Bijlage 3.1_Berekening stikstofdepositie.pdf
Tekst van het document
Haskoning Nederland B.V. Industry & Buildings
Notitie / Memo Aan: Van: Datum: Kopie: Ons kenmerk: Classificatie: Gecontroleerd door
WVS RWZI Denekamp Mike Chermin 15 oktober 2025 Click to enter "CopyTo" BJ2347-RHD-DEN-DO-ME-OM-0106 Projectgerelateerd Jimmy Raijmann, Robert van der Waall
Onderwerp:
Berekening stikstofdepositie gebruiks- en bouwfase RWZI Denekamp Waterschap Vechtstromen
1
Inleiding
Waterschap Vechtstromen (WVS) is voornemens om de rioolwaterzuiveringsinstallatie Denekamp (hierna RWZI Denekamp) gevestigd te Dorpermeienweg 13, 7591 NK in Denekamp, aan te passen zodat deze voldoet aan de effluenteisen die gesteld worden in de Kader Richtlijn Water (KRW) 1 . Het voornemen betreft onder andere het uitbreiden van de zuiveringsinstallatie met een mechanische indikinstallatie waarvoor bouwwerkzaamheden (bouwfase) nodig zijn, die naar verwachting in 2026 zullen starten. Gedurende de bouwwerkzaamheden zal RWZI Denekamp operationeel in bedrijf blijven. Bouw- en gebruiksfase verlopen dan parallel. Een plattegrond van de betreffende locatie van de activiteiten t.a.v. de RWZI Denekamp is weergegeven in zie Figuur 1.
Figuur 1: Plattegrond van de betreffende locatie van de activiteiten voor KRW RWZI Denekamp van Vechtstromen, Bron: Aerius Calculator
1 https://iplo.nl/thema/water/oppervlaktewater/kaderrichtlijn-water/
15 oktober 2025
BJ2347-RHD-DEN-DO-ME-OM-0106
1/15
Als gevolg van de voorgenomen activiteiten komen stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) vrij, die kunnen neerslaan op omliggende stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. In het kader van de Omgevingswet dienen de effecten van deze emissies, in de vorm van stikstofdepositie op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden onderzocht te worden. Indien er sprake is van een depositiebijdrage op een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied die hoger is dan 0,00 mol N/ha/jaar, dan zijn negatieve ecologische effecten niet op voorhand uit te sluiten en geldt mogelijk een vergunningsplicht in het kader van de Omgevingswet. Vechtstromen heeft Haskoning verzocht om een stikstofdepositie onderzoek uit te voeren om te onderzoeken wat de effecten van de vrijgekomen emissies zijn op de nabijgelegen Natura 2000gebieden. Op basis van uitgangspunten die door waterschap Vechtstromen zijn aangeleverd, zijn de emissievrachten berekend en ingevoerd in AERIUS Calculator. De uitgangspunten en resultaten van het stikstofdepositie onderzoek zijn in de voorliggende notitie gepresenteerd.
2 Wettelijk kader stikstofdepositie Op grond van artikel 5.1 lid 1 onder e van de Omgevingswet (Ow) geldt een vergunningplicht voor zogenaamde ‘Natura 2000-activiteiten’. Er is sprake van een Natura 2000-activiteit als deze significante negatieve gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Voordat een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit kan worden verleend, moet eerst worden beoordeeld of het beoogde project of plan een Natura 2000-activiteit betreft. Het bevoegd gezag houdt hierbij rekening met verschillende aspecten die de natuur kunnen beïnvloeden, zoals stikstofdepositie, trillingen en geluid. Om te toetsen of
15 oktober 2025
BJ2347-RHD-DEN-DO-ME-OM-0106
2/15
vanuit het aspect stikstofdepositie voor een nieuwe of bestaande (uitgebreide) activiteit sprake is van en Natura 2000-activiteit, is een beslisboom opgesteld, zie Figuur 2
Figuur 2: Gehanteerde beslisboom betreffende stikstofdepositie (aangepast naar aanleiding van de recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State inzake de Amercentrale en Rendac van 18 december 2024
De beslisboom die is opgesteld, weerspiegelt de interpretatie op basis van de kennis en jurisprudentie die op dit moment beschikbaar is; toekomstige rechterlijke uitspraken kunnen aanleiding geven tot aanpassingen.
