CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Buitengebied, Dorpermeienweg 8 Denekamp.pdf

Gemeenteraad 26 oktober 2021, gemeente DinkellandBij agendapunt: 12: Voorstel inzake vaststellen bestemmingsplan “Dorpermeienweg 8 Denekamp26.653 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Niet gevonden in dit document.

Bestemmingsplan

Buitengebied, Dorpermeienweg 8 Denekamp

Status: vastgesteld

Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):

vastgesteld NL.IMRO.1774.BUIBPDORPMWEG8-OW01

Buitengebied, Dorpermeienweg 8 Denekamp

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 De bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer

7 7 7 8 9 9

Hoofdstuk 2 Het plan 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie

11 11 11

Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.3 Gemeentelijk beleid

15 15 17 23

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.2 Milieuzonering 4.3 Bodem 4.4 Geluid

29 29 29 31 31

4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10

33 34 36 36 37 38

Luchtkwaliteit Externe veiligheid Water Ecologie Archeologie en Cultuurhistorie Verkeer / parkeren

Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Planopzet en systematiek 5.2 Toelichting op de regels

41 41 41

Hoofdstuk 6

45

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg 7.2 Zienswijzen

47 47 47

Bijlagen bij de toelichting

49

Bijlage 1

Landschappelijke inpassing

50

Bijlage 2

Aanmeldnotitie m.e.r. beoordeling

52

Bijlage 3

Besluit vormvrije m.e.r. beoordeling

60

Bijlage 4

Akoestisch onderzoek

71

Bijlage 5

Asbestinventarisatie

159

2

bestemmingsplan Buitengebied, Dorpermeienweg 8 Denekamp

Bijlage 6

Watertoets

200

Bijlage 7

Reactienota zienswijzen

203

Regels

225

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

227 227 230

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels Bedrijf - Voormalig agrarisch

231 231

Hoofdstuk 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Algemene procedureregels Overige regels

235 235 236 237 238 239 240 241

Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

243 243 244

Bijlagen bij de regels Bijlage 1 Landschappelijke inpassing

245 246

bestemmingsplan Buitengebied, Dorpermeienweg 8 Denekamp

3

4

bestemmingsplan Buitengebied, Dorpermeienweg 8 Denekamp

Toelichting

bestemmingsplan Buitengebied, Dorpermeienweg 8 Denekamp

5

6

bestemmingsplan Buitengebied, Dorpermeienweg 8 Denekamp

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding Voor de locatie aan de Dorpermeienweg 8 in Denekamp is een plan ontwikkeld. Het plan voorziet in een functiewijziging van 'Wonen' naar 'Bedrijf-Voormalig agrarisch'. Deze functiewijziging is mogelijk op basis van het gemeentelijk VAB+ beleid. Daarnaast wordt middels het gemeentelijk Schuur voor schuur beleid extra m2 voor bijgebouwen mogelijk gemaakt, die deels worden gebruikt ten behoeve van wonen en deels voor de nieuwe functie. Deze ontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan, waardoor een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk is. Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om deze ontwikkeling mogelijk te maken.

1.2 Ligging en begrenzing plangebied Ligging Het plangebied bestaat uit een erf aan de Dorpermeienweg 8 in Denekamp. Het plangebied ligt in het buitengebied, ten noorden van de kern Denekamp. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Denekamp, sectie P, perceelnummer 980. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.

Figuur 1.1: Ligging plangebied (bron: topotijdreis.nl; bewerking Ad Fontem) Begrenzing De begrenzing van het plangebied is in figuur 1.2 weergegeven (blauw omkaderd). In dit figuur is een kadastrale kaart weergegeven waarop het plangebied aan de Dorpermeienweg 8 te zien is. Voor de begrenzing van het plangebied zijn de huidige kadastrale grenzen aangehouden. Zie de verbeelding voor de exacte begrenzing van het plangebied.

bestemmingsplan Buitengebied, Dorpermeienweg 8 Denekamp

7

Figuur 1.2: begrenzing plangebied (bron: kadastralekaart.com)

1.3 Vigerend bestemmingsplan Voor de Dorpermeienweg 8 in Denekamp geldt het bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Buitengebied 2010'. Het bestemmingsplan is door de gemeenteraad van Dinkelland op 18 februari 2010 vastgesteld. Op 20 april 2012 is het bestemmingsplan onherroeppelijk geworden. In figuur 1.3 is een fragment uit de verbeelding van dit bestemmingsplan opgenomen.

Figuur 1.3: Uitsnede bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Buitengebied 2010' (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Aan het plangebied is de enkelbestemming 'Wonen' en 'Agrarisch -1' toegekend. De gronden zijn daarmee in eerste instantie bestemd voor enerzijds woonhuizen en anderzijds agarisch gebruik. Binnen het bestemmingsplan is het maximale aantal vierkante meters bijbehorende bouwwerken bereikt. Het geldende bestemmingsplan biedt daarmee onvoldoende mogelijkheden om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken. Een herziening van het geldende bestemmingsplan is noodzakelijk.

8

bestemmingsplan Buitengebied, Dorpermeienweg 8 Denekamp

1.4 De bij het plan behorende stukken Het onderhavige bestemmingsplan 'Buitengebied, Dorpermeienweg 8 Denekamp' bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken. Verbeelding (identificatie NL.IMRO.1774.BUIBPDORPMWEG8-OW01); Bijlagen bij de toelichting; Regels; Bijlagen bij de regels.

1.5 Leeswijzer De toelichting van het bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken behandeld. In hoofdstuk 5 wordt het bestemmingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.

bestemmingsplan Buitengebied, Dorpermeienweg 8 Denekamp

9

10

bestemmingsplan Buitengebied, Dorpermeienweg 8 Denekamp

Hoofdstuk 2

Het plan

2.1 Huidige situatie In de huidige situatie is er aan de Dorpermeienweg 8 in Denekamp sprake van een woonhuis met meerdere bijgebouwen. De bijgebouwen worden momenteel o.a. gebruikt voor opslag en lichte werkzaamheden t.b.v. het aannemersbedrijf van de bewoners. Het perceel wordt ontsloten via de Dorpermeienweg, een rustige weg in het buitengebied. In de directe omgeving liggen voornamelijk burgerwoningen.

Figuur 2.1: huidige situatie Dorpermeienweg 8, Denekamp (bron: Cyclomedia)

2.2 Toekomstige situatie Een deel van de schuren is momenteel niet conform het bestemmingsplan ontwikkeld. Het betreft meerdere bijgebouwen van in totaal 190 m². Door middel van het doorlopen van de Schuur voor Schuur regeling van de gemeente Dinkelland en Tubbergen wordt het grootste deel van de schuren gelegaliseerd, te weten 163 m². De overige 27 m² (tuinhuisje aan de westzijde van het perceel) wordt verwijderd. Het gaat om de in figuur 2.2 aangegeven gebouwen.

bestemmingsplan Buitengebied, Dorpermeienweg 8 Denekamp 11

Figuur 2.2: de te legaliseren bijgebouwen (bron: Ad Fontem) Met de overige sloopmeters worden extra bijgebouwen (62 m²) gerealiseerd ten behoeve van het aannemersbedrijf. In figuur 2.3 en Bijlage 1 is de landschappelijke-stedenbouwkundige inpassing opgenomen.

