Collegeprogramma-Dinkelland-2026-2030
Tekst van het document
Dekking incidentele lasten Voor wat betreft de incidenteel lasten van ruim € 3,9 miljoen zijn wij voornemens een beroep te doen op de Reserve Incidenteel Beschikbare Algemene Middelen (RIBAM). Zoals het zich nu laat aanzien biedt deze reserve hiervoor voldoende ruimte. De daadwerkelijke besluitvorming en het effect daarvan o p deze reserve nemen we op in onze voorstellen voor de begroting 2027. Dekking structurele lasten Voor wat betreft de dekking van de structurele lasten uit dit collegeprogramma geldt uiteraard ook dat we deze opnemen in onze voorstellen rondom de begroting 2027. Dekking van deze structurele lasten, die oplopen van een € 357.000 in 2027 naar € 452.000 in 2028 en verder, vindt plaats via verschillende lijnen. 1 Oud voor nieuw We blijven kritisch kijken naar de wenselijkheid en effectiviteit van bestaand beleid. Uitgaven die niet of nauwelijks bijdragen aan de bestuurlijke prioriteiten, wettelijke taken en gemeentelijke dienstverlening, heroverwegen we om zo het gemeentelijk budget zo effectief mogelijk in te zetten. 2 Gerichte inzet van specifieke uitkeringen Rijk Als tweede dekkingsmaatregelen zien wij kans om een aantal lopende uitgaven niet langer via de algemene middelen te dekken maar via specifieke uitkeringen die we ontvangen van het rijk.
Zo zijn wij voornemens de kosten van praktijkondersteuner bij de huisarts ten laste te brengen van de specifieke uitkering voor sport en gezondheid. Daarnaast willen wij een aantal personeelskosten die direct betrekking hebben op werkzaamheden in het kader van klimaat en duurzaamheid ten laste brengen van de rijksvergoeding die we ontvangen voor de uitvoeringskosten, de regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat-en energiebeleid (CDOKE). In beide gevallen levert dit een voordeel op voor de algemene middelen waardoor begrotingsruimte ontstaat. Aan de andere kant betekent dat uiteraard ook dat binnen de specifieke rijksmiddelen minder (financiële) ruimte resteert voor nieuwe ambities, inspanningen, activiteiten en projecten. 3 Inkomstenverhogingen Door de financiële beleidslijn van de afgelopen jaren is de inkomstenstijging achtergebleven bij de kostenstijging als gevolg van inflatie. Die beleidslijn is financieel niet langer vol te houden. W ij zijn voornemens de onbenutte belastingcapaciteit (de ruimte onder het landelijk gemiddelde ) aan te gaan wenden. Zoals in paragraaf 9.4 verder is aangegeven en uitgewerkt bedraagt deze ruimte ongeveer 7,3%. Het gefaseerd invullen van deze ruimte middels een verhoging van de OZB opbrengst levert in 2027 een extra bedrag aan inkomsten op van € 80.000 (1% extra) oplopend naar een structureel bedrag van € 400.000 vanaf 2030.
4 Begrotingstechnische maatregelen Waar mogelijk creëren we op verantwoorde wijze financiële ruimte door technische maatregelen door te voeren. Via deze lijnen ligt er een solide dekkingsplan dat in de begroting 2027 verder wordt uitgewerkt en wordt voorzien van concrete en onderbouwde voorstellen. Collegeprogramma 2026 – 2030 42 9.4 Voorgenomen beleidslijn jaarlijkse ontwikkeling OZB Aanleiding De gemeenteraad heeft gedurende de afgelopen twee raadsperiodes als uitgangspunt gehanteerd dat de jaarlijkse totale meeropbrengst uit de onroerendezaakbelasting (OZB) werd begrensd op 2%. Deze beleidslijn heeft eraan bijgedragen dat de lokale lasten voor inwoners en ondernemers zich gematigd hebben ontwikkeld. Waar Dinkelland destijds tot de gemeenten met relatief hoge lokale lasten behoorde, bevindt de gemeente zich inmiddels onder in de landelijke middenmoot. Sinds het vaststellen van deze afspraak zijn de economische omstandigheden echter wezenlijk veranderd. De inflatie en daarmee de kosten voor het uitvoeren van gemeentelijke taken zijn de afgelopen jaren aanzienlijk sterker gest egen dan de opbrengsten uit de OZB. Hierdoor ontstaat een groeiende disbalans tussen structurele inkomsten en structurele uitgaven. Daarnaast wordt bij de verdeling van middelen uit het Gemeentefonds uitgegaan van een afdoende benutting van de gemeentelijke belastingcapaciteit.
