NL.IMRO.1774.TAMBUIKORENMWEG18-VG01_Motivering.pdf
Tekst van het document
Hierbij is in voorliggende situatie, gelet op het verwijderen van bebouwing, de realisatie van bebouwing en/of planologische wijzigingen sprake van kleinschalige ontwikkelingen die nauwelijks invloed uitoefenen op de waterkwaliteit. Tevens bevinden de plandelen zich niet binnen een beschermingszone of herinrichtingszone langs een waterloop, primair watergebied, invloedszone zuiveringstechnisch werk of een retentiecompensatiegebied. Voorkeursbeleid hemelwaterafvoer In het plan wordt het afvalwater en het hemelwater behandeld via een gescheiden stelsel: hemelwater wordt geïnfiltreerd in de grond waarvoor ruimvoldoende infiltratiemogelijkheden binnen de plandelen aanwezig zijn en het afvalwater is aangesloten op de bestaande riolering ter plaatse. Met de voorgenomen ontwikkeling neemt het aantal vuileenheden niet toe.
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ao Buitengebied, Korenmorsweg 18 en Oude Broekweg 4
51
52
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ao Buitengebied, Korenmorsweg 18 en Oude Broekweg 4
Hoofdstuk 6
Financiële haalbaarheid
De investeringen die nodig zijn voor de te realiseren ontwikkelingen moeten passen in de budgetten die daarvoor beschikbaar zijn. Partijen die bouwen in de kernen, dorpen en in het buitengebied dragen op twee manieren bij aan Dinkelland/Tubbergen. Enerzijds door direct invulling te geven aan de visie voor de fysieke leefomgeving, zoals verwoord in MijnOmgevingsvisie. Anderzijds via financiering van deze ruimtelijke ontwikkelingen via kostenverhaal en financiële bijdragen voor ontwikkelingen ter verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Ter uitvoering van deze visie heeft de gemeenteraad het Programma Kostenverhaal vastgesteld ten behoeve van een eenduidige en transparante manier van kosten verhalen bij bouwplannen en activiteiten vanwege gebruikswijzigingen in de gemeente. De gemeente borgt het kostenverhaal en de financiële bijdrage voor een ruimtelijke ontwikkeling in een anterieure overeenkomst. Naast het kostenverhaal en een financiële bijdrage wordt in een anterieure overeenkomst ook het verhaal van nadeelcompensatie geregeld. Mogelijke claims voor nadeelcompensatie worden altijd doorgelegd aan initiatiefnemer. Voor onderhavige ontwikkeling is met initiatiefnemer een anterieure overeenkomst gesloten over nadeelcompensatie. Los van het kostenverhaal is initiatiefnemer leges verschuldigd voor het wijzigen van het omgevingsplan.
Hierop is de legesverordening en de bijbehorende tarieventabel van toepassing, welke jaarlijks wordt vastgesteld. Gelet op het vorengaande is het project financieel uitvoerbaar.
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ao Buitengebied, Korenmorsweg 18 en Oude Broekweg 4
53
54
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ao Buitengebied, Korenmorsweg 18 en Oude Broekweg 4
Hoofdstuk 7
Toelichting planregels
7.1 Inleiding In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van voorliggend TAM-omgevingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is. Met het ‘TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22q Buitengebied, Korenmorsweg 18 en Oude Broekweg 4’ wordt het slopen van één schuur, het verplaatsen van één schuur, het realiseren van een nieuw bijbehorend bouwwerk en het nieuw bouwen van een woning. Deze wijziging op het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Dinkelland is technisch opgesteld conform het InformatieModel Ruimtelijke Ordening (IMRO), maar is inhoudelijk uitgewerkt op basis van de vereisten volgens de Omgevingswet.
7.2 Opzet van de regels Op 1 januari 2024 is het omgevingsplan van rechtswege ontstaan. Dit omgevingsplan bestaat uit alle ruimtelijke plannen, waaronder bestemmingsplannen en wijzigingsplannen, en uit de Bruidsschat die de gemeente van het Rijk heeft ontvangen. In deze Bruidsschat zitten onder meer regels voor milieubelastende activiteiten en bouwactiviteiten. Gemeenten krijgen tot 1 januari 2032 de tijd om het omgevingsplan van rechtswege en andere regels over de fysieke leefomgeving om te zetten naar een nieuw omgevingsplan. Op grond van artikel 2.4 en 22.6 van de Omgevingswet kan de gemeenteraad het omgevingsplan van rechtswege (laten) wijzigen. Toepassing TAM-IMRO De Omgevingswet integreert wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Het DSO ondersteunt bij de uitvoering van de wet bestaat uit lokale systemen van overheden en de landelijke voorziening (DSO-LV), zoals Regels op de kaart en het Omgevingsloket. Er zijn tijdelijke alternatieve maatregelen (TAMs) ontwikkeld voor organisaties die nog geen gebruik kunnen maken van lokale of landelijke onderdelen van het DSO. Een van deze TAMs is TAM-IMRO. Bij TAM-IMRO wordt het omgevingsplan gewijzigd via de – onder de Wet ruimtelijke ordening gebruikte – IMRO-standaard en de voorziening ruimtelijkeplannen.nl. Het gebruik van TAM-IMRO is toegestaan tot en met 31 december 2025.
