CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumsedijk 9 en Hilbertweg 14 Weerselo.pdf

Gemeenteraad 30 maart 2021, gemeente DinkellandBij agendapunt: 10: Voorstel inzake vaststellen bestemmingsplan “Buitengebied, Ootmarsumsedijk 9 en Hilbertweg 14 Weerselo”26.724 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Niet gevonden in dit document.

Bestemmingsplan

Buitengebied, Ootmarsumsedijk 9 En Hilbertweg 14 Weerselo

Status: vastgesteld

Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):

vastgesteld NL.IMRO.1774.BUIBPOOTMW9HILBW14VG01

Buitengebied, Ootmarsumsedijk 9 en Hilbertweg 14 Weerselo

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidig planologisch regime 1.5 Leeswijzer

7 7 7 8 8 10

Hoofdstuk 2 Huidige situatie 2.1 Ootmarsumsedijk 9 en Hilbertweg 14

11 11

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Inleiding 3.2 Ootmarsumsedijk 9 3.3 Hilbertweg 14 3.4 Verkeer en parkeren

13 13 13 14 15

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid

17 17 18 25

Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Geluid 5.2 Bodemkwaliteit 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Externe veiligheid 5.5 Milieuzonering 5.6 Geur 5.7 Ecologie 5.8 Archeologie & cultuurhistorie 5.9 Besluit milieueffectrapportage

33 33 33 34 35 37 38 39 41 42

Hoofdstuk 6 Wateraspecten 6.1 Vigerend beleid 6.2 Waterparagraaf

45 45 45

Hoofdstuk 7 Juridische aspecten en planverantwoording 7.1 Inleiding 7.2 Opzet van de regels 7.3 Verantwoording van de regels

47 47 47 48

Hoofdstuk 8

51

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 9 Vooroverleg 9.1 Vooroverleg

53 53

Bijlagen bij de toelichting

55

Bijlage 1

56

2

Ruimtelijk kwaliteitsplan

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumsedijk 9 en Hilbertweg 14 Weerselo

Bijlage 2

Beeldkwaliteitsplan Rood voor Rood

79

Bijlage 3

Verkennend bodemonderzoek ootmarsumsedijk 9

82

Bijlage 4

Milieuhygiënisch vooronderzoek Hilbertweg 14

130

Bijlage 5

Carola-berekening

166

Bijlage 6

Quickscan natuurwaardenonderzoek

183

Bijlage 7

Watertoetsresultaat

223

Regels

227

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

229 229 235

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7

Bestemmingsregels Agrarisch - 1 Wonen Leiding - Brandstof Leiding - Gas Waarde - Landschap

237 237 239 244 246 248

Hoofdstuk 3 Artikel 8

Algemene regels Anti-dubbeltelregel

249 249

Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13

Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels

250 251 252 253 254

Hoofdstuk 4 Artikel 14 Artikel 15

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

257 257 258

Bijlagen bij de regels

259

Bijlage 1

Ruimtelijk kwaliteitsplan Hilbertweg 14

260

Bijlage 2

Ruimtelijk kwaliteitsplan Ootmarsumsedijk

262

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumsedijk 9 en Hilbertweg 1 4 Weerselo

3

4

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumsedijk 9 en Hilbertweg 14 Weerselo

Toelichting

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumsedijk 9 en Hilbertweg 1 4 Weerselo

5

6

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumsedijk 9 en Hilbertweg 14 Weerselo

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding Het voornemen is om aan de Hilbertweg 14 te Weerselo (gem. Dinkelland) en de Oldenzaalseweg 84 te Fleringen (gem. Tubbergen) in het kader van de Rood voor Rood-regeling landschapsontsierende bebouwing te slopen. Concreet gaat het om 711 m² aan de Hilbertweg 14 en 405 m² aan de Oldenzaalseweg 84. Respectievelijk 611 m² en 305 m² (totaal 916 m²) van het sloopoppervlak wordt ingezet in het kader van Rood voor Rood-regeling. Ter compensatie van de sloop van 850 m² aan landschapsontsierende bebouwing wordt het bouwrecht op een compensatiewoning met bijgebouw verkregen. Het voornemen is om deze compensatiewoning op het woonerf aan de Ootmarsumsedijk 9 te Weerselo (gem. Dinkelland) te realiseren. Daarnaast wordt een deel van het restant van het sloopoppervlak ingezet om ter plaatse van de Hilbertweg 14 en de Oldenzaalseweg 84 het toegestane oppervlak aan bijgebouwen beperkt uit te breiden.

Samenvattend bestaat de voorgenomen ontwikkeling uit: de sloop van 405 m² landschapsontsierende bebouwing aan de Oldenzaalseweg 84 in Fleringen; de sloop van 711 m² landschapsontsierende bebouwing aan de Hilbertweg 14 in Weerselo; het realiseren van één compensatiewoning op het woonperceel aan de Ootmarsumsedijk 9; vergroten van het toegestane oppervlak aan bijgebouwen bij de compensatiewoning met 100 m² middels de zogenaamde 'hobbyboer regeling'; inzet van 100 m² sloopoppervlak (overschot) aan de Hilbertweg 14 om het toegestane oppervlak aan bijgebouwen ter plaatse te maximeren op 200 m²; inzet van 100 m² sloopoppervlak (overschot) aan de Oldenzaalseweg 84 om het toegestane oppervlak aan bijgebouwen ter plaatse te maximeren op 250 m²; landschappelijke inpassing van de percelen aan de Ootmarsumsedijk en Hilbertweg 14. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dinkelland heeft in een brief van 19 februari 2019 principemedewerking aan de voorgenomen ontwikkeling verleend. De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan. Een bestemmingsplanherziening is noodzakelijk om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken, waarbij wordt opgemerkt dat voor de slooplocatie aan de Oldenzaalseweg 84 in Fleringen een afzonderlijk bestemmingsplan is opgesteld namens de gemeente Tubbergen.