Wanneer een gemeente deze belastingcapaciteit structureel onvoldoende benut, beperkt dat de financiële ruimte waarover zij kan beschikken voor de uitvoering van haar wettelijke en maatschappelijke taken. Huidige uitgangspositie De lokale lasten in Dinkelland bedragen momenteel € 994 per huishouden. Dit bedrag bestaat uit rioolrecht, afvalstoffenheffing en onroerende zaakbelasting. Daarmee ligt Dinkelland ongeveer € 101 onder het landelijke gemiddelde. Door de incidentele lastenverlichting die het afgelopen jaar is toegepast bedraagt het feitelijke verschil nog circa € 75 per huishouden, oftewel ongeveer 7,3% onder het landelijke gemiddelde. Deze uitgangspositie biedt ruimte om de belastingontwikkeling beter in evenwicht te brengen met de stijgende kosten, zonder dat Dinkelland haar positie als gemeente met relatief lage lokale lasten verliest. Voorgestelde beleidslijn Voorgesteld wordt de huidige begrenzing van maximaal 2% jaarlijkse meeropbrengst uit de OZB los te laten en deze te vervangen door een systematiek die beter aansluit bij de economische werkelijkheid en bijdraagt aan een structureel gezonde gemeentelijke financiële huishouding.
Daarbij gelden de volgende uitgangspunten: • De beschikbare lokale belastingcapaciteit wordt op een verantwoorde wijze benut, passend binnen de uitgangspunten van het Gemeentefonds; • De jaarlijkse ontwikkeling van de OZB-opbrengst wordt gekoppeld aan de consumentenprijsindex (CPI), zodat de ontwikkeling van de inkomsten beter aansluit bij de ontwikkeling van de gemeentelijke kosten; • Naast deze jaarlijkse indexatie wordt gedurende vier jaar een beperkte inhaalslag gerealiseerd van in totaal 5%, verdeeld als volgt: - 2027: 1% - 2028: 2% - 2029: 1% - 2030: 1% zodat de inkomsten meer in lijn worden gebracht met de gestegen kosten; • Bij de uitvoering van deze beleidslijn blijft het leidende uitgangspunt dat Dinkelland haar positie behoudt als gemeente met relatief lage lokale lasten binnen de landelijke middenmoot. Collegeprogramma 2026 – 2030 43 Afweging Met deze beleidslijn wordt niet gekozen voor een incidentele of forse belastingverhoging, maar voor een voorspelbare en transparante ontwikkeling van de OZB die aansluit bij de stijgende kosten waarmee de gemeente wordt geconfronteerd. Hierdoor wordt voorkomen dat noodzakelijke investeringen in de kwaliteit van de leefomgeving, dienstverlening en maatschappelijke voorzieningen onder druk komen te staan of dat op een later moment grotere belastingstappen noodzakelijk worden.
Door nu te kiezen voor een geleidelijke aanpassing wordt de financiële basis van de gemeente versterkt, terwijl de lokale lasten ook in de toekomst onder het landelijke gemiddelde blijven. Doel Met deze beleidslijn wordt beoogd de lokale belastingen op een evenwichtige wijze te laten bijdragen aan een financieel gezonde gemeente. Daarmee wordt gewerkt aan een structureel sluitende meerjarenbegroting en blijft Dinkelland voldoen aan de voorwaarden voor regulier (repressief) financieel toezicht door de provincie. Deze versie zal naar verwachting beter aansluiten bij de afwegingen die de gemeenteraad maakt. De nadruk ligt op: • Financiële verantwoordelijkheid in plaats van belastingverhoging; • Voorspelbaarheid en geleidelijkheid in plaats van een koerswijziging; • Behoud van een lage lastenpositie als expliciete politieke randvoorwaarde; • Bescherming van voorzieningen en dienstverlening als maatschappelijk doel; • Voorkomen van grotere ingrepen in de toekomst als argument voor acceptatie. Collegeprogramma 2026 – 2030 44 Op basis van vertrouwen verantwoordelijkheid nemen