Figuur 2.3: Landschappelijke-stedenbouwkundige inpassing Dorpermeienweg 8 Denekamp (bron: Ad Fontem) Om de ontwikkeling mogelijk te maken worden aan de Geesterseveldweg 5 in Geesteren een tweetal schuren gesloopt. Aan de Geesterseveldweg 5 is een voormalig agrarisch bedrijf gevestigd. De locatie werd gebruikt voor het houden van rundvee en mestvarkens. Op de onderzoekslocatie staan twee voormalige varkensschuren met asbesthoudende golfplaten op de daken. De schuren dateren van 1957 en 1985. De gezamenlijke oppervlakte van de te slopen schuren bedraagt circa 350 m². De slooplocatie is niet meegenomen in dit bestemmingsplan. De locatie ligt in de gemeente Tubbergen. De sloop van de opstallen zal derhalve met een separate bestemmingsplanprocedure geborgd worden.

12

bestemmingsplan Buitengebied, Dorpermeienweg 8 Denekamp

Figuur 2.4: slooplocatie Geesterseveldweg 5, Geesteren (bron: Cyclomedia)

bestemmingsplan Buitengebied, Dorpermeienweg 8 Denekamp 13

14

bestemmingsplan Buitengebied, Dorpermeienweg 8 Denekamp

Hoofdstuk 3

Beleid

3.1 Rijksbeleid 3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Conclusie Voorliggend bestemmingsplan heeft geen raakvlakken met de nationale belangen zoals deze benoemd zijn in de Nationale Omgevingsvisie. Derhalve wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid. 3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro behelst een motiveringseis en vraagt om explicitering van gemaakte keuzes. Voor het maken en onderbouwen van die keuzes is zo nodig, op grond van artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), onderzoek geboden waarbij de nodige kennis wordt vergaard omtrent de behoefte aan de in het bestemmingsplan voorziene nieuwe stedelijke ontwikkeling. De uitkomsten daarvan dienen, op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, aanhef en onder d, van het Bro, in de toelichting te zijn neergelegd. Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is geen blauwdruk voor een optimale ruimtelijke inpassing van alle nieuwe ontwikkelingen, maar bewerkstelligt dat de wens om in een nieuwe stedelijke ontwikkeling te voorzien aan de hand van het toetsingskader van dit artikellid nadrukkelijk in de plantoelichting wordt gemotiveerd en afgewogen met oog voor de ontwikkelingsbehoefte van een gebied en met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en de ontwikkeling van de omgeving waarin het gebied ligt.

Deze bepaling schrijft geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling (uitspraken van 23 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1421 (Hengelo) en van 28 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2579 (Eindhoven). Stedelijke ontwikkeling Het huidige perceel is in het bestemmingsplan Buitengebied 2010 van de bestemming wonen en de oppervlakte van het bestemmingsvlak bedraagt ca. 2408 m2. De bouwmogelijkheden in voornoemd bestemmingsplan bedragen voor de woning een maximale inhoudsmaat van 750 m3, tenzij de bestaande inhoud meer bedraagt, in bestemmingsplan Buitengebied, Dorpermeienweg 8 Denekamp 15

welk geval de inhoud van een woning binnen een hoofdgebouw dan ten hoogste de bestaande inhoud bedraagt. Voorts geldt voor bijbehorende bouwwerken een oppervlakte van 100 m2, tenzij de bestaande oppervlakte meer bedraagt, in welk geval de gezamenlijke oppervlakte ten hoogste de bestaande oppervlakte zal bedragen, met een maximum van 350 m2. In voorliggend bestemmingsplan is het perceel voorzoen van de bestemming 'Bedrijf – Voormalig agrarisch'. De oppervlakte van het bestemmingsvlak bedraagt ong. 2698 m2. Dit is ten opzichte van het voorgaande bestemmingsplan een verruiming van het bestemmingsvlak met ca. 290 m2. Het aannemersbedrijf bewerkt materialen en heeft daarnaast opslag. Deze zijn alleen toegelaten ter plaatse van aanduidingen 'specifieke vorm van bedrijf – aannemersbedrijf' en 'opslag'. De oppervlakte van deze aanduidingen bedragen 183 m2 respectievelijk 379 m2. Ondanks dat de functiewijziging ziet op het gehele bestemmingsvlak, bedraagt de totale oppervlakte voor bewerking van materialen en opslag 562 m2. Ten opzichte van de het voorgaande bestemmingsplan is de totale oppervlakte voor bijgebouwen toegenomen. Daarbij is de bouwregels een onderscheid gemaakt voor bijgebouwen die behoren bij de bedrijfswoningen en de bijgebouwen die behoren bij het bedrijf. In totaal wordt er 225 m2 toegevoegd aan bijgebouwen, welke worden gebruikt door het aannemersbedrijf.

Het gebruik van het aannemersbedrijf is beperkt mogelijk binnen de bestemming. Ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – aannemersbedrijf' is het bewerken van materialen toegelaten en ter plaatse van de functieaanduiding 'opslag' is opslag toegelaten. De conclusie is dat voorliggend bestemmingsplan beperkt van omvang is en beperkte gebruiksmogelijkheden kent. Zekerheidshalve vindt een zgn. laddertoets plaats. Verzorgingsgebied In de beschrijving dient inzichtelijk te worden gemaakt dat het plan niet tot onnodig nieuw ruimtebeslag leidt en geen zodanige leegstand tot gevolg zal hebben dat dit tot een uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening onaanvaardbare situatie in het verzorgingsgebied van de voorziene ontwikkeling zal leiden (uitspraak van 27 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2095 (Eindhoven)). Uit de Nota van toelichting (2017) blijkt dat de aard en omvang van de ontwikkeling bepalend zijn voor de reikwijdte van het onderzoek naar, de beschrijving van en het overleg over de behoefte, waarvan de uitkomsten dienen te zijn opgenomen in de plantoelichting.