15 oktober 2025
BJ2347-RHD-DEN-DO-ME-OM-0106
3/15
Toelichting bij de beslisboom toestemmingsverlening stikstofdepositie: Voortoets Een voortoets is een eerste beoordeling om te bepalen of een project of activiteit(en) mogelijk significante negatieve gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Deze toets helpt bij het vaststellen of een passende beoordeling nodig is. Stap 1:
Het berekenen van de stikstofdepositie veroorzaakt door het project of de activiteit(en), inclusief ongewijzigde stikstofonderdelen. Als de berekende depositie 0,00 mol/ha/jaar is, dan geldt er voor het aspect stikstofdepositie geen vergunningplicht voor het project of plan.
Stap 2:
Het uitvoeren van een ecologische voortoets om te bepalen of significante negatieve effecten door toename in stikstofdepositie kunnen worden uitgesloten. Als uit de ecologische voortoets blijkt dat er geen significante negatieve effecten zijn, dan geldt er voor het aspect stikstofdepositie eveneens geen vergunningplicht.
Passende beoordeling Een passende beoordeling moet worden opgesteld wanneer een project of plan mogelijk significante negatieve effecten kan hebben op een Natura 2000-gebied. In de passende beoordeling moeten de mogelijke effecten van het project op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied worden onderzocht. Stap 3:
Indien mogelijk kan er intern worden gesaldeerd met huidig vergunde stikstofruimte op de projectlocatie om te bepalen of een project of plan significante negatieve effecten op een Natura 2000-gebied kan voorkomen. Voor het aspect stikstofdepositie geldt dan een vergunningplicht.
Stap 4:
Indien mogelijk kan er extern worden gesaldeerd met huidig vergunde of gerealiseerde stikstofruimte nabij de projectlocatie om te bepalen of een project of plan significante negatieve effecten op een Natura 2000-gebied kan voorkomen. Voor het aspect stikstofdepositie geldt dan eveneens een vergunningplicht.
Tussenstap
Additionaliteitsvereiste intern/extern salderen Intern en extern salderen moet ook voldoen aan het additionaliteitsvereiste. Dit betekent dat een maatregel (inzet referentiesituatie) alleen voor saldering mag worden ingezet als deze maatregel niet ook nodig is om de instandhoudingsdoelstellingen (behoud, herstel of voorkomen van verslechtering) voor de betreffende Natura 2000-gebieden te behalen.
Stap 5:
Met een ecologische beoordeling kan vastgesteld worden of het risico op aantasting van de natuurlijke kenmerken van Natura2000 gebied uitgesloten kunnen worden. Hiervoor geldt een vergunningplicht.
15 oktober 2025
BJ2347-RHD-DEN-DO-ME-OM-0106
4/15
ADC-toets De ADC-toets is een laatste stap die wordt uitgevoerd wanneer uit een passende beoordeling blijkt dat significante negatieve effecten op een Natura 2000-gebied niet volledig kunnen worden uitgesloten. Stap 6:
Het opstellen van een ADC-toets. Hierin wordt onderbouwd dat alternatieven voor de activiteit onmogelijk zijn en dat er dwingende redenen van openbaar belang zijn. Daarnaast wordt een beschrijving gegeven van de wijze waarop schade aan kwetsbare habitattypen wordt gecompenseerd. Bij een ADC-toets geldt een vergunningplicht.
Beperken stikstofemissies bouwprojecten Uit artikel 7.19a van het Besluit bouwactiviteiten leefomgeving (Bbl) volgt een inspanningsverplichting om de uitstoot van stikstofverbindingen bij bouwprojecten te beperken. Dit betekent dat initiatiefnemers verplicht zijn om bij het verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden “adequate maatregelen” te nemen om stikstofemissies te beperken. Voorbeelden van adequate maatregelen zijn: -
Het beperken van de voertuigbewegingen op de bouwplaats Het gebruik van emissiearm materieel (zoals elektrische aandrijving) Het gebruik van prefabricage (als daardoor de bouwtijd korter is) Het gebruik van lichtere materialen zodat werktuigen met een kleiner vermogen nodig zijn
Volgens artikel 7.5c lid 1 van het Bbl zijn initiatiefnemers van bouwprojecten verplicht het bevoegd gezag te informeren over de maatregelen die ze nemen om te voldoen aan de emissiereductieplicht. Met behulp van de Routekaart Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB) kan het bevoegd gezag vervolgens beoordelen of de voorgenomen maatregelen voldoen aan de emissiereductieplicht.
