CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleidsplan civiele kunstwerken 2025-2029.pdf

Gemeenteraad 25 maart 2025, gemeente DinkellandBij agendapunt: 16: Voorstel inzake vaststellen beleidsplan Civiele Kunstwerken 2025-202920.380 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Niet gevonden in dit document.

Een rechtens verkregen niveau is, kort samengevat, het niveau dat bij een rechtmatig verkregen vergunning eertijds is vergund. Dit niveau mag echter niet lager zijn dan het afkeurniveau en hoeft niet hoger te zijn dan het nieuwbouwniveau. Het rechtens verkregen niveau wordt alleen bij constructieve veiligheid gebruikt in relatie tot buitengewone belastingen, zoals aanrijdingen of aanvaringen van pijlers of brugdekken. Gemeenten moeten vanaf inzichtelijk hebben, wat de constructieve sterkte is van de bruggen binnen hun grondgebied. Wanneer er iets gebeurt met een brug en vervolgens blijkt dat de gemeente niet op de hoogte is van de maximaal toelaatbare draagkracht, kan een rechter besluiten dat de gemeente in gebreke is gebleven. Dit is een reëel risico, omdat in de afgelopen decennia het verkeer op de wegen zwaarder en intensiever is geworden. Bij de beoordeling van kunstwerken wordt onder meer gekeken naar de in NEN8700 opgenomen gevolgklassen. In onderstaande tabel staan deze weergegeven. Gevolgklasse* CC3

Definitie van gevolgklassen Tabel NB.20 – B1: normatief Grote gevolgen t.a.v. het verlies van mensenlevens** of zeer grote economische of sociale gevolgen of gevolgen voor de omgeving.

CC2

Middelmatige gevolgen t.a.v. het verlies van mensenlevens of aanzienlijke economische of sociale gevolgen of gevolgen voor de omgeving Geringe gevolgen t.a.v. het verlies van mensenlevens en kleine of verwaarloosbare economische of sociale gevolgen of gevolgen voor de omgeving

CC1b

CC1a

* **

Voorbeelden van toepassingen Tabel NB.21 – B1: informatief Bruggen en viaducten in en over hoofdwegen, hoofdvaarwegen en landelijke spoorwegen. Dit betreft bruggen: − In en over de hoofdinfrastructuur of over hoofdvaarwegen met intensieve industriële (zee)vaart; of − Waarbij het instorten maatschappij-ontwrichtende gevolgen heeft; − Met extreem risico op grote maatschappelijk of letselschade. Bruggen die niet zijn ingedeeld in CC1 of CC3

Bruggen waarvoor gedurende de gehele ontwerplevensduur geldt: − De brug ligt niet in een economisch belangrijke route; − Het aantal vrachtwagens is minder dan 2.000 per jaar per rijstrook; en − Er is een beperkt risico op grote maatschappelijke of letselschade. Bruggen in landwegen, woonwijken, enzovoort

Nagenoeg uitgesloten verlies van mensenlevens en zeer kleine of verwaarloosbare economische of sociale gevolgen of gevolgen voor de omgeving Voorbeelden voor de toepassing van de gevolgklassen staan in tabel NB.21-B1 en informatief. Bedoeld zijn situaties van bouwwerken, waarin zich tegelijkertijd veel mensen kunnen ophouden en waarbij bij bezwijken van een essentieel onderdeel ineens een groot aantal mensen kan worden getroffen.

Tabel 17

Indeling gevolgklassen

Definitief Versie 1.0 dd. 27-1-2025

Bijlagen

Pagina 40 van 51

Beleidsplan civiele kunstwerken 2025-2029

8.4.6

Overige ruimtelijke regelgeving

Bij het vervangen van kunstwerken zijn diverse wetten en regels ten aanzien van ruimtelijke regelgeving van toepassing, die hier niet nader worden uitgediept. Denk hierbij bijvoorbeeld aan wetgeving rondom flora en fauna, archeologie, geluid, stikstofuitstoot en de relatie met Natura 2000 gebieden. Het zal per project verschillen welke wetten en regels van toepassing zijn.

