CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Grotestraat Rossum Toelichting.pdf

Gemeenteraad 8 maart 2022, gemeente DinkellandBij agendapunt: 20: Voorstel inzake vaststellen bestemmingsplan “Buitengebied, Rood voor Rood Grotestraat 54 Rossum en Ot-tershagenweg 28 Lattrop-Breklenkamp”20.643 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Niet gevonden in dit document.

Bestemmingsplan

Buitengebied, RVR Grotestraat 54 Rossum En Ottershagenweg 28 LattropBreklenkamp

Status: vastgesteld

Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):

vastgesteld NL.IMRO.1774.BUIBPRVRGRO54OTT28VG01

Buitengebied, RVR Grotestraat 54 Rossum en Ottershagenweg 28 Lattrop-Breklenkamp

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidig planologisch regime 1.5 Leeswijzer

7 7 7 8 8 10

Hoofdstuk 2 Huidige situatie 2.1 Algemeen 2.2 Grotestraat tussen nr. 50 en nr. 54, Rossum 2.3 Ottershagenweg 28, Lattrop-Breklenkamp

11 11 11 11

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Inleiding 3.2 Grotestraat tussen nr. 50 en nr. 54, Rossum 3.3 Ottershagenweg 28, Lattrop-Breklenkamp 3.4 Verkeer en parkeren

13 13 13 15 17

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid

19 19 20

4.3

28

Gemeentelijk beleid

Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Geluid 5.2 Bodemkwaliteit 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Externe veiligheid 5.5 Milieuzonering 5.6 Geur 5.7 Ecologie 5.8 Archeologie & cultuurhistorie 5.9 Besluit milieueffectrapportage

37 37 38 38 39 40 43 44 45 47

Hoofdstuk 6 Wateraspecten 6.1 Vigerend beleid 6.2 Waterparagraaf

49 49 49

Hoofdstuk 7 Juridische aspecten en planverantwoording 7.1 Inleiding 7.2 Opzet van de regels 7.3 Verantwoording van de regels

51 51 51 52

Hoofdstuk 8

55

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 9 Vooroverleg 9.1 Vooroverleg

2

bestemmingsplan Buitengebied, RVR Grotestraat 54 Rossum en Ottershagenweg 28 Lattrop-Breklenkamp

57 57

bestemmingsplan Buitengebied, RVR Grotestraat 54 Rossum en Ott ershagenweg 28 Lattrop-Breklenkamp

3

4

bestemmingsplan Buitengebied, RVR Grotestraat 54 Rossum en Ottershagenweg 28 Lattrop-Breklenkamp

Toelichting

bestemmingsplan Buitengebied, RVR Grotestraat 54 Rossum en Ott ershagenweg 28 Lattrop-Breklenkamp

5

6

bestemmingsplan Buitengebied, RVR Grotestraat 54 Rossum en Ottershagenweg 28 Lattrop-Breklenkamp

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding Het voornemen is om op het perceel tussen Grotestraat 50 en 54 in Rossum en het perceel aan de Ottershagenweg 28 in Lattrop-Breklenkamp (gem. Dinkelland) in het kader van de Rood voor Rood-regeling landschapsontsierende bebouwing te slopen. Concreet gaat het om 454,75 m² op het perceel tussen Grotestraat nr. 50 en nr. 54 en 407,22 m² aan de Ottershagenweg 28. Dit sloopoppervlak wordt ingezet in het kader van Rood voor Rood-regeling. Ter compensatie van de sloop van tenminste 850 m² aan landschapsontsierende bebouwing wordt een bouwrecht voor een compensatiewoning met bijgebouw verkregen. In totaal wordt met de voorgenomen ontwikkeling afgerond 861 m2 aan landschapsontsierende bebouwing gesloopt. Hiermee wordt voldaan aan de vereiste sloopopgave. Het voornemen is om deze compensatiewoning op het perceel tussen Grotestraat nr. 50 en nr. 54 te Rossum te realiseren. Daarnaast wordt het deelgebied aan de Ottershagenweg 28, aangezien het agrarische bedrijf reeds beëindigd is, voorzien van een reguliere woonbestemming. Tot slot worden beide percelen landschappelijk ingepast. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dinkelland heeft in dit geval principemedewerking verleend aan het initiatief. De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan.

Een bestemmingsplanherziening is noodzakelijk om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een passend juridisch-planologisch kader om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken. Daarbij wordt aangetoond dat het gewenste plan vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is en in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

1.2 Ligging van het plangebied Het plangebied bestaat uit twee deelgebieden in het buitengebied van de gemeente Dinkelland. Zoals in de aanleiding reeds is genoemd gaat het om de deelgebieden aan de Grotestraat tussen nr. 50 en nr. 54 (kadastraal bekend als sectie U - nummers 368 en 860, perceeloppervlakte 1.604 m2) in Rossum en de Ottershagenweg 28 in Lattrop (kadastraal bekend als sectie L - nummers 1465 en 1466). In afbeelding 1.1 is de ligging van de deelgebieden in het buitengebied aangeven met respectievelijk een blauwe en een rode ster. Voor de exacte ligging en begrenzing van de deelgebieden wordt verwezen naar de verbeelding van dit bestemmingsplan.

bestemmingsplan Buitengebied, RVR Grotestraat 54 Rossum en Ott ershagenweg 28 Lattrop-Breklenkamp

7

Afbeelding 1.1: Ligging van de deelgebieden (Bron: PDOK)

1.3 De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan "Buitengebied, RVR Grotestraat 54 Rossum en Ottershagenweg 28 Lattrop-Breklenkamp" bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (NL.IMRO.1774.BUIBPRVRGRO54OTT28-VG01) en een renvooi; regels. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4 Huidig planologisch regime 1.4.1

