CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS323941 Bijlage Bouwenvelop Denekamp

Commissie Ruimte 14 januari 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Zuidwestdebat32.258 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

1 alinea's met “vreemd”: 827

o ne e o Gr

eo

k elij d Ste

m

ka

e en

at

tra

ps

D

Denekampstraat: aan beide zijden van deze leefstraat liggen zgn. overgangszones, tussenruimtes tussen de privé wereld van het woongebouw en de collectieve openbare ruimte. De overgangszones links en rechts van de straat zijn anders, alleen al vanwege hun verschillende oriëntatie op de zon. Wat ze gemeen hebben is dat er zowel sprake is van een collectief ontwerp, uitstraling en beheer, en daarnaast ruimte gemaakt kan worden voor toe-eigening door bewoners van de begane grond.

Fl

e

nb

te ui

at

tra

s rg

Fluitenbergstraat: In deze woonstraat is er niet veel ruimte voor de overgangszone, slechts een halve meter. Deze is uitermate waardevol om de overgang tussen privé en openbaar te verzachten. Vanwege de smalle maat en het te overbruggen hoogteverschil is een helder ontwerp voor de gehele strook gewenst, met een beperkte mogelijkheid voor toe-eigening.

ruimte voor toe-eigening

groene invulling

Groene overgang (groene matje) Collectieve groenstrook of voortuin met publiek beheerde begrensing

figuur 6.3 - referentie van overgangzonen (b) stedelijk Hengelolaan en Loevesteinlaan (o) groene overgang Denkampstraat en Fluitenbergstraat

Bouwenvelop Denekamp | november 2025

41

Entree fietsparkeren

i te nl aa n

P

s tie

am

ek

n De

t ps

nc

Entree parkeren

ra

s

tie

nc

Fu

at

Fu

Er dienen gebouwde parkeeroplossingen te worden gerealiseerd, met dubbelgebruik van de ruimte in de vorm van een groene binnentuin bovenop. Op deze locatie worden in de 2 bouwblokken respectievelijk een halfverdiepte en een tweelaagse garage voorzien. De parkeerconstructie moet vanaf de straatzijde uit het zicht blijven. Bij de tweelaagse garage gebeurd dit door de onderste laag geheel verdiept te maken en op de bovenste laag de randen af te zoomen met woningen. Bij de halfverdiepte garage worden de overgangszones ingezet om dit te bewerkstelligen. De entrees van de parkeergarages zijn geïntegreerd in de architectuur van het gebouw en zorgvuldig ingepast in de gevel. Installaties in de vorm van kaartlezers, signalisatie en dergelijke bevinden zich achter de rooilijn.

s

ie

ct

n Fu

es

m

ev

ke

lij

e og

s tie nc

n e He zijd

Parkeren auto

Lo

Fu

an la lo rit e g in

n lij r oi ro baa t to cht i n re tz ke nie r a r p aa m

P

ke

lij

e og

m

de

j zi

rit

in

r

be

n ite

at

ra

t gs

u

Fl

Parkeren

Parkeren uit het zicht Toren en schijf

Wonen

Parkeren uit het zicht Woonblokken

Wonen

fietsen, naar stallen, naar thuiskomen en omgekeerd nodigt de stalling uit tot veelvuldig gebruik van de fiets.

Wonen

Er moet worden gewerkt aan kwalitatieve fietsenstalling die overzichtelijk en met voldoende lichtinval in de gevel is ingepast. De focus ligt hier op een gemakkelijke en prettige overgang van

Wonen

Parkeren fiets

Parkeren

Uitgangspunt voor het oplossen van bezoekers fiets parkeren is op eigen terrein, dit kan door fietsnietjes te plaatsen nabij de entrees en/of in de overgangszones. Aansluiting zorgvuldig ontworpen

figuur 6.4 - referentie inpassing van parkeren, fietsparkeren en bezoekers fietsparkeren

Bouwenvelop Denekamp | november 2025

42

Materialisering Het kleurenpalet van de oorspronkelijke architectuur is leidend terwijl de materiaalkeuze wordt vrijgelaten. De vrijheid die dit biedt kan worden benut om gevelmaterialen te kiezen met het hoogste duurzaamheidspotentieel. Duurzaam betekent hier vanzelfsprekend ook dat de materialen fraai verouderen. Zo wordt er in kleurtinten voortgebouwd op het verleden, maar worden de gebouwen ook geschikt gemaakt voor de toekomst. De materiaalkeuze is ondersteunend aan het eenduidig vormgeven van gebouwensembles.

Het verrijken van de gevels door het combineren van het hoofdmateriaal met ondersteunende materialen passend bij de modernistische architectuur is zeer gewenst. Kleuren verhouden zich tot elkaar en contrasteren niet, zodat een harmonieus geheel ontstaat. Door de toenemende schaal van de bebouwing is het des te belangrijker dat de bouwblokken niet te donker kleuren. Houten gevels bij de woonblokken zijn mogelijk. Ook innovatieve bouwmethoden, zoals houtbouw, kunnen in overleg binnen de ontwikkeling worden toegepast.

De mix van materialen kan per typologie (schijf, toren, woonblok) anders worden gekozen. Alleen in de plint komt een gelijkwaardige materialisatie steevast terug. De plint is qua materialisatie een samenbindend element. Bij de torens is er een stedelijke laag afleesbaar dit kan met een subtiel kleurverschil.

Dakrand Kroon

Dakrand

Dakrand

Stedelijke laag Plint

figuur 6.5 - referentie en opzet voor toren (l) voor schijven (m) en woonblokken (r)

Plint

Plint

Bouwenvelop Denekamp | november 2025

43

Collectiviteit in grote gebouwen In grote collectieve woongebouwen moet met zorg worden vormgegeven aan het thuiskomen. Hierbij zijn de 4 pijlers uit het Kwaliteitsplan (Eigenaarschap, Sociale relaties, Herkenbaarheid en Sociale veiligheid) een belangrijk uitgangspunt in elke nieuwe ontwikkeling. Bij de woongebouwen is sprake van een relatief klein aantal mensen dat gebruik maakt van een portiek dan wel een galerij. Hierdoor is er een gerede kans dat er een bepaalde mate van sociale cohesie zal ontstaan. Bij de torens en schijven is de kans op anonimiteit groter omdat veel meer mensen gebruik maken van een ontsluiting en je dus vaak ‘’vreemden’’ tegen zal komen die vreemden blijven. Daarom is het voor de torens en schijven belangrijk om invulling te geven aan collectieve voorzieningen, die voor ontmoeting zorgen. Dat begint bij nadenken over waar de bewoners, de doelgroep, behoefte aan zullen hebben. Dat kan een buurthuiskamer zijn, een afgiftepunt voor pakketjes, een gedeelde voorziening zoals wasruimte etc.

Technische/logistieke ruimte in de plint In het algemeen geldt dat gesloten gevels, in het bijzonder in de plint, geminimaliseerd moeten worden. Het is echter onvermijdelijk dat sommige technische en logistieke ruimtes, bijvoorbeeld ten behoeve van afvalinzameling, aan de gevel raken. Deze ruimtes moeten zo geplaatst worden dat ze onderdeel zijn van de architectonische compositie en dat ze niet hinderlijk zijn in het straatbeeld. Dit moet in relatie tot het inrichtingsplan van de openbare ruimte worden bezien.

figuur 6.6 - referentie inpassing technische ruimte in bebouwing

figuur 6.7 - referentie inpassing collectieve ruimtes

Bouwenvelop Denekamp | november 2025

44

Binnentuin

Inpassing van landschappelijk talud naar dektuin

n

ne

Inpassing van trap naar dektuin

d

ra

ga

Trap Trap

Talud

re

ba

n pe

te

im

ru

e

ag

o

e

nn

in

u nt

op

k da

r ga

Trap

Talud

ne

in

bin

ntu

ng

ne

ga er

bin

ov

n

dio

n

ine

ae

St

ntu

Binnentuinen in blokken Toren Denekamp

Schijf Denekamp

Blok B

0M

+1,5M PA R K E E R H A L F V E R D I E P T

+4,5M PA R K E E R M A A I V E L D PA R K E E R O N D E R G R O N D S

0M

M aa

rte

ns di jk

la

Blok A

st ev e

an

Blok Staedion

ei n

la an

Toren Denekamp

ui

en D

PA R K E E R M A A I V E L D PA R K E E R O N D E R G R O N D S

Fl

ek

te nb er g

am ps

an la lo

+4,5M

ge en H

st

tra

at

Blok A

ra at

Toren Denekamp

Lo

De overgang naar het maaiveld wordt op twee wijzen opgelost. Via een landschappelijk talud richting de woonblokken aan de Maartensdijklaan. En bij de andere drie plaatsen via een trap naar de Denekampstraat en Fluitenbergstraat. Trappartijen die hoogteverschillen helpen overbruggen zijn onderdeel van het architectonisch ontwerp én het groene tuinmilieu. Bij het talud dient speciale aandacht te zijn voor een goede overgang naar de tuinen van de te behouden woongebouwen aan de Maartensdijklaan. Bij voorkeur is de binnentuin van Staedion onderdeel van de ontwerpopgave.

