CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Collegereflectie op het raadsakkoord 2026 - 2030

Gemeenteraad 30 juni 2026, gemeente DinkellandBij agendapunt: 8: Collegereflectie op het raadsakkoord 2026-2030 Op basis van vertrouwen verantwoordelijkheid nemen5.611 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Reflectie op het raadsakkoord 2026 - 2030

Op basis van vertrouwen verantwoordelijkheid nemen

Processchets

Processchets uitwerking raadsakkoord nader toegelicht De gemeenteraad van Dinkelland heeft op 26 mei jl. onder het motto ‘Richting voor vandaag, ruimte voor morgen’ het raadsakkoord 2026–2030 vastgesteld. Met het akkoord leggen alle partijen samen de basis voor een breed gedragen koers voor Dinkelland voor de komende raadsperiode. Vertrekpunt voor het nieuwe college Dit document is daarmee ook logischerwijs het vertrekpunt voor het nieuwe college, dat het raadsakkoord -bestaande uit maar liefst 61 inhoudelijke en concrete punten-verder gaat uitwerken in een collegeakkoord. Op 22 mei jl, is bekend geworden dat het nieuwe college -naast de burgemeester- gaat bestaan uit twee wethouders van Lokaal Dinkelland en een wethouder van de Dinkellandse VVD. Zorgvuldige uitwerking raadsakkoord Het (nieuwe) college neemt het raadsakkoord uitermate serieus en kiest ervoor om - met het oog op een zorgvuldige inhoudelijke en financiële uitwerking van de 61 punten uit het raadsakkoord - het definitieve collegeakkoord nader uit te werken. Dit ook mede in relatie en als opmaat naar de (meerjaren-) begroting die uw raad in oktober 2026 wordt aangeboden.

Vertrouwen krijgen, verantwoordelijkheid nemen Om het belang van het raadsakkoord te onderstrepen heeft het college gemeend in het korte tijdsbestek dat resteerde tussen bekendmaking van het nieuwe college en de daadwerkelijke installatie van de wethouders alvast een eerste bestuurlijke reflectie op het raadsakkoord te geven. Deze reflectie – met als titel “Op basis van vertrouwen verantwoordelijkheid nemen” is te zien als een eerste aanzet voor een collegeakkoord. Ook gaat deze reflectie kort in op enkele specifieke onderwerpen, inclusief het actuele gemeentelijke financiële perspectief en is ook de portefeuilleverdeling opgenomen. Vanzelfsprekend is in de reflectie de hoofdstukindeling vanuit het raadsakkoord aangehouden. Het uitgewerkte collegeakkoord wordt u na de zomervakantie aangeboden.

collegereflectie op het raadsakkoord 2026–2030

2

Inleiding

Op basis van vertrouwen verantwoordelijkheid nemen Een stevig richtinggevend fundament Richting voor vandaag, ruimte voor morgen. Met dat motto heeft de raad van Dinkelland op 26 mei 2026 raadsbreed een akkoord vastgesteld. Daarmee is een goede traditie voortgezet om aan het begin van een raadsperiode te constateren dat de volksvertegenwoordiging van Dinkelland het over heel veel zaken eens is. Na een verkiezingscampagne waarin de verschillen centraal staan, stelt de raad meteen aan het begin gezamenlijk gedeelde kaders voor deze periode. Dat geeft een stevig richtinggevend fundament voor ons als college. Besturen in een snel veranderende wereld Naast de punten in het raadsakkoord, zijn er allerlei ontwikkelingen waar we rekening mee gaan houden. Denk aan het steeds hogere tempo van wijzigingen in wet- en regelgeving, in de Rijksuitkering aan gemeenten, aan regionale ontwikkelingen, provinciaal beleid en ook aan vragen vanuit de samenleving en de snelle toename van impact van digitalisering waaronder kunstmatige intelligentie in onze samenleving, maar ook netcongestie en waterproblematiek. Daarnaast hebben langjarige trends invloed, zoals vergrijzing, klimaatverandering en economische effecten van een machtsverschuiving op wereldschaal. Gegeven deze dynamiek is onze insteek om juist nu vanuit rust en overzicht uitvoering te geven aan dit raadsakkoord.

Dit vraagt om een zorgvuldige uitwerking Dit brede raadsakkoord verdient een zorgvuldige uitwerking. En vraagt gelet op de omvang om keuzes en meerjarige prioritering. Zeker ook omdat de financiële vooruitzichten niet rooskleurig zijn. We gaan de komende periode intensief aan de slag om te komen tot een collegeprogramma dat zoveel mogelijk recht doet aan dit raadsakkoord. Graag geven wij nu, bij de start van ons college, alvast een eerste reflectie op dit akkoord. Vanuit welke houding geven we uitvoering aan het raadsakkoord? Het raadsakkoord geeft richting waar we aan willen werken de komende vier jaar. Hoe we dat doen komt mede voort uit hoe we naar de samenleving kijken. We trekken niet alles naar ons toe, we laten niet alles over aan de samenleving. We zoeken de balans om samen met de raad en met onze inwoners te werken aan Dinkelland. Daarbij koesteren we onze cultuur, tradities, Twentse taal en Twentse identiteit. Vrijheid is samenleven met ruimte en respect voor anderen Individuele vrijheid en individuele rechten zijn een groot goed. Onze samenleving is daarvan doordesemd. Dat koesteren we vanuit onze lokale en liberale waarden. Die vrijheid en die rechten zijn natuurlijk niet onbegrensd. Met name in het ruimtelijk domein zien we steeds vaker botsende ruimteclaims en botsende belangen. Dat is logisch en daar willen we als overheid ook helder in zijn.

