RIS323715 Oplegger raad
Tekst van het document
Raadsvoorstel Documentnummer: DSO/10886059 Zaaknummer: 325237
Oplegger gemeenteraad Onderwerp
Verordening tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Den Haag
Waarom dit raadsvoorstel?
Den Haag zet in op deelmobiliteit als duurzame en efficiënte vorm van vervoer die bijdraagt aan verminderd voertuigbezit. Tegelijkertijd kan deelmobiliteit druk leggen op de schaarse openbare ruimte en overlast veroorzaken. Om dit te reguleren, is sinds 2020 een vergunning vereist voor het aanbieden van deelmobiliteit in de openbare ruimte. Deze verplichting is vastgelegd in artikel 2:8 (Dienstverlening) van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Den Haag (APV), en nader uitgewerkt in de ‘Regeling deelvoertuigen Den Haag 2020’. Deze vergunning stelt verschillende voorwaarden aan aanbieders van deelmobiliteit, bijvoorbeeld de verplichting om defecte deelvoertuigen tijdig van straat te verwijderen. In december 2024 heeft de gemeenteraad de ‘Strategie Deelmobiliteit 2030’ (RIS319377) en het bijbehorende ‘Uitvoeringsprogramma Deelmobiliteit en mobiliteitshubs 2024–2027’ (RIS319377) vastgesteld. Hierin stelt Den Haag de ambitie om een meer regisserende rol te vervullen op het gebied van deelmobiliteit. Dit heeft als doel om beter overlast te voorkomen en te verzekeren dat de toekomstige ontwikkeling van deelmobiliteit in Den Haag alleen plaats kan vinden binnen gestelde kaders.
Concreet betekent dit onder andere dat de gemeente meer controle wil hebben over het type en de omvang van het aanbod deelvoertuigen, en aanvullende voorwaarden wil stellen voor het gebruik van de openbare ruimte door aanbieders van deelmobiliteit. Om voorgestelde maatregelen door te voeren, moet de regeling waaronder vergunningen worden vergeven geactualiseerd worden. De huidige bepalingen in artikel 2:8 van de APV bieden echter onvoldoende grondslag om de voorgestelde wijzigingen in de regeling door te kunnen voeren. Daarom stelt dit raadsvoorstel een herziening van artikel 2:8 van de APV voor, waarmee de benodigde grondslagen worden geïntroduceerd. De toelichting bij het raadsvoorstel geeft een overzicht van de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van het huidige artikel 2:8 van de APV. Met de voorgestelde wijziging van artikel 2:8 van de APV kan het college de bestaande regeling actualiseren volgens de beleidsrichtingen uit de strategie en het uitvoeringsprogramma. Na deze aanpassing kunnen op termijn bestaande vergunningen worden beëindigd en nieuwe vergunningen worden verleend binnen de vernieuwde kaders. Naast de herziening van artikel 2:8 worden ook een verouderde begripsomschrijving in artikel 1:1 geactualiseerd en een omissie in artikel 6:1 hersteld.
Beoogd effect: (maatschappelijke) doel (en) en (publiek) belang
Het wijzigen van de APV en het actualiseren van de 'Regeling deelvoertuigen Den Haag 2020' maken deel uit van een pakket maatregelen waarmee de gemeente een sterkere rol wil spelen op het gebied van deelmobiliteit, zoals breder toegelicht in de ‘Strategie Deelmobiliteit 2030’ (RIS319377) en het bijbehorende ‘Uitvoeringsprogramma Deelmobiliteit en mobiliteitshubs 2024-2027’ (RIS319377). De
Deze oplegger is in IRIS gegenereerd op 14-11-2025 om 09:42
pagina 1 van 3
gemeente richt zich hierbij op het stimuleren en regisseren van deze markt. Dit draagt bij aan een maximale bijdrage van deelmobiliteit aan de bereikbaarheid van Den Haag en minimaliseert mogelijke overlast die deelmobiliteit kan veroorzaken. Voorgeschiedenis en eerdere besluitvorming over dit onderwerp
In december 2024 heeft de gemeenteraad de ‘Strategie Deelmobiliteit 2030’ (RIS319377) en het bijbehorende ‘Uitvoeringsprogramma Deelmobiliteit en mobiliteitshubs 2024-2027’ (RIS319377) vastgesteld.
Beslispunten (dictum)
Het vaststellen van de Verordening tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Den Haag.