Daaruit blijkt voorts dat het primair aan de bestuursorganen is om op basis van het ruimtelijke verzorgingsgebied van de nieuwe stedelijke ontwikkeling te bepalen hoe uitgebreid het onderzoek moet plaatsvinden, met welke bestuursorganen en diensten het overleg over de nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt gevoerd en tot welk gebied de onderbouwing van de behoefte zich uitstrekt. Dit gebied kan verschillen naar gelang de aard en de omvang van de voorziene stedelijke ontwikkeling in relatie tot de context. Van geval tot geval zal moeten worden bezien welk schaalniveau past bij de behoefte, in de leniging waarvan de door het plan mogelijk gemaakte stedelijke ontwikkeling voorziet, gelet op de aard en omvang daarvan (uitspraken van 11 maart 2015, ECLI:NL:RVS:2015:715 (Beek), van 23 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:798 (Asten) en van 2 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2921 (Geldermalsen)). De werkzaamheden van het aannemersbedrijf zijn bepalend voor de locatiekeuze. Het betreft een kleinschalige aannemersbedrijf dat momenteel aan de Dorpermeienweg 8 in Denekamp is gevestigd. Het kleinschalige aannemersbedrijf aan de Dorpermeienweg 8 voorziet in de ondersteuning bij nieuwbouw, verbouw en renovatie projecten. Het gaat om zowel woningen, utiliteitsbouw en kantoren. Het klantenbestand van het aannemersbedrijf bevindt zich voornamelijk in de regio Denekamp.

Logischerwijs is het voor particulieren aantrekkelijker en gemakkelijker om een aannemer in de nabijheid van de woonplaats in te schakelen. Vanwege economisch gronden (korte rijafstanden) is het logisch dat een aannemersbedrijf zich bevindt midden in zijn werkgebied. Het bedrijf kent derhalve een grote mate van lokale gebondenheid (regio Denekamp). De huidige locatie aan de Dorpermeienweg 8 is hierdoor een zeer goede uitvalsbasis om in de behoefte te voorzien. Behoefte Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro verplicht het betrokken bestuursorgaan om in de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling te beschrijven. Deze verplichting geldt voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen en buiten het bestaand stedelijk gebied. Bij deze behoefte gaat het niet alleen om de kwantitatieve behoefte. Het kan ook gaan om de kwalitatieve behoefte, zijnde de behoefte aan het specifieke karakter van de voorziene stedelijke ontwikkeling (uitspraak van 11 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3444 (Rozendaal)). In deze beschrijving dient tot uitdrukking te komen dat deze behoefte is afgewogen tegen het bestaande aanbod, 16

bestemmingsplan Buitengebied, Dorpermeienweg 8 Denekamp

waarbij ook de planologische capaciteit een factor van belang kan zijn (uitspraken van 11 maart 2015, ECLI:NL:RVS:2015:715 (Beek) en van 11 februari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:345 (Kampen)). Gelet op het verzorgingsgebied vallen binnen de kern Denekamp de bedrijventerreinen Kloppendijk en Sombeek. Op bedrijventerrein Kloppendijk en Sombeek zijn momenteel geen nieuwe bedrijfskavels beschikbaar. Ook zijn de bedrijfskavels van de recente uitbreiding (Sombeek IV) reeds allemaal verkocht of in optie. Daarnaast zijn er op het bedrijventerrein geen bedrijfspanden te huur of te koop die voldoen aan de juiste vereisten om een aannemersbedrijf te kunnen beginnen. Op het bedrijventerrein zijn momenteel dan ook geen geschikte panden of locaties beschikbaar. Daarmee zijn er geen geschikte alternatieve locaties in bestaand stedelijk gebied. Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Dinkelland. Het voorliggende plangebied valt derhalve niet aan de merken als bestaand stedelijk gebied en ligt op basis van het geldende bestemmingsplan in het bestemmingsplan voor het buitengebied. Conform de ladder moet bij locaties buiten bestaand stedelijk gebied, gemotiveerd worden of de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien. Binnen het verzorgingsgebied van het aannemersbedrijf wordt gekeken naar bestaande stedelijke bedrijvenlocaties in de kern Denekamp.

Gelet op de binding met Denekamp, is een verplaatsing naar een locatie elders in de regio, namelijk geen reële optie. Voorts is van belang dat middels onderhavig bestemmingsplan uitvoering wordt gegeven aan het gemeentelijk VAB+ beleid. Dit beleid heeft een sociaal economisch hoofddoel, het beleid moet bijdragen aan het realiseren van nieuwe economische dragers in het buitengebied en biedt ruimte voor een verbreding van bestaande economische dragers. Een belangrijke economische drager is in het landelijk gebied is landbouw, recreatie, natuur. Daarnaast dient VAB beleid ter voorkoming van verval en verkrotting van (voormalige) agrarische bedrijfsgebouwen in het landelijk gebied. Uit het beleid volgt dat niet aan het buitengebied gelieerde bedrijvigheid, zoals een aannemersbedrijf, kleinschalig zich in het buitengebied kunnen vestigen. Het buitengebied is daarmee een zgn. 'kraamkamer' voor bedrijvigheid. Om deze kleinschaligheid te waarborgen is een maximale oppervlakte van 500 m2 opgenomen, opslag van goederen moet binnen de bebouwing, maar mag buiten deze 500 m2 plaatsvinden. De huidige locatie aan de Dorpermeienweg 8 is hierdoor een zeer goede locatie om in de behoefte te voorzien. Voorliggend plan voorziet daarmee in een actuele van een lokaal geworteld bedrijf en draagt bij aan het hoofddoel van het VAB+ beleid.

Resumerend Op basis van het vorenstaande wordt daarom gesteld dat het plan voldoet aan de uitgangspunten van de ladder voor duurzame verstedelijking. Het voorliggende plan geeft invulling aan een concrete kwantitatieve en kwalitatieve behoefte die niet ingevuld kan worden binnen het bestaand stedelijk gebied in de regio Denekamp. Echter geldt ten alle tijde dat tevens gemotiveerd moet worden dat de ontwikkeling voldoet aan een goede ruimtelijke ordening en uitvoerbaar is. De verdere toelichting van dit bestemmingsplan toont aan dat er als gevolg van onderhavig plan sprake is van een goede ruimtelijke ordening en het plan uitvoerbaar is. Geconcludeerd kan worden dat onderhavig plan voldoet aan de 'Ladder voor duurzame verstedelijking'.

3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

Op 13 november 2019 is door de Provinciale Staten van Overijssel de Actualisatie Omgevingsvisie Overijssel 2018/2019 vastgesteld. De aanpassingen van de Omgevingsvisie die met de Actualisatie 2018/2019 zijn doorgevoerd zijn op 1 december 2019 in werking getreden. Met de Actualisatie 2018/2019 is de Omgevingsvisie weer bij de tijd gebracht. De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur aangehaald in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel.

bestemmingsplan Buitengebied, Dorpermeienweg 8 Denekamp 17

3.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Actualisatie Omgevingsverordening Overijssel 2018/2019 van de provincie Overijssel. De Provinciale Staten van Overijssel hebben de Actualisatie Omgevingsverordening Overijssel 2018/2019 op 13 november 2019 vastgesteld en is op 1 december 2019 in werking getreden. Met de vaststelling van de Actualisatie 2018/2019 is de Omgevingsverordening weer bij de tijd gebracht. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 3.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Actualisatie Omgevingsvisie Overijssel 2018/2019 geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts.