Als het ontwerp van een TAM-IMRO omgevingsplan uiterlijk 31 december 2025 ter inzage is gelegd, mag het ook na 1 januari 2026 worden afgemaakt met TAM-IMRO. Werkingsgebied De regels in dit TAM-IMRO omgevingsplan zijn van toepassing op de locatie aan de Korenmorsweg 18 in Lattrop en de Oude Broekweg 4 te Rossum, waarvan de geometrisch bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1774.TAMBUIKORENMWEG18-OW01 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl. In hoofdstuk 1 van deze ruimtelijke motivering is een overzichtskaart van het werkingsgebied c.q. plangebied opgenomen. 7.2.1
Preambule
In de preambule is opgenomen dat het TAM-IMRO omgevingsplan gelezen moet worden als hoofdstuk in het gemeentelijk omgevingsplan en de artikelen als paragrafen van dat hoofdstuk. Dit om onduidelijkheden met het omgevingsplan van rechtswege te voorkomen. 7.2.2
Inleidende bepalingen
Hoofdstuk 1 bevat bepalingen die gelden voor het gehele plangebied en bestaat uit: Artikel 1 Begripsbepalingen: In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen, voor een eenduidige interpretatie van deze begrippen. Artikel 2 Meet- en rekenbepalingen: Dit artikel bevat onder andere de meet- en rekenbepalingen die van overeenkomstige toepassing zijn op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in meters (m), vierkante meters (m²) of kubieke meters (m³) zijn uitgedrukt. Artikel 3 Toepassingsbereik: Dit artikel geeft aan voor welk werkingsgebied de regels van toepassing zijn. Tevens wordt aangegeven dat specifieke artikelen uit de Omgevingswet en het Omgevingsplan van TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ao Buitengebied, Korenmorsweg 18 en Oude Broekweg 4
55
rechtswege niet van toepassing zijn indien strijdigheid bestaat met de regels uit het TAM-IMRO omgevingsplan. 7.2.3
Functies en activiteiten
In Hoofdstuk 2 is opgenomen welke functies binnen het plangebied zijn toegestaan. Per toegestane functie is aangegeven waar en hoe bouwen ten behoeve van de functie is toegestaan. 7.2.4
Algemene regels voor activiteiten
Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels voor activiteiten. Deze bepalingen gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: Anti-dubbeltelbepalingen; Planologische gebruiksactiviteiten: in dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven. Deze regels gaan uit van het principe dat gebruik uitsluitend is toegestaan in overeenstemming de ter plekke toegestane functies. Dit artikel bevat algemeen geldende bepalingen ten aanzien van strijdig en toegestaan gebruik volgens de in het omgevingsplan toegekende functies. Regels parkeren: dit artikel bevat bepalingen over parkeren; Overige regels; 7.2.5
Nadere toelichting op de regels
Het omgevingsplan geeft voor veel functies aan onder welke voorwaarden ze voorstelbaar/inpasbaar zijn binnen het werkingsgebied of specifieke deelgebieden binnen het werkingsgebied. Het omgevingsplan vormt het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan welke functies op welke locaties binnen het werkingsgebied voorstelbaar worden geacht (en onder welke voorwaarden). Toelichting op de regels Functieomschrijving 'agrarisch-1' De gronden binnen de functie ‘Agrarisch - 1’ hebben als hoofdfunctie de uitoefening van de agrarische functie in combinatie met het behoud en ontwikkeling van landschappelijke waarden en natuurwaarden. De keuze voor het toekennen van de functie 'Agrarisch - 1' komt mede voort uit het feit dat in het onderhavige plan maatregelen voor landschappelijke inpassing opgenomen zijn. Deze dienen geborgd te worden en dit is vormgegeven door het opnemen van een voorwaardelijke verplichting in de regels. Functieomschrijving 'wonen' Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'wonen - wonen in het buitengebied' heeft de volgende functie: 'wonen - wonen in het buitengebied', met daaraan ondergeschikt de functies tuinen, erven en terreinen en bouwwerken geen gebouwen zijnde.
56
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ao Buitengebied, Korenmorsweg 18 en Oude Broekweg 4
Bijlagen bij motivering
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ao Buitengebied, Korenmorsweg 18 en Oude Broekweg 4
57
Bijlage 1 Participatieverslag Oude Broekweg
58
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ao Buitengebied, Korenmorsweg 18 en Oude Broekweg 4
Participatieverslag Oude Broekweg 1. Wat is uw plan? Met de schuur voor schuur regeling zijn we voornemens om een nieuwe schuur te bouwen. Deze willen we naar de straatzijde van het erf verplaatsen. De woning draaien we en zetten we landschapsgericht.
2. Welke invloed heeft uw plan op de omgeving? De erfopzet zal in de basis veranderen omdat het woonhuis een andere locatie krijgt. De schuur voor schuur regeling is ingezet voor het vergroten van de schuur, deze zal groter worden waardoor de impact op de omgeving hoger wordt.
3. Wie heeft u wanneer gesproken over uw plannen? Adres/omschrijving* Ootmarsumsestraat 24 Oude Broekweg 3 Oude Broekweg 5
Bezoekdatum 29-04-2025 29-04-2025 01-05-2025
*In verband met privacy noemt u hier niet de volledige namen van de betrokkenen
4. Wat waren de reacties van de mensen die u heeft gesproken en wat is uw antwoord op deze reacties?
1
Reacties De bewoners van de Ootmarsumsestraat 24 staan positief tegenover deze ontwikkeling. Ze wensen mij veel succes met het plan.
Antwoord Heb ze bedankt voor het fijne antwoord.
De bewoner van de Oude Broekweg 3 gaf aan dat ze het een mooi passend plan vond. De bewoner gaf nog wel expliciet aan dat het haar uitzicht niet moest belemmeren. Dit is niet het geval.
Heb aangegeven dat ik blij was met haar antwoord. Wat betreft het uitzicht dit wordt niet belemmerd.
De bewoners van de Oude Broekweg 5 gaven aan dat ze geen bezwaar hebben op voorgenomen plan. Ze wensen mij veel succes met de bouw.
Heb ze bedankt voor het antwoord en heb aangegeven dat wanneer ik begin met de bouw dit aan de buren doorgeef.
5. Welke aanpassingen heeft u concluderend aangebracht aan uw plan aan de hand van de gesprekken die u heeft gevoerd met betrokkenen? Aan de hand van de gesprekken met de buren dienen we niets aan te passen aan het plan.
Bijlage 2 Participatieverslag Korenmorsweg
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ao Buitengebied, Korenmorsweg 18 en Oude Broekweg 4
61
Participatieverslag Korenmorsweg 1. Wat is uw plan? Slopen van de kippenschuur behorende bij Korenmorsweg 16, waarna herinrichting van het erf en landschap zal plaatsvinden.
Welke invloed heeft uw plan op de omgeving?
De kippenschuur wordt gesloopt en de te verplaatsen schuur uit het oog onttrokken waardoor het erf een logischere indeling krijgt. De te verplaatsen schuur en erf zal zoveel mogelijk worden opgenomen in het landschap.
2. Wie heeft u wanneer gesproken over uw plannen? Adres/omschrijving* Korenmorsweg 15 Korenmorsweg 19 Korenmorsweg 20 Korenmorsweg 22
Bezoekdatum 25 april 2025 24 april 2025 25 april 2025 23 april 2025
*In verband met privacy noemt u hier niet de volledige namen van de betrokkenen
1
3. Wat waren de reacties van de mensen die u heeft gesproken en wat is uw antwoord op deze reacties? Reacties De bewoners aan de Korenmorsweg 15 staan positief tegenover deze ontwikkeling en hebben geen enkel bezwaar De bewoners aan de Korenmorsweg 19 staan positief tegenover deze ontwikkeling en hebben geen bezwaar hiertegen en geven aan: ‘Breek de schuur gauw af’. De bewoner aan de Korenmorsweg 20 vinden het een prima plan en geven aan geen bezwaar te hebben. De bewoners aan de Korenmorsweg 22 staan positief tegenover deze ontwikkeling en hebben geen bezwaar.
Antwoord Wij hebben aangegeven dat we dit een fijne reactie vinden. Wij hebben aangegeven dat we dit een fijne reactie vinden. Wij hebben aangegeven dat we dit een fijne reactie vinden. Wij hebben aangegeven dat we dit een fijne reactie vinden.
4. Welke aanpassingen heeft u concluderend aangebracht aan uw plan aan de hand van de gesprekken die u heeft gevoerd met betrokkenen? Aan de hand van de gesprekken hebben we geen aanpassingen hoeven doen aan ons huidige plan.
Bijlage 3 Erfinrichtingsplan Korenmorsweg 18
64
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ao Buitengebied, Korenmorsweg 18 en Oude Broekweg 4
A:
Bestaande woningen.
B:
Bestaande schuren.
C:
Te slopen schuur.
D:
Bestaande houtopstanden.
E:
Tuin/gazon.
F:
Te verwijderen laurierhagen (rode stippellijn).