Als iets nodig is om het algemeen belang te dienen, dan weegt dat zwaarder dan individuele belangen. Doen we dat namelijk niet, dan komen projecten niet tot realisatie en komt de vitaliteit van onze gemeenschap in het geding. Uiteraard worden hierbij de belangen van individuen altijd zorgvuldig meegenomen in het besluitvormingsproces.

collegereflectie op het raadsakkoord 2026–2030

3

Dinkelland heeft een krachtige samenleving waarin elkaar helpen centraal staat Doorgeschoten vrijheidsbeleving zien we helaas ook hier in Dinkelland, onder andere op sociale media. Onder het mom van vrijheid van meningsuiting worden (nieuwe) inwoners tegen elkaar uitgespeeld en wordt de overheid vaak als tegenstander weggezet. Daar laten we ons niet door leiden. De overheid is het verlengstuk van de samenleving, besturen doen we samen. Daarom blijven we werken aan betrokkenheid van inwoners bij hun leefomgeving en bij het bestuur van de gemeente. We hebben in onze gemeente een krachtige samenleving, als we samen de schouders er onder zetten dan is geen opgave te groot. Vanuit het gemeentehuis denken we mee en kijken we hoe iets wél kan. En we zijn ook duidelijk als iets niet mogelijk is. Dat is niet leuk om te horen, maar niet alles kan overal. Omdat we vertrouwen hebben in de samenleving, is onze regelgeving primair gericht op datgene wat nodig is voor een prettige, veilige, gezonde, duurzame samenleving. Want regels zijn er niet zomaar, die zijn er juist om inwoners en ondernemers te beschermen. Vanuit dat uitgangspunt zijn we scherp op nieuwe regelgeving en toetsen we bestaande regelgeving op relevantie. We gaan ervan uit dat de raad ons scherp houdt de komende jaren en we zien uit naar een goede samenwerking!

Dinkelland, 30 juni 2026

Richard de Way, Lokaal Dinkelland Manon Olde Meule, Lokaal Dinkelland Rob Olde Kalter, Dinkellandse VVD

collegereflectie op het raadsakkoord 2026–2030

4

1 Sociaal en gezond samenleven

collegereflectie op het raadsakkoord 2026–2030

5

1

Sociaal en gezond samenleven

Duidelijke maatschappelijke koers Wij constateren dat het raadsakkoord een duidelijke maatschappelijke koers uitzet waarin preventie, participatie en leefbaarheid centraal staan. In onze uitwerking kiezen we nadrukkelijk voor het versterken van de sociale basis en het vroegtijdig signaleren van problemen. Daarmee wordt ingezet op een samenleving waarin inwoners zoveel mogelijk zelfstandig kunnen deelnemen en ondersteuning beschikbaar is wanneer dat nodig is. Vanzelfsprekend om maatschappelijke waarde te bieden, maar ook tegen de achtergrond van het beheersbaar houden van toekomstige maatschappelijke en financiële kosten. We zien dat veel opgaven nauw met elkaar samenhangen en daarom vragen om een integrale benadering. Gezondheid, bestaanszekerheid, participatie, onderwijs, cultuur, wonen en sociale cohesie kunnen niet los van elkaar worden beschouwd. Wij denken met een integrale koers voor het sociaal domein, inclusief een uitvoeringsprogramma voor de komende jaren, een adequate benadering vorm te kunnen geven. In een bijeenkomst op 16 juni jl. zijn hiervan de hoofdlijnen aan u gepresenteerd. Tegelijkertijd is duidelijk dat de maatschappelijke opgaven in omvang en complexiteit toenemen. Dit vraagt om voldoende uitvoeringskracht, bestuurlijke regie en duurzame samenwerking met lokale en regionale maatschappelijke partners.

Het realiseren van de ambities is daarmee niet uitsluitend een maatschappelijke en/of financiële opgave, maar ook een organisatorische uitdaging. Vasthouden aan een langetermijnperspectief Wij gaan ervan uit dat veel van onze huidige en toekomstige investeringen een preventief karakter hebben in het besef dat resultaten niet altijd direct meetbaar zullen zijn. Juist daarom is het van belang dat we vasthouden aan een langetermijnperspectief en blijven sturen op concrete resultaten voor onze inwoners. We werken enerzijds vanuit een stevige en vastomlijnde basis - visie op het sociaal domein, maar willen gelet op effectiviteit, efficiency en een teruglopend gemeentelijke financieel perspectief volop oog hebben en houden voor scherpe prioritering, realistische fasering en praktische uitvoerbaarheid. Alleen wanneer ambities, capaciteit en financiële mogelijkheden met elkaar in balans blijven, kunnen we samen met uw raad continuïteit bieden en het raadsakkoord waarmaken. Noaberschap in migratieopgave De Nederlandse opgave m.b.t. de huisvesting van statushouders en het opvangen van asielzoekers kan alleen met gezamenlijke verantwoordelijkheid worden opgelost. Daartoe, volgen we de Spreidingswet (asiel), Huisvestingswet (statushouders) en alle andere (wettelijke) afspraken die voor gemeenten van toepassing zijn.

