CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleidsplan civiele kunstwerken 2025-2029.pdf

Gemeenteraad 25 maart 2025, gemeente DinkellandBij agendapunt: 16: Voorstel inzake vaststellen beleidsplan Civiele Kunstwerken 2025-202920.380 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Niet gevonden in dit document.

Door alleen hout te gebruiken dat voldoet aan het FSC4 of PEFC5 keurmerk wordt geborgd dat het toe te passen product is gemaakt van duurzaam geproduceerd hout. Eventuele andere keurmerken dienen te zijn goedgekeurd door de TPAC6, de commissie die houtcertificatiesystemen toetst.

5.2.7.2

Klimaatadaptatie

Het aspect klimaatadaptatie is onderdeel van duurzaamheid (Sustainability). Met de steeds duidelijker wordende invloed van het veranderende klimaat moet hiermee ook bij het ontwerp van kunstwerken rekening worden gehouden. Dit is vooral van belang bij stijgende of breder wordende waterlopen (van invloed op geometrie van bruggen) en de hoeveelheid af te voeren water (van invloed op afmetingen van duikers). Bij vervanging van kunstwerken zal dit aspect telkens meegewogen moeten worden als onderdeel van de ontwerpopgave.

5.3

Kwaliteitsambitie

Voor de hierboven omschreven risicoaspecten dient te worden bepaald welke risico’s acceptabel worden geacht. Het risicoprofiel wordt daarbij afgezet tegen de benodigde kosten om een bepaald onderhoudsniveau te realiseren. Op basis van het risicoprofiel kan op grond van de uitgevoerde inspecties worden bepaald welke schades wel en welke schades (nog) niet hersteld moeten worden en met welke prioriteit. Daarbij moet onderscheid gemaakt worden tussen de conditiescore (de technische toestand van het object(deel)) en het risico dat een bepaalde schade kan veroorzaken. Ter illustratie: ondanks kleine afknappende stukjes beton van de 3 MKI staat voor Milieu Kosten Indicator en is een indicator, die alle milieuaspecten van een product samenvat in

één schaduwprijs. Hoe lager deze schaduwprijs, hoe minder belastend het product is voor het milieu. 4 FSC = Forrest Stewardship Council 5 PECF = Programme for the Endorsement of Forest Certification 6 TPAC = Timber Procurement Assessment Committee

Definitief Versie 1.0 dd. 27-1-2025

Wat willen we bereiken?

Pagina 18 van 51

Beleidsplan civiele kunstwerken 2025-2029

onderkant van het betondek van een viaduct zal het betondek waarschijnlijk conditiescore 1 (goed) behouden (het brugdek kan immers de belasting nog goed dragen), maar de afknappende stukjes beton kunnen wel zeer gevaarlijk zijn voor wegverkeer dat onder het viaduct door rijdt. In onderstaande tabel wordt de minimaal gewenste technische staat van (onderdelen van) het kunstwerk weergegeven en de acceptatiegrens van het effect van gebreken per risicoaspect. Voor de technische staat (conditiewaarde) wordt hiermee afgeweken van het huidige beleid (uit de MJOP2017). Waar momenteel nog beeldkwaliteitsniveau C als sturingspunt wordt gebruikt (overeenkomend met conditiescore 4 (matig) zie ook Tabel 7), wordt overgegaan tot sturing op een maximale conditiescore 3 (redelijk). Daarmee wordt voorkomen dat het verouderingsproces wordt ingezet en wordt vervolgschade (m.n. kapitaalvernietiging) voorkomen. Dit zal uiteindelijke leiden tot lagere onderhoudskosten. Het constateren van conditiescore 4 of lager zal leiden tot het opnemen van (het onderdeel van) het kunstwerk in een komende onderhoudsronde. Voor de benoemde risicoaspecten is aangegeven wat nog acceptabele effecten zijn en bij welke mate van effect ingrijpen verlangd wordt. In bijlage 8.6 is een nadere uitwerking van de omvang van de risicoaspecten uitgewerkt in een RAMSSHE€PS-matrix.

Minimaal gewenste technische staat van het kunstwerk, uitgedrukt in de conditiescore Technische staat Conditie

Toegestane conditiescore

Niet toegestane conditiescore

1, 2 en 3

4, 5 en 6

Acceptatiegrens van effecten van gebreken aangegeven per risicoaspect

Risicoaspect

Betrouwbaarheid (R) Beschikbaarheid (A) Onderhoudbaarheid (M) Veiligheid (S) Economisch (€) Politiek (P) Tabel 8

Acceptatiegrens risico-effect o.b.v. beleid Geen enkel effect is acceptabel, het kunstwerk dient te allen tijde veilig te zijn Een gering effect is nog acceptabel, maar een matig en sterk effect zijn niet acceptabel Een gering of matig effect is acceptabel, maar een sterk effect is niet acceptabel Een gering effect is nog acceptabel, maar een matig of sterk effect is niet acceptabel Een gering effect is nog acceptabel, maar een matig en sterk effect zijn niet acceptabel Een gering of matig effect is acceptabel, maar een sterk effect is niet acceptabel

Gevolgklassen Verwaarloosbaar

Gering effect

Matig effect

Sterk effect

1

2

3

4

1

2

3

4

1

2

3

4

1

2

3

4

1

2

3

4

1

2

3

4

Minimaal gewenste technische staat en acceptiegrenzen risicoaspecten

Als bovenstaande grenzen van de conditiescore en risicoaspecten uitgewerkt worden naar een prioriteitenstelling dan ontstaat onderstaande overzicht. Met dit overzicht kan aan de hand van geconstateerde gebreken en een inschatting van de risicoaspecten een prioritering worden bepaald voor de uit te voeren onderhoudswerkzaamheden van het betreffende kunstwerk(onderdeel).

Definitief Versie 1.0 dd. 27-1-2025

Wat willen we bereiken?

Pagina 19 van 51

Beleidsplan civiele kunstwerken 2025-2029

Prioriteit Risico Betrouwbaarheid (R) Beschikbaarheid (A) Onderhoudbaarheid (M) Veiligheid (S) Economisch (€) Politiek (P)

Laag 9

8

7

6

5

4

(2)

(1) (3)

(2)

(1)

(1)

(1) (2)

(2) (3)

(1) (3)

3 (1) (3)

2 (2)

(2)

(3)

Hoog 1 (3)

(1) Gering effect, (2) Matig effect, (3) Sterk effect

Prioriteitstellingsmatrix risico’s

Tabel 9

Naast bovenstaande beoordeling van risico’s wordt ook gekeken naar het risicoprofiel van het type kunstwerk. De gevolgen van falen van het ene type kunstwerk zullen immers anders zijn dan de gevolgen bij een ander type kunstwerk. In onderstaande tabel is weergegeven hoe de risicoprofielen per type kunstwerk zijn beoordeeld. Aan de hand van de risicoprofielen wordt onder meer het beleid voor inspecties, onderzoeken en onderhoud ingevuld. De nadere onderbouwing van de bepaling van de risicoprofielen zijn opgenomen in bijlage 8.10. Classificatie risicoprofielen Zeer laag risico Laag risico Matig risico Hoog risico Zeer hoog risico

1 2 3 4 5

Beheerobjecttype (NEN2767)

Functie

Brug (beweegbaar)

Gemengd verkeer - hoofdroute Gemengd verkeer - hoofdroute Fietsers en voetgangers - utilitair Fietsers en voetgangers - utilitair Grondkering - primair Waterdoorvoer - primair Waterdoorvoer - primair Overig Waterdoorvoer - secundair Grondkering - secundair

Brug (vast) Tunnel Brug (vast) Grondkering Stuw Duiker Aanleginrichting Duiker Grondkering

Tabel 10

Risicoscore 0-12 13-18 19-24 25-30

Risicoklasse R4 R3 R2 R1

Risicoscore

Risicoklasse

25 25 22 19 16 15 15 12 7 7

R1 R1 R2 R2 R3 R3 R3 R4 R4 R4

Risicoprofiel per type kunstwerk

Definitief Versie 1.0 dd. 27-1-2025

Wat willen we bereiken?

Pagina 20 van 51

Beleidsplan civiele kunstwerken 2025-2029

Beleidskeuzes

Voor de invulling van de visie “goed rentmeesterschap” wordt een risicogestuurde benadering gekozen op basis van de RAMSSHE€PS methode. De kwaliteitsbeoordeling van kunstwerken wordt uitgevoerd op basis van NEN2767. Kunstwerken kunnen de belastingen dragen waaraan ze mogen worden blootgesteld. De kunstwerken zijn zoveel mogelijk beschikbaar. Het streven is om overlast en hinder te beperken tot incidentele gevallen. De kunstwerken zijn veilig voor gebruikers. Vervolgschade wordt zoveel mogelijk voorkomen. Imagoschade wordt zoveel mogelijk voorkomen, waarbij de ingezette lijn van een sobere uitstraling (niveau C) wordt doorgezet. Duurzaamheid geldt als uitgangspunt bij ontwerp en onderhoud van kunstwerken. Kapitaalvernietiging wordt voorkomen. Daarom wordt als ingrijpmaatstaf conditiescore 4 gehanteerd. De acceptatiegrens van gevolgen van schades is afhankelijk van de risicoclassificatie.