De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.

18

bestemmingsplan Buitengebied, Dorpermeienweg 8 Denekamp

Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes In het voorliggende geval dienen bij de afweging in de eerste fase, de 'generieke beleidskeuzes' de volgende artikelen te worden getoetst: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, lid 1 (art. 2.1.3) Ruimtelijke kwaliteit (art. 2.1.5) Nationale landschappen (art. 2.6.4) Hierna worden de artikelen nader getoetst. Artikel 2.1.3, lid 1: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Doorwerking in voorliggend plan: Met voorliggend plan is sprake van het benutten van een bestaand erf met bebouwing.

Het betreft een erf dat momenteel is voorzien van de functie wonen, maar in het verleden als een agrarisch bedrijf in gebruik is geweest en was voorzien van een agrarische bestemming. Ter voorkomen van leegstand en verval heeft het erf een nieuwe (duurzame) functie gekregen. Er is ingevolge de verordening sprake van een stedelijke ontwikkeling. Zoals blijkt uit paragraaf 3.1 is bedraagt het ruimtebeslag op de groene omgeving ca. 290 m2 (verruiming bestemmingsvlak) en voorts blijkt dat er geen ruimte is binnen bestaand bebouwd gebied. Er is geen geschikte ruimte beschikbaar op de bedrijventerreinen in Denekamp. Ook zijn er geen andere panden beschikbaar binnen bestaand stedelijk gebied die geschikt gemaakt kunnen worden voor een aannemersbedrijf. Zowel in verband met milieuzonering (panden zijn omgeven door woonwijken), als ook vanwege de beperkte omvang (m²) van bestemmingsplan Buitengebied, Dorpermeienweg 8 Denekamp 19

deze panden. Tot slot zijn er ook geen geschikte panden beschikbaar die ingezet zouden kunnen worden voor meervoudig ruimtegebruik. Daarbij blijkt uit jurisprudentie dat een voorziene ontwikkeling in een bestemmingsplan voldoende substantieel moet zijn om te kunnen worden aangemerkt als stedelijke ontwikkeling. Wanneer een bestemmingsplan voorziet in kleinschalige bedrijfsbebouwing, het plandeel met de bedrijfsbestemming beperkt van omvang is en beperkte gebruiksmogelijkheden biedt, voorziet dit plan in zoverre niet in een stedelijke ontwikkeling (Uitspraak 23 april 2014; ECLI:NL:RVS:2014:1442). Aan de Dorpermeienweg 8 in Denekamp is reeds sprake van een bestaand (voormalig agrarisch) erf. Zoals aangegeven heeft het erf een nieuwe functie gekregen, dit om leegstand en verval te voorkomen. Daarnaast is de ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied. Zoals blijkt uit paragraaf 3.1.2 is er binnen de kern Denekamp onvoldoende ruimte beschikbaar om in de bedrijfsbebouwing te voorzien. Daarnaast voorziet voorliggend plan in een specifiek kleinschalig werkmilieu in de vorm van een aannemersbedrijf, dat passend is in het buitengebied. Gelet op het vorenstaande is het voorliggende bestemmingsplan in overeenstemming met artikel 2.1.3 uit de Omgevingsverordening Overijssel.

Tot slot wordt met voorliggend plan, ter compensatie van de bouwmogelijkheden aan de Dorpermeienweg, 360 m² aan landschapontsierende bebouwing gesloopt. Per saldo neemt de bebouwing dan ook af in het buitengebied van de gemeente Dinkelland/Tubbergen. Derhalve kan gesteld worden dat het voornemen voldoet aan de uitgangspunten van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit Lid 1: In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Lid 2: In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. Lid 3: In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. Lid 5: In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catologus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling.

Lid 6: Bestemmingsplannen die betrekking hebben op gebieden waarvoor in de Catalogus Gebiedskenmerken normerende uitspraken worden gedaan voorzien voor zover deze uitspraken zich daarvoor lenen, in een bestemmingsplanregeling conform deze normerende uitspraken. Lid 7: Bestemmingsplannen die betrekking hebben op gebieden waarvoor in de Catalogus Gebiedskenmerken richtinggevende uitspraken worden gedaan voorzien voor zover deze uitspraken zich daarvoor lenen, in een bestemmingsregeling conform deze richtinggevende uitspraken. Doorwerking voor voorliggend plan: Onderhavig plan betreft het slopen van 360 m² landschapontsierende bebouwing in Geesteren. Ter compensatie wordt in Denekamp circa 100 m² bebouwing gelegaliseerd en circa 130 m² aan bebouwing bijgebouwd. Voor beide locaties is een landschapsplan opgesteld. Het landschapsplan voor de Dorpermeienweg is opgenomen in Bijlage 1. De ruimtelijke kwaliteit wordt bepaald conform de geldende gebiedskenmerken. Het plangebied ligt in het Oude Hoevenlandschap. De ambitie voor het Oude Hoevenlandschap is om het kleinschalige, afwisselende oude hoevenlandschap vanuit de verspreid liggende erven een ontwikkelingsimpuls te geven.

De verspreide erven bieden veel ruimte voor landbouw, wonen, werken en recreatie mits er wordt voortgebouwd aan de kenmerkende structuren van het landschap: de open esjes, de routes over de erven, de erf- en landschapsbeplantingen. De volledige toets aan de gebiedskenmerken volgt later in dit bestemmingsplan. Met de beoogde ontwikkeling neemt de ruimtelijke kwaliteit op beide locaties toe. Aan de Dorpermeienweg wordt o.a. aan de zuidzijde van de bebouwing een houtsingel aangepland met inheemse beplanting. Naast de bestaande eiken, wordt daarmee de landschappelijke inpassing van het erf verder versterkt. Op deze manier blijft de kleinschaligheid van het erf behouden en het groene karakter verder versterkt. Op basis van vorenstaande kan geconcludeerd worden dat het voornemen een postieve bijdrage levert aan de ruimtelijke kwaliteit passend bij de geldende gebiedskenmerken. Artikel 2.6.4 Nieuwe ontwikkelingen Nationale Landschappen 20

