CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting 2023 Dinkelland.pdf

Commissie Sociaal Domein & Bestuur 1 november 2022, gemeente DinkellandBij agendapunt: 3: Voorstel inzake vaststellen begroting 2023 gemeente Dinkelland33.797 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

3 alinea's met “opening”: 791 1282 1285

72

Daarnaast hebben de vervoerders door de coronapandemie financieel zware jaren gehad. Deze ontwikkelingen zullen waarschijnlijk leiden tot een hogere tariefstelling. De komende periode wordt geprobeerd hiervan een inschatting te maken. Op dit moment worden de voorbereidingen getroffen voor de inkoop van huishoudelijke ondersteuning (per 2024) en begeleiding en dagbesteding (per 2025). Dit vraagt lokale en regionale inzet. Publieke Gezondheid Verhoogde werkdruk bij de GGD vanuit het migratievraagstuk De afdeling Jeugdgezondheidszorg (JGZ) van de GGD Twente (Gemeentelijke Gezondheidsdienst) ondervindt een stijgende werkdruk op het gebied van uitvoeren van de wettelijke taken vanuit de Publieke Gezondheid aan de kinderen en jongeren onder de vluchtelingen. De GGD voert de gemeentelijke taak uit tot het volgen van groei en ontwikkeling van de kinderen en jongeren onder de vluchtelingen, en voert ook het Rijksvaccinatieprogramma uit en biedt vaccinaties aan waar de kinderen deze nog niet gehad hebben. Daarnaast moet bij alle asielzoekers en statushouders een screening uitgevoerd worden wanneer de asielzoekers en statushouders uit landen komen waar tuberculose (tbc) voorkomt. Mocht iemand besmet zijn met tbc, dan voert de GGD bron- en contact onderzoek uit.

Door het migratievraagstuk wordt hierdoor steeds meer beroep gedaan op de uitvoering vanuit de GGD door verpleegkundigen en artsen terwijl hier al een lopend arbeidstekort van is. Tekort aan forensisch artsen bij de GGD Sinds 2022 wordt er met vijf GGD’en, waaronder GGD Twente, binnen de politieregio Oost samengewerkt om de forensische dienstverlening uit te kunnen blijven voeren. De oorzaak hiervan ligt bij het tekort aan de forensisch artsen bij de GGD’en. Hierdoor ontstaat risico’s zoals het tijdig uitvoeren van lijkschouw, het uitvoeren van euthanasie op het gewenste tijdstip en het uitvoeren van forensische onderzoeken bijvoorbeeld bij zedenzaken. Toevoegen HPV vaccinatie in het Rijksvaccinatieprogramma Sinds 1 januari 2022 is de HPV vaccinatie bij jongens en mannen opgenomen in het vaccinatieprogramma. De leeftijdsgroepen worden verdeeld over 2022 en 2023 en alle jongeren vanaf het jaar dat ze tien worden tot en met jongeren van 26 jaar worden uitgenodigd voor een kosteloze HPV vaccinatie. De uitvoering hiervan ligt bij de GGD Twente. Gezondheidsmonitor: Kinderen, Jongeren, Jongvolwassenen, Volwassenen en Ouderen Het ministerie van VWS heeft financiële middelen en een opdracht aan de GGD’en in Nederland meegegeven om monitoren uit te voeren onder alle leeftijdsgroepen van de bevolking.

Hierdoor is de frequentie van de monitoren van eens per vier jaar naar eens per twee jaar verhoogd. In mei 2022 werden de resultaten van de kinderen en jongeren gezondheidsmonitor gepubliceerd die afgenomen is in het najaar van 2021. Hierin is onder andere meer uitvraag gedaan naar de effecten van de coronamaatregelen op de mentale gezondheid van onze kinderen en jongeren. In juni 2022 is de werving voor de gezondheidsmonitor Jongvolwassenen gestart en in september 2022 de werving voor de gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen. De resultaten zullen meegenomen worden in beleid en uitvoering. Verhoogde inzet op antidiscriminatie Om meer mogelijkheden te creëren in de aanpak van discriminatie is aan de raad en het college voorgelegd om een structurele en verhoogde financiële bijdrage richting de antidiscriminatievoorziening Vizier vast te leggen. Dit biedt mogelijkheden om in te zetten op preventie door onder andere het creëren van meer naamsbekendheid van het meldpunt discriminatieoost.nl en het geven van voorlichting. Integraal Zorg Akkoord (2023-2026) Het Integraal Zorg Akkoord (IZA) is vanuit het ministerie van VWS opgesteld om op landelijk niveau afspraken vast te leggen met betrekking tot de Nederlandse gezondheidszorg voor de komende 4 jaar. Bij het vastleggen van deze afspraken zijn alle partijen betrokken die actief zijn in de Nederlandse gezondheidszorg.

Welke impact deze afspraken zullen hebben op de gezondheidszorg binnen Twente en onze gemeente is op dit moment nog niet duidelijk.

73

Beleidsindicatoren De effecten van ons lokale beleid worden toegelicht aan de hand van een vaste set beleidsindicatoren.

74

Bron: https://noaberkracht.incijfers.nl/dashboard/sociaal-domein - Deze cijfers worden periodiek geactualiseerd. Voor de meest actuele cijfers raadpleeg de website. Een vergelijking met landelijke cijfers is ook te vinden op deze website.

Begroting 2023: overzicht baten en lasten Programma Sociaal domein * € 1000 Samenkracht en burgerparticipatie o.a. stiumleringsfonds sociaal domein, kinderopvang, statushouders, herorientatie vrij toegankelijke voorzieningen Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Inkomensregelingen bijstandsuitkeringen, minimabeleid, bijstandsverlening zelfstandigen en kwijtschelding gemeentelijke belastingen WSW en beschut werk Arbeidsparticipatie participatie en re-integratie Maatwerkvoorzieningen (WMO) hulpmiddelen en gehandicaptenparkeerkaarten Hulp bij het huishouden (WMO) Begeleiding (WMO) Dagbesteding (WMO) Jeugdhulp begeleiding Jeugdhulp behandeling

Lasten

Baten

Saldo

1.818

33

-1.785

305 4.706

3.515

-305 -1.192

2.110 464

-2.110 -464

1.206

14

-1.192

2.176 2.984 899 1.831 1.281

100

-2.076 -2.984 -899 -1.831 -1.281

75

Jeugdhulp dagbesteding Jeugdhulp zonder verblijf overig Pleegzorg Gezinsgericht Jeugdhulp met verblijf overig Jeugdhulp behandeling GGZ zonder verblijf Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ-verblijf Maatschappelijke- en vrouwenopvang (WMO) Jeugdbescherming Jeugdreclassering Volksgezondheid GGD Twente en ondersteuning lokale gezondheidsorganisaties Begroot totaal saldo van baten en lasten (voor reserve mutaties) Mutaties reserves Mutaties reserves Begroot totaal resultaat (na reserve mutaties)