15 oktober 2025
BJ2347-RHD-DEN-DO-ME-OM-0106
5/15
3
Inventarisatie stikstofemissiebronnen
Bij de inventarisatie van de emissiebronnen worden de emissiebronnen van de gebruiksfase en bouwfase tegelijkertijd beschouwd. De RWZI blijft ongewijzigd in bedrijf waarbij de bouwfase activiteiten tegelijkertijd plaats vinden. Deze situatie is de maximaal te bereiken situatie in het kader van stikstofdepositie. De voorgenomen bouwactiviteiten voor RWZI Denekamp zullen in 2026 plaatsvinden en veroorzaken de volgende emissies naar de lucht: uitstoot van verbrandingsgassen afkomstig van wegverkeer en uitstoot van verbrandingsgassen afkomstig van mobiele werktuigen. Deze emissiebronnen zijn verder uitgewerkt in onderstaande paragrafen. De ammoniak (NH3) emissie van de water- en sliblijn is moeilijk te modelleren, Uit een onderzoeksrapport van het Stowa blijkt, dat de ammoniakemissie vanuit zuiveringen zich onder de juridische rapportagegrenzen bevindt, omdat de i-PRTR-drempelwaarde voor ammoniak niet overschreden wordt. Zie paragraaf 5.3, figuur .5 en paragraaf 7.4, tabel 9 uit Stowa (2014-09) “Luchtgerelateerde emissies vanuit RWZI’s in het kader van de i-PRTR”. Daarnaast is de daadwerkelijke uitstoot voor iedere rioolwaterzuivering net iets anders. Hierdoor ontbreekt het aan voldoende wetenschappelijke data om de eventuele beperkte emissie te modelleren in AERIUS Calculator. In de praktijk wordt de ammoniakemissie niet gemodelleerd.
De bouwfase is op basis van het ontwerp in samenspraak met de aannemer vastgesteld. Hierbij is de benodigde bouwtijd en materieelinzet bepaald. Het aantal verkeersbewegingen tijdens de gebruiksfase is gebaseerd op historische gegevens van de laatste jaren die aangeleverd zijn door WVS.
3.1
Wegverkeer
Voor de aan- en afvoer van materieel, goederen en personeel wordt gebruik gemaakt van vrachtwagens (zwaar verkeer) en personenauto’s (licht verkeer). De verkeersemissies zijn bepaald op basis van geraamde afstanden, de NOx- en NH3-emissiefactoren voor het wegverkeer (rekenjaar 2026) en het aantal voertuigen dat jaarlijks wordt ingezet. Voor lijnbronnen zijn de verkeersemissies automatisch berekend door AERIUS Calculator. Verkeer op het terrein Het verkeer binnen de inrichting van RWZI Denekamp is in AERIUS Calculator gemodelleerd als stagnerend verkeer (congestie 100%) met een snelheid van 12 km/uur. Met behulp van de NO x- en NH3emissiefactoren voor wegverkeer zijn de totale NOx- en NH3- emissievrachten van het wegverkeer op het terrein berekend. De modellering hiervan is meegenomen onder verkeersaantrekkende werking. Verkeersaantrekkende werking Naast emissies van verkeer op het terrein, is ook de verkeersaantrekkende werking onderzocht. De verkeersaantrekkende werking is meegenomen vanaf het terrein van RWZI Denekamp tot aan het eerstvolgende kruispunt van de N342 Nordhornstraat. Bij deze kruising is het wegverkeer opgegaan in het heersende verkeersbeeld, omdat er geen onderscheid meer kan worden gemaakt van de snelheid en het rij- en stopgedrag van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt 2.