Definitief Versie 1.0 dd. 27-1-2025

Wat willen we bereiken?

Pagina 21 van 51

Beleidsplan civiele kunstwerken 2025-2029

6

Hoe willen we dat bereiken?

6.1

Systematiek

Met dit separate beleidsplan civiele kunstwerken wordt een beter raamwerk geboden om het beheer en onderhoud van kunstwerken aan de genoemde risicoaspecten te toetsen. Voor het bepalen van de technische kwaliteit wordt aangesloten bij CROW-CUR Aanbeveling 117:2020 - Inspectie en advies civiele kunstwerken. Hierin staan procedures, regels en eisen voor inspectie, (nader) onderzoek en advies voor het beheer van kunstwerken. De omschreven activiteiten geven daarbij richting en handvatten voor de bepaling van de gebruiksveiligheid, de huidige toestand, de toekomstige toestand en de eventuele bijzondere informatiebehoefte. Vanuit CUR Aanbeveling 117 kan vervolgens doorgeschakeld worden naar andere relevante normen en wetgeving. Een belangrijke norm is daarbij de NEN 2767 – Conditiemeting voor de gebouwde omgeving. Op basis van deze norm wordt de conditiemeting van de kunstwerken uitgevoerd. Met het toepassen van deze landelijke normen en richtlijnen wordt verwacht dat er meer structuur komt in en beter grip gekregen wordt op het beheer en onderhoud van de kunstwerken.

6.2

Beheer

Voor de beheerbaarheid van de kunstwerken is een goed inzicht in het areaal cruciaal. Dat inzicht is op dit moment nog niet voldoende aanwezig en moet worden verbeterd. Daarom is onder meer onlangs een nieuw beheerpakket geïmplementeerd en wordt een kwaliteitsslag gemaakt in de vaste gegevens. Ook dient beter toegang tot historische informatie verkregen te worden. Dat kost veel tijd en uitzoekwerk, waarbij ongetwijfeld zal moeten worden geaccepteerd dat niet alle gewenste informatie achterhaald kan worden. Denk bijvoorbeeld aan oorspronkelijke bouwtekeningen en berekeningen of informatie over tussentijds uitgevoerde herstelwerkzaamheden. Voor de variabele gegevens (onder andere de conditiescores) van de kunstwerken kan gebruik gemaakt worden van de in 2023 uitgevoerde instandhoudingsinspectie. Door de gegevens verder te verbeteren kan gekomen worden tot een betrouwbaarder onderhouds- en middelenplanning. Momenteel zijn nog niet alle kunstwerken in het beheersysteem opgenomen. Met name de duikers omvatten een, in aantal, fors onderdeel hierin (ze zijn wel grotendeels in beeld op tekeningen of in lijstbestanden). De grotere duikers (> 750 mm) willen we opnemen in ons beheersysteem, vanwege de daaraan gekoppelde risicoaspecten. Voor kleinere duikers achten we dat niet zinvol als we hiervoor nut en noodzaak tegen elkaar afwegen.

6.3

Inspectie en advies

Vanuit de wettelijke verplichtingen als genoemd in hoofdstuk 3 is het in beeld brengen en houden van de onderhoudstoestand van de kunstwerken middels inspecties noodzakelijk. Om dit te realiseren wordt aangesloten bij CROW-CUR Aanbeveling 117: 2020 Inspectie en advies civiele kunstwerken. De redenen om inspecties uit te voeren of advies op te vragen kunnen onder meer zijn:. • • • • • • •

Routinematige beoordeling Einde levensduur Geconstateerde en/of vermoede schades Verandering van gebruik Herontwerp Veranderde ontwerpregels Kostenoptimalisatie van het beheer en onderhoud

Inspecties en advieswerkzaamheden zijn ingedeeld in vier hoofdcategorieën, die gericht zijn op activiteiten die iets vertellen over: A. B. C. D.

de gebruiksveiligheid de huidige toestand de toekomstige toestand een bijzondere informatiebehoefte

Definitief Versie 1.0 dd. 27-1-2025

Hoe willen we dat bereiken?

Pagina 22 van 51

Beleidsplan civiele kunstwerken 2025-2029

De bijbehorende activiteiten zijn dan als volgt gerubriceerd. A Gebruiksveiligheid A1 - Schouw

B Huidige toestand

C Toekomstige toestand

B1 – Inventarisatie B2 – Toestandsinspectie

C1 – Risicoanalyse C2 – Meerjarenonderhoudsplanning en budgetraming C3 - Constructieve beschouwing C4 – Analyse restlevensduur

B3 – Contractuele vooropname B4 – Contractuele eindopname B5 - Hersteladvies Tabel 11

D Bijzondere informatiebehoefte D1 – Monstername en beproeving D2 – Verfijnde financiële onderbouwing D3 – Verificatieberekening D4 - Monitoring

Activiteiten voor inspectie en advies

De activiteiten als hierboven genoemd kunnen, afhankelijk van hun doel en karakter, zowel regelmatig als incidenteel worden ingezet. De incidenteel uit te voeren activiteiten zullen over het algemeen voortvloeien uit de regelmatige activiteiten of uit klachten. Binnen het beheerproces zijn voor de invulling van de zorgplicht van de beheerder met name de activiteiten A1, B1, B2, B5, C1 en C2 van belang. Ten behoeve van het borgen van de constructieve veiligheid kan de beheerder de activiteiten B5, C3, D1, D3 en D4 inzetten. Voor het borgen van een duurzame functievervulling zijn met name de activiteiten B5, C4, D1 en D4 van belang. Bij het voorbereiden van projecten kunnen de activiteiten B3 (eventueel aangevuld met B5), C3 of D3, D2 en C1 worden ingezet. Na realisatie van het project is het vervolgens van belang een contractuele eindopname (B4) uit te voeren en de gewijzigde gegevens van het kunstwerk te verwerken in het beheersysteem (B1). Hieronder volgt een korte toelichting op de activiteiten die het meest van belang zijn voor de invulling van de zorgplicht als beheerder. De overige activiteiten kunnen in de loop van de tijd naar believen worden ingezet.

6.3.1

Schouw

Door het uitvoeren van een schouw (A1) wordt inzicht verkregen in de actuele gebruiksveiligheid van het kunstwerk. Het controleren van de kunstwerken gebeurt ‘dagelijks’ door de buitendienst medewerkers bij het passeren van kunstwerken. Geconstateerde gebreken worden gemeld en daarop kan indien nodig direct actie plaats vinden of onderhoud kan worden ingepland. Naast deze ‘dagelijkse controle’ wordt in ieder geval minimaal 1 maal per jaar een geplande schouw uitgevoerd op de kunstwerken met een risicoprofiel R1, R2 en R3. Een schouw kan ook plaats vinden op basis van een melding of bij nadering einde (theoretische) levensduur. De resultaten van een schouw worden schriftelijk vastgelegd en waar nodig verwerkt in de onderhoudsplanning.

6.3.2

Inventarisatie

Hoewel het beheersysteem grotendeels is gevuld met zowel vaste als variabele gegevens blijft het vooralsnog nodig om een kwaliteitsslag te maken in de vaste gegevens middels aanvullende inventarisaties (B1). Met name het toevoegen van de grotere duikers en objecten anders dan bruggen zal de nodige inspanning vergen. Maar ook het controleren en toevoegen van historische gegevens vraagt aandacht. Het streven is om binnen twee jaar deze gegevens op orde te brengen. Dat zal bij voorkeur gebeuren met inzet van eigen mensen en waar nodig zal inhuur van externe partijen plaats vinden.

6.3.3

Toestandsinspectie

Het doel van de toestandsinspectie (B2) is inzicht te verkrijgen in de actuele staat van de constructie om het functioneren van het kunstwerk te kunnen beoordelen. Deze inspectie wordt uitgevoerd door gekwalificeerde (externe) inspecteurs. In 2023 is een toestandsinspectie (instandhoudingsinspectie) op alle bruggen uitgevoerd. De uitkomsten van deze inspectie hebben de input geleverd voor de kwaliteitsbeoordeling van de kunstwerken en de daaraan gekoppelde onderhoudsplanning en -begroting. Een dergelijke inspectie dient met regelmaat te worden uitgevoerd om inzicht te behouden op de onderhoudstoestand en om eventuele risico’s te minimaliseren. Er wordt daarom een regelmatige toestandsinspectie uitgevoerd op kunstwerken met risicoprofiel 1, 2 en 3. Indien

Definitief Versie 1.0 dd. 27-1-2025

Hoe willen we dat bereiken?

