RIS322996 Handhaving op campers
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Arjen Kapteijns Wethouder van Energietransitie, Mobiliteit en Grondstoffen
dienst: dienstcode
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de commissie Leefomgeving
DSB/10884107 RIS322996 Contactpersoon
Nitesh Mahespalsingh Dienst
Dienst Stadsbeheer Afdeling
DSB Handhavingsorganisatie Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
15 juli 2025
Nitesh.mahespalsingh@denhaag.nl
Onderwerp
Handhaving op campers
Geachte voorzitter, Tijdens het parkeerdebat (en deelmobiliteit) in de commissie Leefomgeving van 21 november 2024 is de toezegging gedaan om de commissie te informeren over de handhaving op campers waarbij onder andere wordt gekeken naar het toepassen van bestuursdwang en de technische mogelijkheden. Ik heb toegezegd hier per brief op terug te komen. In deze brief informeren wij u over de handhaving met betrekking tot artikel 5:6 van de Algemene Plaatselijke Verordening van Den Haag, specifiek over de handhaving van het in dat artikel omschreven onderwerp. Deze bepaling richt zich tegen het langer dan drie achtereenvolgende dagen plaatsen van voertuigen, die voor recreatie e.d. worden gebruikt. Hieronder vallen in ieder geval: caravans, campers, kampeerwagens, aanhangwagens, magazijnwagens, keetwagens e.d. op de weg. De Handhavingsorganisatie van de gemeente Den Haag beschikt reeds over een staand uitvoerend beleidsstuk in de vorm van een werkinstructie. Daarin is duidelijk omschreven hoe er gehandhaafd wordt op artikel 5:6 lid 1 van de Algemene Plaatselijke Verordening van Den Haag. Dit stuk voorziet in een systematische en transparante aanpak van het bestuursrechtelijke handhavingstraject, waarbij de handhavers goed op de hoogte zijn van de procedure en werkwijze.
De Handhavers houden zich al een geruime tijd actief bezig met het signaleren en registreren van voertuigen die langdurig stilstaan in de openbare ruimte. Ter ondersteuning van deze taak maken handhavers gebruik van twee beproefde handhavingsmethodes, afhankelijk van de aard van het voertuiggebruik. Er worden twee procedures gehanteerd om te controleren of recreatievoertuigen in strijd met artikel 5:6 van de Algemene Plaatselijke Verordening van Den Haag geparkeerd staan. Bij de standaardprocedure wordt op de eerste en vierde dag gecontroleerd of het voertuig geparkeerd staat. Is dit het geval, dan volgt een waarschuwingssticker en een bestuurlijk proces-verbaal van bevindingen. Bij voertuigen die ogenschijnlijk wél in gebruik zijn, wordt gedurende vier dagen dagelijks een foto gemaakt om aanwezigheid te registreren. Blijft het voertuig onafgebroken staan, dan wordt ook hier op de vierde dag een sticker aangebracht en een proces-verbaal van bevindingen opgesteld.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
Telefoonummer 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10884107
Deze procedures functioneren in de praktijk over het algemeen naar behoren. Tegelijkertijd blijft het een uitdaging: sommige voertuigeigenaren verplaatsen hun voertuig kortdurend om handhaving te omzeilen. Hierdoor ontstaat in sommige gevallen een kat-en-muisspel waardoor er nog maar beperkte handhavingsmogelijkheden overblijven om in te zetten. In 2024 zijn er 1.511 meldingen over recreatievoertuigen geregistreerd. Echter we hebben geen inzicht in hoe vaak meldingen betrekking hadden op hetzelfde voertuig, wat het lastig maakt om patronen of structurele overtredingen volledig in kaart te brengen. Daarnaast zijn er in het jaar 2024 in totaal 562 bestuurlijke rapportages opgemaakt door de handhavers van de gemeente Den Haag. Daarnaast wordt de effectiviteit van handhaving op het verbod in artikel 5:6 APV mede bepaald door de beschikbare handhavingscapaciteit en de wijze waarop binnen die capaciteit prioriteiten worden gesteld. In de praktijk blijkt dat structurele inzet op dit thema niet altijd haalbaar is, zeker wanneer er ook op andere leefbaarheidsvraagstukken inzet vereist is. Hierdoor ontstaat een spanningsveld tussen de beschikbare middelen en de wens om zichtbaar en effectief op te treden tegen langdurig geparkeerde recreatievoertuigen.
Daarom wordt er lering getrokken uit eerdere ervaringen uit de praktijk en sturen wij in het vervolg in toenemende mate op slimme prioritering, waarbij extra aandacht uitgaat naar handhaving op dit onderwerp. Zo kunnen we beschikbare capaciteit doelmatiger inzetten en tegelijkertijd de leefbaarheid in de openbare ruimte beter borgen. In aanvulling op de huidige handhavingsaanpak gaan wij verkennen of het mogelijk is om, naast het toepassen van bestuursdwang, ook een bestuurlijke boete in te zetten als extra handhavingsinstrument bij overtreding van artikel 5:6 van de Algemene Plaatselijke Verordening van Den Haag. Dit kan bijdragen aan een effectievere en efficiëntere aanpak van langdurig geplaatste recreatievoertuigen. De introductie van de bestuurlijke boete als handhavingsinstrument zal naar verwachting een aanzienlijk vereenvoudigend effect hebben op het handhavingsproces. In de praktijk leidt deze maatregel tot een vermindering van administratieve lasten en bevordert zij een versnellende werking in de besluitvorming. Door het opleggen van een directe financiële sanctie ontstaat voor de rechthebbende een concrete prikkel tot tijdige verwijdering van het recreatievoertuig. De aanwezigheid van een afdwingbare consequentie geeft de handhavingspraktijk meer slagkracht en maakt een effectievere bescherming van de openbare ruimte mogelijk.
In deze verkenning zullen we onder andere onderzoeken hoe een dergelijke boete in de praktijk vormgegeven zou moeten worden, welke juridische kaders daarvoor nodig zijn, en in hoeverre dit instrument juridisch haalbaar en proportioneel is. Over de uitkomsten van dit onderzoek zullen wij de commissie in het vierde kwartaal van 2025 informeren. Daarnaast zal de gemeente in het jaar 2026 onderzoeken of het mogelijk is om met haar nieuwe parkeervergunningensysteem, scanauto’s en eventueel nodige aanpassingen in de regelgeving hier op te handhaven. Met deze brief heeft u inzicht gekregen in de wijze waarop handhaving op grond van artikel 5:6 van de Algemene Plaatselijke Verordening van Den Haag wordt toegepast, inclusief de beschikbare operationele, technische en juridische instrumenten. Er wordt door de Handhavingsorganisatie van de gemeente Den Haag geprobeerd ongewenst langdurig plaatsen van recreatievoertuigen tegen te gaan, met oog voor het straatbeeld en de leefbaarheid in de stad. Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd en ik beschouw deze toezegging daarmee als afgedaan. Met vriendelijke groet, de wethouder van Energietransitie, Mobiliteit en Grondstoffen Arjen Kapteijns
2/2