ak

bi

Uitgangspunt is dat de binnentuinen bij voorkeur overdag openbaar toegankelijk zijn. Toegangen naar de binnenterreinen zijn representatieve, uitnodigende ruimtes. Indien hekwerken worden toegepast worden deze zorgvuldig vormgegeven en liggen iets terug ten opzichte van de rooilijn. Deze hekken zijn onderdeel van het tuinontwerp in het binnenterrein. De relatie tussen binnentuin en straat wordt versterkt door deze zichtbaar en bereikbaar te maken via bijvoorbeeld de lobby van een appartementencomplex en wellicht ook vanuit de parkeergarage. Daarnaast zorgt de doorwaadbaarheid en op enkele plekken open verkavelingsopzet voor toegang tot de tuin.

bi

n

ui

nt

e nn

op

n ine ntu ion ne d bin tae ng ga nS er tui

ov

bin

De binnentuinen vormen een belangrijk onderdeel van het groene karakter van de wijk en dienen als buitenruimte voor de omliggende woningen. De inrichting en de verhouding privé-collectief moet worden afgestemd op de behoefte van de beoogde doelgroepen. Er dient één landschapsontwerp te komen voor beide tuinen. De binnentuinen leveren een bijdrage aan waterberging, biodiversiteit en koeling. De gronddekking op de gebouwde, geïntegreerde parkeervoorziening dient op meerdere plekken één meter te bedragen zodat het mogelijk wordt om bomen te kunnen planten en beschikt over voldoende groen kwaliteit. Het parkeerdek kan openingen krijgen voor daglicht en (gedeeltelijke) natuurlijke ventilatie. Deze openingen maken integraal deel uit van het tuinontwerp. Belangrijk is dat het groene karakter van de collectieve tuin niet wordt aangetast en dat auto’s slechts beperkt zichtbaar zijn.

10m

ge

Bouwenvelop Denekamp | november 2025

45

PLAATSEN VAN BOMEN IN GROND

TOEPASSING VAN BOMEN OP DEK

UITNODIGENDE DOORSTEEK

DOOR DEK EN TOEGANG NAAR DEK

EN GATEN PARKEERGARAGE

MET GROEN EN HEKWERK

OVERGANG HOOGTEVERSCHIL

OVERGANG HOOGTEVERSCHIL

GROEN KARAKTER

PROGRAMMATISCH

LANDSCHAPPELIJK

Bouwenvelop Denekamp | november 2025

46

7 UITVOERING (PLANNING) 7.1 Financiering

Specifieke uitkering mobiliteitshubs Voor Denekamp is de specifieke uitkering (SPUK) woningbouw op korte termijn voor bovenplanse infrastructuur (‘s-Gravenhage: Zuidwest IENW/BSK-2023/392196) toegekend. Het gaat om een bedrag van € 8,9 mln, waarbij de gemeente Den Haag een cofinancieringsplicht van € 4,8 mln heeft. Het beoogde doel van deze financiële ondersteuning is de ontwikkeling van een mobiliteitshub met buurtfuncties, evenals het bevorderen van de realisatie en betaalbaarheid van parkeerplaatsen voor sociale huurwoningen. Met de toekenning van deze Rijksbijdrage wordt de realisatie en uitwerking van het project binnen de kaders van deze bouwenvelop mogelijk gemaakt. Om deze reden is de SPUK randvoorwaardelijk voor de haalbaarheid van het project.

Mobiliteitshub De fysieke realisatie van de mobiliteitshub is onderdeel van het totale plan. Samen met de initiatiefnemer wordt een ontwerp en exploitatieplan uitgewerkt. De mobiliteitshub is onderdeel van een bredere aanpak mobiliteitstransitie die wordt meegenomen in het onderzoek dat loopt naar aanleiding van de motie Parkeerbedrijf voor de stad Zuidwest (RIS 320694). Na vaststelling van de bouwenvelop wordt een gebouwontwerp uitgewerkt. Op basis van dit ontwerp wordt een exploitatieberekening opgezet en wordt een definitief investeringsvoorstel voor de verwerving van de mobiliteitshub ter besluitvorming ingebracht.

Woningbouwimpuls (WBI) In de buitenruimte rondom Denekamp zal worden ingezet op het vergroenen en verbeteren van de openbare ruimte. In maart 2023 heeft het college voor de buitenruimte van het project Denekamp en MeLeCo een aanvraag ingediend voor een financiële bijdrage uit de Woningbouwimpuls (RIS314931). Deze aanvraag is door het ministerie van Binnenlandse Zaken toegekend (2023-0000051412). Het gaat voor Denekamp om een bedrag van € 1,4 mln, waarbij de gemeente Den Haag een cofinancieringsplicht van € 1,4 mln heeft.

Om aan de randvoorwaarden te voldoen dient in de financiële administratie de scheiding tussen de diverse kosten en opbrengsten en de betreffende kostenplaats goed geregistreerd te worden. Aan de uitkeringen, zowel de WBI als SPUK-WOKT, zijn voorwaarden verbonden voor wat betreft o.a. programma, woningaantallen en start bouw.

Kostenverhaal Bij de vaststelling van een omgevingsvergunning voor een particuliere ontwikkeling dient de gemeente te borgen dat de kosten die de gemeente maakt voor o.a. de planologische procedure, de gebiedsoverstijgende kosten, ondergrondse-en bovengrondse infrastructuur en plankosten worden verhaald op de initiatiefnemer door middel van kostenverhaal, waarvoor de basis is gelegd in hoofdstuk 13.6 Omgevingswet). De ontwikkeling is aan te merken als een bouwplan, in de zin van artikel 8.13 Omgevingsbesluit. We zullen specifieke afspraken maken met de initiatiefnemer in een anterieure overeenkomst, zoals de vergoeding van eventuele schade dat onder de Omgevingswet heeft te gelden als nadeelcompensatie (voorheen onder het oude recht bekend als planschade), als ook de bouw, het gebruik, en het onderhoud van een parkeer hub, teneinde te kunnen voldoen aan de geldende parkeernormen. Onder de Omgevingswet kan de gemeente kosten verhalen, zowel via de publiekrechtelijke weg als de privaatrechtelijke weg. Het sluiten van een anterieure overeenkomst via de privaatrechtelijke weg heeft sterk de voorkeur, omdat daarmee vooraf helderheid en zekerheid voor alle partijen kan worden gecreëerd. Hierover is reeds gesproken in de overleggen tussen gemeente, corporatie en ontwikkelaar.

Op grond van de anterieure exploitatieovereenkomst zullen kostensoorten in rekening worden gebracht, die voor verhaal in aanmerking komen op grond van de Omgevingswet (artikel 8.15 Omgevingsbesluit). Deze moeten door de initiatiefnemer worden voldaan aan de gemeente.

Financiën in het vervolgproces De bouwenvelop geeft de kaders om het plan verder te ontwikkelen. Voor de uiteindelijke realisatie dient de initiatiefnemer de verdere procedure te volgen via het Omgevingsloket. Er wordt dan een aanvraag voor een omgevingsvergunning

ingediend. Deze aanvraag wordt vervolgens beoordeeld op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, de aanpassing van het omgevingsplan en de bijbehorende verzekering van het kostenverhaal. De gemeente brengt hiervoor separaat de kosten in rekening. Het uiteindelijke bedrag van de te verhalen kosten legt de gemeente – zoals hierboven is beschreven - met initiatiefnemer vast via de leges en in een anterieure overeenkomst. Indien er geen overeenstemming komt over het sluiten van een anterieure overeenkomst, is de gemeente wettelijk verplicht kostenverhaal toe te passen via de publiekrechtelijke weg.

