform het gewijzigde Besluit SUWI en is al in een behoorlijke mate invulling gegeven aan de gewenste integraliteit en uniformiteit die in het besluit SUWI wordt verwacht. De implementatie van de regelgeving uit het gewijzigde Besluit SUWI blijft beperkt tot een aantal aandachtsgebieden die in 2021 en 2022 tot verdere uitwerking en werkafspraken leiden.
5
Zie hiervoor: Regeling MGR
Meerjarenbegroting 2021-2025 en Uitvoeringsprogramma 2022
b.
Wat willen we bereiken?
Doelstelling en maatschappelijk effect WerkgeversServicepunt Midden-Gelderland is het publieke aanspreekpunt voor werkgevers met arbeidsmarkt- en personele vraagstukken. Daarbij richten we ons als strategische partner/adviseur met name op het inclusief werkgeven. Werkgevers worden geadviseerd en gefaciliteerd bij het vervullen van vacatures, waarbij de focus ligt op het vinden van passend werk voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. De inzet en dienstverlening van het WSP is gericht op het bereiken van een meer inclusieve arbeidsmarkt door het vergroten van het netwerk van inclusieve werkgevers. Bij deze werkgevers worden structureel meer mogelijkheden gerealiseerd worden voor mensen met een grote afstand tot werk. Hiermee wordt een grotere participatie van deze mensen in de samenleving bereikt. Dit betekent uitstroom van werkzoekenden van gemeenten en UWV, waardoor de lasten worden beperkt. Kengetallen Evalueren van de dienstverlening kan alleen als de hiervoor te behalen prestaties goed met elkaar zijn vastgesteld. In de Bestuurscommissie van december 2020 zijn hiervoor prestatie-indicatoren bepaald op de volgende thema’s: a.
b) c)
22 d)
Vacaturevervulling. De prestaties op deze KPI zijn afhankelijk van het aantal werkfitte werkzoekenden dat door ketenpartners wordt aangemerkt en (in Sonar) wordt geregistreerd/beschikbaar gesteld. Vervullingsquote ofwel het aantal vervulde vacatures ten opzichte van het totaal aantal geregistreerde vacatures. Passend werkaanbod (PAWA), waarbij het doel is langdurig werklozen (zo succesvol mogelijk) voor te stellen bij werkgevers met werkaanbod. Plaatsing vanuit PAWA heeft primair effect op het verminderen van WW-uitkeringsgerechtigden. Daarnaast werkt het preventief op de instroom in de bijstand bij gemeenten. Werkgeverstevredenheid waarbij er vooralsnog gebruik gemaakt wordt van de meetmethodieken van UWV, maar er idealiter aansluiting gevonden wordt bij een nog te ontwikkelen landelijke meetmethode.
Voor 2021 zijn de KPI’s als volgt vastgesteld: • Werkgeverstevredenheid: minimaal een 7,5 • Vervullingsquote: 40 % van de geregistreerde vacatures door het WSP worden ook daadwerkelijk vervuld. • Vacaturevervulling: 785 plaatsingen o Alleen geslaagde plaatsingen o Aantal per ketenpartner wordt gebaseerd op historische gegevens en aantal werkfitte kandidaten dat beschikbaar is voor directe bemiddeling door WSP. • PAWA: passend werkaanbod (UWV taakstelling): voor 2021 staat deze op 108. Voor 2022 worden deze eind 2021 opgesteld door de bestuurscommissie en vastgesteld door het AB, zodat ze aansluiten op de mogelijkheden van kandidaten en de arbeidsmarkt. Naast deze prestatie-indicatoren is een aantal kengetallen gedefinieerd: • Groei van het netwerk (inclusieve) werkgevers en de zichtbaarheid van het WSP in de arbeidsmarktregio. Hiervoor wordt nauw samengewerkt de contactpersoon voor ondernemers bij de diverse gemeentelijke afdelingen Economische Zaken. • De contactmomenten met werkgevers en het effect dat deze contacten hebben op (inclusieve) werkgeversdienstverlening. • Het aantal geslaagde proefplaatsingen6.