Pagina 23 van 51

Beleidsplan civiele kunstwerken 2025-2029

tijdens een schouw of anderszins blijkt dat een kunstwerk eerder geïnspecteerd moet worden dan zal dat uiteraard gebeuren. Kunstwerken met risicoprofiel R4 worden niet regelmatig geschouwd, maar worden onderhouden en vervangen op basis van meldingen of incidenten. De grondslag hiervoor ligt in de combinatie van een risicobenadering en een kosten/baten benadering.

6.3.4

Risicoanalyse en constructieve beschouwing

Een risicoanalyse (C1), ook wel Object Risico Analyse (ORA) genoemd, dient om actuele risico’s in beeld te brengen voor het vaststellen van de beheer- en onderhoudsstrategie of toekomstige beheermaatregelen en daarmee samenhangende restrisico’s. Een dergelijke analyse kan volgen op een uitgevoerde toestandsinspecties, een functiewijziging of bij nadering einde ontwerplevensduur. Per kunstwerk (of per hoofdonderdeel) worden dan beschreven: de functie(s), de faalwijze, de kans van optreden en het gevolg van schades. Risicoanalyses worden gedurende de planperiode naar believen uitgevoerd op kunstwerken met risicoprofiel R1 en R2. Vooralsnog wordt de inschatting van risico’s beperkt middels het uitvoeren van een constructieve beschouwing of constructieve risicoscan (C3) voor bruggen en tunnels. Hiermee wordt inzicht verkregen in een mogelijk normatief of schade gerelateerd draagkrachtrisico van de overspanning(en). De uitkomst van de constructieve risicoscan is een classificatie (1 t/m 5) van de onderzochte kunstwerken. Daarbij betekent klasse 1 dat er een hoog risico is dat een element van de draagconstructie gaat bezwijken onder de normbelasting en klasse 5 dat er geen risico is op bezwijken. Voor de kunstwerken met classificatie 1 en 2 wordt een verificatieberekening op korte termijn aanbevolen.

Voor kunstwerken met classificatie 3 wordt aanbevolen om op volgorde van mogelijke vervolgschade een verificatieberekening uit te voeren. Kunstwerken met classificatie 4 of 5 behoeven geen verificatieberekening. De uitkomst van de constructieve risicoscan is in onderstaande figuur weergegeven.

Figuur 1

6.3.5

Verdeling classificatie risicoscan (klasse; aantal; percentage)

Verificatieberekening

Om de constructieve veiligheid te blijven borgen is het gewenst om zo nodig een verificatieberekening (D3) uit te voeren op de daartoe van belang zijnde kunstwerken. De beoordeling van de constructieve veiligheid van bestaande kunstwerken wordt in de basis geregeld door de beschikbare norm- en regelgeving. Een verificatieberekening zal in de regel alleen worden uitgevoerd indien een constructieve risicoscan, inspectieresultaten of wijzigende regelgeving daartoe aanleiding geven. Momenteel zijn uit de uitgevoerde inspecties en risicoscan een aantal kunstwerken naar voren gekomen, waarvoor een verificatieberekening wordt aanbevolen. Het betreft de kunstwerken met een risicoclassificatie 1, 2 of 3. In totaal gaat het dan om 57 kunstwerken, waarvan 36 met enige spoed.

Definitief Versie 1.0 dd. 27-1-2025

Hoe willen we dat bereiken?

Pagina 24 van 51

Beleidsplan civiele kunstwerken 2025-2029

6.3.6

Meerjarenonderhoudsplanning en -middelenraming

Een Meerjarenonderhoudsplanning en -middelenraming (C2) dient inzicht te geven in de meest doelmatige maatregelen voor uitvoering van herstel en instandhouding van de kunstwerken en de daarmee gepaard gaande kosten. Zowel planning als raming worden elke twee jaar opgesteld en waar nodig jaarlijks bijgesteld. De planningen en ramingen worden daarbij gebaseerd op het afgesproken ambitieniveau als omschreven in hoofdstuk 5. De planning wordt waar mogelijk afgestemd met andere disciplines om zo kosten te besparen en overlast te beperken.

6.3.7

Samenvatting beoordelingsmaatregelen

In onderstaande tabel zijn de voornoemde beoordelingsmogelijkheden voor inspectie en advies samengevat. Maatregel

Doel inzicht verkrijgen in actuele ‘dagelijkse’ controle gebruiksveiligheid van kunstwerk inzicht verkrijgen in actuele gebruiksveiligheid van kunstwerk en Schouw vastleggen t.b.v. eventuele aansprakelijkstellingen Op orde brengen en inzicht krijgen in te Inventarisatie beheren areaal inzicht verkrijgen in staat van Toestands-inspectie constructie om functioneren kunstwerk te kunnen beoordelen

Kunstwerken

Frequentie

Alle kunstwerken

‘dagelijks’

Kunstwerken met 1 x per jaar risicoprofiel R1, R2 of (of o.b.v. een melding) R3 Alle kunstwerk m.u.v. perceelduikers Kunstwerken met risicoprofiel R1, R2 of R3 Kunstwerken met risicoprofiel R4

Risicoanalyse en constructieve beschouwing

Inzichtelijk maken van object gerelateerde risico’s t.b.v. priorite¬ring maatregelen

Alle kunstwerken

Verificatieberekening

Inzichtelijk maken draagkracht kunstwerk

Kunstwerken met risicoprofiel R1 of R2

Planning en begroting

Inzichtelijk maken uit voeren onderhoud Alle kunstwerken en daarmee gepaard gaande kosten

Tabel 12

Eenmalige inhaalslag, daarna continue bijhouden 1 x per 5 jaar Ad hoc, indien nodig Eenmalig, actualisatie na wijzigingen kunstwerk of regelgeving Ad hoc obv objectieve risicoscan, wijzigen-de regelgeving, geconstateerde gebreken of wijzigende belastingen 1 x per 2 jaar

Frequenties beoordelingsmaatregelen

6.4

Onderhoud

6.4.1

Onderhoudsstrategie

Een onderhoudsstrategie is de manier waarop het onderhoud op het kunstwerk (of onderdeel daarvan) initieel ingezet wordt. Elke strategie heeft zijn eigen kenmerken en afhankelijk daarvan wordt gekozen welke strategie het best passend is. Onderhoud wordt ingedeeld in drie strategieën: • • •

Toestandsafhankelijk onderhoud (TAO) Gebruiksafhankelijk onderhoud (GAO) Storingsafhankelijk onderhoud (SAO)

Toestandsafhankelijk onderhoud volgt veelal uit de inspecties, waarbij blijkt dat het functioneren van (een onderdeel van) het kunstwerk de grenstoestand bereikt. Het is hierbij van belang om het degradatieverloop te volgen, zodat tijdig het benodigde onderhoud kan worden ingepland.

Definitief Versie 1.0 dd. 27-1-2025

Hoe willen we dat bereiken?

Pagina 25 van 51

Beleidsplan civiele kunstwerken 2025-2029

Bij gebruiksafhankelijk onderhoud wordt het onderhoud ingepland op basis van een vooraf bepaalde tijdsduur, gebruikscycli of gebruiksuren. Het is hierbij van belang zekerheid te hebben over het moment van falen, waarbij bekend is na welk gebruik het bouwdeel faalt. Gebruiksafhankelijk onderhoud kan bijvoorbeeld zijn het jaarlijks reinigen van een kunstwerk. Bij storingsafhankelijk onderhoud wordt pas ingegrepen nadat een onderdeel reeds heeft gefaald of schade is opgetreden. Hier is dan sprake van correctief onderhoud. Storingsafhankelijk onderhoud kan voortkomen uit inspecties of meldingen van gebruikers. Storingsafhankelijk onderhoud is acceptabel indien het falen een klein effect heeft op het functioneren, het moment van falen niet of moeilijk te voorspellen is en het falen eenvoudig te herstellen is. Mocht geen van deze strategieën toereikend zijn om een schade te herstellen dan kan het nodig zijn om het kunstwerk aan te passen (modificatie van het ontwerp). In onderstaande figuur is aangegeven hoe de keuze voor een bepaalde onderhoudsstrategie tot stand komt.

Faalvorm

Ja

Ja

Ja

Nee

Is het faalmoment zeker?

Nee

Nee

Is het falen kritisch?

Nee

Nee

Is het gebruik te monitoren?

Ja

GAO

Gaat het om een verborgen gebrek?

Is het falen detecteerbaar?