Aangenomen is hierbij, dat bijna al het verkeer gaat over naar grotere weg, de N342, die het dichtstbij is. 2 Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2025, versie 1, Oktober 2025,
15 oktober 2025
BJ2347-RHD-DEN-DO-ME-OM-0106
6/15
Een overzicht van de berekende emissies van het verkeer op het terrein en de verkeersaantrekkende werking is weergeven in Tabel 1. Tabel 1: Overzicht van de NOx- en NH3- emissies afkomstig van het wegverkeer op het terrein en de verkeersaantrekkende werking (VAW, incl. het terrein) voor bouw- en gebruiksfase (GF, BF) Aantal bewegingen per jaar 3)
Enkele rit afstand (m) 1)
Zwaar verkeer
62
1.000
2)
2)
Verkeersaantrekkende werking BF
Licht verkeer
750
1.000
2)
2)
Verkeer op terrein BF
Zwaar verkeer
31
425
2)
2)
Verkeer op terrein BF
Licht verkeer
375
230
2)
2)
Verkeersaantrekkende werking GF
Zwaar verkeer
400
1.000
2)
2)
Verkeersaantrekkende werking GF
Licht verkeer
300
1.000
2)
2)
Verkeer op terrein GF Slibafvoer
Zwaar verkeer
195
175
2)
2)
Verkeer op terrein GF Overig
Zwaar verkeer
5
425
2)
2)
Licht verkeer
150
230
2)
2)
2,9 2)
<0,1 2)
Onderdeel
Categorie
Verkeersaantrekkende werking BF
Verkeer op terrein GF Personenwagens
Emissie (kg/jaar) NOx
Totaal 1) 2) 3)
NH3
De verwachte verkeersroute op het terrein RWZI Denekamp is weergegeven in bijlage A2. Verkeer op terrein is in een richting gemoduleerd. De rest van het verkeer rijdt beide richtingen. Automatisch berekend door AERIUS Calculator op basis van verkeerscategorie, wegtype en route. Verkeer op terrein komt overeen met het aantal voertuigen.
Laden en lossen Stationair draaien op het RWZI terrein voor het bouwfasedeel is gemodelleerd als mobiel werktuig (zie par. 3.2). Voor de gebruiksfase is het stationair draaien van de motoren van de vrachtwagens tijdens het laden en lossen is uitgegaan van de emissiefactoren voor stationair wegverkeer te vinden in de instructie gegevensinvoer voor AERIUS2. Een overzicht van de berekende NOx en NH3-emissies is weergegeven in Tabel 2.
Tabel 2: Overzicht van de NOx- en NH3- emissies gedurende het laden en lossen gebruiksfase (GF) Onderdeel Stationair draaien GF 1)
Categorie
Zwaar verkeer
Aantal voertuigen
Tijdsduur stationair (min./voertuig)
NOx emissiefactor (g/uur)
NH3 emissiefactor (g/uur)
Emissie (kg/jaar)
200
20
92,032 74,061
0,898 0,993 2
6,1 4,9
NOx
NH3 0,1 0,1
1) Stationair draaien is meegenomen als mobiele werktuig (par. 3.2)
15 oktober 2025
BJ2347-RHD-DEN-DO-ME-OM-0106
7/15
Koude start Er is sprake van een koude start wanneer motorvoertuigen gestart worden nadat ze 2 uur of langer stil hebben gestaan. Voor de berekening is aangenomen, dat al het licht verkeer langer dan 2 uur op de locatie hebben stilgestaan 3 . Voor zwaar verkeer is geen koude start meegenomen, omdat de motoren naar verwachting geen 2 uur stil staan. Een overzicht van de berekende NOx- en NH3-emissies is weergegeven in Tabel 3. Tabel 3: Overzicht van de NOx- en NH3-emissies gedurende de koude starts bouw- en gebruiksfase (resp. BF en GF) Emissie (kg/jaar) Onderdeel
Categorie
Aantal koude starts
NOx
NH3
1)
<0,1 1) <0,1 1)
Koude start parkeerplaats BF
Licht verkeer
375
0,1
Koude start parkeerplaats GF
Licht verkeer
150
<0,1 1)
1) Automatisch berekend door AERIUS Calculator op basis van verkeerscategorie, wegtype en route