8.4.7

Verkeersbelasting bruggen

Bij sterkteberekeningen en ontwerpberekeningen worden de voorgeschreven normen gebruikt. In de loop van jaren zijn deze normen gewijzigd doordat er meer begrip is ontstaan over belastingen en het gedrag van bouwmaterialen en constructies. Voor verkeersbruggen verschenen pas omstreeks 1920 meer algemene bepalingen voor de aan te houden belasting. Daarvoor formuleerden de beheerders hun eigen eisen voor de belasting. Omstreeks 1920 werd er nog uitgegaan van voertuigen van maximaal 14 ton met een gelijkmatige verdeling van de belasting. In 1933 verscheen het voorschrift “Voorschrift voor het Ontwerpen en voor het Vervaardigen en Opstellen van Stalen Bruggen” (VOSB). In 1938 werd deze definitief: “VOSB1938”. Hierin werden de verkeersklassen A, B, C en D onderscheiden: Klasse A Bruggen in hoofdverkeerswegen, waarbij omleggen van het verkeer is uitgesloten. Gelijkmatig verdeelde belasting van 400 kg/m² Een wagen met 3 assen van 20 ton (elk verdeeld over 4 wielen), h.o.h. 1,5 en 6,0 meter Klasse B Bruggen in hoofdverkeerswegen, waarbij de mogelijkheid bestaat een zeer zware wagen, die slechts bij uitzondering voorkomt, langs een (om)weg met bruggen, gebouwd volgens klasse A, te leiden. Gelijkmatig verdeelde belasting van 400 kg/m². Een wagen met 2 asdrukken van 10 ton (elk verdeeld over 2 wielen) en een asdruk van 20 ton (verdeeld over 4 wielen), h.o.h.

1,5 en 6,0 meter Klasse C Bruggen niet bestemd voor zeer zware voertuigen. Gelijkmatig verdeelde belasting van 350 kg/m². Een wagen met 2 asdrukken van 10 ton. Elke asdruk verdeeld over 2 wielen, h.o.h. 5,0 meter. Klasse D Bruggen slechts bestemd voor lichte voertuigen. Gelijkmatig verdeelde belasting van 300 kg/m². Een wagen met 2 asdrukken van 5 ton (elk verdeeld over 2 wielen), h.o.h. 5,0 meter. Sinds 1963 werd de volgende indeling gehanteerd volgens de VOSB 1963: Klasse 60 Bruggen in hoofdverkeerswegen, waarbij omleggen van verkeer is uitgesloten. Gelijkmatig verdeelde belasting van 400 kg/m². Een wagen met 3 assen van 20 ton, h.o.h. 1,0 en 4,0 meter. Klasse 45 Bruggen in hoofdverkeerswegen, waarbij de mogelijkheid bestaat een zeer zware wagen, die slechts bij uitzondering voorkomt, langs een (om)weg met bruggen, gebouwd volgens klasse 60, te leiden. Gelijkmatig verdeelde belasting van 300 kg/m² Een wagen met 3 assen van 15 ton, h.o.h. 1,0 en 4,0 meter Klasse 30 Bruggen niet bestemd voor zeer zware voertuigen. Gelijkmatig verdeelde belasting van 200 kg/m² Een wagen met 3 assen van 10 ton, h.o.h. 1,0 en 4,0 meter. In 1995 is in de NEN 6706 een nieuwe richtlijn gegeven voor de aan te houden verkeersbelastingen. Deze werden toen nog steeds aangeduid als klasse 60, 45 en 30.

De aan te houden belastingconfiguraties en de grootte van de gelijkmatig verdeelde belastingen waren nauwelijks gewijzigd. Sinds april 2012 zijn de eurocodes van kracht. In de NEN-EN 1991-2 “Eurocode 1: Belastingen op constructiesDeel 2: Verkeersbelasting op bruggen” wordt gesproken over zogenaamde Belasting Modellen in plaats van de oude verkeersklassen. Voor enkel geïnspecteerde kunstwerken is Belasting Model 1 (BM1) van toepassing, volgens de Eurocode. BM 1 is een tandemstelsel met twee assen van 30 ton met een h.o.h. van 1,2 meter en een gelijkmatig verdeelde belasting van 900 kg/m². Voor veel kleine bruggen is dit een zeer zware belasting. Voor kleine kunstwerken kunnen daarom reductiefactoren van toepassing zijn op de grootte van de belastingen van BM 1.