TAO

Ja

Ja

Is de degradatie meetbaar?

Nee

Nee

Modificatie

SAO

Modificatie

GAO

Is het faalmoment variabel?

Ja

TAO

O NDER HOU DS S TR ATE GIE

Figuur 1

6.4.2

Bepalen onderhoudsstrategie

Onderhoudsregime

In de vorige paragraaf is aangegeven hoe een bepaalde faalvorm leidt tot een onderhoudsstrategie. Uit de gekozen strategie kan vervolgens een onderhoudsregime worden bepaald. Een onderhoudsregime is de wijze (tactiek) waarop onderhoud wordt uitgevoerd en geeft aan wanneer onderhoud uitgevoerd wordt. De onderhoudsregimes beperken zich tot preventief onderhoud en correctief onderhoud. In onderstaande figuur is aangegeven hoe tot een bepaald onderhoudsregime gekomen wordt.

Definitief Versie 1.0 dd. 27-1-2025

Hoe willen we dat bereiken?

Pagina 26 van 51

Beleidsplan civiele kunstwerken 2025-2029

O ND ER HOU D S STR A TEGIE

GAO

SAO

Is er een vaste gebruikstijd?

Ja

Nee

Gaat het om een klacht of melding?

Nee

Is het seizoensgebonden?

Ja

TAO

Nee

Nee

Is de toestand visueel waarneembaar? Ja

Is een detectiemeting aanwezig? Ja

Ja

Is het faalgedrag voorspelbaar?

Zijn er leveranciersvoorwaarden? Ja

Nee

Ja

Betreft het een simpele faalvorm?

Nee

Ja

Preventief onderhoud a.d.h.v. gebruikstijd

Preventief onderhoud a.d.h.v. kalendertijd

Preventief onderhoud o.b..v. aanspraken

Correctief onderhoud na klacht, melding of inspectie

Preventief onderhoud o.b.v. detectiemeting

Correctief onderhoud o.b.v. detectiemeting

Preventief onderhoud a.d.h.v. toestandsinspectie

Correctief onderhoud na toestandsinspectie

verwijderen algen en mossen

gras maaien bomen snoeien

nakomen garantie bepalingen

opruimen vervuiling verwijderen grafity

conserveren onderdeel

betonreparatie

vervangen verkeersbord

herstellen beschoeiing

O N D E R H OU D S RE G I M E

Figuur 2

Van onderhoudsstrategie naar onderhoudsregime

Afhankelijk van de faalvorm en de daaruit voorvloeiende onderhoudsstrategie en het onderhoudsregime wordt uiteindelijk gekomen tot een uit te voeren onderhoudsmaatregel. Dit kan een kleine eenvoudige maatregel zijn, maar de faalvorm kan ook leiden tot groot onderhoud of zelfs vervanging van (onderdelen van) het kunstwerk.

6.4.3

Klein onderhoud

Het klein onderhoud is bedoeld om risicoaansprakelijkheid tot een minimum te beperken en om het aanzien van het kunstwerk te verbeteren. Het klein onderhoud kan in principe door de eigen buitendienst worden uitgevoerd. Dit kan zowel preventief als correctief onderhoud zijn. Het gaat dan om bijvoorbeeld het vastzetten van dekplanken, het reinigen van oppervlakken, herstraten van klinkerverhardingen en uitvoeren van overige kleine herstelmaatregelen. Indien de eigen mensen niet de mogelijkheid hebben voor dit onderhoud, dan kan via de buitendienst dit onderhoud worden uitbesteed. Specifiek klein onderhoud dat hier genoemd kan worden betreft de houten objecten. Deze dienen regelmatig grondig te worden gereinigd in verband met aantasting door algen, mos en schimmels. Hierdoor kan de versnelde aantasting door houtrot en schimmels zoveel mogelijk worden voorkomen. Dit klein onderhoud kan door de eigen buitendienst worden uitgevoerd. Ook het uitvoeren van beperkt schilderwerk (‘bijwerken’) kan door de eigen buitendienst worden verzorgd. De basis voor dit schilderwerk is de jaarlijkse schouw.

6.4.4

Groot onderhoud

Groot onderhoud is erop gericht het kunstwerk langdurig in stand te houden en te laten functioneren. Het uit te voeren groot onderhoud (planmatig) volgt veelal uit inspecties en onderzoeken. Op basis van de uitkomsten daarvan wordt een onderhoudsplanning opgesteld. Deze planning zal regelmatig worden bijgesteld. De uit te voeren onderhoudsmaatregelen worden vertaald naar een bestek en worden uitgevoerd door een daartoe geschikte aannemer. Omdat op voorhand nog niet precies bekend is welk onderhoud in welke omvang uitgevoerd moet worden, ligt het voor de hand dat deze werkzaamheden in de vorm van een meerjarig raambestek op de markt worden gebracht. Dit bestek zal voor het eerst de onderhoudsjaren van 2026 en verder omvatten. Werkzaamheden die hieronder vallen zijn onder meer betonherstelwerkzaamheden, conserveringswerkzaamheden, voeg- en metselwerkherstel en het vervangen van onderdelen van een kunstwerk.

Definitief Versie 1.0 dd. 27-1-2025

Hoe willen we dat bereiken?

Pagina 27 van 51

Beleidsplan civiele kunstwerken 2025-2029

6.4.5

Incidenteel onderhoud

Naast klein onderhoud en gepland onderhoud kan het ook gebeuren dat incidenteel (groot) onderhoud nodig is. Dat kan bijvoorbeeld ten gevolge van een calamiteit (bijv. een aanrijding) of een plotseling optredende of verergerende schade zijn. Voor dit soort onderhoud zal op dat moment een keuze gemaakt moeten worden voor de wijze van uitvoering. Wellicht kan het als meerwerk onder het groot onderhoud raambestek uitgevoerd worden. Maar het is ook mogelijk dat een specifieke herstelopdracht verstrekt moet worden. Incidenteel onderhoud kan min of meer voorzien worden voor herstel en vervanging kunstwerken met risicoprofiel R4. Zoals in paragraaf 6.3 onder het kopje Toestandsinspectie is toegelicht worden deze kunstwerken vanwege hun aantal of risicoprofiel niet regulier geïnspecteerd en onderhouden. Gevolg daarvan is dat deze vaker vanwege een onvoorziene schade of calamiteit gerepareerd of vervangen moeten worden. De kosten die met incidenteel onderhoud gepaard gaan worden als algemene kosten in de begroting opgenomen.

6.5

Vervanging

Vervanging van kunstwerken zal in principe volgen uit de uitgevoerde of uit te voeren instandhoudingsinspecties. Waar nodig worden deze inspecties aangevuld met nader onderzoek of verificatieberekeningen. Op basis van de uitkomsten van deze onderzoeken is een vervangingsprogramma voor de komende jaren opgesteld. Uitkomsten van nog uit te voeren verificatieberekeningen zijn hierin nog niet verwerkt. De uitkomst van een verificatieberekening hoeft immers niet per definitie te leiden tot vervanging van een kunstwerk. Vervangingen van kunstwerken zal in principe 1-op-1 geschieden (eenzelfde kunstwerk wordt herplaatst). Uiteraard wordt daarbij gekeken naar eventuele gewijzigde eisen en randvoorwaarden. Het vervangen van kunstwerken ten gevolge van een lastbeperking zal per geval moeten worden beoordeeld als maatwerk. Bij de vervanging van een kunstwerk wordt als uitgangspunt gehanteerd dat deze geschikt is voor al het in Nederland regulier op de openbare weg toegestane verkeer (Belastingmodel 1 met eventueel van toepassing zijnde reductiefactoren, e.e.a. conform NEN-EN 1991-2 “Eurocode 1: Belastingen op constructies-Deel 2: Verkeersbelasting op bruggen”). Voor fiets-/voetgangersbruggen geldt een lagere maximale belasting, mede afhankelijk of toegang door motorvoertuigen fysiek onmogelijk is of wordt gemaakt.

Vervanging van kunstwerken met risicoprofiel R4 vindt plaats op basis van meldingen en inspecties, bijvoorbeeld uitgevoerd voorafgaand aan wegenonderhoud.

6.6

Monitoring en rapportage

Met het op orde brengen van het beheersysteem en het implementeren van onderhavige beleidsstuk wordt meer grip verkregen op het onderhoud van de kunstwerken. Door regelmatige inspecties wordt ook het verloop van het onderhoudsniveau van de kunstwerken beter bijgehouden. Rapportage van het kwaliteitsniveau en de daarvoor benodigde middelen zal plaats vinden binnen de regulier begrotingscyclus van de gemeente.

