RIS324648 Aanpak uitdaagrecht
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Nur Icar Wethouder van MKB, Werk en Participatie
dienst: dienstcode
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de commissie Samenleving
DPZ/11008636 RIS324648 Contactpersoon
Eline van den Wildenberg Dienst
Dienst Publiekszaken Afdeling
Programma Stadmaken Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
9 maart 2026
eline.vandenwildenberg@denhaag.nl
Onderwerp
Aanpak uitdaagrecht
Geachte voorzitter, In juni heeft u een korte update ontvangen over de uitwerking van het uitdaagrecht (RIS322173). Het uitdaagrecht is in Den Haag juridisch verankerd in de inspraak- en participatieverordening (RIS319848). In de update gaf het college aan dat het meer ervaringen en inzichten wil opdoen, alvorens de aanpak te bepalen en hierover te communiceren. Met deze brief deelt het college de belangrijkste inzichten en schetst het de vervolgaanpak. Het uitdaagrecht (voorheen right to challenge) is in de wet versterking participatie op decentraal niveau beschreven als het recht van inwoners of maatschappelijke partijen om de gemeente te verzoeken de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak of dienst over te nemen, eventueel met bijbehorend budget, als zij denken die taak beter, anders, slimmer of goedkoper te kunnen uitvoeren1. In de afgelopen maanden zijn ervaringen opgehaald bij verschillende gemeenten en gerelateerde organisaties, zowel met langdurige ervaring met het uitdaagrecht (zoals Rotterdam en Utrecht), als gemeenten die net zijn begonnen (zoals Assen en Midden-Groningen). Daarnaast zijn gesprekken gevoerd met initiatiefnemers die al gemeentelijke taken uitvoeren of hier interesse in hebben. Ook is er tijdens het Stadmakersfestival op 21 november een sessie georganiseerd over het uitdaagrecht (Met als titel: “We doen het lekker zelf”).
Uit de analyse van de ervaringen van andere steden, en de gesprekken met initiatiefnemers uit Den Haag zijn een aantal inzichten gekomen (zie bijlage). Deze inzichten vormen het kader voor de Haagse benadering. Ze zijn vertaald in een drietal uitgangspunten en basisvoorwaarden voor de samenwerking met initiatieven die een beroep doen op het uitdaagrecht. Samenwerking met initiatieven De term uitdaagrecht heeft een confronterende connotatie en kan verwarring oproepen. Een ‘uitdaging’ plaatst initiatiefnemer en gemeente tegenover elkaar, terwijl het veel meer moet gaan om het opzoeken van samenwerking. 1
Kamerstukken II 2022/23, 36 210, nr. 3, p. 17
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
Telefoonummer 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DPZ/11008636
Ook het begrip ‘recht’ kan de indruk wekken dat het overnemen van een taak afdwingbaar is. Daarom kiezen we er in de communicatie en aanpak voor om te spreken over de essentie van het uitdaagrecht: de mogelijkheid voor initiatiefnemers om een taak of dienst zelf of samen met de gemeente uit te voeren. Uitgangspunten Naar aanleiding van de inzichten in de bijlage komen we tot een drietal uitgangspunten voor de samenwerking met initiatiefnemers die een beroep doen op het uitdaagrecht. 1. Samenwerking is leidend, het instrument uitdaagrecht is ondersteunend. Het proces draait om gesprek, vertrouwen en maatwerk. Niet het instrument staat centraal, maar het vinden van de beste manier om een initiatief tot waarde te laten komen. Dit kan leiden tot het daadwerkelijk overnemen van een taak of tot een andere vorm van ondersteuning. Een dienende houding van ambtenaren is hierbij essentieel. 2. We sluiten aan bij bestaande processen, gericht op integrale besluitvorming. De aanpak wordt afgestemd op aard, schaal en complexiteit van het initiatief. Eerst wordt gekeken wat lokaal via het stadsdeel kan worden geregeld, binnen bestaande kaders en afspraken. Als het initiatief het stadsdeel overstijgt qua onderwerp, omvang of financiering, wordt de verantwoordelijke dienst(en) voor de betreffende taak betrokken en is integrale samenwerking tussen diensten nodig.