6
Tot 2021 werden alle proefplaatsingen meegeteld als plaatsing. Vanaf 2021 betreft dit alleen geslaagde proefplaatsingen.
Meerjarenbegroting 2021-2025 en Uitvoeringsprogramma 2022
Op basis van de ervaringen van 2021 kunnen in het najaar mogelijk ook voor deze kengetallen prestatieafspraken voor 2022 en verder vastgesteld worden.
c.
Wat gaan we daarvoor doen?
Accentverschuiving uitvoeringsprogramma 2021 In 2021 werken we de speerpunten uit het addendum bij het Uitvoeringsprogramma 2021, waaronder de implementatie van het Besluit SUWI uit. Deze speerpunten betreffen: 1. Implementatie van de regelgeving uit het gewijzigde Besluit SUWI naar zowel de werkwijze van het WSP als van de partners in de arbeidsmarktregio Midden-Gelderland. 2. Verdere ontwikkeling van specifieke prestatie-indicatoren en kengetallen ter ondersteuning van overkoepelende doelstellingen op uitkeringsniveau en de daartoe noodzakelijke randvoorwaarden. 3. Doorontwikkelen van het proces van matching en bemiddeling tot een proces dat zowel voor het WSP als voor haar ketenpartners uniform, werkbaar en resultaatgericht is. 4. Transparant maken en beschikbaar stellen van klantprofielen van bemiddelbare werkzoekenden door middel van een uniform werkproces en systeem7. 5. Ontwikkelen van een regiobrede rapportage waarmee informatie over de resultaten van het WSP en ten behoeve van de sturing op de opdracht van het WSP en de samenwerking in de arbeidsmarktregio beschikbaar komen voor de bestuurscommissie, de gemeenten en UWV. Dit levert vanaf medio 2021 een basis voor het verder concretiseren van de KPI’s voor 2022. 6.
Het uitwerken van een dienstverleningsmodel waarin zowel de wettelijke taken als aanvullende afspraken, met de daarbij behorende randvoorwaarden, verwerkt zijn. 7. Het verstevigen van de positie van het WSP in de regio door gerichte marketing en het structureren van de activiteiten met een arbeidsmarktbewerkingsplan. 23
Het WSP blijft in 2021 en 2022 als regionaal georganiseerde organisatie, samenwerken in de regio en met haar ketenpartners en zal bij blijven dragen aan regionale programma’s, zoals deze onder meer in het kader van de Strategische Uitvoeringsagenda en met regionale en provinciale middelen worden uitgewerkt. Voor 2021 is dit in ieder geval: - WSP Midden Gelderland Werkt Door - Vouchers voor ondersteuning van werkgevers bij het aannemen van personeel - Betrokkenheid bij de ontwikkeling en inzet van brancheontwikkelarrangementen en leerwerktrajecten - Mede uitvoering geven aan de HARRIE-trainingen voor inclusieve werkgevers. Daar waar dit leidt tot specifieke opdrachten voor het WSP, worden deze vooraf met de Bestuurscommissie afgestemd, zodat zowel geborgd is dat de capaciteit van het WSP ingezet wordt conform de uitgangspunten in DVO’s en Samenwerkingsovereenkomst als dat geborgd is dat er voldoende financiële middelen voor beschikbaar zijn. In dat kader is de rol die het WSP vervult binnen RBL/Schakelpunt in de Bestuurscommissie aan de orde geweest. Bij de inzet voor het Schakelpunt ligt de focus voor het WSP primair op studenten waar bemiddeling/uitstroom naar werk aan de orde is. Reguliere werkzaamheden in 2022 a. Plaatsing als expliciete opdracht aan WSP. Deze is in zowel de DVO’s als de Samenwerkingsovereenkomst MGR/UWV opgenomen.
Daarbij is in het Besluit SUWI het organiseren van nazorg expliciet benoemd. Daarmee wordt bedoeld dat met de werkgever afspraken worden gemaakt over goede terugkoppeling aan het werkgeversservicepunt. Daarvoor is geregeld dat de
7
Begin 2021 is een werkproces vastgesteld voor het vullen van klantprofielen en het matchen van werkzoekenden op vacatures. Daarbij is de insteek dat voor het beschikbaar stellen van klantprofielen het systeem Sonar (van UWV) gebruikt wordt. Een impactanalyse zal in het eerste/tweede kwartaal 2021 duidelijk maken of dit voor alle ketenpartners realistisch is dan wel dat hier andere afspraken over gemaakt moeten worden.
