CConstaterende datDen Helder
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel en raadsbesluit DG1.pdf

Raadscommissie Bestuur en Middelen 26 januari 2026, gemeente Den HelderBij agendapunt: 5: Voorstel tot het vestigen van een gemeentelijk voorkeursrecht voor locatie Dijkkwartier deelgebied 1.3.405 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Advies

Raadsvoorstel-advies Aan:

de gemeenteraad

Portefeuillehouder:

Wethouder Bais

Van team: Adviseur: E-mail:

Betrokken portefeuillehouder: Classificatie:

Openbaar

Kenmerk: 0000462750 Datum voorstel: 25 november 2025

Embargo:

Onderwerp:

Omgeving Ingrid de Wit i.de.wit@denhelder.nl

Voorstel tot het vestigen van een gemeentelijk voorkeursrecht voor locatie Dijkkwartier deelgebied 1

Publiekssamenvatting: De raad wordt voorgesteld een gemeentelijk voorkeursrecht te vestigen op onroerende zaken op de locatie Dijkkwartier deelgebied één, een gebied globaal gelegen ter hoogte van de Postbrug aan de Kanaalweg. Er worden twee afzonderlijke voorkeursrechten voorgesteld voor twee naast elkaar gelegen gebieden, aangezien voor beide gebieden een verschillende wettelijke grondslag geldt voor het vestigen van het voorkeursrecht. Met de vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht verkrijgt de gemeente een voorkeurspositie op de grondmarkt in het desbetreffende gebied c.q. een eerste recht van koop op de in het besluit betrokken onroerende zaken. Het gemeentelijk voorkeursrecht maakt het de gemeente mogelijk de regie te versterken bij de uitvoering van haar plannen. Geadviseerd besluit: De raad van de gemeente Den Helder besluit: Met overneming van de in het voorstel weergegeven overwegingen, welke worden geacht onderdeel uit te maken van deze voorkeursrechtbeschikking; 1. op grond van artikel 9.1, eerste lid, aanhef en onder b van de Omgevingswet een voorkeursrecht te vestigen op de onroerende zaken zoals vermeld op de bij deze beschikking behorende perceelslijst met kenmerk PL-30457155-02-A en grondtekening met kenmerk TK-30457155-02-A; 2.

vast te stellen dat op genoemde onroerende zaken de afgelopen twee jaren geen voorkeursrecht gevestigd is geweest op basis van dezelfde wettelijke grondslag; 3. te concluderen dat dit voorkeursrecht van rechtswege vervalt drie jaar na het ingaan ervan, tenzij voor dat tijdstip de functies waarvoor het voorkeursrecht is gevestigd, zijn toegedeeld in het omgevingsplan; 4. de bevoegdheid tot intrekking van het voorkeursrecht als bedoeld in artikel 9.5, eerste lid Omgevingswet, ten aanzien van onderhavig voorkeursrecht te mandateren aan het college.

0000462750- pag. 1 van 6

Aanleiding en context De gemeente Den Helder, Woningstichting Den Helder en het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier hebben het initiatief genomen de haalbaarheid van het project Dijkkwartier te onderzoeken. Bij het project Dijkkwartier komen op hoofdlijnen drie aspecten samen: • Het toevoegen van een (kwalitatief hoogwaardig) woonmilieu aan Den Helder; • Het verbinden van de stad met de zee, zoals dat voor de Tweede Wereldoorlog ook was; • Het versterken van de zeedijk voor 200 jaar, anticiperend op de zeespiegelstijging. De raad van de gemeente Den Helder heeft op 18 september 2023 de omgevingsvisie gemeente Den Helder “Koers op een sterke thuishaven” vastgesteld. Uit de omgevingsvisie volgt dat de gemeente inzet op de realisatie van 1500 nieuwe woningen tot 2030. Het Dijkkwartier – waarvan de Helderse zeewering c.q. zeedijk deel uitmaakt – is één van de locaties waarop grootschalige woningbouw is beoogd. Verder volgt uit de omgevingsvisie dat beoogd is dat het Dijkkwartier (weer) onderdeel wordt van het centrum van Den Helder en bijdraagt aan een versterking van het centrum. Ook is in de omgevingsvisie aangegeven dat de gemeente inzet op een versterkte zeedijk in het Dijkkwartier, maar dat deze verantwoordelijkheid bij het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier ligt.