Algemeen

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van de bestemmingsplannen "Bestemmingsplan Buitengebied 2010" en "Facetbestemmingsplan parkeren Dinkelland" van de gemeente Dinkelland, die op respectievelijk 18 februari 2010 en 29 mei 2018 zijn vastgesteld door de gemeenteraad. Hierna wordt nader ingegaan op de huidige planologische situatie. 1.4.2

Beschrijving bestemmingen en aanduidingen

1.4.2.1 Grotestraat tussen nr. 50 en nr. 54, Rossum Het deelgebied van het perceel tussen Grotestraat nr. 50 en nr. 54 heeft op basis van het geldende "Bestemmingsplan Buitengebied 2010" de bestemming 'Wonen'. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van dit geldende bestemmingsplan weergegeven. Het deelgebied is hierop aangeduid met rode omlijning. Hierna wordt nader op de geldende bestemming ingegaan.

8

bestemmingsplan Buitengebied, RVR Grotestraat 54 Rossum en Ottershagenweg 28 Lattrop-Breklenkamp

Afbeelding 1.2: Uitsnede verbeelding "Bestemmingsplan Buitengebied 2010" (Bron: ruimtelijkeplannen.nl) Wonen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor woonhuizen, aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen, al dan niet in combinatie met ruimten voor een aan-huis-verbonden beroep en mantelzorg en de daarbij behorende tuinen, erven, terreinen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Per bestemmingsvlak is hoogstens één woning toegestaan. 1.4.2.2 Ottershagenweg 28, Lattrop-Breklenkamp Het deelgebied aan de Ottershagenweg 28 heeft op basis van het geldende "Bestemmingsplan Buitengebied 2010" de bestemming 'Agrarisch 1' met een bouwvlak en de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch bouwperceel grondgebonden agrarisch bedrijf'. Verder gelden voor delen van dit deelgebied de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 2' en 'Waarde - Landschap'. In afbeelding 1.3 is een uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan weergegeven. Hierna wordt nader op de geldende bestemmingen ingegaan.

Afbeelding 1.3: Uitsnede verbeelding "Bestemmingsplan Buitengebied 2010" (Bron: ruimtelijkeplannen.nl) Agrarisch - 1 bestemmingsplan Buitengebied, RVR Grotestraat 54 Rossum en Ott ershagenweg 28 Lattrop-Breklenkamp

9

De voor 'Agrarisch - 1' aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor het agrarisch gebruik en de uitoefening van een agrarisch bedrijf met een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering, aangezien de gronden zijn voorzien van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - bouwperceel grondgebonden agrarisch bedrijf'. Met de daarbij behorende bedrijfsgebouwen en overkappingen, bedrijfswoningen, aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij bedrijfswoningen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep dan wel een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit. De gebouwen, waaronder overkappingen, met uitzondering van tunnelkassen en blaastunnels, mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd op de gronden die zijn voorzien van een bouwperceel. Waarde - Archeologie 2 De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de gebieden met hoge en zeer hoge archeologische waarden. Bij een oppervlakte groter dan 100 m² en/of een bodemingreep dieper dan 40 cm moet archeologisch onderzoek worden verricht. Waarde - Landschap De voor 'Waarde - Landschap' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van waardevolle landschapselementen.

In afwijking van het bepaalde bij de andere daar voorkomende bestemming(en) mogen op of in deze gronden geen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, behalve voor zover bestaand, worden gebouwd. 1.4.3

Strijdigheid

Het realiseren van een (compensatie)woning op het perceel tussen de Grotestraat nr. 50 en nr. 54 is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan, aangezien per bestemmingsvlak van de woonbestemming slechts één woning (de bestaande) is toegestaan. Om de bouw en het gebruik van de (compensatie)woning mogelijk te maken dient het bestemmingsplan herzien te worden. Verder wordt het bestaande woonerf van het deelgebied aan de Ottershagenweg 28 na de sloop van de agrarische bedrijfsgebouwen, in gebruik genomen als regulier woonerf. Dit is in strijd het geldende planologische regime. Daarom moet het agrarische bouwvlak worden verwijderd. Tot slot dient op deze locatie de sloop van de schuur worden geborgd alsmede de maximale oppervlakte aan bijgebouwen na de sloop te worden vastgelegd. Hiervoor dient het bestemmingsplan te worden herzien. Met voorliggend bestemmingsplan wordt een passend juridisch-planologisch kader vastgelegd en wordt aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

1.5 Leeswijzer Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat een omschrijving van de gewenste ontwikkeling. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Overijssel en de gemeente Dinkelland beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsthema's de revue en hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Tot slot gaat hoofdstuk 9 in op het vooroverleg.

10

bestemmingsplan Buitengebied, RVR Grotestraat 54 Rossum en Ottershagenweg 28 Lattrop-Breklenkamp

Hoofdstuk 2

Huidige situatie

2.1 Algemeen Hierna wordt per locatie op de huidige situatie ingegaan.

2.2 Grotestraat tussen nr. 50 en nr. 54, Rossum Het deelgebied aan de Grotestraat ligt ten noorden van de kern Rossum, in het overgangsgebied van de kern Rossum naar het buitengebied. De locatie maakt onderdeel uit van geclusterde bebouwing. De directe omgeving van dit deelgebied wordt logischerwijs gekenmerkt door de bebouwde kom van Rossum (zuidzijde) en een overwegend agrarisch landschap aan de andere zijden. In de omgeving komen, naar de bebouwde kom, verspreid agrarische bedrijven, agrarische (cultuur)gronden en woonpercelen voor. Dit deelgebied zelf ligt tussen de woonpercelen van Grotestraat nr. 50 en nr. 54 in. Ter plaatse van het onbewoonde perceel is diverse bebouwing aanwezig. Het gaat om tweetal schuren en een transformatorhuisje. De gronden rondom de bebouwing zijn ingericht als tuin. Aan de noord- en zuidzijde van het deelgebied liggen de woonpercelen. Aan de westzijde wordt het deelgebied begrensd door de Grotestraat. Aan de oostzijde bevinden zich agrarische cultuurgronden. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van de huidige situatie ter plaatse van dit deelgebied opgenomen.