3.2
Mobiele werktuigen bouw- en gebruiksactiviteiten
Gedurende de voorgenomen bouwactiviteiten worden mobiele werktuigen ingezet. De stikstofemissies die vrijkomen bij de inzet van deze mobiele werktuigen zijn berekend volgens de AUB methode (AdBlue verbruik, uren en brandstof) 4. Een uitwerking van de AUB-methode is te vinden in bijlage A1. De bronkenmerken van de mobiele werktuigen zijn gebaseerd op de default waarden in AERIUS Calculator. Een overzicht van de berekende NOx en NH3-emissies afkomstig van mobiele werktuigen is weergegeven in Tabel 4. Tabel 4: Overzicht van NOx- en NH3-emissies van mobiele werktuigen Brandstof Mobiel werktuig
AERIUS Categorie
verbruik (L/jaar) 1)
Draaiuren (uren)
AdBlue verbruik (L/jaar)
Emissie (kg/jaar) NOx
NH3
Bouwfase (tegelijk met gebruiksfase) Transport droog
ZUT 2)
-
26
-
5,2
<0,1
Zwaar transport
ZUT 2)
-
4
-
0,8
<0,1
Bandenkraan
STAGE V, 75 – 560 kW, SCR: Ja
5.267
208
316
29,5
1,3
Verreiker
STAGE V, 56 – 75 kW, SCR: Ja
587
80
35
3,7
0,1
-
16
-
3,2
<0,1
2)
Betonpomp
ZUT
Asfaltspreidmachine tot 6 m
STAGE V, 75 – 560 kW, SCR: Ja
242
16
15
1,2
<0,1
Vrachtauto trailer geïsoleerd
ZUT 2)
-
16
-
3,2
<0,1
Drierolwals 12.000 kg 52 kW
STAGE V, < 56 kW, SCR: Nee
110
16
-
2,3
<0,1
Tandemtrilwals 3.200 kg 32 kW
STAGE V, < 56 kW, SCR: Nee
71
16
-
1,5
<0,1
3
RIVM, Actualisatie AERIUS Calculator 2024, RIVM-briefrapport 2024-0078, W.A. Marra et al., URL: https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2024-0078.pdf 4 TNO, 10 december 2021, AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen. Rapport R12305, Exemplaarnummer: 2021-STL-RAP-100342672
15 oktober 2025
BJ2347-RHD-DEN-DO-ME-OM-0106
8/15
Waterwagen 10.000 ltr
ZUT 2)
-
16
-
3,2
<0,1
Aggregaat
Stage-IV, 2014-2018, <= 56 kW, diesel, SCR: nee
480
120
0
10,2
<0,1
63,9
1,6
Totaal (bouw) 1) 2)
Diesel Zware utiliteitsvoertuigen (meer dan 6L cilinderinhoud) zoals kiepwagens en mobiele kranen
3.3
CV-ketel gebruikfase
De CV stookinstallatie van het bedrijfsgebouw RWZI Denekamp emitteert stikstof tijdens de verbranding van aardgas. In onderstaande Tabel 5 zijn de NOx-emissies weergegeven. Tabel 5: Overzicht van de berekende NOx emissie afkomstig van Remeha Avanta 28c CV-ketel Hoogte (m) 2,3 1) 2)
Aardgasv erbruik (Nm³/jaar)
CBW 1) (MJ/Nm3 )
Totale warmte (MJ)
Totale warmte (kWh)
NOx emissiegrenswaar de (mg/kWh) 2)
NOx emissie (kg/jaar)
Warmte Inhoud (MW) 3)
29
708
35,17
24.900
6.917
56
0,4
0,000
Bruto calorische bovenwaarde (CBW) voor aardgas Brandstofinput volgens EU-richtlijn 814/2013- Bijlage II – lid 1.5 conventionele waterverwarmingstoestellen op gasvormige brandstoffen indien < 0,1 MWth Berekend met formule(s) Bijlage 5 uit Handboek ‘Werken met Aerius Calculus versie 2024.1 v1”, februari 2026
3)
3.4
Vermogen (kW)
Beperken stikstofemissies bouwprojecten
Zoals in hoofdstuk 2 is beschreven geldt vanuit het Bbl (artikel 7.19a) een inspanningsverplichting om de uitstoot van stikstofverbindingen bij bouwprojecten te beperken. WVS heeft als invulling van deze verplichting bij het opstellen van de uitgangspunten rekening gehouden SCR-technieken. Daarnaast is ook kritisch gekeken naar de inzetduur van mobiele werktuigen en zijn het aantal (vracht)verkeersbewegingen beperkt tot benodigde aantallen.
