CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS323573 Ontwerp-Nota Ruimte 2050

Commissie Ruimte 10 december 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken708 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

GEMEENTERAAD

RIS-nummer: 323573

Schriftelijke vragen: Ontwerp-Nota Ruimte 2050 Indiener: Joren Noorlander, D66

Datum: 20 oktober 2025 Aan de voorzitter van de gemeenteraad, Afgelopen september verscheen de Ontwerp-Nota Ruimte van het Rijk. Deze ontwerpnota bevat de langetermijnvisie van het Rijk op de ruimtelijke inrichting van Nederland en maakt ruimtelijke keuzes richting 2030 en 2050, met een doorkijk naar 2100. Vanaf 6 oktober ligt de Ontwerp-Nota Ruimte gedurende tien weken ter inzage (tot en met 15 december 2025). Gedurende deze periode is er voor iedereen de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen over de visie en de voorgestelde ruimtelijke keuzes. Daarmee ligt er ook voor de gemeenteraad via het college de mogelijkheid om gebruik te maken van dit recht tot inspraak. Wat D66 betreft is het, gezien de belangrijke positie van Den Haag binnen de ruimtelijke ontwikkelingen in de Zuidelijke Randstad, van belang dat de gemeente dit recht benut. Daarnaast ziet D66 de Ontwerp-Nota Ruimte als een mogelijkheid om inzichtelijk te krijgen in hoeverre de eerder opgestelde Omgevingsvisie 2050 aansluit bij de Ontwerp-Nota Ruimte van het Rijk. Overeenkomstig art. 32 van het Reglement van orde stelt het raadslid Joren Noorlander, D66, de volgende vragen: In de nota wordt aangegeven dat Den Haag achterloopt in de ontwikkeling van een specialistische kenniseconomie met daarin veel mensen met een hoog opleidingsniveau (pagina 18).

1) In hoeverre dragen de huidige initiatieven op het gebied van campusvorming, zoals de Spui Campus en het onderzoeken van een universitaire dependance in Zuidwest, bij aan het inhalen van deze achterstand in een specialistische kenniseconomie? De achterblijvende economische dynamiek en stapeling van sociale en fysieke opgaven vraagt om het transformeren van het ruimtelijk-economisch systeem in de Zuidelijke Randstad. Hiervoor is een ingrijpende herstructurering en herontwikkeling nodig. In de Zuidelijke Randstad dient een afweging gemaakt te worden welke ontwikkelingen bijdragen aan een balans tussen de mens, de omgeving en de economie. De komende jaren werkt het rijk met de provincies en gemeenten aan het realiseren van al gestelde ambities op het gebied van verstedelijking (pagina 191). 2) Vindt het college de bovenstaande constateringen uit de Ontwerp-Nota Ruimte op pagina 191 voldoende aansluiten op de eerder vastgestelde Omgevingsvisie Den Haag 2050? 3) Deelt het college de constatering van het Rijk dat de economische dynamiek en de stapeling van sociale en fysieke opgaven vragen om een transformatie van het ruimtelijk-economisch systeem? En in hoeverre is dit in lijn met de Omgevingsvisie Den Haag 2050? 4) Op welke manier werken het Rijk en het college hierin samen?

Aan de randen van steden, dorpen en kleine kernen zijn vooral luwe woonmilieus. Deze hebben een lage dichtheid aan wonen, overwegend in grondgebonden woningen. Verdichting en het toevoegen van woningen kan hier op een kleinschalige wijze, door optoppen, splitsen en uitbouwen (pagina 210). Uit de Ontwerp- Nota Ruimte blijkt dat het rijk vooral optoppen als mogelijkheid ziet in luwe Pagina 1 van 2

woonmilieus. Wij roepen het college op om juist ook optoppen mogelijk te maken in de vele andere Haagse wijken waar dit kansrijk is, zoals in vele Haagse wijken. 5) Hoe beoordeelt het college deze beperkte toepassing van optoppen in de Ontwerp-Nota Ruimte? 6) Deelt het college de opvatting dat optoppen kansrijk is in veel meer woonmilieus dan enkel in de luwe woonmilieus? Zo nee, waarom niet? 7) En deelt het college de opvatting dat het wenselijk is om optoppen breder op te nemen in de Ontwerp-Nota Ruimte van het Rijk? De ontwikkelingen van CID en Binckhorst nemen forse infrastructurele investeringen met zich mee. Rijk en regio werken samen om deze woningbouwontwikkelingen te realiseren, maar dit zijn langjarige trajecten. Volgens het Rijk is de ontwikkeling van deze gebieden dan ook complex (pagina 295). 8) Onderstreept het college het belang van de infrastructurele investeringen die het Rijk hierin stelt? En kan het college daarbij concreet duidelijk maken hoe deze infrastructurele investeringen noodzakelijk zijn om de woningbouwaantallen te realiseren? 9) Op welke manier werken het Rijk en het college samen om deze woningbouwontwikkelingen te realiseren? 10) Is het college bereid op basis van de beantwoording van bovenstaande vragen een zienswijze op de Ontwerp-Nota Ruimte in te dienen bij het Rijk? Zo nee, waarom niet? Joren Noorlander D66 Den Haag

Pagina 2 van 2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16111519/1