G:
Erfverharding.
H:
Nieuw aan te planten hagen. Soort: Beuk, liguster of spaanse aak. Aanplant in dubbele rij, aanplant met 9 stuks per m1. Totaal 315 stuks aan te planten op een lengte van 35 meter.
I:
Te verplaatsen kapschuur.
J:
Weiland/grasland.
Fragment uit 1920 (bron: topotijdreis.nl)
Project: Rood voor Rood
Getekend:
DA
Status:
DO
Noord:
^
Adres:
Korenmorsweg 18
gecontroleerd:
NH
Formaat:
A3
Schaal: 1:1000
Plaats:
Lattrop-Brekklenkamp
Datum:
07-08-2024
Bijlage 4 Erfinrichtingsplan Oude Broekweg 4
66
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ao Buitengebied, Korenmorsweg 18 en Oude Broekweg 4
A:
Nieuw te bouwen woning.
B:
Bestaande te behouden bijgebouwen.
C:
Nieuw te bouwen schuur.
D:
Te slopen bijgebouw en woning (witte stippellijn).
E:
Bestaande te behouden beukenhaag.
F:
Bouwblok woonbestemming (gele stippellijn).
G:
Grasland / weiland.
H:
Bestaande houtopstanden en bomen.
I:
Nieuw te planten bomen. Aanplanten in de maat 12-14 (stamomtrek in centimeters) en elk voorzien van twee boompalen. Totaal: 5 stuks met de soorten: linde (2) en fladderiep (3).
J:
Nieuw te realiseren parkeerplaatsen voor schuur (C) en woning (A).
Fragment uit 1920 (bron: topotijdreis.nl)
Project: Schuur voor schuur
Getekend:
DA
Status:
DO
Noord:
^
Adres:
Oude Broekweg 4
gecontroleerd:
NH
Formaat:
A3
Schaal: 1:1000
Plaats:
Rossum
Datum:
23-10-2025
Bijlage 5
68
Kwaliteitsplan
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ao Buitengebied, Korenmorsweg 18 en Oude Broekweg 4
RU I M T E L I J K K WA L IT E IT S P L A N • O u d e B r o e k we g 4 & Ko r e n m o r s we g 16 - 18 • Tubbergen, 23 oktober 2025 - Definitief
Ruimtelijk kwaliteitsplan Datum:
27 januari 2025, Tubbergen
Gewijzigd:
23 oktober 2025
Status:
Definitief
Opgesteld:
N+L Landschapsontwerpers nl-landschap.nl info@nl-landschap.nl
Auteur: Getekend: Gecontroleerd:
Ing. DA Ing. DA Ing. NH
Inhoudsopgave:
1. Aanleiding 2. Huidige situatie 3. Huidige situatie 4. Beleid 5. Nieuwe situatie 6. Nieuwe situatie
2
03 05 07 09 16 18
1. Aanleiding 1.1 Korte historie planlocaties Aan de Oude Broekweg 4 te Rossum bevindt zich de bouwlocatie. Op het bestaande erf zijn een woonhuis met enkele bijgebouwen te vinden, die in een rechtlijnige opzet zijn gesitueerd passend bij het heideontginningslandschap. Aan de Korenmorsweg 16-18 te Lattrop bevindt zich de slooplocatie. Op het bestaande erf zijn meerdere agrarische gebouwen terug te vinden in een rechtlijnige structuur. Het erf bevindt zich in het kampenlandschap met de overgang naar de maten. 1.1.2. Bouwlocatie Oude Broekweg 4 Rossum Het erf is rond 1930 terug te zien op de topografische kaart. Het woonhuis staat nog steeds op de locatie waar deze rond 1930 ook gesitueerd was. Eind jaren ’60 hebben ontwikkelingen plaatsgevonden op het erf waardoor er destijds een bijgebouw of schuur is gerealiseerd. Het erf bevindt zich nabij de zuidflank van het stuwwallencomplex van Ootmarsum en Vasse, in een gebied met de samenkomst van het essenlandschap, de heideontginning en het maten- en flierenlandschap. Aan de westkant van de locatie zijn nog enkele essen terug te zien. Het gebied meer oostelijk van de locatie werd in gebruik genomen als graslanden (maten) en hooilanden (flieren). Aanvankelijk werden hoger gelegen dekzandruggen in gebruik genomen. Op de dekzandruggen en kleinere -kopjes ontstonden de zogeheten eenmansesjes waar men uitstekend kon boeren.
De hogere gronden waren namelijk uitermate goed geschikt voor het verbouwen van graansoorten. De naastgelegen heidegebieden waren functioneel aan dit landschap verbonden. De
heideplaggen werden namelijk gebruikt in het oude potstalsysteem. Het mengsel van plaggen en mest werd uitgereden op de essen. In de loop van de twintigste eeuw werden de heidegebieden ontgonnen, daardoor won de landbouw steeds meer terrein. Voor de landbouw waren zij aanvankelijk niet interessant vanwege het - in eerste instantie - ontbreken van voldoende kennis om arme en natte gronden om te zetten in vruchtbare landbouwgronden. Pas vanaf de jaren ’30 werden steeds meer van dit soort gebieden in gebruik genomen en daarmee ontstond er ook een toename van kleine agrarische erven. Het huidige erf heeft nog enkele cultuurhistorische kenmerken, zoals de robuuste eiken aanwezig aan de straatzijde en het karakteristieke schuurtje vanaf het ontstaan aanwezig op het erf. De ontwikkelingen op dit erf zijn een uitgelezen kans om de cultuurhistorie en binding met het omliggende landschap terug te brengen. 1.1.3 Slooplocatie Korenmorsweg 16-18 Lattrop De slooplocatie aan de Korenmorsweg 16-18 in Lattrop bevindt zich in het essenlandschap. Veel kenmerken van dit landschap zijn in de loop der jaren verloren gegaan, slechts enkele grotere bospercelen zijn nog aanwezig in de omgeving. Uit de topografische kaarten kunnen we concluderen dat het omliggende landschap drastisch veranderd is ten tijde van de aanleg van het omleidingskanaal en het uitdiepen van de Rammelbeek.
Het landschap nadien meer weg van een ontginning.
3
1.2 Wens initiatiefnemer Aan de Oude Broekweg (hierna ‘bouwlocatie’ genoemd) heeft de initiatiefnemer de wens om een schuur te realiseren voor opslag ten behoeve van zijn bedrijf. De initiatiefnemer detacheert werknemers in de agrarische dienstverlening. Om de schuur te realiseren zal de initiatiefnemer gebruik maken van de schuur-voor-schuur regeling. De benodigde sloopmeters (260 m2) worden verkregen aan de Korenmorsweg 16-18 te Lattrop (hierna ‘slooplocatie’ genoemd). Op de bouwlocatie is de initiatiefnemer voornemens om het erf te spiegelen en de woning te verplaatsen. Op de slooplocatie wordt een schuur verplaatst naar de zijkant van de woning. 1.3 Landschappelijke inpassing De gemeente Dinkelland stelt voor de ontwikkeling een landschappelijke inpassing als belangrijke voorwaarde. In deze onderbouwing wordt daarom de landschappelijke inpassing uiteengezet. Er wordt een beschrijving van het plangebied gegeven, het omliggende landschap en het vigerende beleid. Dat resulteert in een beschrijving van de nieuwe situatie die aan het gestelde beleid voldoet.