344 170 336 504 811 894

-344 -170 -336 -504 -811 -894

88 117

-88 -117

435 15 1.145

-435 -15 -1.145

24.638

3.662

-20.977

24.638

25 25 3.687

25 25 -20.952

Nieuw beleid uit het collegeakkoord Areaalaanpassing en ontwikkelingen Sociaal Domein (€ 225.000 structureel) Om de continuïteit van het Sociaal Domein en daarmee de bereikbaarheid en betaalbaarheid te garanderen is een extra investering in de beschikbare capaciteit (zowel in kwantiteit als in kwaliteit) benodigd. In het overdrachtsdocument is een eerste richtinggevende berekening opgenomen die voor de gemeente Dinkelland uitkomt op een structureel bedrag van € 225.000. Deze extra investering is opgenomen in het collegeakkoord 2022-2026 en de benodigde middelen zijn daarna via de perspectiefnota 2022-2026 vanaf het jaar 2022 structureel beschikbaar gesteld. Nadrukkelijk melden we dat het hier een om een eerste richtinggevende berekening gaat. De daadwerkelijke benodigde capaciteit (kwantiteit en kwaliteit) verwachten we in beeld te krijgen via het capaciteitsonderzoek dat we op dit moment voor de hele organisatie laten uitvoeren door een externe partij. POH GGZ (€ 115.000 structureel) De Praktijkondersteuner Jeugd geestelijke gezondheidszorg (hierna: POH Jeugd) ondersteunt de huisarts in de praktijk op het gebied van psychosociale casuïstiek van jeugdigen en hun gezinnen. Het doel van de pilot was te zorgen voor een laagdrempelige en toegankelijkere ondersteuning waardoor jeugdigen en ouders sneller op de juiste plek komen voor ondersteuning.

Tevens was het doel om meer inzicht en grip op verwijsstromen vanuit de huisartsen te krijgen, geïndiceerde zorg terug te dringen en de ketensamenwerking tussen gemeente, huisartsen en de GGD te versterken. Uit de pilot blijkt dat deze doelen ruimschoots zijn gehaald. We zien zowel financiële positieve effecten (minder kosten voor geïndiceerde zorg en beter inzicht in de verwijsstromen) als positieve maatschappelijk effecten (hoge tevredenheid onder de huisartsen, ouders en jeugdigen, laagdrempelige en effectieve ondersteuning) effecten. We hebben hiermee efficiënte, goede en laagdrempelige hulp binnen de huisartsenpraktijk aan jeugdigen (0-23 jaar) en hun directe omgeving gerealiseerd waardoor doorverwijzingen naar de specialistische GGZ zijn afgenomen. Daarom wordt de POH Jeugd structureel ingebed. Coördinator externe verwijzer (€ 52.000 structureel) De coördinator externe verwijzer (CEV) is een medewerker van de gemeente die als aanspreekpunt fungeert voor de externe verwijzers binnen de gemeente. Het doel is het bewerkstelligen van passende, kwalitatief goede jeugdhulp. Dit probeert de CEV te bewerkstellingen door te ondersteunen, adviseren en te sturen op externe verwijzingen van bijvoorbeeld de huis- en jeugdartsen en gecertificeerde instellingen.

Uit de evaluatie blijkt dat de CEV een essentiële bijdrage aan de relatie tussen de gemeente en externe verwijzers zoals huisartsen en gecertificeerde instellingen.

76

De doelstelling is om meer grip te krijgen op de meldingen, wijze van indiceren en te komen tot passende ondersteuning en zorg. Uit de herhaalde monitoring en effectmeting blijkt dat de inzet van de CEV zich zowel inhoudelijk als financieel loont. We zien dat er meer contact is tussen de externe verwijzers en de gemeente, de samenwerking verbetert en er komt meer grip op de in te zetten jeugdhulp. Om die reden wordt de CEV structureel ingebed. Kernondersteuner Dorpsondersteuners zijn de ogen en oren van een kern. Ze zijn het vertrouwde gezicht en aanspreekpunt voor inwoners met hulpvragen op allerlei terreinen binnen het sociaal domein. Anderzijds zijn ze ook het aanspreekpunt voor (zorg-)organisaties die aansluiting zoeken bij de gemeenschap. Ze zijn de spin in het web: coördinerend, signalerend, adviserend en ondersteunend. Het doel van de pilot én werkwijze van dorpsondersteuner sociaal domein was, vanuit de gemeente bezien, dat signalen en hulp- en ondersteuningsvragen van (groepen) inwoners eerder op de juiste plaats terecht komen, waardoor inwoners sneller geholpen worden en duurdere zorg voorkomen kan worden. Vanuit de kern bezien was de missie/ambitie om te bewerkstelligen dat mensen zo lang mogelijk gelukkig en gezond kunnen leven in Saasveld. Uit de pilot blijkt dat de dorpsondersteuner positieve resultaten behaald.

Deze manier van werken is erg succesvol gebleken, omdat bewoners zijn ondersteund tot het nemen van verantwoordelijkheid voor zichzelf en voor de samenleving binnen het dorp. Bovendien weten inwoners die er zelf niet uitkomen, nu gemakkelijker de weg te vinden naar hulp. Ook is in meerdere gevallen inzet van geïndiceerde zorg voorkomen. Daarom wordt de dorpsondersteuner Saasveld structureel ingezet en wordt gestart met een verkenning hoe de dorpsondersteuner (hierna kernondersteuner) ook voor andere kernen structureel ingezet kan worden.

Meerjarig financieel beeld: terugkijken Bedragen x €1.000 Programma Sociaal domein

Rekening 2021 -19.215

Begroting 2022 -19.033

Begroting 2023 -20.952

Meerjarig financieel beeld: vooruitkijken Bedragen x €1.000 Programma Sociaal domein

Begroting 2023 -20.952

Begroting 2024 -20.929

Begroting 2025 -20.895

Begroting 2026 -20.782

Programma Milieu Portefeuillehouders Cel Severijn

Algemeen Het uitgangspunt van de gemeente Dinkelland is dat we in 2030 leven in een afvalloze en duurzame samenleving. Afval bestaat dan niet meer, we zamelen alleen nog maar waardevolle grondstoffen in. Een meewerkende houding van onze inwoners en bedrijven is hierbij van groot belang. Afval wordt in de gemeente Dinkelland opgehaald door ROVA. Kringloopbedrijf De Beurs komt herbruikbare goederen gratis bij onze inwoners ophalen en nemen het overige grof huishoudelijk afval tegen een kostendekkend tarief mee.

77

Kengetallen Binnen het programma Milieu maken we gebruik van de volgende kengetallen:  Aantal sloopmeldingen: 135  Aantal m2 asbest: 38.090  Restafval per inwoner: 65 kg  GFT per inwoner: 205 kg  PMD per inwoner: 32 kg  Scheidingspercentage: 80%

Actuele ontwikkelingen Zwerfafvalvergoeding In het kader van de Raamovereenkomst Verpakkingen 2013 – 2022 afgesloten met Nedvang, waarin het verpakkende bedrijfsleven is vertegenwoordigd, zijn onder andere afspraken gemaakt om extra maatregelen te nemen voor een schonere openbare ruimte. Voor de uitvoering van dat programma is een jaarlijkse vergoeding beschikbaar gesteld van € 30.000 voor Dinkelland. Aangezien wij binnen Dinkelland goede ervaringen hebben met de vrijwilligers zou het faciliteren en stimuleren van zowel de vrijwilligers en de scholen ook na 1 januari 2023 gecontinueerd moeten worden. Daarvoor willen we vanaf 1 januari 2023 meer acties gaan opzetten in gemeentelijke kernen en met de verschillende scholen (basis en voortgezet). Daarvoor gaan we ook de samenwerking zoeken met de kernraden via de buur(t)mannen en -vrouwen. Om dat mogelijk te maken dient in de begroting 2023 en verder een extra budget opgenomen te worden voor de aanpak zwerfvuil. In Dinkelland gaat dat om een bedrag van € 30.000. Terugwinnaars Ter verbetering van de kwaliteit van het ingezamelde Plastic, Metalen en Drankkartons, hierna te noemen PMD, is in 2021 begonnen met het project #Terugwinnaars. Gelet op de behaalde resultaten wordt dit project op basis de notitie Voortzetting #Terugwinnaars “actieplan vermindering afkeur PMD en het bijbehorende plan van aanpak gecontinueerd.