Definitief Versie 1.0 dd. 27-1-2025

Bijlagen

Pagina 41 van 51

Beleidsplan civiele kunstwerken 2025-2029

Een groot deel van de kunstwerken is gebouwd in de tweede helft van de vorige eeuw. Daarbij is uitgegaan van een belasting door het wegverkeer gebaseerd op de verkeersintensiteiten en het gewicht van voertuigen uit die tijd. Sindsdien is de belasting door het wegverkeer op de kunstwerken sterk toegenomen. Daarnaast neemt door ouderdom en door veranderd gebruik de kans op schade en onveiligheid toe. Voor het herberekenen van bestaande kunstwerken kan gebruik worden gemaakt van de NEN 8700 “Beoordeling van de constructieve veiligheid van een bestaand bouwwerk bij verbouwen en afkeuren – Belastingen”. Bruggen die niet zijn berekend volgens klasse 60, voldoen zeer waarschijnlijk niet aan BM 1, maar hoeven daar waarschijnlijk ook niet volledig aan te voldoen (reductiefactoren kunnen van toepassing zijn). De NEN 8701 biedt de mogelijkheid om met bebording een lastbeperking vast te stellen, om zo als beheerder de constructieve veiligheid te borgen. Dit dient wel door een verificatieberekening te worden vastgesteld. De CROW-CUR Aanbeveling 124:2019 Constructieve veiligheid bestaande bruggen en viaducten van decentrale overheden is enige tijd geleden verschenen. De berekeningsnormen voor gemeentelijke kunstwerken worden hiermee in bepaalde situaties verlicht, waardoor de kans op afkeuring minder waarschijnlijk is geworden.

Met name object specifieke karakteristieken kunnen worden verdisconteerd. Het gaat dan bijvoorbeeld om de indeling in gevolgklasse, het aantal vrachtwagenpassages, de referentieperiode (restlevensduur), de trendfactor (verkeersontwikkeling) en de rijstrookindeling. Hier staat tegenover dat de materialen in bestaande bruggen kunnen zijn aangetast en het verkeer over de bruggen kan qua aantallen en gewicht in de afgelopen decennia zijn toegenomen. Bij de inspectie van de kunstwerken wordt beoordeeld of een nader onderzoek of een verificatieberekening nodig is. Voor fiets- en voetgangersbruggen moet conform NEN-EN 1991-2 rekening worden gehouden met een dienstvoertuig, bijvoorbeeld een strooiauto, met een gewicht van 5 ton (2 x een aslast van 2,5 ton). Daarnaast moet rekening worden gehouden met een (incidentele) onbedoelde voertuigbelasting van 12 ton (met aslasten van 8 ton en 4 ton).

8.4.8

Arbeidsomstandighedenwet

De Arbeidsomstandighedenwet en bijbehorende regelingen bevatten voorschriften voor veiligheid en gezondheid op de werkplek, wat van toepassing is op alle werkzaamheden aan civieltechnische kunstwerken. Te denken valt bijvoorbeeld aan veilig werken langs de weg, maar ook veilig werken boven- of onder water.