Deze locatie maakt anders dan op enkele plaatsen in deze toelichting verder dan ook geen onderdeel uit van dit bestemmingsplan. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een passend juridisch-planologisch kader om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken. Daarbij wordt aangetoond dat het gewenste plan vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is en in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

1.2 Ligging van het plangebied Het plangebied bestaat uit twee deelgebieden in het buitengebied van de gemeente Dinkelland. Het gaat om de deelgebieden Ootmarsumsedijk 9 en Hilbertweg 14 in Weerselo waarvan de ligging ten opzichte van de kern Weerselo met respectievelijk de rode en blauwe ster indicatief is weergegeven in afbeelding 1.1. Voor de exacte ligging en begrenzing van de deelgebieden wordt verwezen naar de verbeelding. Voor een volledig beeld van de ontwikkeling is ook de slooplocatie aan de Oldenzaalseweg 84 in Fleringen (zwarte ster) in de onderstaande afbeelding weergegeven.

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumsedijk 9 en Hilbertweg 1 4 Weerselo

7

Afbeelding 1.1 Ligging van de deelgebieden (Bron: PDOK)

1.3 De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan "Buitengebied, Ootmarsumsedijk 9 en Hilbertweg 14 Weerselo" bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (NL.IMRO.1774.BUIBPOOTMW9HILBW14-VG01) en een renvooi; regels. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4 Huidig planologisch regime 1.4.1

Algemeen

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van de bestemmingsplannen “Bestemmingsplan Buitengebied 2010” en "Facetbestemmingsplan parkeren Dinkelland" van de gemeente Dinkelland, die op respectievelijk 18 februari 2010 en 29 mei 2018 zijn vastgesteld door de gemeenteraad. Hierna wordt nader ingegaan op de huidige planologische situatie. 1.4.2

Beschrijving bestemmingen en aanduidingen

1.4.2.1 Ootmarsumsedijk 9 en Hilbertweg 14 In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan voor de Ootmarsumsedijk en de Hilbertweg 14 weergegeven.

8

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumsedijk 9 en Hilbertweg 14 Weerselo

Afbeelding 1.2 Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan (Bron: Ruimtelijke Plannen) Beide locaties beschikken op basis van het geldende bestemmingsplan over de enkelbestemmingen 'Agrarisch 1' (lichtgroen), 'Verkeer' (grijs) en 'Wonen' (geel). In voorliggend geval zijn met name de bestemmingsvlakken voor 'Wonen' en 'Agrarisch' relevant, aangezien ter plaatse fysieke ingrepen gaan plaatsvinden (bouwen/slopen en landschappelijke inpassing). Daarnaast geldt ter plaatse van de Ootmarsumsedijk 9 de dubbelbestemming 'Waarde – Landschap' (plusjes) en ter plaatse van de Hilbertweg 14 de dubbelbestemmingen 'Leiding – Gas' en 'Leiding – Brandstof' (beiden blokjes). De voor 'Agrarisch - 1' aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor het agrarisch gebruik, het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke, natuurlijke, geomorfologische en cultuurhistorische waarden en doeleinden van agrarisch natuurbeheer. Ter plaatse mogen alleen overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd. De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor (ontsluitings)wegen, paden en overige verkeerskundige voorzieningen.

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor woonhuizen, aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen, al dan niet in combinatie met ruimten voor een aan-huis-verbonden beroep en mantelzorg en de daarbij behorende tuinen, erven, terreinen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Per bestemmingsvlak is hoogstens één woning toegestaan. De voor 'Waarde – Landschap', 'Leiding – Gas' en 'Leiding – Brandstof' aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor respectievelijk het behoud, het herstel en de ontwikkeling van waardevolle landschapselementen, een gas-/waterleiding en een brandstofleiding. Ter plaatse is sprake van beperkte bouwmogelijkheden. 1.4.3

Strijdigheid

Het realiseren van een extra (compensatie)woning aan de Ootmarsumsedijk 9 en de gewenste uitbreiding van het oppervlak aan bijgebouwen is niet in overeenstemming met de bouwregels van het geldende bestemmingsplan. Om dit mogelijk te maken dient het bestemmingsplan herzien te worden. Met voorliggend bestemmingsplan wordt een passend juridisch-planologisch kader vastgelegd en wordt aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumsedijk 9 en Hilbertweg 1 4 Weerselo

9

1.5 Leeswijzer Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat een omschrijving van de gewenste ontwikkeling. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Overijssel en de gemeente Dinkelland beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsthema's de revue en hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Tot slot gaat hoofdstuk 9 in op het vooroverleg.

10

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumsedijk 9 en Hilbertweg 14 Weerselo

Hoofdstuk 2

Huidige situatie

Het plangebied bestaat uit twee deelgebieden die op zeer korte afstand van elkaar zijn gelegen. Dit hoofdstuk gaat in op het landschap, de omgeving en de huidige situatie ter plaatse van deze deelgebieden.

2.1 Ootmarsumsedijk 9 en Hilbertweg 14 2.1.1

Ootmarsumsedijk 9

Deelgebied Ootmarsumsedijk bestaat uit een woonperceel met bijbehorende agrarische cultuurgronden. Het deelgebied ligt circa 4 kilometer ten zuidoosten van de kern Weerselo. De ruimtelijk-functionele structuur van de omgeving bestaat met name uit verspreid gelegen woonpercelen in agrarisch gebied. De bebouwing binnen het deelgebied bestaat uit een woning met vrijstaand bijgebouw. Daarnaast staan er nog twee vrijstaande bijgebouwen op het woonperceel. Deze gebouwen worden in het kader van voorliggend plan gesloopt om ruimte te maken voor de compensatiewoning met bijgebouw. Het woonperceel is van de overige gronden afgescheiden middels een groene omzoming. De overige agrarische cultuurgronden zijn ingericht als weiland en tuin met een enkele waterpartij. Het deelgebied is aan de oostzijde ontsloten op de Ootmarsumsedijk. 2.1.2

Hilbertweg 14

Deelgebied Hilbertweg 14 bestaat uit een woonperceel met bijbehorende agrarische cultuurgronden. Het deelgebied ligt circa 4 kilometer ten zuidoosten van de kern Weerselo. De ruimtelijk-functionele structuur van de omgeving bestaat met name uit verspreid gelegen woonpercelen in agrarisch gebied. De bebouwing binnen het deelgebied bestaat uit een woning met aanbouw en een voormalige varkensschuur met een oppervlakte van 711 m². De gronden direct rondom de bebouwing zijn ingericht als tuin. De overige gronden zijn ingericht als weiland. Het deelgebied is aan de noordzijde ontsloten op de Hilbertweg. In afbeelding 2.1 is de huidige situatie ter plaatse van beide deelgebieden weergegeven.