De onroerende zaken van onderhavige locatie Dijkkwartier deelgebied één liggen binnen het op pagina 8 van de omgevingsvisie gearceerde gebied “Ontwikkelgebied <2030, Dijkkwartier”, waarbinnen de herontwikkeling vóór 2030 is beoogd. Op 25 november 2024 heeft de raad van de gemeente Den Helder het “Ontwikkelplan Dijkkwartier” vastgesteld, waarin nader is ingegaan op de beoogde herontwikkeling van het Dijkkwartier. In het “Ontwikkelplan Dijkkwartier” is aangegeven dat de onroerende zaken van onderhavige locatie Dijkkwartier deelgebied één kunnen worden herontwikkeld vooruitlopend op (en daarmee los van) de eventuele versterking van de zeedijk. De betrokken onroerende zaken hebben dus betrekking op een deel van het Dijkkwartier. Om de regie over de beoogde herontwikkeling op de locatie Dijkkwartier deelgebied één te versterken, wenst de gemeente het voorkeursrecht op basis van de Omgevingswet te vestigen. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Helder heeft om die reden op 25 november 2025 besloten een voorlopig voorkeursrecht als bedoeld in artikel 9.1, tweede lid van de Omgevingswet te vestigen op onderhavige onroerende zaken. Het college kan een voorkeursrecht vestigen voor de duur van ten hoogste drie maanden na het ingaan ervan. Vanwege de korte duur wordt dit wel het “voorlopige voorkeursrecht” genoemd.

De wetgever biedt het college de mogelijkheid snel en effectief een voorkeursrecht te vestigen, waarna de gemeenteraad binnen de looptijd van drie maanden kan besluiten tot een langdurige vestiging van het voorkeursrecht. De vergaderfrequentie van de gemeenteraad leent zich niet voor een snelle vestiging van het voorkeursrecht. Doel van het voorlopige voorkeursrecht door het college is om te voorkomen dat vooruitlopend op de besluitvorming door de raad een ongewenste vervreemding plaatsvindt waardoor de regiefunctie van de gemeente kan worden verstoord. De raad dient binnen drie maanden na het ingaan van het voorkeursrecht van het college te besluiten tot het vestigen van het voorkeursrecht en het voorkeursrecht te laten ingaan (door inschrijving in de openbare registers) om het voorkeursrecht voor een opvolgende periode van drie jaar te laten gelden; gebeurt dit niet, dan vervalt het voorkeursrecht van rechtswege (automatisch). Daarom wordt uw raad voorgesteld om het daartoe benodigde raadsbesluit te nemen. De raad wordt voorgesteld twee voorkeursrechten (ieder bij apart besluit) te vestigen: een voorkeursrecht op de locatie Dijkkwartier deelgebied één en een voorkeursrecht op de locatie Dijkkwartier deelgebied twee.

De reden dat er twee voorkeursrechten aan de raad worden voorgesteld is dat de te vestigen voorkeursrechten op de genoemde locaties twee verschillende grondslagen kennen. Doelen en resultaten Met de vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht verkrijgt de gemeente een voorkeurspositie op de grondmarkt in het desbetreffende gebied c.q. een eerste recht van koop op de in het besluit betrokken onroerende zaken. De eigenaren (en eventuele rechthebbende op een recht van opstal, erfpacht, vruchtgebruik of beklemming) van de betreffende onroerende zaken dienen hun eigendom bij voorgenomen vervreemding eerst aan de gemeente aan te bieden. Dit leidt overigens voor de betrokken eigenaren 0000462750- pag. 2 van 6

niet tot een verplichting tot verkoop aan de gemeente. Het gemeentelijk voorkeursrecht maakt het de gemeente mogelijk de regie te versterken bij de uitvoering van haar plannen. Het gemeentelijk voorkeursrecht voorkomt dat een andere partij zich in het gebied een positie verschaft, waardoor de gemeentelijke regierol kan worden verstoord. Woningstichting Den Helder is in onderhandeling over de aankoop met (een aantal van) de eigenaren van de onroerende zaken (appartementsrechten) waarop het voorkeursrecht wordt gevestigd. Met het vestigen van het voorkeursrecht krijgt de gemeente een eerste recht van koop op de onroerende zaken en versterkt de gemeente haar regierol bij de uitvoering van haar plannen. Artikel 9.10 Omgevingswet biedt het college (als bevoegd gezag) de mogelijkheid een eigenaar onder voorwaarden toestemming te geven een onroerende zaak (een appartementsrecht) waarop het voorkeursrecht is gevestigd aan de woningstichting te verkopen en over te dragen.