15 oktober 2025
BJ2347-RHD-DEN-DO-ME-OM-0106
9/15
4
Rekeninstellingen en resultaten
De stikstofdepositie is berekend met AERIUS Calculator. Het model bestaat uit de invoer van de verwachte wegverkeer en mobiele werktuigen en stookinstallaties zoals geïnventariseerd in hoofdstuk 3. De gehanteerde rekeninstellingen staan in Tabel 6. Voor de stikstofemissies wordt verwezen naar voorgaande hoofdstukken bijlage A2. Tabel 6: Rekeninstellingen AERIUS Calculator Omschrijving
Toelichting
Versie AERIUS Calculator
Versie 2025.0.21_20251007
Rekenjaar
2026
Berekende stoffen
NOx + NH3
Rekenconfiguratie
Bereken natuurgebieden (OwN2000-rekengrid) Er is geen gebouwinvloed van toepassing als wordt voldaan aan één van de onderstaande criteria:
Beoordeling gebouwinvloeden
1)
1. 2. 3. 4.
Uitsluitend mobiele bronnen Afstand > 3 km tot Natura 2000-gebieden Geen dominant gebouw in omgeving (binnen een afstand van 10 keer de gebouwhoogte van het dominante gebouw) Schoorsteenhoogte > 2,5 x gebouwhoogte
Aangezien criterium 3 geldt, is gebouwinvloed niet van toepassing. Beoordeling pluimstijging 1.
1)
Gebruik vaste default waarden in AERIUS Calculator
Gebouwinvloed en pluimstijging zijn beoordeeld op basis van de criteria in Instructie gegevensinvoer AERIUS Calculator 2025.1
De resultaten van de uitgevoerde stikstofdepositieberekening zijn in de onderstaande Tabel 7 weergegeven. De AERIUS-rapportage is bijgevoegd in bijlage A2. Er is geen significante depositie (-).
Tabel 7: Resultaten NOx- en NH3 -emissies en stikstofdepositie AERIUS berekening beoogde bouw- en gebruiksactiviteiten
Situatie
Beoogde situatie
15 oktober 2025
Emissie NOx (kg/jaar)
71,6
Grootste toename Emissie NH3 (kg/jaar)
N-depositie (mol/ha/jaar)
1,8
-
Grootste afname N-depositie (mol/ha/jaar) -
BJ2347-RHD-DEN-DO-ME-OM-0106
10/15
5
Conclusie
Waterschap Vechtstromen (WVS) is voornemens om de RWZI Denekamp aan te passen zodat deze voldoet aan de effluenteisen die gesteld worden in de Kader Richtlijn Water (KRW) Hierbij zal naast de bouwactiviteiten de RWZI Denekamp in bedrijf blijven. Vanwege beoogde bouwactiviteiten is een stikstofdepositieberekening met AERIUS Calculator uitgevoerd voor de bouwfase inclusief de gebruiksfase om te bepalen of deze maximale situatie aanleiding kan zijn voor het aanvragen van een natuurvergunning in het kader van de Omgevingswet. Uit de berekeningen met AERIUS Calculator volgt dat er geen berekende significante toename (0,00 mol N/ha/jaar) op Natura 2000-gebieden in Nederland is (zie Bijlage A2). Dit betekent dat significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden als gevolg van het project uit te sluiten zijn. Daarmee is er vanuit het aspect stikstof-depositie geen sprake van een Natura 2000-activiteit en is er geen vergunningplicht in het kader van de Omgevingswet.
15 oktober 2025
BJ2347-RHD-DEN-DO-ME-OM-0106
11/15
Bijlage A1: Mobiele werktuigen Op 10 december 2021 heeft TNO een rekenmethode voor NOx- en NH3-emissies vanuit mobiele werktuigen geïntroduceerd. Deze AUB-methode (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik) is in AERIUS Calculator geïntegreerd. AERIUS Calculator berekent NOx- en NH3-emissies op basis van de invoer van het Brandstofverbruik, AdBlue verbruik en het aantal draaiuren. Voor een juiste invoer moet ook informatie van het type brandstof, de stage (EU-indeling voor motoren van mobiele werktuigen) en het vermogen bekend zijn. Stage De interne verbrandingsmotoren van mobiele werktuigen zijn ingedeeld in stages. In Verordening (EU) 2016/16285 staan de emissie eisen waaraan deze verbrandingsmotoren moeten voldoen. Een verbrandingsmotor voldoet in de praktijk niet bij alle omstandigheden aan de eisen in de betreffende stage. In de AUB-methode is daarom gekozen een koppeling te maken van stage naar AUB-klassen, waarmee de werkelijke emissie betrouwbaarder kan worden berekend. Tabel A 1bevat de vertaling van vermogen en bouwjaar (wat bepalend is voor stages) naar AUB-klassen. Motorvermogen Het motorvermogen van het mobiele werktuig bepaalt in welke stage een mobiel werktuig is ingedeeld. Daarnaast heeft het motorvermogen samen met de motorbelasting invloed op het brandstofverbruik en daardoor ook op de emissie.
