CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Omgevingsplan Grotestraat 4 Rossum Motivering

Gemeenteraad 23 juni 2026, gemeente DinkellandBij agendapunt: 10: Voorstel inzake vaststelling omgevingsplan “TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22g Rossum, Grotestraat 4”20.930 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

4 alinea's met “bopa”: 220 222 253 280

Uit de analyseresultaten is nog één monster gekomen die de interventiewaarde overschrijd voor koper. Hiernaast zijn er zijn twee monsters aangetroffen waarbij de interventiewaarde niet wordt overschreden, maar de waarde voor de kwaliteitsklasse wonen wel wordt overschreden (functieklasse industrie). Echter is door de aangrenzende bebouwing, de aanwezige groenstrook en de omliggende boringen welke na analyse onder de klasse wonen bleken te liggen, de verontreiniging alsnog voldoende afgeperkt. Tijdens het nader onderzoek met betrekking tot asbest zijn sleuven rondom de eerder gevonden asbest verontreiniging geplaatst. Ook uit deze resultaten is de verticale verontreiniging voldoende in beeld, maar de horizontale nog niet. Er zijn twee sleuven aangetroffen waarbij de interventiewaarde voor asbest reeds wordt overschreden. Om deze reden zijn er tevens nieuwe sleuven geplaatst. Met betrekking tot asbest is er één sleuf aangetroffen waarbij de wettelijke norm voor nader onderzoek is overschreden. In het opvolgende nader onderzoek zijn er nieuwe sleuven rondom de betreffende sleuf geplaatst. Uit de analyseresultaten is gebleken dat er in de onderzochte sleuven geen asbest meer is aangetroffen. Hierbij is tevens de asbestverontreiniging volledig afgeperkt. bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22g Rossum, Gro testraat 4

43

De verontreinigingen bevinden zich onder de puinverharding, welke circa 15 cm dik is. De koper- en asbestverontreiniging zit tot een diepte van circa 50/80 cm-mv. Gezien het PFAS-gehalte mag de grond ter plekke van de onderzoekslocatie niet worden toegepast in een grondwaterbeschermingsgebied, tenzij gebied specifiek beleid dit toestaat. De bestaande verontreinigingen dienen te worden gesaneerd alvorens de locatie geschikt is voor het beoogde gebruik voor wonen. 5.11.3 Conclusie Het aspect bodem staat niet aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg.

5.12

Waterbelang

5.12.1 Algemeen Artikel 5.37 van het Bkl stelt dat in een omgevingsplan rekening wordt gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Naast de specifieke regels als gesteld in paragraaf 5.1.3 Bkl over onderdelen van het watersysteem in het omgevingsplan, worden voor een duiding van de gevolgen voor het beheer van het watersysteem, de opvattingen van het bestuursorgaan dat is belast met het beheer van die watersystemen betrokken. Denk bijvoorbeeld aan (instructie)regels (al dan niet ter nastreving van omgevingswaarden*) uit de provinciale omgevingsverordening en de waterschapsverordening. Daarnaast bevatten de artikelen 5.38 t/m 5.49 Bkl rijksregels met betrekking tot: 1. het voorkomen van belemmeringen voor primaire waterkeringen; 2. het bouwen binnen kustfundamenten buiten stedelijk gebied; en 3. het ontplooien van activiteiten in en nabij grote rivieren en het IJsselmeergebied. Het is aan het bevoegd gezag om te bepalen hoe andere bestuursorganen bij de besluitvorming worden betrokken bij de weging van het waterbelang. Zodoende is de oorspronkelijke watertoets niet langer voorgeschreven en is de gemeente vrij om hier zelf invulling aan te geven. Ten slotte zijn de regels van art. 5.165 Bkl en paragraaf 22.3.8 uit de bruidsschat van belang met betrekking tot het lozen van (industrieel) afvalwater in het openbaar vuilwaterriool.