6.7

Personeel

Naast een ambitie ligt er ook een verplichting om het kunstwerkenbeheer op orde te brengen en houden. Daarvoor zijn niet alleen middelen nodig voor de kunstwerken zelf, maar ook voor het personeel dat deze werkzaamheden moet uitvoeren en aansturen. Momenteel zijn daarvoor binnen Noaberkracht nog onvoldoende mensen aanwezig. Dat is ook als zodanig ervaren, getuige de beperkte aandacht van de afgelopen jaren voor het beheer en onderhoud van de kunstwerken. Daarnaast is een inhaalslag te maken op de kwaliteit van de beheergegevens, de beheertaken en de implementatie van regulier klein onderhoud en inspecties. De taken van de eigen medewerkers zijn momenteel voornamelijk gericht op het beheer en klein onderhoud van de kunstwerken. Voor inspecties en uitvoeren van groot onderhoud of vervangingen worden personen met specialistische kennis ingehuurd. Toch is het belangrijk dat de eigen medewerkers op een adequaat niveau geschoold zijn om als deskundig opdrachtgever te kunnen functioneren en op professioneel niveau het kunstwerkenareaal te kunnen beheren en onderhouden en daarover met externen te kunnen communiceren. Dit is een continue proces dat aandacht blijft vragen.

Definitief Versie 1.0 dd. 27-1-2025

Hoe willen we dat bereiken?

Pagina 28 van 51

Beleidsplan civiele kunstwerken 2025-2029

Voor een goede invulling van het assetmanagement en het uitvoeren van klein onderhoud is een uitbreiding in personele capaciteit nodig. In het in 2024 vastgestelde afdelingsplan Openbare Ruimte is dit opgenomen, waarbij de dekking in de begroting van Noaberkracht is verwerkt. De doorbelasting vindt op de gebruikelijke wijze plaats naar beide gemeenten.

Beleidskeuzes Uitvoering van inspectie en advies geschiedt op basis van CROW-CUR Aanbeveling 117. Er wordt jaarlijks een schouw uitgevoerd op kunstwerken met risicoprofiel R1, R2 en R3. Vóór 2027 willen we onze beheergegevens op orde hebben. Op kunstwerken met risicoprofiel R1, R2 en R3 worden regelmatig toestandsinspecties uitgevoerd. Kunstwerken met risicoprofiel R4 worden alleen geschouwd op basis van meldingen of incidenten. Voor kunstwerken met risicoprofiel R1 en R2 wordt een object risicoscan gedurende de planperiode naar believen uitgevoerd. Een verificatieberekening wordt uitgevoerd ter onderbouwing van het maximale draagvermogen van een kunstwerk. Een meerjarenonderhoudsplanning en -middelenraming wordt tweejaarlijks opgesteld. Onze buitendienst voert het klein onderhoud uit. Groot onderhoud wordt uitbesteed aan een aannemer. Vervanging van kunstwerken geschiedt in principe 1-op-1, waarbij rekening wordt gehouden met gebruik door alle verkeer (tenzij het een fiets-voetgangersbrug betreft). Kunstwerken met risicoprofiel R4 worden niet planmatig onderhouden en vervangen. Rapportage betreffende kwaliteitsniveau en middelen vind plaats binnen de begrotingscyclus.

Definitief Versie 1.0 dd. 27-1-2025

Hoe willen we dat bereiken?

Pagina 29 van 51

Beleidsplan civiele kunstwerken 2025-2029

7

Welke middelen hebben we nodig?

7.1

Algemeen

Voor de investeringskosten voor vervanging van kunstwerken wordt een afschrijvingstermijn van 25 jaar gehanteerd. De dekking van de investeringen vindt plaats binnen de Reserve wegen en kunstwerken. De kapitaallasten van de investeringen komen ten laste van de exploitatiebegroting. De kosten van groot en klein onderhoud en overige lasten worden op jaarbasis gedekt binnen de begroting. Om de benodigde investeringen in de toekomst te kunnen blijven doen en om schommelingen in de begroting te dempen wordt gebruik gemaakt van de Reserve wegen en kunstwerken.

7.2

Kapitaal

De aanwezige kunstwerken vertegenwoordigen een flink kapitaal. Enerzijds in de vorm van economisch rendement, anderzijds in de vorm van vervangingswaarde. De geraamde vervangingswaarde bedraagt op dit moment ca. € 39 miljoen. Daarvan is ca. € 30 miljoen toe te schrijven aan bruggen, € 8 miljoen aan duikers en ca. € 1 miljoen aan overige kunstwerken. Perceelduikers zijn hier buiten beschouwing gelaten, omdat deze veelal eigendom zijn van de betreffende perceel eigenaren/gebruikers.

7.3

Huidig beschikbare middelen

In de begroting van 2025 zijn voor het beheer en onderhoud van kunstwerken onderstaande bedragen opgenomen. Tevens is de doorkijk naar 2029 (einde planperiode) opgenomen. Omschrijving Regulier (klein) onderhoud Beheer en groot onderhoud Afschrijvingslast Rentelasten TOTAAL Tabel 13

BJ 2025 12.300 200.200 93.851 32.901 339.252

BJ 2026 12.300 200.200 93.851 30.085 336.436

BJ 2027 12.300 200.200 93.851 27.270 333.621

BJ 2028 12.300 200.200 93.851 24.454 330.805

BJ 2029 12.300 200.200 86.243 21.639 320.382

Beschikbare middelen

7.4

Benodigde middelen

7.4.1

Samenvatting benodigde middelen

Voor de planperiode 2025-2029 zijn de benodigde middelen in beeld gebracht op basis van de hiervoor omschreven uitgangspunten en werkwijzen. In de Tabel 14 zijn deze bedragen samengevat weergegeven en in de volgende paragrafen is de onderbouwing van deze bedragen toegelicht. Structureel per jaar (2026 e.v.) Inspectie en advies Onderhoud Vervanging (kapitaallasten) Historische kapitaallasten (2026) TOTAAL jaarlijks Incidenteel Inspectie en advies Incidenteel (2025+2026) Tabel 14

Bedrag conform beleidsplan 55.000 180.000 142.000 124.000 501.000

Bedrag uit begroting 2026 0 - 212.500 0 - 124.000 336.500

Saldo 55.000 -32.500 142.000 0 164.500

Bedrag incidenteel 270.000 270.000

Benodigde middelen

Definitief Versie 1.0 dd. 27-1-2025

Welke middelen hebben we nodig?

Pagina 30 van 51

Beleidsplan civiele kunstwerken 2025-2029

7.4.2

Beheer

Het beheer van de kunstwerken betreft de werkzaamheden van de eigen medewerkers. Zoals eerder aangegeven dient een kwaliteitsslag gemaakt te worden in de gegevens en dient daarna het beheerbestand op peil gehouden te worden. Ook het verstrekken en begeleiden van opdrachten aan externen zal menskracht vragen. Als de benodigde bezetting op peil is gebracht verwachten wij binnen twee jaar de beheergegevens op peil te hebben. De benodigde personele inzet is gebaseerd op het beheer van alle kunstwerken binnen Noaberkracht Dinkelland Tubbergen. De verdeling van deze personeelskosten naar de afzonderlijke gemeenten gebeurt op basis van de reguliere verdeling van personeelslasten tussen beide gemeenten.

7.4.3

Inspectie en advies

Het uitvoeren van inspecties en onderzoeken en de daaruit volgende adviezen wordt uitbesteed aan daartoe gekwalificeerde bureaus. In paragraaf 6.3 is hierover aangegeven hoe dit wordt ingericht. De met deze inspecties en adviezen gepaard gaande jaarlijkse kosten voor de komende planperiode worden geraamd op € 23.000. In paragraaf 6.3.5 is aangegeven dat op basis van de uitgevoerde constructieve risicoscan voor een aantal kunstwerken een verificatieberekening moet worden uitgevoerd om te controleren in hoeverre deze kunstwerken een constructief risico lopen. Voor de verificatieberekeningen met CRS-score 1 of 2 is een eenmalig bedrag nodig van ca. € 270.000 (voor verificatieberekening van 36 kunstwerken). Hierbij is ervan uitgegaan dat deze kunstwerken op korte termijn worden herberekend. In Tabel 14 zijn deze kosten als éénmalige kosten benoemd. Voor de kunstwerken met risicoclassificatie 3 (21 kunstwerken) zullen in de loop van de planperiode verificatieberekeningen worden uitgevoerd. De kosten, groot € 32.000, zijn opgenomen in de jaarlijkse kosten voor inspectie en advies.

7.4.4

Onderhoud

7.4.4.1

Klein en incidenteel onderhoud

Voor het uitvoeren van klein en incidenteel onderhoud door de eigen buitendienst zijn middelen nodig voor de aanschaf van materialen. Te denken valt aan kosten voor de aanschaf van duikers, klinkers, verf en reinigingsmiddelen. Op basis van de uitgaven van de afgelopen jaren worden deze kosten geraamd op € 15.000 per jaar. De personeelskosten voor dit onderhoud worden gedekt onder ‘Beheer’ (zie paragraaf 7.4.2).