Kaders en omstandigheden De raad kan een voorkeursrecht vestigen op grond van artikel 9.1, eerste lid Omgevingswet. Afhankelijk van de actuele stand van zaken in de omgevingsrechtelijke besluitvorming zijn er drie fases waarin het voorkeursrecht door de raad gevestigd kan worden. Dit zijn de zogenoemde vestigingsgrondslagen: • als de beoogde functies niet zijn toegedacht in de gemeentelijke omgevingsvisie of een programma en die functies niet zijn toegedeeld in het omgevingsplan, dan kan het voorkeursrecht worden gevestigd vooruitlopend op de omgevingsrechtelijke besluitvorming (artikel 9.1, eerste lid, aanhef en onder c Omgevingswet); • als de beoogde functies zijn toegedacht in de gemeentelijke omgevingsvisie of een programma en die functies niet zijn toegedeeld in het omgevingsplan, dan kan het voorkeursrecht worden gevestigd op grond van die omgevingsvisie of dat programma (artikel 9.1, eerste lid, aanhef en onder b Omgevingswet); • als de beoogde functies zijn toegedeeld in het omgevingsplan, dan kan het voorkeursrecht worden gevestigd op grond van het omgevingsplan (artikel 9.1, eerste lid, aanhef en onder a Omgevingswet). Voor de vestiging van een gemeentelijk voorkeursrecht dient verder te worden voldaan aan twee vestigingseisen. De eerste eis is dat het voorkeursrecht slechts ten behoeve van een toegedachte niet-agrarische functie kan worden gevestigd.

De tweede eis houdt in dat het huidige, feitelijke gebruik, afwijkt van die toegedachte functie. Uit de op 18 september 2023 door de raad vastgestelde omgevingsvisie gemeente Den Helder “Koers op een sterke thuishaven” volgt dat in het Dijkkwartier – waarvan onderhavige locatie onderdeel is – hoofdzakelijk wordt ingezet op grootschalige woningbouw. Verder is in de omgevingsvisie beoogd dat het Dijkkwartier (weer) onderdeel wordt van het centrum van Den Helder en bijdraagt aan een versterking van het centrum. De onroerende zaken van onderhavige locatie Dijkkwartier deelgebied één liggen binnen het op pagina 8 van de omgevingsvisie gearceerde gebied “Ontwikkelgebied <2030, Dijkkwartier”, waarbinnen de herontwikkeling vóór 2030 is beoogd. In de omgevingsvisie wordt daaraan in hoofdzaak de functie wonen toegedacht, met verder centrumfuncties (zoals, onder andere maar niet uitsluitend, commerciële functies, maatschappelijke functies, dienstverlening, detailhandel, recreatie, cultuur en horeca), alle met bijbehorende voorzieningen (zoals, onder andere maar niet uitsluitend, infra, parkeren, groen en water), een en ander nader uit te werken. Mogelijk worden aan de functies dubbelfuncties c.q. aanduidingen toegevoegd voor een eventuele dijkversterking.

De omgevingsvisie gemeente Den Helder “Koers op een sterke thuishaven” is hiermee de vestigingsgrondslag van het voorkeursrecht, zodat het voorkeursrecht dient te worden gevestigd op grond van artikel 9.1, eerste lid, aanhef en onder b Omgevingswet. Op 25 november 2024 heeft de raad van de gemeente Den Helder het “Ontwikkelplan Dijkkwartier” vastgesteld, waarin nader is ingegaan op de beoogde herontwikkeling van het Dijkkwartier. De raad heeft het ontwikkelplan niet als programma vastgesteld, zoals ook vermeld in het ontwikkelplan zelf. Het ontwikkelplan kan daarom niet dienen als vestigingsgrondslag. 0000462750- pag. 3 van 6

