CConstaterende datDen Helder
Koppel je AI →
Document · PDF

BOPA-onderbouwing EOS Koopunt - versie 12-08-2026

Gemeenteraad 21 september 2026, gemeente Den HelderBij agendapunt: 14: Voorstel tot het verlenen van een positief advies over de aanleg van een energieopslag-systeem aan de Koperslagersweg 14F.55.279 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 6

Niet gevonden in dit document.

1/2 EOS KOOYPUNT Den Helder Ruimtelijke motivering BOPA-procedure

2/2 DATUM 12-08-2026 PROJECT PROJECTLEIDER OPDRACHTGEVER EOS Kooypunt M. van der Berg Anesco Nederland B.V PROJECTNUMMER 20240541 AUTEUR I. Van Malsen STATUS definitief © RHO ADVISEURS BV Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.

3/78 Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1 Inleiding 7 1.1 Aanleiding 7 1.2 Ligging projectlocatie 8 1.3 Te doorlopen vergunningprocedure 9 1.4 Leeswijzer 10 Hoofdstuk 2 Beschrijving van de ontwikkeling en zijn omgeving 11 2.1 Huidige situatie 11 2.2 Toekomstige situatie 14 2.3 Juridische activiteiten 18 2.4 Milieueffectrapportage 21 Hoofdstuk 3 Participatie 22 3.1 Algemeen aanvraagvereiste participatie 22 3.2 Vooroverleg en participatie 22 Hoofdstuk 4 Beleidskader en toetsing daaraan 25 4.1 Inleiding 25 4.2 Rijk 25 4.3 Provincie 26 4.4 Regio 27 4.5 Gemeente Den Helder 28 4.6 Waterschap 32 Hoofdstuk 5 Beoordelingsregels waaronder instructieregels 33 5.1 Inleiding 33 5.2 Waarborgen van de veiligheid 33 5.3 Beschermen van de waterbelangen 35 5.4 Beschermen van de gezondheid 37 5.5 Kwaliteit van de buitenlucht 38 5.6 Geluid door activiteiten 39 5.7 Bodem 42 5.8 Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed 44 5.9 | Ladder voor duurzame verstedelijking | 45 5.10 | Behoud van ruimte voor toekomstige functies | 47 5.11 | Mobiliteit | 48 5.12 | Ecologie: soortenbescherming | 48 5.13 | Ecologie: gebiedsbescherming | 49 5.14 | Lokale meerwaarde | 51 Hoofdstuk 6 | Economische uitvoerbaarheid | 53 Hoofdstuk 7 | Evenwichtige toedeling van functies aan locaties | 54 Bijlagen Bijlage 1 | Figuur EOS Bijlage 2 | Concept ontwerp EOS Bijlage 3 |

Landschappelijk inpassingsplan Bijlage 4 | Analyse instructieregels Bijlage 5 | Participatieplan Bijlage 6 | Participatieverslag Bijlage 7 | Reacties en ideeën participatie Bijlage 8 | Akoestisch onderzoek Bijlage 9 | Ecologische quickscan Bijlage 10 | Stikstofberekening realisatie- en gebruiksfase Bijlage 11 | Stikstofmemo 4/78 TOELICHTING

7/78 Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Anesco B.V. (hierna: initiatiefnemer) is voornemens een energieopslagsysteem (hierna: EOS) te realiseren op het bedrijventerrein Kooypunt in de gemeente Den Helder. De behoefte aan deze netbatterij komt voort uit de elektrificatie van de samenleving en de groeiende vraag naar duurzame energie. Dit leidt tot een disbalans tussen vraag en aanbod op het elektriciteitsnet. Wanneer vraag en aanbod niet in evenwicht zijn, leidt dit tot congestie waardoor transport op het elektriciteitnetwerk wordt beperkt. Dit kan negatieve gevolgen hebben voor de stabiliteit van het energievoorzieningssysteem. Gevolgen van de netcongestie zijn onder andere dat nieuwe woningen en bedrijven niet gebouwd kunnen worden omdat ze geen aansluiting kunnen krijgen, bestaande bedrijven niet kunnen groeien, duurzame maatregelen zoals het aansluiten van warmtepompen lastiger worden, de invoeding van duurzame opwek zoals zonneparken en windprojecten niet meer mogelijk is en de kans op stroomuitval toeneemt. In Noord-Holland bestaat dan ook een grote behoefte aan verzwaring van het energiesysteem, het beter benutten van bestaande capaciteit en het toevoegen van flexibel vermogen. Energieopslagsystemen bieden flexibiliteit en spelen een cruciale rol bij het verminderen van congestie op het elektriciteitsnet.

Daarnaast kunnen deze opslagsystemen ondersteunende diensten aan netbeheerders leveren. TenneT verwacht een behoefte van 9 gigawatt (GW) aan netbatterijen in 2030 voor de leveringszekerheid van stroom. De initiatiefnemer wil inspelen op de grote behoefte aan batterijcapaciteit door een EOS te realiseren van 50 megawatt (MW). Initiatiefnemer heeft een principeverzoek ingediend bij de gemeente Den Helder voor het mogelijk maken van het EOS (hierna: de ontwikkeling). De gemeente Den Helder staat in beginsel, onder voorwaarden, positief tegenover dit verzoek. De ontwikkeling is in strijd met het omgevingsplan gemeente Den Helder. Om de ontwikkeling mogelijk te maken wordt een omgevingsvergunning voor de benodigde buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (hierna: bopa) aangevraagd. Ten behoeve van de besluitvorming wordt deze aanvraag getoetst aan het geldende beleid en de beoordelingsregels voor de bopa. Het voorliggende document bevat deze toetsing. De omgevingsvergunning wordt opeenvolgend aangevraagd. Deze mogelijkheid wordt geboden met artikel 12.27a van het Bkl. Dit betekent dat de planologische toestemming en de bouwaanvraag afzonderlijk worden ingediend. Deze aanvraag betreft de eerste fase en is kaderstellend. In deze fase gaat het om globale planvorming, waarbij toestemming wordt gevraagd voor het gebruik van de locatie voor het EOS en voor het uitvoeren van werkzaamheden.

Het uitgewerkte ontwerp volgt in een latere fase, wanneer een omgevingsvergunning wordt aangevraagd voor het daadwerkelijk uitvoeren van de bouwactiviteit. 8/78 1.2 Ligging projectlocatie De projectlocatie is gelegen op het bedrijventerrein Kooypunt. Dit bedrijventerrein ligt in het zuiden van de gemeente Den Helder (provincie Noord- Holland), ten westen van de N9 en ten oosten van de spoorlijn Den Helder - Alkmaar. De projectlocatie bevindt zich in het zuiden van het bedrijventerrein en grenst aan de Mastenmakersweg en de Ketelmakersweg. De projectlocatie maakt onderdeel uit van het perceel kadastraal bekend als sectie C perceel 14468. De oppervlakte van de projectlocatie waarbinnen het EOS wordt gerealiseerd bedraagt circa 11.146 m2. Figuur 1 .1: Ligging projectlocatie op bedrijventerrein Kooypunt, projectlocatie aangeduid met paars kader (bron: PDOK). 9/78 Figuur 1 .2: Projectlocatie met kadastrale gegevens, projectlocatie aangeduid met paars kader (bron: PDOK). 1.3 Te doorlopen vergunningprocedure De ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt middels een omgevingsvergunning voor een bopa. Een bopa is een activiteit, inhoudende: a. een activiteit waarvoor het in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan; b. een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan.

Voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit gelden de beoordelingsregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Dat betekent dat de vergunning alleen wordt verleend: a. met het oog op een evenwichtige toedeling van functies (artikel 8.0a, tweede lid van het Bkl); b. als daarbij voldaan wordt aan de beoordelingsregels uit artikel 8.0b en 8.0e van het Bkl. Die beoordelingsregels komen overeen met de regels die gelden voor het opstellen van een omgevingsplan. Dat betekent dat ook (onder andere) de instructieregels uit hoofdstuk 5 van het Bkl gelden. In beginsel is de reguliere voorbereidingsprocedure van toepassing op een aanvraag omgevingsvergunning. Dit betekent dat op een aanvraag omgevingsvergunning binnen 8 weken moet worden beslist. De gemeenteraad van de gemeente Den Helder heeft op 29 november 2021 een lijst met gevallen vastgesteld waarvoor adviesrecht van de gemeenteraad geldt bij een aanvraag om omgevingsvergunning. Er is sprake van een bindend adviesrecht door de gemeenteraad als een initiatief toeziet op de functiewijziging van onbebouwde gronden/terreinen, indien tevens extra bebouwing wordt toegevoegd. Bij de voorliggende ontwikkeling is sprake van een functiewijziging van onbebouwde gronden waarbij tevens extra bebouwing wordt toegevoegd. Dat betekent dat voor de ontwikkeling sprake is van bindend adviesrecht door de gemeenteraad.

10/78 De omgevingsvergunning voor de voorgenomen ontwikkeling wordt gefaseerd aangevraagd. De onderhavige aanvraag betreft de eerste fase en ziet op een zogenoemd planologisch basisbesluit. In deze fase is sprake van globale planvorming, waarbij toestemming wordt gevraagd voor het gebruik van de locatie voor het EOS en voor het uitvoeren van werkzaamheden. Met dit planologisch basisbesluit wordt binnen de projectlocatie het gebruik voor het EOS toegestaan. Hiermee wordt een eerste juridisch-planologisch kader gelegd voor het onderdeel ruimtelijk bouwen. In een latere fase kunnen opeenvolgende aanvragen worden ingediend voor het feitelijk verrichten van de bouwactiviteiten. Dan wordt beoordeeld of het definitieve bouwplan voldoet aan de geldende kaders. 1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de huidige en toekomstige situatie. Hoofdstuk 3 beschrijft hoe vooroverleg en participatie hebben plaatsgevonden en hoe dit heeft bijgedragen aan het ontwerp de ontwikkeling op de locatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 de ontwikkeling getoetst aan het relevante beleidskader. In hoofdstuk 5 wordt de ontwikkeling getoetst aan de relevante beoordelingsregels. Hoofdstuk 6 bevat de financiële aspecten van de ontwikkeling. Tot slot wordt in hoofdstuk 7 ingegaan op de evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ook wel afgekort als etfal).

11/78 Hoofdstuk 2 Beschrijving van de ontwikkeling en zijn omgeving 2.1 Huidige situatie 2.1.1 Feitelijk situatie De ontwikkeling is gelegen op het bedrijventerrein Kooypunt. Dit bedrijventerrein maakte deel uit van het gebied Koegras, van oudsher een agrarisch gebied. Met het realiseren van het NoordHollands kanaal en het Balgzandkanaal is het buurtschap Kooypunt ontstaan. Eind jaren ‘80 van de vorige eeuw is het knooppunt Rijkswegen N9 en N99 in zijn huidige vorm gerealiseerd. De toenmalige brug gelegen ten zuiden van het buurtschap Kooypunt werd vervangen door een viaduct. Ook werd de Rijksweg N99 doorgetrokken naar het spoor met de bedoeling deze over het spoor door te trekken naar de Nieuweweg als hoofdontsluitingsroute van Den Helder. Gezien de gunstige aansluiting op de Rijkswegen N9 en N99 evenals de nabijheid van de Haven is eind jaren ‘70 van de vorige eeuw besloten om ten zuiden van de N99 het bedrijventerrein Kooypunt te realiseren. De activiteiten op het bedrijventerrein Kooypunt bestaan voornamelijk uit industrie, bouwnijverheid, groothandel en transport- en opslagbedrijven (milieucategorie 3.2 en 4.2). Ten zuiden van het bebouwde bedrijfsgebied zijn de gronden agrarisch en onbebouwd. De agrarische bebouwing is georiënteerd op de Rijksweg waardoor een lijnbebouwing aanwezig is, bestaande uit agrarische bedrijfsbebouwing met daartussen enkele woningen.

De projectlocatie maakt onderdeel uit van deze in het zuiden gelegen agrarische gronden op het bedrijventerrein. De projectlocatie wordt in het noorden begrensd door de Mastenmakersweg en door onbebouwde bedrijfsgronden. Ten oosten van de projectlocatie is een garagebedrijf en beveiligersbedrijf gesitueerd. In het zuiden wordt de projectlocatie begrenst door een watergang, met daarachter een zonneveld. Ten westen van de projectlocatie ligt de Ketelmakersweg. Tussen de Ketelmakersweg en Scheepmakersweg is een leidingenstrook gelegen. Gebruik De gronden van de projectlocatie bestaan momenteel uit grasland en zijn volledig onverhard. Er bevinden zich geen bouwwerken binnen de projectlocatie. In het bestemmingsplan 'Kooypunt 2012' zijn de agrarische gronden die onderdeel uitmaken van het bedrijventerrein Kooypunt aangewezen als gronden die in de toekomst als uitgeefbaar bedrijventerrein kunnen worden aangewezen, indien daar behoefte aan is. De gronden zijn echter niet als zodanig bestemd en in dit bestemmingsplan is aangegeven dat daarvoor een nieuwe planologische procedure voor moet worden gevolgd. 12/78 2.1.2 Relevante regels omgevingsplan Het omgevingsplan Den Helder bevat regels voor de projectlocatie. Op dit moment staan de regels nog op verschillende plaatsen, te weten in:  De besluiten1, waaronder: 1.

een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening; 2. een regel als bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de Monumentenwet 1988, zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet; 3. een verordening als bedoeld in artikel 6 van de Wet geurhinder en veehouderij; 4. een verordening als bedoeld in artikel 10.32a van de Wet milieubeheer en een besluit tot aanwijzing van een gebied op grond van die verordening.  De kaarten, bedoeld in artikel 3.5, tweede lid, van de Aanvullingswet bodem Omgevingswet, en de besluiten, bedoeld in artikel 3.5, derde lid, van die wet;  De Bruidsschat2. 1 Zie artikel 4.6, eerste lid van de Invoeringswet Omgevingswet 2 Zie artikel 22.1 van de Omgevingswet Hierna wordt kort ingegaan op de onderdelen uit het omgevingsplan die van belang zijn voor de ontwikkeling. In paragraaf 2.3 wordt getoetst aan dit toetsingskader en ingegaan op de strijdigheden van de ontwikkeling met het omgevingsplan. Vigerende bestemmingsplan Voor de projectlocatie geldt het 'Bestemmingsplan Kooypunt 2012' (uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan) dat is vastgesteld op 16 april 2014 en geheel onherroepelijk in werking is.

Figuur 2.3: Uitsnede van de verbeelding van het vigerende bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Kooypunt 2012', onderdeel van het tijdelijk deel van het omgevingsplan gemeente Den Helder, projectlocatie aangeduid met paars kader (bron: Omgevingsloket). 13/78 Op grond van dit plan heeft de projectlocatie grotendeels de bestemming 'Agrarisch'. De voor agrarisch aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf met een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering. Een deel van de projectlocatie valt binnen twee bestemmingen 'Bedrijventerrein'. Deze gronden zijn bestemd voor bedrijvigheid. Voor beide bestemmingen geldt dat er bedrijven tot en met categorie 3.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan. Het bouwperceel mag volledig worden bebouwd, waarbij de bouwhoogte van bedrijfsgebouwen maximaal 15 meter mag bedragen. Voor de projectlocatie geldt verder de gebiedsaanduiding 'geluidzone - industrie' en de gebiedsaanduiding 'geluidzone - luchtvaart 40 -45Ke'. Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'geluidzone - industrie' mogen geluidsgevoelige objecten slechts worden gebouwd indien de geluidsbelasting vanwege het industrieterrein van de gevels van deze gebouwen niet hoger zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere grenswaarde.

Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'geluidzone - luchtvaart 40-45Ke' mogen geen woningen en gebouwen ten behoeve van geluidgevoelige functies worden gebouwd. Voor de projectlocatie gelden ook de volgende bestemmingsplannen: 'Kamerverhuur, woningsplitsing en Bed&Breakfast 2021' (vastgesteld op 6 september 2021 en geheel onherroepelijk in werking), 'Paraplubestemmingsplan Parkeren 2021' (vastgesteld op 27 september 2021 en geheel onherroepelijk in werking) en 'Paraplubestemmingsplan supermarkten' (vastgesteld op 21 november 2022 en geheel in werking). Voor de ontwikkeling zijn deze drie bestemmingsplannen niet relevant. Verordeningen Tot het tijdelijke deel van het omgevingsplan behoren ook de gemeentelijke erfgoedverordening, de geurverordening en de verordening afvoer regen- en grondwater, mits de gemeente een dergelijke verordening heeft vastgesteld. Bodemkwaliteitskaart en bodemfunctieklassenkaart De gemeenten Den Helder, Hollands Kroon en Schagen hebben gezamenlijk een Nota bodembeheer opgesteld waarin het bodembeleid en de bijbehorende beleidsregels van de deelnemende gemeenten zijn beschreven. In de Nota bodembeheer is de bodemkwaliteitskaart en de bodemfunctieklassenkaart opgenomen als kaartbijlage 1 en kaartbijlage 2. Bruidsschat In de bruidsschat zijn verschillende regels opgenomen die relevant kunnen zijn voor een nieuwe ontwikkeling.

De bruidsschat bevat voorrangsbepalingen en overgangsrecht, regels over bouwwerken, open erven en terreinen, regels over milieubelastende activiteiten, regels over aanleggen of wijzigen van wegen of spoorwegen zonder geluidproductieplafond en regels over gemeentelijke omgevingsvergunningen. 14/78 2.2 Toekomstige situatie 2.2.1 Ontwikkeling De ontwikkeling betreft het realiseren van een EOS van maximaal 50 MW. Een EOS is opgebouwd uit verschillende componenten. Afhankelijk van de leverancier kan het aantal onderdelen van het EOS verschillen. De exacte uitwerking en gedetailleerde invulling van de projectlocatie wordt pas duidelijk als een leverancier is gekozen. De techniek in deze sector is snel in ontwikkeling. Dat betekent dat ontwerpuitgangspunten in een korte tijd kunnen wijzigen en de invulling van de projectlocatie daarmee ook. Om hierop te anticiperen is het noodzakelijk om een stukje flexibiliteit in de aanvraag in te bouwen. Ondanks dat de leverancier nog niet bekend is, is er wel sprake van een concreet afgebakende ontwikkeling waardoor er voldoende rechtszekerheid voor de omgeving is ingebouwd. De ontwikkeling ziet op:  Een EOS van maximaal 50 MW;  Batterijblokken;  Medium voltage stations (mv-stations), bestaande uit transformators en omvormers;  Een onderstation;  Een inkoopstation;  Een hoofdonderstation (transformator).

 Een hekwerk;  Geluidsscherm (indien noodzakelijk);  beveiligingssysteem en bliksempieken;  Verharding (o.a. toegangswegen tot het EOS). Batterijblokken De batterijblokken bestaan uit batterijcontainers en de daarbijhorende randapparatuur zoals transformatoren, MV-station en een Ring Main Unit. De batterijblokken zijn bouwwerken geen gebouwen zijnde omdat deze niet voor mensen toegankelijk zijn. Het EOS bestaat uit verschillende batterijblokken. Elk batterijblok is aangesloten op een mv -station. De mv-stations, bestaande uit omvormers en transformatoren, zijn een cruciaal onderdeel voor het werken van het EOS. Door de mv -stations wordt het uitgangsspanningsbereik van de batterijen verhoogt. De mv-stations zijn bouwwerken geen gebouw zijnde omdat deze niet voor mensen toegankelijk zijn. Onderstation Het onderstation is aan te merken als een gebouw en is voor mensen betreedbaar. De mv -stations zijn allen aangesloten op het onderstation. Vanuit dit onderstation wordt aangesloten op het hoofdonderstation, waarbij de spanning wordt verhoogt. Inkoopstation Het inkoopstation bestaat uit twee onderdelen: een gebouw dat voor mensen betreedbaar is en een 50 kV-buitenschakelinstallatie (bouwwerk geen gebouw zijnde). Het inkoopstation zorgt voor de distributie van stroom en vormt het overdrachts - en aansluitpunt tussen het openbare middenspanningsnet en een private installatie.

15/78 Hoofdonderstation (transformator) Het hoofdonderstation vormt als het ware de poort naar het hogere energienetwerk. Vanuit het hogere energienetwerk wordt de elektriciteit getransporteerd naar energieafnemers. De transformator is een bouwwerk geen gebouw zijnde omdat deze niet voor mensen toegankelijk is. Hekwerk, beveiligingssysteem en bliksempieken Rondom het EOS is een hekwerk (met beveiligingssysteem) beoogd. Ook zijn bliksempieken voorzien. Geluidsscherm Uit voorzorg wordt bij de ontwikkeling rekening gehouden met een geluidsscherm. Op basis van het uitgevoerde geluidonderzoek (zie bijlage 8) blijkt dat de noodzakelijkheid van een geluidsscherm afhangt van de toekomstige situatie met betrekking tot de percelen Rijksweg 57 en 58. Dat wil zeggen dat de plaatsing van een scherm alleen noodzakelijk is als Rijksweg 57 en 58 weer woningen worden en er niet aan de standaardwaarden kan worden voldaan op basis van de werkelijke geluidemissie. Verharding De verharding is onder andere noodzakelijk voor de toegangswegen naar het EOS. Het terrein is vanwege veiligheidsoverwegingen toegankelijk via twee toegangspoorten in het noorden en westen van het terrein. Het voornemen is om rondom het EOS de gronden in te richten met grind en geheel waterdoorlatend geotextielmembraam.

Inrichting projectlocatie De onderdelen van het EOS (batterijblokken, mv -stations, onderstation en de transformator) worden gerealiseerd binnen het aangewezen bouwvlak in figuur 2.6 (zie ook bijlage 1). Op basis van de uiterste grenzen van dit bouwvlak is het EOS getoetst aan de beoordelingsregels uit het Bkl en een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Figuur 2.6: Inrichting projectlocatie (bron: Rho Adviseurs). 16/78 Het maximale bebouwingspercentage van het bouwvlak is 70%. Het bouwvlak beslaat maar een deel van de projectlocatie. Het bebouwingspercentage en de bouwmogelijkheden liggen daarmee beduidend lager dan de andere percelen op het bedrijventerrein. Dit betekent dat de bouwwerken van het EOS een gezamenlijk oppervlak van maximaal 3.896 m2 van het bouwvlak mogen beslaan. De daadwerkelijke invulling zal in de praktijk waarschijnlijk lager liggen. Aan elk EOS -onderdeel is ook een maximale bouwhoogte gegeven. Voor de batterijblokken, mv -stations en het onderstation bedraagt de maximale bouwhoogte 4 meter. Voor de transformator is de maximale bouwhoogte 7 meter. De overige gronden van de projectlocatie staan weliswaar ten dienste van het EOS, maar hier worden geen technische EOS-onderdelen geplaatst. Het maximale verhardingspercentage van de gehele projectlocatie is 30%.