Soms zal er een bestuurlijk besluit nodig zijn, zowel ten aanzien van de inhoudelijke componenten van de samenwerking, als de financiering. De uitkomst en afspraken worden vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst. 3. We bespreken of initiatiefnemers een realistische kijk op ‘zelf of samen uitvoeren’ hebben. Met initiatiefnemers zal besproken worden in hoeverre de initiatiefnemers grip hebben op de omvang en de reikwijdte van de werkzaamheden. In de communicatie kiezen we ervoor om een samenwerkende connotatie te gebruiken die het gezamenlijk ‘uitvoeren’ benadrukt en de initiatiefnemer en gemeente minder tegenover elkaar zet, maar zal er ook gewezen worden op de afzonderlijke verantwoordelijkheden. Basisvoorwaarden In de basis kan voor iedere taak of dienst van de gemeente een verzoek worden gedaan. Per casus zal worden gekeken wat mogelijk is. De gemeente zorgt voor transparantie over taken, verplichtingen, kwaliteitsnormen en budgetten die bij taken horen. Deze vormen samen met het plan van de initiatiefnemers de basis voor de te voeren gesprekken en de te maken afspraken. De gemeente ondersteunt de initiatiefnemers, maar bewaakt ook het algemeen belang. Dit kan leiden tot een beargumenteerde afwijzing om tot een samenwerking over te gaan.
We stellen een aantal basisvoorwaarden, welke afgeleid zijn uit de participatie-verordening: Het plan heeft maatschappelijke meerwaarde (voor de gemeenschap, de buurt en/of de stad). De initiatiefnemers wonen of zijn actief in de omgeving waar de taak wordt uitgevoerd. Er is voldoende steun uit de buurt/omgeving waar het initiatief zich op richt. De organisatie is een rechtsvorm zonder winstoogmerk (bijvoorbeeld een stichting). Het gaat om bestaande taak(en) van de gemeente. Er is kennis, ervaring en betrokkenheid om het goed en voor langere tijd uit te voeren. Voor het beter, anders, slimmer of goedkoper uitvoeren van een taak volstaat dat initiatiefnemers actief zijn in de omgeving. Omdat het instrument uitdaagrecht bedoeld is om gemeenschapszin en eigenaarschap van bewoners te versterken, vormt dit de kern van de toegevoegde waarde.
2/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DPZ/11008636
Bij het gebruik van het uitdaagrecht moeten omwonenden en andere betrokkenen worden geïnformeerd over het initiatief en de kans krijgen om te reageren op het plan en hun mening te geven (inspraak). Zo wordt duidelijk hoeveel steun er is voor het plan. Afspraken en verantwoordelijkheden Bij een verzoek van een initiatiefnemer om een taak of dienst over te nemen, zal de dienst die verantwoordelijk is voor die taak of dienst de uiteindelijke financieel en juridisch verantwoordelijke zijn. Deze dienst fungeert ook als contracteigenaar en -manager. De accounthouder kan echter variëren. Wanneer een combinatie van taken wordt overgenomen, wordt in overleg vastgesteld wie de hoofdverantwoordelijke is en waar het contracteigenaarschap ligt. De afspraken worden vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst, waarin ook de specifieke taken en verantwoordelijken worden benoemd. De algemene kaders van het instrument uitdaagrecht zijn verankerd in de inspraak- en participatieverordening. Vervolgstappen De komende periode wordt ingezet op het vergroten van kennis en handelingsruimte binnen en buiten de gemeentelijke organisatie: Contactpersonen voor initiatieven. Ambtenaren die initiatiefnemers helpen (uit de bestaande organisatie), worden meegenomen in het herkennen van een vraag omtrent het overnemen van een gemeentelijke taak. Ze weten de informatie en hulpmiddelen te vinden.
Informatie op gemeentelijke website. Informatie over het uitdaagrecht, wordt gecommuniceerd als ‘zelf of samen uitvoeren’ en wordt publiek toegankelijk op een webpagina met uitleg, voorbeelden en contactmogelijkheden (via Stadsdelen). Kennisontwikkeling binnen de organisatie. Op de gehele aanpak zal blijvende kennisuitwisseling met andere gemeenten gezocht worden. Daarnaast werken we aan (bekendheid van) toepassing van het uitdaagrecht bij inkopen en aanbesteden. Dit wordt samen met de afdeling Inkoop onderzocht en uitgewerkt. Hulpmiddelen voor ambtenaren. Opstellen van een aantal tools en handvatten voor ambtenaren om samenwerking makkelijker te maken. Zoals voorbeeld-overeenkomsten, gesprekstools en een stappenplan voor het uitzoeken van taken. Communicatie over initiatieven. Vertellen en delen van successen die middels samenwerking tussen initiatiefnemers en gemeente tot stand komen. Dit moet bijdragen aan versterking van het vertrouwen tussen inwoners, initiatiefnemers en de gemeente, zodat de kloof tussen stad en stadhuis verkleind wordt. Tot slot Bovenstaande punten zullen bijdragen aan het nog beter faciliteren van initiatieven. Gedurende het proces zullen we nog meer ervaring opbouwen, evalueren en leren. Met de inzichten uit de bijlage, de uitgangspunten en randvoorwaarden kunnen we aan de slag om initiatiefnemers die een beroep doen op het uitdaagrecht te helpen.
Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, de wethouder van MKB, Werk en Participatie Nur Icar
3/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DPZ/11008636
Bijlage. Inzichten over omgang met het uitdaagrecht Het uitdaagrecht is geen doel op zich, maar één van de instrumenten Het uitdaagrecht trekt, als enige instrument in de nieuwe participatiewet dat is gericht op het faciliteren van (burger)initiatieven, veel aandacht. In de praktijk bestaan er echter meer manieren om initiatiefnemers te helpen. Bovendien is het een vergaand instrument, omdat het geen aanvulling is op gemeentelijke werkzaamheden, maar direct ingrijpt op reguliere taken en budgetten. Het leidt daarom tot een gedeelde verantwoordelijkheid tussen initiatiefnemers en gemeente en vraagt om nauwe samenwerking om te kunnen laten slagen. Ook de VNG interpreteert het uitdaagrecht in een recente publicatie liever als recht op samenwerking: een uitnodiging voor gemeenten om actief kansen te zoeken om samen te werken met bewonersinitiatieven, zonder het uitdaagrecht strikt juridisch te benaderen2. Daarnaast, betekent de juridische verankering van het uitdaagrecht niet dat het overnemen van gemeentelijke taken helemaal nieuw is. Den Haag kent al langer voorbeelden van bewonersgroepen en maatschappelijke organisaties die (delen van) gemeentelijke taken uitvoeren en hier het bijbehorende budget voor krijgen.
Een aantal voorbeelden: Stichting Vermeerpark beheert de speeltuin; verschillende bewonersorganisaties runnen wijkbussen; Stichting Jacobahof verzorgt de voormalige gemeentelijke kinderboerderij in het hof; Stichting Haagse Hopjes Transvaal beheert verschillende speelgoeduitleenpunten; voormalige buurtbeheerbedrijven voeren beheersdiensten uit in hun buurten; en Wijkberaad Bezuidenhout voert het groenonderhoud uit en beheert de speelgoeduitleen op het Spaarwaterveld. Dit laatste voorbeeld is in het verleden geoormerkt als uitdaagrecht (ofwel right to challenge), maar is dit in strikte zin niet, omdat het instrument toen nog niet geformaliseerd was. De wet maakt het nu expliciet om dit type samenwerking aan te vragen als initiatiefnemer en zet gemeenten ertoe aan dit soort samenwerkingen beter te organiseren. De wetgever wil hiermee samenwerking van gemeenten met inwoners en maatschappelijke partijen stimuleren. Hierbij heeft de wetgever de volgende doelen voor ogen: Versterken van burgerschap: burgers aanmoedigen zelf verantwoordelijkheid te nemen voor hun leefomgeving. Ruimte geven aan gemeenschapszin: het ruimte geven aan energie in de samenleving. Bijdragen aan democratie: het verkleinen van de kloof tussen burger en overheid. Vergroten van effectiviteit: met beperkte middelen voor taken grotere impact te bereiken.
Initiatiefnemers denken niet in taken, maar willen een maatschappelijke waarde leveren Voor initiatiefnemers gaat het vaak niet primair om het overnemen van een taak. De aanleiding is doorgaans de wens om in de eigen omgeving iets te betekenen, verbeteren of anders te organiseren, vanuit intrinsieke motivatie en maatschappelijke betrokkenheid. Het overnemen van een gemeentelijke taak vormt voor initiatiefnemers eerder een middel om dat te realiseren. Daarbij zien initiatiefnemers wel voordelen in het uitdaagrecht ten opzichte van andere instrumenten (zoals subsidies), doordat het: Een initiatief de mogelijkheid kan geven om structureel (meerjarig) financiering te krijgen. Dit biedt continuïteit en stabiliteit, maar ook erkenning van de waarde die het initiatief toevoegt aan de stad. Een meer gelijkwaardige samenwerking met de gemeente mogelijk maakt. Door de gedeelde verantwoordelijkheid over een taak krijgt een initiatief meer eigenaarschap.
2
VNG (2026) Handreiking overheidsparticipatie: We doen het samen!