7.2 Juridisch-planologische procedure De bouwenvelop wordt door het college van B&W vastgesteld. Indien de bouwenvelop input levert aan een BOPA-procedure, in een gebied waarvoor nog geen Structuurvisie of Gebiedsvisie is vastgesteld, is instemming van de Raad nodig voor vaststelling van de bouwenvelop. In dat geval maakt deze raadsinstemming een bindend advies van de raad bij een BOPA-procedure binnen deze bouwenvelop overbodig. Bij deze bouwenvelop dient de Structuurvisie Zuidwest als groter kader. Het plan heeft een geldige levensduur van 2 jaar. Bij de aanvraag dient rekening te worden gehouden met het gegeven, dat het voornemen in strijd is met de bestemming, planregels en verbeelding van het bestemmingsplan ‘‘Morgenstond’’. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is dit bestemmingsplan van rechtswege onderdeel geworden van het tijdelijke deel van het integrale ‘‘Omgevingsplan Den Haag’’. Daarbij is het juridisch planologische kader ongewijzigd gebleven. Als gevolg hiervan is het voornemen dus ook net als met het voormalige bestemmingsplan in strijd met het ‘‘Omgevingsplan Den Haag’’. Medewerking aan een strijdig voornemen is alleen mogelijk via een afwijkingsprocedure. Dit betekent dat voor de strijdige activiteit een omgevingsvergunning (Buitenplanse Omgevingsplan Activiteit – ‘BOPA’) moet worden aangevraagd.

Deze aanvraag dient te worden onderbouwd met een gedegen functioneel-ruimtelijke motivatie. De vergunning wordt uitsluitend verleend als de activiteit past binnen een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit moet blijken uit een duidelijke motivering, ondersteund door relevante onderzoeken en Bouwenvelop Denekamp | november 2025

47

analyses op het gebied van onder andere milieu, veiligheid en mobiliteit. Daarnaast dient de aanvrager ervoor te zorgen dat het voornemen voldoet aan de kavelregels zoals vastgelegd in de bouwenvelop. Op basis van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gelden twee mogelijke voorbereidingsprocedures voor een omgevingsvergunning: de reguliere en de uitgebreide voorbereidingsprocedure. • Reguliere procedure: De beslistermijn bedraagt 8 weken, met een mogelijke verlenging van maximaal 6 weken. • Uitgebreide procedure: Deze geldt alleen in uitzonderlijke gevallen. De aanvrager kan op grond van artikel 16.65 Omgevingswet verzoeken dan wel instemmen om deze procedure te doorlopen, bijvoorbeeld bij activiteiten met aanzienlijke gevolgen voor de fysieke leefomgeving of wanneer er bedenkingen van belanghebbenden worden verwacht. De beslistermijn is 6 maanden, met een mogelijke verlenging van maximaal 6 weken. Een belangrijk onderdeel van de uitgebreide procedure is het ontwerpbesluit van de gemeente. Dit ligt 6 weken ter inzage, gedurende deze periode kunnen zienswijzen worden ingediend. De gemeente is verantwoordelijk voor een ordentelijke organisatie van de vergunningprocedure. Dit omvat de registratie en beoordeling van de aanvraag, evenals de uiteindelijke afgifte of weigering van de omgevingsvergunning, inclusief de publicatie ervan.

De initiatiefnemer heeft de mogelijkheid om rechtsmiddelen in te stellen, zoals bezwaar en/of beroep, tegen vastgestelde omgevingsvergunningen en andere besluiten in de zin van de Awb. Daarnaast kunnen gerechtelijke procedures, een gewijzigd bestuurlijk besluitvormingsproces, besluiten van de gemeenteraad (zoals een Bindend Advies) en externe omstandigheden invloed hebben op het juridisch-planologische regime. Ondanks de inspanningen van de gemeente voor de plannen van de initiatiefnemer, is de gemeente hier niet aansprakelijk voor.

de gemeenteraad zoals bijvoorbeeld een Bindend Advies en externe omstandigheden kunnen, ondanks de inspanningen van de gemeente voor de plannen van de initiatiefnemer, het nieuwe juridisch-planologische regime beïnvloeden. Hiervoor is de gemeente niet aansprakelijk.

7.5 Planning en fasering

7.3 Samenhang met anterieure overeenkomst Binnen deze bouwenvelop is ingegaan op de ruimtelijke en programmatische aspecten ten aanzien van de afwijking van het Omgevingsplan. Afspraken omtrent operationele aspecten die de ontwikkeling mogelijk maken, kunnen worden gemaakt in een op te stellen anterieure overeenkomst. Deze overeenkomst dient o.a. verantwoordelijkheden te behandelen m.b.t: • Kostenverhaal; • Heruitgifte erfpacht en erfpachtsuppletie; • Exploitatieafspraken ten aanzien van betaalbaarheid en de inzet van de mobiliteitshub.

7.4 Kwaliteitsborging Om tijdens de verdere planvorming de kwaliteit van de (door-/her-)ontwikkeling te borgen zijn er verschillende adviesorganen die positief dienen te adviseren voorafgaand aan de omgevingsvergunning. Er dient in ieder geval aandacht te worden besteed aan: • WSO • HDT • ACOR • VOV • Bouwveiligheid: een omgevingsveiligheidsplan; • Communicatie: een BVC-hoofdlijnenplan.

Voorbehoud gemeente Tegen vaststelling van omgevingsvergunningen en andere besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht kan beroep worden ingesteld. Eventuele gerechtelijke procedures, (gewijzigd) bestuurlijk besluitvormingsproces, besluiten van figuur 7.1 - Planning van ontwikkeling Denekamp

Bouwenvelop Denekamp | november 2025

48

BIJLAGE

Als onderdeel van de bouwenvelop Denekamp zijn een serie bijlagen opgenomen. Deze bijlagen zijn ter ondersteuning van de uitgangspunten en kavelregels zoals in de voorgaande hoofdstukken beschreven. De bijlagen als onderdeel van deze bouwenvelop zijn als volgt: • Participatieverslag Denekamp: het participatieverslag van de verscheidene participatiemomenten ingezet door de initiatiefnemer van de ontwikkeling. • Identiteit voor hubs: deze bijlage dient als format voor de vormgeving van de mobiliteitshub, zodat er een uniforme beeldtaal voor deelmobiliteit ontstaat. • Beleidsdocumenten: een lijst van beleidsdocumenten die van toepassing zijn op deze bouwenvelop. Deze lijst is niet-uitputtend en dient ter referentie en toelichting op de genoemde beleidsdocumenten door de gehele bouwenvelop. • Overzicht maatschappelijke voorzieningen en groen: deze bijlage geeft een weergave van de impact op de voorzieningen in de omgeving. • Kaart WBI: deze kaart geeft de omgeving weer die is aangevraagd in de WBI-subsidie ten behoeve van de openbare ruimte rondom het bouwproject.

Bouwenvelop Denekamp | november 2025

49

Structuurvisie Zuidwest RIS-nummer: 312245

Kwaliteitsplan Zuidwest RIS-nummer: 322208

Ambitie- en Scopebepaling, Morgenstond 2040 RIS-nummer: 322209

https://denhaag.raadsinformatie.nl/modules/13/Overige%20bestuurlijke%20stukken/835905

https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/16046855/1?connection_type=16&connection_id=1044181

https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/15580170/1?connection_type=16&connection_id=1044221

In Zuidwest woon je straks gezond en veilig in een betaalbare woning en fijne omgeving. Daarom werken we samen met bewoners en veel andere partijen aan een enorme verbetering van Den Haag Zuidwest. We vervangen 6500 verouderde sociale huurwoningen door nieuwbouw; renoveren 8500 woningen en voegen 10.000 betaalbare woningen toe. Een gigantische operatie die over stenen, groen en voorzieningen gaat, maar vooral over bewoners die een beter toekomstperspectief verdienen. Deze structuurvisie beschrijft hoe we de komende 20 jaar investeren in Zuidwest op deze thema’s en staat niet op zichzelf. Deze visie is onderdeel van het “Nationaal Programma Zuidwest’. Hierin werken bewoners, bedrijfsleven, corporaties, het rijk, onderwijs, welzijns- en zorginstellingen, gemeente en heel veel andere organisaties samen aan een sterker Zuidwest. Bijvoorbeeld door meer en passend werk te creëren, te zorgen voor goed onderwijs met voldoende stageplekken, door een gezondere leefstijl en beweging te stimuleren en door armoede, schulden en eenzaamheid aan te pakken.

In Zuidwest staat veel te gebeuren. Het gebied staat voor een aantal grote opgaven, zoals het vernieuwen, verdichten en leefbaarder maken van de wijken en het verbeteren van de openbare ruimte. In de Structuurvisie Den Haag Zuidwest 2040 staat omschreven hoe Zuidwest kan ontwikkelen tot een aantrekkelijk en toekomstbestendig Haags woon- en werkgebied: met fijne woningen, veilige en prettige straten en buurten, goede bereikbaarheid, meer werkgelegenheid, goed onderwijs en sterke voorzieningen.

