RIS321614 Bijlage flora en fauna rapport
Tekst van het document
Randvoorwaarden flora en fauna voor evenementenlocaties in Den Haag
Randvoorwaarden flora en fauna voor evenementenlocaties in Den Haag
Opdrachtgever Centraal Evenementenbureau Contactpersoon Dhr. I. Fritz Status concept Datum 19 maart 2020 Vrijgave Drs. D.E. Heidinga
2
2019 | P19041 | Randvoorwaarden flora en fauna voor evenementenlocaties in Den Haag
Inhoud
1 | Inleiding 1.1 1.2
5 Aanleiding Leeswijzer
5 5
2 | Werkwijze vaststellen randvoorwaarden
7
2.1 2.2
Inleiding Onderzoeksmethodiek
3 | Effecten evenementen op ecologische waarden 3.1 3.2 3.3
Groenstructuren Vleermuizen Broedvogels
4 | Evenementenlocaties 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15 4.16 4.17 4.18 4.19 4.20 4.21 4.22
Malieveld Lange Voorhout Lange Vijverberg Buitenhof Hofplaats Plein Wijnhaven Spuiplein Grote Markt Kerkplein Plaats Paleisplein Noordeinde Westbroekpark Kijkduin Scheveningen Prins Hendrikplein Frederik Hendrikplein Huijgenspark Zuiderpark Wijkpark Transvaal Sportpark De Verademing Anna van Buerenplein
9 10 14
20 21 23 25 26 28 29 30 31 32 33 34 36 38 41 45 46 48 50 51 53 54 57
Aandachtspunten bij factsheets Quickscan randvoorwaarden Overige randvoorwaarden
6 | Literatuur en bronnen
9
19
5 | Randvoorwaarden 5.1 5.2 5.3
7 7
57 57 58 59
2019 | P19041 | Randvoorwaarden flora en fauna voor evenementenlocaties in Den Haag
3
1 | Inleiding
1.1 Aanleiding Tot voor kort ontbrak het aan een duidelijke regie en beleid ten aanzien van evenementen in de gemeente Den Haag. Daar wil de gemeente nu verandering in brengen. Onlangs is daartoe het Centraal Evenementenbureau opgericht, als centraal aanspreekpunt, vraagbaak en ondersteuning voor organisatoren voor evenementen in deze gemeente. Het Centraal Evenementenbureau gaat evenementenbeleid opstellen. In het evenementenbeleid wordt een balans gezocht tussen het aanbieden van aantrekkelijke en aansprekende evenementen en festivals enerzijds en anderzijds het beperken van overlast van omwonenden en effecten op flora en fauna. Tevens wordt hierin het aspect duurzaamheid meegenomen. Het Centraal Evenementenbureau van de gemeente Den Haag werkt aan locatiebeleid, waarbij de gemeente gaat sturen op het aanbod en de verspreiding van evenementen in de openbare ruimte van de gemeente Den Haag. Dit beleid geeft op hoofdlijnen aan welke evenementen op welke locaties mogelijk zijn, welke voorwaarden worden gesteld en hoeveel evenementen op een locatie kunnen plaatsvinden. De algemene beleidsregels worden vervolgens uitgewerkt in locatieprofielen. In de locatieprofielen wordt onder andere uitgewerkt hoe invulling kan worden gegeven aan het zorgvuldig omgaan met flora en fauna op een bepaalde locatie.
Deze rapportage geeft het resultaat van een locatieanalyse van 26 actuele evenementenlocaties in de gemeente Den Haag, waarbij de aanwezigheid van en potenties voor kwetsbare en waardevolle ecologische waarden in beeld zijn gebracht. Beoordeeld is of en hoe deze ecologische waarden beïnvloed kunnen worden door evenementen en welke randvoorwaarden gesteld worden om de invloed op de ecologische waarden te beperken of te voorkomen. Een ontheffing voor de Wet natuurbescherming is voor evenementen niet mogelijk. Evenementen voldoen niet aan de belangen, waar sprake van moet zijn volgens deze wet om een ontheffing te verlenen. Daarom moet een initiatiefnemer van een evenement overtreding van de verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming voorkomen door aantoonbaar te voldoen aan de zorgplichtvereisten. De initiatiefnemer dient maatregelen te treffen waardoor voorkomen wordt dat er negatieve effecten op beschermde flora en fauna optreedt. Daarnaast moet altijd voldaan worden aan de zorgplicht van de Wet natuurbescherming, wat inhoudt dat respectvol wordt omgegaan met de natuur en verstoring zoveel mogelijk voorkomen wordt, of het nu om beschermde soorten gaat of niet. Bij deze rapportage hoort ook een set van 26 factsheets en een matrixtabel.
De factsheets bevatten per evenementenlocatie een korte beschrijving van de locatie en een overzicht van de ecologische waarden die daar aanwezig zijn. Rekening houdend met de relevante storingsfactoren en de kwetsbare periode van de ecologische waarden, leidt dit op elke factsheet tot een overzicht van randvoorwaarden waaronder evenementen georganiseerd mogen worden, zodat er rekening wordt gehouden met de aanwezige ecologische waarden. In de matrixtabel (in Excel) zijn de ecologische randvoorwaarden vervolgens overzichtelijk weergegeven.
1.2 Leeswijzer Hoofdstuk 2 licht toe met welke werkwijze de randvoorwaarden tot stand zijn gekomen. In hoofdstuk 3 wordt een toelichting gegeven welke effecten evenementen kunnen hebben op verschillende typen ecologische waarden. In hoofdstuk 4 wordt van elke evenementenlocatie een korte omschrijving
2019 | P19041 | Randvoorwaarden flora en fauna voor evenementenlocaties in Den Haag
5
gegeven en een overzicht van het type evenementen dat daar de afgelopen jaren georganiseerd is. Hoofdstuk 5 geeft vervolgens een toelichting op de bij dit document behorende factsheets. In hoofdstuk 6 staat een overzicht van de gebruikte en relevante literatuur en andere bronnen.
