CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Saasveld de Lenne.pdf

Gemeenteraad 21 september 2021, gemeente DinkellandBij agendapunt: 11: Voorstel inzake vaststellen bestemmingsplan De Lenne Saasveld23.960 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Niet gevonden in dit document.

Bestemmingsplan

Saasveld De Lenne

Status: vastgesteld

Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):

vastgesteld NL.IMRO.1774.SAABPDELENNE-VG01

Saasveld de Lenne

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Geldend bestemmingsplan 1.5 Leeswijzer

7 7 7 7 8 9

Hoofdstuk 2 Huidige situatie plangebied 2.1 Saasveld 2.2 Huidige situatie plangebied

11 11 11

Hoofdstuk 3 Gewenste ontwikkeling 3.1 Gewenste ontwikkeling 3.2 Verkeer- en parkeren

13 13 14

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Regionaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid

17 17 19 27 27

Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Geluid 5.2 Bodem 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Externe veiligheid 5.5 Bedrijven en milieuzonering 5.6 Geur 5.7 Ecologie 5.8 Archeologie en cultuurhistorie 5.9 Besluit milieueffectrapportage 5.10 Water

33 33 34 34 35 37 38 40 42 43 44

Hoofdstuk 6 Juridische aspecten en planverantwoording 6.1 Inleiding 6.2 Opbouw van de regels 6.3 Bestemmingen

47 47 47 48

Hoofdstuk 7

51

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 8 Vooroverleg, inspraak en zienswijzen 8.1 Vooroverleg 8.2 Inspraak 8.3 Zienswijzen

53 53 53 53

Bijlagen bij de toelichting

55

Bijlage 1

56

2

Beeldkwaliteitsplan

bestemmingsplan Saasveld de Lenne

Bijlage 2

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

63

Bijlage 3

Bodemonderzoek

114

Bijlage 4

Stikstofonderzoek

172

Bijlage 5

Quickscan natuurwaardenonderzoek

198

Bijlage 6

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

228

Bijlage 7

Waterhuishoudkundig plan

243

Bijlage 8

Watertoets

304

Regels

311

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

313 313 318

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Bestemmingsregels Groen Verkeer Wonen

319 319 321 323

Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels

327 327 328

Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10

Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

329 330 331

Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

333 333 334

Bijlage bij de regels

335

Bijlage 1

Staat van bedrijfsactiviteiten

336

Bijlage 2

Beeldkwaliteitsplan

349

bestemmingsplan Saasveld de Lenne

3

4

bestemmingsplan Saasveld de Lenne

Toelichting

bestemmingsplan Saasveld de Lenne

5

6

bestemmingsplan Saasveld de Lenne

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding Om aan de woningbehoefte in de kern Saasveld te kunnen blijven voldoen, bestaat het voornemen om in het noordwesten van de kern Saasveld een kleinschalige woonbuurt te realiseren met in totaal 15 woningen (hierna: de Lenne). Het woningbouwprogramma is gevarieerd en bestaat uit een mix van vrijstaande woningen, twee-aan-één-gebouwde woningen en rijwoningen. De vrijstaande woningen en de twee-aan-één-gebouwde woningen zijn primair bedoeld voor senioren. De rijwoningen zijn primair bedoeld voor starters. Verder zijn ten westen van het woonperceel aan de Drosteweg 19 gronden aanwezig die zijn voorzien van een agrarische bestemming. De gronden zijn echter in gebruik als tuin bij de woning. Het is daarom gewenst om de juridisch-planologische situatie in overeenstemming te brengen met de feitelijke situatie. De betreffende gronden maken onderdeel uit van het voorliggende bestemmingsplan, waarbij deze gronden worden voorzien van een woonbestemming. De voorgenomen ontwikkeling is op basis van het geldend bestemmingsplan “Saasveld” niet mogelijk. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken is het noodzakelijk om het bestemmingsplan te herzien. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch-planologische kaders.

In deze toelichting wordt aangetoond dat het voornemen in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en vanuit ruimtelijk en planologische oogpunt verantwoord is.

1.2 Ligging van het plangebied Het plangebied ligt in het noordwesten van de kern Saasveld, ten westen van de Drosteweg. In afbeelding 1.1 is de ligging van de het plangebied (rode contour) binnen de kern Saasveld en ten opzichte van de directe omgeving weergegeven.

Afbeelding 1.1 Ligging van het plangebied binnen de kern Saasveld en ten opzichte van de directe omgeving (Bron: PDOK)

1.3 De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan "Saasveld de Lenne" bestaat uit de volgende stukken verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.1774.SAABPDELENNE-VG01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen) Op de verbeelding zijn de bestemmingen binnen het plangebied aangegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan, maar maakt geen onderdeel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

bestemmingsplan Saasveld de Lenne

7

1.4 Geldend bestemmingsplan Het plangebied ligt binnen de begrenzing van bestemmingsplan "Saasveld" en "Facetbestemmingsplan parkeren Dinkelland". respectievelijk vastgesteld door de gemeenteraad van Dinkelland op 18 september 2012 en 29 mei 2018. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van bestemmingsplan "Saasveld" weergegeven. Het plangebied is indicatief met rode contour aangegeven. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding.