In de komende twintig jaar werken we samen met inwoners, ondernemers, instanties en woningbouwcorporaties aan een betere toekomst voor de wijk Morgenstond. In het document dat nu voorligt staat beschreven wat de opgaven, wensen en ideeën zijn voor de wijk en waar de grootste kansen liggen om de wijk te verbeteren.

Behoeften bewoners in structuurvisie Betere en betaalbare woningen, veiligheid, leefbaarheid, behoud van de wijk, saamhorigheid, groen en plekken voor ontmoeting. Al deze onderwerpen krijgen dan ook volop de aandacht in deze structuurvisie. Een woning is tenslotte iemands thuisbasis en die basis moet goed zijn. We bouwen daarom meer en verschillende soorten betaalbare woningen. Ook voor jongeren, ouderen en grote gezinnen. Zo kan iedereen die wil blijven. Tegelijk bieden we straks een thuis aan nieuwe Zuidwesters, want de stad heeft een enorme behoefte aan betaalbare woningen.

Behoud van bestaande kwaliteiten is een belangrijk uitgangspunt in de Structuurvisie, maar hoe met deze kwaliteiten om te gaan en hoe deze in de toekomst te waarborgen en te versterken is nog niet voldoende vastgelegd. Met het Kwaliteitsplan Zuidwest wil de gemeente sturing en richting geven op het behoud en het versterken van ruimtelijke kwaliteiten. Het Kwaliteitsplan bouwt voort op de beschreven kwaliteiten uit de Structuurvisie Zuidwest en is daarmee een uitwerking van de Structuurvisie. Het bepaalt het ambitieniveau voor de kwaliteit van toekomstige ontwikkelingen.

In deze ambitie en scopebepaling beschrijven we de belangrijkste fysieke ontwikkelingen in de wijk, zoals het aantal toe te voegen woningen en voorzieningen, maar ook hoe we omgaan met de openbare ruimte. We sluiten daarbij aan bij de bestaande kwaliteiten van de wijk. Het document is opgesteld in samenwerking met verschillende partijen waaronder de woningbouwcorporaties in het gebied en er is op meerdere momenten aan inwoners gevraagd om hun wensen en idee” voor het gebied te delen. De ambitie en scopebepaling geeft Morgenstond perspectief en laat zien wat we voor de wijk belangrijk vinden en waar we in de komende twintig jaar aan werken om van Morgenstond een leefbare en toekomstbestendige wijk te maken.

Samen op weg naar het nieuwe Zuidwest Onze ambities om de wijk te verbeteren hebben grote gevolgen. We zullen jarenlang aan de slag moeten om de wijken er bovenop te krijgen. Er zijn ook zorgen en vragen. ‘Wat brengt de toekomst?’ ‘Kan ik in mijn vertrouwde omgeving blijven wonen en kan ik de nieuwe woning betalen?’, vragen sommige bewoners zich af. Voor de ander gaat het niet snel genoeg. Die wil liever vandaag dan morgen naar een nieuwe woning verhuizen. Anderen hebben weer zorgen over voorzieningen en stellen de vraag: wordt aan alles gedacht om te zorgen voor een fijne woonomgeving? We vernieuwen stap voor stap, want alleen zo kunnen we ervoor zorgen dat iedereen die wil kan blijven. De eerste nieuwbouwprojecten zijn al gestart. Zo maken steeds meer slechte woningen plaats voor duurzame, fijne en betaalbare woningen. En ontwikkelen we samen wijken, waar je kansen krijgt en oud wilt worden.

Bouwenvelop Denekamp | november 2025

50

Coalitieakkoord Den Haag 2023-2026 RIS-nummer: 316672

Omgevingsvisie: Thuis in een groene metropool aan zee https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/15787081/1?connection_type=16&connection_id=1052043 RIS-nummer: 316672

Dit is het nieuwe akkoord voor de gemeente Den Haag, dat wij namens de fracties van D66, GroenLinks, Partij voor de Dieren, PvdA, CDA en DENK hebben gesloten. Ten dienste van onze inwoners, onze ondernemers en ons maatschappelijk middenveld. In het akkoord valt te lezen dat wij met name aan de grote, urgente maatschappelijke thema’s extra geld en aandacht willen besteden: klimaat, natuur en dierenwelzijn, duurzaamheid, kansengelijkheid en bestaanszekerheid, leefbaarheid en veiligheid in de brede zin van het woord. Dat betekent naast inkomen de zorg voor voldoende huisvesting, een stabiele woonsituatie, gezondheid, kansengelijkheid in het onderwijs en een goede en schone leefomgeving. Als belangrijk onderdeel van het verbeteren van de Haagse bestuurscultuur zien we het streven naar opener verhoudingen tussen college, coalitie en raad. Tegen deze achtergrond presenteren wij dit akkoord. Daarbij hebben wij gebruik gemaakt van de inbreng van diverse fracties die, op ons verzoek, aan het begin van ons onderhandelingsproces bijdragen hebben geleverd. Daar hebben wij ons voordeel mee gedaan; wij danken deze fracties voor hun inbreng. De komende tijd willen wij deze open houding richting alle raadsfracties voortzetten. Wij zien dit als onze eerste bijdrage aan het verbeteren van de bestuurscultuur van onze mooie stad.

Den Haag is een stad met vele kwaliteiten en een rijke historie. Het is ook een plek waar veel verandert en gaat veranderen. Zo is de afgelopen jaren het aantal inwoners sterk gegroeid. En deze groei zet de komende jaren door. Daarnaast zijn er ook andere ontwikkelingen die vragen om aanpassingen. Denk aan de vergrijzing van de bevolking, de verandering van het klimaat en de overgang naar duurzame energie. Door al deze ontwikkelingen neemt de druk op de stad toe. Daarom zijn heldere keuzes en creatieve oplossingen nodig. Om voor de toekomst van Den Haag goede keuzes te maken, is een omgevingsvisie opgesteld. Daarin staat de koers die we willen varen voor de ontwikkeling van Den Haag, als onderdeel van de Haagse regio, richting 2050. De omgevingsvisie is een uitnodiging om samen te werken aan een groene metropool aan zee, waar mensen zich thuis voelen.

https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/13258506/3/RIS316672+Haags+akkoord+2023-2026

De vijf bewegingen in de omgevingsvisie: Den Haag groeit uit tot een groene metropool aan zee waar mensen zich thuis voelen. Vijf bewegingen geven hier richting aan. - Thuis in een divers Den Haag - Ruimte voor groen en water - Verstedelijking en bereikbaarheid in samenhang - Ruimte voor kennis en kunde - Basissystemen op orde Deze bewegingen geven richting aan de uitwerking per onderwerp en per gebied. Daarmee kan de stad groeien in balans, in een tempo dat past bij de stad. Startpunt voor de toekomst van de stad De omgevingsvisie is geen eindpunt, maar een startpunt en uitnodiging voor een verder gesprek met elkaar over de toekomst van de stad. De keuzes en beleidslijnen in deze visie worden verder uitgewerkt in gebiedsvisies per stadsdeel en in programma’s. Deze worden vervolgens vertaald in een omgevingsplan – met juridisch bindende regels voor de inrichting van de fysieke leefomgeving – en in concrete projecten.

HAAGSE RICHTINGGEVENDE NORMEN VOOR MAATSCHAPPELIJKE VOORZIENINGEN EN GROEN 2024 RIS-nummer: 317835

https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/13778243/1/RIS317835_Bijlage_1_Nota_Haagse_richtinggevende_normen_MV_en_groen_2024

De bevolking van Den Haag groeit, en de vraag naar maatschappelijke voorzieningen groeit mee. Naast het toevoegen van woningen is het nodig om ook het voorzieningenniveau in deze gebieden mee te laten groeien. Zo zorgen we voor een evenwichtige en verantwoorde ontwikkeling van de stad: leefbaar, gezond, veerkrachtig en aantrekkelijk. Om te sturen op voldoende voorzieningen in de stad gebruikt de gemeente verschillende instrumenten, elk met een ander doel: • Normeren: Het college heeft in 2021 de nota ‘Haagse referentienormen maatschappelijke voorzieningen’ vastgesteld (RIS307513). Deze richtinggevende normen geven aan hoeveel vierkante meter moet worden gereserveerd voor maatschappelijke voorzieningen en groen bij het opstellen van structuurvisies en voorzieningennota’s voor ontwikkelgebieden. • Reserveren: de raad legt in gebiedsvisies (tot 2024 structuurvisies) voor ontwikkelgebieden vast hoeveel voorzieningen nodig zijn, en waar. Hiermee is voor langere tijd (10-20 jaar) ruimte gereserveerd voor de voorzieningen en het groen. • Investeren: het college stelt Integrale Huisvestingsplannen (IHP’s) vast. Hierin staat een concreet investeringsplan voor tien jaar voor de hele stad, gebaseerd op de meest actuele bevolkingsdata. Hierin worden rekening gehouden zowel met nieuwbouw als met de bestaande situatie.