4
Slooplocatie gelegen aan de Korenmorsweg 16 Lattrop. (Bron: geo.overijssel.nl)
2. Huidige situatie oude Broekweg 2.1 Van het verleden naar de huidige situatie De bouwlocatie ligt in het buitengebied van Rossum. Het is gelegen in een dekzandgebied met hier en daar een dekzandwelving. Meer naar het noorden ligt een stuwwallencomplex. Er is derhalve sprake van wat hoogteverschillen. De dorpskern van Rossum ligt ten zuidoosten van de planlocatie. Ootmarsum ligt ten noorden van de planlocatie en Denekamp ten oosten ervan. Vanaf omstreeks 1930 is bebouwing terug te vinden op de plek van de planlocatie. Het ontstaan van de bebouwing valt samen met de ontginning van het gebied. Rond de jaren ’60 is de bebouwing uitgebreid, zodat het toen bestond uit een boerderij met meerdere bijgebouwen. De planlocatie ligt in de heide ontginning aangrenzend met het maten- en flierenlandschap en het essenlandschap. De heideontginning kenmerkt zich door de rechtlijnige opzet van de erven. Daarnaast zijn robuuste houtstructuren te vinden in de vorm van houtwallen en singels. Ten zuiden van het plangebied zijn nog enkele essen terug te vinden. Ten oosten het matenlandschap. Ingezoomd op de planlocatie is te zien dat de Oude Broekweg en het omliggende landschap relatief goed bewaard zijn gebleven. In elk geval is er sprake van herkenning.
Plangebied, Oude broekweg 4 (Bron: geo.overijssel.nl)
Planlocatie Oude broekweg 4. (Bron: geo.overijssel.nl)
5
2.2 Huidige erfindeling De planlocatie is gelegen in de heideontginning, met kenmerken als rechtlijnige wegen en erven die haaks op de weg zijn gesitueerd. De kenmerkende houtopstanden langs de wegzijde zijn deels nog aanwezig. Vermoedelijk heeft de oude boerderij haaks op de weg gestaan met de kopgevel richting het landschap en de achterzijde richting de weg. Daar stonden ook de schuren c.q. staat nog steeds een oude schuur en zware eiken. Naar alle waarschijnlijkheid is de boerderij later afgebroken en maakte plaats voor een woonhuis. Deze is parallel aan de weg gelegen, maar nog steeds is er sprake van een passende erfopzet met een duidelijke hiërarchie. De woning ligt min of meer voor op de daarachter gelegen (bij)gebouwen. Fragment uit 1900.(Bron: topotijdreis.nl)
Fragment uit 1920 (Bron: topotijdreis.nl)
Fragment uit 1940.(Bron: topotijdreis.nl)
Huidige situatie (Bron: topotijdreis.nl)
2.3 Nieuwe elementen Initiatiefnemer is voornemens om de woning te verplaatsen en een nieuw bijgebouw te bouwen. Er moet gelet worden op het behoud van een goede erfopzet met een duidelijke hiërarchie. De zware eiken blijven behouden en er moet sprake zijn van een passende open verbinding met het omliggende landschap.
6
3. Huidige situatie Korenmorsweg 16-18 3.1 Van het verleden naar de huidige situatie De slooplocatie ligt in het buitengebied van Lattrop-Breklenkamp. Het is gelegen in een dekzandgebied met hier en daar een dekzandkop. Nabij is ook een beekdalgebied gelegen. Er is sprake van enige hoogteverschillen. De dorpskern van Lattrop-Breklenkamp ligt ten noordwesten. Bebouwing op de planlocatie lijkt te ontstaan rondom het begin van de vorige eeuw. De locatie is gelegen aan een kamp dat min of meer een uitloper vormt van een gebied met meerdere kampen. Het zogeheten kampenlandschap is van oorsprong kleinschalig met talloze houtopstanden. Het kampenlandschap is oud; door de hogere grond konden er goed graansoorten worden verbouwd. De lagere gronden werden ingezet als graslanden en de nabijgelegen heidevelden werden benut door de heideplaggen in het potstalsysteem te gebruiken. Na de jaren ‘50 moderniseert de landbouw en vinden er ruilverkavelingen plaats. Dit heeft een zeer slechte invloed op het landschap: nagenoeg het gehele landschap gaat verloren. Derhalve is het kampenlandschap niet meer als zodanig herkenbaar. De planlocatie heeft de aansluiting gezocht bij de ontginning. Het is grootschalig en open geworden.
Plangebied, Korenmorsweg 18 (Bron: geo.overijssel.nl)
Planlocatie, Korenmorsweg 18 (Bron: geo.overijssel.nl)
7
3.2 Huidige erfindeling De planlocatie is gelegen in het kampenlandschap. Echter, door de ontwikkeling in de landbouw heeft het erf de aansluiting gevonden met de ontginning. Het is rechtlijnig en orthogonaal van opzet. De oorspronkelijke boerderij is niet meer bewoond en door de bouw van extra woningen en schuren is het niet langer herkenbaar als hoofdgebouw. Er is min of meer een rij aan gebouwen ontstaan waardoor er geen sterk erfensemble is. Het kunnen even goed twee erven naast elkaar zijn. 3.3 Nieuwe elementen In de nieuwe situatie wordt er een schuur gesloopt. Daardoor is er een kans om de erfopzet te herstructureren. Er moet overwogen worden om min of meer twee erven te maken en niet langer één erfopzet te kiezen. Het landschap rondom is door de jaren open geworden. Hoewel er talloze groenstructuren hebben gestaan is herstel geen optie.
8
Fragment uit 1900.(Bron: topotijdreis.nl)
Fragment uit 1920 (Bron: topotijdreis.nl)
Fragment uit 1940. (Bron: topotijdreis.nl)
Fragment uit 1970. (Bron: topotijdreis.nl)
4. Beleid 4.1 Omgevingsvisie Overijssel Het provinciaal beleid van Overijssel is verwoord en vastgelegd in meerdere beleidsdocumenten. De belangrijkste is de Omgevingsvisie en - verordening Overijssel. In de visie bakent de provincie af wat zij voor de fysieke leefomgeving in Overijssel van provinciaal belang vinden. De Omgevingsvisie Overijssel is dé provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. In de visie worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur bekeken in samenhang met een duurzame ontwikkeling van onze leefomgeving. Het beleid staat primair in dienst van de sociaaleconomische ontwikkeling van Overijssel om het toekomstbestendig te houden. De doelstellingen uit de visie zijn doorvertaald in de omgevingsverordening, waarbij regels zijn gesteld onder welke voorwaarden ontwikkelingen kunnen plaatsvinden.
zijn keuzes die bepalend zijn of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. Vooral reserveringen voor integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, ruimtegebruik, waterveiligheid, externe veiligheid, LOG gebieden en begrenzingen als Nationale Landschappen, NNNgebieden en de EHS zijn voorbeelden van generieke beleidskeuzes. Daarnaast zijn er gebied specifieke beleidskeuzes. De beleidskeuzes hebben geen invloed op de voorgenomen ontwikkeling.