Afbeelding 2.1: Luchtfoto deelgebied Grotestraat (Bron: PDOK)

2.3 Ottershagenweg 28, Lattrop-Breklenkamp Het deelgebied aan de Ottershagenweg 28 ligt ten westen van de kern Lattrop, eveneens in het buitengebied van de gemeente Dinkelland. De omgeving van het deelgebied wordt hoofdzakelijk gekenmerkt door agrarische bedrijven, agrarische (cultuur)gronden en verspreid liggende woonpercelen. De deellocatie zelf betreft het voormalige agrarisch erf. Het gaat om de gronden die in de huidige situatie zijn voorzien van een functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - bouwperceel grondgebonden agrarisch bedrijf'. Hierbinnen zijn agrarische bedrijfsbebouwing in de vorm van stallen en een bedrijfswoning aanwezig. De agrarisch bedrijfsactiviteiten zijn reeds gestaakt. Het agrarische erf heeft daarom geen vervolgfunctie meer. De wens bestaat om het perceel om te zetten naar een woonbestemming, waarbij de bedrijfswoning in gebruik wordt genomen als een reguliere burgerwoning. De agrarische bedrijfsgebouwen - die geen vervolgfunctie meer hebben voor het wonen - worden gesloopt. De sloopmeters worden ingezet ten behoeve van het realiseren van de compensatiewoning op het perceel aan de Grotestraat in Rossum. bestemmingsplan Buitengebied, RVR Grotestraat 54 Rossum en Ott ershagenweg 28 Lattrop-Breklenkamp

11

In afbeelding 2.2 is een luchtfoto van het deelgebied aan de Ottershagenweg 28 opgenomen. De begrenzing van deze deellocatie is aangeduid met een rode omlijning. In afbeelding 2.3 is een straatbeeld opgenomen vanaf de Ottershagenweg. Hierop zijn tevens de landschapsontsierende bebouwing zichtbaar.

Afbeelding 2.2: Luchtfoto deelgebied Ottershagenweg 28 (Bron: PDOK)

Afbeelding 2.3: Straatbeeld deelgebied Ottershagenweg 28 (Bron: Google streetview)

12

bestemmingsplan Buitengebied, RVR Grotestraat 54 Rossum en Ottershagenweg 28 Lattrop-Breklenkamp

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

3.1 Inleiding Zoals in de aanleiding reeds is aangegeven wordt er, met voorliggend bestemmingsplan, verdeeld over twee locaties 861 m2 aan landschapsontsierende bebouwing gesloopt. Ter compensatie hiervoor mag één compensatiewoning worden gebouwd op het perceel tussen de Grotestraat nr. 50 en nr. 54 in Rossum. Verder wordt het voormalige agrarische erf aan de Ottershagenweg 28 in Lattrop-Breklenkamp omgezet naar een woonbestemming. De agrarische bedrijfsactiviteiten op deze locatie zijn reeds gestaakt en de agrarische bedrijfsbebouwing heeft daarom geen functie meer. Hierna wordt per deellocatie ingegaan op de gewenste situatie.

3.2 Grotestraat tussen nr. 50 en nr. 54, Rossum 3.2.1

Gewenste ontwikkeling

Initiatiefnemer is voornemens om op deze locatie alle bestaande landschapsontsierende bebouwing te slopen om zodoende een vrijstaande (compensatie)woning te realiseren. Ter plaatse worden twee landschapontsierende schuren gesloopt (D op tekening in afbeelding 3.2). De schuren maakten vanoorsprong onderdeel uit van het erf aan de noordzijde, maar door vernieuwing en een ander gebruik van het erf zijn de schuren wat afgezonderd van de rest komen te liggen. Planologisch behoren de te slopen schuren tot het bouwperceel van huisnummer 50, maar kadastraal behoren de schuren tot huisnummer 54. Wel is er reeds sprake van de bestemming 'Wonen'. In de nieuwe situatie zal er planologisch de mogelijkheid zijn voor drie woningen, aangezien per bestemmingsvlak één woonhuis mag worden gebouwd. De bestaande woningen en opstallen blijven ongewijzigd. De nieuwe woning krijgt de mogelijkheid voor 100 m2 aan bijgebouwen. Op het perceel van deze locatie worden landschapsontsierende schuren met gezamenlijke oppervlakte van 454,75 m2 gesloopt. Een klein houthok gelegen op het kadastraal eigendom (sectie U nummer 859) van de buurman (oostgrens deelgebied) blijft behouden. Voor een nadere toelichting op de landschappelijke onderbouwing van de te behouden en de te slopen schuren wordt verwezen naar het ruimtelijke kwaliteitsplan in Bijlage 1 bij deze toelichting.

In afbeelding 3.1 zijn de te slopen schuren weergegeven. Het deelgebied is hierop aangeduid met de rode omlijning.

bestemmingsplan Buitengebied, RVR Grotestraat 54 Rossum en Ott ershagenweg 28 Lattrop-Breklenkamp

13

Afbeelding 3.1: Te slopen bebouwing (Bron: Erwin Meinders bouwkundig bureau) Verder wordt het perceel landschappelijk ingepast. In dit geval is door N+L Landschapsontwerpers een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld met de landschappelijke inpassing van de bij deze ontwikkeling betrokken percelen. Afbeelding 3.2 toont een uitsnede van het ruimtelijk kwaliteitsplan voor de locatie aan de Grotestraat. Het volledige ruimtelijk kwaliteitsplan is als Bijlage 1 bijgevoegd. In paragraaf 3.2.2 wordt nader op de landschappelijke inpassing ingegaan.