Afbeelding 1.2 Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Saasveld' (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) De gronden binnen het plangebied beschikken over de enkelbestemming 'Agrarisch'. De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor het agrarisch gebruik. Er mogen ter plaatse van het plangebied geen gebouwen worden gebouwd. Strijdigheid Op basis van het geldend bestemmingsplan is de voorgenomen woningbouwontwikkeling niet in overeenstemming met de geldende bouw- en gebruiksregels. Een herziening van het bestemmingsplan is daarom noodzakelijk. Ter plaatse van de beoogde woningen dienen de gronden te worden voorzien van een passende woonbestemming. Daarnaast zijn de gronden ten westen van het woonperceel aan de Drosteweg 19 in gebruik als tuin behorend bij de woning, hetgeen niet in overeenstemming met de ter plaatse geldende bestemming 'Agrarisch'. Het is daarom gewenst om de juridisch-planologische situatie in overeenstemming te brengen met de feitelijke situatie. De betreffende gronden worden voorzien van een passende woonbestemming. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een passend juridisch planologisch kader om de voorgenomen ontwikkeling te kunnen realiseren. Aangetoond wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met 'een goede ruimtelijke ordening'.

8

bestemmingsplan Saasveld de Lenne

1.5 Leeswijzer Na deze inleiding wordt in Hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige situatie in en rondom het plangebied. In Hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de gewenste ontwikkeling. Hoofdstuk 4 behandelt het relevante beleid. Vervolgens wordt in Hoofdstuk 5 ingegaan op de relevante milieu- en omgevingsaspecten. Hoofdstuk 6 gaat in op bestemmingsplansystematiek en licht de bestemmingen toe. In Hoofdstuk 7wordt de economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan toegelicht, gevolgd door de maatschappelijke uitvoerbaarheid in Hoofdstuk 8.

bestemmingsplan Saasveld de Lenne

9

10

bestemmingsplan Saasveld de Lenne

Hoofdstuk 2 plangebied

Huidige situatie

2.1 Saasveld Het plangebied is gelegen in de kern van Saasveld. Rond het jaar 1950 was er nog geen sprake van een bebouwingskern in Saasveld. Boerderijen lagen verspreidt in het kleinschalige essenlandschap. Qua bebouwing wordt er tot 1954 enkel incidentele woningbouw in het lint toegevoegd. Dit verandert met de aanleg van de ontsluitsingsweg Van Reedestraat met aangelegen uitbreidingswijk. In de periode tot 1976 vindt er minimale verdichting plaats op de bestaande bebouwing. Daarna groeit Saasveld verder met onder andere de uitbreidingswijken De Hagen en De Esch.

2.2 Huidige situatie plangebied Het plangebied ligt aan de Drosteweg, in het noordwesten van de kern Saasveld (gemeente Dinkelland). De gronden zijn ingericht en in gebruik ten behoeve van agrarische doeleinden (agrarisch cultuurgrond). In de directe omgeving bevinden zich hoofdzakelijk woonfuncties en in mindere mate detailhandels- en bedrijfsfuncties. Ten oosten van het plangebied bevindt zich de Drosteweg. Aan de noord- en zuidzijden zijn woonpercelen aanwezig. Verder wordt het plangebied aan de westzijde/noordwestzijde begrensd door agrarische cultuurgronden. In afbeelding 2.1 is de huidige situatie weergegeven middels een luchtfoto. Het plangebied is indicatief met de rode contour aangegeven.

Afbeelding 2.1 Huidige situatie plangebied (Bron luchtfoto: PDOK)

bestemmingsplan Saasveld de Lenne

11

12

bestemmingsplan Saasveld de Lenne

Hoofdstuk 3

Gewenste ontwikkeling

In hoofdstuk 2 is een beschrijving van het plangebied in de huidige situatie gegeven. In dit hoofdstuk wordt op de ontwikkeling zelf ingegaan.

3.1 Gewenste ontwikkeling Om aan de woningbehoefte in de kern Saasveld te kunnen blijven voldoen is de gemeente Dinkelland voornemens om ter plaatse van het plangebied een kleinschalige woonbuurt (de Lenne) te realiseren met in totaal 15 woningen. Het woningbouwprogramma is gevarieerd en bestaat uit een mix van vrijstaande woningen, twee-aan-één-gebouwde woningen en rijwoningen. De vrijstaande woningen en de twee-aan-één-gebouwde woningen zijn met name bedoeld voor senioren. De rijwoningen zijn primair bedoeld voor starters. In afbeelding 3.1 is een impressie van de gewenste opzet van de Lenne weergegeven. Uitgegaan wordt van de volgende woningbouwprogrammering: 4 vrijstaande woningen; 6 twee-aaneen-gebouwde woningen; 5 rijwoningen.

Afbeelding 3.1 Beoogde situatie de Lenne (Bron: Gemeente Dinkelland) Langs de randen van de beoogde woonbuurt is sprake van een groene/onbebouwde rand met ruimte voor water. Ter plaatse van de groene/onbebouwde randen aan de noord- en oostzijde worden wadi's aangelegd om te voorzien in een adequate hemelwaterberging. Om de bestaande bomen langs de Drosteweg te behouden en niet aan te tasten, staat de nieuwe woonbebouwing op gepaste afstand van deze bomen. De voorste woningen aan de Drosteweg liggen daardoor verder het landschap in dan de bestaande woningen aan deze weg. De woningen worden ontsloten door een nieuw aan te leggen ontsluitingsweg die wordt aangesloten op de Drosteweg. Verder is in het westen van het plangebied ruimte voor het realiseren van speelvoorzieningen/ een speelveld. De vrijstaande woningen en de twee-aaneen-gebouwde woningen betreffen levensloopbestendige woningen bestaande uit één bouwlaag met een kap. De rijwoningen bestaan uit twee bouwlagen met kap. Hierdoor zal de bebouwing zich qua aard en schaal goed voegen in het bestaande straat- en bebouwingsbeeld elders in de kern Saasveld. Om de toekomstige bouwplannen in dit bestemmingsplan op de gewenste beeldkwaliteit te kunnen toetsen is er bestemmingsplan Saasveld de Lenne

13

een beelkwaliteitsplan opgesteld. In dit beeldkwaliteitsplan zijn welstandscriteria opgesteld. Voor welstandscriteria is onderscheid gemaakt in welstandscriteria voor de buurt, de woning en de straat. Voor het volledige beeldkwaliteitsplan en de bijbehorende welstandscriteria wordt verwezen naar Bijlage 1 van deze toelichting.