4/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DPZ/11008636
Dit vraagt van de gemeente om niet primair te redeneren vanuit de eigen systeemwereld en afgebakende taken, maar vanuit de vraag en ambitie van het initiatief. Omdat niet iedere initiatiefnemer bekend is met gemeentelijke structuren, vraagt dit van ambtenaren een meedenkende houding om samen te bepalen welke vorm van samenwerking passend is. Het overnemen van een taak kan daarbij een uitkomst zijn, maar is dat niet per definitie. Grote verscheidenheid aan initiatieven en taken vraagt om maatwerk De initiatieven van initiatiefnemers die een beroep doen op het uitdaagrecht verschillen sterk in aard, schaal en complexiteit: Het kan gaan om één afgebakende taak, zoals wijkbusvervoer; of om een combinatie van deeltaken, zoals het schoonhouden van de wijk in combinatie met groenbeheer. De context en het schaalniveau varieert: een initiatief kan betrekking hebben op één straat, een buurt, een hele wijk of juist een specifieke doelgroep verspreid over de hele stad. De toegevoegde waarde, het ‘beter, anders, slimmer of goedkoper’, verschilt per initiatief. Soms zit die vooral in de lokale en sociale uitvoering, bijvoorbeeld wanneer een buurt zelf een taak oppakt in plaats van een extern bedrijf. In andere gevallen ligt de meerwaarde in innovatie of een slimmere organisatie van de uitvoering, zoals het circulair verwerken van afval.
De wens om een taak over te nemen kan ook ontstaan uit betrokkenheid bij een participatietraject voor een ontwerp of ontwikkeling, waarna initiatiefnemers het beheer zelf willen oppakken. Beoordeling van een beroep op het uitdaagrecht vraagt om een brede blik op de context van de taak en de maatschappelijke waarde die wordt toegevoegd. De verscheidenheid vormt een kracht en betekent dat maatwerk nodig is, om aan te sluiten bij de specifieke behoeften en het te laten slagen. Dit is tegelijkertijd ook uitdagend voor de gemeentelijke organisatie. Taken en budgetten zijn verspreid over verschillende diensten en stadsdelen, waardoor transparantie en interne afstemming georganiseerd moet worden. De gradatie in complexiteit betekent ook dat er verschillen bestaan in de benodigde ondersteuning. De ene keer kan een stadsdeel een initiatief direct en relatief snel helpen, zeker wanneer het gaat om taken zoals groenonderhoud of speelbeheer. Een andere keer, wanneer initiatiefnemers meerdere gemeentelijke taken willen combineren, is integrale samenwerking tussen diensten en soms een bestuurlijk besluit nodig. Een constante factor daarbij is het belang van één aanspreekpunt voor initiatiefnemers. Een faciliterende gemeentelijke organisatie met oog voor mogelijkheden Een dienstbare en samenwerkende houding van de gemeentelijke organisatie is essentieel om initiatieven goed te faciliteren3.
De wettelijke verankering is een duwtje in die richting, maar dat betekent nog niet dat iedereen binnen de gemeente er meteen zo naar handelt. Het uitdaagrecht vraagt om een andere opdrachtgever-opdrachtnemersrelatie: niet klassiek sturend, maar responsief en gebaseerd op vertrouwen, zodat het initiatief en eigenaarschap bij de bewoners blijft. Initiatieven zijn vaak anders georganiseerd dan commerciële partijen. Hoewel bestaande voorbeelden laten zien dat de uitvoering door initiatieven kwalitatief niet onderdoet, kunnen binnen de gemeentelijke organisatie vanuit een risicoreflex vragen ontstaan over kwaliteit, continuïteit en verantwoording. Juist in dat spanningsveld dagen initiatiefnemers met het uitdaagrecht de gemeente uit om bestaande eisen, regels en werkwijzen kritisch te bekijken en te beoordelen op proportionaliteit.
3
Esmée Driessen: ‘Het grootste obstakel is niet juridisch, maar of een ambtenaar voor je wil gaan lopen’ | Artikel | Overheid van nu ; Dienstbare overheid kan burgerinitiatieven makkelijker maken – Sociale Vraagstukken
5/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DPZ/11008636
Bovenstaande aspecten vragen om een houding waarin niet primair wordt gedacht in beperkingen, maar in mogelijkheden. Dit geldt niet alleen voor het uitdaagrecht, maar in de volle breedte van het ondersteunen van initiatiefnemers. Tegelijkertijd is de gemeente gebonden aan aanbestedingsregels. Hierdoor mag de gemeente, wanneer de over te nemen taak is vormgegeven als een overheidsopdracht, een burgerinitiatief niet uitzonderen van haar aanbestedingsplicht of een voorkeurspositie geven in een aanbesteding boven andere inschrijvers. In de praktijk zijn veel taken al voor meerdere jaren aanbesteed, wat de ruimte voor initiatieven kan beperken. Bij een volgende aanbesteding kan, wanneer de opdracht zich daarvoor leent, rekening worden gehouden met een burgerinitiatief. Dit vraagt binnen de gemeentelijke organisatie om meer bekendheid met de mogelijkheden en het vroegtijdig anticiperen hierop, zodat deze mogelijkheden bij inkopen en aanbesteden bewust kunnen worden benut. Daarnaast kan worden verkend of een initiatief via een andere vorm van ondersteuning of samenwerking, zoals subsidies of koppeling met andere partijen, hetzelfde doel kan bereiken.
6/6