bestemmingsplan Buitengebied, Dorpermeienweg 8 Denekamp

Bestemmingsplannen voorzien alleen in nieuwe ontwikkelingen binnen gebieden die in artikel 2.6.2 begrensd zijn als Nationaal Landschap als die bijdragen aan het behoud of de ontwikkeling van de kernkwaliteiten als benoemd in artikel 2.6.3 (kernkwaliteiten Nationaal Landschap Noordoost-Twente) en zoals nader uitgewerkt in bijlage 7 van deze verordening. De kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Noordoost-Twente zijn: 1. het samenhangende complex van beken, essen, kampen en moderne ontginningen; 2. de grote mate van kleinschaligheid; 3. het groene karakter. Doorwerking voor voorliggend plan: Het plangebied behoort tot het Oudehoevenlandschap. Het hoofdkenmerk voor dit landschap is contrastrijke landschappen met veel variatie op de korte afstand: open es, kleinschalige flank met erf, kleinschalige natte laagtes met veel houtwallen, open heidevelden en -ontginningen. Daartussen kleinere bovenlopen van beken. De nederzettingsvormen bestaan uit verspreide individuele erven, geen dorpen en middelgrote erven, met verschillende volumes en zware beplantingen. Aan de Dorpermeienweg wordt bestaande bebouwing gelegaliseerd. Ter compensatie wordt in Geesteren 360 m² aan landschapontsierende bebouwing gesloopt. Het erf wordt verder landschappelijk ingepast door de aanplant van een houtsingel met inheemse beplanting ten zuiden van het erf.

De landschappelijke inpassing van het erf is opgenomen in Bijlage 1. Op deze manier wordt het groene karakter van het Nationaal Landschap Noordoost-Twente verder versterkt. De ruimtelijke kwaliteit van het gebied blijft behouden en er is geen sprake van aantasting van het landschap. Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de landelijke omgeving van belang. In figuur 3.2 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven. Het plangebied is gelegen in het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. In figuur 3.2 is een fragment van de ontwikkelingsperspectievenkaart van de Omgevingsvisie Overijssel weergegeven.

Figuur 3.2: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart, Omgevingsvisie Overijssel, de locatie is aangepijld (bron: provincie Overijssel) Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie bestemmingsplan Buitengebied, Dorpermeienweg 8 Denekamp 21

met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. Als gevolg van onderhavig plan worden bijgebouwen op een bestaand woonerf gelegaliseerd en beperkt uitgebreid. Ook wordt het gebruik vastgelegd in het bestemmingsplan. Het gebruik van de gronden wijzigt - op een klein gedeelte aan de zuidzijde van het perceel - niet. De omliggende gronden van het plangebied blijven hun agrarische en landschappelijke functie behouden. Derhalve kan gesteld worden dat de plannen van de initiatiefnemer geen afbreuk doen aan het eigen karakter van het gebied. Daarnaast levert het plan ook geen extra belemmeringen op voor de aanwezige functies in de omgeving. Gebiedskenmerken Natuurlijke laag De natuurlijke laag geeft aan het gebied het kenmerk 'Dekzandvlakte en ruggen' (zie figuur 3.3).

Figuur 3.3: Natuurlijke laag, omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. De ambitie is de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Gelet op de kleinschaligheid van de voorgenomen ontwikkeling kan geconcludeerd worden dat het plan geen afbreuk doet aan de gebiedskenmerken ter plaatse. Laag van het agrarisch cultuurlandschap De laag van het agrarisch cultuurlandschap kent het kenmerk 'Oude Hoevenlandschap' aan het gebied toe. In figuur 3.4 is een fragment van de betreffende kaart weergegeven.

22

bestemmingsplan Buitengebied, Dorpermeienweg 8 Denekamp

Figuur 3.4: Laag van het agrarische cultuurlandschap, omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Het oude hoevenlandschap wordt gekenmerkend door de verspreide erven in het landschap. Het oude hoevenlandschap. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen ‘bezet’ waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat de zelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. De ambitie voor het Oude Hoevenlandschap is om het kleinschalige, afwisselende oude hoevenlandschap vanuit de verspreid liggende erven een ontwikkelingsimpuls te geven. De verspreide erven bieden veel ruimte voor landbouw, wonen, werken en recreatie mits er wordt voortgebouwd aan de kenmerkende structuren van het landschap: de open esjes, de routes over de erven, de erf- en landschapsbeplantingen. De verspreide erven bieden veel ruimte voor landbouw, wonen, werken en recreatie mits er wordt voortgebouwd aan de kenmerkende structuren van het landschap: de open esjes, de routes over de erven, de erf- en landschapsbeplantingen.

De voorgenomen ontwikkeling doet geen afbreuk aan de fraaie verbinding tussen het landschap, het wonen, de cultuurhistorie en de recreatieve functie van het gebied. De voorgenomen ontwikkeling past derhalve binnen de kenmerken van het agrarische cultuurlandschap. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1

Omgevingsvisie Dinkelland

De gemeenteraad van de gemeente Dinkelland heeft op 31 maart 2021 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland' vastgesteld. Deze visie gaat over de toekomst van de leefomgeving van de gemeente Dinkelland, waarbij wordt ingegaan op diverse thema's (o.a. leefbaarheid, gezondheid, veiligheid en duurzaamheid). De visie geeft aan hoe de gemeente Dinkelland en samenleving willen sturen. Wat moet er behouden worden, wat moet er versterkt worden en wat moet er worden ontwikkeld. De omgevingsvisie 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland' gaat uit van vier kernprincipes. Dit zijn manieren van werken: werkwijzen die altijd gelden. De vier principes zijn: bestemmingsplan Buitengebied, Dorpermeienweg 8 Denekamp 23

1. We doen het samen; 2. We geven het goed voorbeeld; 3. We wentelen niet af op volgende generaties; 4. We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt. De gemeente Dinkelland wil een economische sterk buitengebied met veel verschillende functies, waarin alle bewoners en gebruikers aan hun trekken komen. Het Twentse landschap van Dinkelland is een uniek coulisselandschap met houtwallen, singels, essen, ontginningen, natuurgebieden en landgoederen. Dit landschap draagt in grote mate bij aan de identiteit van de streek. De houtwallen en singels vormen verbindingen van natuurgebied naar natuurgebied die voor veel planten en dieren belangrijk zijn. Kortom zowel mensen als dieren voelen zich hier thuis. Het is voor iedereen belangrijk om een sterk en mooi buitengebied te behouden. In het buitengebied van Dinkelland komen veel verschillende functies voor die allemaal ruimte nodig hebben. Zoals landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en ook wonen. Daarnaast vragen nieuwe functies om ruimte. Dit zijn bijvoorbeeld de hernieuwbare opwekking van energie en de vraag naar voldoende waterberging. Al deze functies leggen samen veel druk op het buitengebied. Daarom het uitgangspunt: de goede functies op de goede plek. Combinaties van functies zullen nodig zijn, om alles aan bod te laten komen.