Artikel 5.165 Bkl schrijft voor in welke gevallen het omgevingsplan lozingen van industrieel afvalwater mag toestaan. Gemeenten kunnen voor sommige lozingen specifieke regels stellen. In het algemeen is de specifieke zorgplicht voor milieubelastende activiteiten die in de bruidsschat zijn. Watersysteem In het waterbeheer van de 21e eeuw worden duurzame, veerkrachtige watersystemen nagestreefd. Dit betekent concreet dat droge perioden worden doorstaan zonder droogteschade, vissterfte en stank, en dat in natte perioden geen overlast optreedt door hoge grondwaterstanden of inundaties vanuit oppervlaktewateren. Problemen worden niet afgewenteld op andere gebieden of latere generaties. Het principe 'eerst vasthouden, dan bergen, dan pas afvoeren' is hierbij leidend. Rijk, provincies en gemeenten hebben in het Nationaal Bestuursakkoord Water doelen vastgelegd voor het op orde brengen van het watersysteem. Afvalwaterketen Het zoveel mogelijk scheiden van vuil en schoon water is belangrijk voor het bereiken van een goede waterkwaliteit. Door te voorkomen dat grote hoeveelheden relatief schoon hemelwater door rioolstelsels worden afgevoerd, neemt het aantal overstorten van verontreinigd rioolwater op oppervlaktewater af en neemt de doelmatigheid van de rioolwaterzuivering toe.

Hierdoor verbetert zowel de kwaliteit van oppervlaktewateren waarop overstorten plaatsvinden als de kwaliteit van het effluent ontvangende oppervlaktewater. Indien het schone hemelwater door middel van infiltratie in het gebied wordt vastgehouden alvorens het wordt afgevoerd naar oppervlaktewater, draagt dit bovendien bij aan de duurzaamheid van het watersysteem. Vandaar dat het principe 'eerst schoonhouden, dan scheiden, dan pas zuiveren' een belangrijk uitgangspunt is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Als het hemelwater niet wordt aangekoppeld of wordt afgekoppeld van het bestaande rioolstelsel is oppervlakkige afvoer en infiltreren in de bodem uitgangspunt. Als infiltratie in de bodem niet mogelijk is, is lozing op het oppervlaktewater via een bodempassage gewenst.

44

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22g Rossum, Grotestraat 4

5.12.2 Onderzoek Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is door civieltechnisch ingenieursbureau Twin een waterhuishoudkunig plan opgesteld. In Bijlage 16 is de Rioleringstekening opgenomen en in Bijlage 17 de Waterbergingsopgave. Lycens B.V. heeft het waterschap Vechtstromen geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft ertoe geleid dat de normale procedure toepassing is. Weging van het waterbelang Bestaande waterhuishoudkundige situatie Wateroverlast Figuren 5.9 en 5.10 tonen uitsnedes van de Klimaateffectatlas. De figuren tonen de resultaten van modelmatig onderzoek naar het optreden van wateroverlast bij piekbuien van 70 mm en 140 mm per 2 uur. Op basis van de figuren kan in het plangebied wateroverlast optreden wanneer nu een hevige bui plaatsvindt.

Figuur 5.9: Waterdiepte bij hevige bui 70 mm

Figuur 5.10: Waterdiepte bij hevige bui 140 mm Overstromingsrisico Figuur 5.11 toont een uitsnede van de overstromingskansenkaart van Rijkswaterstaat. Op basis van het kaartbeeld geldt voor het plangebied geen overstromingsrisico.

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22g Rossum, Gro testraat 4

45

Figuur 5.11: Kaart overstromingskans Grondwater In het Twents waternet zijn drie peilbuizen opgenomen in Rossum. Figuur 5.12 toont hier een uitsnede van. Figuur 5.13 toont de hoogste grondwaterstanden van deze peilbuizen. Op basis hiervan is sprake van een GHG van circa 1,00 tot 1,80 m-mv. Tijdens het door Lycens uitgevoerde verkennend bodemonderzoek is grondwater aangetroffen op 0,75 m-mv.

Figuur 5.12: Peilbuizen Rossum

Figuur 5.13: Grondwaterstanden Op basis van figuur 5.14 ligt het plangebied niet in een grondwaterbeschermingsgebied.

