CConstaterende datDen Helder
Koppel je AI →
Document · PDF

Z2025-11-0104 - D2026-01-000882 - 20260121 - Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier fase 1A.pdf

Gemeenteraad 9 maart 2026, gemeente Den HelderBij agendapunt: 8: Voorstel tot het afgeven van een advies voor de omgevingsvergunning Dijkkwartier fase 1a.23.449 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Niet gevonden in dit document.

Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier – Fase 1a

Lijst met aanpassingen Versie

Datum

Beschrijving van de wijziging

Herzien

Vrijgegeven door

C01

15-04-2025

Eerste definitieve concept BOPA

-

-

D01

19-11-2025

Definitieve versie BOPA

-

-

D02

18-12-2025

Aanvulling op definitieve versie

-

-

D03

06-01-2026

Aanvulling onderdeel geluid

-

-

D04

08-01-2026

Aanvulling onderdeel geluid

-

-

D05

21-01-2026

Aanvulling onderdeel geluid en nieuwe bijlage -

-

Sweco Nederland B.V. Onderwerp Projectnummer Datum Versie

Handelsregister 30129769 Ruimtelijke onderbouwing Dijkkwartier fase 1a 51009132 21-01-2026 D05

2/66

Inhoudsopgave 1

Inleiding ......................................................................................................................... 5 1.1 Aanleiding ......................................................................................................... 5 1.2 Ligging en begrenzing projectgebied ................................................................ 5 1.3 Vigerend Omgevingsplan .................................................................................. 7 1.3.1 Stadshart Centrum 2010................................................................... 7 1.3.2 Paraplubestemmingsplan Parkeren 2021 ........................................ 8 1.3.3 Kamerverhuur, woningsplitsing en Bed&Breakfast 2021 ................. 8 1.3.4 Parapluplan supermarkten 2022 ...................................................... 9 1.3.5 Conclusie .......................................................................................... 9 1.4 Leeswijzer ......................................................................................................... 9

2

Huidige en nieuwe situatie .......................................................................................... 10 2.1 Bestaande situatie projectgebied .................................................................... 10 2.2 Nieuwe situatie ................................................................................................ 11 2.2.1 Dijkkwartier fase 1 en fase 2........................................................... 12 2.2.2 Dijkkwartier fase 1a ........................................................................ 12 2.2.3 Het gebouw ..................................................................................... 14 2.2.4 Herinrichting Kanaalweg en kruispunt Postbrug ............................ 16

3

Toetsing aan beleid ..................................................................................................... 18 3.1 Inleiding ........................................................................................................... 18 3.2 Rijksbeleid ....................................................................................................... 18 3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) .................................................. 18 3.2.2 Ladder voor duurzame verstedelijking ............................................ 19 3.2.3 Nationaal waterbeleid ..................................................................... 20 3.3 Provinciaal en regionaal beleid ....................................................................... 22 3.3.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 en Omgevingsverordening NH2022 .................................................... 22 3.3.2 Woonagenda 2020 – 2025 ............................................................. 23 3.3.3 Woondeal 2.0 Noord-Holland Noord .............................................. 23 3.3.4 Woonakkoord Kop van Noord-Holland 2022 – 2026 ...................... 24 3.3.5 Provinciaal waterbeleid ................................................................... 25 3.4 Gemeentelijk beleid .........................................................................................

27 3.4.1 Omgevingsvisie Den Helder (2023) ................................................ 27 3.4.2 Woonvisie Den Helder 2020-2025 .................................................. 28

4

Omgevingsaspecten .................................................................................................... 29 4.1 Inleiding ........................................................................................................... 29 4.2 Bodem ............................................................................................................. 29 4.3 Archeologie ..................................................................................................... 31 4.4 Ontplofbare oorlogsresten .............................................................................. 32 4.5 Water(veiligheid) ............................................................................................. 34 4.6 Geluid .............................................................................................................. 36 4.7 Stikstof............................................................................................................. 40 4.8 Luchtkwaliteit ................................................................................................... 42 4.9 Omgevingsveiligheid ....................................................................................... 44 4.10 Verkeer en parkeren .......................................................................................

46 4.11 Milieuzonering ................................................................................................. 50 4.12 Mer-beoordeling .............................................................................................. 51 4.13 Kabels en leidingen ......................................................................................... 57 4.14 Ecologie .......................................................................................................... 58 4.15 Bezonning en privacy ...................................................................................... 60

5

Financiële uitvoerbaarheid .......................................................................................... 62

3/66

Kostenverhaal ................................................................................................. 62 Nadeelcompensatie ........................................................................................ 62 6

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ............................................................................... 62 Inleiding 62 Wettelijk kader ................................................................................................. 62 Participatie tot heden ...................................................................................... 63 BOPA 64 Participatie fase 1a .......................................................................................... 64 Vooroverleg ..................................................................................................... 65

7 Conclusie ..................................................................................................................... 65 Bijlagen .................................................................................................................................. 66

4/66

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

Voorliggende ruimtelijke onderbouwing heeft betrekking op de aanvraag van een omgevingsvergunning ten behoeve van een Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (BOPA). In Den Helder is Zeestad C.V. voornemens de gebiedsontwikkeling Dijkkwartier gefaseerd mogelijk te maken. Deze ruimtelijke onderbouwing betreft de fase 1a van de ontwikkeling, een woonblok met 30 woningen. Zeestad C.V. kent twee aandeelhouders: de gemeente Den Helder en woningstichting Helder Vastgoed B.V., die de betreffende gronden in eigendom heeft. De voorgenomen locatie bevindt zich op het huidige parkeerterrein nabij de Postbrug in het noorden van het centrum. De start van de bouw van fase 1a is beoogd op eind 2026. Om de bouw van fase 1a planologisch mogelijk te maken wordt voor de ontwikkeling een omgevingsvergunning aangevraagd om af te wijken van het vigerende Omgevingsplan. Dit wordt ook wel een Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (BOPA) genoemd. Het verlenen van de omgevingsvergunning kan alleen indien er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Deze ruimtelijke onderbouwing dient als motivatie dat de ontwikkeling van fase 1a in lijn is met een ETFAL van het projectgebied. Hierbij is het project getoetst aan het relevante ruimtelijke beleid, relevante instructieregels en overige zaken betreft de uitvoerbaarheid.

Naast de vergunning voor de BOPA, is ook een omgevingsvergunning vereist voor water en archeologie, zie paragraaf 1.3. Deze omgevingsvergunningen worden met deze onderbouwing ook aangevraagd.

1.2

Ligging en begrenzing projectgebied

Zie voor de ligging van het projectgebied Figuur 1. Het projectgebied is gelegen in de gemeente Den Helder. Het betreft het percelen met de kadastrale aanduiding D-6128 en (een deel van) D-5133, zie Figuur 2. Het projectgebied is ongeveer 1.350 vierkante meter groot. Aan de zuidzijde wordt het projectgebied begrensd door de kadastrale grens, die op de noordelijke rand van het fietspad langs de Kanaalweg ligt. Aan de oostzijde wordt de projectgrens tevens gedefinieerd door de kadastrale grens met de adressen Kanaalweg 141 t/m 144. De noordgrens van het projectgebied ligt op de grens van de dubbelbestemming “Waterstaat - Waterkering” van het vigerende Omgevingsplan. Door deze begrenzing wordt er niet ontwikkeld binnen de zonering van deze dubbelbestemming. Hier is momenteel een grasveld aanwezig, met daarachter de Dijkweg, die het projectgebied scheidt van de primaire zeedijk. De westelijke grens van het projectgebied is gedefinieerd als de locatie tot waar aanpassingen in het maaiveld nodig zijn om de ontwikkeling mogelijk te maken.