Hiervoor worden ook de buitengewone opsporingsambtenaren in het kader van handhaving ingezet. De structurele kosten voor de meerjarenbegroting 2023 en verder bedragen € 50.000. Extra bijdrage inzameling oud papier in verband met vervuiling In het kader van het aflopende contract met Remondis op 31 december 2019 rond de papierinzameling is door Twence als aanbestedende partij en contractbeheerder namens de Twentse gemeenten een nieuwe aanbesteding in de markt gezet voor de papierinzameling vanaf 1 januari 2020. Het nieuwe contract is destijds opnieuw gegund aan Remondis als enige inschrijver. Op basis van de aanbestedingstukken voor dit contract is afgesproken dat er een vervuilingspercentage van 5% aanwezig mag zijn in het ingezamelde OPK. Gemiddeld zitten we op 6% vervuiling. Daarom is al met Remondis afgesproken dat op de overslaglocatie in Almelo de eerste vervuiling er uit wordt gehaald. Daardoor komen we onder de contractueel vastgelegde 5% vervuiling. Remondis voert het OPK af naar Peute in Rotterdam. Peute accepteert echter geen vervuiling van meer dan 3% op basis van een landelijk papierconvenant. Daarvoor brengen ze de kosten in rekening bij de Twentse gemeenten.

Na intensief overleg tussen de advocaten van Twence en Remondis/Peute hebben we bereikt dat in plaats van 23,50 euro per ton aan afkeurkosten, de gemeenten met terugwerkende kracht 9,85 euro per ton betalen voor het extra voorsorteren, en verwerken van al de ingezamelde hoeveelheden OPK. Voor 2023 en verder dient voor Dinkelland jaarlijks € 17.500 extra begroot te worden.

78

Textielinzameling De inzameling van textiel is op basis van een contract gegund aan Kringloopbedrijf De Beurs. Het lopende contract is geëindigd op 1 mei 2022. De Beurs is met een nieuw voorstel gekomen om een nieuw contract aan te gaan. Het vorige contract bleek niet kostendekkend te zijn. Daarom is ons gevraagd om bij voorkeur een bijdrage te leveren voor de inzameling van het textiel dan wel het leasen, beheer en onderhoud van de bovengrondse verzamelcontainers. Besloten is om alleen de kosten voor het leasen, beheer en onderhoud te vergoeden tot een bedrag van € 7.185 per jaar.

Beleidsindicatoren De effecten van ons lokale beleid worden toegelicht aan de hand van een vaste set (verplichte) beleidsindicatoren.

Bron: https://noaberkracht.incijfers.nl/dashboard/volksgezondheid-en-milieu - Deze cijfers worden periodiek geactualiseerd. Voor de meest actuele cijfers raadpleeg de website. Een vergelijking met landelijke cijfers is ook te vinden op deze website.

Begroting 2023: overzicht baten en lasten Programma Milieu * € 1000 Afval inzameling en verwerking huishoudelijk afval, afvalstoffenheffing Milieubeheer milieuprogramma en -meldingen, milieuvoorlichting, bodembescherming en - sanering, ongediertebestrijding en kadaververwijdering Begraafplaatsen en crematoria openbare begraafplaats, lijkschouwing en uitvaarten, oorlogsgraven Begroot totaal saldo van baten en lasten (voor reserve mutaties) Begroot totaal resultaat (na reserve mutaties)

Lasten

Baten 1.953

Saldo 2.230

277

79

-79

28

-28

2.061

2.230

170

2.061

2.230

170

79

Nieuw beleid uit het collegeakkoord Het collegeakkoord 2022-2026 heeft niet geleid tot nieuw beleid / intensivering van bestaand beleid binnen dit basisprogramma.

Meerjarig financieel beeld: terugkijken Bedragen x €1.000 Programma Milieu

Rekening 2021 182

Begroting 2022 160

Begroting 2023 170

Meerjarig financieel beeld: vooruit kijken Bedragen x €1.000 Programma Milieu

Begroting 2023 170

Begroting 2024 170

Begroting 2025 170

Begroting 2026 169

Programma Volkshuisvesting & ruimtelijke ordening Portefeuillehouders Cel Severijn, Benno Brand

Algemeen Als gemeente is van het van groot belang dat de fysieke leefomgeving zodanig is ingericht dat een goed woon en leefklimaat is gegarandeerd. Het woningaanbod moet zowel een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte van de samenleving. Er moet echter ook ruimte zijn voor bedrijvigheid. Een integrale blik op de fysieke leefomgeving is hiervoor een vereiste.

Kengetallen Binnen het programma Volkshuisvesting en ruimtelijke ordening maken we gebruik van de volgende kengetallen:  Woningvoorraad: 11.107  Gemiddeld bouwjaar woningvoorraad: 1977  Gemiddelde koopsom woningen: € 395.003

Actuele ontwikkelingen Omgevingswet Indien de Omgevingswet op 1 januari 2023 in werking treedt kan er nog niet gewerkt worden met wijzigingen van omgevingsplannen omdat de digitale ontsluiting nog niet gereed is. Initiatieven kunnen momenteel enkel middels een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) gefaciliteerd worden. Dit zal de voorlopige werkwijze worden. Momenteel is nog niet duidelijke wanneer we kunnen werken met wijziging van omgevingsplannen.

Beleidsindicatoren De effecten van ons lokale beleid worden toegelicht aan de hand van een vaste set (verplichte) beleidsindicatoren.

80

Bron: https://noaberkracht.incijfers.nl/dashboard/volkshuisvesting--ro-en-stadsvernieuwing - Deze cijfers worden periodiek geactualiseerd. Voor de meest actuele cijfers raadpleeg de website. Een vergelijking met landelijke cijfers is ook te vinden op deze website.

Begroting 2023: overzicht baten en lasten

Programma Volkshuisvesting en ruimtelijke ordening * € 1000 Ruimtelijke ordening o.a. adviezen gemeentelijke kwaliteitsteam, bestemmingsplanwijzigingen op verzoek, basisregistratie grootschalige topografie, geo-informatie, Mijn Dorp 2030

Lasten

Baten 1.013

Saldo 112

-901

81

Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen) grondexploitatie woningbouw Wonen en bouwen basisregistratie adressen en gebouwen, startersleningen, omgevingsergunningen, toezicht/handahving bouwen en slopen en woonwagen standplaatsen en huisvesting Begroot totaal saldo van baten en lasten (voor reserve mutaties) Mutaties reserves Mutaties reserves Begroot totaal resultaat (na reserve mutaties)

4.245

4.597

352

1.019

585

-434

6.277

5.294

-983

5.294

-346 -346 -1.329

346 346 6.623

Nieuw beleid uit het collegeakkoord De ambities met betrekking tot volkshuisvesting zijn opgenomen in het programma “Leefbare Kernen”.