Afbeelding 2.1 Luchtfoto huidige situatie Ootmarsumsedijk 9 en Hilbertweg 14 (Bron: Provincie Overijssel) bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumsedijk 9 en Hilbertweg 1 4 Weerselo

11

12

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumsedijk 9 en Hilbertweg 14 Weerselo

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

3.1 Inleiding De voorgenomen ontwikkeling betreft het realiseren van één compensatiewoning met bijgebouw aan de Ootmarsumsedijk 9 op basis van het door de gemeente Dinkelland vastgestelde Rood voor Rood beleid. Hiervoor wordt in totaal 1.116 m2 landschapsontsierende bebouwing gesloopt aan de Hilbertweg 14 en de Oldenzaalseweg 84 in Fleringen (gemeente Tubbergen). De compensatiewoning met bijgebouw is voorzien op het perceel Ootmarsumsedijk 9. Daarnaast wordt een deel van het overschot van het sloopoppervlak ingezet om ter plaatse van de Hilbertweg 14 en de Oldenzaalseweg 84 het toegestane oppervlak aan bijgebouwen beperkt uit te breiden. In de komende paragrafen wordt voor beide locaties in Weerselo ingegaan op de gewenste situatie.

3.2 Ootmarsumsedijk 9 3.2.1

Gewenste ontwikkeling

Initiatiefnemer is voornemens om ter plaatse enkele vergunningsvrij gebouwde bijgebouwen te slopen om zodoende ruimte te maken voor de inpassing van de extra compensatiewoning met vrijstaand bijgebouw. Daarnaast is het gewenst om middels de zogenaamde 'hobbyboer regeling' (artikel 36.3 onder d van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2010') de maximale oppervlakte aan bijgebouwen van 100 m² voor de nieuwe woning te vergroten tot 200 m². Hiermee komt het totaal voor beide woningen op 300 m². Er is een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld door Hannink landschapsvormgeving voor de landschappelijke inpassing van alle bij deze ontwikkeling betrokken percelen. Afbeelding 3.1 toont het ruimtelijk kwaliteitsplan voor de locatie aan de Ootmarsumsedijk. Hierin zijn de bovengenoemde ontwikkelingen zichtbaar gemaakt. Het volledige ruimtelijk kwaliteitsplan is als Bijlage 1 bijgevoegd. Afbeelding 3.1 toont het ruimtelijk kwaliteitsplan voor deze locatie. Hierin zijn de bovengenoemde ontwikkelingen zichtbaar gemaakt. In paragraaf 3.2.2 wordt nader op de landschappelijke inpassing ingegaan.

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumsedijk 9 en Hilbertweg 1 4 Weerselo

13

Afbeelding 3.1 Ruimtelijk kwaliteitsplan Ootmarsumsedijk 9 (Bron: Hannink Landschapsvormgeving)

3.2.2

Landschappelijk inpassing

Bij de bepaling van de positie van de nieuwe woning is goed gekeken naar het erf en het landschap. In het verleden is de kavel aangeplant met diverse landschapselementen om de oorspronkelijke kleinschaligheid weer te herstellen. Bij het ontwerp van de toenmalige landschapsarchitect is goed gekeken naar de verhoudingen en de doorzichten. Belangrijk is de afstand van het erf tot de Hilbertweg, maar ook het doorzicht vanaf de Hilbertweg achterlangs het erf aan de Ootmarsumsedijk richting 'De Benneker'. Om de kernwaarden te respecteren en te behouden dient het erf uit te breiden richting de noordzijde, parallel aan de straat en in eenzelfde lengterichting als de bestaande woning. Een ander voordeel is dat met een uitbreiding richting het noorden niet de bestaande tuin / hoogstamfruitboomgaard hoeft te wijken. Het centrum van het erf komt, als wel vaker gebruikelijk in de ontginningslandschappen, meer naast de woning te liggen. De woning blijft dan het hoofdgebouw, waarbij de nieuwe woning (C) en bijgebouwen (B en D) rondom het centrum zijn gelegen. De typering van de woning moet dan ook aansluiten bij de schuurgedachte. Om het centrum te versterken wordt er één oprit aangelegd waarna de bezoeker naar de beide woningen kan rijden. Het centrum wordt verhard (F) en aangekleed met de aanplant van nieuwe bomen (L) om op termijn een karakteristieke waarde te verkrijgen.

3.3 Hilbertweg 14 3.3.1

Gewenste ontwikkeling

Deelgebied Hilbertweg 14 betreft een woonerf bestaande uit één woning en een voormalige varkensschuur. De voormalige varkensschuur met een oppervlakte van 711 m² wordt gesloopt in het kader van de rood voor 14

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumsedijk 9 en Hilbertweg 14 Weerselo

rood regeling. De bestaande aanbouw van de woning heeft een oppervlakte van 50 m². De eigenaar van het perceel wenst na sloop van de varkensschuur een nieuw bijgebouw te realiseren met een oppervlakte van maximaal 150 m². Dit is mogelijk in verband met het overschot aan sloopmeters. Hiervoor wordt dan ook 100 m² sloopoppervlak ingezet. Afbeelding 3.2 toont het ruimtelijk kwaliteitsplan voor deze locatie. Hierin zijn de bovengenoemde ontwikkelingen zichtbaar gemaakt. In paragraaf 3.3.2 wordt nader op de landschappelijke inpassing ingegaan.