Afbeelding 3.2: Uitsnede ruimtelijk kwaliteitsplan Grotestraat (Bron: N+L Landschapsontwerpers)

14

bestemmingsplan Buitengebied, RVR Grotestraat 54 Rossum en Ottershagenweg 28 Lattrop-Breklenkamp

3.2.2

Landschappelijk inpassing

Er heeft een afweging plaatsgevonden om de compensatiewoning solitair te situeren als onderdeel van de lintbebouwing of de woning zodanig te situeren dat er sprake is van één erf met het noord gelegen erf. Om twee redenen is gekozen voor een woning als onderdeel van het lint. Door de huidige situatie, waarbij ook gelet is op de bestaande eenzijdige laanbeplanting langs de inrit, komt de woning zonder velling van die bomen te ver van de bebouwing te liggen. Het vellen van de bomen is geen optie. Juist de bomen dragen bij aan het groene karakter van het huidige erf. Daarnaast is er sprake van een (voormalige) invalsweg van Rossum. Daardoor is er altijd al sprake van lintbebouwing geweest dat door de jaren heen steeds meer verdicht is geraakt waarbij een deel uiteindelijk onderdeel van de kern van Rossum is geworden. Om voorgenoemde redenen is gekozen voor een solitaire woning (A) als onderdeel van de lintbebouwing. De woning staat met de gevel iets naar achteren om daarmee een afwisselend straatbeeld te houden en de overgang naar het landelijk gebied te versterken. Aan de noordzijde is de mogelijkheid opgenomen voor een bijgebouw (B). De woning krijgt, eveneens aan de noordzijde, een eigen ontsluiting (C) langs de reeds bestaande erfbeplanting. De achterzijde van het bijgebouw wordt ingepast door de aanplant van inheems plantsoen.

Daarmee wordt ook gelijktijdig het transformatorhuisje ingepast dat net achter het bijgebouw staat. Op de kavel worden twee solitaire bomen aangeplant en aan de voorzijde dient een haag te worden aangeplant. De haag staat niet stijf voor aan de straat, maar staat juist op 6 meter uit de straat voor een open uitstraling en om te voorkomen dat de kavel volledig afgesloten raakt. Aan de zuidzijde op de erfscheiding met de buren wordt een gemengde haag aangeplant. Door een gemengde haag wordt de overgang naar het landelijk gebied benadrukt. Landschappelijke maatregelen samengevat: Sloop van landschap ontsierende bebouwing; Aanplant inheems bosplantsoen aan achterzijde bijgebouw; Aanplant haag voorzijde, 4 meter uit de weg; Aanplant 2 solitaire bomen; Aanplant gemengde haag. Met de genoemde inpassing wordt voldaan aan het gestelde beleid.

3.3 Ottershagenweg 28, Lattrop-Breklenkamp 3.3.1

Gewenste ontwikkeling

Zoals al eerder aangegeven heeft het agrarische bedrijfsperceel van dit deelgebied geen vervolgfunctie meer. De voormalige agrarische bedrijfsgebouwen die geen vervolgfunctie meer hebben voor het wonen worden gesloopt. Op het perceel van deze locatie worden in het kader van de rood-voor-rood regeling vier schuren met gezamenlijke oppervlakte van circa 407 m2 gesloopt. Voor een nadere toelichting op de landschappelijke onderbouwing van de te behouden en de te slopen schuren wordt verwezen naar het ruimtelijke kwaliteitsplan in Bijlage 1 bij deze toelichting. In afbeelding 3.3 zijn de te slopen schuren en de te behouden schuren weergegeven.

bestemmingsplan Buitengebied, RVR Grotestraat 54 Rossum en Ott ershagenweg 28 Lattrop-Breklenkamp

15

Afbeelding 3.3: Te slopen en te behouden bebouwing (Bron: Erwin Meinders bouwkundig bureau) Afbeelding 3.4 toont het ruimtelijk kwaliteitsplan voor deze locatie. In paragraaf 3.3.2 wordt nader op de landschappelijke inpassing ingegaan.

16

bestemmingsplan Buitengebied, RVR Grotestraat 54 Rossum en Ottershagenweg 28 Lattrop-Breklenkamp

Afbeelding 3.4 Uitsnede ruimtelijk kwaliteitsplan Ottershagenweg (Bron: N+L Landschapsontwerpers) 3.3.2

Landschappelijke inpassing

Om aan de voorwaarden van de Rood voor Rood-regeling te kunnen voldoen zijn aanvullende sloopmeters nodig. Deze sloopmeters zijn gevonden aan de Ottershagenweg 28. Ter plaatse is sprake van een kleinschalig voormalig agrarisch bedrijf. Van agrarische activiteiten is al enige tijd geen sprake meer waardoor schuren in verval raken. Er is sprake van meerdere landschap ontsierende schuren. In de beoogde nieuwe erfopzet worden 4 schuren gesloopt (C in afbeelding 3.4). Een viertal schuren (B) dichter bij de woning (A) blijven behouden. De woning blijft daardoor het hoofdgebouw met een aantal schuren die op een verstrooide wijze rondom zijn gelegen. In de nabije toekomst worden de schuren gesloopt (aagenduid met nummers 6 en 3 en afbeelding 3.3) om een nieuwe schuur te kunnen bouwen. Om die reden staat de meest oostelijke schuur in de nieuwe situatie ten dele buiten de woonbestemming. Daarmee ontstaat de garantie dat na sloop op die plek geen nieuw gebouw opgericht kan worden. Op deze manier kan er een gefaseerde aanpak van het erf plaats gaan vinden. De erfverharding (L) wordt aangepast aan de nieuwe situatie en de meeste bomen, houtsingels of fruitbomen (G/H/F/I) kunnen behouden blijven. Aan de zuidzijde wordt een nieuwe solitaire boom toegevoegd die op termijn uit kan groeien naar een beeldbepalende boom. De soort is walnoot.