• Realiseren: op basis van de IHP’s realiseert het college realiseert voorzieningen in ontwikkelgebieden. Deze nota ‘Haagse richtinggevende normen voor maatschappelijke voorzieningen en groen 2024’ vervangt de nota ‘Haagse referentienormen maatschappelijke voorzieningen’ uit 2021, Hiermee zet de raad het beleid over maatschappelijke voorzieningen en groen voort, dat eerst door het college is uitgestippeld. De nieuwe nota is op onderdelen aangepast, naar aanleiding van een evaluatie en van moties van de afgelopen drie jaar: de tabel met richtinggevende normen is aangevuld met normen voor cultuur en met normen voor het hoogstedelijk gebied dat ontwikkeld wordt in het CID. En deze nota geeft meer duidelijkheid over hoe we omgaan met groen in de ontwikkelgebieden.

Bouwenvelop Denekamp | november 2025

51

Cultuurhistorische Verkenning - herijking cultuurhistorische waarden Den Haag Zuidwest RIS-nummer: 311095

Nota Haagse hoogbouw: Eyeline en Skyline RIS-nummer: 298448

Nota Haagse Hoogbouw RIS-nummer: 298448

https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/10975076/1#search=%22crimson%22

https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/5946855/1/RIS298448_bijlage_Haagse_hoogbouw%2C_Eyeline_en_Skyline

https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/15816775/1?connection_type=16&connection_id=1060600 https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/5946855/1/RIS298448_bijlage_Haagse_hoogbouw%2C_Eyeline_en_Skyline

Crimson Historians & Urbanists is door de dienst Stadsontwikkeling van de Gemeente Den Haag gevraagd een Cultuurhistorische Verkenning - herijking cultuurhistorische waarden Den Haag Zuidwest op te stellen naar het Haagse stadsdeel Zuidwest. Den Haag Zuidwest wordt gevormd door de wijken Moerwijk, Morgenstond, Bouwlust/Berestein en Vrederust, die deels voorafgaand maar vooral na de Tweede Wereldoorlog gefaseerd tot stand kwamen als grootschalig gepland antwoord op de toenmalige woningnood en de grote ambities voor de toekomst van de stad Den Haag. De wijken zijn grotendeels ontworpen volgens de ruimtelijke en programmatische principes van de wijkgedachte en waren bestemd voor de Haagse midden- en arbeidersklasse.

De inzet is om de ‘skyline’ van Den Haag te verbinden met de belevingskwaliteit van de stad op ooghoogte en de buitenruimte ter plekke: de ‘eyeline’. Hoogbouw is geen doel op zich, maar een middel om strategisch om te gaan met de beperkte ruimte die de stad nog heeft. Doel is de ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid van de stad op de lange termijn te waarborgen en het vestigingsklimaat te versterken. Door te intensiveren en door hogere bebouwing mogelijk te maken kan de stad de groei van het aantal inwoners faciliteren en voldoende en geschikte woon- en werkruimte bieden, met bijbehorende voorzieningen, nu en in de toekomst.

Er is een aantal redenen waarom de hoogbouwnota Eyeline & Skyline moest worden geactualiseerd. Een brede evaluatie in 2023 (RIS314363) bevat aanbevelingen die in deze nieuwe hoogbouwnota zijn verwerkt. Het ging daarbij in belangrijke mate om de afwegingen en de impact op het publieke domein (ruimte, diensten, beheer) in een gebied waarin hoogbouw zou komen en de bredere context daarvan.

In het huidige coalitieakkoord ‘Den Haag, stad van kansen en ambities’ is Zuidwest aangewezen als één van de gebiedsontwikkelingen waar Den Haag de groei van de stad wil inzetten om de wijken leefbaarder en aantrekkelijker te maken, onder meer middels een omvangrijke verdichtingsoperatie. Bij het opstellen van de structuurvisie voor het gebied is het van belang om een geactualiseerd inzicht te hebben in de bestaande cultuurhistorische waarden van het gebied, met de kenmerkende naoorlogse stedenbouwkundige structuur, bebouwingsensembles en de waardevolle groenstructuren. Aanvullend is behoefte aan een actuele cultuurhistorische waardenkaart van de wijken waarin de monumentale, beeldbepalende en -ondersteunende objecten en ensembles in Zuidwest anno 2021 inzichtelijk worden gemaakt. Ten slotte wordt gevraagd om een transformatiekader voor de toekomstige omgang met de wijken en bebouwing, met respect voor de vastgestelde waarden en kwaliteiten. De resultaten van het onderzoek zullen één van de inhoudelijke onderliggers vormen voor het in voorbereiding zijnde kwaliteitsplan met verdichtingsstrategie voor Zuidwest.

Het voor u liggende onderzoeksrapport vormt een actualisatie van de cultuurhistorische verkenning uit 2000 en is in inhoudelijke samenhang met deze studie opgesteld Deel I: Ruimtelijke en cultuurhistorische ontwikkelingsgeschiedenis Deel II: Ruimtelijke en architectonische analyse Deel III: Waardenstellende inventarisatie Conclusies en aanbevelingen

Er is sprake van hoogbouw bij 50 meter of hoger. De nota geeft stadsbrede ambities en regels aan voor hoogbouwontwikkelingen; o.a. t.a.v. wonen, microklimaat en mobiliteit. In de nota worden tevens intensiveringsgebieden aangegeven waar mogelijk hoogbouw kan worden gerealiseerd. Binnen deze gebieden zijn gebiedsspecifieke regels voor typologie, architectuur en buitenruimte opgenomen waaraan hoogbouwinitiatieven getoetst worden. Omdat ieder gebied weer een andere identiteit en dynamiek heeft, is het nodig om gebiedsspecifieke afwegingen te maken, rekening houdend met de opgave. Dat alles vraagt om maatwerk per gebied. In de (lopende) gebiedsverkenningen zal -in samenspraak met betrokkenen- de inzet en haalbaarheid van hoogbouw op de aangewezen locaties verder worden uitgewerkt. Het gebied Zuidwest waar MeLeCo in ligt valt onder één van de intensiveringsgebieden waar hoogbouw als kansrijk wordt gezien.

We spreken van hoogbouw in dit beleid bij hoogtes hoger dan 30 meter (gebouwen met circa 10 lagen zijn substantieel hoger dan de gemiddelde omgeving). De reden is dat 30 meter hoogte in grote delen van onze 3-4-laagse stad “hoogbouw’ is, en er geen apart kader is voor gebouwen tussen 30-50 meter hoogte terwijl daarbij dezelfde opgaven spelen. Dit hoogbouwbeleid maakt inzichtelijk onder welke voorwaarden hoogbouw mogelijk wordt gemaakt. Bovendien geeft het beleid handvatten voor de borging van de kwaliteit van hoogbouwinitiatieven op gebouwniveau. In dit beleid wordt meer expliciet aangegeven hoe we in de stad met hoogbouw omgaan. Deze uitwerking is nodig om aan de voorkant van het planproces, in de startfase van een stedenbouwkundig plan of hoogbouwproject, helder te zijn over wanneer hoogbouwinitiatieven kansrijk zijn. Er wordt in dit beleid uitgebreid aandacht gegeven aan kwaliteits- en duurzaamheidseisen op het niveau van het gebouw en zijn directe omgeving. Deze zijn cruciaal om goede hoge gebouwen te kunnen ontwikkelen, om beter op kwaliteit te kunnen sturen en te kunnen bijdragen aan innovatieve oplossingen. In het laatste hoofdstuk wordt ingegaan op de verplichting dat elk hoogbouwproject wordt vergezeld van een goed Hoogbouweffectrapport (HER) dat de inpassing van het project beschouwt op alle onderwerpen die met leefmilieu en effect op de stad te maken hebben.

De nota is geen stelsel van regels waarop een hoogbouwinitiatief wordt getoetst. De nota is opgezet als onderlegger voor de integrale benadering van alle aspecten die bij de ontwikkeling van hoogbouw aan de orde zijn. Met de nota wordt de basis gelegd voor kwalitatieve hoogbouw die past in de stad, de wijk of de gebiedsontwikkeling. De hoogbouwnota toetst niet het uiterlijk van gebouwen. Bewaking van de architectonische kwaliteit is en blijft de verantwoordelijkheid van de Adviescommissie Omgevingskwaliteit en cultureel erfgoed. Bij de gebiedsontwikkelingen zijn beeldkwaliteitsplannen de documenten waarmee ook hoogbouwprojecten worden getoetst.

