Meerjarenbegroting 2023-2026 MGR
Tekst van het document
MEERJARENBEGROTING 2023 - 2026
• Primaire begroting 2023 • Inclusief Uitvoeringsprogramma 2023 • Meerjarenraming 2024 – 2026 • Begrotingswijziging 2022 • Aanpassingen Uitvoeringsprogramma 2022
Concept 24 maart 2022
Deelnemende gemeenten
2
Vorige pagina
Volgende pagina Naar inhoudsopgave
Voorwoord Het bestuur van de MGR is blij het uitvoeringsprogramma 2023 en de begroting 2022-2026 van de MGR sociaal domein centraal Gelderland (MGR SDCG) aan u voor te kunnen leggen. Het uitvoeringsprogramma is geïntegreerd in het begrotingsdocument om de leesbaarheid te vergroten. Hierdoor ontstaat een transparant overzicht met wat de MGR beoogt door de uitvoering van taken voor uw gemeente en welke inhoudelijke, bestuurlijke en financiële bijdrage uw gemeente hieraan levert. We hopen hiermee de nieuwe raden die vanaf 16 maart aantreden zo goed mogelijk te informeren. De afgelopen jaren heeft de MGR laten zien dat ze dynamisch inspeelt op de veranderende omgeving. Het jaar 2021 heeft ook grotendeels in het teken gestaan van het leven met en omgaan met de veranderingen door de Covid-19 pandemie. Dit heeft effecten voor alle inwoners, scholieren, werkzoekenden, ondernemers, scholen en zorgaanbieders. In overleg met gemeenten is het afgelopen jaar de werkwijze zo nodig aangepast en zijn andere prioriteiten gesteld in het werk. Het omgaan met de gevolgen geldt ook voor 2022 en 2023. Daarover informeren we u in dit document. We hopen dat de komende jaren een ander beeld laten zien en we een manier vinden om te leven met dit virus. We gaan samen ontdekken wat incidentele en structurele gevolgen zijn van de afgelopen jaren.
We geven hier aan wat we kunnen voorzien en wat we beogen te bereiken met eventuele accentverschuivingen in het plan voor 2022 en het plan voor 2023 en hoe we dat denken te bereiken. We blijven de ontwikkelingen volgen en hierop inspelen en zullen zo nodig in overleg met gemeenten aanpassingen doorvoeren.
3
Naast het uitvoeringsplan voor 2023 en de eventuele accentverschuivingen voor het uitvoeringsplan 2022 vindt u de begrotingswijziging voor 2022 en de meerjarenbegroting 2023 -2026. We zijn blij u te melden dat de MGR op verzoek van gemeenten in 2022 start met een nieuwe module binnen het programma Participatie: Contractmanagement Inburgeringstrajecten. De belangrijkste taak is het contractbeheer en contractmanagement, gesprekken met aanbieders van de inburgeringstrajecten en ophalen en rapporteren over de behaalde resultaten. We benutten daarbij de kennis en expertise van de module Inkoop Zorg. Wij informeren de nieuwe raden graag actief over de voorliggende stukken en hopen u te ontmoeten bij een van de informatiebijeenkomsten voor raadsleden in mei van dit jaar. We hopen dat u op deze wijze goed geïnformeerd bent en zien uw eventuele zienswijze graag tegemoet. Johannes Goossen Voorzitter MGR
Vorige pagina
Volgende pagina Naar inhoudsopgave
Meerjarenbegroting 2022-2026 en Uitvoeringsprogramma 2023
Wat is de MGR en wat zijn de taken van de vier modules van de MGR
4
Vorige pagina
Volgende pagina Naar inhoudsopgave
Meerjarenbegroting 2022-2026 en Uitvoeringsprogramma 2023
5
Programma Onderwijs Programma Participatie
Vorige pagina
Volgende pagina Naar inhoudsopgave
Meerjarenbegroting 2022-2026 en Uitvoeringsprogramma 2023
Programma Participatie
6
Vorige pagina
Volgende pagina Naar inhoudsopgave
Meerjarenbegroting 2022-2026 en Uitvoeringsprogramma 2023
Inhoudsopgave
7
Deelnemende gemeenten ..........................................................................................................................2 Voorwoord ..............................................................................................................................................3 Inleiding ..................................................................................................................................................8 Leeswijzer ...............................................................................................................................................8 DEEL 1 HOOFDLIJNEN VAN BELEID ........................................................................................................9 1 Bestuurlijke hoofdlijnen van beleid ................................................................................................9 1.1 Overkoepelende gezamenlijke uitganspunten .......................................................................9 2 Ontwikkelingen in het financiële kader ....................................................................................... 10 2.1 De nominale ontwikkelingen ............................................................................................... 10 2.2 De gehanteerde uitgangspunten voor de begrotingsramingen ..........................................
10 2.3 De impact van nieuw beleid ................................................................................................ 11 DEEL 2 DE BELEIDSBEGROTING........................................................................................................... 12 3 Het programmaplan en uitvoeringsprogramma 2023................................................................. 12 3.1 Programma Inkoop .............................................................................................................. 13 3.2 Programma Onderwijs ......................................................................................................... 15 3.3 Programma Participatie ....................................................................................................... 19 3.4 MGR beheerorganisatie ....................................................................................................... 26 3.5 Het overzicht van de kosten van overhead ......................................................................... 29 3.6 Het bedrag voor onvoorzien. ............................................................................................... 30 3.7 Het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen .............................................................
30 3.8 De beleidsindicatoren bestuur en organisatie..................................................................... 31 4 De paragrafen .............................................................................................................................. 32 4.1 Lokale heffingen................................................................................................................... 32 4.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ......................................................................... 32 4.3 Onderhoud Kapitaalgoederen ............................................................................................. 34 4.4 Financiering .......................................................................................................................... 34 4.5 Bedrijfsvoering ..................................................................................................................... 35 4.6 Verbonden partijen.............................................................................................................. 35 4.7 Grondbeleid ......................................................................................................................... 35 DEEL 3 DE FINANCIËLE BEGROTING ....................................................................................................
36 5 Het overzicht van baten en lasten en de toelichting ................................................................... 36 5.1 Het overzicht baten en lasten .............................................................................................. 36 5.2 De toelichting op het overzicht van baten en lasten ........................................................... 37 5.3 De uiteenzetting van de financiële positie .......................................................................... 39 5.4 Financiële gevolgen van het bestaande en nieuw beleid .................................................... 39 5.5 De geprognotiseerde eindbalans 2021 en 2022 .................................................................. 40 5.6 De ontwikkeling van het EMU saldo .................................................................................... 40 5.7 Het overzicht van de geraamde baten en lasten per taakveld ............................................ 41 DEEL 4 DE MEERJARENRAMING ......................................................................................................... 42 6 De meerjarenraming 2023-2026 ................................................................................................. 42 6.1 De geprognotiseerde balans ................................................................................................
42 6.2 De uiteenzetting van de financiële positie .......................................................................... 42 6.3 De baten en lasten van het bestaande en nieuwe beleid ................................................... 43 BIJLAGE BIJDRAGEN PER GEMEENTE ................................................................................................ 45
Vorige pagina
Volgende pagina Naar inhoudsopgave
Meerjarenbegroting 2022-2026 en Uitvoeringsprogramma 2023
Inleiding In de begroting wordt uiteengezet wat de doelstelling is van de MGR en op welke wijze deze doelstellingen in 2023 in de vijf modules van de MGR worden gerealiseerd gevolgd door de totale begroting van de betreffende module. U vindt, naast de toevoeging van de nieuwe samenwerkingsmodule Contractmanagement Inburgeringstrajecten ook enkele accentverschillen of wijzigingen in de werkwijze in het uitvoeringsprogramma 2022. Dit vormt de basis voor de totale begroting van de MGR, zoals terug te vinden is in deel 2 van dit document. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen de kosten van de programma’s die door de modules worden uitgevoerd en de overhead kosten en overige kosten. In de begroting is ook een wijziging van de begroting 2022 opgenomen. Het uitvoeringsprogramma is gebaseerd op het uitvoeringsplan 2020-2023. Hiermee is een meerjarige basis geformuleerd voor de doelen en werkzaamheden van de MGR. Daarnaast wordt aangesloten bij de meerjarenafspraken zoals beschreven in de dienstverleningsovereenkomsten met de gemeenten. De begroting is opgesteld conform de richtlijnen van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). In deze financiële planning zijn drie onderdelen samengevoegd: de gewijzigde begroting 2022, de primaire begroting 2023 en de meerjarenraming 2024-2026.