Sweco | Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier – Fase 1a Datum 21-01-2026

Versie D.05

Documentreferentie 20260121 - Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier fase 1A

5/66

Figuur 1 - Begrenzing Dijkkwartier fase 1a

Figuur 2 - Begrenzing Dijkkwartier fase 1a met kadastrale grenzen

Sweco | Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier – Fase 1a Datum 21-01-2026

Versie D.05

Documentreferentie 20260121 - Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier fase 1A

6/66

1.3

Vigerend Omgevingsplan

Ter plaatse van het projectgebied geldt het omgevingsplan ‘gemeente Den Helder’. Onderdeel van het omgevingsplan is het voormalige bestemmingsplan ‘Stadshart Centrum 2010’, het paraplubestemmingsplan “Parkeren 2021”, het paraplubestemmingsplan “Supermarkten” en het paraplubestemmingsplan “Kamerverhuur, woningsplitsing en Bed&Breakfast 2021”. Het bestemmingsplan en de paraplubestemmingsplannen zijn momenteel nog geheel in werking via het tijdelijk deel van het omgevingsplan.

1.3.1

Stadshart Centrum 2010

Het bestemmingsplan Stadshart Centrum 2010 is op 26 september 2011 vastgesteld door de gemeenteraad van Den Helder. Ingevolge het bepaalde in dit bestemmingsplan gelden er ter plaatste van het projectgebied de bestemmingen ‘Verkeer – Verblijf’, ‘Wonen - Woongebouw’ en ‘Tuin’, en geldt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. Ook is de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – waterkering’ van kracht. Zie ook Figuur 3 voor de bestemmingen.

Figuur 3 - Vigerende bestemmingen uit het Omgevingsplan rondom en in het projectgebied

Verkeer – Verblijf (artikel 14) Het grootste gedeelte van het projectgebied is voorzien van de bestemming Verkeer – Verblijf, zonder een specifieke aanduiding. Deze gronden zijn bestemd voor wegen, straten, paden, water; sloten en bermen; groenvoorzieningen; parkeervoorzieningen; terrassen; evenementen; en ondergeschikte voorzieningen. Tuin (artikel 12)

Sweco | Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier – Fase 1a Datum 21-01-2026

Versie D.05

Documentreferentie 20260121 - Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier fase 1A

7/66

Aan de noordzijde is het projectgebied voor een gedeelte voorzien van de bestemming Tuin, zonder een specifieke aanduiding. Deze gronden zijn bestemd voor tuinen behorende bij aangrenzende hoofdgebouwen; bijgebouwen op het achtererf; overkappingen en erkers voor de voorgevellijn. Wonen – Woongebouw (artikel 17) Aan de noordzijde is het projectgebied verder nog voor een klein gedeelte voorzien van de bestemming Wonen – Woongebouw, zonder aanvullende aanduiding. Deze gronden mogen gebruikt worden voor woongebouwen, al dan niet in combinatie met een andere functie, gebouwen ten behoeve van bergingen c.q. autoboxen; en ondergeschikte voorzieningen. Tevens geldt er voor deze gronden, met de bestemming Wonen -Woongebouw, ook een bouwvlak met een maximum bouwhoogte van 16,00 meter. Waarde – Archeologie (artikel 18) Deze dubbelbestemming geldt voor het hele projectgebied en dient ter bescherming en veiligstelling van de archeologische waarde van de gronden. Op deze gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd. Het is mogelijk om met een omgevingsvergunning af te wijken van de bouwregels indien kan worden aangetoond dat het oprichten van het gebouw niet zal leiden tot een verstoring van de archeologische resten.

Ook voor andere werken of werkzaamheden (ontgronden, afgraven, egaliseren, ophogen of wijzigen bodemstructuur, grondbeperkingen dieper dan 0,3 m) is een omgevingsvergunning nodig. Voor de vergunning dient te worden vastgesteld wat de archeologische waarden van de gronden zijn en in hoeverre deze worden verstoord. In Hoofdstuk 4.3 staat een nadere toelichting op het aspect archeologie. Vrijwaringszone – waterkering (artikel 23.2) Ter plaatse van de gebiedsaanduiding ‘Vrijwaringszone – waterkering’ mogen geen gebouwen worden gebouwd. Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt een maximum hoogte van 10,00 m. Het is mogelijk om met een omgevingsvergunning af te wijken van de bouwregels mits er geen evenredige afbreuk wordt gedaan aan de werking van de waterkering. Hiervoor is positief advies nodig van het Hoogheemraadschap. In Hoofdstuk 4.4 wordt ingegaan op het aspect water(veiligheid).

1.3.2

Paraplubestemmingsplan Parkeren 2021

Op 27 september 2021 is het Paraplubestemmingsplan Parkeren 2021 vastgesteld. Daarin is bepaald dat bij een aanvraag omgevingsvergunning moet worden aangetoond dat er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid volgens de normering zoals deze is opgenomen in de 'Nota Parkeernormen Den Helder 2017-2021' (vastgesteld op 30 januari 2017) en diens rechtsopvolger(s). In Hoofdstuk 4.9 wordt ingegaan op het aspect Verkeer en parkeren.

1.3.3

Kamerverhuur, woningsplitsing en Bed&Breakfast 2021

Op 6 september 2021 is het paraplubestemmingsplan "Kamerverhuur, woningsplitsing en Bed&Breakfast 2021" vastgesteld. Dit bestemmingsplan bevat regels ten aanzien van kamerverhuur, woningsplitsing en Bed en Breakfast, waarbij ten aanzien van deze aspecten ook aanvullende regels voor parkeren worden gesteld.

Sweco | Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier – Fase 1a Datum 21-01-2026

Versie D.05

Documentreferentie 20260121 - Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier fase 1A

8/66

De voorliggende ontwikkeling paraplubestemmingsplan.

1.3.4

valt

binnen

de

regels

van

dit

Parapluplan supermarkten 2022

Het Paraplubestemmingsplan supermarkten is op 21 november 2022 vastgesteld. In dit parapluplan is bepaald dat, voor zover detailhandel is toegestaan, supermarkten hiervan zijn uitgesloten. De bestaande supermarkten inclusief uitbreidingsmogelijkheden die planologisch zijn toegestaan, zijn van dit verbod uitgezonderd. De voorliggende ontwikkeling betreft uitsluitend de bouw van nieuwe woningen en parkeervoorzieningen en valt derhalve binnen de regels van dit parapluplan.

1.3.5

Conclusie

De beoogde nieuwe situatie, waarbij een nieuwe woonfunctie, in de vorm van een woonblok met een maximum van 30 woningen gerealiseerd wordt, kan niet worden mogelijk gemaakt op basis van het vigerende omgevingsplan. De gewenste woonfunctie is qua gebruiks- en bouwregels in strijd met de vigerende bestemmingen Verkeer – Verblijf, Tuin en Wonen -Woongebouw en Waarde Archeologie. Om de nieuwe woonfunctie toe te kunnen staan dient afgeweken te worden van het vigerende bestemmingsplan doormiddel van een BOPA. De voorliggende ruimtelijke onderbouwing dient daartoe. De regels van de paraplubestemmingsplannen worden met de beoogde ontwikkeling op de projectlocatie gerespecteerd. Voor voorliggend initiatief is het bindend adviesrecht van de gemeenteraad Den Helder van toepassing. Zie hiervoor de lijst met gevallen van de gemeente.