Op basis van het totale maximale bebouwings- en verhardingspercentage is de benodigde watercompensatie bepaald. Het oostelijk deel van de projectlocatie is aangewezen als zone voor watercompensatie. In paragraaf 5.3 is dit nader uitgewerkt. Op basis van bovenstaande uitgangspunten zijn de gevolgen op de fysieke leefomgeving voldoende inzichtelijk te maken. Binnen de te verlenen omgevingsvergunning met daarin opgenomen flexibiliteit is er ruimte voor het aanbrengen van ondergeschikte wijzigingen ten aanzien van het initiatief, om binnen de kaders van één aanvraag omgevingsvergunning voor een bopa te blijven. Een concept ontwerp van het EOS, binnen de bovengenoemde kaders, is opgenomen in bijlage 2. Buurtbatterij Ten behoeve van de lokale meerwaarde van de ontwikkeling is nadrukkelijk rekening gehouden met een toekomstige buurtbatterij voor omliggende bedrijven. De projectlocatie biedt voldoende ruimte om een buurtbatterij te realiseren. De buurtbatterij is niet specifiek in deze aanvraag meegenomen. Landschappelijke inpassing De gemeente Den Helder hecht veel waarde aan de landschappelijke inpassing van ontwikkelingen. Ten behoeve van de ontwikkeling is dan ook een landschappelijk inpassingsplan opgesteld, zie Bijlage 3. Bij het opstellen is rekening gehouden met de eisen in het beeldkwaliteitsplan Kooypunt. Het gebied ligt nabij de groene as op het bedrijventerrein.

In het landschappelijke inpassingsplan is aansluiting gezocht bij de bestaande groenstructuur van de projectlocatie. De geconcentreerde bosschages van inheemse struiken in een bloemrijk grasland sluiten goed aan op de invulling van het park in de centrale groene as van het bedrijventerrein. Hiermee wordt de groenstructuur uitgebreid vanaf de centrale groenstrook richting het oosten en ontstaat er een ecologische verbinding met de erfbeplanting van het oude lint langs het Noordhollandsch Kanaal. De watercompensatie vindt aan de zuidoostzijde plaats in de vorm van een poel of wadi met een natuurvriendelijke oever. 17/78 De gronden die niet tot het bouwvlak en de locatie voor waterberging horen zijn aangewezen als zone voor landschappelijke inpassing. In de navolgende figuren is de landschappelijke inpassing weergegeven. Daarbij is een voorbeeldopstelling van het EOS binnen het bouwvlak opgeno men. In bijlage 3 zijn ook impressies opgenomen met het geluidsscherm. Figuur 2 .7: Landschappelijke inpassing (bron: Rho Adviseurs). Figuur 2 .8: Impressie planlocatie vanuit westzijde (indicatieve invulling EOS) (bron: Rho Adviseurs). 18/78 Figuur 2.9: Impressie planlocatie vanuit oostzijde (indicatieve invulling EOS) (bron: Rho Adviseurs). 2.3 Juridische activiteiten 2.3.1 Inleiding Een ontwikkeling bestaat uit juridische activiteiten.

De juridische activiteiten zijn onder te verdelen in drie categorieën: I. activiteiten die niet in strijd zijn met het omgevingsplan; (voorbeeld: het gebouw is 6 meter en dat is toegestaan in het omgevingsplan) II. activiteiten die in strijd zijn met het omgevingsplan, omgevingsplanactiviteiten waarvoor de aanvraag voor de bopa wordt ingediend; (voorbeeld: woningbouw waar bedrijven zijn toegestaan én de hoogte van een gebouw mag 6 meter zijn, 10 meter is gewenst) III. activiteiten die niet in het omgevingsplan worden geregeld en geen omgevingsplanactiviteit zijn; (voorbeeld: de natura 2000-activiteit of de technische bouwactiviteit) De juridische activiteiten van de ontwikkeling worden in paragraaf 2.3.2 beschreven. 2.3.2 Welke juridische activiteiten zijn nodig voor de ontwikkeling? De volgende activiteiten zijn niet in overeenstemming met het omgevingsplan en worden aangevraagd als bopa: 1. Omgevingsplanactiviteit voor het gebruiken van gronden en bouwwerken; 2. Omgevingsplanactiviteit voor het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of werkzaamheid uitvoeren; 3. Omgevingsplanactiviteit voor het bouwen van bouwwerken. 19/78 Andere juridische activiteiten: 4. Technische bouwactiviteit. Deze activiteit valt in categorie III, wordt niet geregeld in het omgevingsplan en wordt niet aangevraagd als bopa; 5.

Maatwerkvoorschrift om de ontwikkeling conform de PGS 37 -1 te realiseren. Dit maatwerkvoorschrift valt in categorie III, wordt niet geregeld in het omgevingsplan en wordt niet aangevraagd als bopa (betreft een apart besluit). 2.3.3 Welke omgevingsplanactiviteiten moeten worden vergund met een omgevingsvergunning voor de bopa? Deze paragraaf bevat het overzicht van de omgevingsplanactiviteiten in strijd met het omgevingsplan waarvoor een bopa wordt aangevraagd. De onderhavige aanvraag betreft de eerste fase en ziet op een zogenoemd planologisch basisbesluit. Deze aanvraag ziet op de omgevingsplanactiviteiten gebruik en het uitvoeren van werkzaamheden. De opvolgende bopa ziet op de omgevingsplanactiviteit bouwen. Omgevingsplanactiviteit voor het gebruiken van gronden en een bouwwerk Het gebruik van de gronden ten behoeve van een EOS is in strijd met de bestemming 'Agrarisch' en de bestemming 'Bedrijventerrein' (artikel 3.1 en artikel 4.1 uit het Bestemmingsplan Kooypunt 2012). Omgevingsplanactiviteit voor het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, of werkzaamheid uitvoeren De activiteit werk of bouwwerk aanleggen ten behoeve van het bouwrijp maken van de projectlocatie is in strijd met de bestemming 'Agrarisch' en de bestemming 'Bedrijventerrein' (artikel 3 en artikel 4 uit het 'Bestemmingsplan Kooypunt 2012').

De activiteit afgraven, ophogen of egaliseren van gronden over een oppervlakte groter dan 400 m 2, zodanig dat er verschil in hoogte, c.q. diepte ten opzichte van het bestaande maaiveld ontstaat van meer dan 0,25 meter, is op basis van de bestemming 'Agrarisch' (artikel 3.6 uit het Bestemmingsplan Kooypunt 2012) enkel toegestaan met een omgevingsvergunning. Ook is de activiteit het aanbrengen van oppervlakteverharding met een oppervlak van meer dan 500 m 2 op basis van de bestemming 'Agrarisch' (artikel 3.6 uit het Bestemmingsplan Kooypunt 2012) enkel toegestaan met een omgevingsvergunning. Omgevingsplanactiviteit voor het bouwen van een bouwwerk Batterijblokken De batterijblokken bestaan uit batterijcontainers en de daarbijhorende randapparatuur zoals transformatoren, MV-station en een Ring Main Unit. Deze batterijblokken van het EOS overschrijden de toegestane bouwhoogte. Op basis van de bestemming 'Agrarisch' (artikel 3.2.2, l id d uit het Bestemmingsplan K ooypunt 2012) mag de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde, buiten het bouwvlak niet meer dan 1,5 meter bedragen. Een batterijblok heeft een maximale bouwhoogte van 4 meter. Onderstation Het onderstation i s een gebouw met een maximale bouwhoogte van 4 meter.

Op basis van de bestemming 'Agrarisch' (artikel 3.2, lid a uit het Bestemmingsplan Kooypunt 2012) mogen gebouwen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd. Ter plaatse van de projectlocatie is geen bouwvlak aanwezig. 20/78 Inkoopstation Het inkoopstation is een gebouw met een maximale hoogte van 4 meter. Op basis van de bestemming 'Agrarisch' (artikel 3.2, lid a uit het Bestemmingsplan Kooypunt 2012) mogen gebouwen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd. Ter plaatse van de projectlocatie is geen bouwvlak aanwezig. Transformatorstation Het transformatorstation bevat meerdere technische componenten. De hoogte is maximaal 7 meter. Dit overschrijdt de toegestane bouwhoogte. Op basis van de bestemming 'Agrarisch' (artikel 3.2.2, lid d uit het Bestemmingsplan Kooypunt 2012) mag de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde, buiten het bouwvlak niet meer dan 1,5 meter bedragen. Bliksempieken De bliksempieken overschrijden de toegestane bouwhoogte. Op basis van de bestemming 'Agrarisch' (artikel 3.2.2, lid d uit het Bestemmingsplan Kooypunt 2012) mag de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde, buiten het bouwvlak niet meer dan 1,5 meter bedragen. De maximale bouwhoogte van bliksempieken is 7 meter. Plaatsen van een hekwerk Rondom het EOS wordt een hekwerk met beveiligingssysteem geplaatst.