Definitief Versie 1.0 dd. 27-1-2025

Bijlagen

Pagina 42 van 51

Beleidsplan civiele kunstwerken 2025-2029

8.5

Toelichting RAMSSHE€PS-methode

Als bij een kunstwerk een gebrek wordt geconstateerd betekent dit nog niet dat dit gebrek direct gerepareerd moet worden. Het zal naast de ernst, omvang en intensiteit van het gebrek mede afhangen van de gevolgen van het niet opheffen van het gebrek of het gebrek (al dan niet snel) herstelt moet worden. Hierbij wordt een risico inschatting gemaakt op basis van de kans dat een gevolg van het gebrek optreed en het effect dat het gebrek heeft op een bepaald aspect. De methode die bij het civiele beheer en onderhoud voor dit zogenaamde risico gestuurd beheer landelijk leidend is, is de RAMSSHE€PS methode. RAMSSHE€PS is daarbij een acroniem voor: R = Reliability = Betrouwbaarheid (constructieve veiligheid) A = Availability = Beschikbaarheid M = Maintainability = Onderhoudbaarheid S = Safety = Veiligheid en gezondheid (van gebruikers) S (Se) = Security = Beveiliging H = Health = Gezondheid E = Environmental = Leefomgeving (waaronder cultuurhistorische waarde) € = Economic = Economisch (technische vervolgschade) P = Political = Politiek/Imago (beleving, esthetica) S (Su) = Sustainability = Duurzaamheid De methode is vrij uitgebreid, maar kan ook in beperktere vorm worden gebruikt door niet alle aspecten te beoordelen. Zo kunnen bijvoorbeeld alleen de RAMS aspecten afdoende worden ervaren door een organisatie.

Het is aan de toepassende organisatie om te bepalen welke aspecten zij belangrijk vind om op te sturen. Deze aspecten zullen mede afgewogen worden ten opzichte van de bedrijfswaarden. Met de RAMSSHE€PS-methode wordt aangesloten bij de landelijke norm voor inspecties van kunstwerken, NEN 2767-1+C1: Conditiemeting bebouwde omgeving. Bij de methode wordt gebruik gemaakt van een matrix. Daarin staan alle aspecten met daarbij een onderverdeling van de mate waarin een aspect beïnvloed wordt. De faalkans wordt daarbij ingedeeld in 5 klassen: Score 1 2 3 4 5

Omschrijving Verwaarloosbaar Klein Gemiddeld Groot Zeker

Kans op voorkomen <1% 1% - 10% 10% - 50% 50% - 90% > 90%

Eerstvolgend falen 20 jr < t 6 jaar < t ≤ 20 jr 2 jr < t ≤ 6 jr ½ jr < t ≤ 2 jr T ≤ ½ jr

Daarnaast wordt het gevolg ingedeeld in 4 klassen: Score 1 2 3 4

Omschrijving Verwaarloosbaar Gering Matig Sterk

Kans

De faalkans en gevolgklasse kunnen worden samengevoegd in een model-risicomatrix. De risicoscore wordt daarbij bepaald door kans- en risicoscore met elkaar te vermenigvuldigen. De hoogte van dat getal geeft aan hoe groot de noodzaak is om een beheermaatregel uit te voeren. In de basis ziet de model-risicomatrix er als onderstaand uit.

1: Verwaarloosbaar 2: Klein 3: Gemiddeld 4: Groot 5: Zeker

Tabel 18

1: Verwaarloosbaar Acceptabel Acceptabel Acceptabel Acceptabel Ongewenst

Gevolg 2: Gering 3: Matig Acceptabel Acceptabel Acceptabel Ongewenst Ongewenst Ongewenst Ongewenst Ongewenst Ongewenst Onacceptabel

4: Sterk Acceptabel Ongewenst Ongewenst Onacceptabel Onacceptabel

Model-risicomatrix

Definitief Versie 1.0 dd. 27-1-2025

Bijlagen

Pagina 43 van 51

Beleidsplan civiele kunstwerken 2025-2029

De grenzen voor deze matrix zijn als volgt gekozen. 1.

Onacceptabel – Risicoscore 15 t/m 20 (≥ 75% v.d. maximale score)

Er moet een maatregel worden getroffen om het risico te beheersen. Er kan reden zijn om het vast onderhoud te herzien of om een andere preventieve (variabele) onderhoudsmaatregel voor te stellen. 2.

Ongewenst - Risicoscore 5 t/m 12 (20%-75% v.d. maximale score)

Er moet ofwel een maatreel worden getroffen om het risico te beheersen ofwel worden aangetoond waarom dit niet haalbaar / noodzakelijk is. Een voorgestelde maatregel is een herziening van het vast onderhoud of een andere preventieve (variabele) onderhoudsmatregel. 3.