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt de bestaande situatie beschreven en wordt ingegaan op de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt de boogde ontwikkeling getoetst aan het relevante rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 4 wordt het initiatief getoetst aan de diverse aspecten uit de fysieke leefomgeving, en waar nodig nader gemotiveerd met een onderzoek. Hoofdstuk 5 richt zich op het participatietraject. Tot slot richt hoofdstuk 6 zich op de financiële en maatschappelijke haalbaarheid van de beoogde ontwikkeling.

Sweco | Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier – Fase 1a Datum 21-01-2026

Versie D.05

Documentreferentie 20260121 - Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier fase 1A

9/66

2

Huidige en nieuwe situatie

2.1

Bestaande situatie projectgebied

Het projectgebied is gelegen aan de Kanaalweg in het noorden van het centrum van Den Helder. Aan de noordzijde grenst het projectgebied eerst aan een grasveld met daarachter eerst de Dijkweg en vervolgens de dijk als onderdeel van de Helderse Zeewering. In het oosten grenst het projectgebied aan particuliere percelen gelegen langs de Kanaalweg met de adressen 141 t/m 144. In het westen grens het projectgebied aan een huidige parkeerplaats. Tot slot wordt het projectgebied in het zuiden begrensd door de doorfietsroute die parallel langs de Kanaalweg loopt, de Kanaalweg en de Postbrug, die de Kanaalweg verbindt met het Koningsplein. De Kanaalweg dient tevens ook als ontsluiting voor het projectgebied. Het projectgebied beslaat een oppervlak van circa 1.350 vierkante meter en fungeert momenteel voor het grootste gedeelte als parkeerplaats, die ruimte biedt aan circa 41 auto’s. Zie ook Figuur 4. Het overige deel van het projectgebied bestaat uit een grasveld. Er is geen bebouwing aanwezig en het gebied is, met uitzondering van het grasveld, volledig verhard ten behoeve van de parkeerfunctie. Verder loopt er vanaf de parkeerplaats een wandelpad naar de dijk. Ten opzichte van de omgeving ligt het projectgebied op een vergelijkbaar peil van +1,20 m NAP.

Figuur 4 - Bestaande situatie van het projectgebied

De gebouwen in de directe omgeving van het projectgebied, langs de Kanaalweg, zijn voornamelijk gebouwd in de jaren 50 en bestaan uit twee- of drielaagse meergezinswoningen. Zie ook Figuur 5. De bouwstijl is typisch jaren 50 met bakstenen, houten kozijnen en een kapconstructie van dakpannen. Aan de overzijde van het Helders Kanaal staat oudere bebouwing, veelal gebouwd rond 1900, met een aantal uitzonderingen.

Sweco | Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier – Fase 1a Datum 21-01-2026

Versie D.05

Documentreferentie 20260121 - Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier fase 1A

10/66

Figuur 5 - Omgeving van het projectgebied

2.2

Nieuwe situatie

In de nieuwe situatie wordt binnen het projectgebied van Dijkkwartier fase 1a een woonblok van maximaal 30 woningen gebouwd als onderdeel van de grotere ontwikkeling genaamd Dijkkwartier. Hieronder wordt eerst ingegaan op het ‘Masterplan’ voor de gehele ontwikkeling Dijkkwartier waar fase 1a onderdeel van is. Vervolgens wordt ingegaan op specifiek Dijkkwartier fase 1a.

Sweco | Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier – Fase 1a Datum 21-01-2026

Versie D.05

Documentreferentie 20260121 - Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier fase 1A

11/66

2.2.1

Dijkkwartier fase 1 en fase 2

Het beoogde woningblok is onderdeel van een gebiedsontwikkeling met de naam Dijkkwartier. Voor de eerste twee fases van deze ontwikkeling zijn in 2024 een beeldkwaliteitsplan en masterplan opgesteld. Beide stukken zijn te vinden in respectievelijk Bijlage 1 en Bijlage 2. In het masterplan is de hoofdstructuur van fase 1 en 2 opgenomen, zie Figuur 6, en het beeldkwaliteitsplan beschrijft de kernwaarden van het Dijkkwartier, die ervoor moeten zorgen dat er voldoende samenhang en kwaliteit kan worden gerealiseerd binnen het projectgebied van fase 1.

Figuur 6 - Masterplan Dijkkwartier fase 1 en fase 2 (roze omlijnd indicatief het projectgebied)

Leidend voor de ontwikkelstrategie is de ambitie van de ontwikkeling om de versterking van de zeedijk én de creatie van een multifunctioneel gebied, waar wonen, werken en recreatie samenkomen, te combineren. Eén van de doelen van het project is om Den Helder beter te positioneren als stad aan zee, terwijl tegelijkertijd de veiligheid van de stad te waarborgen door de dijk te versterken. De zeewering wordt versterkt voor een verwachte zeespiegelstijging van 3,5 meter, met de mogelijkheid om deze verder te versterken voor een stijging van 5 meter. Zo is Den Helder voor de komende twee eeuwen beschermd tegen het stijgende zeewaterpeil. Daarnaast heeft Den Helder langere tijd last gehad van een krimp van het inwonersaantal. Inmiddels is er weer vraag naar meer woningen in de regio. Er is vooral behoefte aan kwalitatief goede woningen die zich onderscheiden van de huidige woningvoorraad. Het project Dijkkwartier biedt de ruimte om gefaseerd circa 1.000 woningen en bijbehorende voorzieningen te realiseren. Dit worden woningen voor mensen uit Den Helder, maar ook voor nieuwe inwoners van de stad. Fase 1 en 2 van Dijkkwartier gaan respectievelijk over ongeveer 200 en 500 woningen, waarvan Dijkkwartier fase 1a een gebouw van maximaal 30 woningen betreft.

2.2.2

Dijkkwartier fase 1a

Dijkkwartier fase 1a betreft de realisatie van een woonblok van maximaal 30 woningen. Het woonblok bevindt zich in de beoogde situatie in het westen van de gebiedsontwikkeling Dijkkwartier en bestaat uit één toren bestaande uit vier kwarten. Het blok wordt geplaatst binnen de paarse stippellijn in onderstaande afbeelding. De woontoren heeft een maximale bouwhoogte van 6 bouwlagen met

Sweco | Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier – Fase 1a Datum 21-01-2026

Versie D.05

Documentreferentie 20260121 - Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier fase 1A

12/66

een totale hoogte van 20,5 meter. De begane grond krijgt een maximale footprint van 510 m² en een minimale hoogte van 4 meter, verdiepingen 1 tot en met 4 van 490 m² met een hoogte van 3 meter en de topverdieping van 300 m² heeft een minimale hoogte van 4,5 meter. In het woningblok worden maximaal 30 appartementen gecreëerd. Het gaat hierbij om maximaal 30 kleine appartementen (kleiner dan 75m2) in de vrije huursector. In Den Helder is de woningbehoefte groot, zie hiervoor ook de Woonvisie Den Helder 2020-2025. Dit type woningen speelt daarmee in op de behoefte voor kwalitatieve en duurzame huurappartementen.