3.2 Verkeer- en parkeren Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. De gemeente Dinkelland hanteert hiervoor de gemeentelijke 'Beleidsnotitie Bouwen en Parkeren'. In deze notitie zijn geen kencijfers opgenomen ten aanzien verkeersgeneratie. Hiertoe wordt in voorliggend geval de publicatie van het CROW aangehouden (Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381). Voor het plangebied binnen de gemeente Dinkelland gelden de volgende uitgangspunten: stedelijkheidsgraad: 'niet stedelijk'; zone: 'rest bebouwde kom'. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de realisatie van 15 nieuwe woningen. Hiervoor gelden de volgende uitgangspunten: Woningtype Vrijstaand Twee-onder-één-kap Tussenwoning of rijwoning

Parkeernorm per woning 2,3 2,2 2,0

Verkeersgeneratie (per woning) 8,2 7,8 7,4

Parkeren Uitgaande van voorgenoemde uitgangspunten is er sprake van de volgende parkeerbehoefte: Woningtype aantal woningen parkeernorm per woning totaal Vrijstaand 4 2,3 9,2 Twee-onder-één-kap 6 2,2 13,2 Tussenwoning of rijwoning 5 2,0 10 Totale parkeerbehoefte 32,4 Als gevolg van het voornemen is sprake van een parkeerbehoefte van afgerond 33 parkeerplaatsen. Ten aanzien van de vrijstaande woningen wordt, gelet op de omvang van de kavels, opgemerkt dat hier voldoende ruimte is om twee parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren. Voor de twee-onder-één-kapwoningen is er voldoende ruimte om op eigen terrein ten minste één parkeerplaats te realiseren. Dit zijn in totaal 14 parkeerplaatsen. De overige 19 parkeerplaatsen worden gerealiseerd langs de nieuw aan te leggen ontsluitingsweg (zie afbeelding 3.1), in de vorm van langsparkeerplaatsen en een parkeerhaven. Gelet op het vorenstaande is ter plaatse van het plangebied voldoende ruimte om te voorzien in de parkeerbehoefte.

Verkeer Uitgaande van voorgenoemde uitgangspunten is er sprake van de volgende verkeersgeneratie: Woningtype

aantal woningen

verkeersgeneratie per woning 8,2 7,8 7,4

totaal

Vrijstaand 4 32,8 Twee-onder-één-kap 6 46,8 Tussenwoning of rijwoning 5 37 Totale verkeersgeneratie per weekdag etmaal 116,6 Als gevolg van het voornemen is sprake van een verkeersgeneratie van afgerond 117 verkeersbewegingen per weerkdag etmaal. Gesteld wordt dat de nieuwe ontsluitingsweg, de Drosteweg en de direct omliggende infrastructuur deze verkeersbewegingen zonder problemen en op een verkeersveilige manier kunnen opvangen en verwerken.

14

bestemmingsplan Saasveld de Lenne

Conclusie Gelet op vorenstaande wordt geconcludeerd dat het aspect 'verkeer en parkeren' geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.

bestemmingsplan Saasveld de Lenne

15

16

bestemmingsplan Saasveld de Lenne

Hoofdstuk 4

Beleidskader

4.1 Rijksbeleid 4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen.

Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in bestemmingsplan Saasveld de Lenne

17

mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties. 4.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 4.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

4.1.2.1 Algemeen De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigt en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ 4.1.2.2 Toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Op het realiseren van woningen is ondermeer de uitspraak ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921 van belang. Uit deze uitspraak blijkt dat het realiseren van respectievelijk 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. Het voorliggende bestemmingsplan gaat uit van het realiseren van 15 woningen. Er is dus sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Hierna wordt nader op de ladder ingegaan. Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving van de behoefte aan de woningen die mogelijk worden gemaakt bevatten. De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de woningbouwontwikkeling. De aard en omvang van de ontwikkeling zijn leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte moet worden afgewogen. De woningen zullen met name bedoeld zijn voor de lokale behoefte.

Gelet op de aard en omvang kan het ruimtelijk verzorgingsgebied worden beperkt tot de gemeente Dinkelland.

Beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de uitbreiding van de kern Saasveld. De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met het 'Regionaal Woningbouwprogramma Twente 2017' en de gemeentelijke 'Woonvisie 2016+'. Voor een nadere toetsing wordt verwezen naar respectievelijk paragraaf 4.3.1 en 4.4.2 van deze toelichting. Hier wordt geconcludeerd dat er sprake is van een behoefte aan voorgenomen woningbouw ontwikkeling.

Binnen of buiten bestaand stedelijk gebied 18

bestemmingsplan Saasveld de Lenne

Gezien de definitie uit de Bro kan worden geconcludeerd dat het plangebied geen onderdeel uitmaakt van bestaand stedelijk gebied. Hoewel het plangebied is gelegen binnen de begrenzing van het bestemmingsplan voor de kern Saasveld, bestaat het plangebied uit onbebouwde agrarische cultuurgronden die stedenbouwkundig gezien (nog) geen onderdeel uitmaken van de kern Saasveld. In de kern Saasveld zijn echter reeds alle potentiële binnenstedelijke ontwikkellocaties ontwikkeld of in ontwikkeling. Er is hierdoor binnenstedelijk geen ruimte meer voor inbreiding. Om ervoor te zorgen dat de kern Saasveld qua woningbouw mogelijkheden niet 'op slot' gaat, waardoor niet meer kan worden voorzien in de woningbehoefte, is het gewenst om de kern uit te breiden met nieuwe woningbouwkavels. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet hierin.