Bouwenvelop Denekamp | november 2025

52

Woonvisie 2040: Wonen in een Stad in Balans RIS-nummer: 318960

https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/14240975/1?connection_type=16&connection_id=945615

In de Woonvisie 2040 staan maatregelen en acties om de woningnood verder aan te pakken en bestaande huizen te verbeteren. Doel: bouwen aan een stad in balans. Zodat iedereen een fijne en betaalbare plek heeft om te wonen. Stad in balans Den Haag groeit. Steeds meer mensen wonen én werken in de stad. Maar voor veel inwoners is een huur- of koopwoning te duur. Denk hierbij aan mensen met een gemiddeld of laag inkomen, studenten, starters, gezinnen en senioren. Er is een groot tekort aan woningen. 4 Speerpunten De Woonvisie 2040 heeft 4 belangrijke onderwerpen. - Betaalbaar (ver)bouwen in alle delen van de stad - Huisvesting voor mensen die zorg nodig hebben - Woningen verbeteren en energiezuinig maken - Voorzieningen en veiligheid in de wijk 7 Uitdagingen In de Woonvisie 2040 staan de 7 uitdagingen op de woningmarkt: - Den Haag groeit met zo’n 5.000 inwoners per jaar. Er is bijna geen ruimte om woningen bij te bouwen. Kan het wel, dan is het vaak lastig en ingewikkeld. - Woningen zijn vaak te duur. Mensen wonen hierdoor in slechte woningen waar het bijvoorbeeld tocht, vochtig is of schimmel op de muur zit. - Vraag en aanbod sluiten niet op elkaar aan. Mensen die willen kunnen daardoor niet of heel moeilijk verhuizen naar een passende woning. - Mensen met hoge en lage inkomens wonen in verschillende wijken.

Want betaalbare en dure woningen zijn nu niet goed verspreid over de stad. Deze scheiding is in Den Haag groter dan in andere Nederlandse steden. Hierdoor komen wijken waar mensen het minder goed hebben, onder druk te staan. - De groep kwetsbare mensen groeit. Denk aan eenzame ouderen, mensen die zorg nodig hebben, en dakloze mensen. - Veel huizen zijn slecht onderhouden en slecht geïsoleerd waardoor veel bewoners een hoge energierekening hebben. - Steeds meer inwoners verliezen werk en inkomen als de economische groei tegenzit. Bijvoorbeeld mensen met tijdelijke contracten. De gemeente wil de gevolgen hiervan beperken.

Stimuleringsplan Innovatieve Woonvormen 2023-2027 RIS-nummer: 316966

Samen zorgen voor een thuis https://denhaag.raadsinformati e.nl/document/15439564/3?connecti on_id=1030568 Ontwerp Woonzorgvisieon_type=16&connecti 2040

Een groeiende groep inwoners van Den Haag zoekt naar mogelijkheden voor andere vormen van samenwonen. Gemotiveerd door de schaarse ruimte in de stad, door klimaatverandering, een zorgvraag of de individualiserende samenleving ontstaan ideeën voor innovatieve, vernieuwende woonconcepten en woonvormen. Woonvormen die uitgaan van gemeenschapszin, van het delen van voorzieningen en van waarden over duurzaamheid, gezondheid en samen leven. De slagingskans van deze groepen is in de huidige krappe woningmarkt helaas nog minimaal.

Den Haag wil een stad zijn waar iedereen ertoe doet, een passende, toegankelijke en betaalbare woning heeft en waar zo nodig de juiste zorg en ondersteuning aanwezig is. Als we kijken naar toekomstige ontwikkelingen zien we dat dit steeds urgenter gaat worden. Dit komt door verschillende maatschappelijke ontwikkelingen zoals de dubbele vergrijzing (mensen worden ouder, meer mensen worden oud), extramuralisering, oplopende zorgkosten, minder zorgpersoneel en minder mantelzorgers. Bovengenoemde ontwikkelingen zorgen ervoor dat er een gerichte en integrale visie nodig is op het gebied van wonen, zorg en welzijn. Deze woonzorgvisie helpt om alle opgaven voor alle verschillende doelgroepen in kaart te brengen en deze te vertalen naar ambities, acties en een uitvoeringsprogramma voor wonen en zorg.

https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/13439659/1?connection_type=16&connection_id=889437

Innovatieve woonvormen dragen bij aan een diverse, leefbare en inclusieve stad. Een verscheidenheid aan woonvormen stimuleert ontmoeting, eigenaarschap en verbinding en geeft kleur aan onze stad. Nieuwe collectieve woonconcepten kunnen zo ‘een onsje welzijn’ bieden waarmee ‘een kilo aan zorg’ kan worden voorkomen. Innovatieve woonvormen zijn nodig om het langer zelfstandig thuiswonen door senioren te bevorderen en vereenzaming te voorkomen. Woonvormen waarin ‘vragers’ en ‘dragers’ samenwonen en elkaar helpen zorgen voor een sterkere sociale basis en grotere zelfredzaamheid. Het is daarom belangrijk dat de stad meer ruimte biedt aan innovatieve woonvormen. Dat vraagt om een actieve houding. Aan de hand van dit plan wil de gemeente de komende jaren nieuwe innovatieve woonconcepten in Den Haag stimuleren. Dit doen we natuurlijk niet alleen, maar samen met al onze partners in de stad! We gaan vooral energie steken in het vinden van locaties en vastgoedobjecten voor innovatieve woonconcepten. Geen eenvoudige opgave want de druk op de beschikbare ruimte is hoog in Den Haag. Specifiek onderzoeken, ondersteunen en stimuleren we wooncoöperaties, CPO’s en andere collaboratieve groepswoonvormen binnen het betaalbare segment.

Waar mogelijk binnen een ‘urban mix’ concept bedoeld voor- of in combinaties met senioren, zorgbehoevenden, cultuursensitieve groepen, meer generaties, jongeren, statushouders of azielzoekers.

RIS-nummer: 321928

De gemeente wil genoeg betaalbare woningen voor 3 groepen mensen: - ouderen (65 jaar en ouder) - mensen die een aangepaste woning of zorg nodig hebben - mensen met een speciale woonvraag, zoals arbeidsmigranten De gemeente wil nieuwe huizen bouwen en oude gebouwen verbouwen. Want tot 2040 zijn 20.000 extra woningen voor ouderen nodig. En 5.000 tot 7.000 woningen voor andere mensen die zorg aan huis of dichtbij huis nodig hebben. En voor mensen met een speciale woonvraag, zoals arbeidsmigranten. De gemeente wil nieuwe woonvormen stimuleren. Zoals woongroepen waar mensen elkaar helpen. Sommige mensen wonen in een huis dat niet meer bij hen past. De gemeente wil hen helpen een beter huis te vinden. Er is te weinig zorgpersoneel. Daarom gaan de gemeente en welzijnsorganisaties beter samenwerken. Ook wil de gemeente zorgtechnologie voor thuis stimuleren. Dan kunnen mensen langer zelfstandig thuis wonen. En mantelzorgers hebben zo minder werk. Organisaties gaan meer samenwerken in de buurt. Zo kunnen mensen langer zelfstandig wonen met de juiste zorg. De gemeente maakt afspraken met andere gemeenten in de regio om woningen goed te verdelen.

Bouwenvelop Denekamp | november 2025

53

Strategie mobiliteitstransitie Den Haag 2022 - 2040 RIS-nummer: 310664

HAAGSE NOTA MOBILITEIT RIS-nummer: 180762

PARKEREN IN EEN LEEFBARE EN BEREIKBARE STAD RIS-nummer: 308711

https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/10877149/1/RIS310664_Bijlage

https://www.denhaag.nl/nl/in-de-stad/verkeer-en-vervoer/haagse-nota-mobiliteit.htm

https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/10165482/1/RIS308711_Bijlage_Parkeerstrategie_Den_Haag_2021-2030

Mobiliteit stelt mensen in staat elkaar te ontmoeten en verbindt de stad. De groei van Den Haag vraagt om veranderingen in de manier waarop we mobiliteit organiseren. In de Hoofdlijnenbrief mobiliteitstransitie (RIS302361) heeft het college aangegeven de hiertoe noodzakelijke mobiliteitstransitie te willen inzetten, waardoor de komende decennia onze stad bereikbaar, leefbaar en verkeersveilig blijft voor al onze bewoners, bezoekers en bedrijven. In deze Strategie Mobiliteitstransitie Den Haag 2040 kiezen we voor een ander perspectief op het mobiliteitssysteem en op de bijbehorende mobiliteitsoplossingen. We gaan uit van de visie om mobiliteit dienend te laten zijn aan de grotere opgaven van de stad, zoals leefbaarheid, brede welvaart, klimaatverandering en de woningbouwopgave. Daarmee is mobiliteit dus geen doel op zich.