Afbeelding 3.2 Ruimtelijk kwaliteitsplan Hilbertweg 14 (Bron: Hannink Landschapsvormgeving)

3.3.2

Landschappelijke inpassing

Aan de Hilbertweg is de woning zoals gebruikelijk op de weg georiënteerd. De schuur is daarentegen in het verleden volgens kadastraal eigendom gebouwd. Via de rood voor rood regeling wordt de schuur gesloopt en ontstaat de kans om het nieuwe bijgebouw ook te oriënteren op de Hilbertweg. Ook de verharding wordt aangepast aan de nieuwe situatie. Grote delen van het erf kunnen behouden blijven. Met name de bomen aan de voorzijde van het erf vormen een robuust en dus belangrijk element. Wel is geconstateerd dat de huidige houtsingel een functioneel karakter heeft. Het is destijds aangelegd voor de inpassing van de schuur en volgt daarnaast een kadastrale lijn waardoor de houtsingel ongelukkig in dit landschap staat. Doorgaans werden erven haaks op de weg gebouwd en daarmee was ook vaak de beplanting haaks georiënteerd. Er is daarom voorgesteld om de beplanting veel compacter te maken en daarmee een groot deel van de houtsingel te vellen. Daarmee verdwijnt het functionele karakter en bovendien wordt door de velling een bijdrage geleverd aan de versterking van het open karakter. Het is bovendien ook storend om de houtsingel te behouden. De schaalgrootte van het erf neemt immers af waarmee de verhouding niet meer in evenwicht zou zijn.

3.4 Verkeer en parkeren Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie die ontstaat als gevolg van een nieuwe ontwikkeling. Enkel ter plaatse van deelgebied Ootmarsumsedijk 9, waar een woning wordt toegevoegd, is sprake van een toename van de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie. Het parkeren ten behoeve van de compensatiewoning en de te behouden woningen vindt plaats op eigen terrein. Gelet op de omvang van de woonpercelen is er voldoende ruimte om in de benodigde parkeerplekken te voorzien. De woonpercelen worden veilig op de omliggende wegen ontsloten, waarbij met name gebruik wordt gemaakt van de bestaande in- en uitritten. De bestaande wegenstructuur rondom het plangebied is zodanig ingericht dat het de verkeersgeneratie in de toekomstige situatie eenvoudig en veilig kan afwikkelen. bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumsedijk 9 en Hilbertweg 1 4 Weerselo

15

Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat er vanuit verkeerskundig oogpunt geen bezwaren zijn tegen de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.

16

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumsedijk 9 en Hilbertweg 14 Weerselo

Hoofdstuk 4

Beleidskader

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. Het beleid is in dit bestemmingsplan afgewogen en doorvertaald in de verbeelding en in de regels.

4.1 Rijksbeleid 4.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

4.1.1.1 Algemeen De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. 4.1.1.2 Rijksdoelen en regionale opgaven In de SVIR benoemt het Rijk drie rijksdoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voor de drie rijksdoelen worden de 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken.

Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De drie hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid kennen nationale opgaven die regionaal neerslaan. Opgaven van nationaal belang in Oost-Nederland (de provincies Gelderland en Overijssel) zijn: Het waar nodig verbeteren van de internationale achterlandverbindingen (weg, spoor en vaarwegen) die door Oost Nederland lopen. Dit onder ander ten behoeve van de mainports Rotterdam en Schiphol; Het formuleren van een integrale strategie voor het totale revierengebied van Maas en Rijntakken (Waal, Nederrijn, Lek en de IJssel, deelprogramma rivieren van het Deltaprogramma) en de IJsselvechtdelta (deelprogramma's zoetwater en rivieren) voor waterveiligheid in combinatie met bereikbaarheid, ruimtelijke kwaliteit, natuur, economische ontwikkeling en woningbouw; Het tot stand brengen en beschermen van de NNN, inclusief de Natura 2000 gebieden (zoals de Veluwe); Het robuust en compleet maken van het hoofdenergienetwerk (380 kV), onder andere door het aanwijzen van het tracé voor aansluiting op het Duitse hoogspanningsnet. 4.1.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen.

Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumsedijk 9 en Hilbertweg 1 4 Weerselo

17

detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 4.1.2

Toetsing van het initiatief aan het Rijksbeleid

De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de structuurvisie. Wat de “Ladder voor duurzame verstedelijking” betreft is onder andere een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van belang. Hierin is uitgesproken dat met de realisatie van 11 woningen niet voorzien wordt in een woningbouwlocatie of andere stedelijk ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (ABRS 16 september 2015, 201501297/1/R4). Voorliggend bestemmingsplan voorziet planologisch gezien in de toevoeging van slechts één woning en een beperkte uitbreiding van het toegestane oppervlak aan bijgebouwen. Mede gelet op de hiervoor genoemde uitspraak van de Afdeling is in voorliggend geval geen sprake van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening. Geconcludeerd wordt dat in het kader van voorliggend voornemen geen verdere toetsing aan de “Ladder voor duurzame verstedelijking” benodigd is. Voorliggend initiatief voldoet aan het rijksbeleid.

4.2 Provinciaal beleid Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel en de daarbij behorende Omgevingsverordening Overijssel. 4.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn verwerkt in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. Deze beleidsthema's worden benaderd vanuit de overkoepelende rode draden duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit. Duurzame ontwikkeling voorziet in de behoefte van de huidige generatie, zonder voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien. Ruimtelijke kwaliteit is datgene wat de ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is. Ruimtelijke kwaliteit gaan vooral over 'goed': mooi, functioneel en toekomstbestendig. Sociale kwaliteit gaat over het welzijn of 'goed voelen' van de mens. In de omgevingsvisie gaat het over het welzijn van de mens in relatie tot de fysieke leefomgeving. 4.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.

18

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumsedijk 9 en Hilbertweg 14 Weerselo

4.2.3

Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving: een ontwikkelingsgerichte aanpak

De provincie wil ontwikkelingen in de Groene omgeving samen laten gaan met een impuls in kwaliteit. Daarom is de 'Kwaliteitsimpuls Groene omgeving' ontwikkelt als een eenduidige bundeling van diverse bestaande regelingen als rood voor rood, rood voor groen, vab's, landgoederen etc. Deze regelingen blijven daarin overigens wel herkenbaar. Er is een eenvoudige werkwijze ontwikkeld om principes van ontwikkelingsplanologie toepasbaar te maken voor sociaaleconomische ontwikkelingen in de Groene omgeving. De basis ligt in de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, de ontwikkelingsperspectieven en 'Catalogus Gebiedskenmerken'. Ontwikkelingen in de Groene omgeving worden als volgt benaderd: Er wordt ruimte voor sociaaleconomische ontwikkeling geboden als deze ontwikkeling vanuit zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik verantwoord is en in het ontwikkelingsperspectief ter plekke past en volgens de 'Catalogus Gebiedskenmerken' wordt uitgevoerd. Aan de geboden ontwikkelruimte worden dus voorwaarden verbonden om ruimtelijke kwaliteit te handhaven danwel in voorkomende gevallen de gewenste ruimtelijke kwaliteit te kunnen realiseren. Het gaat hierbij in alle gevallen in ieder geval om een goede ruimtelijke inpassing van de ontwikkeling. Eén en ander moet nader worden onderbouwd in een bij het ruimtelijk plan behorende toelichting. 4.2.4

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: 1. Of - generieke beleidskeuzes; 2. Waar - ontwikkelingsperspectieven; 3. Hoe - gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hierna nader toegelicht. 4.2.4.1 Of - Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties. Ook wordt in deze fase de zogenaamde Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd. Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden.

Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn. Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen, Gebiedsspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast, drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen. 4.2.4.2 Waar - Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven.

De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst. bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumsedijk 9 en Hilbertweg 1 4 Weerselo

19

4.2.4.3 Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. Afbeelding 4.1 geeft dit schematisch weer.

Afbeelding 4.1 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 4.2.5

Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.5.1 Of- Generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'Of- generieke beleidskeuzes' blijkt dat met name de artikelen 2.1.3, lid 1 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit), 2.1.6 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) en artikel 2.2.2 (Realisatie nieuwe woningen) van de Omgevingsverordening Overijssel van belang zijn. Hierna wordt nader op de artikelen ingegaan. Artikel 2.1.3, lid 1

Principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik

Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Door het toepassen van de Rood voor Rood-regeling, neemt de hoeveelheid landschapsontsierende bebouwing in het buitengebied van de gemeente Dinkelland af en wordt er één compensatiewoning met bijgebouw op een daarvoor geschikte locatie gerealiseerd. Daarnaast wordt het toegestane oppervlak aan bijgebouwen beperkt vergroot. Per saldo is echter geen sprake van extra ruimtebeslag door bouwen en verharden in de groene omgeving, maar juist van een afname. Samenvattend wordt geconcludeerd dat in voldoende mate rekening is 20

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumsedijk 9 en Hilbertweg 14 Weerselo

gehouden met het gestelde in artikel 2.1.3 lid 1. Artikel 2.1.5

Ruimtelijke kwaliteit

In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. In het kader van toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief dat in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling.

Artikel 2.1.6 Kwaliteitsimpuls Groene omgeving Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3 en artikel 2.1.4 en het bepaalde in artikel 2.1.5 – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene Omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologische en/of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 en 2.1.6 van de Omgevingsverordening Voorliggende ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt op basis van de Rood voor Rood-regeling van de gemeente Dinkelland. In de hierop volgende paragrafen blijkt dat de ontwikkeling bijdraagt aan versterking van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken, hoe toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel, dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het geldende ontwikkelingsperspectief en op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering en de Catalogus Gebiedskenmerken. Artikel 2.2.2

Realisatie nieuwe woningen

Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Voorliggende ontwikkeling betreft onder andere de realisatie van één compensatiewoning op basis van het Rood voor Rood beleid van de gemeente Dinkelland. De woning voldoet aan de kwalitatieve behoefte in de markt en wordt gebouwd voor de lokale behoefte. Zoals uit paragraaf 4.3.2 blijkt is er in de gemeente Dinkelland ruimte voor het toevoegen van extra woningen. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat voorliggend bestemmingsplan in overeenstemming is met artikel 2.2.2 uit de Omgevingsverordening Overijssel. Bij de overige afwegingen in de eerste fase ‘Of - generieke beleidskeuzes’ zijn er verder geen aspecten die bijzondere aandacht verdienen. 4.2.5.2 Waar- Ontwikkelingsperspectieven Daar waar fysieke ontwikkelingen plaatsvinden geldt het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen. De deelgebieden zijn indicatief met rode omlijning weergegeven.

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumsedijk 9 en Hilbertweg 1 4 Weerselo

21

Afbeelding 4.2 Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, maar ook die voor de andere sectoren, wil de provincie Overijssel in dit ontwikkelingsperspectief nadrukkelijk verbinden met behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de lokaal aanwezige functies, rekening houdend met de klimaatopgave en de kenmerken van het watersysteem. Toetsing van het initiatief aan de 'Ontwikkelingsperspectieven' De realisatie van de compensatiewoning en het realiseren van bijgebouwen bij bestaande woningen is passend binnen het mixlandschap. Ter plaatse is namelijk ruimte voor een verscheidenheid aan functies, waaronder de nieuwe woonfunctie. Voorliggende ontwikkeling is vanuit functioneel en ruimtelijk oogpunt passend.

Voorliggend initiatief gaat uit van het slopen van landschapsontsierende bebouwing, daarnaast worden de betrokken woonpercelen landschappelijk ingepast. Het initiatief draagt dan ook bij aan het behoud en de versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen in het landelijk gebied. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met het ter plekke geldende ontwikkelingsperspectief. 4.2.5.3 Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De 'Stedelijke laag' en de 'Laag van de beleving' worden in dit geval buiten beschouwing gelaten, aangezien voor beide locaties geen specifieke eigenschappen vanuit deze laag gelden. 1.

De 'Natuurlijke laag'

Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bijvoorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. 22

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumsedijk 9 en Hilbertweg 14 Weerselo

Het deelgebied Ootmarsumsedijk 9 is op de gebiedskenmerkenkaart van de “Natuurlijke laag” volledig aangeduid met het gebiedstype 'Dekzandvlakte en ruggen'. Het deelgebied Hilbertweg 14 is op de gebiedskenmerkenkaart van de “Natuurlijke laag” deels aangeduid met het gebiedstype 'Dekzandvlakte en ruggen' en deels met het gebiedstype 'Beekdalen en natte laagtes'. Onderstaande afbeelding betreft een uitsnede van de gebiedskenmerkenkaart van de “Natuurlijke laag”. De deelgebieden zijn indicatief met de rode omlijning aangegeven.