Conclusie: Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat voorliggende ontwikkeling in overeenstemming is met de 'Ladder voor duurzame verstedelijking'. 4.1.3

Conclusie toetsing aan het rijksbeleid

Geconcludeerd wordt dat het relevante ruimtelijke ordeningsbeleid op rijksniveau de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling niet in de weg staat.

4.2 Provinciaal beleid Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel, welke is verankerd in de Omgevingsverordening. 4.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. 4.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. 4.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. Of - generieke beleidskeuzes 2. Waar - ontwikkelingsperspectieven 3. Hoe - gebiedskenmerken Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, et cetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend.

bestemmingsplan Saasveld de Lenne

19

In afbeelding 4.1 is het uitvoeringsmodel weergegeven.

Afbeelding 4.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 4.2.3.1 Generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties - en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten - te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. 4.2.3.2 Ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn.

De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaaleconomische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de - voor dat ontwikkelingsperspectief - geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen.

20

bestemmingsplan Saasveld de Lenne

4.2.3.3 Gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet. 4.2.4

Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.4.1 Generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase ‘generieke beleidskeuzes’ zijn een aantal artikelen uit de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Op deze artikelen zal hierna nader worden ingegaan.

Artikel 2.1.2 Principe van concentratie Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in woningbouw, aanleg van bedrijventerreinen voor lokaal gewortelde bedrijvigheid en het realiseren van stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen om te voldoen aan de lokale behoefte en de behoefte van bijzondere doelgroepen. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.2 van de Omgevingsverordening Overijssel Als gevolg van het voornemen worden 15 grondgebonden woningen toegevoegd binnen de kern Saasveld. Het plan voorziet in de behoefte van Saasveld en de gemeente Dinkelland (zie paragraaf 4.4.2 van deze toelichting). Deze behoefte is bepaald aan de hand van de behoefte in de regio (zie paragraaf 4.3.1 van deze toelichting). Geconcludeerd wordt dat de beoogde woningbouwontwikkeling voldoet aan de bepalingen, zoals opgenomen in artikel 2.1.2.

Artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel De voorgenomen ontwikkeling betreft een uitbreiding van de kern Saasveld. Hoewel het plangebied planologisch gezien ligt binnen het bestemmingsplan voor de kern Saasveld, zijn ter plaatse (nog) geen stedelijke functies toegestaan. Het realiseren van extra woningen in de kern Saasveld op inbreidingslocaties is niet meer mogelijk. De (potentiële) inbreidingslocaties zijn reeds ontwikkeld of in voorbereiding. Om in de woningbehoefte voor Saasveld te kunnen blijven voldoen, voorziet het voorliggende bestemmingsplan in nieuwe woningbouwmogelijkheden ter plaatse van het plangebied. In verband hiermee is het voorliggende bestemmingsplan in overeenstemming met artikel 2.1.3 uit de Omgevingsverordening Overijssel.

Artikel 2.2.2 Realisatie nieuwe woningen 1. Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, bestemmingsplan Saasveld de Lenne

21

voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. 2. In bestemmingsplannen wordt in maximaal 80% van de behoefte aan nieuwe woningen zoals vastgesteld in het kader van actueel onderzoek woningbouw, voorzien. 3. In bestemmingsplannen van gemeenten waarvoor woonafspraken van toepassing zijn, mag - in afwijking van lid 2 - in een hoger percentage dan 80% worden voorzien, met een maximum van 100% van de behoefte zoals vastgesteld in het kader van de woonafspraken. 4. De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. 5. Wanneer de realisatie van nieuwe woningen niet past binnen geldende woonafspraken of wanneer er voor de gemeente geen woonafspraken gelden, dan moet de behoefte aan nieuwe woningen aangetoond worden door middel van actueel onderzoek woningbouw waarop de instemming is verkregen van zowel de gemeenten in de regio als Gedeputeerde Staten. 6. In afwijking van het bepaalde in lid 5 geldt de eis dat gemeenten in de regio moeten hebben ingestemd niet voor buurgemeenten die gelegen zijn buiten de provincie Overijssel.

In dat geval moet zijn aangetoond dat afstemmingsoverleg heeft plaatsgevonden. De van belang zijnde begrippen in het kader van artikel 2.2.2 zijn hierna opgenomen: Nieuwe woningen: te realiseren woningen, waarvoor nog geen omgevingsvergunning is afgegeven Actueel onderzoek woningbouw: door de raad vastgesteld onderzoek waarin de behoefte van de gemeente aan nieuwe woningen is onderbouwd op basis van de regionale behoefte woningbouw, markt- en vastgoedanalyses en andere relevante gegevens. Regionale behoefte woningbouw: door Gedeputeerde Staten vastgestelde provinciale analyse waarin de regionale behoefte aan nog te realiseren woningen is onderbouwd op basis van provinciale behoefteprognoses. Woonafspraken: bestuurlijke afspraken tussen provincie Overijssel en gemeenten over onder meer doelgroepen, wonen en zorg, stedelijke vernieuwing, toekomstbestendigheid bestaande voorraad, programmeren en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en bijbehorende programmeringsdocumenten, zoals voor een aangegeven periode zijn gemaakt. Regio: de gemeenten die onderdeel uitmaken van de samenhangende woningmarkt die bediend wordt met de woningbouwmogelijkheden die een gemeente biedt. In artikel 2.2.3 lid 1 van de Omgevingsverordening wordt onder actueel onderzoek woningbouw verstaan: onderzoek dat eens in de 2 jaar wordt geactualiseerd.

Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel Binnen het plangebied worden 15 woningen mogelijk gemaakt. Het voornemen past daarmee binnen het actuele gemeentelijk woningbouwprogramma en is tevens in overeenstemming met het RWP Twente (april 2017) (zie ook paragraaf 4.4.2 en 4.3.1 van deze toelichting). Gelet hierop wordt voldaan aan artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel. 4.2.4.2 Ontwikkelingsperspectieven Het plangebied behoort tot het ontwikkelingsperspectief “Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap”. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorend bij de Omgevingsvisie opgenomen. Het plangebied is weergegeven met de rode contour.

22

bestemmingsplan Saasveld de Lenne

Afbeelding 4.2 Uitsnede Ontwikkelperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, maar ook die voor de andere sectoren, wil de provincie Overijssel in dit ontwikkelingsperspectief nadrukkelijk verbinden met behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de lokaal aanwezige functies, rekening houdend met de klimaatopgave en de kenmerken van het watersysteem.

Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico's op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten).

Toetsing van het initiatief aan de 'Ontwikkelingsperspectieven' De beoogde ontwikkeling past niet binnen het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. Bij ontwikkeling van de gronden voor woningbouw gaan deze gronden behoren bij de bebouwde kom van Saasveld. Het ontwikkelingsperspectief 'Woon- en werklocaties buiten stedelijke netwerking' is dan van toepassing. De ontwikkeling kan zodanig worden opgezet dat deze goed past binnen dit ontwikkelingsperspectief, bijvoorbeeld door met energiezuinige of energieneutrale woningen bij te dragen aan de energietransitie. Verder wordt met het plan ruimte gebodem voor groen en water. Uit hoofdstuk 5 blijft verder dat de ontwikkeling niet tot belemmeringen leidt voor omliggende (bedrijfs)functies. bestemmingsplan Saasveld de Lenne

23

4.2.4.3 Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Vanwege het ontbreken van bijzondere eigenschappen binnen de 'laag van de beleving', wordt deze laag buiten beschouwing gelaten.

1. De 'Natuurlijke laag' Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bijvoorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp.

Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart van de “Natuurlijke laag” aangeduid met het gebiedstypen 'Beekdalen en natte laagtes' en 'Dekzandvlakte en ruggen'. Onderstaande afbeelding betreft een uitsnede van de gebiedskenmerkenkaart van de “Natuurlijke laag”. De ligging van het plangebied is weergegeven met de rode contour.

Afbeelding 4.3 Natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel)

Beekdalen en natte laagtes Het Overijsselse zandlandschap is van oorsprong kletsnat. In de laagtes van het zandgebied verzamelde zich het water. Hier ontwikkelden zich moerassen en broekbossen, waar het water in de loop van het seizoen geleidelijk uit weg sijpelde naar de lager gelegen delen, naar de beken en rivieren. Als ontwikkelingen plaats vinden in of in de directe nabijheid van beekdalen en natte laagtes, dan dragen deze bij aan extra ruimte voor de dynamiek van het stromende water en het vasthouden van water, aan versterking van de samenhang in het beeksysteem en aan vergroting van de zichtbaarheid, bereikbaarheid en beleefbaarheid van het water. Dit zijn uitgangspunten bij (her)inrichting.

Dekzandvlakte en ruggen De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in 24

bestemmingsplan Saasveld de Lenne

grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt.

Toetsing van het initiatief aan de 'Natuurlijke laag' In het gebied zijn de kenmerken van het oorspronkelijke landschap nauwelijks meer waarneembaar. Dit komt hoofdzakelijk doordat het gebied in cultuur is gebracht ten behoeve van de landbouw of in gebruik is al tuin. Op deze plaats wordt geconcludeerd dat de 'Natuurlijke laag' geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.

2. De 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart van de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' aangeduid met het gebiedstype 'Oude hoevenlandschap'. Afbeelding 4.4 is een uitsnede van de gebiedskenmerkenkaart van de 'Laag van het agrarische cultuurlandschap'. De ligging van het plangebied is indicatief weergegeven met de rode contour.

Afbeelding 4.4 Laag van agrarisch cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel)

Oude hoevenlandschap Het Oude Hoevenlandschap betreft een landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen 'bezet' waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat dezelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. Het landschap is contrastrijk met veel variatie op de korte afstand. Als ontwikkelingen plaatsvinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen. bestemmingsplan Saasveld de Lenne

25

Toetsing van het initiatief aan de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' De voorgenomen ontwikkeling ziet toe op de uitbreiding van de kern Saasveld. Met de inrichting van de woonbuurt wordt rekening gehouden met structuurdragende groenelementen aan de randen van het plangebied. Geconcludeerd wordt dat de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.

3. De 'Stedelijke laag' In de “Stedelijke laag” ontstaat de koppeling van de sociale en fysieke dynamiek van de stedelijke functies aan het verbindende netwerk van wegen, paden, spoorwegen en kanalen. Elke stad of dorp bezit zijn eigen karakteristieke ruimtelijke, sociale en functionele opbouw en kwaliteiten. Het plangebied is op gebiedskenmerkenkaart in de “Stedelijke laag” aangeduid met het gebiedstype 'Verspreide bebouwing'. In afbeelding 4.5 is dit weergegeven.

Afbeelding 4.5 Stedelijke laag (Bron: Provincie Overijssel) Verspreide bebouwing De agrarische erven hebben van oudsher een hele sterke binding met het landschap. Vanuit het erf werden de omliggende gronden in cultuur gebracht en vervolgens eeuwenlang bewerkt. Elke boer deed dit naar eigen inzicht en afgestemd op de plaatselijke omstandigheden, maar wel volgens de wetmatigheden van het toenmalig landbouwsysteem. Door deze 'eenheid in handelen' ontstonden er samenhangende landschappen, die nu nog steeds herkenbaar zijn: essenlandschap, oude hoevenlandschappen, broeken heideontginningen, veenlandschappen etc.. Bijzonder is dat elk landschap zijn eigen erftype heeft: de opbouw van erf, erfbebouwing, erfbeplantingen en relaties met de omliggende gronden zijn specifiek voor het betreffende landschapstype, alsof in het erf de genen van het landschap besloten liggen. Naast erven kent het buitengebied losliggende 'gewone' burgerwoningen met veelal een eigen, individueel karakter en eigen verhaal van ontstaan.