Acceptabel – Risicoscore 1 t/m 4 (≤ 20% v.d. maximale score)

Er hoeft geen matregel te worden getroffen om het risico te beheersen. Indien de faalwijze zich voordoet worden de gebruikelijke acties ondernomen voor (functie-)herstel. Merk op dat dit nog steeds reden kan zijn om het vast onderhoud te herzien, maar nu omdat mogelijk minder activiteiten nodig zijn. De wijze waarop de risicoscore berekend wordt is afhankelijk van de keuze die de organisatie maakt ten aanzien van de te wegen aspecten. Immers, niet alle aspecten hoeven te worden gewogen. Dat is ter keuze van de organisatie. Een veelgebruikte methode is om de faalkans te vermenigvuldigen met de som van de RAMSSHE€PS-score. Dat zou in onderstaande voorbeeld tot de volgende uitkomst leiden: Faalkans 4

R 1

A 1

M 1

S 2

S 1

H 1

E 2

€ 3

P 2

S 3

Risicoscore 68

Risicoscore = 4 x (1+1+1+2+1+1+2+3+2+3) = 4 x 17 = 68. De minimale risicoscore zou hier zijn: 1 x (1+1+1+1+1+1+1+1+1+1) = 1 x 10 = 10. De maximale risicoscore zou hier zijn: 5 x (4+4+4+4+4+4+4+4+4+4) = 5 x 40 = 200. De grenzen uit de model-risicomatrix zouden dan als volgt liggen: Onacceptabel: score van 150 of hoger (>= 75% van de maximale score) Ongewenst: score tussen 40 en 150 (20% - 75% van de maximale score) Acceptabel: score van maximaal 40 (20% van de maximale score)

Definitief Versie 1.0 dd. 27-1-2025

Bijlagen

Pagina 44 van 51

Definitief Versie 1.0 dd. 27-1-2025

Politiek/Imago (Politics)

Veiligheid (Safety)

S

P

Onderhoudbaarheid (Maintainability)

M

Economisch (Economics)

Beschikbaarheid (Availability)

A

€

Betrouwbaarheid (Reliability)

2 Gering effect Kans op falen is klein (2%-10%)

3 Matig effect Kans op falen is reëel (10%-50%)

4 Sterk effect Grote kans op falen (> 50%)

Bijlagen

Niet acceptaber gevolg

Acceptabel gevolg

Klachten

Imagoverlies lokaal. Berichten in lokale media

Imagoverlies regionaal. Berichten in regionale media

Imagoverlies landelijk. Berichten in landelijke media

Zeer klein veiligheidsrisico, geen Klein veiligheidsrisico, niet Reëel veiligheidsrisico, blijvend Groot veiligheidsrisico, zwaar letsel of letsel zonder bezoek aan blijvend letsel / bezoek aan letsel / opname in ziekenhuis blijvend letsel of dodelijke afloop huisarts huisarts Indien gebrek niet wordt hersteld, Indien gebrek niet wordt hersteld, Indien gebrek niet wordt hersteld, Indien gebrek niet wordt hersteld, dan bedragen de vervolgkosten dan bedragen de vervolgkosten dan bedragen de vervolgkosten dan bedragen de vervolgkosten binnen 10 jaar minder dan € 1.000 binnen 10 jaar binnen 10 jaar binnen 10 jaar € 1.000 - € 10.000 € 10.000 - € 50.000 meer dan € 50.000

Zeer kortdurende hinder (< 4 uur) Kortdurende hinder voor de Grote hinder voor de primaire Zeer grote hinder voor de primaire voor primaire functies van het primaire functie van het object functie van het object (< 1 mnd) functie van het object (> 1 mnd) object (< 3 dgn) Lokaal herstel, eenvoudig Herstel met extra inspanning (bijv. Herstel met veel inspanning (bijv. Herstel weegt niet meer op tegen uitvoerbaar door speciaal gereedscahp of door het wachten op speciale of te de economische levensduur van wachten op reserveonderdelen) fabriceren onderdelen of het object; andersoortige vergunningen) maatregelen zijn noodzakelijk (bijv. omvangrijke vervanging)