46

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22g Rossum, Grotestraat 4

Figuur 5.14: Grondwaterbeschermingsgebieden Afvalwater In de bestaande situatie wordt afvalwater afgevoerd op het bestaande vuilwaterriool onder de Grotestraat. Toekomstige waterhuishoudkundige situatie Het voornemen loopt geen verhoogd risico op mogelijke wateroverlast als gevolg van overstromingen. Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. In het verleden is er in of rondom het plangebied geen wateroverlast of grondwateroverlast geconstateerd. Waterberging In de planvorming is met gemeente een waterbergingseis in voorzieningen overgeengekomen van 26 mm per m2 verhard oppverlak. Het waterschap adviseert bij inbreidingen de toename in verharding te compenseren. Deze berging hoeft niet alleen in voorzieningen, maar kan bijvoorbeeld ook op maaiveld. Conform Bijlage 17 is het totaal verhard oppervlak in de beoogde situatie 2427,5 m2. De bergingseis in voorzieningen bedraagt daarmee 63 m3. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling worden in het plangebied zowel een infiltratie- & transportriool als een wadi aangelegd, om hemelwater vast te houden en vervolgens te infiltreren. Deze voorzieningen hebben een bergingscapaciteit van 63 m3. In de beoogde situatie wordt dus voldaan aan de geldende bergingseis in voorzieningen.

Op basis van de grondwaterstanden zoals beschreven onder 'Toekomstige situatie' vormt de grondwaterstand geen belemmering voor de functionering van het infiltratieriool en de wadi. Daarnaast zijn voldoende mogelijkheden aanwezig om de toename in verharding te compenseren, door bij intense regenval hemelwater tijdelijk vast te houden in het infiltratie- & transportriool, de wadi, op het maaiveld zoals in de groenstroken, ter plaatse van de halfverharding of op straat, vervolgens te infiltreren en vertraagd af te voeren. Aanleghoogte Het waterschap adviseert een aanleghoogte van de woningen van 30 cm boven de as van de weg. Dit is een advies, geen eis. Voor kavel 1 - 7 is de aanleghoogte 23 cm boven de as van de weg. Voor kavel 8 - 14 is de aanleghoogte 27 cm boven de as van de weg. Dit zal niet leiden tot wateroverlast omdat in de te realiseren wadi sprake is van overcapaciteit. Afvalwater Er wordt een nieuw gescheiden riool aangelegd. Afvalwater afkomstig van de beoogde bebouwing wordt afgevoerd op het bestaande riool. Voor de Rioleringstekening wordt verwezen naar Bijlage 16. Hemelwater van bebouwing wordt via het aan te leggen infiltratieriool afgevoerd op de nieuw te realiseren wadi. Oppervlaktewater Direct ten oosten van het plangebied is een beek gelegen, die in beheer is van het waterschap. Ten oosten van de beek is een onderhoudsstrook gelegen.

De beoogde ontwikkeling, zowel de realisatie van de woningen als het geluidscherm, vindt plaats buiten de watergang en naastgelegen onderhoudsstrook. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling worden dus geen watergangen gedempt dan wel aangetast. bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22g Rossum, Gro testraat 4

47

Grondwater Bij een GHG hoger dan 80cm-maaiveld adviseert het waterschap kruipruimtevrij te bouwen. In het plan zijn geen kelders voorzien. 5.12.3 Conclusie Ten behoeve van een goede waterhuishoudkundige inrichting is in de planregels een voorwaardelijke verplichting opgenomen ten behoeve van de realisatie van voldoende waterberging. Geconcludeerd wordt dat met de wijziging van het omgevingsplan middels voorliggend TAM-omgevingsplan, met betrekking tot het waterbelang, sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