Meerjarenbegroting 2021-2025 en Uitvoeringsprogramma 2022
b.
c.
d.
24
werkgever een vast aanspreekpunt heeft waarmee contactmomenten worden afgesproken. Dit “aanspreekpunt” c.q. de accountmanager van WSP is tevens de schakel met de klantmanager van de gemeenten en UWV. Met name deze nazorg, ook in relatie tot de nazorg die vanuit de werkzoekendendienstverlening richting de kandidaat georganiseerd wordt, vraagt om een werkproces dat met alle stakeholders is afgestemd. Advies door WSP over de inzet van specifieke instrumenten en voorzieningen. Uitgangspunt daarbij is dat er, in afstemming met gemeenten, duidelijke, uniforme afspraken zijn over voorzieningen en in te zetten instrumenten voor de gehele arbeidsmarktregio zodat voor werkgevers (en uitvoerenden) een werkproces beschikbaar is met uniforme afspraken en documenten. Faciliteren, adviseren en zo kort mogelijke lijnen zijn daarbij een belangrijk doel. De werkgever moet bij het aannemen van werkzoekenden zo min mogelijk (administratieve) ballast ondervinden. Advies door WSP over de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. WSP maakt hiervoor gebruik van de (door en met UWV) verzamelde arbeidsmarktinformatie, vertaalt dit naar (individuele) werkgevers en adviseert daarover. Evaluatie van de ontwikkeling van WSP en de behaalde resultaten. Ieder kwartaal worden in de vergadering van de Bestuurscommissie de ontwikkelingen en resultaten van WSP besproken.
In de halfjaarrapportage en het jaarverslag van de MGR worden ook de financiële resultaten vastgelegd.
Accenten in 2022 Wanneer de coronapandemie in de loop van 2021 onder controle komt, verwachten we dat het bedrijfsleven langzaamaan weer op gang zal komen. Veel ondernemers zullen echter ook in 2022 nog bezig zijn met de herstart van hun werkzaamheden. De inschatting is dat de vraag naar personeel blijft groeien waarbij we verwachten dat er ook weer ruimte zal komen voor kandidaten met een grotere begeleidingsgraad (bijvoorbeeld vanuit het doelgroepregister). WSP ondersteunt werkgevers bij het vinden van kandidaten voor hun vacatures en zal ook in 2022 adviseren over maatregelen die hen helpen om de bedrijfsvoering op orde te krijgen. • Verduurzamen en uitbouwen van een warm netwerk aan werkgevers waar we kandidaten/werkzoekenden kunnen voorstellen, ook als de vacature van/werkplek bij die werkgever niet gelijk passend is. Met name voor kandidaten vanuit het doelgroepregister/de banenafspraak is het van belang dat we met inzet van de methodiek functiecreatie werkplekken beter op de persoon passend kunnen maken. Hiervoor zullen we ook gebruikmaken van het Bedrijfsadvies Inclusieve Arbeidsmarktanalyse dat met inzet van UWV voor werkgevers beschikbaar is. Met deze analyse wordt het bedrijfsproces van de ondernemer onder de loep genomen en worden, onder meer, adviezen gegeven waarmee de werkgever meer inclusief kan werken.
• Uitbouwen van strategische rol van accountmanagers bij werkgevers waardoor meer ruimte ontstaat voor advisering op de langere termijn in kader van strategische personeelsplanning. Zo speel je niet alleen in op de directe/actuele vraag van de werkgever, maar adviseert ook over (scholings)trajecten die zijn personeelsvraag voor de langere termijn kunnen oplossen. • Daarmee zal WSP steeds intensiever samen gaan werken in de keten van leren en werken. Naast het Leerwerkloket en re-integratie-/arbeidsontwikkelbedrijven zullen ook andere leerwerktrajecten betrokken worden. • Op basis van transparante klantprofielen van gemeenten en UWV kunnen we marktbewerkingsplannen nog beter relateren aan de ontwikkeling in de branches en de analyse van de klantprofielen. De basis daarvoor is contact met brancheorganisaties, een goed inzicht in kansberoepen en ontwikkelmogelijkheden voor werkzoekenden.
d.