De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag op basis van de bestemming 'Agrarisch' (artikel 3.2.2, lid b van het Bestemmingsplan Kooypunt) niet meer dan 2 meter bedragen, met dien verstande dat de hoogte van erf - en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gelegen gevel c.q. het verlengde daarvan niet meer dan 1 meter mag bedragen. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag op basis van de bestemming 'Bedrijventerrein' (artikel 4.2.2, lid a van het bestemmingsplan Kooypunt) niet meer dan 3 meter bedragen. Het hekwerk krijgt een maximale bouwhoogte van 2 meter maar het EOS past niet binnen de bestemming 'Agrarisch' en 'Bedrijventerrein', waardoor het hekwerk ten behoeve van het EOS in strijd is met de bestemming. Geluidsscherm De plaatsing van een geluidscherm is alleen noodzakelijk als de percelen Rijksweg 57 en 58 weer woningen worden. Op basis van de (worst -case) gehanteerde geluidgegevens is er een scherm van 4,0 meter hoogte nodig. Dit overschrijdt de toegestane bouwhoogte. Op basis van de bestemming 'Agrarisch' (artikel 3.2.2, lid d uit het Bestemmingsplan Kooypunt 2012) mag de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde, buiten het bouwvlak niet meer dan 1,5 meter bedragen.

21/78 2.4 Milieueffectrapportage Algemeen In Bijlage V van het Omgevingsbesluit (Ob) is aangegeven welke projecten in het kader van een omgevingsvergunning voor een bopa project -merplichtig of mer -beoordelingsplichtig zijn. Projecten die zijn genoemd in kolom 1 zijn mer-plichtig als wordt voldaan aan de drempelwaarden uit kolom 2 en mer -beoordelingsplichtig in gevallen als genoemd in kolom 3. In kolom 4 staat aangegeven bij welk besluit de mer -(beoordelings)plicht geldt. Als hier het omgevingsplan wordt genoemd, wordt hieronder ook de omgevingsvergunning voor een bopa verstaan. Voor mer-beoordelingsplichtige activiteiten moet worden onderzocht of deze aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. De criteria om dit vast te stellen zijn genoemd in bijlage III van Richtlijn 2011/92/EU (richtlijn m.e.r.). Samengevat zijn dit de kenmerken van een project, de locatie van een project en soort en kenmerken van de verschillende milieueffecten. De initiatiefnemer van een in Bijlage V aangewezen project moet daarvan mededeling doen bij het bevoegd gezag, doorgaans het college van B&W. In die mededeling (de aanmeldingsnotitie) is een beschrijving van het project, de locatie en de mogelijke milieueffecten opgenomen. Het bevoegd gezag beslist binnen zes weken of sprake is van aanzienlijke milieueffecten en neemt die beoordeling op in de omgevingsvergunning.

Toetsing De voorliggende ontwikkeling is geen onderdeel van de in bijlage V aangewezen projecten. Een mer-(beoordelings)plicht is voor de ontwikkeling dan ook niet aan de orde. Op basis van de toetsing van de ontwikkeling aan de beoordelingsregels kan voldoende inzicht worden verkregen in de milieueffecten. 22/78 Hoofdstuk 3 Participatie 3.1 Algemeen aanvraagvereiste participatie De gemeenteraad van Den Helder heeft in haar besluit van 29 november 2021 gevallen van verplichte participatie bij een aanvraag omgevingsvergunning aangewezen. Er is sprake van verplichte participatie door de initiatiefnemer (als indieningsvereiste bij het aanvragen van een omgevingsvergunning) als het initiatief voorziet in de functiewijziging van onbebouwde gronden/terreinen, indien tevens extra bebouwing wordt toegevoegd. De ontwikkeling voorziet in de functiewijziging van onbebouwde agrarische gronden waarbij tevens extra bebouwing wordt toegevoegd. Voor de ontwikkeling is daarmee sprake van een participatieplicht. 3.2 Vooroverleg en participatie Intaketafel Op 15 juni 2023 heeft er intern bij de gemeente Den Helder een intaketafel plaatsgevonden over de ontwikkeling. Hier is de beoogde ontwikkeling besproken. Naar aanleiding van de intaketafel is er op 25 maart 2024 een overleg geweest tussen initiatiefnemer, een vertegenwoordiger van Alliander en de gemeente.

De gemeente heeft vervolgens op 3 april 2024 haar advies schriftelijk gedeeld. De gemeente adviseert met betrekking tot de wenselijkheid van de ontwikkeling tot 'ja, mits', met daarbij de volgende randvoorwaarden voor het vervolg:  Er is nog onbekendheid van de risico's voor wat betreft brandveiligheid van de installatie, dit moet helder in kaart worden gebracht;  De meerwaarde van het EOS voor Den Helder dient duidelijker naar voren te komen. Deze twee punten komen respectievelijk terug in paragraaf 5.2 en 5.14 van deze motivering. Omgevingstafel De gemeente heeft gedurende het traject verzocht om een aantal aanpassingen in het ontwerp en het landschappelijk inpassingsplan. Deze aanpassingen zijn zoveel mogelijk doorgevoerd. De belangrijkste wijziging is dat de projectlocatie aan de westzijde iets is vergroot. Het hekwerk rondom het EOS wordt zo in dezelfde rooilijn geplaatst als de omliggende bestaande bebouwing. Op deze wijze worden zichtlijnen langs de assen zoveel mogelijk opengehouden. Participatie omgeving Op 1 juli 2024 heeft de gemeenteraad de inspraak- | en participatieverordening Den Helder 2024 vastgesteld. Hierin staat dat het bestuursorgaan voor de start van elke participatieprocedure de manier van participatie vaststelt. Voor ruimtelijke initiatieven zijn er ook specifieke beleidsregels opgesteld.

Voor de ontwikkeling is een participatieplan opgesteld, zie bijlage 5. In dit plan is een inschatting gemaakt welke mate van participatie geschikt is voor de ontwikkeling. Dit is gedaan op basis van het 'Besluit van B&W, houdende regels over de beoordeling toereikendhei d verplichte participatie omgevingsvergunning', geldend vanaf 1 januari 2024. Uit de scorematrix kwam voor de ontwikkeling een score van 9. Dit is middelste categorie van participatie, genaamd 'Participatie met de directe omgeving'. Bij de beoordeling is rekening gehouden met algehele impact van de ontwikkeling op de omgeving. Het doel van de participatie is om de omgeving te informeren en het draagvlak voor de ontwikkeling te vergroten. Er is gekozen voor een mix van 'meeweten' en 'meedenken' als participatievorm. In het participatieverslag (zie bijlage 6) is beschreven hoe de omgeving is betrokken. De volgende stappen zijn doorlopen:  | In samenspraak met Port of Den Helder is een openbare aankondiging gedaan op 29 december 2023 over de samenwerking tussen de haven en initiatiefnemer.