Bouwjaar Het bouwjaar is (samen met het motorvermogen) bepalend voor de stage waarin een mobiel werktuig wordt ingedeeld. Tabel A 1: Indeling van Stageklassen naar AUB-klassen Vermogen
Stage-I
Stage-II
Stage-IIIA
Stage-IIIB
Stage-IV
Stage-V
(kW)
(...-2001)
(2002-2005)
(2006-2010)
(2011-2013)
(2014-2018)
(2019-...)
(...-56)
X
X
X
A
A
A
(56-75)
X
X
A
A
D
D
(75-560)
X
A
B
B/C 1)
D
D
(560-...)
X
X
X
X
X
B/C 1)
1)
Voor deze stage en vermogenscombinatie wordt in sommige gevallen een SCR (AUB klasse C) gebruikt in andere gevallen is dit niet nodig (AUB klasse B).
AUB klassen De AUB-klassen hebben betrekking op verschillende soorten dieselmotoren die voornamelijk worden en zijn toegepast in mobiele werktuigen. Mobiele werktuigen met een benzine of LPG-motor zijn ingedeeld in een eigen klasse met daarnaast nog utiliteitsvoertuigen (zoals kiepwagens) die ook op het terrein aanwezig kunnen zijn.
5
Verordening EU 2016/1628 van 14 september 2016, via URL: https://eur-lex.europa.eu/legalcontent/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:32016R1628&from=IT
15 oktober 2025
BJ2347-RHD-DEN-DO-ME-OM-0106
12/15
Tabel A 2: AUB-klassen voor mobiele werktuigen en benodigde invoer voor de emissieberekening met de AUB-methode AUB klasse
Omschrijving
X
Brandstof
Uren
AdBlue
Mobiele werktuigen met hoge emissies
X
X
--
A
Mobiele werktuigen met enige emissiecontrole maatregelen
X
X
--
B
Mobiele werktuigen met specifieke hardware voor emissiecontrole, maar geen SCR
X
X
--
C
Mobiele werktuigen met toepassing van SCR
X
X
X 1)
D
Mobiele werktuigen met geavanceerde toepassing van SCR
X
X
X 1)
E
Mobiele werktuigen met benzine of LPG-motor
X
--
--
MUT
Middelzware utiliteitsvoertuigen (tot 19,5 ton, twee assen)
--
X
--
ZUT
Zware utiliteitsvoertuigen (meer dan 19,5 ton, drie of meer assen)
--
X
--
1)
Om aan strikte emissie-eisen te voldoen, passen fabrikanten SCR (selectieve katalytische reductie) toe die AdBlue verbruikt.