Figuur 7 - Dijkkwartier fase 1a in de tijdelijke situatie en na realisatie Dijkkwartier fase 1 (roze omlijnd indicatief projectgebied fase 1a)

In de nieuwe situatie vormt het woonblok van Dijkkwartier fase 1a een herkenningspunt op de toekomstige hoek van de Nieuwe Zeeweg en de Kanaalweg, zie Figuur 7. Het overige gedeelte van het projectgebied wordt bij de realisatie van fase 1 onderdeel van de ontsluitingsweg (Nieuwe Zeeweg) van het Dijkkwartier. Zie Figuur 8 voor een doorsnede van het projectgebied.

Sweco | Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier – Fase 1a Datum 21-01-2026

Versie D.05

Documentreferentie 20260121 - Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier fase 1A

13/66

Figuur 8 - Doorsnede Dijkkwartier fase 1a in toekomstige situatie (inclusief realisatie Nieuwe Zeeweg, Dijkplein)

In het beeldkwaliteitsplan worden naast de bouwhoogte en footprint nog 3 andere randvoorwaarden aan het pand gesteld. De eerste is dat het gebouw moet fungeren als nieuw herkenningspunt voor Den Helder. Een publieke plint verlengt de binnenstad naar het Dijkkwartier en uitzicht op het Helders Kanaal, de dijk, het Dijkplein en vanaf de vierde verdieping op het Marsdiep en Texel maken het pand statig en uniek. De tweede randvoorwaarde is architectonische expressie. Het gebouw heeft een rustige en ingetogen expressie. Symmetrie en herhaling zorgen dat het principe van plint-middenstuk-top goed afleesbaar is. Het gebouw zet een schrede naar een andere doelgroep voor de binnenstad van Den Helder. Tot slot biedt het gebouw voldoende ruimte voor het stallen van fietsen van de bewoners, met genoeg ruimte voor duurdere, zwaardere en afwijkende fietsen en scootmobielen. Voor Dijkkwartier fase 1a is de footprint het gebouw te klein om het gevraagde parkeerprogramma volledig binnen het perceel te passen. Voorlopig worden de parkeerplaatsen buiten het gebouw gerealiseerd. Zie hiervoor ook paragraaf 4.10 Verkeer en parkeren. In een latere fase worden deze parkeerplekken opgenomen in een collectieve parkeergarage in het Dijkkwartier. De collectieve parkeergarage valt niet binnen deze aanvraag.

2.2.3

Het gebouw

De omgeving van het gebouw wordt aangepast om de parkeerplaatsen te compenseren die door ontwikkeling van het gebouw worden weggehaald. Zie hiervoor paragraaf 4.10. Het ontwerp van het gebouw is op 18 november 2025 besproken in de Gemeentelijke Adviescommissie Omgevingskwaliteit (GAO). Het ontwerp van het gebouw is opgenomen in onderstaande afbeeldingen en in bijlage 19.

Sweco | Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier – Fase 1a Datum 21-01-2026

Versie D.05

Documentreferentie 20260121 - Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier fase 1A

14/66

Figuur 9 impressie gebouw fase 1a

Sweco | Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier – Fase 1a Datum 21-01-2026

Versie D.05

Documentreferentie 20260121 - Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier fase 1A

15/66

Figuur 10 Vooraanzicht vanaf de dijk gebouw fase 1a

2.2.4

Herinrichting Kanaalweg en kruispunt Postbrug

Toekomstig wordt de infrastructuur rondom de Kanaalweg aangepast om de verkeersveiligheid te vergroten, de aansluiting van Dijkkwartier op het omliggende verkeersnetwerk te faciliteren en de doorstroming voor verschillende vervoersstromingen te verbeteren. De volgende infrastructurele werken worden uitgevoerd: • • •

Aanpassing kruispunt Postbrug Aanpassing doorfietsroute Alkmaar-Den Helder rondom Postbrug en Kanaalweg Aanpassing profiel Kanaalweg

De ontwikkeling van het Masterplan van Dijkkwartier fase 1 en fase 2 staat in relatie met de herinrichting van de Kanaalweg en het kruispunt van de Postbrug. Zo sluit de toekomstige Zeeweg aan op het toekomstige kruispunt bij de Postbrug en wordt in de afweging van de indeling van het profiel van de Kanaalweg rekening gehouden met (langzaam) verkeersstromen vanuit Dijkkwartier. De herinrichting van de Kanaalweg wordt pas gerealiseerd ná de ontwikkeling van

Sweco | Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier – Fase 1a Datum 21-01-2026

Versie D.05

Documentreferentie 20260121 - Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier fase 1A

16/66

Dijkkwartier fase 1 en fase 2. In het ontwerp van het kruispunt bij de Postbrug wordt tevens rekening gehouden met de aansluiting van de Zeeweg en met overgang privaat-openbaar. Er zijn daarom geen negatieve effecten vanuit de infrastructurele werken te verwachten.

Sweco | Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier – Fase 1a Datum 21-01-2026

Versie D.05

Documentreferentie 20260121 - Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier fase 1A

17/66

3

Toetsing aan beleid

3.1

Inleiding

In dit hoofdstuk is het vigerende beleid van het Rijk, de provincie Noord-Holland en de gemeente Den Helder in relatie tot het project nader beschreven.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit wordt beschouwd als ‘nationale belang’. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Voorbeelden van nationale belangen zijn: − − − − − − − −

Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte. Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem. Zorgdragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten. Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater. Verbeteren en beschermen van biodiversiteit. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter-)nationaal belang.

De belangrijkste keuzes die worden gemaakt richten zich op het volgende. De opwekking van duurzame energie moet worden ingepast met oog op omgevingskwaliteit. Iedereen krijgt de komende jaren te maken met de overstap naar duurzame energie. Daarvoor zijn bijvoorbeeld meer windmolens en zonnepanelen nodig. Clustering is daarbij van belang en zonnepanelen worden in eerste instantie op en aan gebouwen gerealiseerd. Ook moet er ruimte zijn voor een overgang naar een circulaire economie. Hergebruiken van grondstoffen en materialen en benutten van duurzame energiebronnen wordt steeds belangrijker. De inrichting van de leefomgeving moet een aantrekkelijk vestigingsklimaat zoveel mogelijk bevorderen. Een aantrekkelijke omgevingskwaliteit vraagt goede inpassing van bedrijven, logistieke functies en datacentra. Tot 2030 moeten er ongeveer 1 miljoen woningen gebouwd worden. Er wordt zoveel mogelijk gebouwd binnen bestaand stedelijk gebied, zodat open ruimtes en groen tussen steden behouden blijft. De nieuwe woningen moeten betaalbaar en goed bereikbaar zijn. Bewoners moeten tevens een prettige, gezonde en

Sweco | Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier – Fase 1a Datum 21-01-2026

Versie D.05

Documentreferentie 20260121 - Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier fase 1A

18/66

veilige leefomgeving ervaren. Dat vergt grote investeringen in openbaar vervoer, veilige fiets en wandelpaden, meer groen, ontmoetingsruimte en wateropvang in de stad, en goede verbindingen met recreatiegebieden in de nabijheid van de stad. Het landgebruik moet in balans zijn met natuurlijke systemen. Bijvoorbeeld door kringlooplandbouw. Zo wordt een goede bodem- en waterkwaliteit en biodiversiteit bevorderd. Om te kunnen blijven genieten van het landschap moet behoud van de kwaliteit van het landschap sterker meewegen in de keuzes die worden gemaakt. Beoordeling Met voorliggend project wordt een bijdrage geleverd aan de grote woningbehoefte die bestaat. Het projectgebied betreft gronden met een gebruiksdoel Verkeer - Verblijf en valt binnen het bestaand stedelijk gebied. Geconcludeerd wordt dat het project in lijn is met de doelen en ambities uit de NOVI.