Meerjarig financieel beeld: terugkijken Bedragen x €1.000 Programma Volkshuisvesting & ruimtelijke ordening

Rekening 2021 -790

Begroting 2022 -1.172

Begroting 2023 -1.329

Meerjarig financieel beeld: vooruitkijken Bedragen x €1.000 Programma Volkshuisvesting & ruimtelijke ordening

Begroting 2023 -1.329

Begroting 2024 -1.323

Begroting 2025 -1.343

Begroting 2026 -1.364

82

Paragrafen Lokale heffingen Op grond van artikel 9, tweede lid van het ‘Besluit begroting en verantwoording’ bevat de begroting en de jaarrekening ten minste een paragraaf over de lokale heffingen. Deze paragraaf bevat volgens artikel 10 ten minste de volgende vijf sub-paragrafen :  een overzicht van de geraamde inkomsten;  het beleid ten aanzien van de lokale heffingen;  een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt: a. hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden; b. wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen; c. hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd;  een aanduiding van de lokale lastendruk ;  een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid. In de begroting wordt een uitgebreide beschrijving van en toelichting op de verschillende lokale heffingen gegeven. Dit, omdat bij de vaststelling van de begroting besluiten worden genomen over de gewenste belastingontvangsten en - in aansluiting daarop - daarbij tariefstructuur en –hoogte wordt bepaald. In de jaarrekening wordt verantwoording afgelegd over de wijze waarop de belastingontvangsten zijn gerealiseerd en in hoeverre daarbij afwijkingen zijn ontstaan ten opzichte van de begroting.

Overzicht belastingopbrengsten begroting 2023 Soort heffing/belasting (bedragen x € 1.000)

Rekening 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Onroerendezaakbelastingen

6.676

6.883

7.055

Afvalstoffenheffing

1.552

1.718

1.940

Rioolheffingen

3.139

3.144

3.133

Toeristenbelasting

499

425

490

Forensenbelasting

96

120

120

Precariobelasting

17

17

17

BIZ-belasting (Ootmarsum)

100

104

86

12.079

12.411

12.841

Totaal

Bestaand beleid ten aanzien van de lokale heffingen De belastingenstructuur en de tarieven van de gemeentelijke belastingen zijn voor het belastingjaar 2023 als volgt berekend: 1. de OZB-tarieven worden zodanig aangepast dat er voor 2023 sprake is van een meeropbrengst (exclusief areaaluitbreiding) van 2%, Ook voor de daaropvolgende jaren wordt rekening gehouden met een meeropbrengst van 2% per jaar (eveneens exclusief areaaluitbreiding);

83

2. de tarieven afvalstoffenheffing bestaan uit een basistarief vermeerderd met een capaciteitsafhankelijk tarief per lediging van de restafvalcontainer (grijs) respectievelijk per aanbieding aan de verzamelcontainer. De tarieven zijn voor 2023 t.o.v.2022 verhoogd met €18 tot €133; 3. uitgangspunt is dat de tarieven van de rioolheffingen kostendekkend zijn. Voor 2023 worden de tarieven niet verhoogd; 4. de tarieven voor de BIZ-belasting liggen voor de gehele periode van 5 jaar (2022 – 2026) vast en de hoogte van de aanslag is alleen afhankelijk van de WOZ-waarde(ontwikkeling); 5. de tarieven voor de precariobelasting zijn niet gewijzigd; 6. de tarieven voor de toeristenbelasting zijn niet gewijzigd; 7. het tarief voor de forensenbelasting is niet gewijzigd en 8. de legestarieven zijn kostendekkend.

Onroerendezaakbelasting (ozb) Onder de naam ‘Onroerende-zaakbelastingen’ worden van binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven:  een gebruikersbelasting van degene die – naar omstandigheden beoordeeld – een onroerende zaak die niet in hoofdzaak als woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt en  een eigenarenbelasting van degene die van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. De gebruikersbelasting wordt uitsluitend geheven over niet-woningen, terwijl de eigenarenbelasting wordt geheven van zowel woningen als niet-woningen. De tarieven worden jaarlijks (opnieuw) bepaald aan de hand van twee factoren, te weten: a. de waardeontwikkeling van het WOZ-bestand in de gemeente en b. de gewenste ozb-opbrengst in het begrotingsjaar. Vergelijking van de ozb-tarieven tussen verschillende jaren is daarom niet zinvol. Voor het jaar 2023 stellen wij voor om 2% meeropbrengst te realiseren. Dit betekent, dat de tarieven worden aangepast aan de waardeontwikkeling van zowel woningen als niet-woningen en rekening houdend met een meeropbrengst van 2%. Het uitgangspunt van een jaarlijkse meeropbrengst van 2% per jaar (exclusief areaaluitbreiding) is ook toegepast bij de ozb-ramingen in de meerjarenbegroting.

De WOZ-waarde van woningen werd tot en met 2021 bepaald aan de hand van o.a. de bruto-inhoud van de woning. Met ingang van het jaar 2022 is landelijk besloten dit te wijzigen. Vanaf 2022 zijn de woningen gewaardeerd op basis van het aantal m² gebruiksoppervlakte. Opbrengsten onroerendezaakbelastingen (in €)

2022

2023

Woning eigenaar

4.108.000

4.211.000

Niet-woning eigenaar

1.729.000

1.772.000

Niet-woning gebruiker

1.046.000

1.072.000

Totale ozb-opbrengst (afgerond)

6.883.000

7.055.000

84

Afvalstoffenheffing Deze belasting heeft als uitgangspunt, dat de kosten voor 100% worden gedekt door de heffing. Naast een basistarief per huishouden betaalt de gebruiker een capaciteitsafhankelijk tarief per containerlediging restafval in de vorm van een tarief bij gebruik van: a. een container met een capaciteit van 240 liter of b. een container met een capaciteit van 140 liter of c. een chipkaart bij gebruik van een verzamelcontainer voor bewoners van appartementen. Op deze wijze wordt uitvoering gegeven aan het beginsel van ‘de vervuiler betaalt’. Met de opbrengst worden de kosten gedekt van de afvalinzameling en –verwerking. Voor de afvaltarieven hanteren we op basis van bestaand beleid 100% kostendekkendheid. Dat wil zeggen dat we de kosten die we maken voor de afvalinzameling en afvalverwerking doorberekenen in de tarieven. Voor het jaar 2023 zijn de tarieven t.o.v. het jaar 2021 verhoogd met €18 tot €133. Berekening kostendekkende afvalstoffenheffing (in €) Kosten taakveld(en) Inkomsten taakveld(en) exclusief heffingen

2023 1.782.000 220.000

Netto kosten taakveld

1.562.000

Toe te rekenen kosten

1.562.000

Overhead incl. (omslag)rente

66.000

BTW

316.000

Totale kosten

1.994.000

Opbrengst afvalstoffenheffing

1.940.000

Dekkingspercentage

99,8%

Tarieven en opbrengst afvalstoffenheffing (in €)

2022

2023

Basistarief (vast recht)

115,00

133,00

1 lediging restafvalcontainer (grijs) 240 liter

10,60

10,60

1 lediging restafvalcontainer (grijs) 140 liter

6,50

6,50

1 lediging bij een verzamelcontainer via een chipkaart met een kleine opening

0,85

1,35

1 lediging bij een verzamelcontainer via een chipkaart met een grote opening

1,80

2,70

85

Opbrengsten afvalstoffenheffing (basistarief + ledigingen) Raming opbrengst basistarief (vast recht) Raming opbrengst containers + chipkaarten ledigingen restafval Totaal (afgerond)

2022

2023

1.236.000

1.439.000

482.000

501.000

1.718.000

1.940.000

Voorziening afvalstoffenheffing Deze voorziening wordt ingezet om een gelijkmatige ontwikkeling van de afvalstoffenheffing te waarborgen. De stand van deze voorziening afval bedraagt per 1 januari 2023 €271.000.