Samenvattend gaat het om de volgende maatregelen: Sloop van landschap ontsierende bebouwing. Aanplant 1 solitaire boom. Met deze inpassing wordt voldaan aan het gestelde beleid.

3.4 Verkeer en parkeren 3.4.1

Algemeen

Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. De gemeente Dinkelland hanteert hiervoor de gemeentelijke 'Beleidsnotitie Bouwen en Parkeren 2018'. Het toetsingskader voor het parkeren is conform het gemeentelijke beleid de CROW-publicatie 317 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie'. Met dit initiatief wordt aan de Ottershagenweg 28 een agrarisch bedrijf buiten werking gesteld. Hierdoor zal er ter plaatse van de Ottershagenweg 28 per saldo sprake zijn van een afname aan verkeersbewegingen door het planologisch vervallen van de agrarisch gerelateerde verkeersbewegingen. Verder wordt het parkeren op deze bestemmingsplan Buitengebied, RVR Grotestraat 54 Rossum en Ott ershagenweg 28 Lattrop-Breklenkamp

17

locatie niet negatief beïnvloed. Het perceel is van voldoende omvang om de (bestaande) parkeerbehoefte van een woning op te vangen. Op het perceel de Grotestraat wordt één woning toegevoegd. Dit heeft invloed op het parkeren en de verkeersgeneratie. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten: Stedelijke zone: buitengebied; Verstedelijkingsgraad: niet stedelijk; functie: koop, woning, vrijstaand. 3.4.2

Verkeersgeneratie

Met de voorgenomen ontwikkeling wordt op het perceel aan Grotestraat één woning toegevoegd. Gelet op de vorenstaande uitgangspunten geldt voor een vrijstaande woning in het buitengebied een verkeergeneratie van 8,2 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. De locatie wordt op een verkeersveilige en overzichtelijke wijze ontsloten op de Grotestraat. Het omliggende wegennet is daarnaast van voldoende omvang en beschikt over voldoende capaciteit om deze toename van verkeersbewegingen afdoende te kunnen afwikkelen. 3.4.3

Parkeren

Met de voorgenomen ontwikkeling wordt op het perceel de Grotestraat één woning toegevoegd. Parkeren ten behoeve van de woonfunctie vindt plaats op eigen terrein. Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten geldt voor een vrijstaande woning in het buitengebied een parkeerbehoefte 2,4 parkeerplaatsen. Gelet op de omvang van het perceel en gezien de beoogde inrichting zoals weergegeven in afbeelding 3.2 wordt gesteld dat in deze behoefte kan worden voorzien. 3.4.4

Conclusie

Het aspect 'verkeer en parkeren' vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkelingen.

18

bestemmingsplan Buitengebied, RVR Grotestraat 54 Rossum en Ottershagenweg 28 Lattrop-Breklenkamp

Hoofdstuk 4

Beleidskader

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. Het beleid is in dit bestemmingsplan afgewogen en doorvertaald in de verbeelding en in de regels.

4.1 Rijksbeleid 4.1.1

Nationale omgevingsvisie (NOVI)

4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans bestemmingsplan Buitengebied, RVR Grotestraat 54 Rossum en Ott ershagenweg 28 Lattrop-Breklenkamp

19

is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. 4.1.1.4 Toetsing aan de NOVI In voorliggend geval betreft een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan opgenomen ontwikkeling. 4.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

4.1.2.1 Algemeen In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), de voorloper van de NOVI, is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In het Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' 4.1.2.2 Toetsing aan de Ladder Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Voor het realiseren van woningen is de uitspraak ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921 van toepassing. Uit deze uitspraak blijkt dat het realiseren van 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i Bro. In dit geval sprake is van de toevoeging van één nieuwe woning op de locatie aan de Grotestraat in Rossum. Verder wordt de voormalige agrarische bedrijfswoning middels voorliggend bestemmingsplan gewijzigd naar een reguliere burgerwoning. Gelet op vorenstaande is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing. 4.1.3

Conclusie toetsing van het initiatief aan het rijksbeleid

Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.

4.2 Provinciaal beleid In deze paragraaf wordt het voor deze ontwikkeling relevante provinciale beleid behandeld. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel de Omgevingsvisie Overijssel 'Beken Kleur' en bijbehorende Omgevingsverordening Overijssel vastgesteld. 4.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele centrale ambities van de provincie: goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen 20

bestemmingsplan Buitengebied, RVR Grotestraat 54 Rossum en Ottershagenweg 28 Lattrop-Breklenkamp

woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit; veilig, gezond en schoon kunnen wonen, werken, recreëren en reizen door te zorgen voor waterveiligheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan. 4.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. 4.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. Of – generieke beleidskeuzes 2. Waar – ontwikkelingsperspectieven 3. Hoe – gebiedskenmerken Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, etcetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. In afbeelding 4.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.

bestemmingsplan Buitengebied, RVR Grotestraat 54 Rossum en Ott ershagenweg 28 Lattrop-Breklenkamp

21

Afbeelding 4.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 4.2.3.1 Of- generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. 4.2.3.2 Waar- ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn.

De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen.