Belasting De belasting van verschillende soorten mobiele werktuigen is overgenomen uit de AUB-methode6. De gemiddelde belasting moet worden bepaald op basis van de 3 criteria, de aandrijving, motorbelasting en de inzet. De methode bevat voor een aantal mobiele werktuigen een aantal standaard belasting, deze staan samengevat in Tabel A 3. Wanneer er voor een mobiel werktuig geen waarde staat in de methode, dan is worst-case 47,3% aangenomen als representatieve motorbelasting. Tabel A 3: Standaard belasting voor mobiele werktuigen uit de AUB-methode Type werktuig
Aandrijving
Motorbelasting
Inzet
Belasting
Standaardwaarde (worst-case belasting AUB rapport)
vaste as
constant
wisselend
47,30%
Aggregaten
vaste as
beperkt
wisselend
25,30%
Bronbemalingspompen
vaste as
beperkt
wisselend
25,30%
Compact trekkers
transmissie
constant
continue
37,00%
Graafmachines
hydrauliek
dynamisch
wisselend
36,70%
Laadschoppen
hydrauliek
constant
continue
45,60%
Landbouwtrekkers
transmissie
constant
continue
37,00%
Brandstofverbruik Het brandstofverbruik (in liter/uur) is berekend met de methode die staat in § 5.4 van de AUB-methode van TNO6. De formules in die paragraaf zijn gecombineerd tot een formule waarmee het brandstofverbruik is berekend: (((0,5 ∗ (1 + 𝐹𝑗𝑎𝑎𝑟 )) ∗ (0,4 + 0,0025 ∗ 𝑃) + 0,2 ∗ 𝐹𝑗𝑎𝑎𝑟 ∗ (1 + 𝑒 (−𝑝⁄5) ) ∗ (𝑃 ∗ %𝑃)) ∗ 𝐹𝑏1 ∗ 3.600/𝐹𝑏2 ) 𝐵=
𝜌
6
Hoofdstuk 3 – Hoge emissies bij lage motorlast, invloedfactoren zoals aandrijflijn en inzet, uit: TNO, 10 december 2021, AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen. Rapport R12305, Exemplaarnummer: 2021-STL-RAP-100342672.
15 oktober 2025
BJ2347-RHD-DEN-DO-ME-OM-0106
13/15
B
Brandstofverbruik (L/jaar)
Fjaar
Motorefficiëntie afhankelijk van het bouwjaar (met 2010 als basisjaar = 1), andere bouwjaren berekend met: Fjaar (Bij bouwjaar <2010) = 1 * 1,01 (2010-bouwjaar) Fjaar (Bij bouwjaar >2010) = 1 * 0,99 (bouwjaar-2010)
P
Maximale motorvermogen (kW)
%P
Belasting van het motorvermogen (%)
Fb1
Brandstof specifieke factor 1 (zie Tabel A4)
Fb2
Brandstof specifieke factor 2 (zie Tabel A4)
ρ
Dichtheid van de brandstof (g/L) (zie Tabel A4)
3.600
Correctiefactor van sec naar uur (sec/uur)
Tabel A 4: Rekenfactoren voor brandstoffen in mobiele werktuigen Brandstof
Fb1
Fb2
ρ (g/L)
Diesel
1
3,1
840
Benzine
1,17
3,1
750
LPG
1,07
2,8
510
Draaiuren De inzet ofwel het aantal draaiuren van mobiele werktuigen zijn vastgesteld voor de verschillende mobiele werktuigen. Totaal brandstofverbruik Door het aantal draaiuren te vermenigvuldigen met het brandstofverbruik is het totale brandstofverbruik van de mobiele werktuigen berekend. Dit totale brandstofverbruik per jaar is de invoer die benodigd is voor de AUB-methode in AERIUS Calculator. AdBlue verbruik Het AdBlue verbruik van de mobiele werktuigen in categorie C en D is bepaald als percentage van het totale brandstofverbruik (uit § 5.4 uit de AUB-methode van TNO 4). Cat C: 3% AdBlue verbruik Cat D: 6% AdBlue verbruik Broneigenschappen: Warmte inhoud, emissiehoogte en spreiding De standaard warmte inhoud, emissiehoogte en spreiding van mobiele werktuigen staan in Tabel A 5. Deze standaardwaarden komen uit de instructie gegevensinvoer AERIUS Calculator2. Tabel A 5: Standaardbroneigenschappen voor mobiele werktuigen Sector
Warmte inhoud (MW)
Hoogte (m)
Spreiding (m)
Landbouw
0,02
3,5
1,75 1)
Bouw, industrie en delfstoffenwinning
0,035
2,5
1,25
0
0,3
0,15 1)
Consumenten 1)
In de bron staan afgeronde waarden, de standaardinvoer voor spreiding is de helft van de emissiehoogte.
15 oktober 2025
BJ2347-RHD-DEN-DO-ME-OM-0106
14/15
Bijlage A2: AERIUS-rapportage BJ2346-RHD-DEN-DO-ME-OM-0140_AERIUS_extra_beoordeling_20251021110813_RyPBPjKjwM6o_GFBF BJ2346-RHD-DEN-DO-ME-OM-0141_AERIUS_projectberekening_20251021110813_RyPBPjKjwM6o_GFBF
15 oktober 2025
BJ2347-RHD-DEN-DO-ME-OM-0106
15/15