Gebied waar het voorstel betrekking op heeft
De gemeente Den Haag
Vervolg
Na het vaststellen van deze wijzigingsverordening zal het college de bestaande regeling actualiseren. Dit gebeurt binnen de kaders van het gewijzigde APV-artikel (2:8) en op basis van de beleidsrichtingen zoals gesteld in de 'Strategie Deelmobiliteit 2030' (RIS319377) en het bijbehorende 'Uitvoeringsprogramma Deelmobiliteit en mobiliteitshubs 2024-2027' (RIS319377). Na deze aanpassing kunnen op termijn bestaande vergunningen worden beëindigd en nieuwe vergunningen worden verleend binnen de vernieuwde kaders.
Risico's en kanttekeningen
n.v.t.
Overwogen alternatieven of scenario's
Ja
Alternatieve opties of scenario's
Het alternatieve scenario is dat de APV niet gewijzigd wordt, met als resultaat dat de beoogde regulering van het aanbieden van deelmobiliteit niet gerealiseerd wordt, en hierover onduidelijkheid blijft ontstaan.
Maatschappelijke kosten en baten
Dit voorstel draagt bij aan de mogelijkheid voor de gemeente om een regisserende en stimulerende rol te nemen op het gebied van deelmobiliteit, wat ten goede komt aan de bijdrage aan bereikbaarheid door deelmobiliteit alsook de vermindering van overlast door het aanbieden van deelmobiliteit.
Financiële consequenties
Deze werkzaamheden vallen onder programma 12 (Mobiliteit) activiteit 'Parkeren'. De impact van de actualisatie is beperkt en wordt als kostenneutraal ingeschat. De werklast voor vergunningverlening blijft vergelijkbaar. Nieuwe taken zoals evaluatiegesprekken worden gecompenseerd door een verwachte daling in handhavingslast door geoptimaliseerde regelgeving en het gebruik van data.
Juridische consequenties
De Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Den Haag wordt aangepast.
Uitvoeringsconsequenties
Dit voorstel maakt het mogelijk om recent vastgestelde beleidswensen een plek te geven in de actualisatie van de 'Regeling deelvoertuigen Den Haag 2020'. Vervolgens kunnen er nieuwe vergunningen verleend worden. Hiervoor is capaciteit voorzien bij DSO-mobiliteit, programma deelmobiliteit. Aanvullend hierop, moeten nieuwe vergunningsvoorwaarden gehandhaafd worden. In de actualisatie van de regeling wordt rekening gehouden met toekomstige verbeterde mogelijkheden voor digitale handhaving. Dit brengt in potentie een lagere werklast, maar vraagt andere nog niet aanwezige capaciteiten van de handhavingsorganisatie. Tot die tijd wordt er op de bestaande manier gehandhaafd.
Informatie over hoe het voorstel tot stand is gekomen
Gedurende het opstellen zijn de volgende externe belanghebbenden geraadpleegd: Landelijk programma Natuurlijk!Deelmobiliteit, selectie van grotere gemeenten Nederland (o.a.
Deze oplegger is in IRIS gegenereerd op 14-11-2025 om 09:42
pagina 2 van 3
Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Groningen, Nijmegen, Eindhoven), selectie van buurgemeenten (o.a. Zoetermeer, Delft, Leidschendam-Voorburg), partijen die reeds deelmobiliteit aanbieden in Den Haag of die aangegeven hebben geïnteresseerd te zijn in het aanbieden van deelmobiliteit in Den Haag. Is er sprake geweest van een inspraak- of participatieproces?
Ja
Toelichting op het doorlopen participatieen/of inspraaktraject
Allereerst zijn aanbieders van deelmobiliteit, zowel de reeds actieve als de geïnteresseerde partijen in Den Haag, op verschillende momenten tijdens de ontwikkeling meermaals op ambtelijk niveau geraadpleegd. Verder hebben er overlegmomenten plaatsgevonden tussen wethouder Kapteijns en de aanbieders van deeltweewielers (scooters, (e)-fietsen en bakfietsen) en deelauto’s. Daarnaast zijn ook buurgemeenten en andere grote Nederlandse gemeenten geraadpleegd.
Communicatie
Na vaststelling door de gemeenteraad wordt de wijzigingsverordening gepubliceerd in het Gemeenteblad. Vervolgens wordt de Algemene Plaatselijke Verordening aangepast overeenkomstig dit besluit en in geconsolideerde vorm gepubliceerd.
Is er sprake van termijngebondenheid?
Nee
Openbaar / Geheim
Openbaar
Bijlage(n)
Verordening tot wijziging van de APV inzake deelmobiliteit - geconsolideerd
Deze oplegger is in IRIS gegenereerd op 14-11-2025 om 09:42
pagina 3 van 3