3.2.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Artikel 5.129g (zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand): 1. Dit artikel is van toepassing op een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is. 2. Voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, wordt met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening gehouden met: a. de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en b. als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. 3.

Voor de toepassing van het tweede lid, onder b, wordt tot het stedelijk gebied niet gerekend een stedelijke ontwikkeling waarvoor: a. op grond van het omgevingsplan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist; en b. nog geen toepassing is gegeven aan het tweede lid. 4. Als een omgevingsplan voorziet in de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en de beoordeling van de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, heeft die beoordeling alleen tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Sweco | Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier – Fase 1a Datum 21-01-2026

Versie D.05

Documentreferentie 20260121 - Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier fase 1A

19/66

Beoordeling Uit jurisprudentie blijkt dat sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling wanneer sprake is van de realisatie van meer dan 11 woningen. Voorliggend plan voorziet in de toevoeging van 30 woningen. Daarmee moet dit plan worden beschouwd worden als stedelijke ontwikkeling en is het doorlopen van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking noodzakelijk. Het initiatief voorziet in de toevoeging van 30 kleine huurwoningen. De toevoeging van deze extra woningen speelt in op de behoefte van de lokale woningmarkt en de concrete woonwensen van inwoners van Den Helder. De ontwikkeling vindt plaats op een goed bereikbare plek nabij het centrum van de stad. Het planvoornemen ziet op het toevoegen van woningen door middel van inbreiding, niet op een fysieke uitbreiding van de bebouwde kom. Zoals uit de Woonvisie Den Helder 2020-2025 en de regiodeal De Kop Groeit blijkt sluit nieuwbouw en toevoeging van 30 woningen aan bij de concrete vraag naar dergelijke woningen in Den Helder. In de regionale en gemeentelijke woningbouwprognoses komt de behoefte aan deze woningen terug. In Den Helder zal naar verwachting het aantal huishoudens de komende jaren toenemen. Deze ontwikkeling voldoet aan de algemene woonbehoefte binnen de gemeente; er is in de hele gemeente vooral vraag naar meer geschikte huurwoningen. De druk is hoog volgens de Woonvisie Den Helder 2020-2025 de regiodeal.

Tevens is er ter plaatse van de locatie in de planmonitor een aantal van 276 woningen opgenomen. Hiervan zijn er 177 woningen opgenomen voor de periode tussen 2025-2030. 62 woningen zijn opgenomen voor middenhuur. Met de planmonitor is het plan regionaal afgestemd en de behoefte is aangetoond. Den Helder heeft een oude woningvoorraad. De woningen die met deze BOPA wordt ontwikkeld, voldoen minimaal aan de energetische eisen van het Bouwbesluit. Daarmee dragen de woningen bij aan een toekomstbestendige woningvoorraad in Den Helder. Met deze ontwikkeling is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik beoordeeld op basis van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Doordat het aantal wooneenheden binnen het bebouwd gebied wordt gerealiseerd, is sprake van een verdichting van het stedelijk gebied. Dit zorgt voor een kwaliteitsimpuls van Den Helder en voorkomt het gebruik van nieuw ruimtebeslag buiten de kern.

3.2.3

Nationaal waterbeleid

Europese Kaderrichtlijn Water Sinds december 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water van kracht. De belangrijkste doelstelling is het geven van een kader voor het beheer van oppervlaktewater en grondwater op basis van stroomgebieden en stroomgebieddistricten. De richtlijn wil het duurzaam gebruik van water bevorderen. Daarnaast wil de richtlijn de aan watergebonden natuur beschermen en verbeteren met als uitgangspunt een goede ecologische toestand van het water. De Commissie Waterbeheer 21e eeuw heeft onderzocht welke maatregelen genomen kunnen worden om Nederland ook in de toekomst veilig en leefbaar te houden. De adviezen van de commissie staan in het rapport ‘Waterbeleid voor de 21e eeuw’. De belangrijkste aanbevelingen waren: anticiperen in plaats van reageren, meer ruimte naast techniek en ‘vasthouden-bergen-afvoeren’. Naar aanleiding van de aanbevelingen van de Commissie Waterbeheer 21e eeuw, heeft het kabinet zijn standpunt bepaald in de nota ‘Anders omgaan met

Sweco | Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier – Fase 1a Datum 21-01-2026

Versie D.05

Documentreferentie 20260121 - Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier fase 1A

20/66

water’ (2000). Deze Nota benadrukt dat het antwoord op de problemen niet alleen ligt in technische oplossingen, maar vooral ook in het ruimte geven aan water (flexibel peilbeheer en ruimtelijke maatregelen in de vorm van calamiteitenberging, piekberging en voorraadbeheer, etc.). Daarnaast moet meer gebruik worden gemaakt van de mogelijkheid om water vast te houden. Als meer water vasthouden niet zomaar gaat, moeten er voorzieningen worden aangelegd om tijdelijk water te bergen. Pas als deze twee mogelijkheden, vasthouden en bergen, zijn gebruikt mag het overtollige water worden afgevoerd. Nota 'Anders omgaan met water, waterbeleid in de 21e eeuw' Met de nota Anders omgaan met water, Waterbeleid in de 21e eeuw wil het Rijk een ander waterbeleid realiseren. Er moet geanticipeerd worden op een stijgende zeespiegel, een stijgende rivierafvoer, bodemdaling en een toename van de neerslag. Nieuwe ruimtelijke besluiten mogen de problematiek van veiligheid en wateroverlast niet ongemerkt vergroten. Bij nieuwe ruimtelijke besluiten moeten de gevolgen voor veiligheid en wateroverlast expliciet in beeld worden gebracht. De nota geeft twee drietrapsstrategieën als uitgangspunten. Voor waterkwantiteit bestaat die uit vasthouden, bergen en afvoeren. Voor waterkwaliteit is het schoonhouden, scheiden en zuiveren.

Deze strategieën vertalen zich voor het stedelijk gebied in aandachtspunten als: meer ruimte voor water, relatie tussen het stedelijk water en het water in het omliggende gebied, vergroting van het waterbergend vermogen met name in de stadsranden, verbetering van de waterkwaliteit, vergroting van de belevingswaarde van water, en kansen voor natuur en recreatie in en rondom stedelijk water. Nationaal Waterplan Op 18 maart 2022 is het Nationaal Water Programma 2022-2027 vastgesteld (NWP). Het NWP bevat de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid voor de komende jaren en de daarbij behorende aspecten van het nationale ruimtelijke beleid. De Rijksoverheid stelt elke 6 jaar een Nationaal Water Plan en een Beheer- en ontwikkelplan voor de rijkswateren op. Voor de periode 2022-2027 zijn deze twee plannen samengebracht in één programma waarmee er geanticipeerd is op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De ministeries van Infrastructuur en Waterstaat, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit zijn verantwoordelijk voor dit programma. In Nederland leeft met, naast, op, en in het water. Er liggen grote opgaven voor het waterdomein; Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering, we moeten blijven werken aan een goede bescherming tegen overstromingen en aan een klimaatrobuuste zoetwatervoorziening bij toenemende droogte.