De opvang van ontheemden uit Oekraïne is gebaseerd op de EU-Richtlijn Tijdelijke Bescherming en wordt in Nederland uitgevoerd via de Wet Tijdelijke Bescherming Oekraïense ontheemden en

collegereflectie op het raadsakkoord 2026–2030

6

bestuurlijke afspraken tussen Rijk en gemeenten. Het is geen klassieke wettelijke taak met vaste taakstelling per gemeente zoals statushouders maar een publiekrechtelijke uitvoeringsverplichting die voortvloeit uit EU-recht + nationale regeling + bestuurlijke opdracht van het Rijk. Als college werken we - gegeven onze positie binnen het interbestuurlijk toezicht -, constructief en gericht aan oplossingen om de achterstand in huisvesting van statushouders in te lopen en regie te houden ter voorkoming van de sanctie ‘indeplaatsstelling’. We geven onze taakstelling voor het huisvesten van statushouders een impuls en onderzoeken oplossingsrichtingen ter versnelling, waarbij maximaal wordt ingezet op doorstroming en het benutten van de bestaande voorraad en op het toevoegen van passende flexibele en/of tijdelijke woonoplossingen om het voorraadprobleem aan te pakken en de gewenste versnelling te bereiken. Ons eerder onderzoek voor een regulier asielzoekerscentrum/kleinschalige opvang locatie of een noodlocatie actualiseren we en we werken gelijktijdig actief aan maatschappelijke acceptatie door middel van een brede en transparante communicatie met onze inwoners.

We streven daarbij naar een asielzoekerscentrum/kleinschalige opvang-locatie of noodlocatie in het buitengebied, met een zorgvuldige afweging van bereikbaarheid, leefbaarheid en ruimtelijke inpassing, zonder andere locaties op voorhand uit te sluiten. Bij alle stappen die we binnen de bovengenoemde migratieopgaven nemen, betrekken we steeds meerdere oplossingsrichtingen. Deze wegen we zorgvuldig af, maar nemen we per saldo wel voortvarend ter hand binnen de eerste fase van de komende college- en raadsperiode van vier jaar.

collegereflectie op het raadsakkoord 2026–2030

7

2 Duurzaamheid en toekomstbestendige leefomgeving

collegereflectie op het raadsakkoord 2026–2030

8

2

Duurzaamheid en toekomstbestendige leefomgeving

Het raadsakkoord van Dinkelland geeft een ambitieuze richting weer, waarbij duurzaamheid, energiezekerheid, leefbaarheid en circulaire ontwikkeling in onderlinge samenhang worden benaderd. Verschillende ontwikkelingen op deze terreinen laten zien dat we ons in een complexe overgangsfase bevinden waarin lokale ambities steeds sterker worden beïnvloed door regionale, landelijke en Europese ontwikkelingen. Wij zien hierin als grootste bestuurlijke opgave om als gemeente Dinkelland binnen de gegeven mogelijkheden regie te hebben en te houden en daarbij de juiste keuzes te maken binnen een snel veranderend speelveld. Maatschappelijke acceptatie, betaalbaarheid en ruimtelijke inpasbaarheid zijn en worden steeds nadrukkelijker bepalende factoren voor realisatie van de gestelde doelen. Daarbij vraagt de spanning tussen lokale zeggenschap en bovenlokale opgaven om een actieve en strategische positie van onze gemeente. In onze uitwerking van het raadakkoord zetten we uiteraard in op samenwerking, maar bewaken we ook het belang van de eigen Dinkellandse autonomie. We richten ons op de zaken waar we invloed op hebben en beperken ons tot het nemen van de eigen verantwoordelijkheid in de opgaven in de energietransitie passend bij de schaal van de gemeente Dinkelland, waar mogelijk in samenwerking met de Noordoost Twentse gemeenten.

We vinden het essentieel dat energietransitie niet uitsluitend wordt benaderd als een technische of ruimtelijke opgave, maar nadrukkelijk ook als een sociale en economische transitie. Wij vinden dat elke inwoner van Dinkelland – ook die inwoners met een smalle beurs – hierin moeten kunnen meedoen. Duurzaamheidsmaatregelen moeten vanuit effectiviteit en efficiency voor onze inwoners praktisch toepasbaar zijn en gebaseerd zijn op gezond realisme. Dit principe staat centraal bij de verdere uitwerking en verdieping van het raadsakkoord. Wij vinden dat draagvlak en rechtvaardigheid uiteindelijk bepalend zijn voor brede maatschappelijke acceptatie en daarmee dus voor het succes van de transitie in onze gemeente. Daarnaast wordt duidelijk dat toekomstige ontwikkelingen rondom netcapaciteit, nieuwe energietechnieken en veranderende wet- en regelgeving grote invloed kunnen hebben op de haalbaarheid en het tempo van de opgaven. Dit vraagt om realisme en bestuurlijke flexibiliteit van zowel college als raad. Ook zien we dat verduurzaming steeds meer integraal onderdeel wordt van ruimtelijke ontwikkeling, economische vitaliteit en de kwaliteit van de leefomgeving. Wij sturen erop om de opgaven vanuit afzonderlijke projecten te verbreden naar een structurele manier van denken en werken binnen onze gemeente. Hierbij streven we naar een robuuste lokale energie-infrastructuur.