1 Verwaarloosbaar Kans op falen is zeer klein (< 1%)

8.6

R

Risico-aspect

Gevolgklasse

Beleidsplan civiele kunstwerken 2025-2029

RAMSSHE€PS-matrix

Pagina 45 van 51

Beleidsplan civiele kunstwerken 2025-2029

8.7

Toelichting kwaliteitsniveaus NEN2767

Ter verduidelijking van de kwaliteitsniveaus uit de NEN2767 staat hieronder een nadere toelichting op deze kwaliteitsniveaus. Kwaliteitsniveau 1: uitstekend Er is sprake van geen of zeer beperkte veroudering. Gebreken aan de afwerklagen, materialen, onderdelen en de constructie komen niet of zeer beperkt voor. Het kunstwerk oogt zeer schoon doordat vervuiling, veroorzaakt door graffiti, onkruid, algen- en mos aangroei, niet of nauwelijks voorkomt. Door regelmatig onderhoud uit te voeren blijft het kunstwerk vrijwel constant op hoog niveau, zowel vanuit technisch als esthetisch oogpunt. Het kunstwerk is veilig en functioneert goed. Kwaliteitsniveau 2: goed Er is sprake van beginnende veroudering. Gebreken aan de afwerklagen, materialen, onderdelen en de constructie komen incidenteel voor. Het kunstwerk oogt schoon doordat vervuiling, veroorzaakt door graffiti, onkruid, algen- en mos aangroei, weinig voorkomt. Het onderhoud is voornamelijk gericht op het waarborgen van de veiligheid en functionaliteit van het kunstwerk en minder op duurzaamheid en toonbaarheid. Kwaliteitsniveau 3: redelijk Het verouderingsproces is op gang gekomen. Gebreken aan de afwerklagen, materialen, onderdelen en de constructie komen plaatselijk voor. Het kunstwerk oogt sober en voldoende schoon; enige vervuiling veroorzaakt door graffiti, onkruid, algen- en mos aangroei wordt getolereerd.

Bij dit niveau ligt de nadruk van het onderhoud iets minder op de prioriteiten toonbaarheid en duurzaamheid, waardoor de onderhoudstoestand afneemt voor bepaalde onderdelen, maar zonder gevolgen voor de veiligheid en functionaliteit van het kunstwerk. Kwaliteitsniveau 4: matig Het verouderingsproces heeft het kunstwerk regelmatig in zijn greep. Gebreken aan de afwerklagen, materialen, onderdelen en de constructie komen regelmatig voor. Het kunstwerk oogt vies doordat vervuiling, veroorzaakt door graffiti, onkruid, algen- en mos aangroei, regelmatig voorkomt. Het onderhoud is voornamelijk gericht op het waarborgen van de veiligheid en niet meer op toonbaarheid en duurzaamheid. De levensduur van de onderdelen nemen af waardoor het kunstwerk eerder vervangen moet worden. Bij dit niveau is de kans aanwezig dat de functievervulling van het kunstwerk in gevaar komt. Daardoor zal het storingsafhankelijk onderhoud toenemen. Kwaliteitsniveau 5: slecht Het verouderingsproces is min of meer onomkeerbaar geworden. Gebreken aan de afwerklagen, materialen, onderdelen en constructie komen veel voor. Het kunstwerk oogt erg vies doordat vervuiling, veroorzaakt graffiti, onkruid, algen- en mosaangroei, veelvuldig voorkomt. Op dit niveau wordt alleen correctief, storingsafhankelijk onderhoud uitgevoerd. Er is kans dat onderdelen, zoals dekplanken en leuningen, bezwijken.