Wat gaat het kosten?
Personele bezetting 2022 Het team is samengesteld uit medewerkers van UWV en van de MGR. Meerjarenbegroting 2021-2025 en Uitvoeringsprogramma 2022
De formatie van de MGR bestaat uit 16,7 fte, te weten 14 fte binnen het programma en 2,7 fte overhead. Daarnaast levert het UWV levert 13,8 fte, waarvan 0,95 fte overhead voor de werkgeversdienstverlening. Begroting module – programmakosten en overhead A B C Realisatie Primaire Gewijzigde Primaire begroting begroting begroting 2020 2021 2021 2022
Lasten en baten Programma WSP
B-A C-B Verschil Verschil 2021 2022-2021
Euro x 1.000 Personeelskosten Uitvoeringskosten Programmalasten Deelnemende gemeenten Overige baten Baten Saldo Onttrekking aan reserve Dotatie aan reserve Resultaat Programma WSP Overheadlasten Resultaat
1.162 25 1.187 1.534 135 1.669 482 37
1.108 9 1.117 1.580 30 1.610 493 13
1.213 116 1.329 1.580 241 1.822 493 13
1.092 9 1.101 1.604 12 1.616 515 13
519 519 0
506 506 0
506 506 0
528 528 0
105 107 212 212 212 0 -0 0 -0 0
-121 -107 -227 24 -229 -205 22 -0 22 22 0
Toelichting 25
1.
2.
2021: De module WSP voert extra activiteiten uit voor het regionale programma: deze zijn als incidentele lasten en baten (€ 212.000 vanuit regionale middelen) opgenomen in de begroting 2021. Dit betreft inzetten van transitievouchers, activiteiten in het kader van WSP MiddenGelderland-Werkt-Door, organiseren van HARRIE-trainingen en het initiatief professionalisering dienstverlening De ICT afschrijvingskosten komen ten laste van de bestemmingsreserve WSP (2020-2023).
Meerjarenbegroting 2021-2025 en Uitvoeringsprogramma 2022
3.1.4 Module Werkgeverschap SW (WgSW) a.
Met welke ontwikkelingen houden we rekening?
Vanaf 31-12-2022 zijn de deelnemende gemeenten vrij om een andere invulling te geven aan de invulling van het materieel werkgeverschap dat tot die datum is belegd bij Scalabor. In beginsel is voorzien in voortzetting van de rol van Scalabor ook na deze datum, tenzij gemeenten anders besluiten. De voorbereiding op deze besluitvorming is in 2020 reeds gestart met een onderzoek onder de gemeenten naar de vraag hoe zij aankijken tegen de huidige wijze waarop het SW-werkgeverschap is ingericht. Gemeenten hebben aangegeven dat ze tevreden zijn over de wijze waarop Scalabor en de MGR de werkzaamheden voor de SW-medewerkers uitvoeren. Daarmee hebben ze aangegeven dat ze hier na de contractperiode die loopt tot 31-12-2022 mee willen doorgaan, mits dat kan onder de huidige condities. Scalabor heeft in het onderzoek aangegeven dat zij na 2023 financiële tekorten verwachten omdat de SW-populatie steeds verder terugloopt en Scalabor in haar exploitatie voor een heel groot deel afhankelijk is van de inkomsten van de SW-medewerkers. In 2021 moet duidelijk worden welke mogelijkheden worden gevonden om het werkgeverschap ook na 2022 voort te kunnen zetten.