22

bestemmingsplan Buitengebied, RVR Grotestraat 54 Rossum en Ottershagenweg 28 Lattrop-Breklenkamp

4.2.3.3 Hoe- gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet.

4.2.3.4 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.3.4.1 Of - generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'Of – generieke beleidskeuzes' zijn artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), artikel 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit), artikel 2.1.6 lid 1 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) en artikel 2.2.2 (Realisatie nieuwe woningen). Hierna wordt nader op de artikelen ingegaan. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik 1. Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt. dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 lid 1 In dit geval wordt een compensatiewoning gerealiseerd op gronden die reeds zijn voorzien van een woonbestemming en onderdeel uitmaken van een woonerf.

De ontwikkeling legt geen extra ruimtebeslag op de Groene Omgeving. Door het toepassen van de Rood voor Rood-regeling, neemt bovedien de hoeveelheid landschapsontsierende bebouwing in het buitengebied van de gemeente Dinkelland af. Ter plaatse van deelgebieden Grotestraat en Ottershagenweg 28 wordt gezamenlijk circa 860 m2 aan bebouwing gesloopt. Het initiatief is in lijn met de uitgangspunten van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik.

Artikel 2.1.5: Ruimtelijke kwaliteit (leden 1, 2, 3 en 5) 1. In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. 2. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. 4. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Artikel 2.1.6: Kwaliteitsimpuls Groene omgeving (KGO) (lid 1) Bestemmingsplannen voor de Groene omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3. en artikel 2.1.4. en het bepaalde in artikel 2.1.5.

– voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologisch en/of landschappelijk waarden in voldoende bestemmingsplan Buitengebied, RVR Grotestraat 54 Rossum en Ott ershagenweg 28 Lattrop-Breklenkamp

23

mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Toetsing van het initiatief aan artikelen 2.1.5 en 2.1.6 lid 1 Het voorliggende plan leidt tot een kwaliteitsimpuls in de groene omgeving (buitengebied) van de gemeente Dinkelland. Deze meerwaarde vertaalt zich in: Sloop van circa 861 m2 aan extra landschapsontsierende bebouwing; Het landschappelijk inpassen van de deellocaties Grotestraat tussen nr. 50 en nr. 54, Rossum en Ottershagenweg 28, Lattrop-Breklenkamp. Hiermee wordt voldaan aan het beleid van de Provincie Overijssel met betrekking tot de impuls in de groene omgeving. Voor een nadere uitwerking wordt verwezen naar paragraaf 3.2.2 en paragraaf 3.3.2, waar uitgebreid op dit aspect is ingegaan. In paragraaf 4.2.3.4.2 wordt beschreven dat het project past binnen de ontwikkelingsperspectieven. Artikel 2.2.2: Realisatie nieuwe woningen (lid 1) Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 Voorliggende ontwikkeling betreft de realisatie van één woning op basis van de rood-voorrood-regeling.

Door de sloop van landschapsontsierende bebouwing wordt het recht voor één extra wooneenheid verkregen. De woning voldoet aan de kwalitatieve behoefte en wordt gebouwd voor de lokale behoefte. De toekomstige bewoners wonen in de gemeente. Zoals uit paragraaf 4.3.2 blijkt is er in de gemeente Dinkelland ruimte voor het toevoegen van extra woningen. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat voorliggend bestemmingsplan in overeenstemming is met artikel 2.2.2 uit de Omgevingsverordening Overijssel. 4.2.3.4.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven De locaties van het plangebied zijn met de rode sterren aangeduid. Beide locaties liggen in het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap'.

Afbeelding 4.2: Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap' Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, maar ook die voor de andere sectoren, willen we in dit ontwikkelingsperspectief nadrukkelijk verbinden met behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de lokaal aanwezige functies, 24

bestemmingsplan Buitengebied, RVR Grotestraat 54 Rossum en Ottershagenweg 28 Lattrop-Breklenkamp

rekening houdend met de klimaatopgave en de kenmerken van het watersysteem. Toetsing van het initiatief aan het Ontwikkelingsperspectief De bouw van een compensatiewoning op het perceel aan de Grotestraat te Rossum past binnen het ter plaatse geldende ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap'. Dit perspectief richt zich namelijk om een mix van functies, waaronder woningen. De realisatie van de compensatiewoning en het realiseren passend binnen het mixlandschap. Ter plaatse is namelijk ruimte voor een verscheidenheid aan functies, waaronder de nieuwe woonfunctie. Voorliggende ontwikkeling is vanuit functioneel en ruimtelijk oogpunt passend. Voorliggend initiatief gaat uit van het slopen van landschapsontsierende bebouwing, daarnaast worden de betrokken deellocaties landschappelijk ingepast. Het initiatief draagt dan ook bij aan het behoud en de versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen in het landelijk gebied. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met het ter plekke geldende ontwikkelingsperspectief. 4.2.3.4.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen.

De 'Stedelijke laag' wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten, omdat er in of aangrenzend aan het plangebied geen relevante specifieke eigenschappen voor deze laag geldt. 1. De 'Natuurlijke laag' Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. De verschillende locaties van het plangebied zijn op de gebiedskenmerkenkaart de 'Natuurlijke laag' aangeduid met de gebiedstypen 'Beekdalen en natte laagtes', 'Dekzandvlakte en ruggen' en 'Hoogveengebieden (in cultuur gebracht)'. Op onderstaande afbeelding is dit weergegeven.