Ook moet men blijven werken aan een goede waterkwaliteit, biodiversiteit en een duurzame drinkwatervoorziening. Daarnaast zijn allerlei functies afhankelijk van water, zoals de scheepvaart, de landbouw en de natuur. Op de Noordzee moeten vele functies, waaronder de opgave voor windenergie, natuurontwikkeling, duurzame visserij, scheepvaart en zandwinning, in balans met elkaar een plek krijgen. De wateropgaven waar Nederland op dit moment voor staat, de uitdagingen richting de toekomst en de noodzaak van een integrale aanpak vormen de basis voor 3 hoofdambities van dit NWP: • Een veilige en klimaatbestendige delta. • Een concurrerende, duurzame en circulaire delta. • Een schone en gezonde delta met hoogwaardige natuur. De wateropgaven staan niet op zichzelf; een integrale aanpak met andere opgaven in de fysieke leefomgeving, zoals de energietransitie, de woningbouw, herstel natuur en de landbouwtransitie is noodzakelijk. Het bodem- en watersysteem stelt randvoorwaarden aan ruimtelijke ontwikkelingen. Om deze

Sweco | Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier – Fase 1a Datum 21-01-2026

Versie D.05

Documentreferentie 20260121 - Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier fase 1A

21/66

randvoorwaarden ook juridisch te laten doorwerken zijn inhoudelijke kaders nodig voor de inrichting en gebruik van wateren alsook voor ruimtelijke inrichting, landgebruik en de wijze van bouwen. Betekenis voor het project Het maakt maximaal 30 woningen mogelijk en is onafhankelijk van eventuele ontwikkeling van het Dijkkwartier als geheel. Echter, het project benadert de wateropgave wel integraal, door voor te sorteren op eventuele ontwikkeling van Dijkkwartier fase 1 en 2 en daarbij behorende dijkversterking. Het aspect water wordt verder beschreven in paragraaf 4.3. Het project voldoet aan het nationale waterbeleid.

3.3

Provinciaal en regionaal beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 en Omgevingsverordening NH2022

Op 19 november 2018 hebben de Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. Hierin staat de visie op de fysieke leefomgeving beschreven. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kunnen investeren in een prettige leefomgeving. De provincie wil dat de kwalitatieve en kwantitatieve vraag en aanbod van werk- en woonlocaties met elkaar in overeenstemming zijn en streeft naar behoud en versterking van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en cultuurhistorie. Het beleid van de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 is, voor zover het een bindende werking moet hebben, neergelegd in de Omgevingsverordening NH2022 die in werking is getreden per 1 januari 2024. De provincie wil met de omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. Gezocht is naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. De belangrijkste ambities voor Noord-Holland, zoals omschreven in de Omgevingsvisie, zijn verankerd in de Omgevingsverordening NH2022.

Hierna worden de relevante regels uit de omgevingsverordening behandeld. Instructieregel Klimaatadaptatie (artikel 6.75) Uit artikel 6.75 volgt dat de motivering van een ruimtelijk plan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving bevat van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de risico's van klimaatverandering. Deze beschrijving dient in te gaan op het risico op wateroverlast, overstroming, hitte en droogte en de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om deze risico’s te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. Het voorliggende projectgebied moet juridisch-planologisch als afzonderlijk project worden gezien, maar voor de toekomst ook als onderdeel van het gehele Dijkkwartier worden beschouwd. Het is de ambitie om in de nieuwe wijk mogelijkheden te scheppen voor een blijvend duurzame wijk met een veilige waterkingen. Duurzaamheid zal op verschillende aspecten ruimschoots aandacht krijgen. Duurzame voorzieningen die getroffen worden op stedenbouwkundig niveau bestaan onder andere uit de aanleg van wadi's, de toepassing van

Sweco | Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier – Fase 1a Datum 21-01-2026

Versie D.05

Documentreferentie 20260121 - Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier fase 1A

22/66

waterdoorlatende verharding en toepassing van een groot oppervlak aan openbaar groen. Door het realiseren van kabels en leidingen onder het trottoir wordt extra ruimte gerealiseerd voor de realisatie van bomen. De woningen binnen het projectgebied worden voorzien van goede isolatie, luchtdichtheid en ventilatie en zonnepanelen. Hemelwater wordt niet afgevoerd via het vuilwaterriool, maar via een eigen stelsel naar open water dat bij iedere woning direct aanwezig is. Er wordt een warmtepomp toegepast en er worden zoveel mogelijk duurzame materialen en herbruikbare materialen toegepast.

3.3.2

Woonagenda 2020 – 2025

De Woonagenda is de uitvoeringsagenda van het woonbeleid van de provincie Noord-Holland tot 2025. De Woonagenda volgt uit en past binnen de randvoorwaarden van het provinciaal ruimtelijk beleid, zoals beschreven in de provinciale Omgevingsvisie NH2050 en het coalitieakkoord ‘Duurzaam doorpakken’. Vanuit het provinciaal én regionaal belang dat de woningmarkt goed functioneert en het wonen optimaal bijdraagt aan het versterken van de kwaliteiten van Noord-Holland, maakt deze agenda de inzet en bijdrage van de provincie daaraan concreet. De provincie wil ruimte bieden voor woningbouw, uitgaande van zorgvuldig ruimtegebruik. De speerpunten richten zich op een woning voor iedereen: I. Adaptief en vraaggestuurd programmeren. II. Productie op peil: aanjagen woningbouwproductie. III. Kwalitatief, betaalbaar en divers woningaanbod. IV. En tevens richt het zich op gezond, duurzaam en toekomstbestendig wonen in een aantrekkelijke provincie. Richtinggevende principes zijn o.a.: I.

De vraag is leidend. De regionale programmeringen worden bepaald op basis van gegronde onderbouwing van vraag, aanbod en het kwalitatieve en kwantitatieve verschil daartussen voor nu en in de toekomst. II. Er zijn snel meer woningen nodig. De provincie zet in op het versnellen van de woningbouwproductie en helpt gemeenten hierbij door voortzetting van het Uitvoeringsprogramma Binnenstedelijk Bouwen en Versnellen Woningbouw. III. De woningmarkt heeft structureel meer flexibiliteit en betaalbare opties voor alle verschillende doelgroepen van woningzoekenden nodig. Betekenis voor het project De woningen die met voorliggend project worden mogelijk gemaakt komen tegemoet aan de grote vraag naar betaalbare woningen.

3.3.3

Woondeal 2.0 Noord-Holland Noord

Op 8 juli 2021 hebben de provincie, 18 gemeenten en marktpartijen de Woondeal Noord-Holland Noord ondertekend. In deze woondeal is afgesproken dat in de regio Alkmaar, de kop van Noord-Holland en Westfriesland tot 2030 ongeveer 40.000 extra woningen worden gebouwd op binnenstedelijke locaties en rond OV-knooppunten. Dit aantal is meer dan volgens de berekeningen voor de regio nodig is. In de woondeal is onder meer een overzicht van concrete maatregelen opgenomen waarvoor de hulp van het rijk wordt gevraagd. Benoemd wordt dat het van belang is om de steden hun eigen karakter te laten houden en tegelijk flexibel in te spelen op de groei van inwoners.