Regelmatig leidt dit tot onveilige situaties waardoor kunstwerken voor gebruikers (tijdelijk) worden afgesloten. Kwaliteitsniveau 6: zeer slecht Het kunstwerk functioneert niet meer en er doen zich veel onveilige situaties voor. Daarnaast is het kunstwerk erg vies. Er wordt geen onderhoud meer uitgevoerd. Het kunstwerk is rijp voor de sloop en niet verder te gebruiken.

Definitief Versie 1.0 dd. 27-1-2025

Bijlagen

Pagina 46 van 51

Beleidsplan civiele kunstwerken 2025-2029

8.8

Protocol Omgaan met lastbeperkingen

Het is soms nodig om een lastbeperking op een kunstwerk in te stellen om het veilige gebruik van het kunstwerk te kunnen blijven waarborgen. Zo’n beperking geeft echter hinder en overlast. Om tot afgewogen keuzes te komen kan onderstaand protocol worden gehanteerd. Naast de hoofdvragen zijn tevens hulpvragen opgenomen om tot een zo goed mogelijk gewogen besluit te komen. Daar waar wordt gesproken over een lastbeperking wordt tevens een aslastbeperking bedoeld. Voor het instellen van een lastbeperking is een verkeersbesluit nodig.

Punt 1

Vraag Kan het kunstwerk de belasting nog dragen? • • • •

2

3

• • • 4

5

➔ 8

➔ 4

➔ 5

➔ 6

➔ 7

➔ 6

Is een technische aanpassing verantwoord (m.a.w. is de technische kwaliteit van het kunstwerk na reparatie acceptabel in vergelijking met vervanging van het kunstwerk)?

Is de technische aanpassing economisch verantwoord? • Is een technische aanpassing verantwoord i.r.t. vervanging van het • •

➔ 9

Zijn er geschikte alternatieve routes beschikbaar? Is een alternatieve belastingwijze mogelijk (bijv. 1 rijbaan)? Wat zijn de economische gevolgen van een lastbeperking, wie draagt deze en zijn deze acceptabel? Hoe lang is een lastbeperking mogelijk of acceptabel?

Is een technische aanpassing mogelijk, waardoor het kunstwerk de gewenste belasting kan dragen? •

➔ 3

Wordt het kunstwerk nog gebruikt? Wie heeft belang bij het kunstwerk? Is er een algemeen belang?

Is een lastbeperking acceptabel? •

Nee ➔ 2

Is de belastingsituatie van het kunstwerk goed in beeld? Is de constructie van het kunstwerk bekend? Zijn eventuele schades en de invloed daarvan op de draagkracht bekend? Is een draagkracht berekening uitgevoerd o.b.v. de meest recente regelgeving en normen?

Moet het kunstwerk gehandhaafd worden? • •

Ja ➔ 10

kunstwerk? Wie draagt de lasten voor aanpassing? Is er voldoende levensduurverlenging van het kunstwerk?

6

Vervang de brug

-

-

7

Pas het kunstwerk aan, zodat het weer voldoet aan de gestelde eisen

-

-

8

Stel een lastbeperking in middels een verkeersbesluit en het plaatsen van bebording. Waar nodig aangevuld met fysieke maatregelen ter beperking van het gebruik.

-

-

9

Kunstwerk afsluiten en verwijderen

-

-

10

Geen actie vereist

-

-

Definitief Versie 1.0 dd. 27-1-2025

Bijlagen

Pagina 47 van 51

Beleidsplan civiele kunstwerken 2025-2029

8.9

R-ladder – Strategieën van circulariteit

Bron: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

De R-ladder geeft de mate van circulariteit aan. De R-ladder heeft 6 treden (R1 tot en met R6) die verschillende strategieën van circulariteit weergeven. Strategieën hoger op de ladder, besparen meer grondstoffen. Hoe hoger een strategie op de R-ladder staat, hoe meer circulair de strategie is. Waarbij R1 de hoogste trede is. Hieronder lichten wij de 6 aanpakken toe.