De gemeente Dinkelland streeft naar een buitengebied met een mooie balans tussen het landgebruik, de leefbaarheid en de kwaliteit van landschap, bodem, water en lucht. Dat maakt het buitengebied sterker en is gunstig voor de leefbaarheid. Dit wordt gedaan samen met de inwoners, partners en de gebruikers. De speerpunten voor het buitengebied zijn: toekomstgerichte agrarische sector waarbij duurzamere landbouw wordt gestimuleerd; goede staat van landschap en biodiversiteit waarbij we samenwerking zoeken met de landbouw; kwalitatief toerisme waarbij groei mogelijk is met respect voor landschap en natuur. Tot slot is in figuur 3.1 de waardenkaart van gemeente Dinkelland weergegeven. Ter hoogte van het plangebied geldt de kleur lichtgroen. Dit betreft het landschap met veel ontwikkelmogelijkheden. Dit zijn landschappelijk minder waardevolle landschappen waar in de afgelopen 80 tot 100 jaar veel veranderd is en waar de lagere landschapswaarde ruimte voor ontwikkeling biedt. Dit zijn bijvoorbeeld de heide- of veenontginningen met een hoge dynamiek.

Figuur 3.1: Waardenkaart gemeente Dinkelland (bron: gemeente Dinkelland) Toets In de omgevingsvisie wordt ook een visie gegeven op de transformatie van vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen. De gemeente biedt dan perspectief. Het vrijkomende gebouw kan gebruikt worden voor bedrijven die een bijdrage leveren aan de leefbaarheid en geod in te passen zijn in het buitengebied. Het plangebied ligt daarnaast in het landschap met veel ontwikkelmogelijkheden. De lage landschapswaarde biedt in dit type landschap ruimte voor ontwikkeling. Gemeentelijk beleid moet bijdragen aan het realiseren van nieuwe economische dragers en ruimte bieden voor een verbreding van bestaande economische dragers in het landelijk gebied. Het gemeentelijk beleid heeft een sociaal-economisch hoofddoel. Daarnaast dient het ter voorkoming van verval en verkrotting van agrarische bedrijfsgebouwen in het landelijk gebied. De verruiming van de mogelijkheden mag in elk geval niet leiden tot 24

bestemmingsplan Buitengebied, Dorpermeienweg 8 Denekamp

afbreuk van de ruimtelijke kwaliteit. Eén van de regelingen die hiervoor in het leven is geroepen is de 'schuur voor schuur' regeling. Dit betreft een apart beleidskader dat hierna zal worden behandeld. Met dit onderhavig plan wordt op een positieve manier bijgedragen aan de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse van de Dorpermeienweg 8 in Denekamp en op de slooplocatie in Geesteren. In Geesteren wordt 350 m² aan leegstaande voormalige (agrarische) bedrijsgebouwen gesloopt. Hiervoor mag er 230 m² aan extra oppervlakte bijgebouwen worden gebouwd aan de Dorpermeienweg 8 in Denekamp. Tegelijkertijd wordt er in- en rondom het plangebied geinvesteerd in de ontwikkeling van landschapselementen (singels, bosjes, erfbeplanting). Geconcludeerd wordt dat voorliggend bestemmingsplan niet in strijd is met het beleid uit de gemeentelijke omgevingsvisie. 3.3.2

Beleid schuur voor schuur gemeente Dinkelland

De gemeenteraad van Dinkelland heeft op 11-04-2019 het schuur voor schuur-beleid vastgesteld. Dit beleid biedt een handvat om extra bebouwing op een (woon)perceel mogelijk te maken. Doel van het schuur voor schuur-beleid is meervoudig. Enerzijds is het bedoeld om de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren door de sloop van leegstaande schuren. Anderzijds is het de bedoeling om ontwikkeling van economische activiteiten (zowel bij bedrijfslocaties als particuliere locaties) te faciliteren en de voorzien in uitbreidingsbehoefte bij particuliere erven. Bovendien wordt het verwijderen van asbesthoudende schuren gestimuleerd/gefaciliteerd. Het schuur voor schuur-beleid is van toepassing op locaties waar een woonbestemming geldt (en de aangrenzende gronden) en op VAB-locaties waarop het KGO-beleid niet van toepassing is. Voor het plangebied geldt dat sprake is van een woonbestemming. Met dit beleid kan extra oppervlakte aan vrijstaande bijgebouwen gerealiseerd worden. Zonder alle spelregels te beschrijven worden hierna de belangrijkste regels aangehaald. In ruil voor de mogelijkheid om extra bebouwing te kunnen realiseren, moet elders een veelvoud aan schuren worden gesloopt. Hierbij geldt de volgende sloopverhouding:

Werkwijze staffel De tabel met de bouw-sloopverhouding dient als volgt toegepast te worden: Allereerst wordt bepaald welke oppervlakte aan bebouwing gerealiseerd dient te worden. Vervolgens wordt van de eerste 100 m² van die te bouwen oppervlakte de verhouding van de eerste trede toegepast: 1:1 (bij asbest) of 1:2 (bij geen asbest). Bij de volgende 400 m² wordt de verhouding van de tweede trede toegepast: 1:2 (bij asbest) of 1:4 (bij geen asbest). Uitgangspunten beleid en spelregels Bij de totstandkoming van het schuur voor schuur-beleid is een aantal uitgangspunten gehanteerd: Leegstaande schuren zijn een primaire verantwoordelijkheid van de eigenaren; Het gaat om een extra mogelijkheid voor leegstaande schuren, naast bestaand instrumentarium als rood voor rood en functieverandering; De gewijzigde economische omstandigheden, de gewijzigde rol, functie en omvang van de agrarische sector leiden tot meer functiemenging in het buitengebied Ontstening: er moet vanaf een toename bebouwing van meer dan 100 m² een veelvoud gesloopt worden dan er elders wordt teruggebouwd; Stimulans om vooral asbestschuren te slopen Er wordt geen rekening gehouden met de aanwezigheid van kelders Sloop- en bouwlocaties die betrekking hebben op hetzelfde plan, bevinden zich in de gemeente Dinkelland of Tubbergen, in het buitengebied. Sloop van een deel van het erf is mogelijk.