Woonwijken 1955-nu De woonwijken van 1955 tot nu zijn planmatig opgezette uitbreidingswijken op basis van een collectief idee en grotere bouwstromen. De functies (wonen, werken, voorzieningencentra) zijn uiteengelegd en de wijken zijn opgedeeld in buurten met een homogeen bebouwingskarakter: buurten met eengezinswoningen, flatwijken, villawijken, wijk(winkel)centra. Er is sprake van een tijdsgebonden verkavelingsstructuur op basis van 26

bestemmingsplan Saasveld de Lenne

verschillende ordeningsprincipes. Als ontwikkelingen plaatsvinden in de naoorlogse woonwijken, dan voegt nieuwe bebouwing zich in de aard, maat en het karakter van het grotere geheel (patroon van o.a. wooneenheden en parken), maar is als onderdeel daarvan wel herkenbaar. De groenstructuur is onderdeel van het wijkontwerp.

Toetsing van het initiatief aan de 'Stedelijke laag' Met het realiseren van de woningen wordt rekening gehouden met omliggende functies en bestaande bebouwingsstructuren. Wat betreft bouwmogelijkheden wordt aangesloten bij de bebouwingskenmerken in de omgeving (zie ook paragraaf 3.1). Hiermee worden bouwkenmerken (o.a. goot-/bouwhoogte) afgestemd op de omgeving, zodat de woningen en de bijbehorende bouwwerk(en) qua bouwmassa en verschijningsvorm goed opgaan in het bebouwingskarakter van de omgeving. De invulling van het plangebied is in overeenstemming met de ter plekke geldende gebiedskenmerken van de 'Stedelijke laag'. 4.2.5

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat de ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

4.3 Regionaal beleid Het regionaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan voor voorliggend initiatief betreft het Regionaal Woningbouwprogramma uit 2017. 4.3.1

Regionaal Woningbouwprogramma

4.3.1.1 Algemeen Gemeenten in Twente hebben samen met de provincie woonafspraken gemaakt in 2016. Door te spreken over de nieuwe woonprogrammering en de Ladder voor duurzame verstedelijking is in Twente een grote slag gemaakt met het denken en werken volgens deze Ladder. De gemaakte woonafspraken dragen dan ook bij aan een grote veranderslag in het denken over de woonprogrammering in Twente. Het RWP Twente 2017 betreft een actualisatie van 2016 waarin marktinzichten over woningvraag- en aanbod zijn meegenomen en legt de afspraken in Twente vast. Dankzij het RWP kennen gemeenten het kader voor hun woonprogrammering, is het duidelijk wanneer de provincie achter een woonplan van de gemeenten staat en beschikken gemeenten grotendeels over een indicatie voor onderbouwingen voor de Ladder. 4.3.1.2 Programmering gemeente Dinkelland 2017 In circa 55% van de woningvraag voorziet de gemeente Dinkelland voor de komende 10 jaar met plannen met een directe bouwtitel. De gemeente heeft niet te maken met uitwerkingsplichten en gaat daarnaast uit van een onderprogrammering van 80%. De 20% die daarbij overblijft wenst de gemeente in te zetten voor de herontwikkeling van locaties voor herstructurering en transformatie. Daarnaast vraagt de toenemende vraag van de zogeheten rood voor rood plannen om een meer flexibel woningbouwprogramma.

Het woningbouwprogramma voor de gemeente Dinkelland, dat afkomstig is uit het RWP Twente uit 2017, is gebaseerd op prognoses. Inclusief een bandbreedte van 10% kent de gemeente een netto woningvraag van in totaal 690 woningen. In vergelijking met het oorspronkelijke woningbouwprogramma is de vraag met 70 woningen gestegen. 4.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan het Regionaal Woningbouwprogramma In voorliggend geval worden 15 woningen toegevoegd aan de kern Saasveld. Deze woningen passen binnen de netto woningvraag in de gemeente Dinkelland van 690 woningen, waardoor het voornemen in overeenstemming is met het RWP Twente. Geconcludeerd wordt dat voorliggende ontwikkeling in overeenstemming is met het programma van de regio.

4.4 Gemeentelijk beleid Hierna wordt het in het kader van voorliggende ontwikkeling het meest relevante gemeentelijke beleid behandeld.

bestemmingsplan Saasveld de Lenne

27

4.4.1

Structuurvisie Dinkelland

4.4.1.1 Inleiding De Structuurvisie Dinkelland bevat een integrale, ruimtelijke en functionele toekomstvisie voor de gemeente Dinkelland. Naast een integrale beleidsvisie geeft de visie de regionale positionering en inbreng van de gemeente Dinkelland in de regio Twente aan. 4.4.1.2 Hoofdambitie Hoofdambitie van Structuurvisie is: "Dinkelland staat voor het duurzaam borgen en ontwikkelen van een unieke combinatie van levende en sociaal coherente gemeenschappen, ligging en landschap, rijk historisch bezit en een gezonde en weerbare economie". Om deze hoofdambitie te kunnen realiseren zijn vijf hoofdkeuzes gemaakt: 1. de gemeente zet in op 10 vitale woonkernen, met een concentratie van de meest kostbare gemeenschapsvoorzieningen in de hoofdkernen Denekamp, Ootmarsum en Weerselo; 2. het versterken van het economisch profiel door het realiseren van compenserende werkgelegenheid in de agrarische sector en het bevorderen van de economische betekenis van de toeristisch-recreatieve sector; 3. het waarborgen van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied; 4. het bevorderen en versterken van recreatie en toerisme; 5. het bevorderen van de bereikbaarheid en de verkeersveiligheid. 4.4.1.3 Saasveld Saasveld is een kleine kern centraal gelegen in de gemeente Dinkelland. Saasveld telt 1.715 inwoners en vormt een hechte gemeenschap. De basisvoorzieningen zijn in de kern aanwezig.

Voor centrum en verzorgingsvoorzieningen is Saasveld op Weerselo of Borne aangewezen. Kenmerkend voor de kern en de directe omgeving is de groene uitstraling. Saasveld ligt temidden van een gevarieerde landschapstype, te weten het essenlandschap, maten- en flierenlandschap en een jong ontginningslandschap. De zuidrand van de kern is zeer bosrijk. Karakteristiek voor Saasveld is het historische kerkeiland dat aan de rand van de kern ligt. Vanaf het lagergelegen gebied ten noorden van Saasveld een waardevol zicht op de het kerkeiland. Tegenover de kerk ligt een bardancing. De enorme parkeerbehoefte van de bardancing bepaald in hoge mate de functionele en stenige inrichting van het centrale dorpsplein als parkeerplein. De visie op hoofdlijnen voor de kern Saasveld is als volgt: Het borgen van de woonfunctie en basisvoorzieningen voor eigen gemeenschap (in de kern en buurtschappen); Woningbouwontwikkeling Koninksweg-Drosteweg-Zoekerdijk (westkant kern nabij Diezelkamp); Groene dorpsranden (noord- en zuidkant); Er zijn enkele inbreidingslocaties voor woningbouw aangewezen tussen de Drosteweg en De Hagen; Aanleg parkeerterrein voor 350 motorvoertuigen en terrein voor wachtende autobussen en taxi's op gronden sportterrein langs de Gravenallee, Van Rheedestraat en de Esch ten behoeve van de bardancing (nu sportterrein).

Als compensatie wordt een nieuw sportveld (speelveld) aangelegd; Omzetting bestaande camping (noordzijde kern) naar recreatiewoningen. 4.4.1.4 Toetsing van het initiatief aan de Structuurvisie Dinkelland Het plangebied ligt in een gebied die op basis van de 'Structuurvisie Dinkelland' is aangewezen als potentiële woningbouwlocatie. De beoogde woningbouw binnen het plangebied is dan ook in overeenstemming met de 'Structuurvisie Dinkelland'. 4.4.2

Woonvisie 2016+

4.4.2.1 Algemeen Op 11 juli 2016 is door de gemeenteraad van Dinkelland de Woonvisie 2016+ ‘Een uitdaging om het mooier te maken’ vastgesteld. Deze visie schetst een visie op het wonen in de gemeente tot 2020, met een doorkijk tot 2025. De visie is de basis voor strategische afwegingen en stelt de vraag hoe de woonaantrekkelijkheid van Dinkelland versterkt kan worden voorop. Tevens staan een aantal thema’s centraal, te weten: beschikbaarheid, betaalbaarheid, extramuralisering en duurzaam wonen. De gemeente neemt hierbij een faciliterende positie in en geeft richting, waarna zij partijen uitnodigt om met concrete plannen te komen.

28

bestemmingsplan Saasveld de Lenne

De woonvisie is in hoofdlijnen overeenkomstig met Het Regionaal Woningbouwprogramma (zie paragraaf 4.3.1 van deze toelichting) en is dan ook regionaal afgestemd. 4.4.2.2 Visie en ambitie De ambitie van de gemeente voor 2025 luidt als volgt: Voor alle doelgroepen, jong en oud, blijft het aantrekkelijk wonen in Dinkelland. Het woningaanbod is gevarieerd, comfortabel en toekomstbestendig zodat men ook op latere leeftijd thuis kan blijven wonen. Er is sprake van een passend voorzieningenniveau en inwoners zijn tot elkaar betrokken, waardoor de leefbaarheid in de negen kernen versterkt. Deze ambitie is onderverdeeld in 3 ambities, namelijk: 1. Een kwaliteitsslag maken, met daarin onder andere: a. In stand houden kwaliteit centrumgebieden / kernwinkelgebieden b. Verduurzamen van de bestaande woningvoorraad c. Toekomstbestendig maken bestaande woningvoorraad d. Gerichte aanpak in buurten door renovatie van woningen en woonomgeving 2. Beschikbaarheid in de vorm van: voor iedere doelgroep een woning, met daarin onder andere; a. Nieuwbouwprogramma afstemmen met de regiogemeenten b. Nieuwe plancapaciteit toetsen aan afwegingskader c. Flexibele woningdifferentiatie in bestemmingsplannen d. Nieuwbouwaccenten: sociale huur en voor middeninkomens 3. Betaalbaarheid in de vorm van: een passende prijs met bijbehorende kwaliteit, met daarin onder andere: a.

Beperkte vermindering van de kernvoorraad sociale huurwoningen is mogelijk b. Voortzetten starterslening om het gat tussen huur en koop te overbruggen c. Onderzoek naar de blijverslening d. In het huurprijsbeleid corporaties wordt de huurprijs beter afgestemd op het inkomen 4.4.2.3 Uitvoeringsnota woningbouw 2018 Van het RWP (zie paragraaf 4.3.1) is afgeleid dat voor de periode 2018 tot en met 2027 behoefte is aan 100 woningen in de overige woonkernen in de gemeente Dinkelland (waaronder Saasveld). Tevens zijn 80 woningen in de gemeente Dinkelland behouden als “Vrije ruimte” voor onvoorziene waardevolle initiatieven. Naar verwachting wordt de kwantitatieve groei van veel kernen na 2027 minder. Er moeten bewuste keuzes worden gemaakt over welke woningtypen je toestaat en op welke (structuurversterkende) plekken. Voor het nieuwe afwegingskader zijn met name de volgende ontwikkelingen en uitgangspunten van belang: tot 2027 is er nog sprake van een huishoudenstoename; op de korte termijn is er een tekort aan starterswoningen maar op termijn is de opgave beperkt; zet in op nieuwbouwconcepten die zowel voor starters als senioren geschikt zijn, zodat deze toekomstbestendig zijn; de grootste opgave ligt bij ouderen en vernieuwing van de bestaande voorraad via renovatie, vervanging of verdunning.