Den Haag groeit, er komen meer inwoners, meer banen en ook meer bezoekers. Dit zorgt voor een toename van verkeer van, naar en in de stad. Het verkeers- en vervoersbeleid van de gemeente Den Haag voor de periode 2010 tot 2020 met een doorkijk tot 2030, is vervat in de Haagse Nota Mobiliteit (RIS 180762). De visie in de nota is er op gericht van Den Haag een duurzaam bereikbare en een leefbare stad te maken door ervoor te zorgen dat reizigers een bewuste keuze kunnen maken voor de vervoerwijze en de route die het beste bij hen past. In 2019 is door B&W de Hoofdlijnenbrief Mobiliteitstransitie (RIS 302361) gepresenteerd als een aanvulling op de Haagse Nota Mobiliteit (HNM). Den Haag groeit sneller dan ten tijde van de HNM werd verwacht. Het verkeer wordt drukker en er is steeds minder ruimte in de stad. Om Den Haag ook in de toekomst leefbaar, verkeersveilig en bereikbaar te houden moet er anders worden gekeken naar mobiliteit. De mobiliteitstransitie is de noodzakelijke doorontwikkeling van het mobiliteitssysteem, zodat de stad de komende decennia bereikbaar, leefbaar en verkeersveilig blijft. Bovendien moet het mobiliteitssysteem duurzaam zijn en een natuurlijk onderdeel vormen van een aantrekkelijke stad waar het fijn wonen, werken, winkelen, leren en recreëren is.

In de Hoofdlijnenbrief Mobiliteitstransitie heeft B&W zes uitgangspunten geformuleerd waaraan de mobiliteit in 2040 moet voldoen, te weten:

De komende jaren groeit Den Haag groeit fors, zowel in aantal inwoners als in arbeidsplaatsen. Dit leidt tot extra druk op de openbare ruimte. Deze nieuwe bewoners willen allemaal prettig wonen, werken, recreëren. Ook moet er ruimte beschikbaar zijn voor de auto’s die deze mensen bezitten. De Agenda ruimte voor de stad en de hoofdlijnenbrief Mobiliteitstransitie 2040 beschrijven hoe Den Haag dit gaat bereiken. Het is nodig om extra woningen en voorzieningen te bouwen, maar ook om de openbare ruimte beter te benutten voor bijvoorbeeld meer groen en recreatie. De openbare ruimte kan op veel plekken geen extra auto’s meer bergen. De ruimte die er is, moet zo goed mogelijk worden verdeeld. Wij willen dat de Haagse straten niet overvol raken met geparkeerde auto’s. Tegelijkertijd willen we dat mensen die een auto bezitten een reële kans hebbenop het vinden van een parkeerplaats.

1. Veilig: met de ambitie van nul verkeersslachtoffers per jaar; 2. Efficiënt: in gebruik van ruimte en infrastructuur; 3. Schoon: zodat het voldoet aan milieu- en klimaatambities; 4. Op maat: waardoor iedereen zijn of haar bestemming kan bereiken; 5. Betaalbaar: betaalbare mobiliteitsoplossingen voor zowel reiziger als overheid; 6. Verbonden: met de regio en andere metropoolregio’s in binnen- en buitenland

Als onderdeel van de Parkeerstrategie is in oktober 2021 de Nota Parkeernormen Den Haag vastgesteld (RIS 309940) vastgesteld. In deze Nota Parkeernormen is o.a. vastgelegd welke parkeernormen voor een ontwikkeling van toepassen zijn en welke mogelijkheden aanwezig zijn met betrekking tot dubbelgebruik, salderen en deelmobiliteit.

De traditionele visie op mobiliteit, waarin elke vervoerswijze een eigen toekomstlijn krijgt, voldoet niet meer. Er is simpelweg niet genoeg ruimte om aan alle wensen te voldoen. Want de wensenlijst is lang: een lagere parkeerdruk, meer fietsparkeerplekken, meer veilige fietspaden, meer en sneller openbaar vervoer, meer ruimte voor voetgangers, minder fiets- en autofiles en goede aansluitingen op de regio, Nederland en de rest van Europa. In de praktijk moeten we altijd kiezen. Vanwege bijvoorbeeld budgetten of beschikbare ruimte. En dat geeft onmin bij de partijen die hun belangen niet gerealiseerd zien worden. Deze strategie voor de mobiliteitstransitie verbindt ruimte, mensen, voertuigen en de organisatie van mobiliteit zo goed mogelijk met elkaar. Zodat we meer kunnen doen op de schaarse oppervlakte van Den Haag om al het gemeentelijk beleid in de openbare ruimte mogelijk te maken. De blik van mobiliteit wordt daarmee verbreed naar bijvoorbeeld stadsontwikkeling, verkeersmanagement, andere overheden en bedrijven. Omdat daar vaak ook oplossingen liggen voor mobiliteitsknelpunten. Dat betekent – naast nieuwe ideeën – vooral ook een nieuwe manier van denken en werken.

Deze Parkeerstrategie biedt de beleidskaders voor instrumenten om een leefbaar evenwicht te bereiken. Hiermee neemt de druk van de geparkeerde auto in de schaarse openbare ruimte niet verder toe en waar dat noodzakelijk is, wordt de druk verlaagd. Zo ontstaat ruimte voor andere door bewoners gewenste functies zoals groen, spelen, stallingsplaatsen voor fietsen en recreatie.

Bouwenvelop Denekamp | november 2025

54

RUIM BAAN VOOR DE FIETS RIS-nummer: 302960

https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/7767782/1#search=%22RIS302960%22

In 2040 is de fiets het belangrijkste vervoermiddel voor verplaatsingen in de stad. Een keuze voor de fiets is comfortabel, veilig en vanzelfsprekend. De (elektrische) fiets neemt ook in de regio steeds meer verplaatsingen voor zijn rekening. En de (deel-)fiets vormt, samen met trein en RandstadRail, één samenhangend systeem om je snel binnen de Randstad te verplaatsen. Dat betekent wel dat de infrastructuur moet meegroeien met het fietsgebruik. Dat betekent letterlijk meer ruimte maken voor de groei van het fietsgebruik. Met investeringen in voldoende capaciteit voor de rijdende en de parkerende fiets die ook bijdragen aan een aantrekkelijke inrichting van de openbare ruimte. Met infrastructuur alleen zijn we er niet. In sommige delen van de stad en regio wordt veel meer gefietst dan in andere delen. Het is noodzakelijk om nieuwe groepen te verleiden om (vaker) voor de fiets te kiezen. Dat draagt bij aan een goede gezondheid en een goede bereikbaarheid van werk, school, winkels en vrienden. Dat kan door gerichte maatregelen die de fiets voor méér mensen een vanzelfsprekende keuze maken. In financiële zin is ook meer ruimte nodig voor de fiets. Bij steeds meer verplaatsingen op de fiets hoort een bij de ambities passend investeringsniveau.

BELEIDSREGELS FIETSPARKEERNORMEN DEN HAAG RIS-nummer: 294386

https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/5178279/1/170323-RIS294386_bijlage_1_Beleidsregels_Fietsparkeernormen_Den_Haag_mrt1___

Fietsparkeernormen zijn nodig om een prognose te kunnen maken van de te verwachten behoefte aan fietsparkeerplaatsen bij bouwontwikkelingen. Met de fietsparkeernormen, inclusief het toepassingskader, wordt een belangrijke stap gezet op weg naar een transparante en eenvoudige werkwijze bij het opstellen van de fietsparkeereis. Bij het opstellen van de normen wordt rekening gehouden met een groei van het fietsgebruik. In deze beleidsregels worden normen gesteld aan de aanwezigheid van voldoende fietsparkeerplaatsen bij nieuw- en verbouwontwikkelingen van kantoren, bedrijven en voorzieningen. Hierbij is dezelfde functionele indeling gehanteerd als bij de autoparkeernormen. Voor de aanwezigheid van voldoende fietsparkeerplaatsen bij woningen worden de eisen van het bouwbesluit overgenomen.

In Ruim baan voor de Fiets staat de visie op de fiets in Den Haag in 2040. Er is gekozen voor het jaar 2040, omdat investeringen in de fiets vooral effectief zijn als ze over een langere periode worden volgehouden. Wij willen fors investeren in een comfortabel en veilig fietsnetwerk en goede fietsparkeervoorzieningen. Dat is de basis voor een aantrekkelijke fietsstad. Daarnaast zetten wij in op vernieuwend beleid, om nieuwe groepen te bereiken om (vaker) voor de fiets te kiezen. En wij hechten veel waarde aan een proactieve aanpak van de verkeersveiligheid waarmee het aantal slachtoffers omlaag gaat.