Afbeelding 4.3 Natuurlijke laag: 'Dekzandvlakte en ruggen' (Bron: Provincie Overijssel) 'Dekzandvlakten en ruggen' De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/ nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijdert. De ambitie is de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Dit kan bijvoorbeeld door een meer natuurlijk watersysteem, door beplanting met 'natuurlijke' soorten en door de (strekkings)richting van het landschap te benutten in gebiedsontwerpen. 'Beekdalen en natte laagtes' Het Overijsselse zandlandschap is van oorsprong kletsnat. In de laagtes van het zandgebied verzamelde zich het water. Hier ontwikkelden zich moerassen en broekbossen, waar het water in de loop van het seizoen geleidelijk uit weg sijpelde naar de lager gelegen delen, naar de beken en rivieren.

Als ontwikkelingen plaats vinden in of in de directe nabijheid van beekdalen en natte laagtes, dan dragen deze bij aan extra ruimte voor de dynamiek van het stromende water en het vasthouden van water, aan versterking van de samenhang in het beeksysteem en aan vergroting van de zichtbaarheid, bereikbaarheid en beleefbaarheid van het water. Dit zijn uitgangspunten bij (her)inrichting. Toetsing van het initiatief aan de 'Natuurlijke laag' De gronden in het plangebied zijn in cultuur gebracht. De van oorsprong voorkomende ‘Natuurlijke laag’ is daardoor niet of nauwelijks meer aanwezig. De aard en omvang van de ontwikkeling in dit bestemmingsplan zijn beperkt. De mogelijk nog aanwezige gebiedskenmerken worden met dit plan dan ook niet (verder) aangetast. Met de landschapsmaatregelen wordt ingezet op beplanting die past bij de natuurlijke ondergrond. De ontwikkeling is in overstemming met het gestelde in de ‘Natuurlijke laag’. bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumsedijk 9 en Hilbertweg 1 4 Weerselo

23

2.

De 'Laag van het agrarische cultuurlandschap'

In het agrarisch cultuurlandschap gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. Het deelgebied Ootmarsumsedijk 9 is op de gebiedskenmerkenkaart van de “'Laag van het agrarische cultuurlandschap” volledig aangeduid met het gebiedstype 'Essenlandschap'. Het deelgebied Hilbertweg 14 is op de gebiedskenmerkenkaart deels aangeduid met het gebiedstype 'Essenlandschap' en deels met het gebiedstype 'Jonge heide- en ontginningslandschap'. Onderstaande afbeelding betreft een uitsnede van de gebiedskenmerkenkaart van de “'Laag van het agrarische cultuurlandschap”. De deelgebieden zijn indicatief met de rode omlijning aangegeven.

Afbeelding 4.4 Laag van het agrarisch cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel) 'Essenlandschap' Het essenlandschap bestaat uit een samenhangend systeem van essen, flanken, lager gelegen maten en fliergronden, - voormalige - heidevelden en kenmerkende bebouwing rond de es (esdorpen en verspreide erven). Het landschap is geordend vanuit de erven en de essen, de eeuwenoude akkercomplexen die op de hogere dekzandkoppen en flanken van stuwwallen werden aangelegd. Als ontwikkelingen plaats vinden in het essenlandschap, dan krijgen deze in de flanken een plaats, met respect voor en bijdragend aan de aanwezige bebouwingsstructuren (lint, erf) en versterking van het landschappelijk raamwerk. 'Jonge heide- en broekontginningslandschap' De grote oppervlakte aan, voormalige, natte en droge heidegronden was oorspronkelijk functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap; hier werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal; in de stal bemeste plaggen dienden als structuurverbeteraar en bemesting voor de akkergronden op de essen. Na de uitvinding van kunstmest ging deze functie verloren en werden deze gronden grotendeels in cultuur gebracht. Ten opzichte van omliggend essen- en hoevenlandschap zijn de landbouwontginningen relatief grote open ruimtes, deels omzoomd door boscomplex. Erven liggen als blokken aan de weg geschakeld.

Wegen zijn lanen met lange rechtstanden. Vaak zijn het 'inbreidings' landschappen met en rommelige driehoekstructuren als 24

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumsedijk 9 en Hilbertweg 14 Weerselo

resultaat. Ook sommige recente heringerichte agrarische landschappen worden tot deze categorie gerekend, omdat van het oorspronkelijke landschap niets meer terug te vinden is. Als ontwikkelingen plaats vinden in de agrarische ontginningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen. Toetsing van het initiatief aan de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” Met de uitvoering van voorliggend initiatief worden de aanwezige landschapswaarden op de betrokken locaties versterkt. Enerzijds gebeurt dit door de sloop van landschapsontsierende bebouwing. Daarnaast worden de deelgebieden waar nodig landschappelijke ingepast conform de ter plaatse geldende gebiedskenmerken. Hiervoor is een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld dat als Bijlage 1 is bijgevoegd. In Hoofdstuk 3 wordt per deelgebied nader ingegaan op de landschappelijke inpassing. Gezien het vorenstaande is de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming met de ter plekke geldende gebiedskenmerken van de “laag van het Agrarisch cultuurlandschap”. 4.2.6

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal ruimtelijk beleid.

4.3 Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste beleidsdocumenten die van toepassing zijn op de voorgenomen ontwikkeling worden hieronder in willekeurige volgorde behandeld. In voorliggend geval is het beleid van de gemeente Dinkelland van belang, aangezien deze ontwikkeling mogelijk is op basis van het beleid van deze gemeente en de realisatie van de compensatiewoning op een locatie binnen deze gemeente plaatsvindt. 4.3.1

Structuurvisie Dinkelland

4.3.1.1 Algemeen Op 10 september 2013 is de Structuurvisie Gemeente Dinkelland vastgesteld. De structuurvisie bevat een integrale ruimtelijke en functionele toekomstvisie voor de gemeente Dinkelland voor de periode tot 2020. Het bevat de hoofdlijnen van het ruimtelijke beleid voor het grondgebied van de gemeente Dinkelland. 4.3.1.2 Hoofdkeuzes De hoofdambitie voor Dinkelland luidt: “Dinkelland staat voor het duurzaam borgen en ontwikkelen van een unieke combinatie van levende en sociaal coherente gemeenschappen, ligging en landschap, rijk historisch bezit en een gezonde en weerbare economie." Om deze hoofdambitie te kunnen realiseren is een vijftal hoofdkeuzes opgesteld die een grote bijdrage leveren om de hoofdambitie voor Dinkelland te realiseren, namelijk: i.