4.1.1 Rode draden en beleidsambities De opgaven en kansen zijn vertaald in centrale beleidsambities en negen beleidsthema’s. Deze worden benaderd vanuit de rode draden duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit waarvoor thema overstijgende kwaliteitsambities zijn geformuleerd. Vanuit het uitvoeringsmodel (of, waar en hoe) worden generieke beleidskeuzes, ontwikkelingsperspectieven en gebiedskenmerken beschreven.
4.1.3 Ontwikkelingsperspectieven In de visie zijn drie ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en drie voor de stedelijke omgeving. Deze perspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De planlocatie is aangemerkt als “wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap”. Dat betekent dat diverse functies verweven moeten worden. Het belangrijkste landgebruik blijft agrarisch, maar aan de andere kant is er ruimte voor landschap, natuur, milieubescherming, cultuurhistorie, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. In elk geval staat de ambitie, “voortbouwen op kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen”, voorop. De voorgenomen ontwikkeling past bij de gestelde ambitie indien de kenmerken waar mogelijk behouden blijven.
4.1.2 Generieke beleidskeuzes Deze keuzes vloeien voort uit keuzes van EU, Rijk of Provincie. Het
4.1.4 Gebiedskenmerken Tenslotte wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan de
9
gebiedskenmerken. Er zijn vier lagen te onderscheiden (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving). Er gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Er staat omschreven in een catalogus gebiedskenmerken welke kenmerken diverse gebieden en hoe een ontwikkeling invulling dient te krijgen. De gebiedskenmerken zijn richtinggevend op aspecten als landschap, infrastructuur, milieu, bodem en cultuurhistorie. De stedelijke laag is niet opgenomen; deze is niet relevant voor wat betreft de voorgenomen ontwikkeling. 4.1.5 Natuurlijke laag De natuurlijke laag is aanvankelijk ontstaan zonder toedoen van de mens door onder andere invloeden van abiotische processen als de ijstijden, de wind en water. Onder koude omstandigheden in de laatste ijstijd heeft de wind ervoor gezorgd dat geërodeerd zand in het landschap werd afgezet, zoals tegen de flanken van de stuwwallen. Er ontstonden dekzandvlakten al dan niet met dekzandkopjes, zoals te zien op de hoogtekaart op pagina 11. Er is in de omgeving van het plangebied daarom sprake van hoogteverschillen. In de loop der jaren zijn de hoogteverschillen geërodeerd door de wind, soms juist weer versterkt door de wijze van agrarisch gebruik, maar uiteindelijk weer verminderd door de
Ontwikkelingsperspectief. (Bron: overijssel.tercera-ro.nl).
schaalvergroting in de landbouw. De hoogteverschillen zijn minimaal geworden, maar wel herkenbaar in de omgeving van de planlocatie. Natuurlijke laag. (in cultuur gebracht).
10
4.1.6 Laag van cultuurlandschap Door menselijk ingrijpen in de natuurlijke omstandigheden ontstaat er een (agrarisch) cultuurlandschap. Het landschap werd functioneel ingericht waarbij men nooit heeft nagedacht over de schoonheid van dat landschap. Nu waarderen wij juist de ingrepen van destijds. De eerste nederzettingen in Nederland werden gesticht op de rand van de hogere stuwwallen en dekzandruggen naar de overgang met de lagere gronden. De akkers op de hogere gronden werden intensief gebruikt en bemest met heideplaggen uit het voormalige potstal systeem. Pas later werden de heidevelden ontgonnen voor de landbouw. De planlocatie is gelegen in de ontginning. Juist daarom is het erf ook pas later ontstaan (omstreeks 1930). 4.1.7 Donkerte De planlocatie is omschreven als donkerte. De donkere gebieden zijn veelal de buitengebieden van onder andere Overijssel. Waar elders dorpen, autowegen, kassengebieden en attractieparken zorgen voor licht, is het buitengebied een plek waar men nog de sterrenhemel kan waarnemen. De ambitie is om donkere plekken te behouden en waar mogelijk nog donkerder te maken. De ontwikkeling houdt rekening met deze ambitie. Er mag geen onnodig licht worden toegevoegd.
Laag van de beleving. (Bron: overijssel.tercera-ro.nl).
Laag van het agrarisch cultuurlandschap. (Bron: overijssel.tercera-ro.nl).
4.2 Planologische situatie Voor het plangebied is het bestemmingsplan “Dinkelland Buitengebied” van toepassing. Op basis van dit bestemmingsplan
Hoogtekaart (Bron: ahn.arcgisonline.nl).
11
heeft het projectgebied de enkelbestemming ‘wonen’ (zie afbeelding rechts). Op de slooplocatie is sprake van een enkelbestemming “agrarisch - 1”. In de nieuwe situatie zal deze bestemming behouden blijven (zie afbeelding rechts), maar dan met een beperking qua bouwmogelijkheden. 4.3 Buitengebied met kwaliteit Dinkelland De gemeenten Dinkelland en Tubbergen hebben gezamenlijk de uitwerking van de omgevingsvisie opgepakt. Het beleid is opgesteld ter vervanging van vele andere ruimtelijke regelingen. Volgens de gemeente werd dit onnodig ingewikkeld. De absolute doelstelling van het beleid is om de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied in stand te houden en te verbeteren. Anderzijds is het doel om (economische) ontwikkelingen in het buitengebied mogelijk te maken om zo een bijdrage te leveren aan een vitaal en leefbaar buitengebied. Er zijn algemene randvoorwaarden opgesteld voor het uitbreiden van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij een woning, waaronder;
Uitsnede bestemmingsplan, Oude broekweg 4. (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)
1. Extra m2 bebouwing wordt uitsluitend toegestaan indien elders binnen de gemeente Dinkelland of Tubbergen landschap ontsierende gebouwen worden gesloopt. Hierbij geldt de volgende bouw-/ sloopverhouding; Tot en met 100 m2, 1 m2 extra is 1 m2 sloop (asbest) of 2 m2 sloop (asbestvrij). 101 m2 tot en met 500 m2, 1m2 extra is 2 m2 sloop of 4 m2 sloop. Uitsnede bestemmingsplan, Korenmorsweg 16-18. (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)
12
501 m2 en meer, 1 m2 extra is 3 m2 sloop of 5 m2 sloop; 2. Alleen legaal opgerichte gebouwen kunnen worden ingezet, of aangetoond moet worden dat de gebouwen voor 1998 aanwezig waren; 3. Landschap ontsierende veldschuren komen ook in aanmerking voor deze regeling; 4. Gebouwen moeten in het geheel worden gesloopt, inclusief funderingen en eventuele (mest)kelders; 5. Alleen volledige gebouwen kunnen worden ingezet en niet gedeeltes van gebouwen en/of (grotendeels) ingestorte gebouwen. De gemeente bepaalt of een niet-volledig gebouw kan worden ingezet voor deze regeling; 6. Karakteristieke en/of cultuurhistorisch waardevolle gebouwen kunnen niet worden ingezet voor sloop; 7. De planologische bouwmogelijkheden op alle betrokken locaties worden aangepast aan de nieuwe situatie. Dit betekent onder andere dat de resterende bebouwing na sloop op de slooplocatie(s) beschouwd wordt als de maximaal toegestane oppervlakte aan bebouwing op het betreffende perceel. De volgende opsomming kan gemaakt worden: Aan de Korenmorsweg wordt in totaal 260 m2 gesloopt; Aan de Oude Broekweg wordt een schuur gebouwd van 180
-
een schuur worden gebouwd van 100 m2 + (160:2) 80 m2 = 180 m2. Aan de Korenmorsweg wordt agrarische bebouwing verplaatst binnen het bouwblok. Dit heeft echter geen gevolgen voor de verdere uitwerking.