Sweco | Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier – Fase 1a Datum 21-01-2026

Versie D.05

Documentreferentie 20260121 - Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier fase 1A

23/66

Met het opstellen van de Woondeal 1.0 in 2020 is de basis voor versnelling van het woningbouwprogramma gelegd. De richting staat. Deze basis hebben de gemeenten, provincie en de bouwende partijen (vertegenwoordigd door de Woningmakers en Woon Gangmakers) in 2022 verdiept door de gebiedsgerichte knelpunten die gezamenlijk moeten worden opgelost uit te werken in een Addendum op de Woondeal 1.0. In het Addendum zijn alle locaties langsgelopen die moeten worden versneld. Ook zijn de benodigde investeringen in het optimaliseren en verduurzamen van de infrastructuur geïnventariseerd zodat we de regio bereikbaar houden, ook als we de woningbouw versnellen. Hierin heeft de provincie duidelijk aangegeven wat ze zelf gaan doen de komende jaren en waar ze hulp bij nodig hebben van het Rijk. Het Addendum vormt een belangrijke basis waarop we in deze woondeal voortbouwen. Het actualiseren van de Woondeal 1.0 naar de Woondeal NHN 2.0 is hierin een stap. Betekenis voor het project De voorliggende woningbouwontwikkeling is een ontwikkeling die op zichzelf kan staan, maar ook een bijdrage levert aan de ontwikkeling van Dijkkwartier. Het Dijkkwartier is opgenomen als versnellingslocatie met 400 woningen tot 2030. Voorliggend project draagt bij aan de doelen van de Woondeal.

3.3.4

Woonakkoord Kop van Noord-Holland 2022 – 2026

De regio de Kop van Noord-Holland (hierna: de Kop) bestaat uit de gemeenten Texel, Den Helder, Hollands Kroon en Schagen. In november 2020 hebben de Kop en de provincie het Convenant: ‘Regionale samenwerkingsafspraken woningbouw van de Kop van Noord-Holland 2020-2030’ ondertekend. Hiermee continueren partijen een actieve regionale samenwerking op het gebied van woningbouw. Ten behoeve van een optimale ruimtelijke ontwikkeling van de woningvoorraad/-markt van de Kop. Daarvoor hebben de regiogemeenten en de provincie afspraken gemaakt over de woningbouwplannen in programma(‘s) die aansluiten bij de vraag naar nieuwbouwwoningen en woningtypen in de Kop. Het convenant bevat afspraken over kwantiteit en kwaliteit. Met dit woonakkoord geven de vier gemeenten in de Kop samen met de provincie invulling aan artikel 6.3 uit de omgevingsverordening van de provincie Noord-Holland. De Kop hanteert de beweging ‘Sterke kernen, sterke regio’s’, deze beoogt handvatten te geven om de werkgelegenheid, het voorzieningenniveau en de bereikbaarheid op peil te houden. En om dorpen, steden en regio’s de krachtige identiteit die ze zo kenmerkt te laten behouden of te ontwikkelen. Het uitgangspunt is het behouden van de identiteit van de kern en het op peil houden van het voorzieningenniveau in deze kernen. De mogelijkheden om te bouwen voegen zich naar de vraag op dat moment.

Dit is volledig geïntegreerd in het Convenant. Over het woningtekort wordt gesteld dat in de eerste versie van het masterplan Wonen van de provincie wordt getoond dat het totale woningtekort in ieder geval voor de regio Noord-Holland Noord 3.000 woningen betreft. Ook wordt een koppeling gemaakt met de Bevolkingsprognose Noord-Holland 2019-2040: de woningbehoefte die bepaald is, is omhoog bijgesteld van circa 2.000 (75.600 in 2030 – 73.600 in 2019) naar 3.500. Geconcludeerd wordt dat de bestaande regionale woningbouwprogrammering, zoals opgesteld aan de hand van het Convenant: ‘Regionale samenwerkingsafspraken woningbouw van de Kop van Noord-Holland 2020-2030’, waarin de doel en richtwaarden zijn opgenomen uit gaat van te lage aantallen. Afgesproken is onder meer:

Sweco | Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier – Fase 1a Datum 21-01-2026

Versie D.05

Documentreferentie 20260121 - Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier fase 1A

24/66

I.

Kernen en dorpskernen horen bij het regionale netwerk, versterken dat en zijn aanvullend op wat de centrumstad te bieden heeft en andersom. Zij bieden een woon- en werkmilieu passend bij dit type kern. II. Het beleid is er op gericht om kernen hun eigen identiteit te laten behouden. III. Versterking van de relatie met het landschap kan helpen hun identiteit krachtiger te maken. IV. Een groot deel van de nieuwbouwplannen wordt gerealiseerd in (of nabij) de grotere kernen. Ook in en nabij de overige kernen waar behoefte is, wordt woningbouw mogelijk gemaakt. V. Het Convenant Regionale samenwerkingsafspraken woningbouw van de Kop van Noord-Holland 2020-2030 (KwK/KwT) wordt bestendigd als regionale afstemming. VI. Partijen zetten zich in om uitvoering te geven aan de ondertekende Woondeal NHN, waarin de regio de Kop aan de lat staat voor een aanvullende opgave van 4.500 woningen. VII. Partijen stellen de kwantitatieve doel- en richtwaarden, zoals vastgelegd in het convenant ‘Regionale samenwerkingsafspraken woningbouw van de Kop van Noord-Holland 2020-2030’, adaptief bij om gehoor te geven aan het woningtekort. Betekenis voor het project Uit het woonakkoord blijkt een groot woningtekort dat is gegroeid ten opzichte van eerdere ramingen. De voorliggende woningen zijn regionaal afgestemd en voldoen hiermee aan het Woonakkoord.

3.3.5

Provinciaal waterbeleid

Beleid Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Het projectgebied ligt binnen het beheergebied van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK). Het Waterplan van het HHNK geeft de koers op hoofdlijnen voor het waterbeheer in Hollands Noorderkwartier. Er is voortgebouwd op de regionale Deltavisie (2012), het Waterprogramma 2016-2021 (WBP5) en het Collegeprogramma 2019-2023 van het HHNK. Het is het zesde Waterbeheerprogramma (WBP6). Het WBP is een wettelijke verplichting die volgt uit de Waterwet (die straks opgaat in de Omgevingswet) en het Bestuursakkoord Water. Als basis voor dit Waterplan is het vorige plan (WBP5) tussentijds geëvalueerd en is een lange termijn verkenning gedaan naar wat er op ons als maatschappij af komt. Dit Waterplan houdt daarnaast rekening met het Nationaal Water Programma van het Rijk en het Regionaal Waterprogramma van de Provincie Noord-Holland. Belang wordt toegedicht aan het principe van gebiedsgericht werken. Dit komt onder andere voort uit de NOVI waarin afwegingsprincipes staan genoemd voor 'omgevings-inclusief beleid'. Er is een lange termijnverkenning gedaan op het gebied van klimaat, technologie, maatschappij, multidisciplinaire vraagstukken (zoals biodiversiteit en de steeds groter wordende druk bovengrond en ondergronds) en het omgaan met dynamiek in een steeds sneller veranderende wereld.