de gemeente zet in op 10 vitale woonkernen, met een concentratie van de meest kostbare gemeenschapsvoorzieningen in de hoofdkernen Denekamp, Ootmarsum en Weerselo; ii. het versterken van het economisch profiel door het realiseren van compenserende werkgelegenheid in de agrarische sector en het bevorderen van de economische betekenis van de toeristisch-recreatieve sector; iii. het waarborgen van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied; iv. het bevorderen en versterken van recreatie en toerisme; v. het bevorderen van de bereikbaarheid en de verkeersveiligheid. 4.3.1.3 Buitengebied Dinkelland is een agrarisch-toeristische gemeente met tien kernen die veelal een eigen karakter hebben. Kenmerkend voor de gemeente Dinkelland is het unieke landschap dat is aan te merken als een kleinschalig samenhangend complex van beken, essen, kampen en moderne ontginningen. De gemeente heeft een gezonde economie die ten dele drijft op de agrarische en toeristische sector, maar waarin ook zeker andere bedrijvigheid, zowel in de kernen als het buitengebied, een belangrijke rol speelt. Dinkelland staat voor het duurzaam borgen en ontwikkelen van deze unieke combinatie van levende en sociaal coherente gemeenschappen, ligging en landschap, rijk historisch bezit en een gezonde weerbare economie.

Voor de ruimtelijke ontwikkeling van het buitengebied betekent dit dat Dinkelland staat voor: een evenwichtige en duurzame ontwikkeling van het haar toevertrouwde grondgebied met respect voor het bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumsedijk 9 en Hilbertweg 1 4 Weerselo

25

natuurlijke en culturele erfgoed; goede condities voor een goed functionerende economische sector, passend bij het karakter van Dinkelland, met bijzondere aandacht voor de agrarische sector en de toeristisch recreatieve sector. Het buitengebied is opgedeeld in verschillende deelgebieden. Het plangebied valt binnen ‘Deelgebied Midden. Deelgebied Midden Voor dit deelgebied zijn de volgende uitgangspunten opgesteld: Accent op natuur en landschap in verband met ligging NNN, Natura 2000-gebieden, de stuwwallen en natuurlijk bronnen; Ontplooiingsmogelijkheden agrarische sector in kleinschalig landschap; Herstel beekdalenstructuur; Aanwijzing Natura 2000 gebieden in procedure ‘Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek’ (324 hectare) en 'Springendal & Dal van de Mosbeek'; ontwikkeling van aaneengesloten natuurgebieden in de brongebieden op de stuwwallen van Oldenzaal en Ootmarsum met een afwisseling van bossen, half natuurlijke graslanden, heide en half natuurlijke beekdalen; Versterken recreatieve trekker Ootmarsum; Versterken toeristische trekken natuur en cultuur (Tilligte en Denekamp). 4.3.1.4 Toetsing van het initiatief aan de Structuurvisie Dinkelland Voorgenomen Rood voor Rood ontwikkeling gaat uit van het slopen van in totaal 1.116 m2 landschapsontsierende bebouwing en het realiseren van één compensatiewoning met bijgebouw in het buitengebied van de gemeente Dinkelland.

Daarnaast wordt op de twee betrokken locaties het toegestane oppervlak aan bijgebouwen beperkt vergroot. De deelgebieden worden landschappelijk ingepast conform de ter plaatse geldende gebiedskenmerken. De voorgenomen ontwikkeling draagt door de sloop van de landschapsontsierende bebouwing en de landschappelijke inpassing bij aan het versterken van de ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit van het buitengebied van de gemeente Dinkelland. Zoals uit Hoofdstuk 5 blijkt, worden omliggende (agrarische) bedrijven niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden belemmerd. De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met de 'Structuurvisie Dinkelland'. 4.3.2

Woonvisie 2016+

4.3.2.1 Algemeen Op 11 juli 2016 is door de gemeenteraad van Dinkelland de Woonvisie 2016+ ‘Een uitdaging om het mooier te maken’ vastgesteld. Deze visie is in hoofdlijnen overeenkomstig met Het Regionaal Woningbouwprogramma en schetst een visie op het wonen in de gemeente tot 2020, met een doorkijk tot 2025. De visie is de basis voor strategische afwegingen en stelt de vraag hoe de woonaantrekkelijkheid van Dinkelland versterkt kan worden voorop. Tevens staan een aantal thema’s centraal, te weten: beschikbaarheid, betaalbaarheid, extramuralisering en duurzaam wonen. De gemeente neemt hierbij een faciliterende positie in en geeft richting, waarna zij partijen uitnodigt om met concrete plannen te komen. In de Woonvisie 2016+ is aangegeven dat de woningbouw-programmering in een tweejaarlijkse uitvoeringsnota Woningbouw wordt verantwoord en geactualiseerd, inclusief een actueel kwaliteitskader. Dit kwaliteitskader is gerealiseerd middels de 'Uitvoeringsnota Woningbouw 2018' en de 'Programmeringsnotitie Kwalitatieve Woningbouw Dinkelland 2019-2028'. 4.3.2.2 Visie en ambitie Het wensbeeld van de gemeente voor 2025 luidt als volgt: Voor alle doelgroepen, jong en oud, blijft het aantrekkelijk wonen in Dinkelland. Het woningaanbod is gevarieerd, comfortabel en toekomstbestendig zodat men ook op latere leeftijd thuis kan blijven wonen.

Er is sprake van een passend voorzieningenniveau en inwoners zijn tot elkaar betrokken, waardoor de leefbaarheid in de negen kernen versterkt. Dit wensbeeld is onderverdeeld in 3 ambities, namelijk: 1. Een kwaliteitsslag maken; 2. Beschikbaarheid; 3. Betaalbaarheid.