Reëel perspectief en doel met betrekking tot windturbines Het geamendeerde windbeleid van Dinkelland is door de provincie Overijssel, als gevolg van door ons gehanteerde strengere afstands- en geluidsnormen, terzijde geschoven. De provincie is per saldo nu bevoegd gezag. In één van onze zoekgebieden is nu een concessie toegekend aan het Duitse energieconcern RWE. Omdat ons door de gemeenteraad vastgestelde windbeleid niet is gevolgd hebben we ons laten adviseren over de juridische mogelijkheden om een procedure te voeren tegen medeoverheid provincie Overijssel. Hoewel er haakjes te vinden zijn om die procedure aan te gaan is onderaan de streep ook bekend (jurisprudentie) dat nog geen enkele eiser in vergelijkbare procedures in het gelijk is gesteld. collegereflectie op het raadsakkoord 2026–2030

9

Anderzijds vinden we het als college van belang dat als die windturbines er ultiem wel komen dat het lokaal eigendom (en daarmee rendement) wordt geborgd en daartoe dienen we juist met provincie, RWE en lokale partners samen op te trekken om te voorkomen dat we alleen de (over)lasten gaan ervaren en de lusten (inkomsten) moeten ontberen. Dat vraagt om een balanceeract en vorm van begrenzing van ons (juridisch) verzet, ook omdat daarmee naast tijd ook middelen (maatschappelijk geld) mee gemoeid zijn. Onze inzet is dan ook om initieel – in lijn met de afspraak met de gemeenteraad – de komst van windturbines te bestrijden, tenzij alsnog wordt voldaan aan ons eigen windbeleid. Daarnaast faciliteren we het lokaal eigendom waarbij lokale revenuen als bovenliggend (ultiem) belang worden gehanteerd. Als dit bovenliggend belang in gevaar komt en/of de kosten van (juridisch) verzet de nu afgesproken € 100.000 gaan overschrijden, wordt een heroverweging van de eerdere ingezette initiële lijn met de gemeenteraad onderzocht.

collegereflectie op het raadsakkoord 2026–2030

10

3 Ruimte, wonen en leefbare kernen

collegereflectie op het raadsakkoord 2026–2030

11

3

Ruimte, wonen en leefbare kernen

Wij zien woningbouw als een essentieel onderwerp voor de toekomst van onze gemeente. Woningbouw is immers verbonden met leefbaarheid, demografische ontwikkelingen, voorzieningen, ruimtelijke kwaliteit en maatschappelijke vitaliteit. Kortom: zaken die de kern van het leven in Dinkelland raken. Versnelling van woningbouw met oog voor betaalbaarheid en huisvesting voor doelgroepen is en blijft voor ons dan ook de prioritaire opgave. Dit alles uiteraard binnen de kaders van een doorlopend door college en raad te actualiseren volkshuisvestingsprogramma, om zo gezamenlijk regie te voeren op de ontwikkeling van onze gemeente. Een op maat gesneden woningbouwprogramma Wij doen dat niet alleen vanuit het brede perspectief van Dinkelland, maar willen ook per kern en in nauwe samenspraak met die kern komen tot een gebiedsvisie met een op maat gesneden woningbouwprogramma voor die kern. Dit ook vanuit een veel bredere gebiedsgerichte aanpak die de leefbaarheid en vitaliteit van onze kernen centraal stelt. Uiteraard past hierin ook de samenwerking met onze maatschappelijke partners, inwoners en andere overheden of onze bestuurlijke en ambtelijke participatie in de ROS (Ruimtelijke Ontwikkelstrategie). We constateren als college dat naar alle waarschijnlijkheid woningbouw voor de toekomst steeds complexer wordt.

Vergunningverlening en bezwaarprocedures, netcongestie en wellicht de wateropgaven c.q. stikstofaanpak maken het niet makkelijker om snel tot resultaten te komen. Dat neemt niet weg dat we als college volop inzetten op een realistische, programmatische, gebiedsgerichte en datagedreven aanpak en dat we ervan overtuigd zijn dat we passende resultaten voor onze inwoners kunnen neerzetten. Ook hier is en blijft integraal werken over beleidsvelden heen een randvoorwaarde voor succes. Algemeen belang boven individuele belang Vanzelfsprekend zetten we erop in om bij woningbouwopgaven onze inwoners vroegtijdig en betekenisvol te betrekken, zodat draagvlak, lokale behoeften en ruimtelijke kwaliteit in samenhang worden meegenomen in de besluitvorming. Wel stellen we ons daarbij op het standpunt dat het algemeen belang bij woningbouw – en meer zijn algemeenheid bij ruimteclaims – prevaleert boven het individuele belang. De belangen van individuen nemen we altijd zorgvuldig mee in onze besluitvorming, maar zijn niet op voorhand allesbepalend en daarmee maatgevend voor de uitkomst van een woningbouwproject. Uitvoering van onze ambities vraagt om passende monitoring, bestuurlijke wendbaarheid en een kritische beoordeling van de mate waarin ambities daadwerkelijk uitvoerbaar en toekomstbestendig zijn.