Rioolheffingen In het Gemeentelijk Rioleringsplan 2019-2022 (GRP) dat eind 2018 is vastgesteld is ook de meerjarige ontwikkeling van het tarief aangegeven. Hierbij is uitdrukkelijk aangegeven dat de daadwerkelijk noodzakelijke verhoging afhankelijk is van de toekomstige investeringen als gevolg van de zogenaamde klimaatadaptie. In verband hiermee heeft de gemeente een klimaatatlas laten opstellen die als basis heeft gediend voor het Uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie 2021-2025. In het Uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie 2021-2025 is een maatregelenprogramma opgenomen welke in begin 2021 is vastgesteld door de gemeenteraad. Berekening kostendekkende rioolheffing (in €) Kosten taakveld(en)

2023 2.636.000

Inkomsten taakveld(en) exclusief heffingen

0

Netto kosten taakveld

2.636.000

Toe te rekenen kosten

2.636.000

Overhead incl. (omslag)rente

333.000

BTW

163.000

Totale kosten

3.132.000

Opbrengst rioolheffing

3.133.000

Dekkingspercentage

100,0%

Tarieven rioolheffingen (in €)

2022

2023

Rioolheffing gebruiker (tot 300 m³)

265,60

265,60

Meerverbruik per 100 m³ of een deel daarvan

21,30

21,30

Agrarisch bedrijf

308,20

308,20

86

Opbrengsten rioolheffingen

2022

2023

3.031.000

3.032.000

Aantal eenheden waterverbruik > 300 m³:

53.000

46.000

Agrarisch tarief

60.000

55.000

3.144.000

3.133.000

Waterverbruik tot 301 m³:

Totale raming rioolheffing (afgerond)

De bestaande voorziening gekoppeld aan het huidige GRP bedraagt per 1 januari 2023 €3.837.000.

Bedrijven Investeringszone (BIZ) Onder de naam ‘BIZ-bijdrage’ wordt een directe belasting geheven ter bekostiging van activiteiten die zijn gericht op het bevorderen van leefbaarheid, veiligheid, ruimtelijke kwaliteit of een ander mede publiek belang in de openbare ruimte van de BI-zone. De BIZ-bijdrage wordt gedurende een periode van vijf jaar geheven ter zake van binnen de BI-zone gelegen onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen. De BIZ-bijdrage wordt geheven van degene, die op 1 januari van het betreffende kalenderjaar gebruik maakt van de in de BI-zone gelegen onroerende zaak. Is een onroerende zaak op 1 januari van het betreffende kalenderjaar niet in gebruik, dan wordt de BIZ-belasting geheven van de eigenaar. Degene, die van die zaak het genot heeft op basis van eigendom, bezit of beperkt recht ,wordt aangemerkt als eigenaar. De BIZ geldt alleen nog in Ootmarsum. De BIZ-opbrengsten worden in subsidievorm doorbetaald naar de ‘Stichting BIZ Ootmarsum’. De tarieven, zoals hieronder vermeld, zijn afhankelijk van de WOZ-waarde van een object en gelden voor de gehele looptijd (2022 - 2026) van de belastingverordening. Voor de periode 2022 – 2026 is in overleg met de Stichting BIZ Ootmarsum een nieuwe BIZ-verordening vastgesteld.

De tarieven, zoals hieronder vermeld, zijn afhankelijk van de WOZwaarde van een object en gelden voor de gehele looptijd (2022 - 2026) van de belastingverordening. Omdat in de nieuw vastgestelde BIZ-verordening de werkplaatsen en dergelijke niet meer als belastbaat object worden aangemerkt ligt de opbrengst lager dan in de vorige BIZ-periode. Opbrengstraming BIZ-belasting Ootmarsum (in €)

2022

2023

€100.000 of minder

435

500

meer dan €100.000 en minder dan €200.001

535

615

meer dan €200.000 en minder dan €300.001

635

730

meer dan €300.000 en minder dan €750.000

735

845

€750.000 of meer

1.035

1190

Opbrengstraming BIZ-belasting Ootmarsum

2022

2023

aantal aanslagen 16 x €500

13.000

8.000

aantal aanslagen 52 x €615

28.000

31.980

Bij een WOZ-waarde van:

87

aantal aanslagen 24 x €730

21.000

17.500

aantal aanslagen 18 x €845

27.000

15.210

aantal aanslagen 11 x €1.190

15.000

13.090

Raming (afgerond)

104.000

85.800

Precariobelasting Deze directe belasting wordt geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. De raad heeft besloten om de precariobelasting te beperken tot de horecaterrassen. Bij de precariobelasting wordt (tarief-)onderscheid gemaakt tussen enerzijds de binnenstad van Ootmarsum en de overige terrassen in de gemeenten en anderzijds tussen vaste terrassen en tijdelijke terrassen. De tarieven worden niet verhoogd c.q. geïndexeerd t.o.v. het belastingjaar 202. De tarieven respectievelijk de opbrengsten zijn als volgt. Tarieven precariobelasting (in €)

2022

2023

- Binnenstad Ootmarsum

14,15

14,15

- Overige delen van de gemeente

11,20

11,20

- Binnenstad Ootmarsum

4,75

4,75

Opbrengstraming precariobelasting

2022

2023

a. vaste terrassen binnenstad Ootmarsum: 285 m2

4.000

4.000

b. overige vaste terrassen in de gemeente: 985 m2

11.000

11.000

c. tijdelijke terrassen binnenstad Ootmarsum: 335 m2

2.000

2.000

Totale raming precariorechten (afgerond)

17.000

17.000

a. Vaste terrassen

b. Tijdelijke terrassen

Toeristenbelasting Deze belasting wordt geheven ter zake van het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen vergoeding in welke vorm dan ook door personen, die niet in de gemeentelijke ‘Basisregistratie personen’ (BRP) zijn opgenomen. De toeristenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel; de heffing wordt gebaseerd op basis van aangifte. Deze aangiftes worden jaarlijks steekproefsgewijs gecontroleerd. De bedoeling hiervan is niet alleen om de aangiftes op juistheid en volledigheid te controleren, maar ook om de exploitanten, daar waar nodig, te adviseren bij een doelmatige opzet van de administratie, zodat het invullen van de aangifte correct, eenvoudig en snel kan geschieden. De tarieven voor 2023 worden niet verhoogd c.q. geïndexeerd t.o.v. het belastingjaar 2022.