Leeswijzer
8
Deel 1 zijn de algemene uitgangspunten van het beleid en van de vier modules van de MGR voor 2023. Deel 2 is de beleidsbegroting met de focus op het uitvoeringsprogramma van de vier modules en de beheerorganisatie. Daarbij worden ook wat accenten of wijzigingen genoemd die in 2022 doorgevoerd worden. Ook is er een overzicht van de overheadkosten. In de bijlage staat de verdeling van de bijdragen van de deelnemende gemeenten over de modules en de MGR beheerorganisatie. In de kaderbrief horend bij dit uitvoeringsprogramma en begroting vindt u een samenvatting van de beoogde resultaten, activiteiten en benodigde financiële en personele middelen. Het vaststellen van het gewijzigde uitvoeringsprogramma 2022, het uitvoeringsprogramma 2023, de gewijzigde begroting 2022 en de meerjarenbegroting 2023-2026 gebeurt op basis van aparte besluiten.
Vorige pagina
Volgende pagina Naar inhoudsopgave
Meerjarenbegroting 2022-2026 en Uitvoeringsprogramma 2023
DEEL 1
HOOFDLIJNEN VAN BELEID
1
Bestuurlijke hoofdlijnen van beleid
1.1
Overkoepelende gezamenlijke uitganspunten
De MGR is een regionaal samenwerkingsverband in het sociaal domein. Door meerdere modules onder de MGR te brengen willen gemeenten een samenhangende en integrale aanpak realiseren waardoor kruisbestuiving ontstaat. Deze uitgangspunten, doelstelling en manier van werken sluit aan bij de missie en visie van de MGR zoals hieronder verwoord.
9
Wijziging uitvoeringsprogramma en begroting 2022 Het uitvoeringsprogramma 2022 is begin 2021 gemaakt. Vanuit de modules wordt ieder jaar gekeken of er aanleiding is om accentverschuiving voor het komende jaar aan te brengen, die meer up to date aansluiten bij de ontwikkelingen en wensen van gemeenten. Bij het WSP is geconstateerd dat het beter is eind van het jaar de prestatie-indicatoren en taakstelling te bepalen voor het volgende jaar, afgestemd op de ontwikkeling van de arbeidsmarkt. Dit leidt tot een concretisering van het uitvoeringsprogramma 2022. Voor WgSW is besluitvorming van gemeenten eind 2021/begin 2022 over het aanwijzingsbesluit voor de periode 2023-2025 essentieel om te weten wat er in 2022 aanvullend gedaan moet worden om de nieuwe periode voor te bereiden. Er zit ook een update in het aantal SW-medewerkers. Dit leidt tot een aanpassing van de begroting van 2022. De nieuwe module contractmanagement Inburgeringstrajecten start in 2022 en leidt daarom tot aanpassing van het uitvoeringsplan 2022 en de begroting 2022. De volgende structurele (externe) factoren zijn de aanleiding voor de begrotingswijziging 2022: • Nieuwe module: Contractmanagement Inburgeringstrajecten. • Structureel lagere lasten voor SW-dienstverbanden en aangepaste bijdrage per gemeente op basis van aantal arbeidsjaren per 31/10/2021 Vorige pagina
Volgende pagina Naar inhoudsopgave
Meerjarenbegroting 2022-2026 en Uitvoeringsprogramma 2023
2
Ontwikkelingen in het financiële kader
2.1
De nominale ontwikkelingen
De MGR kenmerkt zich in 2023 door een organisatie met een vast MT, vaste medewerkers en beperkte omvang van inhuur. De bedrijfsvoering staat en de financiële huishouding is in control. Ontwikkelingen op het terrein van informatiebeveiliging, zoals de invoering van de BIO voor gemeenten en archiefwerkzaamheden voor de modules worden ondersteund. Dit leidt tot meer taken voor de MGR die in 2021 zijn opgepakt en waarvan de kosten verwerkt zijn in deze meerjarenbegroting. De module Onderwijszaken had voor 2021 een bezuinigingsopdracht opgelegd gekregen die in de begroting 2021 is verwerkt en doorwerkt in de meerjarenbegroting. Bij de gewijzigde begroting is deze 0-lijn gehandhaafd.
2.2
De gehanteerde uitgangspunten voor de begrotingsramingen
Tijdens de vergadering van het Algemeen Bestuur d.d. 9 december 2021 zijn de kaders voor de begrotingswijziging 2022 en begroting 2023 vastgesteld. De begroting 2023 wordt berekend op basis van de prognose 2022 en de onderstaande kaders voor bestaand beleid:
10
1) Op basis van septembercirculaire 2021 zijn de volgende indexeringen van toepassing voor de komende jaren: 2022 2023 2024-2026 Loonvoet (CAO + inschaling) 2,5% 2,3% geen Index Materieel Overheidsconsumptie 1,9% 1,5% geen Voor 2024 en verder wordt er in de meerjarenraming zonder indexatie gerekend. 2) Personeelskosten: o De personeelskosten zijn geraamd op basis van de inschaling van de benodigde bezetting en de verwachte kosten van de flexibele schil. o De loonvoet voor 2022 valt hoger uit dan in de primaire begroting. 3) Het verwachte uitstroompercentage SW op basis van pensionering, langdurige ziekte, ondergrens etc. is 6% voor zowel 2022 als voor de jaren 2023-2026. Het AB heeft in maart 2022 geconstateerd dat de loonvoet en inflatie hoger uit gaan vallen dan geraamd in de kaders voor de begroting. Dit kan leiden tot hogere kosten in nominale zin. Omdat de hoogte nog onbekend is, is deze niet meegenomen in deze begroting. Tevens is in het coalitieakkoord van de nieuwe regering aangegeven dat het minimumloon, dat van grote invloed is op de loonkosten SW, stapsgewijs met 7,5% zal worden verhoogd. Ook de effecten hiervan zijn nog niet bekend en daarmee niet meegenomen in deze begroting. Dit kan op een later moment leiden tot een noodzakelijke begrotingswijziging.
Conform het besluit van het AB dd 9 december wordt er in de voorliggende begroting geen budget opgenomen voor vervanging van ziekteverzuim. Aan het nieuwe AB zal na de verkiezingen een actuele analyse worden voorgelegd.
Vorige pagina
Volgende pagina Naar inhoudsopgave
Meerjarenbegroting 2022-2026 en Uitvoeringsprogramma 2023
2.3
De impact van nieuw beleid
Lasten en baten € x 1000
Lasten per module Inkoop Onderwijs WSP WgSW CMI Beheer Lasten (incl. overhead) Baten Gemeentelijke bijdrage Regionale bijdrage (RMC) Buitengemeenten (SW) Overige baten Baten Resultaat Onttrekking aan reserve Dotatie aan reserve Eindresultaat
11
Realisatie 2021
Primaire Gewijzigde begroting Begroting 2022 2022
€ 1.603 € 2.731 € 1.782 € 55.768
€ 1.595 € 2.862 € 1.629 € 54.170
€ 353 € 62.237 € 58.690 € 1.045 € 1.565 € 912 € 62.212 € 25 € 43 -€ 19 €0
Begroting Verschil 2022 2023
€ 384 € 60.641
€ 1.718 € 2.964 € 1.779 € 54.309 € 70 € 419 € 61.259
€ 1.759 € 2.894 € 1.653 € 52.319 € 71 € 476 € 59.172
€ 57.682 € 1.102 € 1.416 € 402 € 60.602 € 39 € 39 €0 €0
€ 57.947 € 1.156 € 1.512 € 532 € 61.147 € 112 € 112 €0 €0
€ 56.146 € 1.167 € 1.456 € 364 € 59.134 € 39 € 39 €0 €0
€ 123 € 101 € 151 € 139 € 70 € 35 € 618 €0 € 265 € 54 € 96 € 130 € 545 € 73 € 73 €0 €0
Verschil 2023
€ 41 -€ 70 -€ 126 -€ 1.991 €1 € 57 -€ 2.086 €0 -€ 1.801 € 11 -€ 56 -€ 168 -€ 2.013 -€ 73 -€ 73 €0 €0
Nieuw beleid 2022 Per 1 januari is de gemeenschappelijke regeling gewijzigd, en is de samenwerkingsmodule Contractmanagement Inburgeringstrajecten toegevoegd. Verder heeft de bestuurscommissie Inkoop zorg ingestemd met het voorstel voor het inzetten van een businessanalist mij de module. Overige ontwikkelingen 2022: 1. De module Inkoop onttrekt € 50.000 aan de bestemmingsreserve voor het verkrijgen van stuurgegevens (ZorgLokaal) om onder andere kwaliteits- en rechtmatigheidsonderzoeken uit te voren. 2. De modules Onderwijs en WSP voeren extra activiteiten uit voor het regionale programma: deze zijn als overige lasten en baten (€ 230.000 vanuit regionale middelen) opgenomen in de begroting 2022. 3. Bij de module WgSW liggen de kosten iets hoger dan de primaire begroting (€ 139.000) omdat er rekening is gehouden met een hogere loonkostenstijging dan in de primaire begroting was voorzien. 4. De module Beheer onttrekt € 35.000 aan de bestemmingsreserve voor ondersteuning van management en directie. Nieuw Beleid 2023 In de begroting van 2023 is het opleidingsbudget structureel opgehoogd naar 2% van de salariskosten, en is het budget voor de gehele MGR ondergebracht bij de beheermodule en in mindering gebracht bij de modules.