4.4 Cascobenadering Noord oost Twente De gemeente Dinkelland hanteert, vooral ter bescherming van het bestaande landschap, het casco beleid. Door het casco beleid is het mogelijk om via een kaart te achterhalen of een ontwikkeling wel of niet in strijd is met elementen welke tot de casco behoren. Elementen als onderdeel uitmakend van de casco zijn in principe niet te verwijderen (groene lijnen/vlakken op de kaarten pagina 14). 4.4.1 Bouwlocatie Oude Broekweg 4, Rossum Op de planlocatie is geen sprake van een casco element rondom het erf. De voorgenomen ontwikkeling zal geen gevolgen hebben met betrekking tot de cascobenadering. 4.4.2 Slooplocatie Korenmorsweg 16-18, Lattrop Op de slooplocatie is aan de noordzijde een casco lijn te vinden. Echter, de ontwikkeling van het erf zal geen gevolgen hebben voor de bestaande casco lijn. Deze zal behouden blijven.
m2; Er wordt een schuur van 260 m2 gesloopt. Derhalve kan er
13
4.5 Omgevingsvisie Dinkelland 2021 In 2021 is de omgevingsvisie “Mijn Omgevingsvisie Dinkelland” vastgesteld. De visie geeft de hoofdlijnen voor het langetermijn beleid. De visie kent een waardenkaart. In de waardenkaart valt de locatie onder donkergroen ‘gericht op behouden vanwege hoge waarde en beperkte dynamiek’. In de omgevingsvisie zijn vier kernprincipes opgenomen: - we doen het samen, de gemeente met inwoners, instellingen en ondernemers; - we geven het goede voorbeeld; wat we belangrijk vinden laten we zien in de praktijk; - we combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt; - we wentelen geen problemen af op volgende generaties.
Uitsnede Casccokaart, Korenmorsweg 16. (Bron: geo.overijssel.nl)
Volgens de waardenkaart zijn de volgende waarden van belang: - open en gesloten; - passende schaal; - veel variatie in beplanting; - hoge ecologische waarde en biodiversiteit; - veel beleefbare cultuurhistorie en hoge belevingswaarde.
Uitsnede Casccokaart, Korenmorsweg 16. (Bron: geo.overijssel.nl)
14
En moeten we inspelen op: - de schaal van het landschap; - versterken natuurwaarden; - behouden van cultuurhistorie en erfkarakteristieken; - vasthouden water; - verbeteren biodiversiteit; - natuurinclusieve bouwwijze; - inrichting die gebruikelijk is; - belevingswaarde gericht op natuur en cultuurhistorie. De voorgenomen ontwikkeling houdt rekening met de gestelde waarden. Op voorhand lijken er geen beperkingen te zijn voor de ontwikkeling.
Waardenkaart ‘Gericht op behouden vanwege hoge waarde en beperkte dynamiek’ (Bron: omgevingsvisiedinkelland)
15
5. Nieuwe situatie Oude broekweg 4 5.1 Samenvatting huidige situatie Het erf is gelegen in een dekzandvlakte met dekzandwelvingen. Het gaat om een heideontginning, waarbij het erf een herkenbare orthogonale opzet kent. De huidige woning is parallel aan de weg gelegen, maar mogelijk heeft de oorspronkelijke boerderij er haaks op gelegen. De woning vormt wel de voorzijde van het erf met de rest van de gebouwen erachter, achter de achtergevel. De beplanting op het erf en in de directe omgeving zorgen nog altijd voor een goede herkenning van het omliggende landschap. 5.2 Nieuwe situatie In de huidige situatie is de woning op zuid gericht, maar in de nieuwe situatie zal de nieuwe woning (A) met de voorgevel naar de noordzijde gericht zijn. Ondanks het verplaatsen van de woning zijn er geen consequenties voor de hiërachie op het erf: de woning blijft de voorzijde van het erf en achter de woning zijn de bijgebouwen gelegen die samen het erf vormen. Er is opnieuw sprake van een compact erfensemble, maar in tegenstelling tot de huidige situatie is de binding tussen de gebouwen sterker geworden. Dat geldt met name voor de schuur aan de oostzijde. Het bestaande karakteristieke bijgebouw aan de weg (B) blijft behouden en vormt ook in de nieuwe situatie de entree van het erf.
De bestaande haag (E) en de robuuste houtopstand (H) worden behouden en met het toevoegen van een vijftal solitaire bomen op
16
het erf is het nieuwe erfensemble goed ingepast in het omliggende landschap. Met de voorgestelde ontwikkeling zal worden voldaan aan het gestelde beleid. 5.3 Maatregelen ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit Om de ruimtelijke kwaliteit te behouden en waar mogelijk te versterken worden de volgende maatregelen getroffen: - Het waar mogelijk behouden van de bestaande haag (E); - Het behouden van de bestaande houtopstanden (H); - Het aanplanten van nieuwe solitaire bomen (I).
A:
Nieuw te bouwen woning.
B:
Bestaande te behouden bijgebouwen.
C:
Nieuw te bouwen schuur.
D:
Te slopen bijgebouw en woning (witte stippellijn).
E:
Bestaande te behouden beukenhaag.
F:
Bouwblok woonbestemming (gele stippellijn).
G:
Grasland / weiland.
H:
Bestaande houtopstanden en bomen.
I:
Nieuw te planten bomen. Aanplanten in de maat 12-14 (stamomtrek in centimeters) en elk voorzien van twee boompalen. Totaal: 5 stuks met de soorten: linde (2) en fladderiep (3).
J:
Nieuw te realiseren parkeerplaatsen voor schuur (C) en woning (A).