88

Tarieven toeristenbelasting (prijs per persoon per nacht in €)

2022

2023

Hotels, pensions, appartementen, boerderijkamers, etc.

1,60

1,60

Recreatiewoningen respectievelijk niet beroepsmatig verhuurde ruimten

1,00

1,00

Kampeermiddelen: mobiele kampeeronderkomens en stacaravans

0,60

0,60

Groepsaccommodaties (o.a. kampeerboerderijen)

0,60

0,60

Opbrengst toeristenbelasting (in €)

2022

2023*

256..000

256.000

b. recreatiewoningen en niet-beroepsmatig verhuurde ruimten

66.000

70.000

c. mobiele kampeeronderkomens, stacaravans op campings, vaste standplaatsen en groepsaccommodaties

103.000

165.000

Raming toeristenbelasting (afgerond)

425.000

490.000

a. hotels, pensions, appartementen en boerderijkamers

*raming 2023 op basis van werkelijke aantallen 2021.

Forensenbelasting Deze belasting wordt geheven van natuurlijke personen die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan negentig dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar te houden. De forensenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel. De tarieven voor 2023 worden niet verhoogd c.q. geïndexeerd t.o.v. het belastingjaar 2022. Tarieven forensenbelasting (in €)

2022

2023

Forensenbelasting: vast bedrag per gemeubileerde woning

285

285

Opbrengst forensenbelasting

2022

2023

(verwacht) aantal aanslagen 420 x € 285

120.000

120.000

Raming (afgerond)

120.000

120.000

Lokale lastendruk Om een indruk te geven van de lastendrukontwikkeling op basis van aanvaard beleid worden hierna de gevolgen belastingplichtigen met of zonder eigen woning weergegeven. Deze vergelijking is gebaseerd op de onroerendezaakbelastingen (alleen voor bezitters van een eigen woning), de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Bij de berekening van de lokale woonlasten voor bezitters van een eigen woning wordt uitgegaan van de volgende uitganspunten: a. afvalstoffenheffing: het vast recht + gemiddeld 4 ledigingen restafvalcontainer van 240 liter; b. rioolheffing: basistarief tot 301 m³ waterverbruik voor de gebruiker. c. onroerendezaakbelastingen: een gemiddelde woningwaarde van € 336.000.

89

Geen eigen woning* (in €)

2022

2023

verschil

Verschil in %

Rioolheffing (tot 300 m³ waterverbruik)

265,60

265,60

0,00

0

Afvalstoffenheffing: a. basistarief (vast recht)

115,00

133,00

18,00

15,65

b. 4 ledigingen restafval (container 240 liter)

42,40

42,40

0,00

0

Totaal

423,00

441,00

18,00

4,26

Bij de berekening van de lokale woonlasten voor bezitters van een eigen woning is uitgegaan van een gemiddelde woningwaarde van €336.000 (schatting o.b.v. 2022). Bron: Waarderingskamer. Eigen woning(Gemiddelde woningwaarde: €336.000) (bedragen in €)

2022

2023

Verschil

In %

OZB*

406,00

414,00

8,00

2,0

Rioolheffing (tot 300 m3 waterverbruik):

265,60

265,60

0,00

0

Afvalstoffenheffing: a. basistarief (vast recht) b. 4 ledigingen restafval (container 240 liter)

115,00 42,40

133,00 42,40

18,00 0,00

15,65 0

n.v.t.

-/26,00

-/- 26,00

829,00

829,00

0,00

Eenmalige korting Totaal

0,00

* Rekening houdend met 2,0% inflatiecorrectie Gezien de forse druk die de gestegen prijzen en dan met name energieprijzen al leggen op de huishoudens van onze inwoners is het college van mening dat een stijging van de lokale lasten voor het jaar 2023 zo beperkt mogelijk moet blijven. Vandaar dat we voorstellen om alle huishoudens die worden aangeslagen voor gemeentelijke woonlasten (ozb, riool, en afval) eenmalig te compenseren voor de hogere lokale lasten in 2023. Dat betekent dat de gemeentelijke aanslag voor het jaar 2023 wordt verlaagd met de gemiddelde stijging van € 26. De totale lasten hiervan ramen we op € 285.000 en dekken we uit de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen.

Kwijtscheldingsbeleid Wanneer een belastingplichtige niet in staat is, anders dan met buitengewoon bezwaar, de belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen te betalen kan de invorderingsambtenaar kwijtschelding verlenen. Van buitengewoon bezwaar is in het algemeen sprake wanneer de middelen om een belastingaanslag te betalen ontbreken en ook niet binnen afzienbare tijd kunnen worden verwacht. Gemeenten beschikken hierin over een zekere mate van beleidsvrijheid. Gemeenten mogen ook zelf bepalen welke belastingsoorten in aanmerking komen voor kwijtschelding.

90

Dinkelland past kwijtschelding toe voor alleen de volgende heffingen:  afvalstoffenheffing,  rioolheffing en  onroerendezaakbelastingen. Een aanvraag wordt getoetst op basis van inkomen en vermogen. Belastingplichtigen, die denken voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen in aanmerking te komen, kunnen desgewenst gebruik maken van de mogelijkheid om door het ‘Inlichtingenbureau’ een geautomatiseerde toets te laten uitvoeren. Dat betekent, dat de belastingplichtige zelf niet meer de nodige gegevens hoeft aan te leveren, maar dat het ‘Inlichtingenbureau’ aan de hand van de benodigde gegevens de inkomens- en vermogenstoets uitvoert.

Rekening 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Aanvragen: volledige afwijzing

55

55

55

Aanvragen: gedeeltelijke toewijzing

1

5

5

Aanvragen: volledige toewijzing

229

235

245

Totaal

285

295

305

Kwijtscheldingsbedragen

2021

2022

2023

Raming kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen (in €)

91.000

101.000

101.000

Werkelijke kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen

88.000

82.000

0

Verschil tussen werkelijke kwijtschelding en raming

3.000

19.000

0

Aantal kwijtscheldingsverzoeken

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft een indicatie in welke mate het vermogen van de gemeente Dinkelland toereikend is om financiële tegenvallers op te vangen zonder dat het beleid moet worden aangepast. Door de financiële risico's te beheersen en het weerstandsvermogen hierop af te stemmen, kan worden voorkomen dat elke nieuwe financiële tegenvaller dwingt tot bezuinigen.

Risicobeheersing en weerstandsvermogen Op 24 november 2020 is door de raad de Kadernota Integraal Risicomanagement en Weerstandsvermogen 2020 vastgesteld. Risicomanagement omvat alles wat we doen om risico’s, kansen en onzekerheden in beeld te brengen en te beheersen. Risicomanagement moet onze organisatie in staat stellen doelstellingen optimaal te realiseren. Dit impliceert prioriteiten stellen en sommige risico’s bewust accepteren. Daartoe is het noodzakelijk gedetailleerd inzicht te hebben in alle risico’s die samenhangen met alle gemeentelijke activiteiten en processen.