Vorige pagina
Volgende pagina Naar inhoudsopgave
Meerjarenbegroting 2022-2026 en Uitvoeringsprogramma 2023
DEEL 2
DE BELEIDSBEGROTING
De beleidsbegroting bestaat uit het programmaplan en de verplichte paragrafen volgens het Besluit Begroting & Verantwoording (BBV).
3
Het programmaplan en uitvoeringsprogramma 2023
Het programmaplan bestaat voornamelijk uit een overzicht van de te realiseren programma’s (Uitvoeringsprogramma) en een overzicht van de kosten van de overhead. Met de wijziging van de gemeenschappelijke regeling per 1 januari 2022 is ook de beleidsbegroting in technische zin gewijzigd. In voorgaande begrotingen stonden de samenwerkingsmodules gelijk aan een programma. In deze begroting vallen de vijf samenwerkingsmodules onder drie programma’s: Inkoop, Onderwijs en Participatie. Desalniettemin worden de baten en lasten per programma zoals de directe personeels- en uitvoeringskosten per specifieke module toegelicht in het uitvoeringsprogramma per module. De overhead kosten per module en de algemene overhead (beheer) worden toelicht in de paragraaf 3.2: Het overzicht van de kosten van de overhead.
12
Het uitvoeringsprogramma wordt per module toegelicht. Dit uitvoeringsprogramma is opgebouwd uit de volgende onderdelen: a. De belangrijkste ontwikkelingen die betrekking hebben op de uitvoering van de dienstverlening: met welke ontwikkelingen houden we rekening? b. de doelstelling, in het bijzonder de beoogde maatschappelijke effecten, ten minste toegelicht aan de hand van de bij ministeriële regeling vast te stellen beleidsindicatoren: wat willen we bereiken? c. de wijze waarop ernaar gestreefd zal worden die effecten te bereiken, en de betrokkenheid hierbij van verbonden partijen: wat gaan we daarvoor doen? d. de raming van baten en lasten: wat gaat het kosten?
Vorige pagina
Volgende pagina Naar inhoudsopgave
Meerjarenbegroting 2022-2026 en Uitvoeringsprogramma 2023
3.1
Programma Inkoop
3.1.1
Module Inkoop zorg
a.
Met welke ontwikkelingen houden we rekening?
De komende jaren zal er een voortzetting zijn in de lijn van doorontwikkeling en kwaliteitsverbetering van de zorg als het gaat om de output/effectiviteit van de zorg en verbetering van de controle op de rechtmatigheid van de geboden zorg aan inwoners. Er is een jaarlijkse evaluatie van de regionale inkoop. Dit kan aanleiding zijn voor het doorvoeren van gewenste of noodzakelijke aanpassingen. In 2022 wordt de regionale inkoop voor Beschermd wonen uitgevoerd. Gemeenten hebben gevraagd om vanaf 2022 jaarverantwoordingen- en accountantsverklaringen centraal op te vragen en te analyseren ten behoeve van de deelnemende gemeenten. Dit leidt tot verlaging van de administratieve lastendruk voor gemeenten en aanbieders. Er zal vanaf 2022 gekeken worden of er meer uitvoeringstaken die nu bij gemeenten liggen efficiënter regionaal georganiseerd kunnen worden, zodat kennis, kunde en continuïteit geborgd worden en er geen dubbel werk gedaan wordt door gemeenten, denk aan de optie om de rechtmatigheidstoets van facturen van aanbieders in regionaal verband uit te voeren.
13
De data-analyses op regionaal niveau van gegevens van aanbieders en gemeenten wordt de komende jaren verder uitgebreid. Denk aan informatie over het aantal trajecten, duur van trajecten, vervolg op trajecten en behaalde resultaten van verschillende aanbieders en bij verschillende gemeenten. Dit leidt tot informatie om van elkaar te leren en voor eventuele beleidsmatige aanpassingen, die zo nodig kunnen worden doorgevoerd in de inkoopafspraken met gecontracteerde aanbieders. Zo ontstaat er een cyclus van telkens verbeteren op grond van analyses en het delen van kennis en ervaringen tussen gemeenten. Voor de begroting vanaf 2022 betekent dit een toename van €80.000 vanwege het aanstellen van een financieel en data- analist. Een onderdeel van de toetsing op kwaliteit die nog onderbelicht is gebleven zijn de klantervaringen van de inwoners. Hierover willen we met de gemeenten in gesprek. Deze ervaringen kunnen aanvullende informatie leveren over de vraag of ze de zorg geleverd krijgen zoals verwacht en afgesproken en of de kwaliteit en effectiviteit ook zo is als door de inwoner verwacht en door de gemeente afgesproken is. We zien ook in de zorg steeds grotere personele problemen bij aanbieders.
Dat vraagt van gemeenten om na te denken over mogelijke consequenties hiervan en nadenken over alternatieven voor ‘gebruikelijke’ zorg, zodat hier tijdig op ingespeeld kan worden en met aanbieders besproken kan worden wat incidentele of structurele oplossingen hiervoor zijn. Daarnaast kan het arbeidsmarktbeleid in de regio hier ook gericht op inspelen. Daarover is natuurlijk afstemming met de bestuurders in de bestuurscommissie Participatie. Gezien de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en de toenemende vergrijzing stelt Inkoop SDCG voor om een oriëntatie te doen op alternatieven voor de gebruikelijke zorg zoals inzet digitale middelen, ervaringsdeskundigheid, zelfhulp etc. .
Vorige pagina
Volgende pagina Naar inhoudsopgave
Meerjarenbegroting 2022-2026 en Uitvoeringsprogramma 2023
b.
Wat gaat het kosten?
Personele bezetting 2022 De totale formatie bestaat uit 13,55 fte, te weten 11,6 fte binnen het programma en 1,9 fte overhead. Begroting module – programmakosten en overhead Lasten en baten Programma
€ x1.000 Personeelskosten Uitvoeringskosten Programmalasten Deelnemende gemeenten Baten Saldo Onttrekking aan reserve Dotatie aan reserve Resultaat Programma Overheadlasten Eindresultaat module
Realisatie 2021
A Primaire begroting 2022
B
C Primaire begroting Gewijzigde begroting 2022 2023
€ 1.084 € 240 € 1.325 € 1.603 € 1.603 € 278
€ 993 € 281 € 1.273 € 1.595 € 1.595 € 321
€ 1.051 € 331 € 1.381 € 1.668 € 1.668 € 286 € 50
€ 1.068 € 335 € 1.404 € 1.759 € 1.759 € 355 €0
€ 278 € 278 €0
€ 321 € 321 €0
€ 336 € 336 €0
€ 355 € 355 €0
B-A
C-B
Verschil 2022
Verschil 2023-2022
€ 58 € 50 € 108 € 73 € 73 -€ 35 € 50 €0 € 15 € 15
€ 18 €5 € 22 € 91 € 91 € 69 -€ 50 €0 € 19 € 19
Toelichting
14
In 2022 valt een verschuiving op van overheadlasten naar programmalasten. Gemeentelijke bijdragen stijgen als gevolg van formatie-uitbreiding en voor het verkrijgen van gegevens (ZorgLokaal) om onder andere kwaliteits- en rechtmatigheidsonderzoeken mee uit te kunnen voeren wordt € 50.000 aan de bestemmingsreserve onttrokken. Opleidingskosten worden vanaf 2023 begroot bij de module beheer.