We zien hierin een gezamenlijke verantwoordelijkheid van raad, college, Noaberkracht en samenwerkingspartners om ambities op een haalbare en vooral ook krachtige wijze te realiseren.

collegereflectie op het raadsakkoord 2026–2030

12

4 Openbare ruimte, verkeer en mobiliteit, water en klimaat

collegereflectie op het raadsakkoord 2026–2030

13

4

Openbare ruimte, verkeer en mobiliteit, water en klimaat

Integraal en meerjarig naar onze fysieke leefomgeving kijken Het raadsakkoord positioneert de openbare ruimte als waardevolle ruimte die kan bijdragen aan onder andere een prettige leefomgeving en gezondheid en waarmee we kunnen inspelen op een veranderend klimaat. Bij investeringen in de openbare ruimte kijken we dan ook bewust breder dan alleen naar de levensduur en de primaire functie van wegen, groen en riolering. We streven naar investeringen die bijdragen aan meerdere doelen. Daardoor draagt een geïnvesteerde euro bij aan meerdere gewenste maatschappelijke effecten. Wat de meest optimale investering is en hoe we die financieel kunnen dekken, vergt een belangenafweging waarbij we streven naar de juiste balans. Integraal en meerjarig naar onze fysieke leefomgeving kijken is niet alleen slim, maar ook nodig. Veel infrastructuur komt de komende decennia aan het einde van zijn technische levensduur. Klimaatverandering vraagt om aanpassingen in onze openbare ruimte waarbij ook groen en biodiversiteit centraal staan. Verkeersveilige gemeente In het streven naar een verkeersveilige gemeente, inventariseren en analyseren we knelpunten in verkeersveiligheid. We zijn als gemeente immers verantwoordelijk voor een goede en veilige inrichting van wegen, fietspaden en trottoirs.

Of we daarmee in de praktijk ook echt een verkeersveilige situatie hebben, is ook afhankelijk van het gedrag van iedereen die gebruik maakt van de infrastructuur. Ofwel, verkeersveiligheid is niet alleen een opdracht voor de gemeente. Op het gebied van mobiliteit streven we naast een goede en veilige infrastructuur ook naar een goede regionale bereikbaarheid met het openbaar vervoer. We zien dit belang ook genoemd in programma’s zoals het Nationaal Programma Vitale Regio’s en de Ruimtelijke Ontwikkelstrategie Twente. We kunnen als gemeente zelf niet besluiten over openbaar vervoer, maar we kunnen onze invloed wel aanwenden het belang van dekkend en frequent openbaar vervoer te benadrukken in regionale en provinciale overleggen.

collegereflectie op het raadsakkoord 2026–2030

14

5 Buitengebied, recreatie en transitie van het landelijk gebied

collegereflectie op het raadsakkoord 2026–2030

15

5

Buitengebied, recreatie en transitie van het landelijk gebied

De Rijksoverheid lijkt in 2026 met een pakket maatregelen te komen om Nederland van het stikstofslot te halen. Hoe die maatregelen er uiteindelijk precies gaan uitzien voor onze gemeente is op het moment van schrijven van deze reflectie nog niet bekend. Maar dat rijksbeleid effect heeft op ons landelijk gebied is zeker. Perspectief voor onze agrarische sector In onze gemeente is de agrarische sector een belangrijke factor. Zoals verwoord in het met alle gebiedspartners opgestelde Position Paper Buitengebied Noord Oost Twente (NOT) kenmerkt ons buitengebied zich door een complexe en daarmee unieke stapeling van (natuur)opgaven, waardoor de sector in de knel raakt en het perspectief voor ondernemers (en opvolgers) ontbreekt. In lijn met het Position Paper is er een beperkt aantal beleidsterreinen dat binnen de invloedssfeer van lokale en provinciale overheden ligt. Een cruciaal onderdeel daarvan is de functie en beschikbaarheid van grond. Inmiddels is dit thema op initiatief van Noordoost Twente ook geagendeerd op de provinciale tafel ‘Toekomst voor ons Platteland’ met als doel dat Gedeputeerde Staten en Provinciale Staten grond niet alleen voor natuurdoelen inzetten, maar ook gebiedsgericht voor agrarisch ondernemers. De grondgebonden veehouderij is met afstand de grootste deelsector voor onze gemeente.

Naast de economische factor vervult deze sector ook een sociaal maatschappelijke rol in de verbinding tussen stad, dorp en platteland. Daarnaast is de sector mede drager van de culturele tradities en onmisbaar in het beheer van het buitengebied, en daarmee ook van enorme betekenis voor de toeristische sector. Het grote aantal stoppers (stoppersregelingen, ontbrekend opvolgersperspectief) zet de leefbaarheid van het gebied onder druk. De beschikbaarheid van grond bepaalt in belangrijke mate het (toekomstig) perspectief, zowel waar het gaat om extensivering als in relatie tot de beperkende regels met betrekking tot stikstof en mest. Door generiek landelijk beleid stoppen veehouderijen. De daarbij vrijkomende gronden komen in de praktijk vaak niet beschikbaar voor blijvende veehouderijen die in het kader van extensivering grond nodig hebben om perspectief te behouden, maar worden verpacht aan de hoogste bieder. Akkerbouwbedrijven, waaronder boom- en siertelers, behoren vaak tot deze groep, waardoor grasland verdwijnt en het areaal boom- en sierteelt toeneemt. Binnen de beperkte lokale beleidsruimte sturen wij daarom op het behoud van blijvend grasland en dragen wij bij aan het perspectief voor de veehouderij. Vanuit dat bredere belang beschouwen wij de uitbreiding van andere sectoren c.q. teelten kritisch.