De betreffende onroerende zaken zijn thans hoofdzakelijk in gebruik als woningen en bergingen. De toegedachte functies zijn niet-agrarisch. Er is sprake van een afwijkend gebruik omdat er meer en andere functies zijn toegedacht. Specifiek voor wat betreft de functie wonen, geldt dat er sprake zal zijn van een intensivering van het bestaande gebruik. Een intensiever gebruik wordt ook als afwijkend gebruik gezien volgens de parlementaire geschiedenis. Hier is sprake van een intensiever gebruik omdat er grootschalige woningbouw en daarmee meer woningen zijn toegedacht. Hiermee wordt voldaan aan de vestigingseisen. Het voorkeursrecht door de raad wordt gevestigd op grond van artikel 9.1, eerste lid, aanhef en onder b Omgevingswet. Het is wettelijk verplicht om dit in de voorkeursrechtbeschikking te vermelden. De wet kent een zogeheten “herhalingsverbod” gedurende twee jaar. Binnen die termijn mag niet eerder door hetzelfde bestuursorgaan op dezelfde wettelijke grondslag een voorkeursrecht op dezelfde onroerende zaken zijn gevestigd. De constatering dat hiervan geen sprake is (geweest), dient te blijken uit de voorkeursrechtbeschikking c.q. het besluit. Een voorkeursrecht kan alleen worden gevestigd op onroerende zaken. Onderhavige onroerende zaken bestaan uit zogenoemde hoofdpercelen, waarvan het eigendom is gesplitst in appartementsrechten.

Op de perceelslijst is aangegeven op welke onroerende zaken (de zogeheten hoofdpercelen) en appartementsrechten het voorkeursrecht wordt gevestigd. Het hoofddoel van de vestiging van het voorkeursrecht is om een voorrangspositie te verkrijgen bij voorgenomen verkoop van appartementsrechten die in eigendom zijn van anderen dan de woningstichting. Het is juridisch niet mogelijk om bij de vestiging van een voorkeursrecht op een onroerende zaak een onderscheid te maken tussen de (appartements)rechten die wel en die niet door het voorkeursrecht worden geraakt. Dit betekent dat het voorkeursrecht op de onroerende zaken ook geldt voor de appartementsrechten die reeds in eigendom zijn van de woningstichting. Andere onroerende zaken die volledig in eigendom zijn bij de woningstichting of de gemeente, worden niet betrokken in het voorkeursrecht. Het is wettelijk verplicht om in de voorkeursrechtbeschikking te vermelden, wanneer het voorkeursrecht komt te vervallen. Het door de raad te vestigen voorkeursrecht heeft een geldingsduur van drie jaar na het ingaan ervan. Indien en voor zover binnen die drie jaar de functies waarvoor het voorkeursrecht is gevestigd zijn toegedeeld in een vastgesteld gewijzigd omgevingsplan, wordt het voorkeursrecht automatisch (van rechtswege) met een termijn van vijf jaar verlengd.

De raad heeft vervolgens de mogelijkheid om bij besluit de duur van het voorkeursrecht gebaseerd op een vastgesteld gewijzigd omgevingsplan eenmaal met ten hoogste vijf jaar te verlengen. Het is de intentie een gewijzigd omgevingsplan vast te stellen voor de betrokken onroerende zaken. De Omgevingswet bepaalt dat ingeval een voorkeursrecht niet meer voldoet aan de gestelde eisen van een toegedachte of toegedeelde niet-agrarische functie en een van die functie afwijkend gebruik, het bestuursorgaan dat het voorkeursrecht gevestigd heeft, het voorkeursrecht onverwijld intrekt. Het voorkeursrecht kan bijvoorbeeld worden ingetrokken als de gemeente eigenaar is geworden van de betreffende onroerende zaak of zaken of als de beoogde herontwikkeling is gerealiseerd. De raad is het bestuursorgaan dat het voorkeursrecht vestigt. Dit zou betekenen dat de raad het bestuursorgaan is dat tot intrekking zou moeten besluiten. Gelet op de vergaderfrequentie van de raad zal dan naar alle waarschijnlijkheid niet kunnen worden voldaan aan de eis van een “onverwijlde” intrekking. Daarom wordt de raad voorgesteld, zijn bevoegdheid tot intrekking van het voorkeursrecht als bedoeld in artikel 9.5, eerste lid Omgevingswet te mandateren aan het college. Intrekking kan daardoor sneller verlopen.