Vorige pagina
Volgende pagina Naar inhoudsopgave
Meerjarenbegroting 2022-2026 en Uitvoeringsprogramma 2023
3.2
Programma Onderwijs
3.2.1
Module Onderwijszaken – Regionaal Bureau Leerlingzaken
a.
Met welke ontwikkelingen houden we rekening?
2022 is het derde jaar waarin we te maken hebben met de Covid-19 pandemie. De lange termijneffecten van deze pandemie voor jeugdigen op o.a. mentale gezondheid, ontwikkeling en kansen worden waarschijnlijk komend jaar steeds meer zichtbaar. Ook zal hybride onderwijs in verschillende vormen blijven bestaan. Dit zal binnen elke leeftijdscategorie andere uitdagingen geven. Verder is het politieke landschap in Nederland ook erg in beweging. Op 10 januari jl. startte er een nieuw kabinet. Ook vinden dit jaar de gemeenteraadsverkiezingen plaats. Beiden zullen van invloed zijn op ons werk. b.
Wat willen we bereiken?
Doelstelling en maatschappelijk effect Met de uitvoering van (wettelijke) taken heeft het RBL de ambitie dat zoveel mogelijk jeugdigen een route volgen naar een startkwalificatie 1. Deze startkwalificatie geeft hen een betere uitgangspositie op de arbeidsmarkt. Jeugdigen die ongeoorloofd verzuimen of (dreigen) uit te vallen, begeleidt het RBL terug naar school of naar een andere passende route in zorg of arbeid en jongeren in een kwetsbare positie houden we in beeld.
15
Kengetallen Het RBL legt inhoudelijk verantwoording af en duidt de resultaten op verschillende momenten gedurende het jaar met o.a. een halfjaarlijkse monitor en RMC-effectrapportage in het voorjaar en het jaarverslag en de artikel 25 rapportage (leerplicht) in het najaar. Ook wordt jaarlijks na het verschijnen van de (voorlopige) vsv-cijfers de vsv monitor op de website van het RBL aangepast.
1 Een startkwalificatie is een diploma op ten minste mbo-2, havo of vwo niveau. Op de 18e verjaardag vervalt de
kwalificatieplicht.
Vorige pagina
Volgende pagina Naar inhoudsopgave
Meerjarenbegroting 2022-2026 en Uitvoeringsprogramma 2023
Beleidsindicatoren taakveld Onderwijs2 Beleidsindicatoren
Landelijk gemiddelde (2019)
Schooljaar
Schooljaar
2019-2020
2020-2021
2,4 3
2,5
Prognose Prognose schooljaar schooljaar 2021-2022
2022-2023
1,7
2,0
2,0
127
98
116 4
1164
27
27,5
28
29
1.359
1.595
1.6214
1.6804
1,79%
maart 2022 bekend
2%
2%
Absoluut verzuim (per 1000 leerplichtigen) Absoluut verzuim (aantal leerplichtigen) Relatief verzuim (per 1.000 leerplichtigen)
263
Relatief verzuim (aantal leerplichtigen) VSV percentage regio Arnhem (12-23 jaar)
16
1.7% 5
Toelichting • Vanwege intensieve aanpak op leerlingen zonder school, met name in de zomerperiode, verwacht het RBL deze groep sneller in beeld te hebben waardoor het aantal naar verwachting onder het landelijk gemiddelde zal zitten. • Relatief verzuim: Na een aantal jaar een stijging zag het RBL in 2019-2020 een afname van het aantal meldingen van leerplichtige jeugdigen met relatief verzuim. Dit was te wijten aan de (gedeeltelijke) schoolsluiting vanaf maart 2020 door de Covid-19 pandemie. In schooljaar 20202021 zagen we een lichte toename van het aantal verzuimmeldingen. We verwachten dat deze trend zich voorzichtig doorzet. We hebben daarom de prognose van 2021-2022 bijgesteld naar 28. Dit schooljaar verwachten we, buiten de vervroegde kerstvakantie, geen landelijke scholensluitingen meer voor po en vo. In schooljaar 2022-2023 gaan we ervan uit dat het onderwijs volledig fysiek is en daarmee het aantal verzuimmeldingen terugkomt op het niveau van voor de Covid-19 pandemie, 29 per 1000 leerlingen. • Schooljaar 2020-2021 zagen we een daling van het Vsv-percentage. Scholen proberen de leerlingen binnen te houden en de leerlingen zelf kiezen op dit moment ook niet voor het verlaten van school of de opleiding, onder andere omdat het oriënteren op een andere opleiding lastiger is. Nu ook het mbo weer meer open gaat verwachten we wel dat dit weer bijtrekt.
De prognose voor 2021-2022 hebben we daarom bijgesteld naar 2%. In schooljaar 2022-2023 verwachten we weer een toename van het aantal uitschrijvingen. Door het onderwijs op afstand hebben leerlingen minder binding met hun school, wat een bewezen risicofactor is voor voortijdig schoolverlaten. Leerlingen zullen zich ook weer meer gaan heroriënteren op een opleiding. 2 In de regeling 'beleidsindicatoren gemeenten' zijn drie beleidsindicatoren vastgesteld die door gemeenten in de
programmaverantwoording opgenomen moeten worden: absoluut verzuim, relatief verzuim en het vsv percentage. De cijfers zijn gebaseerd op de artikel 25 rapportage en de definitieve vsv cijfers van november 2019 van het ministerie OCW. 3 Bron: DUO/Ingrado 2019 van website ‘Waarstaatjegemeente.nl’ 4 Op basis van 57.914 leerplichtige leerlingen (5-18 jaar) schooljaar 2020-2021 (bron: Duo art25 rapportage) 5 Bron: website ‘ocwincijfers.nl’
Vorige pagina
Volgende pagina Naar inhoudsopgave
Meerjarenbegroting 2022-2026 en Uitvoeringsprogramma 2023
c.
Wat gaan we daarvoor doen?
Accentverschuivingen uitvoeringsprogramma 2022 In het uitvoeringsprogramma 2022 zijn de accenten het versterken van de samenwerking voor thuiszitters, het klanttevredenheidsonderzoek, betere begeleiding richting de arbeidsmarkt en de doorontwikkeling van data-analyse genoemd. Aanvullende accenten en verschuivingen voor 2022 zijn: • Het RBL verwerkt voor haar handhavende taak politiegegevens en moet daarom voldoen aan de wet politiegegevens (wpg). In 2022 vindt hiervoor een audit plaats. Op basis van de uitkomsten van de audit wordt een plan van aanpak opgesteld voor de te nemen maatregelen om te voldoen aan de Wpg. Dit zal van invloed zijn op de organisatie van het werk binnen RBL. • In de regio Midden-Gelderland is een actieplan jeugdwerkloosheid opgesteld. Het RBL werkte mee aan het vormgeven van dit plan en is onderdeel van de kopgroep. Daarnaast zal het RBL meedoen aan de pilot transitiecoach. Hiermee bieden we continuïteit in de begeleiding aan jeugdigen in de overstap onderwijs-arbeidsmarkt. • De branchevereniging van leerplicht en RMC, Ingrado, ontwikkelde een routekaart voor RMC. In 2022 passen we deze aan voor onze regio en implementeren we dit in onze werkwijze. Met de inzet van RMC-consulenten op de begeleiding van jeugdigen naar de arbeidsmarkt nemen we hierop al een voorsprong. • Het RBL heeft de wettelijke taak om jongeren in kwetsbare positie te monitoren.
We willen echter deze jongeren actief bij de juiste partij onder de aandacht brengen, omdat we zien dat er meer jongeren zijn die na de overstap geen statkwalificatie, school, werk of uitkering hebben. In 2022 gaan wij, met behulp van twee studenten, onderzoeken hoe we deze doelgroep beter kunnen ondersteunen.
17
Reguliere werkzaamheden in 2023 De wettelijke taken van het RBL zijn: a. Toezien op naleving van de leerplichtwet voor leer- en kwalificatieplichtige jeugdigen (5-18 jaar) b. Uitvoering geven aan de regionale meld- en coördinatiewetgeving voor jeugdigen van 18 tot 23 jaar zonder startkwalificatie.