Vanuit de lange termijnverkenning zijn de doelen en ambities voor de komende jaren uitgewerkt: 'maatschappelijke effecten'. Het gaat daarbij om: − − −

waterveiligheid; voldoende water; gezond water;

Sweco | Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier – Fase 1a Datum 21-01-2026

Versie D.05

Documentreferentie 20260121 - Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier fase 1A

25/66

− − − −

schoon water; veilige (vaar)wegen; crisisbeheersing; bestuur en organisatie.

Naast het werk aan de maatschappelijk effecten draagt het HHNK ook bij aan een aantal bredere maatschappelijke thema's. Het zijn onderwerpen die meerdere van de maatschappelijke effecten raken en hier komen ze ook in terug. Dit zijn op dit moment de meest relevante maatschappelijke opgaven waaraan wordt bijdragen: − − − − −

ruimtelijke adaptatie; omgevingswet; duurzaamheid; biodiversiteit; data-gestuurd werken.

Aan de verschillende effecten en thema's zijn programma's verbonden waarmee de uitvoering vanuit het HHNK wordt vormgegeven. Daarnaast beschikt het Hoogheemraadschap over een verordening: de Waterschapsverordening. Deze verordening vervangt sinds 1 januari 2024 de Keur 2016. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen, waterkeringen en wegen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning of een melding nodig zijn. Strategie Klimaatadaptatie Noordkop 2021 – 2026 De Noordkop staat ook onder druk door een veranderend klimaat. Hevige neerslag, langdurige droogte, extreme hitte en zeespiegelstijging kunnen schade toebrengen aan economie, gezondheid en veiligheid in de regio. Om die risico’s te beteugelen is bundeling van krachten en een gezamenlijke regionale aanpak gewenst. Vanuit de behoefte aan een regionale aanpak is een gedragen regionale klimaatadaptiestrategie opgesteld. Klimaatadaptatie is het proces waarbij de samenleving zich aanpast aan een veranderend klimaat, de schadelijke gevolgen probeert te beperken en kansen gaat benutten. De strategie beschrijft hoe die klimaatadaptatie als regio wordt opgepakt. De strategie vloeit voort uit de ambities van het landelijke Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie.

Hierin hebben alle overheden in Nederland afgesproken om zich, samen met bedrijfsleven en inwoners, voor te bereiden op een veranderend klimaat. Daarom willen zij vanaf 2020 klimaatadaptief handelen verankerd hebben in beleid en handelen, zodat in 2050 Nederland klimaatrobuust is ingericht. Er zijn voor de regio stresstesten uitgevoerd voor het toekomstige klimaat. De effecten zijn beschreven in de strategie. Vanuit de resultaten van de stresstesten zijn ambities en opgaven geformuleerd voor bestaand gebied en voor nieuw gebied (Eisen Nieuwe Ontwikkelingen). De eisen gaan over: − −

bergen en afvoeren van hemelwater bij hevige neerslag; voorkomen van schade aan bebouwing, wegen, groen en vitale- en kwetsbare functies bij langdurige droogte; − het realiseren van een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving tijdens hitte; − rekening houden met zeespiegelstijging. Betekenis voor het project

Sweco | Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier – Fase 1a Datum 21-01-2026

Versie D.05

Documentreferentie 20260121 - Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier fase 1A

26/66

In het project moet conform het provinciaal waterbeleid rekening worden gehouden met extreem weer en klimaatadaptatie. De richtlijnen en criteria gelden als uitgangspunt voor de ontwikkeling. In Hoofdstuk 4 wordt ingegaan op hoe hiermee wordt omgegaan.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Omgevingsvisie Den Helder (2023)

Door de gemeenteraad van Den Helder is op 18 september 2023 (besluitnummer 2022-042867) de "Omgevingsvisie gemeente Den Helder - Koers op een sterke thuishaven” vastgesteld. De omgevingsvisie geeft hiermee richting aan de ambities, opgaven en kansen voor Den Helder. De visie bestaat uit drie delen. Ten eerste geven tien centrale uitgangspunten de koers en prioriteiten weer voor de hele gemeente. Vervolgens is een thematische, gemeentebrede uitwerking gegeven voor de thema’s ‘groen & landschap’, ‘mobiliteit & infrastructuur’, ‘functies & bedrijvigheid’ en ‘ontwikkelingen’. Ten slotte zijn er nog specifiek gebieden uitgewerkt. In deze visie wordt ingezet op het versterken van verbindingen tussen de verschillende wijken door de groene, open ruimtes in de stad. Dit wordt gedaan door langs verbindingsassen tussen de wijken door dit open landschap heen in te zetten op kwalitatief goede verbindingen voor langzaam verkeer en ruimte te bieden voor nieuwe functies die levendigheid en sociale controle in het gebied brengen, zoals wonen. Betekenis voor het project In Figuur 11 is een uitsnede van de omgevingsvisie te zien voor het projectgebied. Het projectgebied bevindt zich in een het centrumgebied (rood vlak). Tevens ligt het projectgebied binnen het ‘ontwikkelgebied <2030’, vallend onder de letter A.

De arcering buiten de dijken is gericht op versterking van de waterkering en ten slotte geeft de gestippelde oranje lijn het ‘realiseren van een route voor langzaam verkeer’ aan.

Figuur 11 - Uitsnede kaart Omgevingsvisie Den Helder

Sweco | Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier – Fase 1a Datum 21-01-2026

Versie D.05

Documentreferentie 20260121 - Ruimtelijke onderbouwing BOPA Dijkkwartier fase 1A

27/66

Voorliggend project draagt bij aan het ‘ontwikkelgebied <2030’, door voor 2030 een deel van de woningbouwontwikkeling mogelijk te maken. Daarnaast sorteert het project voor op de toekomstige ontwikkeling van het gehele Dijkkwartier en de daarbij horende versterking van de waterkering. Het project past in de omgevingsvisie en is nodig om de doelen van de omgevingsvisie te halen.

3.4.2

Woonvisie Den Helder 2020-2025

De Woonvisie Den Helder 2020-2025 is door de gemeenteraad van Den Helder vastgesteld op 7 september 2020. Centraal staat het ombuigen van de krimp naar groei. Dit vraagt een stevige inzet op de woningbouwopgave. De focus ligt op voldoende nieuwbouw van kwaliteit in verschillende marktsegmenten en het creëren van bijzondere woonmilieus. De gemeente heeft de ambitie om binnen het regionale woonakkoord (5.000 extra woningen in de Kop) tot 2030 1.500 woningen in Den Helder toe te voegen. Deze behoefte is gebaseerd op de voorziene groei van het aantal banen, onderwijsplekken en de toenemende druk op de woningmarkt in de regio. Daarom wordt niet alleen vraaggericht maar ook aanbodgericht gebouwd. De gemeente Den Helder bouwt vooral stedelijk want daar is in de gemeente de meeste ruimte voor. Den Helder heeft voldoende locaties om in de woningvraag voor de komende jaren te voorzien. Naast de lopende bouwstroom in het stadshart, Nieuw Den Helder en Julianadorp zet de gemeente in de Woonvisie de komende jaren in op locaties met kansen voor (onderscheidend) wonen, waarvoor visievorming nog nodig is en die meer complex zijn en een langere doorlooptijd: Dijkbuurt, Drs. F. Bijlweg, Ruyghweg/ Spoorweghaven, Julianadorp, De Stelling. Betekenis voor het project Voorliggend project is een eerste ontwikkeling van het Dijkkwartier, hier nog Dijkbuurt genoemd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.denhelder.nl/api/v1/meetings/2350/documents/26572