7.4.4.2

Groot onderhoud

Voor het uitvoeren van groot onderhoud in de jaren 2024 en 2025 is een raambestek opgesteld. De kosten voor uitvoering van dit bestek zijn gedekt door een reeds beschikbaar gesteld krediet. Om daarna te komen tot een geëgaliseerd bedrag voor onderhoud is op basis van de uitgevoerde instandhoudingsinspectie (2023) en de daaruit gegenereerde onderhoudsmaatregelen de onderhoudsbehoefte voor de komende planperiode (2026 t/m 2029) vastgesteld. Op basis daarvan is het benodigde gemiddelde jaarbedrag voor het restant van het groot onderhoud van deze planperiode geraamd op € 139.000. De dekking van deze kosten zal (geëgaliseerd) verlopen via de Reserve wegen en kunstwerken. Kijken we echter de komende 10 jaren vooruit (2026-2035) dan zien we dat de benodigde onderhoudskosten gaan oplopen naar € 202.000 per jaar (hiermee wordt in dit plan nog geen rekening gehouden). Naast het bovenstaand benoemde, uit de inspectie volgende, groot onderhoud volgt uit de onlangs uitgevoerde constructieve risicoscan dat van diverse bruggen de dekplanken vervangen moeten worden vanwege een verhoogd constructief risico. Dat willen wij in de komende planperiode uitvoeren. Dit betekent dat in de komende planperiode een aanvullend budget nodig is van € 25.000 per jaar.

7.4.5

Vervangingen

7.4.5.1

Vervangingskosten

Op basis van de in 2023 uitgevoerde instandhoudingsinspectie en de daarop volgende nadere onderzoeken komen een aantal kunstwerken naar voren waarvan het einde van de technische levensduur in zicht komt en waar in principe een een-op-een vervanging aan de orde zal zijn. Voor de jaren 2024 en 2025 zijn reeds enkele bruggen voor vervanging financieel gedekt middels een (eenmalig) investeringskrediet. Deze worden hier buiten beschouwing gelaten. De overige bruggen, die binnen de planperiode voor vervanging in aanmerking komen zijn opgenomen in onderstaande tabel.

Definitief Versie 1.0 dd. 27-1-2025

Welke middelen hebben we nodig?

Pagina 31 van 51

Beleidsplan civiele kunstwerken 2025-2029

Door het beter inzichtelijk krijgen van de onderhoudstoestand van de kunstwerken lijkt het haast onvermijdelijk dat op diverse kunstwerken een lastbeperking moet worden ingesteld. Indien dit niet wenselijk is en het kunstwerk kan niet worden verstevigd, dan kan een vervroegde vervanging van het kunstwerk aan de orde komen. Hiermee gepaard gaande kosten zijn niet in onderstaande tabel verwerkt.

Type

Jaar van vervanging

Verkeersbrug

2026

Verkeersbrug

2026

855.000

Hollander Graven

Denekamp LattropBreklenkamp Agelo

Geraamde vervangingskosten 855.000

Verkeersbrug

2029

255.000

-

Ootmarsum

Fiets-voetbrug

2025

35.000

-

Ootmarsum

Fiets-voetbrug

2029

25.000

Nr.

Wegnaam

Watergang

Plaats

D51

Lattropperstraat

Omleidingskanaal

D53

Frensdorferweg

Omleidingskanaal

D46

Agelerbroekweg

D107

van Keppelstraat van Diepenbroekstraat

D75

TOTAAL

Tabel 15

7.4.5.2

2.025.000

Geplande vervangingen

Afschrijvingslasten

Kunstwerken vallen onder de kapitaalgoederen. De vervangingskosten voor deze goederen wordt niet ineens afgeschreven, maar wordt volgens de regels van het BBV afgeschreven over meerdere jaren. De afschrijvingstermijn is vastgesteld op 25 jaar (economische levensduur). De totale vervangingskosten voor de planperiode van onderhavige beleidsplan bedragen ca. € 2,0 miljoen. De daarbij behorende jaarlijkse afschrijvingslasten bedragen € 81.000. Momenteel is de afschrijvingslast (afgerond) € 94.000. Op basis van de nu voorziene vervangingen binnen de plantermijn zal de afschrijvingslast oplopen met € 81.000 tot € 175.000 in 2029. Een doorkijk naar de eerstkomende 15 jaren (2025-2039) laat zien dat een vervangingskapitaal van ca. € 2,4 miljoen nodig is. De daarbij behorende jaarlijkse kapitaallasten bedragen € 96.000.

7.4.5.3

Rentelasten

Parallel aan de afschrijvingslasten zullen ook de bijbehorende rentelasten gaan oplopen. Voorzien wordt dat de huidige rentelasten, gerelateerd aan de huidige rentestand van 3,0%, van ca. € 30.000 met € 61.000 zullen oplopen tot € 91.000 (stand in 2026). Een doorkijk naar de eerstkomende 15 jaren (2025-2039) laat zien dat bij een vervangingskapitaal van ca. € 2,4 miljoen de daarbij behorende jaarlijkse rentelasten € 72.000 bedragen.

7.4.6

Overige kosten

Naast de bovengenoemde kosten zijn er nog enkele kleinere kostenposten, waaronder kadasterkosten en schadevergoedingen. Deze kosten worden voor de komende planperiode geraamd op ca. € 1.000 per jaar en worden opgenomen onder het budget voor Onderhoud.

Definitief Versie 1.0 dd. 27-1-2025

Welke middelen hebben we nodig?

Pagina 32 van 51

Beleidsplan civiele kunstwerken 2025-2029

8

Bijlagen

8.1

Documentenlijst

8.2

Definities

8.3

Demarcatie kunstwerken

8.4

Wettelijke kaders

8.5

Toelichting RAMSSHE€PS-methode

8.6

RAMSSHE€PS-matrix

8.7

Toelichting kwaliteitsniveaus NEN2767

8.8

Protocol Omgaan met lastbeperkingen

8.9

R-ladder

8.10

Risicoprofielen kunstwerken

Definitief Versie 1.0 dd. 27-1-2025

Bijlagen

Pagina 33 van 51

Beleidsplan civiele kunstwerken 2025-2029

8.1

Documentenlijst

Voor het opstellen van dit beleidsplan is gebruik gemaakt van of verwezen naar onderstaande documenten. • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •

Onze kapitaalgoederen duurzaam beheren, Meerjarenonderhoudsprogramma Wegen en Kunstwerken, gemeente Dinkelland Collegeakkoord gemeente Dinkelland 2022-2026, ‘Vernieuwen, verbinden en versterken’ Gemeentewet Besluit Begroting en Verantwoording Provincie en Gemeenten (BBV) Burgerlijk Wetboek Wegenwet Omgevingswet Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) NEN 2767-1+C1: Conditiemeting bebouwde omgeving – Deel 1: Methodiek CROW-CUR Aanbeveling 117:2020 Inspectie en advies civiele kunstwerken CROW-CUR Aanbeveling 124:2019 Constructieve veiligheid bestaande bruggen en viaducten van decentrale overheden NEN-EN 1992 t/m NEN-EN 1997 (beoordeling van bestaande constructies) NEN 8700 (hanteren veiligheidsniveau en gevolgklasse) NEN 8701 (verkeersbelasting voor bruggen) NEN-EN 1992 (sterkteberekeningen) NTA8085: 2021 (IFD-bouw vaste bruggen en viaducten) Rijkswaterstaat, Handreiking Kwalitatieve objectrisicoanalyse Rijkswaterstaat, Leidraad RAMS 10R-model circulariteit van het Utrecht Sustainability Institute

Definitief Versie 1.0 dd. 27-1-2025

Bijlagen

Pagina 34 van 51

Beleidsplan civiele kunstwerken 2025-2029

8.2

Definities

In dit beleidsplan worden termen gebruikt, waarvoor een nadere toelichting of omschrijving op zijn plaats kan zijn. Onderstaande termen worden ten behoeve van een eenduidige uitleg nader gedefinieerd. Achterstallig onderhoud