Het RBL Midden-Gelre volgt de schoolloopbaan van 73.000 jeugdigen van 5 tot 23 jaar totdat zij een startkwalificatie hebben behaald. Wanneer de schoolgang van een jeugdige door verzuim of (dreigend) schooluitval gevaar loopt, begeleiden de consulenten van het RBL de jeugdige terug naar school of naar een andere passende route in zorg of arbeid. Het RBL voert taken uit op het gebied van leerplicht, kwalificatieplicht, voortijdig schoolverlaten, opdrachten vanuit het regionale vsv programma, preventie taken en een extra opdracht voor de gemeente Arnhem. Nieuw beleid Voor 2023 liggen de accenten in het werk van het RBL op de volgende gebieden: • Door ontwikkelen data-analyse Ook in 2023 vraagt dit nog onze aandacht. We beschikken over unieke data en als expert op het gebied van ongeoorloofd schoolverzuim en schoolverlaten willen we onze data-analyse door ontwikkelen. • Jongeren in kwetsbare positie Uitrollen van plan van aanpak ondersteuning jongeren in kwetsbare positie. • Vrijstellingen In 2023 krijgt het RBL mogelijk met wetswijzigingen m.b.t. vrijstellingen te maken die van invloed kunnen zijn op rol hierin van het RBL en die van haar samenwerkingspartners. Het RBL zoekt samen met VGGM hierin al verbinding met de samenwerkingsverbanden. Andere accenten van onze aanpak in 2023 zijn nu nog moeilijk te voorspellen.
Dit alles hangt af van of en hoe de lange termijneffecten van de Covid-19 pandemie zichtbaar worden en wat hierin van het RBL nodig is. Vorige pagina
Volgende pagina Naar inhoudsopgave
Meerjarenbegroting 2022-2026 en Uitvoeringsprogramma 2023
d.
Wat gaat het kosten?
Personele bezetting 2023 De totale formatie bestaat uit 30,4 fte en is als volgt verdeeld over de onderdelen van het programma en de overhead.
Begroting module – programmakosten en overhead Programma's Leerplicht en kwalificatieplicht po en vo Kwalificatieplicht MBO RMC VSV Regionaal VSV programma
Fte 14 3,9 6,1 3,6
Loopbaanadvies Arnhem Consulent
0,2
Overhead Management en beleid
2,6
Totaal
30,4
Begroting module – programmakosten en overhead A
18
Lasten en baten Programma
€ x1.000
Personeelskosten Uitvoeringskosten Programmalasten Deelnemende gemeenten Overige baten Regionale bijdrage Baten Saldo Onttrekking aan reserve Dotatie aan reserve Resultaat Programma Overheadlasten Eindresultaat module
Realisatie 2021
B
Primaire Gewijzigde begroting begroting 2022 2022
C
B-A
C-B
Primaire begroting 2023
Verschil 2022
Verschil 2023-2022
€ 2.084 € 44 € 2.128 € 1.665 € 41 € 1.045 € 2.751 € 623
€ 2.164 € 33 € 2.197 € 1.717 € 43 € 1.102 € 2.862 € 666
€ 2.178 € 93 € 2.271 € 1.744 € 63 € 1.156 € 2.964 € 693
€ 2.129 € 93 € 2.222 € 1.684 € 43 € 1.167 € 2.894 € 672
€ 623 € 623 €0
€ 666 € 666 €0
€ 693 € 693 €0
€ 672 € 672 €0
€ 14 € 60 € 74 € 27 € 20 € 54 € 101 € 27 €0 €0 € 27 € 27
-€ 49 €0 -€ 49 -€ 60 -€ 20 € 11 -€ 70 -€ 21 €0 €0 -€ 21 -€ 21
Toelichting Personeelskosten vallen hoger uit dan in de primaire begroting als gevolg van een hogere CAO stijging dan oorspronkelijk begroot. Uitvoeringslasten vallen hoger uit vanwege aanvullende opdrachten, waar tevens een aanvullende regionale dekking tegen over staat. Het verschil 2022 in overige baten bestaat uit het vooruit ontvangen bedrag dat in 2021 gereserveerd is voor het uitvoeren van een klanttevredenheidsonderzoek. In 2023 vallen de opleidingskosten onder de module beheer. Voor de module RBL blijft wel budget beschikbaar voor de wettelijk verplichte opleidingen voor leerplichtambtenaren.
Vorige pagina
Volgende pagina Naar inhoudsopgave
Meerjarenbegroting 2022-2026 en Uitvoeringsprogramma 2023
3.3
Programma Participatie
3.3.1
Module Werkgeversservicepunt
a.
Het Werkgeversservicepunt
Het WerkgeversServicepunt is een samenwerkingsverband tussen de MGR en UWV waarin medewerkers gezamenlijk uitvoering geven aan de opdracht van het WSP. Negen gemeenten nemen deel aan deze module. De opdracht van het WSP is vastgelegd in DVO’s (gemeenten/MGR) c.q. de samenwerkingsovereenkomst (UWV/MGR) en wordt jaarlijks geconcretiseerd in het uitvoeringsprogramma met de daarbij behorende prestatie-indicatoren. Uitvoeringsprogramma 2022/2023 Over het uitvoeringsprogramma 2023 is in de bestuurscommissie van februari 2022 overleg gevoerd tussen de gemeentelijke bestuurders en UWV. Uitkomst van deze discussie is, dat er, door verschillen in visie over de interpretatie van de samenwerkingsafspraken, onvoldoende grond is om een uitvoeringsprogramma 2022/2023 op te stellen. Er zal eerst bestuurlijke overeenstemming over de samenwerkingsafspraken met UWV bereikt moeten worden alvorens een (mogelijk aangepast) programma kan worden opgesteld. Op dit moment wordt over de verschillen van inzicht gesproken en wordt er gekeken hoe we weer op één lijn kunnen komen. Voor de voorliggende begroting heeft dit geen consequenties. Voor de beleidsbegroting wordt als uitgangspunt genomen, dat het WSP de werkzaamheden zoals deze vanaf 2021 zijn ingezet, voortzet in 2022 en 2023.
19
Regionale betrokkenheid Het WSP is een regionaal georganiseerde organisatie en draagt vanuit die positie bij aan regionale program-ma’s. Voor 2022 en 2023 is dit in ieder geval: -
Inzet in het Regionaal Mobiliteitsteam Inzet van transitievouchers voor ondersteuning van werkgevers bij het aannemen van personeel Mede uitvoering geven aan de HARRIE-trainingen voor inclusieve werkgevers. Inzet in het Regionaal programma Jeugdwerkloosheid. Inzet voor VSO-/Pro-scholen en vanuit RBL/Schakelpunt voor MBO niveau 1 en 2.
Taakstelling vacaturevervulling 2022 voor gemeenten Met de deelnemende gemeenten is afstemming geweest over de vacaturevervulling voor 2022. Op basis van het door de gemeenten aangegeven aanbod, is het in de tabel opgenomen te behalen resultaat vastgesteld. Medio 2022 wordt geëvalueerd of de taakstelling bijgesteld moet worden. Concreet hebben gemeenten met het WSP voor 2022 de ambitie uitgesproken om uit te gaan van 688 vervulde vacatures voor gemeentelijke werkzoekenden (ten opzichte van 450 voor 2021). Daarbij wordt uitgegaan van 493 reguliere plaatsingen en 195 op de doelgroep van de banenafspraak.
Vorige pagina
Volgende pagina Naar inhoudsopgave
Meerjarenbegroting 2022-2026 en Uitvoeringsprogramma 2023
b.
Wat gaat het kosten?
Personele bezetting 2023 De formatie van de MGR namens de 9 deelnemende gemeenten bestaat uit 16,7 fte, te weten 14 fte binnen het programma en 2,7 fte overhead. Daarnaast levert het UWV levert 12,9 fte voor de werkgeversdienstverlening.