5.13

Spuitzonering

5.13.1 Algemeen Er zijn in Nederland geen wettelijke bepalingen over het minimaal aan te houden afstand tussen gronden waarop gewassen (zoals fruitbomen) in de open lucht worden geteeld en nabij gelegen woningen. Op dit moment bestaat er nog geen wetgeving die spuitzones regelt. Om deze reden is vanuit de rechtspraak de norm van 50 meter afstand ontstaan. “In het algemeen wordt een afstand van 50 meter tussen gevoelige functies en agrarische activiteiten waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, niet onredelijk geacht.” Dit blijkt uit vaste rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) (zie bijvoorbeeld ABRvS 15 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2044, rechtsoverweging 19.4 en ABRvS 5 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:807, rechtsoverweging 6.1). Daarnaast is het op basis van jurisprudentie mogelijk om deze afstand te verkleinen als daar onderzoek aan ten grondslag ligt en dient per geval een locatiespecifieke afweging plaats te vinden. Hierbij dient opgemerkt te worden dat vrijwel alle jurisprudentie en discussie m.b.t. spuitzones betrekking heeft op het telen van fruit- en laanbomen. 5.13.2 Onderzoek Met voorliggend plan wordt een gevoelige functie mogelijk gemaakt, namelijk wonen. Ten noordoosten van het plangebied liggen percelen met een agrarische functie. Uit onderstaande figuur volgt dat slechts een klein deel van het agrarische perceel (ca.

40 m2) binnen de 50 meter zonering van de woonfunctie ligt.

Figuur 5.15: Contouren 48

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22g Rossum, Grotestraat 4

In werkelijkheid lijkt het er bovendien op dat de betreffende gronden als opslagplek voor landbouwvoertuigen wordt gebruikt. Daarmee is het zeer onwaarschijnlijk dat op het betreffende deel van het perceel gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast, of dat dit in de nabije toekomst zal gaan gebeuren.

Figuur 5.16: Werkelijk gebruik Tussen het plangebied en het agrarische perceel ligt de Oldenzaalsestraat, een weg met een hoge verkeersintensiteit. Ook staan op beide perceelgrenzen bomen en opgaand groen. In de bestaande situatie worden op het betreffende deel van het agrarische perceel binnen de 50 meter contour geen gewasbeschermingsmiddelen toegepast. Gelet op de situatie stuit het realiseren van een gevoelige functie binnen de 50 meter contour van het agrarische perceel niet op zwaarwegend bezwaar, aangezien uit de beoordeling blijkt dat er geen sprake is van onevenredige hinder of belemmering van het agrarisch gebruik. 5.13.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat het aspect spuitzonering geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het plan.

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22g Rossum, Gro testraat 4

49

50

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22g Rossum, Grotestraat 4

Hoofdstuk 6

Financiële haalbaarheid

De investeringen die nodig zijn voor de te realiseren ontwikkelingen moeten passen in de budgetten die daarvoor beschikbaar zijn. Partijen die bouwen in de kernen, dorpen en in het buitengebied dragen op twee manieren bij aan Dinkelland. Enerzijds door direct invulling te geven aan de visie voor de fysieke leefomgeving, zoals verwoord in MijnOmgevingsvisie. Anderzijds via financiering van deze ruimtelijke ontwikkelingen via kostenverhaal en financiële bijdragen voor ontwikkelingen ter verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Ter uitvoering van deze visie heeft de gemeenteraad het Programma Kostenverhaal vastgesteld ten behoeve van een eenduidige en transparante manier van kosten verhalen bij bouwplannen en activiteiten vanwege gebruikswijzigingen in de gemeente. De gemeente borgt het kostenverhaal en de financiële bijdrage voor een ruimtelijke ontwikkeling in een anterieure overeenkomst. Naast het kostenverhaal en een financiële bijdrage wordt in een anterieure overeenkomst ook het verhaal van nadeelcompensatie geregeld. Mogelijke claims voor nadeelcompensatie worden altijd doorgelegd aan initiatiefnemer. Voor onderhavige ontwikkeling is met initiatiefnemer een anterieure overeenkomst gesloten. Los van het kostenverhaal zijn initiatiefnemers leges verschuldigd voor het doorlopen van de planologische procedure.

Hierop is de legesverordening en de bijbehorende tarieventabel van toepassing, welke jaarlijks wordt vastgesteld. Gelet op het vorengaande is het onderhavige initiatief financieel uitvoerbaar.