Fragment uit 1920 (bron: topotijdreis.nl) Nieuwe situatie Oude broekweg 4, niet op schaal (Bron: N+L Landschapsontwerpers)
Project: Schuur voor schuur
Getekend:
DA
Status:
DO
Noord:
Adres:
Oude Broekweg 4
gecontroleerd:
NH
Formaat:
A3
Schaal: 1:1000
^
Plaats:
Rossum
Datum:
23-10-2025
17
6. Nieuwe situatie Korenmorsweg 16-18 6.1 Samenvatting huidige situatie De planlocatie is van oorsprong gelegen in het kampenlandschap. Door de ontwikkeling in de landbouw heeft het erf echter de aansluiting gevonden met de ontginning met een rechtlijnige en orthogonale opzet. De oorspronkelijke boerderij is niet meer bewoond en door de bouw van extra woningen en schuren is het niet langer herkenbaar als hoofdgebouw. Er is min of meer een rij aan gebouwen ontstaan waardoor er geen sterk erfensemble is. In de huidige situatie is sprake van een agrarisch erf met twee woonhuizen (A op de uitwerking) en bijbehorende schuren (B). 6.2 Nieuwe situatie De bestemming is en blijft “Agrarisch – 1”. De initiatiefnemer is voornemens om één schuur (C) te slopen. Het gaat om een oude varkensschuur die al enkele jaren buiten gebruik is. Deze schuur beslaat een oppervlakte van 260 vierkante meter. Om het erf in balans te houden zal de kapschuur verplaatst worden naar de locatie van de te slopen schuur. Dit zorgt ervoor dat er geen ‘doorkijk’ op het erf ontstaat en voorkomt dus ook dat de woning afgezonderd zou raken. Het verplaatsen zorgt ervoor dat er sprake blijft van een compact erfensemble. Het omliggende landschap is in de loop der jaren drastisch verloren gegaan. Een kleinschalig en gesloten landschap is ingeruild voor een grootschalig en open landschap.
Herstel van het kleinschalige is niet
18
mogelijk. De houtopstanden (D) langs de Korenmorsweg blijven behouden. De aanwezige laurierbeplanting wordt vervangen door een haag met een inheemse soort (H) als beuk, liguster of Spaanse aak. Met voorgestelde ontwikkeling zal worden voldaan aan het gestelde beleid.
A:
Bestaande woningen.
B:
Bestaande schuren.
C:
Te slopen schuur.
D:
Bestaande houtopstanden.
E:
Tuin/gazon.
F:
Te verwijderen laurierhagen (rode stippellijn).
G:
Erfverharding.
H:
Nieuw aan te planten hagen. Soort: Beuk, liguster of spaanse aak. Aanplant in dubbele rij, aanplant met 9 stuks per m1. Totaal 315 stuks aan te planten op een lengte van 35 meter.
I:
Te verplaatsen kapschuur.
J:
Weiland/grasland.
Fragment uit 1920 (bron: topotijdreis.nl)
Nieuwe situatie Korenmorsweg 16-18, niet op schaal (Bron: N+L Landschapsontwerpers) Project: Rood voor Rood
Getekend:
DA
Status:
DO
Noord:
Adres:
Korenmorsweg 18
gecontroleerd:
NH
Formaat:
A3
Schaal: 1:1000
^
Plaats:
Lattrop-Brekklenkamp
Datum:
07-08-2024
19
l a n d s c h a p s o n t w e r p e r s
20
Oldenzaalseweg 38 • 7651 KC Tubbergen • info@nl-landschap.nl • www.nl-landschap.nl
Bijlage 6
Quickscan natuurwaarden
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22ao Buitengebied, Korenmorsweg 18 en Oude Broekweg 4
89
Quickscan natuurwaardenonderzoek Oude Broekweg 4 Rossum & Korenmorsweg 18 Lattrop
Effectbeoordeling in het kader van de Omgevingswet, Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000
1
Colofon Quickscan natuurwaardenonderzoek Oude Broekweg 4 Rossum & Korenmorsweg 18 Lattrop Effectbeoordeling in het kader van de Omgevingswet, Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000
Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Nobelstraat 5-7 Lichtenvoorde 7131 PZ
BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0850-509852
Opdrachtgever: NL Landschap Abonnementhouder van de Nationale Databank Flora en Fauna
Projectnummer en versie: 7095 versie 1.0 Ligging plangebied: Oude Broekweg 4 Rossum & Korenmorsweg 18 Lattrop Auteur: M. Mateman
Status: definitief Rapportdatum: 6-12-2024 Veldwerk uitgevoerd door: P. Leemreise
De vermelde medewerkers in deze rapportage zijn akkoord met openbaring van zijn of haar persoonsgegevens in het kader van de AVG-privacy wetgeving.
2
Inhoudsopgave SAMENVATTING ................................................................................................................................................... 4 HOOFDSTUK 1
INLEIDING ............................................................................................................................... 6
HOOFDSTUK 2
HET PLANGEBIED ...................................................................................................................... 7
2.1 Situering ................................................................................................................................................ 7 Oude Broekweg 4 Rossum .......................................................................................................................... 7 2.2 Beschrijving van het plangebieden ....................................................................................................... 8 HOOFDSTUK 3
VOORGENOMEN ACTIVITEITEN .................................................................................................. 10
3.1 Algemeen ............................................................................................................................................ 10 3.2 Mogelijk effect van de voorgenomen activiteiten op beschermde soorten en/of –gebieden ........... 10 3.3 Vaststellen van de invloedsfeer .......................................................................................................... 11 3.4 Vaststellen van het onderzoeksgebied ............................................................................................... 11 HOOFDSTUK 4
TOETSINGSKADERS ................................................................................................................. 12
4.1 Algemeen ............................................................................................................................................ 12 4.2 Omgevingswet; Natura 2000............................................................................................................... 12 4.3 Omgevingswet; Soortenbescherming ................................................................................................. 12 4.4 Specifieke zorgplicht............................................................................................................................ 13 4.5 Regelgeving ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland ............................................................. 15 HOOFDSTUK 5
GEBIEDSBESCHERMING............................................................................................................ 16
5.1 Algemeen ............................................................................................................................................ 16 5.2 Natuurnetwerk Nederland .................................................................................................................. 16 5.3 Natura 2000......................................................................................................................................... 18 5.4 Slotconclusie........................................................................................................................................ 21 HOOFDSTUK 6
SOORTENBESCHERMING .......................................................................................................... 22
6.1 Verwachting en bureauonderzoek ...................................................................................................... 22 6.2 Veldonderzoek .................................................................................................................................... 23 6.3 Resultaten ........................................................................................................................................... 24 6.4 Wettelijke consequenties van de beoogde ingreep ............................................................................ 29 6.5 Historische gegevens en overige bronnen .......................................................................................... 34 6.6 Volledigheid van het onderzoek.......................................................................................................... 34 HOOFDSTUK 7
CONCLUSIES .......................................................................................................................... 35
3
SAMENVATTING Aan de Oude Broekweg 4 in Rossum wordt de bestaande woning en bijgebouw gesloopt en wordt er een nieuwe woning met bijgebouw teruggebouwd. Aan de Korenmorsweg 18 in Lattrop wordt de schuur aan de westkant van het erf gesloopt. De ontwikkelingen op beide erven wordt uitgevoerd in het kader van de schuur-voor-schuur-regeling van de gemeente Dinkelland. Als gevolg van deze voorgenomen activiteiten kan overtreding van de Omgevingswet op voorhand niet uitgesloten worden. Daarom is Natuurbank Overijssel gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Omgevingswet in beeld te brengen. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven. De plangebieden zijn op 29 november 2024 onderzocht op de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten, dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingslocaties. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermde (natuur)gebieden, zoals Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland.