De uitkomst van deze besluitvorming is bepalend voor de vervolgstappen die in 2022 worden gezet. Continuering van de huidige afspraken is uiteraard het meest eenvoudig maar eventuele aanpassing van de huidige afspraken of intrekking van het aanwijsbesluit door 1 of meerdere gemeenten kan gevolgen hebben voor zowel het SW-personeel (2000 medewerkers) als de betrokken organisaties (Scalabor B.V. en MGR). Voor 1-1-2022 dient een eventueel besluit tot intrekking van het aanwijsbesluit aan Scalabor reeds genomen te zijn (i.v.m. opzegtermijnen). Eind 2021 moet dus bekend zijn wat de individuele gemeente gaan doen en is bekend welk mogelijk effect dit heeft op de module WgSW. De module Werkgeverschap SW zal deze besluitvorming voorbereiden en vervolgens in 2021 en 2022 over gaan tot voorbereiding van de uitvoering van dit besluit. 26
Naast en in relatie tot deze ontwikkelingen voor de SW-populatie is in het onderzoek dat in 2020 is uitgevoerd ook gekeken naar de samenhang met de uitvoering van nieuw beschut en de banenafspraak. Gezien nieuwe wet- en regelgeving vraagt dit ook keuzes van gemeenten die wellicht regionaal ondersteuning behoeven.
b.
Wat willen we bereiken?
Doelstelling en maatschappelijk effect Het doel van de module werkgeverschap SW is dat het formeel werkgeverschap voor bijna 2000 SWers van de negen deelnemende gemeenten goed geborgd is en aansluit op het aanwijzingsbesluit van deze gemeenten. Door afspraken met Scalabor te maken zijn het werk en de HR, arbo en medezeggenschapstaken voor alle SW-medewerkers goed geborgd. Kengetallen In de DVO zijn afspraken gemaakt met Scalabor die worden gemonitord. De volgende afspraken liggen vast: Scalabor garandeert de realisatie van minimaal 85% actuele individuele ontwikkelplannen per jaar. Jaarlijks wordt er een medewerkersbelevingsonderzoek uitgevoerd. Scalabor stuurt actief op het ziekteverzuim van de Wsw-medewerkers en reduceert het ziekteverzuim tot minimaal 1% onder het landelijke gemiddelde Scalabor realiseert een toename van het aantal gedetacheerde Wsw-medewerkers van minimaal 5% per jaar, uitgaande van het totaal aantal medewerkers die geïndiceerd zijn. Scalabor realiseert doorstroom op de werkladder van minimaal 5 % per jaar doordat Wswmedewerkers in trajectvorm de mogelijkheid geboden wordt om zich te blijven ontwikkelen.
Meerjarenbegroting 2021-2025 en Uitvoeringsprogramma 2022
c.
Wat gaan we daarvoor doen?
Reguliere werkzaamheden in 2022 ➢ invulling geven aan de werkgeversrol, te weten formele kwesties als in- en uitdiensttreding van personeel, aanstellingen en ontslag. ➢ de betaling en financiering van de loonkosten en werkgeverslasten. Deze kosten worden door de deelnemende gemeenten betaald. De module WgSW draagt er zorg voor dat dit bedrag vooraf goed wordt begroot en geïnd bij de deelnemende gemeenten en dat de betalingen aan SW medewerkers goed verloopt. ➢ toezien op de naleving van de afspraken die zijn gemaakt in de DVO met Scalabor, waaronder afspraken over de ontwikkeling op de arbeidsmarkt van de mensen werkzaam bij Scalabor. ➢ De afronding van werkzaamheden die over zijn gedragen van Presikhaaf Bedrijven. De van werk naar werk trajecten van de boventalligen worden in 2021 afgerond. Vanaf 2022 is daarom alleen nog sprake van enkele bovenwettelijke betalingen verricht worden die uit de beschikbare voorziening bekostigd kunnen worden. ➢ Overige (latente) rechten en verplichtingen die zijn overgedragen vanuit Presikhaaf Bedrijven. De latente rechten en verplichtingen kunnen ook nog tot eventuele betalingen leiden. Daarna kan de hiervoor bestemde voorziening ook afgebouwd worden. Accenten in 2022 2022 staat in het teken van de voorbereiding van de uitvoering van het besluit van gemeenten over de uitvoering vanaf 2022.
d. 27
Wat gaat het kosten?
Personele bezetting 2022 De personele bezetting van de module WgSW kan worden onderverdeeld naar 3 hoofdgroepen: