Raadsakkoord Dinkelland 2026-2030.pdf
Tekst van het document
Raadsakkoord 2026-2030
richting voor vandaag, ruimte voor morgen.
richting voor vandaag, ruimte voor morgen. Raadsakkoord 2026–2030
2
Inleiding
De raad van Dinkelland bouwt voort op wat goed gaat in Dinkelland: sterke kernen, betrokken inwoners, hardwerkende ondernemers en een rijk verenigingsleven. Waar noaberschap geen woord is, maar een manier van leven. Tegelijkertijd staan wij voor grote opgaven, zoals het behouden van voorzieningen die essentieel zijn voor ontmoeting en samenleven, het zorgen voor betaalbare woningen die passen bij de lokale behoefte, toegankelijke ondersteuning en zorg dichtbij huis, het toekomstbestendig maken en houden van ons landelijk gebied, een duurzame leefomgeving, en dat alles op een gezonde financiële basis. Met dit raadsakkoord geven wij richting aan de periode 2026-2030. Wij kiezen voor een integrale aanpak, met maatwerk per kern en een sterke focus op preventie, samenwerking en een toegankelijke overheid, zodat beleid aansluit bij onze kernen en ruimte biedt aan initiatieven van inwoners, verenigingen en ondernemers. Daarbij nemen wij als raad van Dinkelland een duidelijke regierol, in nauwe samenwerking met inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners. Dit akkoord biedt richting en ruimte. Richting om keuzes te maken, en ruimte om in te spelen op ontwikkelingen die op ons afkomen. Zo werken wij samen aan een leefbaar, sociaal en toekomstbestendig Dinkelland, waarin iedereen mee kan doen.
Raadsakkoord 2026–2030
3
1
Sociaal en gezond samenleven
Wij willen dat iedereen mee kan doen. We investeren in preventie om problemen te voorkomen en in toegankelijkheid van ondersteuning en zorg als dit nodig is. Problemen zoals armoede, schulden, verslaving, (mentale) gezondheidsproblemen en eenzaamheid worden vroeg gesignaleerd. Zorg en ondersteuning worden eenvoudiger toegankelijk, met minder versnippering. Iedereen moet vanaf dag één kunnen meedoen.
Dinkelland staat voor een groeiende en complexere sociale opgave door vergrijzing, mentale druk, veranderende zorgvragen en druk op bestaanszekerheid. Tegelijk neemt de beschikbaarheid van zorgprofessionals en draagkracht van mantelzorg af. De inzet van de gemeente richt zich op het versterken van de sociale basis. Preventie, ondersteuning dichtbij en het vergroten van eigen regie staan centraal. Gezondheid wordt breed benaderd (meedoen, balans en welzijn). Sport, cultuur, onderwijs en sociale netwerken spelen hierin een belangrijke rol. Per levensfase verschilt de aanpak: •
Bij jongeren ligt de focus op de kansrijke start en (mentale) gezondheid;
•
Bij volwassenen concentreert de aanpak zich op de balans werk-privé en participatie;
•
Bij ouderen richt de inspanning zich op het langer vitaal blijven en voorkomen van eenzaamheid.
De rol van de gemeente verschuift naar een regierol en wordt samengewerkt met maatschappelijke en regionale partners. Migratie en opvang (asiel, statushouders, Oekraïners) vormen een aanvullende opgave, met nadruk op spreiding, inburgering en participatie. Continuïteit van financiering en capaciteit blijft een aandachtspunt. De gemeente wil daarbij meer sturen op resultaat.
Raadsakkoord 2026–2030
4
Sociaal en gezond samenleven Wij zetten in op: 1. Sneller signaleren en ondersteunen bij armoede, schulden, verslaving en mentale problemen. Door meer in te zetten op preventie worden problemen sneller herkend en organiseren we ondersteuning dichterbij. Daarmee willen we dure zorg voorkomen en mantelzorgers ontlasten. Door deze focus krijgen we meer grip op de maatschappelijke kosten. 2. We zetten in op het voorkomen en terugdringen van middelengebruik bij jongeren en eenzaamheid, met extra aandacht voor jongeren en ouderen. Bij ouderen hebben we ook aandacht voor dementie en willen we een dementievriendelijke(re) gemeente zijn. 3. Betere toegankelijkheid van zorg (met herkenbare en laagdrempelige toegangspunten), waarbij er sprake is van minder versnippering tussen organisaties en Noaberkracht. Uitwisseling van informatie tussen (interne) organisaties moet mogelijk zijn. We streven naar één gezin, één plan en één regisseur. 4. Versterking en ondersteuning van vrijwilligerswerk, mantelzorgers en verenigingen, onder andere door de inzet van onze dorpsondersteuners, consulenten en het leefbaarheidsfonds. 5. Voldoen aan de geldende wet- en regelgeving (o.a. de Spreidingswet) voor de opvang van asielzoekers en het huisvesten van statushouders. Daarvoor werken we waar mogelijk samen met onze buurgemeenten. 6.
Directe participatie in de samenleving van asielzoekers en statushouders bij aankomst in Dinkelland. Vanaf dag één doet men mee (zowel qua werk, taal en participatie) om vroege integratie te bevorderen. De inburgering start zo snel mogelijk om de stap naar de arbeidsmarkt te verkleinen. Dit doen we onder meer in samenwerking met ondernemers; ook zetten we in op versnelde huisvesting voor statushouders. De uitgangspunten van de Participatiewet worden hierbij toegepast. 7. Behouden, ontplooien en/of versterken van jeugdvoorzieningen en activiteiten (voor 12-18jarigen) in alle kernen. 8. Het koesteren van onze cultuur, tradities, Twentse taal en Twentse identiteit, bijvoorbeeld door het makkelijker maken van het organiseren van activiteiten of evenementen. We herijken daarvoor ons evenementenbeleid. 9. Werken moet lonen. We richten gemeentelijke regelingen waar het kan zo in dat iemand er financieel niet op achteruitgaat door te gaan werken. Leiden extra inkomsten toch tot achteruitgang, dan leveren we maatwerk. Daarbij bieden we voor de doelgroep een laagdrempelige toegang tot onder andere sport en cultuur. We zetten maximaal in op bestaande regelingen. 10. Het behoud van de kleine scholen.
Raadsakkoord 2026–2030
5
2
Duurzaamheid en toekomstbestendige leefomgeving
We kiezen voor haalbare en lokaal gedragen oplossingen, zoals alternatieve energiebronnen en ondersteuning van inwoners en ondernemers bij verduurzaming. Groen en klimaatadaptatie krijgen volop aandacht. Daarbij hebben we het streven om een zelfvoorzienende gemeente te worden.
De gemeente werkt aan een integrale transitie richting een duurzame leefomgeving, gedreven door klimaatverandering, energievraagstukken en schaarste van grondstoffen. Dit vertaalt zich in verduurzaming van woningen, klimaatadaptatie (onder meer op het gebied van water en hitte) en meer ruimte voor groen en energieopwekking. Daarbij is niet alleen techniek belangrijk, maar ook sociale haalbaarheid en betaalbaarheid. Energiearmoede en investeringsdrempels vragen om een doelgroepgerichte aanpak. De gemeente neemt de regierol en verbindt duurzaamheid met andere opgaven zoals wonen en gezondheid. Samenwerking met inwoners, bedrijven en regionale partners is cruciaal. Belangrijke randvoorwaarden zijn capaciteit, middelen, kennis en consistent beleid. Data-gedreven werken en goede communicatie zijn nodig om draagvlak te creëren en effecten te monitoren. Wij zetten in op: 11. Een mix van lokale en alternatieve energiebronnen en energiedragers (zoals geothermie, biogas, zon, wind, waterstof, etc.) met als doel om te beschikken over voldoende eigen (in de gemeente) opgewekte energie. Daarbij stellen we ook een warmteprogramma op. 12. Ondersteuning aan inwoners bij verduurzaming, vooral bij inwoners met beperkte eigen middelen. Daarbij geldt het uitgangspunt dat iedereen moet kunnen profiteren en meedoen.
Daarvoor stimuleren we energieopslag en lokale initiatieven en ondersteunen we lokale energiecoöperaties. We blijven zoeken naar lokale en regionale samenwerking. De samenwerking in “Energie van NOT” zetten we voort. 13. De actualisering van het soortenmanagementplan om beschermde diersoorten (zoals vleermuizen, vogels en insecten) te beschermen en tegelijkertijd uitvoering van duurzaamheidsmaatregelen binnen de bebouwde kom te versnellen. 14. Toepassing van meer groen in de kernen op bijvoorbeeld pleinen en op plaatsen waar de openbare ruimte is “versteend”. Daarmee willen we de hittestress tegengaan en de leefbaarheid verhogen. Daarnaast hebben we aandacht voor creatieve oplossingen en groen bij particuliere nieuwbouw.
Raadsakkoord 2026–2030
6
15. Verbetering en vereenvoudiging van afvalinzameling; onder meer door onderzoek te laten doen naar (gedeeltelijke) na-scheiding. 16. Het behouden van ons belang in afvalverwerker Twence. 17. Het uitbouwen van onze voorbeeldfunctie als het gaat om duurzame mobiliteit, bijvoorbeeld bij de vervanging van vervoermiddelen voor de buitendienst. 18. De verkenning van de mogelijkheden om huishoudelijk afval in te zamelen bij kleine ondernemers.
3
Ruimte, wonen en leefbare kernen
We versnellen de woningbouw en bouwen betaalbaar en passend bij de kernen. Het doel is hierbij het behoud van de voorzieningen voor sport, cultuur, onderwijs en ontmoetingsplekken. Daarmee behouden we de vitaliteit van de diverse kernen. De focus ligt op starters, senioren en doorstroming.
De gemeente staat voor de opgave om met beperkte middelen scherpere keuzes te maken in het ruimtelijk domein. Prioritering vindt plaats op basis van (het behoud van) vitaliteit, ontwikkelpotentieel en maatschappelijke impact. Gebiedsgericht werken wordt belangrijker: wonen, voorzieningen, mobiliteit en sociale opgaven worden integraal afgewogen. Woningbouw speelt hierin een sleutelrol, vooral waar deze bijdraagt aan het behouden van leefbaarheid en voorzieningen in de kernen. Tegelijkertijd vragen de vergrijzing, kleinere huishoudens en veranderende woonbehoeften om een meer divers en betaalbaar woningaanbod. De inspanningen van de gemeente richten zich op versnelling van woningbouw; de verduurzaming van de bestaande voorraad en het mogelijk maken van levensloopbestendig wonen. Ook wordt gestuurd op samenhang tussen wonen en voorzieningen zoals zorg, onderwijs en ontmoeting. Strategisch grondbeleid en samenwerking met partners (zoals de woningcorporaties) zijn essentieel om regie, tempo en kwaliteit te borgen.
Raadsakkoord 2026–2030
7
Wij zetten in op: 19. Versnelling van woningbouw in alle kernen, waarbij ook aandacht blijft voor meer betaalbare woningen voor starters en senioren. 20. Bouwen naar lokale behoefte en noodzaak voor behoud van vitaliteit (per kern maatwerk). Daarvoor wordt het volkshuisvestingsbeleid geactualiseerd. 21. Stimulering van doorstroming. Dat doen we onder meer door onderzoek naar en toepassing van nieuwe woonvormen, zoals meer-generatie hofjes, mantelzorgwoningen (ook zonder medische indicatie) en geclusterde woonvormen. Hierbij wordt ook semipermanente bouw betrokken. Ook kijken we naar het splitsen, optoppen of delen van bestaande woningen. 22. Behoud en versterking van voorzieningen en ontmoetingsplekken; daarvoor stellen we een integraal strategisch accommodatiebeleid op. 23. Actualiseren van de “Nota inbreidingslocaties” om meer ruimte voor woningbouw te verkrijgen (ook aan de randen van kernen), met oog voor behoud/versterking van groene functies in de kernen. 24. Regie op woningbouw en doelgroepenbeleid binnen de wettelijke mogelijkheden (met zoveel mogelijk voorrang voor eigen inwoners). 25. Waarborgen dat er voldoende aanbod aan starterswoningen is èn blijft. Daarvoor onderzoeken we instrumenten om nieuw toegevoegde goedkope en betaalbare woningen in Dinkelland te behouden voor de lokale vraag. 26.
Onderzoeken van alternatieven voor de huidige lotingsystematiek van toewijzing van kavels. Bij grondverwerving hanteren we een actieve grondpolitiek. 27. Onderzoek naar de mogelijkheden om binnen het toewijzingsbeleid van de woningcorporaties, inwoners van Dinkelland meer kans te geven om een sociale huurwoning in de kern of gemeente te kunnen huren. 28. Passend bij onze gemeente bijdragen aan de Regionale Ontwikkelstrategie Twente (ROS). 29. Periodieke informatievoorziening aan de gemeenteraad (gekoppeld aan de P&C cyclus) over de voortgang van de woningbouwambities.
Raadsakkoord 2026–2030
8
4
Openbare ruimte, verkeer en mobiliteit, stedelijk water en klimaat
De openbare ruimte ontwikkelt zich van een beheeropgave naar een strategisch instrument voor het behalen van maatschappelijke doelen. We koppelen investeringen in onderhoud aan doelen zoals leefbaarheid, gezondheid en klimaatadaptatie.
Voor verkeer en mobiliteit ligt de nadruk op verkeersveiligheid (o.a. via het Strategisch Plan Verkeersveiligheid (SPV)), de monitoring van verkeersstromen en de aanpassing aan veranderende mobiliteit (zoals laadinfrastructuur en 30 km-zones). Er komt ruimte voor maatwerk, bijvoorbeeld in parkeerbeleid. Klimaatverandering zorgt voor extra druk op waterbeheer (door wateroverlast, droogte en hitte). Dit vraagt om integrale oplossingen waarin riolering, groen en ruimtelijke inrichting samenkomen. De koers van de gemeente is integraal en meerjarig, gericht op een leefbare en toekomstbestendige fysieke leefomgeving.
Wij zetten in op: 30. Verbeteren van de verkeersveiligheid, zoals op fietspaden, schoolroutes en in kernen, en gaan daarbij uit van ‘ervaren onveiligheid’ in combinatie met data. We stellen daarvoor een meerjarenprogramma verkeersveiligheid op via de SPV-aanpak . Dit doen we zoveel mogelijk samen met betrokken inwoners en ondernemers. 31. Verbeteren van het openbaar vervoer en regionale bereikbaarheid door meer samenwerking met buurgemeenten. We willen meer invloed op voorwaarden en de gunning van vervoersdiensten. 32. Het geven van het goede voorbeeld als gemeente op klimaatadaptatie (zoals wateropvang, vergroening in bebouwde omgeving, ‘tegels wippen’). We dringen de verstening van parkeerplekken terug. We zetten de subsidieregeling ‘Groene klimaat-adaptieve maatregelen Dinkelland 2025-2028’ voort. 33. Maatwerk in parkeerbeleid. We kijken daarbij naar de parkeeropgave per kern en per bouwproject. 34. Evalueren van het huidige kwaliteitsniveau van de openbare ruimte. 35. Het beter bekend maken van het ‘uitdaagrecht’ en daaraan binnen de toepasselijke kaders meewerken. 36. Actualiseren van het reclamebeleid om wildgroei aan reclame, spandoeken en overige objecten tegen te gaan.
Raadsakkoord 2026–2030
9
5
Buitengebied, recreatie en transitie van het landelijk gebied
Wij behouden de kwaliteit van ons landschap en geven ruimte aan ontwikkeling daar waar het kan. De agrarische sector krijgt perspectief, terwijl landschap, biodiversiteit en leefbaarheid worden versterkt.
Het buitengebied staat voor complexe, samenhangende transities rondom landbouw, natuur, water en ruimtegebruik. Afnemende agrarische bedrijven, strengere regelgeving en toenemende recreatiedruk maken dit een beleidsveld met de nodige uitdagingen. De strategie is gericht op een integrale benadering waarin landbouw, natuur, wonen en recreatie elkaar versterken. Er wordt gezocht naar aanvullende of nieuwe verdienmodellen en maatwerk per gebied, met behoud van karakter van het gebied, met goed noaberschap. Recreatie en toerisme worden gezien als kans om het unieke karakter van Dinkelland te versterken, in combinatie met de agrarische sector. Regionale samenwerking in Noordoost-Twente is essentieel om daarbij tot gezamenlijke keuzes te komen. Heldere communicatie, bestuurlijke consistentie en lange termijn inzet zijn noodzakelijk vanwege onzekerheden en beperkte ruimte.
Wij zetten in op: 37. Het ondersteunen van onze boeren bij het behoud van (of vinden van nieuw) passend perspectief en het voortzetten en waar nodig versterken van kennis- en informatiedeling. Daarmee zetten we het beleid ‘Buitengebied in Balans’ voort. 38. Het behouden, versterken en handhaven van ons karakteristieke coulisselandschap. We stimuleren daarbij biodiversiteit en langjarig agrarisch natuurbeheer, als deel van het agrarische verdienvermogen. 39. Een gezonde balans tussen toerisme en leefbaarheid. De variatie in toeristisch aanbod heeft daarbij onze aandacht. Daarvoor stellen we een economische geografische strategie vast. 40. Het bieden van ruimte voor ondernemers in het buitengebied. Daarbij kijken we nadrukkelijk naar het hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing. 41. Ontwikkeling van een integrale visie op het landelijk gebied, die in de Omgevingsvisie en de bijbehorende waardenkaart wordt verwerkt. Daarvoor evalueren en herijken we het beleid ‘Buitengebied met kwaliteit’. We willen daarbij meer invloed op het provinciaal grondbeleid en streven naar een gebiedsgerichte benadering. We zijn terughoudend bij nieuwe bouwlocaties in het buitengebied en richten ons daarbij op de randen van de kernen.
Raadsakkoord 2026–2030
10
6
Economie, werk en regionale ontwikkeling
We versterken de lokale economie door ruimte te geven voor ondernemers, de regeldruk te verminderen en bedrijvigheid uit te breiden. Werk en talent blijven behouden in de regio.
De economie van Dinkelland staat onder invloed van digitalisering, verduurzaming en arbeidsmarktkrapte. Een sterke lokale economie blijft essentieel voor de leefbaarheid en het behoud van voorzieningen. De koers van de gemeente richt zich op een veerkrachtige economie met ruimte voor ondernemerschap, innovatie en duurzame werkgelegenheid. De agrarische sector, MKB en maakindustrie vormen daarbij de basis. Belangrijke speerpunten daarbij zijn talentbehoud (vooral jongeren); de verbinding tussen onderwijs en de arbeidsmarkt en de beschikbaarheid van bedrijventerreinen en infrastructuur. De gemeente neemt een meer regisserende rol en ontwikkelt een strategische economische visie met een concrete uitvoeringsagenda. Regionale samenwerking binnen Twente is daarbij cruciaal.
Wij zetten in op: 42. Uitbreiding van bedrijventerreinen die passen bij de omvang van de kern en bij de lokale behoefte (ook in kleine kernen) en daarnaast optimalisatie van het gebruik van bestaande bedrijventerreinen. 43. Ondersteuning van ondernemers. Daarbij kijken we ook naar de mogelijkheden om de regeldruk te verminderen. 44. Het behoud (en aantrekken) van talent en werkgelegenheid, zowel lokaal als voor de regio. Dit doen we onder andere door regionaal samen te werken in 3-O verband (OnderwijsOndernemers-Overheid). 45. Het opstellen van een economische visie met uitvoeringsprogramma, rekening houdend met de regionale visie.
Raadsakkoord 2026–2030
11
7
Veiligheid en weerbaarheid
We blijven inzetten op een veilige en weerbare gemeente. Daarbij leggen we de nadruk op preventie, zichtbaarheid van handhaving en een hogere meldingsbereidheid.
Veiligheidsvraagstukken worden complexer door o.a. ondermijning, digitalisering, polarisatie en maatschappelijke druk. Veiligheid raakt steeds meer het sociale domein, en andersom. De strategie richt zich op preventie, vroegsignalering en het versterken van sociale cohesie. De gemeente vervult een regierol en werkt samen met partners zoals politie, zorgpartners en onderwijs. Ook de weerbaarheid van de eigen organisatie (informatiebeveiliging, capaciteit en continuïteit) vraagt aandacht.
Wij zetten in op: 46. Een integraal veiligheidsplan voor heel Noordoost-Twente, waarbij we ook naar de integrale uitvoering van dit plan streven. 47. Versterken van sociale stabiliteit en -samenhang en het tegengaan van ongewenste polarisatie, radicalisering en maatschappelijke onrust. Daarvoor zetten we de 'Town Deal Krachtige Kernen’ voort. 48. Een zichtbare en aanspreekbare politie en handhaving in alle kernen en het buitengebied. Handhavingsactiviteiten worden geprioriteerd. 49. De verhoging van de meldingsbereidheid (laagdrempelig en eventueel anoniem) door het faciliteren of het onder de aandacht brengen van een toegankelijk meldpunt. 50. Voorkomen en anders aanpakken van (de effecten van) ondermijnende criminaliteit. 51. Verhoging van de weerbaarheid en samenredzaamheid van de gemeente, inwoners en ondernemers, ook op het gebied van digitale veiligheid. Grensoverschrijdende samenwerking met Duitse hulpdiensten op het gebied van brandweer- en ambulancezorg blijven we ontwikkelen. 52. Het opstellen van een plan van aanpak voor het tegengaan van geweld in afhankelijkheidsrelaties, zoals femicide en intiem terreur.
Raadsakkoord 2026–2030
12
8
Bestuur, organisatie en dienstverlening
Wij zijn een toegankelijke en betrouwbare overheid. We werken dichter bij inwoners, met een gebiedsgerichte aanpak per kern. De gemeente wordt toegankelijker, persoonlijker en efficiënter, met een wendbare organisatie en sterke regionale samenwerking.
De gemeente moet wendbaar en robuust zijn in een steeds complexer speelveld met meer samenwerking en hogere eisen aan dienstverlening. De strategie richt zich op: •
Gebiedsgericht werken en participatie
•
Betere aansluiting bij inwoners (Mijn Dinkelland 2040)
•
Minder regeldruk
•
Digitalisering en data-gedreven werken
•
Versterking van organisatie en personeel
Regionale samenwerking wordt belangrijker, terwijl tegelijkertijd het lokale perspectief behouden moet blijven. Door beperkte capaciteit zijn scherpe keuzes en prioritering noodzakelijk.
Wij zetten in op: 53. Gebiedsgericht werken; dat doen we per kern en samen met inwoners én de raad. Daarmee stimuleren we participatie en initiatieven uit de samenleving. 54. Dienstverlening aan inwoners die laagdrempelig is en voor de inwoners dichtbij. Bijvoorbeeld door zowel digitale dienstverlening als persoonlijk contact op centrale locaties in de kernen, of via samenwerking met omliggende gemeenten. Uitgangspunt is dat communicatie van de gemeente duidelijk is. 55. Een efficiëntere, zakelijkere (mens- en resultaatgerichte) en wendbare ambtelijke organisatie (Noaberkracht). 56. De vermindering van onze eigen regels, door de huidige regelgeving kritisch te evalueren om initiatieven (sneller) te belonen en mogelijk te maken. Daarbij verkennen we ook structurele financiering van inwonersinitiatieven (op het niveau van initiatief en kern). 57. Toepassing van de MKB-toets, waarbij ondernemers worden geraadpleegd als nieuwe wet- of regelgeving belangrijke gevolgen voor het MKB heeft.
Raadsakkoord 2026–2030
13
58. Een open houding voor (intensievere) samenwerking met de gemeenten in NoordoostTwente. 59. Het verantwoord omgaan met financiële middelen, waarbij het uitgangspunt is om de lokale lasten betaalbaar te houden. 60. Werken op basis van vertrouwen, richting inwoners, ondernemers, het college en elkaar. 61. De jaarlijkse evaluatie van dit raadsakkoord, ter voorbereiding op de perspectiefnota.
Tot slot
Dit raadsakkoord geeft richting. Wij kiezen voor een Dinkelland: •
waar iedereen mee kan doen,
•
waar het prettig wonen en werken is,
•
en waar we samen verantwoordelijkheid nemen voor de toekomst.
De financiële ruimte is echter beperkt. Er is nauwelijks ruimte voor nieuw beleid; keuzes moeten grotendeels binnen bestaande middelen worden gemaakt. Tegelijkertijd zijn er risico’s door externe ontwikkelingen. Reserves (zoals algemene reserve en RIBAM) bieden alleen ruimte voor incidentele uitgaven. De financiële situatie vraagt om voorzichtigheid, prioritering en strak financieel beheer. Met beperkte middelen en toenemende complexiteit zijn samenhang, prioritering en lange termijn keuzes cruciaal voor een toekomstbestendig Dinkelland.
Raadsakkoord 2026–2030
14
Vastgesteld door de gemeenteraad van Dinkelland op 26 mei 2026 Fractie Lokaal Dinkelland, Benny Tijkotte Fractie CDA Dinkelland, Marc Smellink Fractie Dinkellandse VVD, Joris Poffers Fractie BBB Dinkelland, Jos Lentfert Fractie Progressief Dinkelland, Cel Severijn
richting voor vandaag, ruimte voor morgen.
Raadsakkoord 2026–2030
15
richting voor vandaag, ruimte voor morgen
Raadsakkoord 2026–2030
16