Beheer- en onderhoudsplicht

Conditiemeting Conditietoestand en conditiescore

Constructieve risicoscan

Decompositie

Duiker

Functioneel gebrek

Groot onderhoud

Klein onderhoud

Levensduur

Rehabilitatie Renovatie

Tekortkoming

Definitief Versie 1.0 dd. 27-1-2025

Onderhoud dat niet op tijd is uitgevoerd, waardoor een onderhoudsrichtlijn is overschreden en niet (meer) wordt voldaan aan het door de raad vastgestelde kwaliteitsniveau. Achterstallig onderhoud kan leiden tot schade en/of onveilige situaties, hetgeen vaak leidt tot hogere herstelkosten. In dat geval is er een zodanig slechte onderhoudstoestand dat de waarde, het gebruik en/of de levensduur van het investeringsgoed wordt aangetast. Beheerplicht is een publiekrechtelijke en toezichthoudende taak, die alleen bij de overheid (rijk, provincie, waterschap of gemeente) kan liggen. De onderhoudsplicht is de verplichting het onderhoud uit te voeren en te bekostigen. Beheerder en onderhoudsplichtige zijn veelal dezelfde instantie, maar hoeven dat niet noodzakelijkerwijs te zijn. Een objectieve methodiek voor de bepaling van de conditie van een kunstwerk op basis van een gebrekenopname. Op basis van NEN2767 wordt de technische staat van (een onderdeel van) een kunstwerk gewaardeerd (conditietoestand). Deze toestand wordt uitgedrukt op basis van een zes puntenschaal (conditiescore). Bij het bepalen van de conditiescore spelen drie factoren een rol: ernst, intensiteit en omvang. Beschouwing van een kunstwerk waarbij inzicht wordt verkregen in een mogelijk normatief of schade gerelateerd draagkrachtrisico van de overspanning(en). Uitkomst is een classificatie van 1 t/m 5.

Het opdelen van een beheerobject naar onderdelen (beheerobject-elementbouwdeel). Hiermee wordt een hiërarchische opdeling verkregen, wordt structuur gebracht in het beheer management systeem, ontstaat een uniforme definitiebibliotheek en duidelijk gedefinieerde grootheden. Bijvoorbeeld: een brug (object) kent onder meer een hoofddraagconstructie (element) dat bestaat uit dwarsdrager, langsliggers en rijvloer (bouwdelen). Een duiker is een buisverbinding tussen twee delen van een watergang. We maken daarbij onderscheid in: • Wegduikers: dit zijn duikers die een weg kruisen en dwars onder de weg door liggen; • Perceelduikers: dit zijn duikers die de toegang tot een perceel (bijvoorbeeld weiland) mogelijk maken en evenwijdig aan de weg liggen. Een omstandigheid van een bouwdeel waarbij de (technische) toestand op een lager niveau ligt dan de (technische) toestand die bij oplevering van het bouwdeel werd beoogd (bijv. scheurvorming of houtrot). Uitvoering van correctieve maatregelen, als gevolg van slijtage na een langere periode van gebruik, om een object in goede staat (op een vooraf bepaald kwaliteitsniveau) te houden of te brengen. Groot onderhoud dient zich in de regel aan, is daarom vaak gepland, is veelal ingrijpend van aard en betreft een groot of belangrijk deel van het object.

Preventieve maatregelen en dagelijkse reparaties, die noodzakelijk zijn om het object in goede, werkende en veilige staat te houden tegen een van te voren vastgesteld kwaliteitsniveau. De levensduur van een object wordt onderscheiden in economische en technische levensduur. De technische levensduur is de maximale periode waarover dat object een functionele bijdrage kan leveren. De economische levensduur is de maximale periode waarover het economisch verantwoord is van het object gebruik te maken. Bij rehabilitatie wordt het object vrijwel geheel vervangen door hetzelfde type materiaal en vindt ging functiewijziging plaats. Renovatie is het herstellen en wanneer nodig gedeeltelijk vernieuwen van een object, waardoor het beter bruikbaar wordt naar de huidige maatstaven en normen. Hierbij kunnen andere materialen worden gebruikt en een functiewijziging plaats vinden. Een omstandigheid van een bouwdeel waardoor dit niet als heel of schoon wordt aangemerkt of niet naar behoren functioneert (bijv. graffiti of aangroei).

Bijlagen

Pagina 35 van 51

Beleidsplan civiele kunstwerken 2025-2029

Toestandsinspectie Schouw Verificatieberekening (Vervangings)investering

Definitief Versie 1.0 dd. 27-1-2025

Een visuele inspectie met als doel inzicht te verkrijgen in de huidige staat van de constructie om het functioneren van het kunstwerk te kunnen beoordelen. Een visuele inspectie met als doel inzicht te verkrijgen in de huidige gebruiksveiligheid van de constructie(s). Een constructieve berekening o.b.v. vigerende wet- en regelgeving om aan te tonen of een kunstwerk nog aan de constructieve veiligheid voldoet. Investering t.b.v. de vervanging van een bestaand object als gevolg van technische en/of economische veroudering. Hierbij kan tevens een significante kwaliteitsverbetering worden doorgevoerd.

Bijlagen

Pagina 36 van 51

Beleidsplan civiele kunstwerken 2025-2029

8.3

Demarcatie kunstwerken

In dit beleidsplan is voor de demarcatie van de kunstwerken aansluiting gezocht bij het in gebruik zijnde beheersysteem. Daarin wordt onderscheid gemaakt in de volgende hoofdtypen en subcategorieën voor kunstwerken (voor zover bij de gemeente in beheer en onderhoud).

Hoofdtype Aanleginrichting Brug (beweegbaar) Brug (vast)

Duiker

Grondkering

Stuw Tunnel

Overig 6)

Tabel 16

1) 2) 3) 4) 5) 6)

Subcategorie Steiger Vlonder 1) Ophaalbrug Duikerbrug Verkeersbrug Viaduct Voet-fietsbrug Buisduiker Kokerduiker Plaatstalen duiker Beschoeiing 2) Damwand 3) Keermuur 4) Schanskorf 5) Regelbare stuw Vaste stuw Verkeerstunnel Fiets-voettunnel Veetunnel Trap Muur

Demarcatie kunstwerken

Vlonders betreffen slechts vlonders bij of boven waterpartijen. Denk hierbij aan een vlonder t.b.v. vissers of een rustplek langs het water. Vlonders ter vervanging van reguliere bestrating vallen onder het wegenonderhoud Beschoeiingen betreffen alleen de beschoeiingen t.b.v. of behorende tot het kunstwerk. Hieronder vallen dus geen beschoeiingen langs bijvoorbeeld vijvers of sloten. Damwanden betreffen constructieve damwanden met een minimaal kerende hoogte van 1,0 meter, die geen onderdeel uitmaken van een kunstwerk (zoals bijvoorbeeld damwanden tegen onderloopsheid bij een duiker of stuw). Keermuren betreffen constructieve keermuren van minimaal 1,0 meter kerende hoogte. Kleinere keermuren vallen onder het wegenonderhoud. Schanskorven betreffen constructieve schanskorven van minimaal 1,0 meter kerende hoogte. Kleinere schanskorven vallen onder het wegenonderhoud. Overige kunstwerken, die hier niet met name zijn benoemd, vallen niet onder het kunstwerkenbeheer als behandeld in dit beleidsplan. Denk bijvoorbeeld aan kunstwerken in de zin van artistieke kunst (zoals standbeelden of sculpturen).

Definitief Versie 1.0 dd. 27-1-2025

Bijlagen

Pagina 37 van 51

Beleidsplan civiele kunstwerken 2025-2029

8.4

Wettelijke kaders

8.4.1

Gemeentewet en BBV

De Gemeentewet verplicht de Raad om erop toe te zien dat de begroting structureel en reëel in evenwicht is (art. 189.2). Voor de inrichting van de begroting wordt daarbij verwezen naar overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te geven regels (art. 186.1). Deze regels zijn vastgelegd in het Besluit Begroting en Verantwoording Provincie en Gemeenten (BBV). Ten aanzien van kapitaalgoederen is in het BBV (art. 12.1) aangegeven dat ten minste onderscheid gemaakt moet worden naar wegen, riolering, water, groen en gebouwen. Kunstwerken worden niet met name genoemd in het BBV. Vanwege het belang en de aard van de kunstwerken scharen wij deze echter onder de noemer Wegen en behandelen wij deze binnen de begroting op vergelijkbare wijze als Wegen. In het BBV (art. 12.2) staat verder vermeld dat van de kapitaalgoederen dient te worden aangegeven: a. het beleidskader; b. de uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties; c. de vertaling van de financiële consequenties in de begroting.