Afbeelding 4.3: Natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel) “Dekzandvlakte en ruggen” De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is bestemmingsplan Buitengebied, RVR Grotestraat 54 Rossum en Ott ershagenweg 28 Lattrop-Breklenkamp

25

de (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt. Toetsing van het initiatief aan de "Natuurlijke laag" De gronden in het plangebied zijn ingericht met schuren als onderdeel van een woonbestemming (Grotestraat) en een agrarisch erf (Ottershagenweg 28). De van oorsprong voorkomende 'Natuurlijke laag' is daardoor niet of nauwelijks meer aanwezig. De sloop van de gebouwen heeft geen gevolgen voor de kenmerken van de natuurlijke laag. Middels een ruimtelijk kwaliteitsplan wordt ter plaatse van de deelgebieden ingespeeld op de daar voorkomende gebiedskenmerken. De percelen worden landschappelijk goed ingericht conform de hier geldende gebiedskenmerken. In paragraaf 3.2.2, paragraaf 3.3.2 en Bijlage 1 wordt hier nadrukkelijk op ingegaan.

2. De 'Laag van het agrarische cultuurlandschap' In de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. De locaties van het plangebied liggen binnen de gebiedstypen 'Oude hoevenlandschap' (Grotestraat) en 'Essenlandschap' (Ottershagenweg 28). In afbeelding 4.4 is dat aangegeven.

Afbeelding 4.4: Laag van het agrarisch cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel)

26

bestemmingsplan Buitengebied, RVR Grotestraat 54 Rossum en Ottershagenweg 28 Lattrop-Breklenkamp

'Essenlandschap' Het essenlandschap bestaat uit een samenhangend systeem van essen, flanken, lager gelegen maten en fliergronden, – voormalige – heidevelden en kenmerkende bebouwing rond de es (esdorpen en verspreide erven). Het landschap is geordend vanuit de erven en de essen, de eeuwenoude akkercomplexen die op de hogere dekzandkoppen en flanken van stuwwallen werden aangelegd. Als ontwikkelingen plaats vinden in het essenlandschap, dan krijgen deze in de flanken een plaats, met respect voor en bijdragend aan de aanwezige bebouwingsstructuren (lint, erf) en versterking van het landschappelijk raamwerk. 'Oude hoevenlandschap” Het Oude Hoevenlandschap betreft een landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen 'bezet' waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat de zelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. Het landschap is contrastrijk met veel variatie op de korte afstand.

Als ontwikkelingen plaats vinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen. Toetsing van het initiatief aan de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” Door de sloop van landschapsontsierende bebouwing op drie deellocaties en de landschappelijke inpassing met streekeigen beplanting, worden de kenmerken van het oorspronkelijke landschap van de verschillende landschapstypen versterkt. Dit gebeurt door de erven in te richten met nieuwe, gebiedseigen beplanting en het realiseren van een gebiedseigen woning met bijgebouw. De ontwikkeling is in overeenstemming met het gestelde in de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap”.

3. De “Laag van de beleving” In de laag van de beleving komen de natuurlijke, functionele en sociale processen bij elkaar. Dit is de laag die gaat over de beleefbaarheid van ruimtelijke kwaliteit, identiteit en tijdsdiepte, van recreatieve gebruiksmogelijkheden die een belangrijke rol spelen bij de waardering van de leefomgeving. De laag van de beleving is de laag van de verbinding en het netwerk; tussen het stedelijke en het landelijke, de cultuur en de natuur, snel en traag, oud en nieuw, tussen nut en schoonheid. De laag van de beleving benut vooral de kwaliteiten van de andere drie lagen, maar voegt ook eigen kenmerken toe, zoals landgoederen, recreatieparken en recreatieve routes. Het stelt kwaliteiten zoals de natuur, de productielandschappen en de steden in een ander daglicht en maakt ze beleefbaar en tot een belevenis. De verblijfsrecreatiecomplexen, de attracties, de routes voor wandelen, fietsen en varen zijn een belangrijke economische factor geworden met een vergelijkbaar aandeel in de economie als de agrarische sector. Dit alles verandert het aanzien, de gewenste gebruiksmogelijkheden en betekenis van het buitengebied. Aan het 'belevingslandschap' ontleent Overijssel zijn tijdsdiepte, maar ook zijn aantrekkingskracht.

Steeds vaker worden de kwaliteiten uit het verleden ingezet in plannen door daar met nieuwe kwaliteiten, gebruiks- en verschijningsvormen op voort te bouwen. Belangrijk in deze laag is het oude en nieuwe 'erfgoed' van de provincie. De deelgebieden zijn op de gebiedskenmerkenkaart de 'Laag van de beleving' beide aangeduid met 'Donkerte'. In afbeelding 4.5 wordt dit weergegeven.

bestemmingsplan Buitengebied, RVR Grotestraat 54 Rossum en Ott ershagenweg 28 Lattrop-Breklenkamp

27

Afbeelding 4.5: Laag van de beleving (Bron: Provincie Overijssel) “Donkerte” Lichte gebieden geven een beeld van de economische dynamiek van de provincie: de steden en dorpen, de autosnelwegen, de kassengebieden, de attractieparken, de grote bedrijventerreinen en de gebieden met veel bebouwing. De donkere gebieden geven een indicatie van de 'buitengebieden' van Overijssel. De natuurcomplexen en de grote landbouwgebieden. De donkere gebieden zijn de gebieden waar het 's nachts nog echt donker is, waar je de sterrenhemel kunt waarnemen. Het zijn de relatief 'luwe' dun bewoonde gebieden met een lage gebruiksdruk. Donkerte wordt een te koesteren kwaliteit. De ambitie is de huidige 'donkere' gebieden, ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen ze liever nog wat donkerder te maken. Dit betekent op praktisch niveau terughoudend zijn met verlichting van wegen, bedrijventerreinen e.d. en verkennen waar deze 's nachts uit kan of anders lichtbronnen selectiever richten. Structureel is het vrijwaren van donkere gebieden van verhoging van de dynamiek het perspectief. De ambitie is het rustige en onthaaste karakter te behouden, zodat passages van autosnelwegen en regionale wegen niet leiden tot stedelijke ontwikkeling aan eventuele op- en afritten. Bundeling van stedelijke functies en infrastructuur in de 'lichte' gebieden.