Begroting module – programmakosten en overhead
Lasten en baten Programma
20
€ x1.000
Personeelskosten Uitvoeringskosten Programmalasten Deelnemende gemeenten Overige baten Baten Saldo Onttrekking aan reserve Dotatie aan reserve Resultaat Programma Overheadlasten Eindresultaat module
Realisatie 2021
A Primaire begroting 2022
B C Gewijzigde Primaire begroting begroting 2023 2022
€ 1.159 € 85 € 1.244 € 1.580 € 195 € 1.775 € 531 €4
€ 1.081 € 20 € 1.101 € 1.604 € 12 € 1.616 € 515 € 13
€ 1.137 € 134 € 1.271 € 1.635 € 135 € 1.771 € 500 €9
€ 1.138 € 10 € 1.147 € 1.645 €0 € 1.645 € 497 €9
€ 535 € 535 €0
€ 528 € 528 €0
€ 508 € 508 €0
€ 506 € 506 €0
B-A
C-B
Verschil Verschil 2022 2023-2022 € 56 € 114 € 170 € 31 € 123 € 154 -€ 16 -€ 4 €0 -€ 20 -€ 20
€0 -€ 124 -€ 124 €9 -€ 135 -€ 126 -€ 2 €0 €0 -€ 2 -€ 2
Toelichting Personeelskosten zijn toegenomen als gevolg van formatie-uitbreiding en de hogere loonvoet, en uitvoeringskosten zijn hoger als gevolg van aanvullende opdrachten. Voor beide aspecten staan aanvullende directe opbrengsten uit regionale middelen tegenover. Opleidingskosten worden vanaf 2023 begroot bij de module beheer. Onttrekking aan de bestemmingsreserve is lager dan begroot, als gevolg van de verkoop van een aantal laptops. Hierdoor wordt de afschrijving, die gedekt wordt uit de bestemmingsreserve, lager.
Vorige pagina
Volgende pagina Naar inhoudsopgave
Meerjarenbegroting 2022-2026 en Uitvoeringsprogramma 2023
3.3.2 a.
Module Werkgeverschap SW (WgSW) Met welke ontwikkelingen houden we rekening?
In 2023 gaat een nieuwe fase van de contractafspraken met Scalabor in. De deelnemende gemeenten verlengen hun ‘Aanwijzingsbesluit’ voor een periode van 3 jaar met daarin afspraken voor de vergoeding van de kosten van Scalabor. Voor de MGR module WgSW betekent dit dat na 2023 een partij aangewezen moeten worden voor verlenging van de personeels- en salarisadministratie taken. Deze zijn voor 2022 nog belegd bij Scalabor en zullen door middel van een procedure van ‘vrijwillige transparantie’ zo mogelijk bij Scalabor worden verlengd. Voor 2023 gaan we opnieuw uit van een daling van het aantal mensen bij Scalabor. We hanteren een uitstroompercentage van 6%. Dat hebben we de afgelopen jaren steeds gedaan, maar in 2021 constateerden we dat ondanks het feit dat de uitstroom hoger lag dan de begrote 6% het financiële voordeel van die extra uitstroom niet 1 op 1 kon worden terugvertaald naar de verhoogde uitstroom. De reden daarvoor ligt voor de hand, namelijk dat de uitstroom niet direct aan het begin van het jaar maar gedurende het gehele wordt gerealiseerd (en daarmee dus ook de kosten geleidelijk afnemen). In de begroting gingen we echter al uit van 6% minder kosten over het hele jaar. Nu de populatie SWers verder daalt wordt dit effect steeds beter merkbaar met als gevolg dat het positieve verschil tussen begroting en rekening steeds kleiner wordt.
Om ervoor te zorgen dat we bij de jaarrekening in de toekomst niet met negatieve resultaten te maken gaan krijgen, zullen we in de begroting met dit effect rekening gaan houden. Dat betekent dat het uitstroompercentage van bijvoorbeeld 6% vertaald wordt naar een lager percentage in daling van de kosten. b.
21
Wat willen we bereiken?
Doelstelling en maatschappelijk effect Invulling geven aan de formele werkgeversrol voor SW-medewerkers. Dat betekent dat ontwikkelingen die van invloed zijn op de werkgeversrol worden gesignaleerd en daar waar nodig ook worden door vertaald naar beleid en/of regelgeving ten aanzien van de SW medewerkers. Verder blijft de focus op de naleving van de afspraken met Scalabor zoals vastgelegd in de dienstverleningsovereenkomst. c.
Wat gaan we daarvoor doen?
Accentverschuiving uitvoeringsprogramma 2022 Nu de 9 gemeenten Scalabor opnieuw hebben aangewezen voor een periode van 3 jaar voor de uitvoering van de SW Scalabor is het aan de MGR om te zorgen dat de werkzaamheden in het kader van het werkgeverschap weer conform aanbestedingswetgeving kunnen worden uitgevoerd zodat alles vanaf 1 januari 2023 goed doorloopt. Dit is een extra taak in die in 2022 geregeld gaat worden evenals het regelen van een nieuwe DVO. Reguliere werkzaamheden in 2023 Het doel van de module werkgeverschap SW is dat het formeel werkgeverschap voor ruim 1800 SW-ers van de negen deelnemende gemeenten goed geborgd is en aansluit op het aanwijzingsbesluit van deze gemeenten. Door afspraken met Scalabor te maken zijn het werk en de HR- , salarisadministratie-, arbo en medezeggenschapstaken voor alle SW-medewerkers goed geborgd. De taken bestaan uit: • Invulling geven aan de werkgeversrol, te weten formele kwesties als in- en uitdiensttreding van personeel, aanstellingen en ontslag. • De betaling en financiering van de loonkosten en werkgeverslasten. Deze kosten worden door de deelnemende gemeenten betaald. De module WgSW draagt er zorg voor dat dit bedrag vooraf goed wordt begroot en geïnd bij de deelnemende gemeenten en dat de betalingen aan SW-medewerkers goed verloopt.
• Toezien op de naleving van de afspraken die zijn gemaakt in de DVO met Scalabor, waaronder afspraken over de ontwikkeling op de arbeidsmarkt van de mensen werkzaam bij Scalabor. • Afronding van werkzaamheden die over zijn gedragen van Presikhaaf Bedrijven, waarbij resterende kosten uit de beschikbare voorziening bekostigd worden. Vorige pagina Naar inhoudsopgave Meerjarenbegroting 2022-2026 en Uitvoeringsprogramma 2023
Nieuw beleid in 2023
Volgende pagina
Hoewel het regeerakkoord er maar beperkt iets over zegt verwachten we in 2023 voor mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt een aantal wijzigingen en ontwikkelingen die het eenvoudiger maken voor mensen om aan werk te komen (SW 2.0?). Er komen in ieder geval meer beschutte werkplekken. Welke gevolgen dit heeft voor de module WgSW is nu nog niet in te schatten maar uiteraard volgen we de ontwikkelingen op de voet.
d.
Wat gaat het kosten?
Personele bezetting 2023 De personele bezetting van de module WgSW kan worden onderverdeeld naar 3 hoofdgroepen:
Bezetting t.b.v. uitvoering van de taken van de module zelf = 0,8 fte SW groep (inclusief begeleid werken totaal 1576 fte bij de start van 2022) Groep boventalligen vervalt in 2022. Eind 2021 zijn vrijwel alle arbeidsovereenkomsten beëindigd. Vanaf 2022 kunnen nog boven- en na-wettelijke uitbetalingen worden gedaan. Hiervoor is nog een zeer beperkte inzet aan formatie nodig. De voorzienig boventalligen wordt om die reden ook in 2023 nog aangehouden.
Begroting module – programmakosten en overhead A
Lasten en baten Programma
22
€ x1.000 Personeelskosten Uitvoeringskosten Programmalasten Deelnemende gemeenten Overige baten Buitengemeenten Baten Saldo Onttrekking aan reserve Dotatie aan reserve Resultaat Programma Overheadlasten Eindresultaat module
Realisatie 2021
B
Primaire begroting 2022
C
Gewijzigde begroting 2022
B-A
Primaire begroting 2023
€ 53.469 € 2.094 € 55.563 € 53.495 € 670 € 1.565 € 55.730 € 167 € 37
€ 51.826 € 2.163 € 53.989 € 52.382 € 347 € 1.416 € 54.144 € 155 € 26
€ 51.977 € 2.178 € 54.155 € 52.446 € 334 € 1.512 € 54.291 € 136 € 18
€ 49.975 € 2.210 € 52.186 € 50.512 € 321 € 1.456 € 52.289 € 103 € 30
€ 204 € 204 €0
€ 181 € 181 €0
€ 154 € 154 €0
€ 133 € 133 €0
C-B
Verschil 2022
Verschil 2023-2022
€ 151 € 15 € 166 € 64 -€ 13 € 96 € 147 -€ 19 -€ 8 €0 -€ 27 -€ 27
-€ 2.002 € 33 -€ 1.969 -€ 1.934 -€ 12 -€ 56 -€ 2.002 -€ 33 € 12 €0 -€ 21 -€ 21
Toelichting De begroting volgt de dalende lijn van het aantal SW-medewerkers. Overheadlasten laten een dalende lijn zien als gevolg van beperkte HRM ondersteuning aan de boventallige medewerkers van voormalig Presikhaaf Bedrijven, evenals een lagere bijdrage aan de financiële administratie wegens veranderde werkafspraken.