Bouwenvelop Denekamp | november 2025

55

Agenda Groen voor de Stad RIS-nummer: 294705

Nota Stadsnatuur RIS-nummer: 305824

Kadernota openbare ruimte RIS-nummer: 310884

https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/3716164/1#search=%22RIS294705%22

https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/9045102/1/RIS305824_Bijlage_1

V https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/12769883/2

In de Agenda Groen voor de Stad wordt geconstateerd dat door de toenemende bevolking en het bijbehorende ruimtebeslag de leef kwaliteit in het algemeen en het groen in het bijzonder soms onder druk komen te staan. Omdat Den Haag een aantrekkelijke stad wil blijven voor bewoners, bezoekers en bedrijven, moeten er strategische keuzes worden gemaakt op het gebied van verdichting, vergroening en verduurzaming. De ambitie is een verdere kwalitatieve ontwikkeling van het Haagse groen, waarbij ruimte bestaat voor verandering en initiatief en bij ontwikkelingen groen toekomstbestendig wordt vormgegeven: groen kapitaal als basis voor een goede leef kwaliteit. Het doel is het Haagse groen kwalitatief te ontwikkelen. De stedelijke leef kwaliteit is afhankelijk van gebiedskenmerken als bebouwingsgraad, aanwezigheid van infrastructuur en het gebruik van de ruimte(wonen, werken, recreatie, natuur). Het Haagse Groen moet gezien worden als een vorm van kapitaal met de ecologische, de maatschappelijke en de economische waarde. Mede op basis van de stadsgesprekken en het online platform zijn deze waarden uitgewerkt in zes thema’s: klimaat, biodiversiteit, gezondheid, ontspanning imago en ontwikkeling. Voor Hagenaars voelt het vaak of groen voor nieuwe ontwikkeling moet wijken.

Het is de uitdaging om intensivering te combineren met een waardevolle, betekenisvolle, gezonde en goed functionerende groenstructuur. Intensivering van de stad vraagt om intensivering van groen en groenkwaliteit. Naarmate de stad verdicht, neemt de waarde van het groen toe. Omgekeerd zorgt groen ook voor toename van vastgoedwaarde. Deze twee waarden zouden elkaar moeten vinden en versterken. Elke (vastgoed)ontwikkeling draagt bij aan de groene kwaliteit van Den Haag. Dit gebeurt op verschillende wijze: op de klassieke wijze door ontwikkeling van parken en straatgroen, door het ontwikkelen en openstellen van groene binnen gebieden en daktuinen, als ook het realiseren van geveltuintjes of groene gevels. Ook kunnen investeringen in kwaliteit of gebruikswaarde uitkomst bieden.

In Den Haag zien we de natuur als belangrijk onderdeel van onze stad. Een stad met een vitale stadsnatuur is een gezonde stad. We hebben al een goede basis. Om dit zo te houden, en waar mogelijk te versterken, is de Nota Stadsnatuur opgesteld. Hierin gaan wij aan de slag voor een gezond stadsecosysteem met meer biodiversiteit.

De kadernota openbare ruimte bouwt voort op de bestaande beleidskaders voor de openbare ruimte zoals in de eerdere kadernota's uit 2004 en 2012 is vastgelegd. Het beleid is geüpdatet met het vastgestelde beleid uit onder andere de Agenda Ruimte voor de Stad, de Mobiliteitstransitie (en de nieuwe parkeerstrategie) en de Kadernota Duurzaamheid 2019. De laatste kadernota gaat verder in op de diverse functies die in de openbare ruimte moeten worden gefaciliteerd. In het algemeen gaat het om: verblijf en ontmoeting stimuleren, de gezondheid bevorderen, de veiligheid en weerbaarheid bevorderen, de bereikbaarheid garanderen en economische functies faciliteren. Omdat de stad sterk aan het groeien is wat betreft het aantal inwoners, maar niet wat betreft oppervlakte en openbare ruimte, moet steeds vaker worden gekozen. De prioriteiten voor de periode tot 2030 zijn: een inclusieve openbare ruimte om ontmoeting en verblijf te faciliteren; een openbare ruimte die uitnodigt om te wandelen en uitdaagt tot bewegen en spelen; klimaatadaptief maken van de openbare ruimte; veilige en comfortabele ruimte voor voetgangers en fietsers.

Om in Den Haag de natuur zoveel mogelijk de ruimte te geven, kiezen we voor een ecologische inrichting en een ecologisch beheer van parken, plantsoenen en groenstroken. Met het ecologisch beheer van de stad richten we ons vooral op insecten. Om ervoor te zorgen dat er ook bij kleine herinrichtingsprojecten aandacht voor de natuur blijft, gaan we werken met een natuurkansenscan. Deze scan richt zich op natuurwaarden die snel over het hoofd worden gezien, zoals de aanwezigheid van schuilplaatsen voor een egel of broedgelegenheden voor vogels die broeden in struiken. Zo maken we van Den Haag steeds meer een natuur inclusieve stad. Daarnaast gaat de gemeente groen en water waar mogelijk natuurlijker inrichten. We houden nadrukkelijk rekening met de leefomstandigheden van planten en dieren, werken aan een plantenrijk, helder stadswater met voldoende schuilplekken voor waterdieren en willen proberen overlast veroorzakende planten en dieren beheersbaar houden. We volgen onze stadsnatuur op de voet, zodat we tijdig kunnen signaleren of bijsturen. Want onze stadsnatuur is al bijzonder en dat willen we graag zo houden.

Bij (her-)inrichting van de openbare ruimte dient minimaal van het bestaande aandeel groen en water in de openbare ruimte te worden gehandhaafd, waarbij er wordt gestreefd naar een vergroting van het oppervlak groen van 5% in de periode tot 2030. Als niet alles past, wordt een afweging gemaakt tussen de verschillende ruimtevragers door de volgende afwegingsprincipes te volgen: combineren van functies boven enkelvoudige toepassingen – centraal stellen van de gebiedskenmerken – afwentelen voorkomen (in tijd of gebied). We kiezen er voor om zoveel mogelijk functies te combineren, maar waar dat niet meer past te kiezen. Dat betekent dat er geen bomen worden geplant als de ondergrondse ruimte niet voldoet en bijvoorbeeld de snelheid van de weg wordt verlaagd als er onvoldoende ruimte voor fietspaden is. Voor ontwerpen geldt dat eerst wordt ontworpen vanuit het langzaam verkeer (omgekeerd ontwerpen) en wordt gewerkt volgens het principe: groen, tenzij. Er wordt nu nog te vaak bestrating aangelegd op plaatsen waar dit niet nodig is voor de bereikbaarheid.

Bouwenvelop Denekamp | november 2025

56

Nota Duurzaamheid RIS-nummer: 301829

Stedelijk Energie Plan RIS-nummer: 306869

Transitievisie Warmte RIS-nummer: 310442

https://www.denhaag.nl/nl/in-de-stad/natuur-en-milieu/duurzaamheid/haags-plan-voor-een-duurzame-toekomst.htm

https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/8651510/1/RIS305064_bijlage

https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/10731340/1/RIS310442_Bijlage_Transitievisie_Warmte

Den Haag wil in 2040 een klimaat-neutrale stad zijn. Deze ambitie is opnieuw vastgesteld in de Kadernota Duurzaamheid 2019 door het college van Burgemeester en wethouders. De kadernota bundelt het onderwerp ‘duurzaamheid’ rond de thema’s Energie, Stedenbouw, Mobiliteit, Openbare Ruimte, Internationale Stad en Duurzame gemeentelijke organisatie. De ambities op het gebied van klimaat en energie zijn verwoord in het Ontwerp Stedelijk Energieplan (RIS305064). In 2016 en 2017 zijn door de raad moties aangenomen die het belang van klimaatneutraal bouwen (RIS295453 en 296798) onderstrepen en is bij de behandeling van de Agenda Ruimte voor de Stad een amendement ‘gasloze nieuwbouw’ aangenomen (RIS295016). Het verduurzamen van de Haagse energiehuishouding met als speerpunten ‘distributie van duurzame warmte’, ‘opwekking van duurzame energie’ en energiebesparing’ dragen bij aan het realiseren van deze ambitie. Er zijn in Den Haag goede mogelijkheden door het uitgebreide collectieve warmtenet (stadsverwarming), de aanwezige bodempotentie (geothermie en warmte- en koude opslag) en de ligging aan zee (zon, wind, energie uit zee), zo mogelijk in combinatie met groene daken. Als stad aan zee houdt Den Haag rekening met klimaatverandering en kustveiligheid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16310391/1