CConstaterende datDen Helder
Koppel je AI →
Document · PDF

Wijzigingsmatrix GR Cocensus 2024 voor toestemming raden naar aanleiding van zienswijzen.pdf

Raadscommissie Bestuur en Middelen 27 mei 2024, gemeente Den HelderBij agendapunt: 6: Voorstel tot wijziging gemeenschappelijke regeling Cocensus 2024.1.525 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Wijzigingsmatrix GR Cocensus 2024 ten opzichte van versie 2 van de GR Cocensus 2024 zoals deze ter zienswijze is aangeboden. Naar aanleiding van een zienswijze van de gemeente Castricum wordt artikel 19, derde lid geschrapt uit de gemeenschappelijke regeling, aangezien het niet aan de gemeenschappelijke regeling is om de agenda van de gemeenteraad voor te schrijven. Artikel 19 was: 1. Het dagelijks bestuur stuurt jaarlijks, vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de raden een ontwerp aan voor de begroting met toelichting, dit inclusief een meerjarenraming met toelichting voor ten minste drie op het begrotingsjaar volgende jaren. Per deelnemer is een kostentoerekening opgenomen waarbij de jaarbijdrage toegerekend is naar de onderhavige taakvelden. 2. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de deelnemers voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Van de terinzagelegging en de verkrijgbaar stelling geschiedt openbare kennisgeving. 3. De raden beraadslagen over de ontwerpbegroting niet eerder dan twee weken na de openbare kennisgeving. 4. De raden kunnen vóór 25 juni bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen.

Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. Bij het voorstel van het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur voegt het dagelijks bestuur een reactienota, waarin gemotiveerd wordt aangegeven op welke wijze de zienswijze wel of niet is verwerkt in dit voorstel. 5. Het algemeen bestuur stelt de begroting van Cocensus bij voorkeur vast uiterlijk 15 juli voorafgaande aan het jaar waarvoor zij dient, tenzij de reactie op de zienswijzen in uitzonderlijke gevallen nog een standpuntbepaling van de raden behoeft. 6. Het algemeen bestuur stelt, als onderdeel van de begroting, jaarlijks de uitgangspunten voor de toerekening van de kosten aan de producten vast. 7. Nadat deze is vastgesteld, zendt het algemeen bestuur, zo nodig, de begroting aan de raden, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 8. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten. 9. Besluiten tot wijziging van de begroting kunnen tot uiterlijk het eind van het desbetreffende begrotingsjaar worden genomen. 10.

Het bepaalde in het eerste tot en met achtste lid is van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting. 11. In afwijking van het bepaalde in het tiende lid, worden wijzigingen op de begroting tot 5% van de jaarlijkse totale exploitatiekosten niet voorgelegd aan de deelnemers; het bepaalde in het negende lid blijft op dergelijke wijzigingen van toepassing.

Artikel 19 eerste tot en met achtste lid wordt: 1. Het dagelijks bestuur stuurt jaarlijks, vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de raden een ontwerp aan voor de begroting met toelichting, dit inclusief een meerjarenraming met toelichting voor ten minste drie op het begrotingsjaar volgende jaren. Per deelnemer is een kostentoerekening opgenomen waarbij de jaarbijdrage toegerekend is naar de onderhavige taakvelden. 2. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de deelnemers voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Van de terinzagelegging en de verkrijgbaar stelling geschiedt openbare kennisgeving. 3. De raden kunnen vóór 25 juni bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. Bij het voorstel van het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur voegt het dagelijks bestuur een reactienota, waarin gemotiveerd wordt aangegeven op welke wijze de zienswijze wel of niet is verwerkt in dit voorstel. 4.

Het algemeen bestuur stelt de begroting van Cocensus bij voorkeur vast uiterlijk 15 juli voorafgaande aan het jaar waarvoor zij dient, tenzij de reactie op de zienswijzen in uitzonderlijke gevallen nog een standpuntbepaling van de raden behoeft. 5. Het algemeen bestuur stelt, als onderdeel van de begroting, jaarlijks de uitgangspunten voor de toerekening van de kosten aan de producten vast. 6. Nadat deze is vastgesteld, zendt het algemeen bestuur, zo nodig, de begroting aan de raden, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 7. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten. 8. Besluiten tot wijziging van de begroting kunnen tot uiterlijk het eind van het desbetreffende begrotingsjaar worden genomen. 9. Het bepaalde in het eerste tot en met zevende lid is van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting. 10. In afwijking van het bepaalde in het tiende lid, worden wijzigingen op de begroting tot 5% van de jaarlijkse totale exploitatiekosten niet voorgelegd aan de deelnemers; het bepaalde in het negende lid blijft op dergelijke wijzigingen van toepassing.