Vorige pagina
Volgende pagina Naar inhoudsopgave
Meerjarenbegroting 2022-2026 en Uitvoeringsprogramma 2023
De loonkosten worden in onderstaande tabel toegelicht Verschillenanalyse Personeelskosten SW Euro x 1.000 Salarissen Transitievergoeding LIV Reiskosten Overige personeelskosten Totaal Personeelskosten SW Indicatoren Dienstverbanden SW (Fte) Personeelkosten/Fte CAO stijging Totaal loonkosten/Fte Werkgeverslasten/Fte Sociale lasten/Fte
2021 Realisatie
€
2022 Primaire Begroting
€ 52.972 € € 146 € -€ 545 € € 725 € € 171 € € 53.469 €
51.354 78 -646 688 353 51.826
1.589 33.650 1,0% 33.085 33.337 4.606
1.533 € 33.797 1,5% € 32.048 € 32.388 € 4.836
Aannames 2022/2023 -5,0%
1,90%
-6,00% 2,4%
2022 Gewijzigde Begroting € 51.531 € 70 -€ 470 € 682 € 164 € 51.977 1.551 € 33.512 2,4% € 33.225 € 4.716
In 2021 is er sprake geweest van een hogere uitstroom van SWers. Hierdoor starten we in 2022 met een lager aantal SWers dan in de oorspronkelijke begroting rekening mee is gehouden.
23
In 2021 constateerden we dat ondanks het feit dat de uitstroom hoger lag dan de begrote 6% het financiële voordeel van die extra uitstroom niet 1 op 1 kon worden terugvertaald naar de verhoogde uitstroom. De reden daarvoor ligt voor de hand, namelijk dat de uitstroom niet direct aan het begin van het jaar maar gedurende het gehele wordt gerealiseerd (en daarmee dus ook de kosten geleidelijk afnemen). In de begroting gingen we echter al uit van 6% minder kosten over het hele jaar. Nu de populatie SW-ers verder daalt wordt dit effect steeds beter merkbaar met als gevolg dat het positieve verschil tussen begroting en rekening steeds kleiner wordt. Om ervoor te zorgen dat we bij de jaarrekening in de toekomst niet met negatieve resultaten te maken gaan krijgen, zullen we in de begroting met dit effect rekening gaan houden. Voor de begrotingswijziging 2022 betekent dit dat we, zoals in de primaire begroting, blijven begroten met een uitstroompercentage van 5% (geel gearceerd). We gebruiken 2022 om de begrotingssystematiek te verfijnen, om zodoende nog beter te kunnen begroten op basis van de uitstroom gedurende het jaar. Voor 2023 gaan we opnieuw uit van een daling van het aantal mensen bij Scalabor. We hanteren voor 2023 een uitstroompercentage van 6%, op basis van de uitstroom van afgelopen jaren.
In de begroting voor 2023 is vooralsnog ook daadwerkelijk gerekend met deze 6% uitstroom. In de primaire begroting 2022 is uitgegaan van een verwachte CAO-stijging van 1,5%. Nu de CAO ontwikkeling voor de eerste helft van 2022 bekend is verwachten we een hogere loonkostenstijging dan oorspronkelijk begroot en passen we deze aan naar 2,4%. Dit leidt tot hogere kosten. We verwachten in 2022 een lagere bijdrage LIV door nieuwe tarieven (ook als gevolg pensioenakkoord), uitstroom en stijging van de loonkosten boven het drempelbedrag.
Vorige pagina
Volgende pagina Naar inhoudsopgave
Meerjarenbegroting 2022-2026 en Uitvoeringsprogramma 2023
3.3.3
Module Contractmanagement Inburgeringstrajecten
a.
Met welke ontwikkelingen houden we rekening?
Op 1 januari 2022 treedt de gewijzigde Wet Inburgering in werking. Vanaf dat moment zijn gemeenten verplicht om aan statushouders (nieuwe instroom) een inburgeringsvoorziening aan te bieden. Gemeenten hebben besloten gezamenlijk een regionale aanbesteding uit te voeren voor de inkoop van de benodigde inburgeringstrajecten. Na gunning van partijen is contractmanagement nodig en moeten resultaten gemonitord worden. Daarvoor hebben gemeenten de MGR benaderd. Bij de taakverdeling tussen gemeenten, MGR en andere partijen is gekeken wat ‘Blik op Werk doet in het kader van een deel van het toezicht op aanbieders.
We hebben te maken met een 'lerend' stelsel. Dit geldt voor de aanbieders en de uitvoering van de trajecten, en ook voor de uitvoering van het contractmanagement. Het aantal aanmeldingen voor inburgeringstrajecten is begin 2022 nog gering. Dit geeft de mogelijkheid om de werkwijze in de praktijk tussen gemeenten, aanbieders en de MGR goed in te regelen en gezamenlijk ervaring op te doen en zaken op te pakken die niet voorzien zijn. Er is veel aandacht in het sociaal domein voor kwaliteit en rechtmatigheid. Bij de contracten inburgering moet bekeken worden of dit voldoende geborgd is. Inzicht en sturing op de resultaten van inburgering zijn van belang in verband met de afspraken met het Rijk hierover. De contractperiode van Inburgering is ingegaan op 1 januari 2022. De gecontracteerde routes zijn: 1. B1-route 2. Zelfredzaamheidsroute 3. Onderwijsroute De eerste uitdaging voor gemeenten is om een passend MBO- traject te contracteren. Deze inkoopactiviteit is nog een opvolging van de aanbestedingsprocedure die de gemeenten in 2021 gezamenlijk hebben uitgevoerd en daarom niet bij inkoop Zorg belegd. 24
b.
Wat willen we bereiken?
Doelstelling en maatschappelijk effect De module Contractmanagement Inburgeringstrajecten is belast met contractbeheer en contractmanagement van inburgeringstrajecten die de deelnemende gemeenten hebben ingekocht ten behoeve van de uitvoering van de wet inburgering. Het hoofddoel van het contractmanagement inburgeringstrajecten is de uitvoering van de inburgeringstrajecten op managementniveau volgen en zo snel kunnen bijsturen waar resultaten achterblijven. Inzicht en sturing zijn belangrijk voor gemeenten, omdat zij verantwoordelijk zijn voor de resultaten die op inburgering worden behaald. c. • • •
•
Wat gaan we daarvoor doen? In 2022 wordt een contractmonitoringscyclus ingericht. Periodiek worden de aanbieders gesproken. Input voor de gesprekken worden onder andere opgehaald uit de uitvraag van de prestatie-indicatoren die in de inkoop zijn beschreven. Twee maal per jaar wordt er een rapportage opgeleverd waarin ontwikkelingen en informatie worden gedeeld met de gemeenten. De afdeling contractbeheer zorgt voor de uitvragen op basis van de indicatoren uit de inkoop. Ook is de afdeling contractbeheer beschikbaar voor het stellen van vragen en telefonisch overleg. Aan de website van de module inkoop Zorg wordt een tabblad toegevoegd met informatie over de contracten en contractmanagement Inburgering. De SROI- verplichting wordt ingericht en gemonitord.
Gemeenten onderhouden de contacten met de inburgeringsplichtige en kopen voor hen de betreffende inburgeringstrajecten in bij de gecontracteerde aanbieders en volgen en bewaken op casusniveau de voortgang van de trajecten. Vorige pagina
Volgende pagina Naar inhoudsopgave
Meerjarenbegroting 2022-2026 en Uitvoeringsprogramma 2023
Uitvoeringsprogramma 2022 en reguliere werkzaamheden 2023 Nadruk ligt op het implementeren van het contract inclusief de contractvoorwaarden en het opzetten van het contractmanagement. De komende jaren zal duidelijk worden wat de omvang van het aantal inburgeraars zal worden. Ook zal helder worden wat “good practices” zijn en wat niet. Werkenderwijs zal bekeken worden of de afspraken over de taakverdeling tussen gemeenten en de MGR efficiënt en effectief zijn voor inwoners, aanbieders en gemeenten. Zo nodig kunnen hier nieuwe afspraken over gemaakt worden. Naar verwachting zullen onderwerpen die kwaliteit en rechtmatigheid raken aan de orde komen. Goede afstemming en communicatie met alle partijen is van groot belang. Er moet een goede analyse komen op de afspraken over kwaliteit en rechtmatigheid. Daarbij wordt bekeken of de toets op rechtmatigheid voldoende geborgd is binnen het Blik op Werk keurmerk. Ook over het eventueel beëindigen van een contract moeten nadere afspraken gemaakt worden. d.