Deze teelten vormen veelal een zwaardere belasting voor de bodem- en waterkwaliteit, hebben een aanzuigende werking op arbeidsmigratie en passen niet binnen ons onderscheidende coulisselandschap.

collegereflectie op het raadsakkoord 2026–2030

16

Kwaliteit van water en bodem Wij streven naar een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving, waarin de kwaliteit van water en gezondheid wordt gewaarborgd. De sector boom- en sierteelt is daarbij in ontwikkeling en zet in toenemende mate stappen om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen te verminderen en emissies te beperken. Het intensieve gebruik van niet-biologische pesticiden binnen deze teelten heeft echter een aantoonbaar negatief effect op de fysieke leefomgeving, waaronder water en bodem. Gelet op voorgaande en mede in het licht van de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over de afstand van 50 meter tussen gevoelige functies en gronden waar gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, kiezen wij, mede vanuit het voorzorgsbeginsel en het streven naar juridische robuustheid, voor beleid dat zowel gericht is op het borgen van een gezonde leefomgeving als op het versterken van het perspectief voor de grondgebonden veehouderij. Hierbij zoeken we naar lokale beleidsruimte om de transitie te ondersteunen en perspectief te bieden voor de sector. Concrete afspraken Concreet betekent dit dat we de organische uitbreiding van de sector boom- en sierteelt stoppen c.q. beperken, waarbij het ondernemerschap van bestaande bedrijven in die sector wel blijvend wordt gefaciliteerd in lijn met de afhandeling van ingediende zienswijzen.

Voor eventuele nieuwe initiatieven binnen deze sector geldt een vergunningplicht. Daarnaast nemen we de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om 50 meter (spuitvrije zones) te hanteren in het beleid op, zodat bestaande en nieuwe (agrarische) initiatieven in het buitengebied niet kwetsbaar worden voor juridische procedures. Dit betekent ook dat wij het hiermee samenhangende ingezette beleidsvoornemen m.b.t. boom- en sierteelt en de 50 meter spuitvrije zones voortzetten. Lelieteelt en/of bollenteelt, als specifieke vorm van sierteelt, wordt gelet op de kenmerken en impact afzonderlijk beschouwd en overeenkomstig datzelfde ingezette beleidsvoornemen wegbestemd. Het recent met uw raad gecommuniceerde afwegingskader voor maatwerk bij 50 meter spuitvrije zones gaat onderdeel uitmaken van het beleid.

collegereflectie op het raadsakkoord 2026–2030

17

6 Economie, werk en regionale ontwikkeling

collegereflectie op het raadsakkoord 2026–2030

18

6

Economie, werk en regionale ontwikkeling

Een sterke lokale economie is van belang voor de vitaliteit en leefbaarheid van onze gemeente. Het raadsakkoord zet de Dinkellandse economie terecht in een regionale context. Het merendeel van onze werkende inwoners werkt buiten onze gemeentegrens elders in Twente en de Dinkellandse ondernemers hebben veel klanten, afnemers en toeleveranciers vanuit heel Twente. Tegelijkertijd hebben we in Dinkelland een lokale economie waar we trots op zijn. We werken in Dinkelland dan ook continu aan een gezond ondernemersklimaat. We zijn geen gemeente met zware industrie, onze economische kracht zit in de aanwezigheid van het MKB, de vrijetijdseconomie, de agrarische sector en de maakindustrie. Het raadsakkoord spreekt van een meer regisserende rol voor de gemeente. Die rol geven we invulling in een economische visie. Een belangrijk richtinggevend document voor onze Dinkellandse inspanningen en onze regionale inzet. Hierbij past overigens wel enige bescheidenheid als het gaat om onze invloed op onze lokale en regionale economie. We creëren randvoorwaarden, we streven naar optimale dienstverlening en we werken aan een prettig woon- en vestigingsklimaat, onder andere voor onze jongeren. Of de lokale economie vervolgens blijft bloeien en groeien is sterk afhankelijk van onze ondernemers en van regionale, nationale en mondiale ontwikkelingen.

We onderschrijven het belang van aantrekken en behoud van talent en werkgelegenheid. De samenwerking met ondernemers en onderwijs levert een belangrijke bijdrage aan het beter afstemming van het onderwijsaanbod en de arbeidsmarktbehoefte. Aandachtspunt waar we komende periode rekening mee moeten houden is de netcongestie en in dat kielzog ook de beschikbaarheid van drink- en proceswater. Energie en water waren altijd vanzelfsprekend waar nodig aanwezig, dat lijkt de komende jaren niet meer het geval. Dat vraagt om anticiperend beleid waarin we waar mogelijk een bijdrage leveren aan de beschikbaarheid van energiebronnen en in onze ruimtelijke investeringen een bijdrage leveren aan het vasthouden van water.

collegereflectie op het raadsakkoord 2026–2030

19

7 Veiligheid en weerbaarheid

collegereflectie op het raadsakkoord 2026–2030

20

7

Veiligheid en weerbaarheid

De gemeente Dinkelland is een zeer veilige gemeente ten opzichte van andere gemeenten in Nederland. Dat koesteren we en willen we graag zo houden. Omdat veiligheidsvraagstukken vaak niet stoppen bij een gemeentegrens werken we samen in Noordoost Twents verband. Met de vier Noordoost-Twentse gemeenten werken we aan een gezamenlijk integraal veiligheidsprogramma 2027-2030. Daarnaast werken de hulpdiensten operationeel samen met de gemeenten aan de andere zijde van de landsgrens. Door samen te werken kunnen we ons beter organiseren en actief kennisdelen op het gebied van veiligheid en weerbaarheid. We benaderen veiligheid en weerbaarheid breed. We richten ons preventief op het versterken van de sociale stabiliteit en sociale samenhang en geven daarbij vertrouwen aan de samenleving. Tegelijkertijd is zichtbare handhaving op basis van vast te stellen prioriteiten wenselijk. Bij de uitvoering van het raadsakkoord streven we naar een optimale balans van preventieve activiteiten en handhaving van regelgeving. Deze tijd vraagt om een toenemende zelfredzaamheid en weerbaarheid van de samenleving en dus van al onze inwoners. Als calamiteiten, cyberaanvallen, onvoldoende waterbeschikbaarheid en energie-uitval plaatsvinden, kunnen we als overheid ondersteunen en faciliteren, maar ook niet meer dan dat. Hierover gaan we met onze kernen in gesprek.