91

De uitdaging is om binnen de organisatie het risicomanagement niet alleen onbewust onderdeel van ons werkproces te laten zijn maar risico’s en kansen en de wijze waarop we daarmee om willen gaan juist ook expliciet en transparant te betrekken bij de realisatie van onze doelen als ook bij bestuurlijke besluitvorming Hierbij is een voortdurende balans tussen de systeemwereld en de leefwereld van groot belang. Hierin is de belangrijkste uitdaging binnen de organisatie dat we deze twee werelden samenbrengen in wat gemeenten doen, hoe zij dat doen en hoe ze hierin omgaan met de samenleving en de kracht van de samenleving en de inwoners benutten. Kortom: Nevenheid waar het kan, overheid waar het moet. Integraal risicomanagement kan hierin bijdragen door het in balans brengen/houden van deze twee werelden en daardoor een verbetering te bewerkstelligen in geprofessionaliseerde sturing en een verbeterde borging en bestendiging van de organisatie te creëren. Met deze kadernota zetten we een belangrijke stap in het versterken van risicomanagement, met als doel het bewust en verantwoord omgaan met risico’s door een open en transparante manier van samenwerken. Integraal risicomanagement is de nieuwe manier van denken over risico’s, kansen en onzekerheden.

Het doel van deze integrale aanpak is het vergroten van het risicobewustzijn van organisatie en bestuur, zodat een goede en verantwoorde balans ontstaat tussen risico’s nemen en risico’s beheersen. Het continu organiseren van aandacht voor en het gesprek over risico’s vormt de basis van deze aanpak. Door regelmatig het gesprek te voeren - zowel op ambtelijk als bestuurlijk niveau - over (strategische) risico’s, ontstaat een gezamenlijk beeld. Niet door te zenden, te vertellen en voor te lichten, maar door te delen, te bespreken en de dialoog aan te gaan. De risicodialoog is een open gesprek met als doel het gezamenlijk bepalen van een constructieve risico-aanpak. Het gesprek en de communicatie over risico’s is een essentieel onderdeel van integraal risicomanagement. Transparantie is hierbij het uitgangspunt. Risico's kunnen financiële consequenties met zich meebrengen. De financiële gevolgen van de risico's worden periodiek tijdens de P&C-Cyclus inzichtelijk gemaakt in de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing. Naast financiële consequenties worden dan ook de impact van imagoschade en de impact op de realisatie van onze organisatiedoelstellingen gewogen. Het weerstandsvermogen kunnen we bepalen door onderstaande stappen te doorlopen: 1. Een inventarisatie van de risico’s (risicoprofiel); 2. Benodigde weerstandscapaciteit; 3. Beschikbare weerstandscapaciteit; 4.

Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit.

92

Risicoprofiel en weerstandscapaciteit In onderstaande tabel worden de tien risico's gepresenteerd met de hoogste bijdrage aan de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit. Kans van optreden

Maximaal financieel gevolg

Invloed op WV

Grondexploitaties: Als gevolg van onvoorzienbare zaken (vooraf) bestaat de kans op extra kosten met als gevolg tegenvallers bouw- en woonrijp maken (o.a. bodem)

60 %

€ 1.000.000

10.9%

Garantstellingen zonder tussenkomst WSW: Als gevolg het feit dat de kredietontvanger niet in staat is om aan de verplichtingen te voldoen bestaat de kans dat de gemeente wordt aangesproken op het overnemen van deze verplichtingen met als gevolg een financiële tegenvaller.

30%

€1727000

9.4%

Voorlopige risico inschatting decentralisatie

50%

€800.000

7.2%

Algemene uitkering: Als gevolg van minder uitgaven door het Rijk bestaat de kans dat de omvang van het gemeentefonds naar beneden wordt bijgesteld met als gevolg dat de hoogte van de algemene uitkering voor de gemeenten lager is dan op grond van eerdere circulaires mocht worden aangenomen. Dit betekent een tegenvaller voor de gemeenten.

70%

€500.000

6.4%

Als gevolg van economische groei bestaat de kans op schaarste met als gevolg Kostenstijging bouw- en woonrijpmaken (stijging > cbs index en voor een periode van 3 jaar)

50 %

€ 500.000

10..%

Datalek: Als gevolg van onjuist en onzorgvuldig handelen van medewerkers en/of systemen bestaat de kans op het weglekken of het onjuist/ongewild verspreiden van informatie aan onbevoegde partijen/individuen ( Noaberkracht werken / privacy en informatiebeveiliging), waardoor en een boete of aansprakelijkstelling volt vanuit AP

30%

€810.000

4.4%

Het niet (kunnen) verkopen van gemeentelijk vastgoed tegen taxatiewaarde

20%

€ 103.000

3.9%

40%

€ 500.000

3.6%

Omschrijving

Als gevolg van het verliezen van bezwaar- en beroepsprocedures inzake ruimtelijke (bestemmings)plannen bestaat de kans op overschrijden van termijnen en budgetten waardoor de gemeente extra kosten moet maken.

93

Stijgende loonkosten (t.o.v. huidige CAO)

50 %

€ 250.000

2.8%

Verhoogde vraag naar voorzieningen (WWB)

90 %

€ 150.000

2.3%

Benodigde weerstandscapaciteit Op basis van de ingevoerde risico's is een risicosimulatie uitgevoerd. Hieruit volgt dat 90% zeker is dat alle risico's kunnen worden gedekt met een bedrag van € 3,9 miljoen (benodigde weerstandscapaciteit). Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit van de gemeente bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. In onderstaande tabel wordt de totale weerstandscapaciteit weergegeven. Beschikbare weerstandscapaciteit (in €) Weerstand

Capaciteit 2023

Algemene reserve

7.010..000

Totale weerstandscapaciteit

7.010.000

De geraamde stand van de algemene reserve per 1 januari 2023 bedraagt € 6.111.000 (zie staat van reserves). Het voordelige saldo van het begrotingsjaar 2023 uit deze begroting 2023 ten bedrage van € 899.000 is nog niet meegenomen in deze stand per 1 januari 2023. Doen we dat wel dan bedraagt de stand van de algemene reserve € 7.010.000. Deze stand merken we aan als beschikbare weerstandscapaciteit Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie tussen beide componenten wordt in onderstaande figuur weergegeven.

94

De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit, kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. beschikbare weerstandscapaciteit Ratio weerstandsvermogen =

€ 7.010.000 =

benodigde weerstandscapaciteit

1,8 €3.900.000

De door de raad vastgestelde ratio bedraagt 1,4 wat neerkomt op een benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit van €5.460.000. Dit betekent dat er sprake is van een surplus op de algemene reserve van € 1.550.000. Dit surplus onttrekken we aan de algemene reserve en voegen we toe aan de Reserve Incidenteel Beschikbare Algemene Middelen. Voor een nadere specificatie wordt verwezen naar het financiële hoofdstuk in deze begroting. De normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van het berekende ratio. Hieronder is de normtabel weergegeven. Weerstandsnorm Waarderingscijfer

Ratio

Betekenis

A

> 2.0

uitstekend

B

1.4 - 2.0

ruim voldoende

C

1.0 - 1.4

voldoende

95

D

0.8 - 1.0

matig

E

0.6 - 0.8

onvoldoende

F

< 0.6

ruim onvoldoende

Het ratio valt dan in klasse 1,8 Dit duidt op een ruim voldoende weerstandsvermogen. Ratio weerstandsvermogen Op de basis van het meerjarig verloop van de algemene reserve ontwikkelt de ratio van de gemeente Dinkelland zich als volgt: 2023 Ratio