De 6 strategieën zijn: R1

Refuse en Rethink (afwijzen en heroverwegen)

Stap af van producten of materialen die u eigenlijk niet nodig hebt. Maak een product overbodig door van zijn functie af te zien, of die met een radicaal ander product te leveren. Intensiveer productgebruik (bijvoorbeeld door producten via platformen te delen of multifunctionele producten). R2

Reduce (verminderen)

Grondstoffen efficiënter gebruiken door minder grondstoffenverbruik tijdens de productie en het gebruik van producten. R3

Re-use (hergebruiken)

Hergebruik van afgedankt nog goed product, in dezelfde functie door andere gebruiker. Denk bijvoorbeeld aan ontwerpen voor een langere levensduur. Er zijn diverse platforms die gebruikte producten een tweede leven geven. R4

Repair, Refurbish, Remanufacture en Repurpose (repareren, opknappen, reviseren en hergebruiken)

Definitief Versie 1.0 dd. 27-1-2025

Bijlagen

Pagina 48 van 51

Beleidsplan civiele kunstwerken 2025-2029

Reparatie en onderhoud van een kapot product voor gebruik in zijn oude functie. Verleng zo de levensduur van producten. Opknappen en/of moderniseren van oud product. Maak nieuwe producten van oude producten. Onderdelen van afgedankt product gebruiken in nieuw product met dezelfde of andere functie. R5

Recycling

Materialen verwerken tot grondstoffen met dezelfde (hoogwaardige) of mindere (laagwaardige) kwaliteit dan de oorspronkelijke grondstof. Denk aan het verwerken en hergebruiken van grondstoffen en reststromen of afval, zoals gras, afvalhout en koffiedik. R6

Recover (terugwinnen)

Verbranden van materialen met energieterugwinning. In een circulaire economie komen zo min mogelijk materialen bij deze stap terecht.

In het kort: Reduce, re-use, recycle •

Reduce (R1 en R2)

Bovenaan de ladder staat het verminderen van consumptie en productie en het slimmer maken en gebruiken van producten.

•

Re-use (R3 en R4)

In het midden staat levensduur van producten en onderdelen verlengen.

•

Recycle (R5 en R6)

Onderaan staat het nuttig toepassen van materialen, die anders gestort zouden worden.

Definitief Versie 1.0 dd. 27-1-2025

Bijlagen

Pagina 49 van 51

Gemengd verkeer - hoofdroute Gemengd verkeer - hoofdroute Fietsers en voetgangers - utilitair Fietsers en voetgangers - utilitair Grondkering - primair Waterdoorvoer - primair Waterdoorvoer - primair Overig Waterdoorvoer - secundair Grondkering - secundair

Brug (beweegbaar)

Definitief Versie 1.0 dd. 27-1-2025

Grondkering

Duiker

Aanleginrichting

Duiker

Stuw

Grondkering

Brug (vast)

Tunnel

Brug (vast)

Functie

Classificatie risicoprofielen Zeer laag risico Laag risico Matig risico Hoog risico Zeer hoog risico

Risicoaspect Betrouwbaarheid (R) 5 5 5 3 3 3 3 2 1 1 Beschikbaarheid (A) 4 4 3 3 4 3 3 1 2 1

Onderhoudbaarheid (M) 4 4 3 3 2 3 2 2 1 1

Veiligheid (S) 5 5 5 4 3 2 2 3 1 1

Economisch (€) 4 4 3 3 2 2 2 1 1 1

Risicoklasse R1 R1 R2 R2 R3 R3 R3 R4 R4 R4

Risicoscore 25 25 22 19 16 15 15 12 7 7

3 3 3 3 2 2 3 3 1 2

Risicoklasse R4 R3 R2 R1

Politiek/Imago

Risicoscore 0-12 13-18 19-24 25-30

8.10

Beheerobjecttype (NEN2767)

1 2 3 4 5

Beleidsplan civiele kunstwerken 2025-2029

Risicoprofielen kunstwerken

In onderstaande tabel zijn de risicoprofielen van de kunstwerken nader onderbouwd.

Bijlagen

Pagina 50 van 51

Beleidsplan civiele kunstwerken 2025-2029

Definitief Versie 1.0 dd. 27-1-2025

Bijlagen

Pagina 51 van 51

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/931/documents/23204