Schuren moeten in het geheel worden ingezet in de Schuur voor schuur-regeling. Enkel schuren waarvoor vergunning voor bouwen is verleend en welke daadwerkelijk aanwezig zijn, komen in aanmerking voor deelname aan de schuur voor schuur-regeling. In afwijking van het vorige komen ook schuren zonder bouwvergunning in aanmerking indien aangetoond is dat deze op 31 december 1997 reeds aanwezig waren. Schuren met een cultuurhistorische waarde komen niet in aanmerking voor deelname aan de schuur voor bestemmingsplan Buitengebied, Dorpermeienweg 8 Denekamp 25

schuur-regeling. De planologische bouwmogelijkheden op alle betrokken locaties worden aangepast aan de nieuwe situatie. Gedeeltelijke/gefaseerde beëindiging van het (agrarisch) bedrijf is mogelijk. In afwijking van het VAB+-beleid geldt de voorwaarde dat bebouwing minimaal 5 jaar moet zijn opgericht en zoals vergund in gebruik zijn, niet voor schuren die middels de schuur voor schuur-regeling worden opgericht. In afwijking van het VAB+-beleid geldt het VAB+-beleid ook voor locaties (o.a. met een woonbestemming) die nooit agrarisch zijn geweest. Op deze locaties kan derhalve ook functieverandering plaatsvinden zoals beoogd met het VAB+-beleid, ook wanneer extra bebouwingsmogelijkheden zijn gecreëerd door middel van het schuur voor schuur-beleid. Toets Het plan voor de Dorpermeienweg 8 in Denekamp voldoet aan de uitgangspunten van het schuur voor schuur beleid. Zowel de bouwlocatie (Dorpermeienweg 8) waar de extra bebouwing gewenst wordt als het slooplocatie (Geesterseveldweg 5) liggen in het buitengebied van de gemeente Tubbergen/Dinkelland. In het onderhavige plan gaat het om een totaal oppervlak van 350 m² aan te slopen schuren met asbesthoudende golfplaten op een agrarisch erf in het buitengebied van de gemeente Tubbergen, namelijk Geesterseveldweg 5 in Geesteren. Het asbestinventarisatierapport is opgenomen in Bijlage 5.

Voor de slooplocatie wordt overigens een separate procedure doorlopen. De schuren zijn beide asbesthoudend. Voor de eerste 100 m² van het te bouwen oppervlakte wordt de verhouding van de eerste trede toegepast: 1:1 (bij asbest). Dit betekent dat er nog 250 m² van de sloopschuren overblijft. Hiervoor wordt de tweede trede toegepast, met een verhouding van 1:2 (bij asbest). Dit betekent dat er nog 125 m² mag worden bijgebouwd. Op basis van de sloopverhoudingen mag aan de Dorpermeienweg 8 in Denekamp in totaal 225 m² aan schuren worden teruggebouwd. Hiervan wordt 163 m² ingezet voor het legaliseren van reeds bestaande bebouwing. De overige 62 m² wordt ingezet voor de bouw van extra bijgebouwen ten behoeve van het aannemersbedrijf. Voor het overige wordt op voorhand voldaan aan de voorwaarden die binnen de schuur voor schuur regeling gesteld worden. De schuren hebben geen betekenisvolle cultuurhistorische waarde en er is in dit geval sprake van een gedeeltelijke sloop van de opstallen op het perceel Geesterseveldweg 5 in Geesteren. Doordat reeds sprake was van een woonerf, blijft de bestemming ongewijzigd. Middels dit bestemmingsplan wordt de toekomstige oppervlakte aan bijgebouwen (562 m²) vastgelegd als maximum. Tot slot zal de bebouwing landschappelijk worden ingepast. In Bijlage 1 is een inrichtingsschets opgenomen. 3.3.3

VAB+ beleid

Sinds 2006 kent de gemeente Dinkelland beleid voor vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen. In de kadernota “uitdagend buitengebied” is hiervoor de eerste aanzet gegeven. Het beleid is uiteindelijk vertaald in het bestemmingsplan Buitengebied van de gemeente Dinkelland 2010. Hierbij is het mogelijk gemaakt om in vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen andere dan agrarische activiteiten te verrichten. In veel gevallen gaat het om erven waar de agrarische bedrijfsvoering is beëindigd. In die gevallen krijgt een erf een nieuwe functie. In andere gevallen worden vrijkomende gebouwen bij een functionerend agrarisch bedrijf ook veel gebruikt voor een andere bedrijfsactiviteit. Het bestaande Vrijkomend Agrarisch Bedrijfsgebouwen (VAB) beleid gaat ervan uit dat maximaal 500 m2 aan vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen gebruikt mag worden voor een niet-agrarische functie. Bij beëindigde agrarische bedrijven mogen de vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen ook gebruikt worden voor opslagdoeleinden. Het VAB+ beleid heeft o.a. een sociaal economisch hoofddoel. Het beleid moet bijdragen aan het realiseren van nieuwe economische dragers en ruimte bieden voor een verbreding van bestaande economische dragers. Een belangrijke economische drager in het landelijk gebied is landbouw, recreatie, natuur.

Daarnaast dient het VAB beleid ter voorkoming van verval en verkrotting van agrarische bedrijfsgebouwen in het landelijk gebied. Het nieuwe VAB+ beleid beperkt zich dus niet alleen tot vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen. Ook andere vrijgekomen bedrijfsgebouwen kunnen aanspraak doen op de nieuwe regeling. Gelet hierop wordt het beleid VAB+ beleid genoemd. Toets In het schuur voor schuur beleid van de gemeente Dinkelland is aangegeven dat het in afwijking van het VAB+ beleid, het VAB+ beleid ook geldt voor locaties die nooit agrarisch zijn geweest. Op deze locaties kan derhalve ook functieverandering plaatsvinden zoals beoogd is met het VAB+ beleid, ook wanneer extra bebouwingsmogelijkheden zijn gecreëerd (of wordt gelegaliseerd) door middel van het schuur voor 26

bestemmingsplan Buitengebied, Dorpermeienweg 8 Denekamp

schuur-beleid. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling worden in het kader van de schuur voor schuur-regeling enkele bestaande bijgebouwen gelegaliseerd en (beperkt) extra bebouwingsmogelijkheden gecreërd. Middels het VAB+ beleid is het mogelijk om deze gebouwen te gebruiken voor bedrijvigheid gebonden aan het buitengebied, zoals de opslag van goederen ten behoeve van een aannemersbedrijf. Bij de beoordeling van verzoeken staan de ruimtelijke gevolgen van een initiatief centraal. Om verzoeken te beoordelen wordt onderscheid gemaakt in een 3 tal stappen: een zoneringstoets; een voorwaarden toets; een kwaliteitstoets. Bij elk verzoek zal een afweging worden gemaakt of de ontwikkeling wenselijk is. Door het doorlopen van de onderstaande lijst met processtappen worden alle voorwaarden doorlopen. Zoneringstoets In de zoneringstoets wordt gekeken naar welke locatie de aanvrager op het oog heeft en welke gebiedsdoelstelling geldt hier. In welke zone vindt de activiteit plaats? De Dorpermeienweg 8 bevindt zich in de categorie 'buitengebied, accent veelzijdige gebruiksruimte'. In dit ontwikkelingsperspectief is sprake van verweving van functies. Aan de ene kant melkveehouderij en akkerbouw als belangrijke vorm van landgebruik aan de andere kant gebruik voor landschap, natuur, milieubescherming, cultuurhistorie, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid.

