Concept RRNvoorstel, 20260831, _VDL
Tekst van het document
Regionale Raadscommissie Noordkop (RRN) Advies aan de gemeenteraden Portefeuillehouder(s): vul in namen pfh per gemeente Steller/penvoerder: vul in naam + mailadres Datum overleg RRN: 17 september 2026 Datum B&W-besluit: vul in Onderwerp: Zienswijze ontwerp gemeenschappelijke regeling Samenwerkingsorganisatie Regio Kop van Noord- Holland Openbaarheid documenten: Ja Kern van het voorstel De gemeenten Den Helder, Hollands Kroon, Schagen en Texel werken toe naar de oprichting van een gemeenschappelijke regeling in de vorm van een bedrijfsvoeringsorganisatie: de Samenwerkingsorganisatie Regio Kop van Noord-Holland. De directe aanleiding is de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg, die gemeenten verplicht bepaalde jeugdhulptaken regionaal te organiseren. De ontwerpregeling richt zich op het sociaal domein en borgt naast de wettelijk verplichte taken van de Jeugdregio de mogelijkheid om overige uitvoeringstaken binnen Jeugd, Wmo en Participatie gezamenlijk uit te voeren. Welke overige taken door de bedrijfsvoeringsorganisatie worden uitgevoerd, kan per gemeente verschillen. De gemeenten blijven zich gezamenlijk inzetten voor de verdere ontwikkeling van de regionale samenwerking binnen Jeugd, Wmo en Participatie. Beleidsmatige bevoegdheden blijven bij de afzonderlijke gemeenten.
Voorgesteld advies De RRN wordt voorgesteld om de gemeenteraden te adviseren over: geen zienswijze naar voren te brengen over het ontwerp van de Gemeenschappelijke regeling Samenwerkingsorganisatie Regio Kop van Noord-Holland. De RRN adviseert De RRN adviseert de gemeenteraden van Den Helder, Hollands Kroon, Schagen en Texel om geen zienswijze af te geven op de ontwerp gemeenschappelijke regeling Samenwerkingsorganisatie Regio Kop van Noord-Holland. Eventuele aandachtspunten worden betrokken bij de verdere uitwerking en vaststelling van de definitieve regeling. Vastgesteld in de vergadering van (….) Griffier Voorzitter
2 Wettelijke grondslag Op grond van artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen wordt de gemeenteraad in deze fase in de gelegenheid gesteld een zienswijze naar voren te brengen over het ontwerp van de gemeenschappelijke regeling. Het college besluit over het ontwerp en legt dit voor zienswijze aan de raad voor. De raad besluit in deze fase uitsluitend over het al dan niet naar voren brengen van een zienswijze. Na verwerking van eventuele zienswijzen wordt de definitieve regeling aan de raad voorgelegd voor toestemming. Pas nadat deze toestemming is verkregen, kan het college definitief besluiten tot het treffen van de gemeenschappelijke regeling. Beoogd bestuurlijk/maatschappelijk doel/effect Met de ontwerpregeling wordt beoogd een structurele en juridisch geborgde organisatie in te richten voor de uitvoering van de wettelijke taken van de Jeugdregio en daarmee samenhangende regionale uitvoeringstaken binnen het sociaal domein. De regeling moet bijdragen aan beschikbaarheid, kwaliteit, continuïteit, contractmanagement, monitoring en informatievoorziening. Voor inwoners, jeugdigen en gezinnen leidt dit besluit niet direct tot inhoudelijke beleidswijzigingen; beleidsmatige keuzes blijven lokaal bij de afzonderlijke gemeenten. De regeling verandert daarmee niet de lokale beleidsverantwoordelijkheid van de gemeenten, maar organiseert een deel van de uitvoering gezamenlijk.
Motivering De ontwerpregeling geeft uitvoering aan de keuze om de regionale samenwerking gefaseerd te ontwikkelen. De GR-BVO richt zich op uitvoeringstaken binnen het sociaal domein. De wettelijk verplichte taken van de Jeugdregio worden regionaal belegd. Daarnaast kunnen overige taken binnen Jeugd, Wmo en Participatie bij unaniem besluit van de colleges aan de bedrijfsvoeringsorganisatie worden opgedragen. Daarbij kan verschillen voor welke gemeenten de bedrijfsvoeringsorganisatie een taak uitvoert. De brede ambitie voor verdere samenwerking binnen Jeugd, Wmo en Participatie blijft daarbij bestaan. De colleges zetten zich gezamenlijk in voor verdere ontwikkeling van deze samenwerking. Uitbreiding of wijziging van het opgedragen takenpakket binnen deze domeinen vereist unanimiteit van de colleges. De GR-BVO is bedoeld voor gezamenlijke uitvoering en bedrijfsvoering; beleidsmatige keuzes en democratische legitimatie blijven bij de afzonderlijke gemeenten. De regeling bevat afspraken over rollen, verantwoordelijkheden, informatievoorziening, verantwoording, financiële processen en een jaarlijkse uitvoeringscyclus. De oprichting van de bedrijfsvoeringsorganisatie betekent niet dat de gemeenteraad zijn kaderstellende en controlerende rol binnen het sociaal domein verliest.