26

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumsedijk 9 en Hilbertweg 14 Weerselo

4.3.2.3 Buitengebied Volgens de Regionale woningbouwprogrammering heeft Dinkelland nog een netto-ruimte van afgerond 600 woningen om in de periode tot en met 2028 een aantal van 600 woningen toe te voegen. Dit is exclusief vervanging van woningen door sloop (15 à 20 per jaar). In de 'Uitvoeringsnota Woningbouw 2018' is vastgelegd dat er voor het aantal nog toe te voegen woningen in het buitengebied in de periode 2018-2027 is vastgesteld op 60 woningen. 4.3.2.4 Toetsing van het initiatief aan de Woonvisie 2016+ Er is ruimte voor het toevoegen van in totaal 60 woningen in het buitengebied. Het toevoegen van één compensatiewoning past binnen deze programmering. De noodzakelijke ruimte in het woningbouwprogramma is voor voorliggend plan gereserveerd. Geconcludeerd wordt dat het initiatief is in overeenstemming is met de Woonvisie 2016+. 4.3.3

Rood voor Rood Dinkelland 2015

4.3.3.1 Algemeen De beleidsnotitie ‘Rood voor Rood Dinkelland 2015’ is op 6 oktober 2015 vastgesteld. Het hoofddoel is het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van het landelijke gebied. De realisatie van dit doel vindt plaats door de sloop van landschapsontsierende (agrarische) bedrijfsgebouwen en door overige verbeteringen van de ruimtelijke kwaliteit. Hierna wordt het plan getoetst aan de van belang zijnde voorwaarden van het beleid. 4.3.3.2 Slooplocaties

Toetsing van het initiatief aan de voorwaarden

1. Na afloop van het Rood voor Rood project wordt met een bestemmingsplanherziening de slooplocatie bestemd als Wonen of eventueel VAB (voormalige agrarische bebouwing, zie hieronder bij 3), tenzij de slooplocatie reeds bestemd was als Wonen of VAB. Een uitzondering is een agrarisch bedrijf, waarbij de intensieve tak stopt en de grondgebonden tak blijft bestaan (zie hieronder bij 10), de bestemming blijft dan Agrarisch. Ten aanzien van voorliggend bestemmingsplan geldt dat alle betrokken percelen reeds zijn voorzien van een ter plaatse passende woonbestemming. Voor deze locaties geldt dat de bestaande woonbestemmingen gehandhaafd blijven, maar dat er bouwmogelijkheden worden vergroot danwel verkleind zodat de compensatiewoningen gerealiseerd kunnen worden en de sloop van de voormalige agrarische opstallen wordt gewaarborgd. 2. Er dient een oppervlakte van minimaal 850 m² landschapsontsierende bebouwing of 4.500 m² kassen te worden gesloopt voordat een compensatiekavel kan worden verkregen. Een combinatie van de sloop van landschapsontsierende bebouwing en kassen is mogelijk, hiervoor geldt de volgende verhouding: 1 m² bebouwing staat tot 5,3 m² kas. Er dient dan voldaan te worden aan de minimale eis van 850 m² sloop van bebouwing. In dit geval wordt in totaal circa 1.116 m2 landschapsontsierende bebouwing gesloopt.

Hiervan wordt in totaal 916 m² ingezet in het kader van de Rood voor Rood-regeling. Hiermee wordt voldoende gesloopt voor het realiseren van één compensatiewoning. 3. De gemeente beoordeelt of de bebouwing landschapsontsierend is. Hierbij is behalve de uiterlijke staat ook de locatie op het erf van belang. Gebouwen die niet als landschapsontsierend worden aangemerkt, kunnen als bijgebouw bij de bestemming Wonen worden gebruikt of een vervolgfunctie krijgen volgens de bestemming VAB (voormalige agrarische bebouwing). Hiervoor gelden de regels van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’. De te slopen bebouwing is aangemerkt als landschapsontsierend. 4. Alle aanwezige landschapsontsierende bebouwing op de slooplocatie dient gesloopt te worden. Silo’s, kuilvoerplaten en dergelijke dienen wel gesloopt te worden, maar tellen niet mee met de sloopoppervlakte. a. Gebouwen die in eerste instantie landschapsontsierend zijn, maar die op het erf ingepast kunnen worden en waarvoor een goede vervolgfunctie in beeld is, kunnen worden uitgezonderd van de sloopverplichting. Hierbij kunnen eisen worden gesteld aan het verbeteren van het gebouw. De landschapsontsierende bebouwing, silo's en kuilvoerplaten worden gesloopt danwel verwijderd. Voor de te behouden bebouwing is een vervolgfunctie in beeld. 5.

De te slopen bebouwing is legaal gebouwd, dat betekent dat er een bouwvergunning aanwezig is of dat het gebouw valt onder het overgangsrecht. Alle sloopbebouwing die in de berekening van de sloopmeters is meegenomen, is legaal gebouwd en bevindt bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumsedijk 9 en Hilbertweg 1 4 Weerselo

27

zich binnen een geldend bouwvlak. De vergunningsvrij opgerichte bebouwing aan de Ootmarsumsedijk 9 wordt eveneens gesloopt. 6. Gebouwen die gesloopt zijn vóór datum van de ondertekening van de overeenkomst, kunnen, tenzij schriftelijk overeengekomen, niet onder de regeling worden gebracht. Alle te slopen bebouwing is nog aanwezig. 7. De te slopen bebouwing is in gebruik of in gebruik geweest voor agrarische doeleinden. Bebouwing met andere doeleinden kan worden ingebracht in een Rood voor Rood project, wanneer de gemeente dat goedkeurt. Hiervoor gelden soortgelijke uitgangspunten ten aanzien van sloopoppervlakten, erfplan en dergelijke. De te slopen bebouwing betreft (voormalige) agrarische bedrijfsbebouwing. 8. Minstens 600 m² van de 850 m² landschapsontsierende bebouwing is afkomstig uit de gemeente Dinkelland. Bij kassen is minstens 3.200 m² van de 4.500 m² afkomstig uit de gemeente Dinkelland. a. Slooplocaties buiten de gemeente Dinkelland liggen in de provincie Overijssel. b. Bij een slooplocatie buiten de gemeente Dinkelland dient initiatiefnemer een verklaring van de desbetreffende gemeente te overhandigen over de slooplocatie, met vermelding van de te slopen oppervlakte. In voorliggend geval wordt met de sloop van 611 m² aan de Hilbertweg 14 minimaal 600 m² gesloopt binnen de gemeente Dinkelland.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/469/documents/15028