In dit perspectief zijn de meeste mogelijkheden voor andere functies. In de zoneringtoets dient dit ontwikkelingsperspectief onderverdeeld te worden in kernrandzone, hoofdwegen en overig. Toets Dorpermeienweg 8 Denekamp Het plangebied ligt in de kernrandzone. Onder kernrandzone wordt verstaan een zone rondom een kern waar sprake is van een menging van tot de kern horende functies en meer aan het landelijk gebied gebonden functies. Over het algemeen gaat het hier om een zone van rond 500 meter vanaf een kern. De Dorpermeienweg 8 ligt op circa 400 meter van de kern Denekamp. In deze zone zijn meer mogelijkheden voor andere functies dan in andere zones. Randvoorwaardentoets Indien een activiteit in principe op de voorgestelde locatie mogelijk is, dient de vraag beantwoord te worden of die activiteit op korte en lange termijn aan de navolgende voorwaarden kan voldoen. Aard en omvang Voor de voorliggende ontwikkeling zijn de volgende randvoorwaarden van belang: 1. De aard en de omvang van het bedrijf moeten passen binnen de bestaande bebouwing. Buitenopslag is niet toegestaan. Ook als voor de aard van de activiteit buitenopslag nodig is is dit niet toegestaan. Een uitzondering hierop is een kleinschalig terras. 2. De omvang van een activiteit dient beperkt te zijn tot 500 m2, in de overige gebouwen mag wel opslag plaatsvinden.

Dit geldt niet voor activiteiten gericht op het be- en of verwerken van agrarische producten, dag en verblijfsrecreatie. 3. Bedrijfsgebouwen van niet - agrarische bedrijven, paardenhouderijen, maneges e.d. komen ook in aanmerking voor een andere functie conform het VAB beleid. Dezelfde regels gelden voor gebouwen die vrijkomen uit deze functies. 4. De inrichting, verkeersaantrekkende werking en de uitstraling moet in overeenstemming zijn met de gebiedsperspectieven en de bebouwing moet kwaliteit uitstralen. De verkeersveiligheid voor overige weggebruikers zal betrokken moeten worden bij de beoordeling. 5. Detailhandel is niet toegestaan, met uitzondering van productiegerichte detailhandel (max. 10% totaal oppervlakte). 6. Dat de locatie voldoet aan de inrichtingseisen ten aanzien van het gewijzigd gebruik, waarbij geldt dat de eisen moeten voldoen aan maximale invulling van het gebouw. 7. De activiteit mag niet voorzien in de toevoeging van nieuwe woningen. Toets Dorpermeienweg 8 Denekamp Aan de Dorpermeienweg 8 in Denekamp wordt het reeds bestaande aannemersbedrijf vastgelegd in het voorliggende bestemmingsplan. De activiteiten van het aannemersbedrijf zijn beperkt tot 500 m². Van deze 500 m² wordt overigens het overgrote deel van de schuur gebruikt ten behoeve van opslag van het aannemersbedrijf.

De overige gebouwen, met name aan de achterzijde van het perceel, worden middels de bestemmingsplan Buitengebied, Dorpermeienweg 8 Denekamp 27

Schuur voor Schuur regelings gelegaliseerd en worden in gebruik genomen voor opslag. Er is geen sprake van buitenopslag. Daarbij is de inrichting, de beperkte verkeersaantrekkende werking en de uitstraling van het erf in overeenstemming met de gebiedsperspectieven. Tot slot wordt er geen detailhandel mogelijk gemaakt of een nieuwe woning toegeovegd. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling voldoet aan de randvoorwaardentoets met betrekking tot aard en omvang. Milieukundige randvoorwaarden De nieuwe activiteit mag geen beperking opleveren voor omliggende agrarische bedrijven. Voor gebieden binnen het ontwikkelingsperspectief “Buitengebied, accent productie” moet er ook beoordeeld worden of er sprake is voor toekomstige uitbreidingsmogelijkheden van de agrarische bedrijven. Het Vrijkomende Agrarisch Bedrijfsgebouw (VAB) moet op minimaal 50 meter afstand staan van de grens van het bouwperceel van het naburige perceel. Toets Dorpermeienweg 8 Denekamp In paragraaf 4.2 is aangetoond dat de voorgenomen ontwikkeling geen beperkingen opleveren voor omliggende (agrarische) bedrijven. De richtafstand van 50 meter geldt voor omliggende agrarische bedrijven. Het dichtstbijzijnde agrarische bedrijf betreft de Priorweg 10 en ligt op circa 210 meter afstand. Aan de richtafstand wordt ruimschoots voldaan. De dichtstbijzijnde burgerwoning ligt aan de Dorpermeienweg 7.

Hiervoor is het van belang dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden onevenredig wordt aangetast. Als gevolg van onderhavig plan wordt geen nieuwe functie mogelijk gemaakt in het plangebied. Wel wordt het huidige aannemersbedrijf vastgelegd in het bestemmingsplan middels een aanduiding. Voor 'Aannemersbedrijven met werkplaats: b.o. < 1.000 m²' geldt milieucategorie 2, met een richtafstand van 30 meter in verband met aspect geluid. De dichtstbijzijnde gevel van een woning ligt aan de Dorpermeienweg 7. De afstand tussen de schuren waar het aannemersbedrijf (exclusief de schuren voor opslag) is voorzien en de voorgevel van de woning aan de Dorpermeienenweg 7 bedraagt 48 meter. Het woon- en leefklimaat van omwonenden wordt derhalve niet aangetast door de voorgenomen ontwikkeling. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling voldoet aan de milieukundige randvoorwaarden.

Ruimtelijke kwaliteitstoets De nieuwe functie moet leiden tot behoud of verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en mag geen toename van verstedelijking of aantasting van het landschap tot gevolg hebben; Landschapsontsierende gebouwen moeten zoveel mogelijk worden gesloopt. Vervangende nieuwbouw ten behoeve van de nieuwe functie is alleen toegestaan onder strikte kwaliteitscriteria voorwaarden. Ten aanzien van de aard van deze nieuwe bebouwing zal de welstandsnota leidend zijn; Er mag geen buitenopslag plaatsvinden; (behoudens een ondergeschikt terras); Er mogen geen reclame-uitingen plaatsvinden (vergunningvrij is overigens wel een reclameuiting van een halve m² toegestaan); Het erf moet worden voorzien van een adequate landschappelijke inpassing. Een plan voor de landschappelijke inpassing van het erf dient betrokken te worden bij de aanvraag. Vooral op het erf te realiseren parkeerplaatsen dienen goed te worden ingepast. Toets Dorpermeienweg 8 Denekamp Met voorliggende functiewijziging blijft de ruimtelijke kwaliteit van het gebied behouden en is er geen sprake van aantasting van het landschap. Hiervoor is een erfinrichtingsplan opgesteld. Deze is opgenomen in Bijlage 1. Hieruit blijkt dat het erf op een adequete manier landschappelijk is ingepast. Op het erf is daarnaast voldoende ruimte voor parkeren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/496/documents/16414