4.4.2.4 Toetsing van het initiatief aan de Woonvisie Dinkelland 2016+ Met het voorliggende bestemmingsplan wordt hoofdzakelijk ingezet op de behoefte aan starters- en seniorenwoningen in de kern Saasveld. De vrijstaande woningen en de twee-onder-één-kap woningen betreffen levensloopbestendige woningen, waarbij bijvoorbeeld slaap- en badkamer op de begane grond zijn te realiseren. Hiermee zijn de woningen met name geschikt voor minder mobiele mensen. De rijwoningen bestaan uit twee bouwlagen met kap. Deze woningen zijn met name bedoeld voor starters. Hiermee wordt bijgedragen aan de ambitie van de gemeente voor 2025. Daarmaast blijkt uit paragraaf 4.4.2.3 dat kwantitatief gezien nog ruimte is voor woningbouw, ook voor de beoogde 15 woningen. Geconcludeerd wordt dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met de gemeentelijke woonvisie.

bestemmingsplan Saasveld de Lenne

29

4.4.3

Casco-benadering in Noordoost-Twente

4.4.3.1 Algemeen In het Ontwikkelingsperspectief voor het Nationale Landschap Noordoost-Twente hebben de hierbij betrokken partijen de ambitie uitgesproken om de tendens van schaalvergroting in de grondgebonden landbouw zodanig vorm te geven dat deze niet ten koste gaat van de kwaliteit van het landschap. Zowel gemeenten als provincie hadden behoefte aan een praktisch concept om in de dagelijkse praktijk invulling te geven aan deze ambitie. Voor het bereiken van deze ambitie is het, het meest wenselijk om de belangen van initiatiefnemers die elementen willen verwijderen te koppelen aan grondeigenaren die bereid zijn nieuwe elementen te plaatsen om zo het landschap te versterken. Alle individuele aanvragen zullen dan uiteindelijk moeten leiden tot een beter functionerend en herkenbaar landschap. Om dit te bereiken is de casco-benadering ontwikkeld. Met de casco-benadering beschikken de provincie Overijssel en de deelnemende gemeenten van Noordoost-Twente over een generieke methode om vorm te geven aan de doelen voor het Nationaal Landschap: behoud en ontwikkeling van het landschap inclusief al haar functies. In relatie tot het provinciaal beleid is de cascobenadering een middel om invulling te geven aan het fenomeen 'ruimtelijke kwaliteit' en uitvoering aan de kwaliteitsagenda van de Omgevingsvisie van de provincie Overijssel.

4.4.3.2 Casco-benadering in de praktijk De landschapstypen van Noordoost-Twente vormen, samen met de ontwikkeling die deze landschappen hebben doorgemaakt (dynamiek), het uitgangspunt van de casco-benadering. Elk landschapstype heeft een eigen kenmerkende structuur van opgaande beplantingen. Deze structuur is het casco van het landschap. Het kan daarbij gaan om bomenrijen, houtwallen, houtsingels en (kleinere) bosjes. Het beleid is er op gericht om dit casco te versterken. Toepassing van de casco benadering leidt op termijn tot versterking van het 'kleinschalige groene karakter' van het landschap in totaliteit. De regels van de casco-benadering gelden niet voor: Punt elementen (zoals poelen en solitaire bomen). Lijn elementen (zoals stijlranden en zandwegen). Beplanting binnen bouwblokken/bebouwde kom. Boomgaarden. Bos groter dan 0,5 hectare. Voor bovenstaande elementen en het beheer van casco elementen geldt het reguliere beleid van elke afzonderlijke gemeente. De basis voor initiatieven is de cascokaart. Hierop staan drie typen elementen weergegeven, zie de navolgende tabel. Landschapstype Elementen die tot het casco behoren Elementen die niet tot het casco behore

Opmerking Mogen in principe niet verplaatst worden Mogen verplaatst worden, als aan de regels van de casco-benadering wordt voldaan Te compenseren elementen Locaties waar de initiatiefnemer de elementen heen kan verplaatsen Aan de hand van de casco-kaart wordt beoordeeld of het landschapselement tot het casco behoort of niet. Uit de beoordeling hiervan volgen drie mogelijke opties: Regulier casco: het te verwijderen element is geen casco en de initiatiefnemer compenseert op een lijn uit de casco-kaart. Afwijking van de compensatie: het te verwijderen element is geen casco, maar de initiatiefnemer wil compenseren op een andere plek dan aangegeven op de casco-kaart. Afwijking van het casco: het te verwijderen element behoort tot het casco en het te compenseren element ligt of op de casco-kaart, zo niet dan is de een aanvraag een combinatie met situatie 2 (afwijking compensatie). Situatie plangebied Zoals blijkt uit de in afbeelding 4.6 opgenomen uitsnede van de casco-kaart is de bestaande houtsingel aan de oostzijde van het plangebied aangemerkt als 'Onderdeel Casco'. Bij de voorgenomen ontwikkeling wordt rekening gehouden met deze bestaande houtsingel die onderdeel uitmaakt van het Casco. De beoogde woonbebouwing wordt op gepaste afstand van deze houtsingel gerealiseerd (zie ook paragraaf 3.1).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/490/documents/16006