Resultaten toetsing aan wet- en regelgeving voor beschermde gebieden: De plangebieden behoren niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland hoeven voorgenomen initiatieven niet getoetst te worden aan de provinciale beleidsregels ten aanzien van de bescherming van het NNN (geen externe werking). Gelet op de aard van de voorgenomen activiteiten en de afstand tussen het plangebied en Natura 2000-gebied, kan een negatief effect op Natura 2000-gebied als gevolg van de emissie van stikstofoxiden, op voorhand niet uitgesloten worden. Daarom moet er voor zowel de ontwikkel- als de gebruiksfase een stikstofberekening uitgevoerd worden. Aangezien er verbondenheid bestaat tussen de twee ontwikkelingen kunnen beide locaties gecombineerd worden in één stikstofberekening. Overige negatieve effecten kunnen op Natura 2000-gebied worden voor beide locaties uitgesloten. Resultaten toetsing aan wet- en regelgeving voor beschermde soorten: Aan de in Korenmorsweg 18 in Lattrop zijn geen beschermde flora- of fauna aangetroffen daarom zijn de onderstaande conclusies alleen van toepassing op het plangebied aan de Oude Broekweg 4 in Rossum.
De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied ongeschikt als groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Het plangebied wordt door beschermde dieren hoofdzakelijk benut als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels en bezetten grondgebonden zoogdieren er een vaste (winter)rust- of voortplantingsplaats. Het plangebied wordt door vleermuizen uitsluitend benut als foerageergebied en wordt niet als functioneel leefgebied voor amfibieën beschouwd. Het plangebied behoort tot functioneel leefgebied van verschillende vogelsoorten. Vogelsoorten benutten het plangebied als foerageergebied en er nestelen mogelijk huismussen in de woning en schuur op het terrein. Aangezien nesten van huismussen jaarrond beschermd zijn met er nader onderzoek uitgevoerd worden om vast te kunnen stellen of deze nesten aanwezig zijn en of er een Omgevingsvergunning floraen fauna-activiteit aangevraagd moet worden voor het slopen van de woning en de schuur. Daarnaast nestelen er mogelijk vogels in de beplanting rondom de schuur. Als gevolg van het rooien van beplanting tijdens de voortplantingsperiode wordt mogelijk een bezet vogelnest beschadigd of vernield. Van de in het plangebied nestelende soorten is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats.
Voor het beschadigen/vernielen van een bezet nest (eieren) of het doden van een vogel kan geen Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit verkregen worden omdat de voorgenomen activiteiten niet als een in de wet genoemd belang wordt beschouwd. Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren/vernielen van vogelnesten dienen buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is augustus-februari.
4
Indien de werkzaamheden toch in de voortplantingsperiode van vogels worden uitgevoerd moet er een broedvogelscan uitgevoerd worden. Door het onvoorbereid uitvoeren van de voorgenomen activiteiten kan niet uitgesloten worden dat beschermde grondgebonden zoogdieren gedood worden en dat vaste rust- en/of voortplantingsplaatsen beschadigd of vernield worden. Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren, waarvan mogelijk vaste rust- en/of voortplantingsplaatsen negatief beïnvloed worden geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling ‘beschadigen/vernielen van vaste rust- of voortplantingsplaats’. Voor het doden van beschermde grondgebonden zoogdieren geldt echter geen vrijstelling. Om te voorkomen dat beschermde grondgebonden zoogdieren opzettelijk gedood worden, dienen ze weggevangen te worden of dient het werkterrein natuurvrij gemaakt te worden, zodat de dieren op eigen beweging vertrekken. Voor het natuurvrij maken van het werkterrein is geen omgevingsvergunning flora en fauna-activiteit vereist. Indien er zorgvuldig gehandeld wordt, worden geen beschermde grondgebonden zoogdieren gedood en leidt uitvoering van de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties.
Resultaten van toetsing aan wet- en regelgeving voor beschermde soorten en gebieden samengevat: • Uitvoeren stikstofberekening voor zowel de ontwikkel- als gebruiksfase; • Nader onderzoek uitvoeren naar de functie van het plangebied aan de Oude Broekweg 4 in Rossum voor huismussen; • Geen beschermde grondgebonden zoogdieren doden (zorgvuldig werken, wegvangen of werkterrein natuurvrij maken) deze conclusie geldt alleen voor het plangebied aan de Oude Broekweg 4 in Rossum;
5
HOOFDSTUK 1
INLEIDING Aan de Oude Broekweg 4 in Rossum wordt de bestaande woning en bijgebouw gesloopt en wordt er een nieuwe woning met bijgebouw teruggebouwd. Aan de Korenmorsweg 18 in Lattrop wordt de schuur aan de westkant van het erf gesloopt. De ontwikkelingen op beide erven wordt uitgevoerd in het kader van de schuur-voor-schuur-regeling van de gemeente Dinkelland. Als gevolg van deze voorgenomen activiteiten kan overtreding van de Omgevingswet op voorhand niet uitgesloten worden. Daarom is Natuurbank Overijssel gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Omgevingswet in beeld te brengen. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven. Er is in het onderzoeksgebied gekeken naar de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten en dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingsplaatsen en andere beschermde functies. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied.
Op basis van de onderzoeksresultaten worden de wettelijke consequenties bepaald van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Omgevingswet (soorten en Natura 2000-gebied) en de Omgevingsverordening Overijssel (Natuurnetwerk Nederland).
6
HOOFDSTUK 2
HET PLANGEBIED
2.1 Situering Oude Broekweg 4 Rossum Het plangebied is gesitueerd aan de Oude Broekweg 4 in Rossum en ligt ten noordwesten van het dorp Rossum in de gemeente Dinkelland en ligt in landelijk gebied. Op de onderstaande afbeelding wordt de globale ligging van het plangebied weergegeven op een topografische kaart.
Globale ligging van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode cirkel aangeduid (bron: topotijdreis.nl).
Korenmorsweg 18 Lattrop Het plangebied is gesitueerd aan de Korenmorsweg 18 in Lattrop en ligt ten zuidoosten van het dorp Lattrop in de gemeente Dinkelland en ligt in landelijk gebied. Op de onderstaande afbeelding wordt de globale ligging van het plangebied weergegeven op een topografische kaart.
Globale ligging van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode cirkel aangeduid (bron: topotijdreis.nl).
7
2.2 Beschrijving van het plangebieden Plangebied aan de Oude Broekweg 4 Rossum Het plangebied aan de Oude Broekweg 4 in Rossum bestaat uit de woning en schuur op het erf. De woning heeft een zadeldak met dakpannen en een gemetselde buitengevel met luchtspouw. In de buitengevel zijn laag bij de grond open stootvoegen aanwezig. De schuur heeft dezelfde bouwstijl als de woning en heeft ook een gemetselde buitengevels met luchtspouw en een zadeldak met dakpannen. Aan de westzijde van de schuur bevindt zich een carport en aan noordzijde van de schuur bevindt zich een aanbouw van damwandplaten met een golfplatendak. Op de onderstaande afbeelding wordt de begrenzing van het plangebied weergegeven met de gele omkadering.
Luchtfoto met de begrenzing van het plangebied, aangegeven met de gele lijn (bron: ruimtelijkeplannen.nl).
8