Voornemen tot uitgifte gronden Kooypunt door PoDH aan Anesco Nederland BV (29-12-2023).pdf (portofdenhelder.nl);  | Er zijn keukentafelgesprekken gevoerd met omliggende bedrijven;  | Er zijn meerdere gesprekken gevoerd met netbeheerder Liander en het bedrijf E-magy voor het verkennen van koppelkansen;  | Na accordering van het participatieplan door de gemeente Den Helder zijn de volgende acties gedaan; 1. | Initiatiefnemer heeft op haar website een openbare aankondiging gedaan over de ontwikkeling; 2. | Initiatiefnemer heeft een brief gestuurd naar de geselecteerde omwonenden en bedrijven. Hiervoor heeft de Port of Den Helder een lijst met adressen met initiatiefnemer gedeeld. Zij hebben de mogelijkheid gekregen om periodiek op de hoogte gebracht te worden van de ontwikkelingen d.m.v. het doorgeven van een e-mailadres. Ook is een uitnodiging gedaan voor een privébezoek waarbij er de mogelijkheid bestaat om mee denken over het project en feedback te geven op de onderwerpen externe veiligheid, geluid en de landschappelijke inpassing; 3. | De Port of Den Helder is op de hoogte gehouden van het proces en de ontwikkelingen; 4. | Er is gesproken met buurtbewoners; 5. | Er is gesproken met de Gasunie. 23/ | 78 24/78 De reacties en ideeën die zijn opgehaald uit de omgeving zijn opgenomen in bijlage 7. De ontvangen reacties zijn positief.

De omgeving begrijpt de noodzaak van een EOS en een vaak gehoorde opmerking is dat men het erg prettig vindt dat initiatiefnemer al in een vroeg stadium de omgeving op de hoogte heeft gebracht . De volgende ideeën vanuit de omgeving zijn binnengekomen (de uitgebreide verslaglegging is terug te lezen in bijlage 7):  Voorstel om tijdens het nieuwjaarsontbijt van de ondernemersvereniging een presentatie te houden over opslag middels batterijen en over het project zelf. Initiatiefnemer vindt dit een zeer goed idee en zal derhalve op 9 januari 2025 in het nieuwe jaar uitleg komen geven tijdens het ontbijt;  De ondernemer die woonachtig is op iets meer dan 300 meter van de ontwikkeling en naast zijn woning ook zijn bedrijf heeft, had als suggestie om aan de slag te gaan met vergroenen middels het inzaaien van bloemenzaden geschikt voor wilde bijen en ook bijenkasten te gaan plaatsen; Initiatiefnemer heeft dit idee omarmd en de uitwerking hiervan is ook verwerkt in het landschappelijk inpassingsplan (zie bijlage 3).

De contacten met de imker zijn via betreffende ondernemer snel gelegd;  In overleg blijven met een naaste buur die wellicht uitbreiding van zijn terrein wenst (garagebedrijf) en initiatiefnemer wil hierover meedenken samen met de Port of Den Helder omdat er aan de oostkant van het perceel ook nog ontsluiting zou moeten komen (dit is het deel waar initiatiefnemer nu niets op gepland heeft aan te leggen/te bouwen);  Begin 2025 organiseren van een kennissessie samen met de GasUnie voor wederzijdse uitwisseling van kennis en informatie;  Er werd vaak gevraagd of de batterij ook gedeeld kan worden voor het opslaan van de zonne -energie van naastgelegen bedrijven, dit is helaas geen optie omdat het opslagsysteem daar te groot voor is, wat wel wordt onderzocht is de optie van cable pooling. Dit is samen met bijvoorbeeld een wind- of zonnepark de kabel van de batterij. Dan moet het wel gaan om een aanzienlijk vermogen van liefst meerder megawatts (MWs) of tientallen megawatts (MWs). 25/78 Hoofdstuk 4 Beleidskader en toetsing daaraan 4.1 Inleiding Door de verschillende overheden is beleid geformuleerd ten aanzien voor ontwikkelingen. Paragraaf 4.2 behandelt het rijksbeleid. Het provinciaal beleid is opgenomen in paragraaf 4.3. Tot slot wordt in paragraaf 4.5 de ontwikkeling getoetst aan het gemeentelijk beleid.

4.2 Rijk 4.2.1 Nationale Omgevingsvisie Met de Nationale omgevingsvisie (NOVI) wordt richting gegeven aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende 30 jaar ingrijpend zullen veranderen. De NOVI is vastgesteld op 11 september 2020 en geheel onherroepelijk in werking. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win -win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes:  Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd.

Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte;  Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere;  Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Toetsing Binnen de ambities van de NOVI staat de groei van duurzame energieopwekking in Nederland centraal. Door een groter aandeel hernieuwbare energie en elektrificatie zit echter steeds vaker 'het net vol', wat betekent dat de maximale transportcapaciteit dreigt te worden bereikt op een specifieke plek en moment in het jaar. Dit geldt voor zowel afname als voor invoeding van stroom. 26/78 Hierdoor dreigt de netbeheerder de belofte van leveringszekerheid niet na te komen. Nieuwe aansluitingen komen op een wachtlijst. Met de energietransitie zal stijgende elektrificatie en uitrol van duurzame energie de druk op elektriciteitsnet ook in de toekomst steeds vergroten.

Het EOS vermindert deze pieken door op het juiste moment op te laden of te ontladen. Hierdoor maakt een EOS de energie-infrastructuur geschikt voor (aansluiting van) duurzame energiebronnen. Netbeheerders werken aan speciale contracten voor batterijen: het wordt gestimuleerd de piek te verminderen. Zo worden batterijen onderdeel van de oplossing. Buiten de lokale piekmomenten kan de batterij worden ingezet om de pieken op landelijke schaal te verminderen. De ontwikkeling draagt zodoende bij aan de verdere groei van duurzame energieopwekking in Nederland. Conclusie De ontwikkeling past binnen het beleid. 4.3 Provincie 4.3.1 Omgevingsvisie Noord-Holland De 'Omgevingsvisie NH2050 - Balans tussen economische groei en leefbaarheid' is op 19 november 2018 door Provinciale Staten van Noord-Holland vastgesteld. In de omgevingsvisie heeft de provincie haar ruimtelijke toekomstvisie vastgelegd en heeft zij tevens aangegeven hoe zij deze visie denkt te zullen realiseren. Het uitgangspunt van de omgevingsvisie is dat Noord -Holland een relatief hoog welvaarts - en welzijnsniveau heeft. Om deze ook voor de toekomst vast te kunnen houden, richt de provincie zich op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid, zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. Dit is de hoofdambitie.

In de omgevingsvisie worden ook subambities genoemd op het gebied van de leefomgeving, het gebruik van de leefomgeving en de energietransitie. De ambities ten aanzien van de leefomgeving luiden:  Klimaatverandering: Noord-Holland moet voorbereid zijn op klimaatverandering en waterrobuust worden ingericht;  Gezondheid en veiligheid: de ambitie is het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van bodem -, water- en lucht, externe veiligheid, geluidbelasting en (ontwikkelingen in) de ondergrond. Gestreefd wordt naar een gezonde leefomgeving, wat inhoudt: een woon-werkomgeving waar je zo min mogelijk wordt blootgesteld aan ongezonde stoffen en veiligheidsrisico's en die een gezonde levensstijl ondersteunt;  Biodiversiteit en natuur: de ambitie is om de biodiversiteit in Noord-Holland te vergroten, ook omdat daarmee andere ambities/doelen kunnen worden bereikt. Dit betekent dat ontwikkelingen zoveel mogelijk natuurinclusief zullen zijn. 27/78 De ambities ten aanzien van het gebruik van de leefomgeving luiden:  Economische transitie: de ambitie is een duurzame economie, met innovatie als belangrijke motor. Economische ontwikkelingen dienen qua aard, omvang en vorm aan te sluiten bij de regio of plek.  Wonen en werken: de ambitie is dat vraag en aanbod van woon - en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief) beter met elkaar in overeenstemming zijn.

Daarbij moet woningbouw, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends, vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden worden gepland;  Mobiliteit: de ambitie is dat de inwoners en bedrijven van Noord- Holland zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt kunnen verplaatsen, waarbij de negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk meegewogen worden. Clustering van functies is een belangrijk duurzaamheidsprincipe;  Landschap: de ambitie is het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie;  Energietransitie: de ambities ten aanzien van de energietransitie is tot slot dat Noord -Holland als samenleving in 2050 volledig klimaatneutraal en gebaseerd is op (een maximale inzet op opwekking van) hernieuwbare energie. Toetsing Een van de ambities uit de omgevingsvisie van Noord -Holland is om in 2050 volledig klimaatneutraal te zijn en maximaal in te zetten op de opwekking van hernieuwbare energie. De ontwikkeling bestaat uit het realiseren van een EOS en levert een bijdrage aan het opheffen van onbalans in het openbare elektriciteitsnet als gevolg van (onder andere) het toenemende aandeel van duurzame energieopwekking.