Toetsing van het initiatief aan de 'Laag van de beleving' Er is geen sprake van een onevenredige toename een (kunst)licht in het buitengebied. Het deelgebied aan de Grotestraat is reeds voorzien van een woonbestemming met bebouwing, en daarmee bestaand kunstlicht. Bovendien ligt deze deellocatie tussen twee woonpercelen in. Wat betreft de locatie Ottershagenweg 28 wordt opgemerkt dat een woonperceel over het algemeen minder kunstlicht veroorzaakt dan een agrarisch bedrijf. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de “Laag van de beleving”. 4.2.4

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal ruimtelijk beleid.

4.3 Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste beleidsdocumenten die van toepassing zijn op de voorgenomen ontwikkeling worden hieronder in willekeurige volgorde behandeld. In voorliggend geval is het beleid van de gemeente Dinkelland van belang, aangezien deze ontwikkeling mogelijk is op basis van het beleid van deze gemeente en de realisatie van de compensatiewoning op een locatie binnen deze gemeente plaatsvindt.

28

bestemmingsplan Buitengebied, RVR Grotestraat 54 Rossum en Ottershagenweg 28 Lattrop-Breklenkamp

4.3.1

MijnOmgevingsvisie Dinkelland

4.3.1.1 Algemeen De gemeente Dinkelland beschikt over een omgevingsvisie. MijnOmgevingsvisie Dinkelland gaat over de toekomst van de leefomgeving; de visie van samenleving én gemeente. Hierin bouwt men verder op de basis die al in proces van MijnDorp gelegd is. De visie gaat namelijk over leefbaarheid van de kernen én over het buitengebied , gezondheid, veiligheid en duurzaamheid. De visie geeft aan hoe de gemeente, samenleving en gemeenteraad, willen sturen; wat men wil behouden, versterken en ontwikkelen. Door inbreng van de samenleving is MijnOmgevingsvisie van ons allemaal! MijnOmgevingsvisie gaat in op: 1. de uitdagingen die op de gemeente afkomen (het verhaal achter de speerpunten); 2. hoe men daarop kan inspelen (speerpunten); 3. hoe plannen die bewoners of ondernemers inbrengen worden afgewogen (stappenplan); 4. welke waarden daarbij belangrijk zijn (waardenkaart). Mijn Omgevingsvisie gaat uit van vier kernprincipes. Kernprincipes zijn manieren van werken; werkwijzen die altijd gelden. Als keuzes worden gemaakt, als plannen worden gemaakt en gewoon als we wonen, leven, ondernemen of verblijven past men de kernprincipes toe. De vier kernprincipes zijn: We doen het samen; We geven het goed voorbeeld; We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt. We wentelen niet af op volgende generaties.

4.3.1.2 Speerpunten In de omgevingsvisie zijn speerpunten opgenomen op verschillende thema's. In voorliggend geval is gezien de ontwikkeling met name het thema's 'Aantrekkelijk wonen' en 'Toekomstgerichte agrarische sector' van belang. Goede staat van landschap en natuur De landschapskwaliteiten van Noordoost-Twente, dus ook van Dinkelland, willen we behouden en ontwikkelen. Ons landschap is gevormd door natuur en mens; de inwoners, hun cultuur en het gebruik van het gebied hebben ons landschap uiteindelijk bepaald. En dat gebeurt nog steeds. Hierin zien wij de volgende uitdagingen en wij willen ons als partner sterk maken voor: behouden en versterken van het veelzijdige cultuurlandschap; versterken van de biodiversiteit; behoud van natuur en landgoederen. Buitengebied in balans De gemeente wil een economische sterk buitengebied met veel verschillende functies waarin alle bewoners en gebruikers aan hun trekken komen. Het Twentse landschap is een uniek coulisselandschap met houtwallen, singels, essen, ontginningen, natuurgebieden en landgoederen. Dit landschap draagt in grote mate bij aan de identiteit van de streek. De houtwallen en singels vormen verbindingen van natuurgebied naar natuurgebied die voor veel planten en dieren belangrijk zijn. Kortom zowel mensen als dieren voelen zich hier thuis. Het is voor iedereen belangrijk om een sterk en mooi buitengebied te behouden.

In het buitengebied komen veel verschillende functies voor die allemaal ruimte nodig hebben. We zien landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en ook wonen. Daarnaast vragen nieuwe functies om ruimte. Dit zijn bijvoorbeeld de hernieuwbare opwekking van energie en de vraag naar voldoende waterberging. Al deze functies leggen samen veel druk op ons buitengebied. Daarom het uitgangspunt: de goede functies op de goede plek. Combinaties van functies zullen nodig zijn, om alles aan bod te laten komen. De gemeente streeft naar een buitengebied met een mooie balans tussen het landgebruik, de leefbaarheid en de kwaliteit van landschap, bodem, water en lucht. Dat maakt ons het sterker en is gunstig voor de leefbaarheid. In afbeelding 4.6 is een uitsnede van de bijbehorende Waardenkaart weergegeven. De deelgebieden aan de Ottershagenweg 28 en de Grotestraat zijn hierop aangeduid met respectievelijk de rode en gele ster. Het deelgebied Ottershagenweg 28 ligt in een gebied dat is gericht op beperkte ontwikkeling door gemiddelde waarde en dynamiek. Het deelgebied ligt in een gebied dat is gericht op behouden vanwege hoge waarde en beperkte dynamiek.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/578/documents/17484