Mandatering van de intrekkingsbevoegdheid is blijkens de parlementaire geschiedenis door de wetgever mogelijk geacht (Kamerstukken II 2018/19, 35 133, nr. 3, o.a. p. 42 en 71). Zienswijzen In het kader van een zorgvuldige besluitvorming door de raad zijn belanghebbenden gedurende vier weken in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen op de ontwerpvoorkeursrechtbeschikking. Op de ontwerp-voorkeursrechtbeschikking van de raad zijn geen zienswijzen ingediend. Argumenten en alternatieven 0000462750- pag. 4 van 6

1.1 Vrije overdraagbaarheid van de onroerende zaken zou de beoogde ontwikkeling kunnen bemoeilijken Als er geen gemeentelijk voorkeursrecht geldt, kunnen de eigenaren van de onroerende zaken op de onderhavige locatie deze aan een ieder verkopen en in eigendom overdragen. Dat zou gepaard kunnen gaan met versnippering, speculatie en/of prijsopdrijving. Elk van die mogelijke effecten zou de gewenste gemeentelijke regievoering over de beoogde gebiedsontwikkeling ernstig kunnen bemoeilijken en een tijdige realisatie van de plannen op de door de gemeente gewenste wijze in de weg kunnen staan. Tegen deze achtergrond is het vestigen van een voorkeursrecht gerechtvaardigd en noodzakelijk, omdat daarmee de vrije overdraagbaarheid van deze onroerende zaken wordt beperkt en de voorkeursrechtvestiging de enige manier is om het optreden van de hiervóór genoemde ongewenste effecten van vrije overdraagbaarheid te voorkomen. Deze motivering voor de inzet van het voorkeursrecht is in lijn met het grondbeleid van de gemeente. Het gemeentelijk voorkeursrecht vormt gedurende het planontwikkelingsproces (van ontwerp tot uitvoering) een beschermingsinstrument.

Met de vestiging van een voorkeursrecht is het versterken van de gemeentelijke regierol gewaarborgd doordat de eigenaar die voornemens is zijn onroerende zaak te verkopen (”vervreemden”) verplicht is deze eerst aan de gemeente te koop aan te bieden en, na een positief beginselbesluit van de gemeente om de onroerende zaak tegen nader overeen te komen voorwaarden aan te kopen, daarover met de gemeente in onderhandeling te treden. 1.2 Het gemeentelijk voorkeursrecht verschaft de gemeente een betere uitgangspositie op de grondmarkt Het voorkeursrecht, als passief verwervingsinstrument, kan een ondersteuning betekenen van het te voeren verwervingsbeleid. De gemeente kan hierdoor een centrale regierol uitoefenen bij de verdere ontwikkeling en realisatie van haar plannen. Indien de betrokken eigenaar het voornemen heeft opgevat om zijn onroerende zaak te verkopen (te ”vervreemden”) is de gemeente als eerste in de gelegenheid om aan te kopen. Door deze interventie kan de gemeente zo mogelijk een langdurig en kostbaar verwervingsproces dan wel onteigening voorkomen.

1.3 Het algemeen belang dat gediend wordt met de vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht weegt zwaarder dan het individuele belang van de eigenaar Uit de parlementaire geschiedenis volgt dat de wetgever het algemeen belang dat gediend wordt met de vestiging van het voorkeursrecht heeft afgewogen tegen het individuele (financiële) belang van de eigenaren, Op grond van de hiervoor onder 1.1 genoemde motivering kan worden geconcludeerd dat met de vestiging van het voorkeursrecht voor de daar genoemde doelen de belangen van de eigenaren niet onevenredig worden geschaad. Duurzaamheid Dit voorstel heeft geen betrekking op duurzaamheid. Bestuurlijke vernieuwing Dit voorstel heeft geen betrekking op bestuurlijke vernieuwing. Financiële consequenties Voor de vestiging van het voorkeursrecht worden (beperkt) proceskosten gemaakt. Het voorkeursrecht zelf heeft geen financiële consequenties. De gemeente heeft in haar begroting rekening gehouden met de eventuele aankoop van de onroerende zaken waarop het voorkeursrecht wordt gevestigd. De raad heeft op 25 november 2024 besloten een investeringskrediet van € 5 miljoen vast te stellen als bijdrage in het tekort van de grondexploitatie Dijkkwartier. Woningstichting Den Helder heeft tot nu toe alle aankopen gedaan in het gebied van de percelen die beschikbaar kwamen.