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22g Rossum, Gro testraat 4

51

52

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22g Rossum, Grotestraat 4

Hoofdstuk 7 Juridische verantwoording 7.1 Inleiding In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van voorliggend TAM-omgevingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is. Met het TAM-IMRO omgevingsplan ‘TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22g Rossum, Grotestraat 4’ wordt de bestaande horecafunctie verkleind ten behoeve van het mogelijk maken van 14 wooneenheden, bijbehorende (bouw)werken en voorzieningen zoals wegen en groen. Deze wijziging op het tijdelijk deel van het Omgevingsplan gemeente Dinkelland is technisch opgesteld conform het InformatieModel Ruimtelijke Ordening (IMRO), maar is inhoudelijk uitgewerkt op basis van de vereisten volgens de Omgevingswet.

7.2 Opzet regels Op 1 januari 2024 is het omgevingsplan van rechtswege ontstaan. Dit omgevingsplan bestaat uit alle ruimtelijke plannen, waaronder bestemmingsplannen en wijzigingsplannen, en uit de Bruidsschat die de gemeente van het Rijk heeft ontvangen. In deze Bruidsschat zitten onder meer regels voor milieubelastende activiteiten en bouwactiviteiten. Gemeenten krijgen tot 1 januari 2032 de tijd om het omgevingsplan van rechtswege en andere regels over de fysieke leefomgeving om te zetten naar een nieuw omgevingsplan. Op grond van artikel 2.4 en 22.6 van de Omgevingswet kan de gemeenteraad het omgevingsplan van rechtswege (laten) wijzigen. Toepassing TAM-IMRO De Omgevingswet integreert wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Het DSO ondersteunt bij de uitvoering van de wet bestaat uit lokale systemen van overheden en de landelijke voorziening (DSO-LV), zoals Regels op de kaart en het Omgevingsloket. Er zijn tijdelijke alternatieve maatregelen (TAMs) ontwikkeld voor organisaties die nog geen gebruik kunnen maken van lokale of landelijke onderdelen van het DSO. Een van deze TAMs is TAM-IMRO. Bij TAM-IMRO wordt het omgevingsplan gewijzigd via de – onder de Wet ruimtelijke ordening gebruikte – IMRO-standaard en de voorziening ruimtelijkeplannen.nl. Het gebruik van TAM-IMRO is toegestaan tot en met 31 december 2025.

Als het ontwerp van een TAM-IMRO omgevingsplan uiterlijk 31 december 2025 ter inzage is gelegd, mag het ook na 1 januari 2026 worden afgemaakt met TAM-IMRO. Werkingsgebied De regels in dit TAM-IMRO omgevingsplan zijn van toepassing op de locatie Grotestraat 4 in Rossum, waarvan de geometrisch bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1774.TAMKKROSGROTESTR4-OW01 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl. In hoofdstuk 1 van deze ruimtelijke motivering is een overzichtskaart van het werkingsgebied c.q. plangebied opgenomen. 7.2.1

Preambule

In de preambule is opgenomen dat het TAM-IMRO omgevingsplan gelezen moet worden als hoofdstuk in het gemeentelijk omgevingsplan en de artikelen als paragrafen van dat hoofdstuk. Dit om onduidelijkheden met het omgevingsplan van rechtswege te voorkomen. 7.2.2

Inleidenderegels

Hoofdstuk 1 van de regels bevat inleidende regels die gelden voor het gehele plangebied en bestaat uit: Artikel 1 Begripsbepalingen: In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen, voor een eenduidige interpretatie van deze begrippen; Artikel 2 Meet- en rekenbepalingen: Dit artikel geeft de meet- en rekenbepaling en de ondergeschikte bouwdelen weer; Artikel 3 Toepassingsbereik: Dit artikel geeft aan voor welk werkingsgebied de regels van toepassing zijn. bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22g Rossum, Gro testraat 4

53

Tevens wordt aangegeven dat specifieke artikelen uit de Omgevingswet en het Omgevingsplan van rechtswege niet van toepassing zijn indien strijdigheid bestaat met de regels uit het TAM-IMRO omgevingsplan. 7.2.3

Functies en activiteiten

In hoofdstuk 2 van de regels is opgenomen welke functies binnen het plangebied zijn toegestaan. Per toegestane functie is aangegeven waar en hoe bouwen ten behoeve van de functie is toegestaan. 7.2.4