De ontwikkeling draagt zodoende bij aan de ambitie uit de omgevingsvisie ten aanzien van de energietransitie door een verdere opwekking van hernieuwbare energie te faciliteren. Conclusie De ontwikkeling past binnen het beleid. 4.4 Regio 4.4.1 Regionale Energiestrategie Noord-Holland Noord De RES 1.0 is in 2021 vastgesteld door de gemeenten in de regio Noord-Holland Noord. In de Regionale Energiestrategie (RES) van de regio Noord-Holland Noord is de ambitie uitgesproken om voor 2030 in de regio 3,6 TWh aan hernieuwbare elektriciteit met zon en wind op te wekken. Naast deze ambitie signaleert de RES 1.0 ook bloot dat andere maatregelen, zoals de opslag van duurzaam opgewekte energie, steeds belangrijker worden mede als gevolg van de problemen met het elektriciteitsnetwerk. Dit betekent dat bijvoorbeeld onderzoek en proeven worden gedaan met energiemanagementsystemen om opwek en gebruik van energie zo goed mogelijk te balanceren, opslag in batterijen, omzetting naar waterstof, groen gas, warmtenetten en warmteopslag. 28/78 Herijking RES 2024 De RES 1.0 is in 2024 herijkt. De ambities en ontwikkelingen leiden ertoe dat het elektriciteitsnet in (onder andere) de Kop van Noord -Holland sinds de vaststelling van de RES 1.0 verder toenemende beperkingen kent. Enerzijds zit het gebied voor de vraag naar elektriciteit voor grote aanvragers op slot.

Dit komt deels door congestie in het hoogspanningsnet van TenneT dat sinds 18 oktober 2023 speelt. De te verwachten termijn waarop dit zou zijn opgelost voor de Kop van Noord -Holland is volgens TenneT rond 2034 – 2036. Anderzijds zit de regio op dit moment ook voor een groot deel op slot voor teruglevering van elektriciteit. In grote delen van de regio worden pas na 2030 aansluitmogelijkheden voor grote duurzame elektriciteits -opwekkers verwacht. Het tekort aan capaciteit op verdeelstations maken het aansluiten van grote zon- en windprojecten (<2MW) op de korte termijn niet mogelijk. Toetsing De ontwikkeling ziet toe op het realiseren van een EOS en levert een bijdrage aan het opheffen van onbalans in het openbare elektriciteitsnet als gevolg van (onder andere) het toenemende aandeel van duurzame energieopwekking. De ontwikkeling draagt zodoende bij aan de ambitie uit de RES 1.0 en de Herijking RES 2024 door een verdere opwekking van hernieuwbare energie te faciliteren en huidige congestie op het elektriciteitsnetwerk op te lossen. Conclusie De ontwikkeling past binnen het beleid. 4.5 Gemeente Den Helder 4.5.1 Omgevingsvisie 'Koers op een sterke thuishaven' De gemeenteraad van de gemeente Den Helder heeft op 18 september 2023 de omgevingsvisie 'Koers op een sterke thuishaven' vastgesteld. De ontwikkeling is gelegen op het bedrijventerrein Kooypunt (zie figuur 3.1).

De voor de ontwikkeling relevante thema's uit de omgevingsvisie worden hierna behandeld. Figuur 3.1: Uitsnede Visiekaart, projectlocatie aangeduid met paars kader (bron: gemeente Den Helder). 29/78 Bedrijven en industrieterreinen De gemeente Den Helder wil in ieder geval ruimte kunnen bieden aan bedrijven uit de kernsectoren van de lokale economie (scheepsbouw, offshore, onderhoud & inspectie, marine en energietransitie). De offshoresector en bedrijvigheid rondom de energietransitie kunnen voor de langere termijn leiden tot een extra ruimtevraag waarvoor de bedrijventerreinen in Den Helder in beeld komen. De ruimte die in de toekomst op de bedrijventerreinen (nog) beschikbaar is, moet ook voor deze bedrijvigheid kunnen worden ingezet. Daarnaast moet er voldoende ruimte overblijven voor lokale ondernemers met uitbreidingwensen. Binnen de ontwikkeling van het Maritiem Cluster wordt voor de gebieden Kooypunt, Kooyhaven (gemeente Hollands Kroon) en Oostoever ingezet op het ruimte bieden voor de sectoren logistiek, mobiliteit en energie. Door op deze sectoren te richten in de ontwikkeling zet de gemeente zoveel mogelijk in op synergie tussen de haven van Den Helder en het zuidelijker gelegen cluster van bedrijventerreinen.

Dit cluster is ondersteunend aan de (zee)haven door logistieke functies een goed bereikbare plek buiten de haven te geven en voldoende ruimte te bieden voor mobiliteitsoplossingen en grootschalige energieopwekking en –infrastructuur. Duurzame energie Om de transitie naar meer duurzame energie te kunnen maken vraagt de gemeente bij de netbeheerders om aandacht voor een voldoende robuust stroomnetwerk, zodat nieuwe aanbieders en vragers op het energienet kunnen aansluiten en het netwerk pieken qua opwek en/of verbruik kan opvangen. Indien nieuwe bedrijven geen aansluiting kunnen krijgen op het stroomnetwerk zet dit het vestigingsklimaat van Den Helder onder druk. Ook nieuwe (grootschalige) initiatieven voor het opwekken van duurzame energie kunnen niet meer worden aangesloten, of krijgen te maken met lange wachttijden. Een robuust stroomnetwerk om de energievraag en – aanbod in de toekomst voldoende op te kunnen vangen is van vitaal belang voor Den Helder. Lokaal wordt gekeken naar de mogelijkheden om de opslagcapaciteit te vergroten. De gemeente faciliteert de aanleg en inpassing van aanvullende energie-infrastructuur, om een bijdrage aan deze opgave te leveren. Toetsing De ontwikkeling is gelegen op het bedrijventerrein Kooypunt. Op de visiekaart is nabij de projectlocatie ruimte voor een grootschalig tijdelijk zonnepark ingetekend.

Inmiddels is hier ook een tijdelijk zonnepark gerealiseerd. In de omgevingsvisie is aangegeven dat voor het bedrijventerrein Kooypunt ruimte wordt geboden aan bedrijvigheid rondom de energietransitie. De realisatie van het EOS draagt bij aan het vergroten van de opslagcapaciteit van energie en levert een bijdrage aan een robuust stroomnetwerk voor Den Helder. De ontwikkeling beperkt ondernemers met uitbreidingswensen op het bedrijventerrein niet. In het bestemmingsplan 'Kooypunt 2012' zijn de agrarische gronden die onderdeel uitmaken van het bedrijventerrein Kooypunt aangewezen als gronden die in de toekomst als uitgeefbaar bedrijventerrein kunnen worden aangewezen, indien daar behoefte aan is. Er is dan ook voldoende ontwikkelruimte aanwezig. Conclusie De ontwikkeling past binnen het beleid. 30/78 4.5.2 Welstandsnota 2015 - herziening 2020 Welstand gaat over hoe de uiterlijke kenmerken van een bouwwerk in de omgeving passen, denk aan vorm, kleur of gebruikte materialen. In het omgevingsplan zijn regels opgenomen met betrekking tot (1) repressief welstand (artikel 22.7, Omgevingsplan gemeente Den Helder), oftewel de excessenregeling en (2) beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning met betrekking tot een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk (artikel 22.29, Omgevingsplan gemeente Den Helder).