We zien het belang van dit thema fors toenemen de komende jaren.

collegereflectie op het raadsakkoord 2026–2030

21

8 Bestuur, organisatie en dienstverlening

collegereflectie op het raadsakkoord 2026–2030

22

8

Bestuur, organisatie en dienstverlening

De in dit hoofdstuk van het raadsakkoord uitgewerkte opgaven geven richting aan de gemeente Dinkelland die zich nadrukkelijk positioneert als partner van inwoners, ondernemers, andere overheden en maatschappelijke organisaties. Het raadsakkoord vraagt daarbij feitelijk om een specifieke manier van werken waarin vertrouwen, nabijheid en samenhang centraal staan. De aanpak “Mijn Dinkelland 2040” is hiervan een treffend voorbeeld. Dat alles vraagt van de gemeente Dinkelland – en in het kielzog Noaberkracht – een beweging van sectoraal naar integraal denken vanuit inwonersperspectief en van procesgericht naar resultaatgericht handelen. Daarbij past ook een bestuurlijke en ambtelijke cultuur van “mogelijk maken”. Het principe “Ja, tenzij” vinden we een essentieel element voor onze manier van werken en dragen we als college waar mogelijk maximaal uit, uiteraard ook richting onze ambtelijke organisatie Noaberkracht. Gebiedsgericht werken Wij denken dat de grootste opdracht ligt in het duurzaam verbinden van beleid, uitvoering, dienstverlening, financiën en organisatieontwikkeling. Gebiedsgericht werken vormt hierin een essentieel organiserend principe, omdat juist daar de leefwereld van onze inwoners samenkomt met de verantwoordelijkheden van ons als gemeente Dinkelland. Tegelijkertijd vraagt deze benadering om scherpe keuzes in prioritering, capaciteit en bestuurlijke verwachtingen.

De toenemende complexiteit van maatschappelijke vraagstukken vraagt om een wendbare organisatie die kan samenwerken, leren en anticiperen zonder haar koers te verliezen. Daarbij zijn strategische capaciteit, een sterke informatiepositie, professionele dienstverlening en een modern werkgeverschap geen doelen op zichzelf, maar voorwaarden om Dinkellandse politiek-bestuurlijke ambities van raad en college waar te maken. Het college vindt dat vertrouwen alleen duurzaam kan groeien wanneer regels begrijpelijk, proportioneel en niet overbodig zijn, besluitvorming transparant is en verwachtingen over en weer helder worden uitgesproken. Vanuit dat uitgangspunt zijn we scherp op nieuwe regelgeving en toetsen we bestaande regelgeving op relevantie.

Realistische financiële kaders en balans De financiële kaders vragen daarbij blijvend om realisme en discipline: ambities kunnen alleen worden gerealiseerd wanneer keuzes uitvoerbaar, betaalbaar en toekomstbestendig blijven. De komende jaren zal daarom voortdurend de balans moeten worden gezocht tussen bestuurlijke daadkracht, organisatorische en financiële haalbaarheid en maatschappelijke meerwaarde. Juist in die balans ligt de kern van goed Dinkellands bestuur en de gezamenlijke verantwoordelijkheid van raad, college en ambtelijke organisatie.

collegereflectie op het raadsakkoord 2026–2030

23

9

Financieel perspectief

In deze paragraaf gaan we kort in op de financiële positie van de gemeente Dinkelland. Deze is ook recent in raadsbrief 2026-50 door het vorige college met uw gedeeld. Deze positie is voor ons het startpunt voor de toekomst en biedt voor ons waardevolle inzichten in de financiële mogelijkheden en onmogelijkheden aan het begin van de nieuwe college- c.q. raadsperiode. Onze actuele financiële positie laat de volgende saldi zien:

Jaar

Bedrag in €

V/N

2026 2027 2028 2029 2030

77.000 161.000 774.000 719.000 456.000

Nadeel Voordeel Nadeel Nadeel Nadeel

De meerjarige saldi van de jaren 2027-2030 betrekken we bij het opstellen van de begroting 2027 en de meerjarenbegroting 2028-2030. Gezien de impact van de verschillende ontwikkelingen maar zeker ook gezien de onduidelijkheden en onzekerheden op het gebied van de financiële verhouding met het Rijk zet het college in eerste instantie in op het sluitend maken van de begroting 2027. De reserve collegeakkoord 2022-2026 is inmiddels vervallen en het niet bestemde gedeelte van € 1.783.000 valt vrij en wordt gestort in de algemene reserve. De algemene reserve bedraagt zo’n € 5,6 mln. en de RIBAM (Reserve Incidenteel Beschikbare Algemene Middelen) bedraagt ruim € 8 mln. Daarin zit een vrij besteedbare ruimte van € 5,3 mln. Dit is onze financiële uitgangspositie voor de verdere uitwerking van het collegeprogramma. Lokale belastingcapaciteit In de achterliggende jaren (al meer dan twee raadsperiodes) is de afspraak gehanteerd om de jaarlijkse totale meeropbrengst vanuit OZB te begrenzen op 2%. De aanleiding van deze afspraak lag o.a. in het feit dat we met onze lokale lasten in de top van de Nederlandse gemeenten waren beland. Door die jarenlange begrenzing zijn we inmiddels onder in de middenmoot beland. De afgelopen jaren hebben we mede door deze afspraak de inflatie niet gevolgd. Een inflatie die wel doorwerkt in de kosten van de gemeente.