Algemene bepalingen

Hoofdstuk 3 van de regels bevat de algemene bepalingen. Deze bepalingen gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: Artikel 8 Anti-dubbeltelregel: deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een plan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld; Artikel 9 Ruimtelijke bouwactiviteiten: in deze regels zijn bouwregels opgenomen ten behoeve van ondergeschikte bouwdelen; Artikel 10 Planologische gebruiksactiviteiten: in deze regels is aangegeven wat onder strijdig en verboden gebruik wordt verstaan; Artikel 11 Regels parkeren: in dit artikel zijn de regels omtrent parkeereisen opgenomen; Artikel 12 Overige regels voor activiteiten: In dit artikel zijn de aanvraagvereisten opgenomen. 7.2.5

Overgangsrecht

In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangsregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met deze wijziging van het omgevingsplan.

7.3 Verantwoording regels Bij het opstellen van voorliggend TAM-omgevingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Hierbij worden de functies in dezelfde volgorde behandeld als in de regels. Wat betreft de opzet van de regels is zo veel mogelijk aangesloten op de bestaande regels zoals opgenomen in het bestemmingsplan Rossum, dat onderdeel uitmaakt van het tijdelijk deel van het Omgevingsplan gemeente Dinkelland. Groen De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bedoeld voor groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, voet- en fietspaden, in- en uitritten, parkeervoorzieningen en water & waterhuishoudkundige voorzieningen. Op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. Gezien de functieomschrijving is ook ter plaatse van de beoogde wadi de functie 'Groen' opgenomen. De groenfunctie is op een zodanige manier opgenomen dat wordt aangesloten bij de omliggende groenstructuren en de beoogde ontwikkeling wordt ingepast in de bebouwde omgeving van de kern Rossum. Horeca De voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn bedoeld voor horecabedrijven categorie 1 en horecabedrijven categorie 2, ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 2'.

Daaraan ondergeschikt is onder andere wonen in de vorm van een bedrijfswoning ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' en wonen, voor zover het de tweede en/of hogere bouwlaag betreft met uitzondering van wonen ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'. Op de gronden ter plaatse van het beoogde café, de bedrijfswoning, naastgelegen bedrijfsbebouwing en de bijbehorende gronden, onder andere het terras van het café en oprit & tuinen van de bedrijfswoning, is de functie 'Horeca' opgenomen. De horecafunctie wordt doorsneden door de functie 'Verkeer'. In dat kader is een relatie opgenomen tussen de twee delen in het plan met de functie 'Horeca'. Verkeer De gronden met de functie 'Verkeer' zijn onder meer bestemd voor wegen, straten & (fiets)paden en parkeervoorzieningen. Op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. Daar waar binnen het plangebied parkeer- en verkeersvoorzieningen zijn beoogd is de functie 'Verkeer' opgenomen. Ook ter plaatse van de beoogde (voet)paden is deze functie opgenomen.

54

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22g Rossum, Grotestraat 4

Wonen - Wonen in de bebouwde kom Ter plaatse van de beoogde woningen en bijbehorende gronden is de functie 'Wonen – Wonen in de bebouwde kom' opgenomen. Deze gronden zijn hoofdzakelijk bedoeld voor wonen. Op de voor 'Wonen – Wonen in de bebouwde kom' bestemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd voor zover dit in overeenstemming is met de omschrijving. Als hoofdgebouw mogen uitsluitend woningen worden gebouwd. Er zijn bouwvlakken opgenomen. De bouwvlakken zijn, ten behoeve van de verschillende typen woningen, voorzien van bouwaanduidingen. Het maximum aantal woningen per bouwvlak mag maximaal het aangegeven aantal met de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' bedragen. Verder is met de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' de maximale goot- en bouwhoogte aangegeven. Middels een gevellijn is geborgd dat de voorgevels van de beoogde woningen naar het bestaande straatbeeld van de kern Rossum gericht zijn.

bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22g Rossum, Gro testraat 4

55

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/1047/documents/25365