Onderdeel van de grondexploitatie is de inbrengwaarde van het bestaande en aangekochte vastgoed inclusief de nog te verwerven percelen. Op het moment dat een aankoop door de gemeente zich voordoet kunnen de financiële middelen gedaan worden uit het investeringskrediet dat beschikbaar is gesteld als bijdrage in het tekort van de grondexploitatie. Uitvoering en planning Proces na aanbieding aan gemeente Indien een verkoper aangeeft tot verkoop te willen overgaan, dient het college (als bevoegd gezag) binnen zes weken te besluiten of de bereidheid bestaat de onroerende zaak, tegen nader overeen te komen voorwaarden, te kopen. Wanneer de onderhandelingen zijn gestart, kan de verkoper aan het college verzoeken om binnen vier weken de rechtbank te verzoeken een oordeel over de prijs te geven. 0000462750- pag. 5 van 6

Als het college besluit om niet in onderhandeling te treden met de verkoper of geen prijsvaststellingsprocedure bij de rechter te starten, dan is de eigenaar gedurende drie jaar vrij om de aangeboden onroerende zaak te verkopen aan een ander dan de gemeente. Dit geldt ook als het college de bovengenoemde termijnen niet naleeft. De “sanctie” van het niet naleven van deze termijnen is dat een eigenaar die zijn onroerende zaak te koop heeft aangeboden gedurende een periode van drie jaar vrij is om te verkopen aan een ander dan de gemeente. Het voorkeursrecht blijft in deze gevallen overigens wel op de onroerende zaak rusten. Mogelijkheid tot afnameverplichting na prijsvaststellingsprocedure Indien het college naar aanleiding van een “te koop” aanbieding van een eigenaar van een onroerende zaak waarop het voorkeursrecht is gevestigd, een besluit neemt de onroerende zaak te verwerven, kan bij het bereiken van overeenstemming een koopovereenkomst tot stand komen. Als geen minnelijke overeenstemming wordt bereikt over de prijs, kan de gemeente na het doorlopen van een prijsvaststellingsprocedure op vordering van de eigenaar verplicht worden de onroerende zaak daadwerkelijk af te nemen tegen de door de rechtbank vastgestelde prijs. Het aan een afnameverplichting verbonden financiële risico is beperkt, omdat afname gebeurt tegen de werkelijke waarde.

Bovendien versterkt het verkrijgen van de eigendom de regiefunctie van de gemeente. Communicatie Bekendmaking/inschrijving/inwerkingtreding/terinzagelegging Deze voorkeursrechtbeschikking dient te worden bekendgemaakt door toezending van de beschikking aan de belanghebbenden (lees: de betrokken eigenaren en de eventuele beperkt gerechtigden). Dit geschiedt door middel van een brief verzonden per gewone post en een aangetekende brief met bijlagen, waaronder een uitgebreide notitie over de betekenis van het gemeentelijk voorkeursrecht. Binnen vier dagen na de bekendmaking dient de voorkeursrechtbeschikking te worden ingeschreven in de openbare registers. Het voorkeursrecht gaat in op het tijdstip van inschrijving. De voorkeursrechtbeschikking wordt daarnaast met de daarop betrekking hebbende stukken ter inzage gelegd. De terinzagelegging geschiedt in fysieke zin op een door de gemeente aangewezen locatie binnen de gemeente, en ook op elektronische wijze. Kennisgeving van de terinzagelegging dient plaats te vinden in het Gemeenteblad.

Bezwaar De voorkeursrechtbeschikking van de raad wordt aangemerkt als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, zodat daartegen door belanghebbenden (lees: de betrokken eigenaren en eventuele beperkt gerechtigden) een bezwaarschrift kan worden ingediend gedurende zes weken, aanvangende op de dag na verzending van de brief waarin de voorkeursrechtbeschikking van de raad aan belanghebbenden bekend wordt gemaakt. Als bezwaar is ingediend tegen het voorkeursrecht van het college en het voorkeursrecht van het college vervalt omdat het voorkeursrecht van de raad in werking is getreden, wordt het bezwaar tegen het collegebesluit geacht te zijn gericht tegen de voorkeursrechtbeschikking van de raad. Op de ingediende bezwaren tegen het collegebesluit wordt te zijner tijd door de raad beslist. Dat betekent concreet dat de raad na afloop van de bezwaarperiode tegen het raadsbesluit op basis van een door de bezwaarschriftcommissie uitgebracht advies dient te beslissen op een bezwaarschrift tegen het collegebesluit. Bijlagen 1. Perceelslijst met kenmerk PL-30457155-02-A 2. Grondtekening met kenmerk TK-30457155-02-A 3a. Model-bekendmakingsbrief belanghebbenden 3b. Bijlage bij bekendmakingsbrief belanghebbenden

0000462750- pag. 6 van 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.denhelder.nl/api/v1/meetings/2371/documents/26199