Wat gaat het kosten?
Personele bezetting 2023 Het team van de module contractmanagement inburgering bestaat uit 2 medewerkers met in totaal 0,55 fte. Deze medewerkers zijn onderdeel van het team voor Inkoop Zorg, zodat zoveel mogelijk kennis en kunde gebundeld benut kan worden voor dit contractmanagement. De ambtelijke en bestuurlijke afstemming vindt plaats met de ambtenaren en bestuurders van gemeenten op het terrein van participatie. Begroting module – programmakosten en overhead A
25
Lasten en baten Realisatie Programma 2021 € x1.000 Personeelskosten Uitvoeringskosten Programmalasten € Deelnemende gemeenten Baten € Saldo € Onttrekking aan reserve Dotatie aan reserve Resultaat Programma € Overheadlasten Eindresultaat module
Primaire begroting 2022
€
-
€ €
-
€
-
B Gewijzigde begroting 2022
C Primaire begroting 2023
€ 44 €7 € 51 € 69 € 69 € 18
€ 45 €7 € 52 € 71 € 71 € 19
€ 18 € 19
€ 19 € 19
B-A
C-B
Verschil 2022
Verschil 2023-2022 € 44 €7 € 51 € 69 € 69 € 18 €0 €0 € 18 € 19
-€ 1 €0 -€ 1 -€ 1 -€ 1 €0 €0 €0 €0 €0
Toelichting: De begroting volgt de begroting uit het besluitdocument op basis waarvan de nieuwe module is ingevoerd.
Vorige pagina
Volgende pagina Naar inhoudsopgave
Meerjarenbegroting 2022-2026 en Uitvoeringsprogramma 2023
3.4
MGR beheerorganisatie
a. •
•
•
•
26
Met welke ontwikkelingen houden we rekening We zien veel ontwikkelingen in het sociaal domein die leiden tot afspraken tussen gemeenten en Rijk over verdere regionale samenwerking, kansen voor integraliteit binnen het sociaal domein en blijvende financiële druk bij gemeenten. Lokaal en regionaal wordt gezocht hoe hierop het beste kan worden ingespeeld en wat dit vraagt van regionale samenwerking. We volgen daarbij de nieuwe colleges in hun planvorming voor de komende jaren en sluiten daar zo goed mogelijk op aan vanuit de bestuurscommissies. De MGR krijgt vanaf 2022 te maken met een nieuwe samenstelling van het bestuur, de bestuurscommissies en de raden van de 11 deelnemende gemeenten. We zorgen dat ze via een overdrachtsdossier en bijeenkomsten goed geïnformeerd zijn zodat zij hun rol optimaal kunnen vervullen. Wijziging van wet- en regelgeving, zoals o de nieuwe wet gemeenschappelijke regelingen die meer ruimte biedt aan raden bij regionale samenwerking. o Wet- en regelgeving met effect op de uitvoering zoals rond privacy, informatievoorziening, digitale toegankelijkheid en archiefverplichtingen, waaronder de nieuwe Wet Open Overheid en Wet politie gegevens en in 2023 de nieuwe archiefwet. o Rechtmatigheidsverantwoording door het Dagelijks Bestuur die geïmplementeerd moeten worden en druk leggen op de uitvoering van de lean en mean uitvoeringsorganisatie.
In overleg met de deelnemende gemeenten en GR-en wordt gekeken wat de MGR zelf minimaal in huis moet hebben aan expertise. In onze modules wordt data-analyse steeds belangrijker. Gemeenten willen graag duiding van ontwikkelingen in het sociaal domein. Wij kunnen daarbij een informerende en signalerende rol hebben en bekijken de ontwikkelingen zo integraal mogelijk.
b.
Wat willen we bereiken?
De MGR als geheel biedt gemeenten in de regio centraal Gelderland de mogelijkheid om samen te werken op diverse terreinen in het sociaal domein. Dit biedt hen de mogelijkheid hun eigen doelstellingen beter te realiseren. De MGR beheerorganisatie is verantwoordelijk voor de bestuurlijke inbedding en randvoorwaarden voor de modules, zodat zij hun werk kunnen doen. Daarbij beogen we: het faciliteren van het bestuurlijke proces en het verminderen van de bestuurlijke druk voor bestuurders en de afstemming met de 11 gemeenten. het faciliteren van de modules om hun werk op een goede manier uit te kunnen voeren. Daarvoor is er passend HR-beleid zodat medewerkers hun talenten kunnen benutten en zich verder ontwikkelen en zich houden aan de gedragswijzer op het vlak van privacy beleid en informatie(veiligheid)beleid. De bedrijfsvoering is gericht op een goede interne financiële beheersing en controle. Dit laatste is mede nodig omdat het Dagelijks Bestuur vanaf 2022 verantwoordelijk is voor de rechtmatigheidsverklaring van uitgaven. het versterken van de integraliteit van de werkzaamheden en het bereiken van synergie binnen de MGR en kruisbestuiving tussen de modules en de deelnemende gemeenten zodat de toegevoegde waarde van de MGR verder toeneemt. c.
Wat gaan we daarvoor doen?
De MGR beheerorganisatie blijft ‘lean & mean’ in haar samenstelling. De focus ligt op het organiseren van het bestuurlijke proces en adequate bedrijfsvoering waarmee de werkzaamheden van de modules gefaciliteerd worden. Hiermee wordt integraliteit en synergie gerealiseerd.
Vorige pagina
Volgende pagina Naar inhoudsopgave
Meerjarenbegroting 2022-2026 en Uitvoeringsprogramma 2023
Integraliteit en kruisbestuiving De MGR denkt met gemeenten mee of nieuwe activiteiten binnen modules, van nieuwe modules of door activiteiten over de modules heen kunnen leiden tot kwalitatief betere dienstverlening tegen lagere kosten. Het MT stimuleert de kruisbestuiving tussen de modules en zoekt in samenwerking met medewerkers en deelnemende gemeenten naar meerwaarde over de grenzen van de modules heen, zodat de toegevoegde waarde van de MGR als geheel verder toeneemt. We zetten meer in op data analyse. Gemeenten willen graag duiding van ontwikkelingen in het sociaal domein. Wij hebben daarbij een informerende en signalerende rol en bekijken de ontwikkelingen zo integraal mogelijk. Bestuurlijk We bereiden de wijzigingen van de Wet gemeenschappelijke Regeling voor de MGR voor met de deelnemende gemeenten via de werkgroep juristen, raden en griffies en stemmen zo mogelijk af met andere GR-en in de regio en leggen de benodigde wijzigingen bestuurlijk tijdig voor. We informeren de nieuwe colleges en raden in het voorjaar van 2022 via een overdrachtsdossier. We richten ons op de goede introductie en informatievoorziening van de nieuwe samenstelling van algemeen bestuur, dagelijks bestuur en bestuurscommissies met en verzorgen informatiebijeenkomsten voor raadsleden over de MGR in het algemeen en de documenten waar ze in mei van ieder jaar mee te maken krijgen.
27
Verantwoording afleggen en communicatie De regeling van de MGR wordt aangepast in kader van de Wet Gemeenschappelijke Regeling met het doel de sturing vanuit gemeenten en hun raden en de informatievoorziening verder te vergroten. We betrekken raden aan de voorkant bij de planvorming via raadsbijeenkomsten, een kaderbrief voor 1 april bij de aangeleverde stukken en digitale nieuwsbrieven. We houden informatiebijeenkomsten voor raden in de periode dat raden besluiten moeten nemen of hun zienswijze kunnen geven en wanneer er andere relevante ontwikkelingen zijn. Vanuit modules kunnen raden ook actief bezocht worden met informatie en om met elkaar het gesprek aan te gaan. HR-zaken Bij de MGR wordt gewerkt op basis van talent- en opgavegericht werken – Time4talent. Deze werkwijze blijft vragen om nieuwe impulsen en onderhoud om haar meerwaarde te behouden en als onderdeel in de ontwikkelcyclus van de MGR. We combineren het met inspiratiebijeenkomsten over de vertaalslag van onze missie en visie en het werken vanuit de bedoeling. Zo worden medewerkers op verschillende manieren gestimuleerd zich te blijven professionaliseren en hun talenten in te zetten en verder te ontwikkelen om samen in te spelen op de ontwikkelingen in het sociaal domein.