De redelijke eisen van welstand zijn uitgewerkt in de welstandsnota van de gemeente Den Helder. Deze is op 29 september 2020 vastgesteld door de gemeenteraad. Voor de welstandsnota is er onderscheid gemaakt in 11 verschillende gebieden. Dit onderscheid is vooral gebaseerd op de bouwperiode, de ruimtelijke identiteit, de functie en de mate aan samenhang of juist diversiteit binnen een gebied. Elk gebied vraagt een eigen beschrijving en set aan criteria voor beoordeling van bouwplannen. De projectlocatie is gelegen in het gebied 'Haven en bedrijventerreinen'. Het algemene beeld van de haven- en bedrijventerreinen is onsamenhangend door de grote verschillen in functie, uitstraling, maat, architectuur en materiaalgebruik. De praktijk is dat de functionele gebruikswaarde belangrijker wordt geacht is dan de belevingswaarde. In het algemeen is meer aandacht voor de belevingswaarde wenselijk met aandacht voor het individuele karakter van een terrein en de uitstraling naar de omgeving. Voor bedrijventerrein Kooypunt is een beeldkwaliteitplan opgesteld waarin richtlijnen zijn opgenomen ten aanzien van de inrichting, bebouwing en architectuur. Bij beoordeling van bouwplannen wordt hiermee rekening gehouden.

Beeldkwaliteitplan Bedrijvenpark Kooypunt Het beeldkwaliteitplan Bedrijvenpark Kooypunt is op 25 november 2019 door de gemeenteraad vastgesteld en vervangt het beeldkwaliteitplan uit 2004. Het beeldkwaliteitsplan is opgesteld in een samenwerking tussen de gemeente en Port of Den Helder en ondernemersvereniging Kooypunt. Voor ondernemers vormt dit plan het ontwerpkader waarbinnen de plannen ontwikkeld moeten worden. Voor welstand vormt dit plan het toetsingskader op basis waarvan zij de plannen beoordelen. Centraal in het gebied ligt een (groene) hoofdas op een breed leidingentracé. De projectlocatie is deels gelegen langs deze centrale as. Deze as kan beschouwd worden als het meest representatieve deel van het bedrijvenpark. Kavels die grenzen aan deze as hebben specifieke eisen ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Toetsing De omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit op de locatie wordt alleen verleend als op basis van artikel 22.29 sub b van het omgevingsplan het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota.

Voor de ontwikkeling is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld, zie Bijlage 3. Hierin is nadrukkelijk ingegaan op het beeldkwaliteitplan Bedrijvenpark Kooypunt. 31/78 Het bouwplan wordt te zijner tijd voorgelegd aan de ambtelijke adviescommissie ter beoordeling. Conclusie Voor dit aspect draagt de ontwikkeling bij aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 4.5.3 Nota parkeernormen Den Helder 2022 De gemeenteraad van de gemeente Den Helder heeft op 27 september 2021 de Nota Parkeernormen Den Helder 2022 vastgesteld. Het doel van de nota is om de toepassing van de objectieve parkeernormen inzichtelijker te maken, zodat het voor inwoners, bedrijven en ontwikkelaars duidelijk is welke normen gehanteerd worden bij een aanvraag omgevingsvergunning. Deze normen zijn gebaseerd op de parkeerkencijfers van CROW, toegepast op de situatie van Den Helder. Toetsing De functie EOS kent conform de parkeernota en de parkeerkencijfers van CROW geen parkeervraag. Er is binnen de projectlocatie ruimte aanwezig voor een opstelplaats voor een voertuig (voor bijvoorbeeld onderhoudswerkzaamheden). Conclusie De ontwikkeling leidt niet tot negatieve effecten voor parkeren en is in lijn met de parkeernota. 4.5.4 Beleidskader Archeologie 2017 Op 8 april 2019 is door de gemeenteraad van de gemeente Den Helder het beleidskader Archeologie 2017 Gemeente Den Helder vastgesteld.

Binnen het Helderse archeologische erfgoed is een onderscheid te maken tussen gebieden waarvan bekend is dat zij archeologische waarden bevatten en waarvan de kwaliteit en het belang is vastgesteld. In Den Helder zijn gebieden aanwezig met een hoge archeologische waarde en gebieden met een archeologische waarde. Er zijn echter ook gebieden waar archeologische sporen of vondsten verwacht kunnen worden. Over de kwaliteit van deze vindplaatsen kan nog geen uitspraak worden gedaan, die moeten blijken uit archeologisch onderzoek. Daarnaast zijn er gebieden die hetzij in voldoende mate archeologisch zijn onderzocht dan wel dusdanig verstoord dat er geen archeologische sporen meer verwacht kunnen worden. Deze gebieden zijn ‘archeologie vrij ‘genoemd. De gemeente Den Helder streeft naar behoud in situ, oftewel op de plaats van aantreffen van archeologische resten. Dit sluit aan op het Europese, Rijks - en Provinciale archeologiebeleid. De oppervlakte en diepte van de beoogde ingreep bepaalt of rekening moet worden gehouden met archeologie. Wie de vrijstellingsdrempel overschrijdt, dient archeologisch onderzoek te laten uitvoeren. Toetsing Op de archeologische waarden - en verwachtingskaart behorende bij het beleidskader is de projectlocatie aangeduid als 'archeologische verwachting'. De locatie ligt in stedelijk gebied.

De maximaal toegestane oppervlakte van een bodemingreep bedraagt hier 500 m2. De maximaal toegestane ontgravingsdiepte bedraagt 3 m-mv. 32/78 De bodemingreep ten behoeve van het EOS is groter dan 500 m 2 maar de ontwikkeling overschrijdt de maximaal toegestane ontgravingsdiepte van 3m-mv niet. Archeologisch onderzoek is daarmee niet noodzakelijk. Conclusie De ontwikkeling is in lijn met het archeologie beleid. 4.6 Waterschap Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft samen met haar partners haar waterbeleid op lange termijn (Deltavisie). De Deltavisie is vertaald in een Waterplan (WBP6) voor de middellange termijn. Hierin presenteert het hoogheemraadschap haar koers voor de periode 2022 -2027 en de opgaven waar het hoogheemraadschap zelf en met anderen aan werken. Het Waterplan gaat uit van een gebiedsgerichte aanpak. De opgaven per gebied zijn geografisch in beeld gebracht. In het noorden van het beheersgebied van HHNK, vormen de gemeenten Den Helder, Hollands Kroon, Schagen en Texel de deelregio Noordkop. De regio heeft meerdere uitdagingen op het gebied van klimaatadaptatie doordat er verschillende soorten functies in de regio voorkomen. Er komen in de regio verschillende soorten landbouw voor (bollenteelt en veeteelt) die worden afgewisseld met stedelijk gebied en natuur.

De grootste uitdagingen zien toe op het kunnen verwerken van hevige en langdurige neerslag, het beperken van schade aan landbouw en natuur door droogte en verzilting, het hoofd kunnen bieden aan extreme hitte en het tegengaan van risico's op overstromingen. Daarnaast beschikt het hoogheemraadschap over een verordening: de Waterschapsverordening. De relevante regels uit de waterschapsverordening worden behandeld in paragraaf 5.3. Toetsing Uit het Waterplan volgt dat voor de regio Noordkop met name bij nieuwe ontwikkelingen aandacht moet zijn voor vergroening en het verbinden van water. De ontwikkeling gaat uit van een landschappelijke inpassing waarbij groenelementen worden toegevoegd. De geconcentreerde bosschages van inheemse struiken in een bloemrijk grasland sluiten aan op de invulling van het park in de centrale groene as van het bedrijventerrein. Hiermee wordt de groenstructuur uitgebreid vanaf de centrale groenstrook richting het oosten en ontstaat er een ecologische verbinding met de erfbeplanting van het oude lint langs het Noordhollandsch Kanaal. Er is met de ontwikkeling sprake van kwalitatief hoogwaardige vergroening. Conclusie De ontwikkeling past binnen het waterschapsbeleid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.denhelder.nl/api/v1/meetings/2361/documents/27524