De raad blijft betrokken via de gemeentelijke beleids- en begrotingscyclus en via de in de Wet gemeenschappelijke regelingen en deze regeling opgenomen informatie-, verantwoordings- en begrotingsprocedures. Bij wijzigingen van de regeling en bij taakuitbreiding waarvoor raadsbetrokkenheid wettelijk is vereist, wordt de raad opnieuw betrokken. Uitbreiding naar andere gemeentelijke beleidsterreinen, waaronder het fysieke domein, is eveneens alleen mogelijk bij unanieme besluitvorming. Voor zover daarvoor wijziging van de gemeenschappelijke regeling nodig is of bevoegdheden dan wel besluitvorming van de 3 gemeenteraden worden geraakt, worden de gemeenteraden betrokken overeenkomstig de daarvoor geldende procedures. Alternatieven (inclusief argumenten) De raad kan ervoor kiezen wel een zienswijze in te dienen. In dat geval kan de raad wensen, bedenkingen of aandachtspunten meegeven over de juridische en bestuurlijke inrichting van de samenwerking. Deze worden door de colleges betrokken bij de regionale afstemming en de voorbereiding van de definitieve regeling. Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen wordt beoordeeld of aanpassing van de ontwerpregeling nodig is. Eventuele aanpassingen kunnen gevolgen hebben voor de planning richting de beoogde inwerkingtreding per 1 januari 2027.
Lokaal maatwerk De gemeenschappelijke regeling betekent niet dat alle uitvoering binnen Jeugd, Wmo en Participatie voor alle vier gemeenten gelijk wordt georganiseerd. De wettelijk verplichte Jeugdregiotaken worden overeenkomstig de Jeugdwet regionaal uitgevoerd. Voor overige taken kan verschillen voor welke gemeenten de bedrijfsvoeringsorganisatie deze uitvoert. Beleidsmatige keuzes blijven bij de afzonderlijke gemeenten. Daarnaast bepalen gemeenten zelf op welke wijze zij hun raad, adviesraden sociaal domein en andere betrokkenen informeren en betrekken. Beleidsmatige keuzes over zorg en ondersteuning blijven bij de afzonderlijke gemeenten. Gevolgen algemene middelen en begroting De financiële gevolgen van de ontwerpregeling worden nader uitgewerkt in het bedrijfsplan en de conceptbegroting. Daarbij wordt inzichtelijk gemaakt welke bestaande middelen en taken worden ingebracht, welke kosten samenhangen met de inrichting en uitvoering van de GR-BVO en hoe de uitgangspunten voor kostenverdeling financieel uitwerken voor de deelnemende gemeenten. Met het besluit over de zienswijze stelt de raad nog geen begroting, formatie of structurele gemeentelijke bijdrage voor de samenwerkingsorganisatie vast.
Uitgangspunt in de ontwerpregeling is dat algemene kosten naar rato van inwonertal worden verdeeld en dat kosten die samenhangen met taken die niet voor alle gemeenten worden uitgevoerd uitsluitend worden gedragen door de gemeenten voor wie die taken worden uitgevoerd, eveneens naar rato van inwonertal. Dekking: wordt uitgewerkt in het bedrijfsplan en de conceptbegroting. In deze fase wordt nog geen definitief besluit genomen over begroting, formatie of structurele gemeentelijke bijdrage. Toelichting: het streven is om het bedrijfsplan en de conceptbegroting te betrekken bij de latere toestemmingsprocedure, zodat de raad dan beschikt over de relevante organisatorische en financiële informatie. Communicatie Gezien het regionale karakter van de regeling wordt waar mogelijk gewerkt met één regionaal afgestemde communicatieboodschap. Gemeenten verzorgen vervolgens de lokale communicatie richting hun eigen raad, adviesraden en andere betrokkenen. Richting sociaal-domeinpartners wordt de communicatie gezamenlijk opgepakt via de betrokken inkooporganisaties. 4 Achtergrondcontext De gemeenten werken al langere tijd samen aan regionale opgaven binnen het sociaal domein. De bestuursopdracht uit 2024 vormde het vertrekpunt voor een bredere regionale samenwerking, waarin naast het sociaal domein ook het fysieke domein en andere regionale opgaven in beeld waren.
In de verdere uitwerking is ervoor gekozen de gemeenschappelijke regeling in deze fase te richten op het sociaal domein. Binnen Jeugd, Wmo en Participatie blijft de ambitie gericht op verdere regionale samenwerking, waarbij het daadwerkelijk aan de samenwerkingsorganisatie opgedragen takenpakket per gemeente kan verschillen. De regeling biedt daarnaast ruimte om de samenwerking in de toekomst uit te breiden naar andere gemeentelijke beleidsterreinen, met inachtneming van de daarvoor geldende besluitvormingsprocedures. De keuze voor de feitelijke werklocatie van de samenwerkingsorganisatie maakt geen onderdeel uit van de voorliggende ontwerpregeling of van de besluitvorming over de zienswijze. Parallel aan de besluitvorming over de gemeenschappelijke regeling wordt de werklocatie nader onderzocht. Over de werklocatie vindt op basis van de uitkomsten van dit onderzoek afzonderlijke besluitvorming plaats. Bijlagen Bijlagen: ontwerp gemeenschappelijke regeling Samenwerkingsorganisatie Regio Kop van Noord-Holland.