1,8

Kengetallen De ontwikkeling van de volgende kengetallen zijn opgenomen bij de balans van de gemeente:  Netto schuldquote  Solvabiliteitsratio  Grondexploitatie  EMU saldo

Kengetallen Om de financiële positie van de gemeente in beeld te brengen, stelt de gemeente Dinkelland jaarlijks een balans en een overzicht van de exploitatie in baten en lasten op. Maar voor een goed oordeel over deze financiële positie zijn aanvullende kengetallen nodig. Deze kengetallen bieden u ondersteuning bij uw kader stellende en controlerende rol. Bovendien kan met deze kengetallen de gemeente Dinkelland goed worden vergeleken met andere gemeenten. Eén afzonderlijk kengetal zegt niet alles en moet altijd in relatie worden gezien met andere kengetallen. We onderscheiden vijf kengetallen: 1a. netto schuldquote 1b. netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 2. solvabiliteitsratio 3. grondexploitatie 4. structurele exploitatieruimte 5. belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishouden 1a. Netto schuldquote Dit kengetal zegt het meest over de financiële vermogenspositie van de gemeente. Hoe hoger de schuld, hoe meer kapitaallasten (rente en aflossing) er zijn. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossing op de exploitatie.

96

(bedragen x € 1.000)

Jaarrekening 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

A

Vaste schulden

29.467

25.602

22.192

B

Netto vlottende schuld

1.904

5.654

5.654

C

Overlopende passiva

5.614

21.327

18.577

D

Financiële vaste activa

7.092

5.812

5.564

E

Uitzettingen < 1 jaar

19.423

17.762

17.762

F

Liquide middelen

467

488

488

G

Overlopende activa

1.434

1.090

1.090

H

Totale baten

69.406

60.959

67.032

12,3

45,0

32,1

Netto schuldquote (A+B+C-DE-F-G)/H x 100%

1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Zie netto schuldquote, maar dan gecorrigeerd voor de doorgeleende gelden. (bedragen x € 1.000)

Jaarrekening 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

A

Vaste schulden

29.467

25.602

22.192

B

Netto vlottende schuld

1.904

5.654

5.654

C

Overlopende passiva

5.614

21.327

18.577

D

Financiële vaste activa

2.803

2.797

2.803

E

Uitzettingen < 1 jaar

19.423

17.762

17.762

F

Liquide middelen

467

488

488

G

Overlopende activa

1.434

1.090

1.090

H

Totale baten

69.406

60.959

67.3032

18,5

49,9

36,2

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%

97

2. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hieronder wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale vermogen. Hoe hoger het aandeel, hoe gezonder de gemeente. (bedragen x € 1.000)

Jaarrekening 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

A

Eigen vermogen

44.036

36.382

37.667

B

Balanstotaal

88.136

96.638

92.020

50,0

37,6

40,9

Solvabiliteit (A/B) x 100%

3. Grondexploitatie Dit kengetal geeft aan hoe groot de grondpositie (boekwaarde) is ten opzichte van de jaarlijkse baten. Deze boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. (bedragen x € 1.000)

Jaarrekening 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

A

Niet in exploitatie genomen bouwgronden

0

0

0

B

Bouwgronden in exploitatie

3.135

3.967

1.853

C

Totale baten

69.406

60.959

67.032

4,5

6,5

2,8

Grondexploitatie (A+B)/C x 100%

4. Structurele exploitatieruimte Het financiële kengetal structurele exploitatieruimte geeft aan hoe groot de (structurele) vrije ruimte binnen de vastgestelde begroting is. Daarnaast geeft het ook aan of de gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te vangen, dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. (bedragen x € 1.000)

Jaarrekening 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

A

Totale structurele lasten

58.289

53.705

64.710

B

Totale structurele baten

58.319

54.838

64.740

C

Totale structurele toevoegingen aan de reserves

0

0

0

D

Totale structurele onttrekkingen aan de reserves

270

369

588

E

Totale Baten

69.406

60.959

67.032

98

Structurele exploitatieruimte (BA)+(D-C)/E x 100%

0,4

2,5

0,9

5. Belastingcapaciteit Dit kengetal geeft de ruimte weer die de gemeente Dinkelland heeft om zijn belastingen te verhogen. De O.Z.B. is voor gemeenten de belangrijkste eigen belastinginkomst. Een hoog tarief ten opzichte van het landelijk gemiddelde geeft aan in hoeverre de gemeente al gebruikt heeft moeten maken van deze optie. Jaarrekening 2021

(bedragen in €)

Begroting 2022

Begroting 2023

A

Ozb-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZwaarde Ozb-lasten voor een gezin bij gemiddelde WOZ-waarde (uitgangspunt COELO-atlas)

405

406

414

B

Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZwaarde

266

266

266

C

Afvalstoffenheffing voor een gezin

140

157

175

D

Eventuele heffingskorting

n.v.t.

n.v.t.

-26

E

Totale woonlasten (A+B+C+D)

811

829

829

F

Woonlasten landelijk gemiddelde

811

904

n.n.b.

100%

91,7%

n.n.b.

Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde (E/F) x 100%

Totaal tabel kengetal en uitkomst Jaarrekening 2021

Kengetal Uitkomst (%) Netto schuldquote

Begroting 2022

Begroting 2023

12,3

45,0

32,1

18,5

49,9

36,2

Solvabiliteit

50,0

37,6

40,9

Grondexploitatie

4,5

6,5

2,8

Structurele exploitatieruimte

0,4

2,5

0,9

100%

91,7%

n.n.b.

Netto schuldquote gecorrigeerd verstrekte geldleningen

Belastingcapaciteit

voor

99

Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding De paragraaf kapitaalgoederen gaat in op de manier waarop het op duurzame wijze in stand houden van kapitaalgoederen (de fysieke gemeentelijke infrastructuur) is geborgd. Onder kapitaalgoederen verstaan we wegen (inclusief kunstwerken), riolering, water, groen en gebouwen. Voor het geformuleerd doel zijn en worden onderhoudsplannen opgesteld waarin we aangeven op welk kwaliteitsniveau kapitaalgoederen worden onderhouden. Als introductie op deze paragraaf staat hieronder het overzicht van de beheerplannen voor de kapitaalgoederen: Beheerplannen

Vaststelling door raad in jaar

Looptijd

Financiële vertaling in begroting

Uitgesteld onderhoud

Wegen

2016

n.v.t.

ja

nee

Riolering

2018

2024

ja

nee

Groen

2020

n.v.t.

ja

nee

Gebouwen MOP

2021

n.v.t.

ja

nee

Kaders en cijfers Wettelijk De relevante wettelijke kaders zijn:  Gemeentewet: waarin door de gemeenteraad is vastgelegd welke regels voor de waardering en afschrijving van activa gelden. De in artikel 212 Gemeentewet bedoelde verordening is de 'Financiële verordening gemeente Dinkelland (2017)'.  Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV): op grond van artikel 12 moeten de kapitaalgoederen wegen, riolering, water, groen en gebouwen in deze paragraaf aan de orde komen.  Burgerlijk Wetboek: waarin opgenomen de gemeentelijke taak als 'goed wegbeheerder' om te zorgen dat het gebruik van de weg geen risico oplevert voor de weggebruiker (wettelijke aansprakelijkheid).  Wet Milieubeheer: waaruit de verplichting tot het opstellen van een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) is voortgekomen.

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/601/documents/18491