Naar aanleiding van een zienswijze van de gemeente Alkmaar wordt in artikel 21 een zienswijzeprocedure opgenomen met betrekking tot de specifieke bestemming van het rekeningresultaat (als bedoeld in artikel 8, lid 2, onder c).

Artikel 21 was: Artikel 21 Jaarrekening 1. Van de baten en lasten van Cocensus over het afgelopen jaar wordt vóór 1 april door het dagelijks bestuur verantwoording afgelegd aan het algemeen bestuur onder overlegging van de jaarrekening met de daarbij behorende bescheiden. 2. Het dagelijks bestuur voegt bij de jaarrekening een controleverklaring, een verslag van bevindingen van de accountant en het jaarverslag. 3. Het algemeen bestuur onderzoekt de jaarrekening over het afgelopen jaar en stelt haar vast vóór 1 juli, volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft. 4. De jaarrekening wordt met alle bijbehorende stukken vóór 15 juli, volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft, aan Gedeputeerde Staten aangeboden. 5. Van de vaststelling van de jaarrekening doet het dagelijks bestuur mededeling aan de besturen van de gemeenten en biedt deze ter kennisneming aan. 6. De vaststelling van de jaarrekening strekt het dagelijks bestuur tot décharge, behoudens later in rechte gebleken onrechtmatigheden, ten aanzien van het daarin verwoorde financieel beheer. Artikel 21 wordt: Artikel 21 Jaarrekening 1. Van de baten en lasten van Cocensus over het afgelopen jaar wordt vóór 1 april door het dagelijks bestuur verantwoording afgelegd aan het algemeen bestuur onder overlegging van de jaarrekening met de daarbij behorende bescheiden. 2.

Het dagelijks bestuur voegt bij de jaarrekening een controleverklaring, een verslag van bevindingen van de accountant en het jaarverslag. 3. Wanneer voor een positief rekeningresultaat een specifieke bestemming wordt gevraagd, anders dan teruggave naar rato aan de deelnemers, worden de raden in de gelegenheid gesteld vóór 11 juni bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over deze bestemming naar voren te brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de jaarrekening, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. Bij het voorstel van het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur voegt het dagelijks bestuur een reactienota, waarin gemotiveerd wordt aangegeven op welke wijze de zienswijze wel of niet is verwerkt in dit voorstel. 4. Het algemeen bestuur onderzoekt de jaarrekening over het afgelopen jaar en stelt haar vast vóór 1 juli, volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft, tenzij de reactie op de zienswijzen in uitzonderlijke gevallen nog een standpuntbepaling van de raden behoeft. 5. De jaarrekening wordt met alle bijbehorende stukken vóór 15 juli, volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft, aan Gedeputeerde Staten aangeboden. 6. Van de vaststelling van de jaarrekening doet het dagelijks bestuur mededeling aan de besturen van de gemeenten en biedt deze ter kennisneming aan. 7.

De vaststelling van de jaarrekening strekt het dagelijks bestuur tot décharge, behoudens later in rechte gebleken onrechtmatigheden, ten aanzien van het daarin verwoorde financieel beheer.

Artikel 32 wordt aangepast, zodat duidelijk wordt dat de voorliggende regeling geen vervanging maar een wijziging betreft van de gemeenschappelijke reling Cocensus 2020, vijfde wijziging en niet eerder in werking treedt dan 1 juli 2024. Artikel 32 was: Artikel 32 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze regeling treedt in werking op de eerste dag van de maand volgend op die waarin deze met toepassing van artikel 26, tweede lid, van de Wet bekend is gemaakt, met dien verstande dat deze niet eerder in werking treedt dan op 1 januari 2024. 2. Deze regeling dient ter vervanging van de gemeenschappelijke regeling Cocensus 2015, vijfde wijziging. 3. Na de inwerkingtreding van deze regeling berusten de op grond van de voorgaande gemeenschappelijke regeling genomen besluiten op deze regeling. 4. Deze regeling kan worden aangehaald als: GR Cocensus 2024. Artikel 32 wordt: Artikel 32 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze regeling treedt in werking op de eerste dag van de maand volgend op die waarin deze met toepassing van artikel 26, tweede lid, van de Wet bekend is gemaakt, met dien verstande dat deze niet eerder in werking treedt dan op 1 juli 2024. 2. Deze regeling dient ter wijziging van de gemeenschappelijke regeling Cocensus 2020, vijfde wijziging. 3.

Na de inwerkingtreding van deze regeling berusten de op grond van de voorgaande gemeenschappelijke regeling genomen besluiten op deze regeling. 4. Deze regeling kan worden aangehaald als: GR Cocensus 2024.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.denhelder.nl/api/v1/meetings/2127/documents/22322