Als we de afspraak van 2% blijven vasthouden ontstaat een disbalans en komt een sluitende meerjarenbegroting (verder) onder druk te staan. Daarnaast is de OZB onderdeel van onze lokale belastingcapaciteit. Wanneer wij deze belastingcapaciteit onvoldoende benutten zal dit op termijn leiden tot een korting op de algemene uitkering vanuit het Rijk. Bij de bepaling van de hoogte van het gemeentefonds wordt er namelijk vanuit gegaan dat de gemeenten eigen belastinginkomsten uit de OZB ontvangen en die eigen belastingcapaciteit als inkomstencomponent voldoende benutten. We vinden als college dan ook dat we onze belastingcapaciteit passend dienen te benutten gegeven de relatie met het Gemeentefonds c.q. de Algemene Uitkering.

collegereflectie op het raadsakkoord 2026–2030

24

Daarom laten we voor de komende periode de begrenzing van de 2% meeropbrengst OZB los en maken we een nieuwe afspraak met de raad waarbij we meer aansluiten bij de (ontwikkelingen) van de inflatie c.q. de kostenstijging van onze organisatie. De handhaving van onze positie (onderaan de middenmoot) in de landelijke ranking is daarbij een randvoorwaarde. Onze lokale belastingen moeten evenwichtig bijdragen aan een gezonde financiële huishouding oftewel een meerjarig sluitende begroting waarmee we als gemeente binnen het repressieve (reguliere) toezicht van de provincie Overijssel blijven vallen. Daarmee houden we regie om onze gezamenlijke koers vast te houden en plannen voor onze samenleving te kunnen realiseren.

Toelichting plek op de ranglijst: nummer 1 heeft de laagste lasten.

collegereflectie op het raadsakkoord 2026–2030

25

10 Portefeuilleverdeling Portefeuilles

Burgemeester Wethouder Joosten De Way

Wethouder Wethouder Olde Meule Olde Kalter

Bedrijfsvoering (Bestuur Noaberkracht) Bestuurszaken Burgerzaken Evenementenbeleid Handhaving Internationale samenwerking Migratie (Overall communicatie en vz bestuurlijke projectorganisatie) Openbare orde en veiligheid Ruimtelijke Ordening (RO) - Buitengebied Afval en milieu Financiën Gebiedsontwikkeling NO Twente Landbouw & natuur Maatschappelijk vastgoed Migratie - Onderwijszaken Mijn Dinkelland 2040! Natura 2000 Onderwijsbeleid Onderwijshuisvesting Sport Sportaccommodaties Arbeidsmarktbeleid Jeugdwet Jongeren Migratie - Inburgering statushouders Participatiewet Armoedebeleid Recreatie en toerisme Volksgezondheid Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) Duurzaamheid Economische zaken Gemeentelijk vastgoed Kunst, cultuur en musea Migratie - Huisvesting statushouders en vluchtelingen Mobiliteit Monumentenzorg en erfgoed Openbare ruimte Ruimtelijke Ordening (RO) - Kernen Vergunningen Grondzaken Volkshuisvesting Water en Riolering collegereflectie op het raadsakkoord 2026–2030

26

Kernen

Burgemeester Wethouder Joosten De Way

Wethouder Wethouder Olde Meule Olde Kalter

Burgemeester Wethouder Joosten De Way

Wethouder Olde Meule

Wethouder Olde Kalter

Burgemeester Wethouder Joosten De Way

Wethouder Olde Meule

Wethouder Olde Kalter

Noord-Deurningen Lattrop Saasveld Tilligte Denekamp Deurningen Rossum Agelo Ootmarsum Weerselo

Vertegenwoordiging richting externe partijen algemeen bestuur Veiligheidsregio (VRT) Voorzitter bestuur Noaberkracht Dinkelland-Tubbergen lid bestuur Noaberkracht Dinkelland Tubbergen lid algemeen bestuur Omgevingsdienst Twente (ODT) lid bestuur recreatieschap Twente lid Commissie Regionaal Overleg Twente Airport (CROTA) lid algemeen bestuur Openbaar Lichaam Crematoria Twente (OLCT) lid algemeen bestuur Stadsbank Oost Nederland lid Bestuurlijk Overleg Sociaaleconomische Structuurversterking (BOSS) lid algemeen bestuur Samen Twente / OZJT Twentse Koers

Privaatrechtelijk lid RvT Stichting Participatie Noaberkracht (3 zetels te vergeven. Burgemeester Dinkelland, Burgemeester Tubbergen en een roulerend wethouder Openbare Ruimte) COGAS ROVA Holding Twence Wadinko Enexis/Vegann Bank Nederlandse Gemeenten

collegereflectie op het raadsakkoord 2026–2030

27

Op basis van vertrouwen verantwoordelijkheid nemen

collegereflectie op het raadsakkoord 2026–2030

28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/1048/documents/25514