8.4.2

Burgerlijk wetboek

In het Burgerlijk Wetboek is de aansprakelijk voor schade als gevolg van een onrechtmatige daad geregeld. De beheerder kan aansprakelijk worden gesteld voor schade als gevolg van gebreken aan een civiel kunstwerk. Zo kan iemand letsel oplopen als gevolg van een val door een losliggende dekplank. Volgens het Burgerlijk Wetboek moet de beheerder van het kunstwerk aantonen dat hij zorgvuldig inspecties en onderhoud heeft uitgevoerd. Dit is de enige manier om het risico voor aansprakelijkheid terug te dringen. Hiertoe zijn een preventief inspectie en onderhoudsbeleid, een goede registratie en afhandeling van klachten en een goed onderhoudssysteem onmisbaar. Indien de beheerder kan aantonen dat hij over een volledig, actueel en werkend beheersysteem beschikt, is de kans op aansprakelijkheidsstelling veel kleiner. In het Burgerlijk Wetboek is de aansprakelijkheidsstelling op basis van twee artikelen geregeld: • •

art. 6:162 Schuldaansprakelijkheid. art. 6:174 Risicoaansprakelijkheid;

Volgens de Wet is aansprakelijkheid niet over te dragen. De gemeente is ook aansprakelijk voor schade door aannemers, die namens de gemeente werk uitvoeren. Binnen de Wet is er wel de mogelijkheid de schade te verhalen op de daadwerkelijke veroorzaker. Er is sprake van schuldaansprakelijkheid indien schade ontstaat als gevolg van een onrechtmatige daad, hieronder valt ook het te lang laten voortbestaan van gevaarlijke situaties. Ook vervolgschade kan leiden tot schuldaansprakelijkheid. Er is sprake van risicoaansprakelijkheid indien er een gebrek optreedt (in de zin van de Wegenwet) en een weggebruiker als gevolg hiervan schade heeft geleden. Dit geldt ook voor kunstwerken als onderdeel van wegen. Bij risicoaansprakelijkheid gaat het meestal over schade die wordt geleden als gevolg van slecht onderhoud.

Burgerlijk Wetboek Boek 6:162: Schuldaansprakelijkheid 1. Hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, is verplicht de schade die de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden. 2. Als onrechtmatige daad worden aangemerkt een inbreuk op een recht en een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, een en ander behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond. 3. Een onrechtmatige daad kan aan de dader worden toegerekend, indien zij te wijten is aan zijn schuld of aan een oorzaak welke krachtens de wet of de in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt. Burgerlijk Wetboek Boek 6:174: Risicoaansprakelijkheid 1. De bezitter van een opstal die niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen, en daardoor gevaar voor personen of zaken oplevert, is, wanneer dit gevaar zich verwezenlijkt, aansprakelijk, tenzij aansprakelijkheid op grond van de vorige afdeling zou hebben ontbroken indien hij dit gevaar op het tijdstip van het ontstaan ervan zou hebben gekend.

Definitief Versie 1.0 dd. 27-1-2025

Bijlagen

Pagina 38 van 51

Beleidsplan civiele kunstwerken 2025-2029

2.

3.

4. 5. 6.

8.4.3

Bij erfpacht rust de aansprakelijkheid op de bezitter van het erfpachtrecht. Bij openbare wegen en waterstaatswerken rust zij op het overheidslichaam dat moet zorgen dat de weg of het waterstaatswerk in goede staat verkeert, bij kabels en leidingen op de kabel- en leidingbeheerder, behalve voor zover de kabel of leiding zich bevindt in een gebouw of werk en strekt tot toevoer of afvoer ten behoeve van dat gebouw of werk. Bij ondergrondse werken rust de aansprakelijkheid op degene die op het moment van het bekend worden van de schade het werk in de uitoefening van zijn bedrijf gebruikt. Indien na het bekend worden van de schade een ander gebruiker wordt, blijft de aansprakelijkheid rusten op degene die ten tijde van dit bekend worden gebruiker was. Indien de schade is bekend geworden na beëindiging van het gebruik van het ondergrondse werk, rust de aansprakelijkheid op degene die de laatste gebruiker was. Onder opstal in dit artikel worden verstaan gebouwen en werken, die duurzaam met de grond zijn verenigd, hetzij rechtstreeks, hetzij door vereniging met andere gebouwen of werken. Degene die in de openbare registers als eigenaar van de opstal of van de grond staat ingeschreven, wordt vermoed de bezitter van de opstal te zijn. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder openbare weg mede begrepen het weglichaam, alsmede de weguitrusting.

Wegenwet

Veel civiele kunstwerken maken onderdeel uit van de weg. Daarom geldt de Wegenwet ook voor civiele kunstwerken. In artikel 1 lid 2 worden bruggen expliciet genoemd als onderdeel van een weg. Op grond van de Wegenwet is de beheerder verplicht om alle wegen, inclusief de daarin gelegen civiele kunstwerken, die hij in beheer heeft in een goede onderhoudsstaat te hebben. Hierbij wordt niet nader aangegeven wat onder de term “in goede staat” verstaan wordt. Er is dan sprake van een onderhoudsverplichting zonder een concreet vastgelegd kwaliteitsniveau. De gemeente heeft dus op deze manier enige vorm van vrijheid voor invulling van het kwaliteitsniveau waarop wordt onderhouden. In de Wegenwet wordt een onderscheid gemaakt tussen het beheer van wegen en de onderhoudsplicht daarvan. Beheer (zorgplicht) is een publiekrechtelijke en toezichthoudende taak, die alleen bij de overheid (rijk, provincie, waterschap of gemeente) kan liggen. De onderhoudsplicht is de verplichting het onderhoud uit te voeren en te financieren. Beheerder en onderhoudsplichtige zijn veelal dezelfde instantie, maar hoeven dat niet noodzakelijkerwijs te zijn. Zo kan de gemeente beheerder zijn, terwijl een particulier onderhoudsplichtig is. Binnen de Wet wordt goed rentmeesterschap van de gemeente geëist.

Dit houdt in dat hij verplicht is er zorg voor te dragen dat het geïnvesteerde kapitaal in stand blijft door het tijdig plegen van onderhoud.

8.4.4

Wegenverkeerswet

De Wegenverkeerswet heeft tot doel: • • • •

het verzekeren van de veiligheid op de weg; het beschermen van weggebruikers en passagiers; het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan; het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer.

Vanuit de Wegenverkeerswet en onderliggende regelgeving en normen wordt bepaald hoe de inrichting van een weg eruit moet zien. Denk hierbij onder meer aan wegbreedtes, verharding, belijning, bebording en signalering. Ook het ontwerp van kunstwerken dient, als onderdeel van de weg, te voldoen aan het gestelde in de Wegenverkeerswet.

8.4.5

Omgevingswet en Besluit bouwwerken leefomgeving

Op grond van de Omgevingswet (voorheen Woningwet) moet een eigenaar van een bouwwerk (een kunstwerk wordt als bouwwerk gezien) zorgdragen dat er geen gevaar voor de gezondheid en veiligheid ontstaat. Het bouwwerk moet voldoen aan de eisen van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl; voorheen Bouwbesluit 2012). Voor het verbouwen van beweegbare bruggen moet ook het Warenwetbesluit machines in acht worden genomen. Het Bbl bevat voorschriften die de minimaal noodzakelijke kwaliteit van bouwwerken moeten waarborgen. Behorende bij het Bbl, is de Omgevingsregeling. Deze zorgt voor volledige afstemming tussen het

Definitief Versie 1.0 dd. 27-1-2025

Bijlagen

Pagina 39 van 51

Beleidsplan civiele kunstwerken 2025-2029

Bbl en de onderliggende normen en kwaliteitsverklaringen. In 2012 is ook de zogeheten NEN8700-norm geïntroduceerd, waarin de beoordeling van constructieve veiligheid van bestaande bouwwerken is beschreven. In de NEN8700-norm worden veiligheidsfactoren afgestemd op de beoogde restlevensduur van een constructie. Voor de beoordeling van de constructieve veiligheid van kunstwerken wordt onderscheid gemaakt in drie veiligheidsniveaus: nieuwbouw, verbouw en afkeur. Verder wordt bij de beoordeling van constructies onderscheid gemaakt in een viertal gevolgklassen: CC1a, CC1b, CC2 en CC3, waarbij de klasse het onderscheid aangeeft in ernst van het aantal slachtoffers en de economische schade bij het falen van een kunstwerk. Voor de kunstwerken in onze gemeente kunnen we uitgaan van gevolgklassen CC2 (omdat het aantal vrachtwagens veelal meer dan 2.000 per jaar (≈5 per dag) zal zijn) en CC1a (zoals voet- en fietsbruggen). Bij nieuwbouw wordt voor de beoordeling van de veiligheid in gevolgklasse CC3 een ontwerplevensduur van minimaal 100 jaar aangehouden (NEN-EN 1990). Bij afkeur is de te beschouwen restlevensduur maar één jaar. Bij verbouw is de ontwerplevensduur niet langer dan 100 jaar minus de reeds verstreken levensduur met een minimum van 15 jaar. Bestaande constructies, die nog enkele jaren mee moeten, worden op deze manier minder streng beoordeeld dan nieuwe constructies.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/931/documents/23204