6
2019 | P19041 | Randvoorwaarden flora en fauna voor evenementenlocaties in Den Haag
2 | Werkwijze vaststellen randvoorwaarden
2.1 Inleiding Voor het bepalen van de mogelijke effecten van de geplande evenementen is het noodzakelijk te weten welke beschermde soorten aanwezig zijn en kunnen zijn, in en in de omgeving van het evenemententerrein. Hiervoor is bronnenonderzoek uitgevoerd en zijn twee veldbezoeken uitgevoerd.
2.2 Onderzoeksmethodiek 2.2.1 Bronnenonderzoek
• • • • • • • • • •
Het bronnenonderzoek bestaat uit het raadplegen van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) en vrij beschikbare verspreidingsgegevens van beschermde soorten flora en fauna. Daarnaast is de database van de gemeente Den Haag geraadpleegd. Deze database bevat relevante informatie ten aanzien van: Gierzwaluw aandachtsgebieden Gierzwaluw nesten en nestindicerend gedrag Huismus kwetterplekken en slaapplaatsen Huismus leefgebieden Huismus territoria Orchideeën Vleermuis foerageergebieden Vleermuiskolonies Vleermuis paarterritoria Vleermuis vliegroutes Ten behoeve van onderbouwing van de gevoeligheid van kwetsbare en beschermde ecologische waarden voor de potentiële negatieve effecten van evenementen is een literatuuronderzoek uitgevoerd. De bronnen waarnaar in dit rapport verwezen wordt, staat weergegeven in hoofdstuk 6 Literatuur en bronnen.
2.2.2 Veldonderzoek Er zijn twee veldronden uitgevoerd. Tijdens de eerste veldronde zijn alle locaties bezocht, verspreid over twee dagen op 8 en 9 april 2019. Hierbij is een verkenning van de 22 evenemententerreinen en de directe omgeving (onderzoeksgebied) uitgevoerd door een ecoloog van Buro Bakker. Tijdens deze veldronde is een beoordeling gemaakt van het plangebied als geschikt leefgebied voor beschermde flora en fauna. Tevens zijn de waargenomen beschermde soorten genoteerd. De aan- of afwezigheid van boomholten is geïnventariseerd en de omliggende gevels zijn beoordeeld op hun geschiktheid voor huismussen (broedlocatie), gierzwaluwen (broedlocatie) en vleermuizen (verblijfplaats, vliegroute). De aanwezige bomen zijn gecontroleerd op aanwezigheid van nesten. Hierbij was extra aandacht voor jaarrond beschermde nesten. Op 13 mei 2019 is de tweede veldronde uitgevoerd, waarbij locaties, waar de aanwezigheid van kwetsbare en beschermde ecologische waarden als kansrijk was ingeschat, opnieuw zijn bezocht om de natuurwaarden in beeld te brengen. Deze locaties betroffen het Zuiderpark en het Westbroekpark. In het Westbroekpark heeft de ecoloog het bezoek samen met de beheerder van het
2019 | P19041 | Randvoorwaarden flora en fauna voor evenementenlocaties in Den Haag
7
park, dhr. Appeldooren (gemeente Den Haag), uitgevoerd. De aandachtspunten tijdens evenementen in het Westbroekpark en de werkwijzen zijn hierbij doorgesproken.
2.2.3 Bepalen randvoorwaarden
8
2019 | P19041 | Randvoorwaarden flora en fauna voor evenementenlocaties in Den Haag
3 | Effecten evenementen op ecologische waarden
Evenementen kunnen gepaard gaan met verschillende vormen van verstoring waar kwetsbare ecologische waarden negatief door beïnvloed kunnen worden. Denk hierbij aan de geluid en licht, maar ook aan de fysieke aanwezigheid van mensen en de plaatsing van objecten op een evenemententerrein. In dit hoofdstuk wordt voor een aantal verschillende typen ecologische waarden toegelicht op welke manier zij kwetsbaar zijn en welke randvoorwaarden worden gesteld om verstoring en/of schade te voorkomen. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is dat de op- en afbouw van evenementen onlosmakelijk onderdeel uitmaken van de evenementen. Ook bij de op- en afbouw kan verstoring van ecologische waarden plaatsvinden en gelden de randvoorwaarden die per evenementenlocatie gesteld worden.
3.1 Groenstructuren 3.1.1 Bomen en bosschages Op de meeste evenemententerreinen in Den Haag zijn bomen aanwezig. Daarnaast heeft een aantal terreinen, met name de parken en de groene urbane gebieden, bosschages van bomen, struiken en ondergroei. Bomen en bosschages bieden leefgebied aan verschillende soorten fauna. Zo vormen ze broed- en foerageergebied van vogels, wat hieronder in de paragraaf Broedvogels nader aan de orde komt. Ook vormen ze op verschillende manieren leefgebied van vleermuizen. Holten in bomen bieden verblijfplaatsen aan vleermuizen, lijnvormige elementen worden als vliegroute door vleermuizen gebruikt en in de luwte van bomen en bosschages vinden vleermuizen foerageergebied. Ook deze kwetsbaarheden van bomen en bosschages komen verderop, in de paragraaf Vleermuizen, nader aan de orde. Daarnaast zijn bomen en bosschages op zichzelf ook kwetsbaar. Takken kunnen afbreken wanneer er objecten in bomen worden gehangen en wanneer mensen in bomen gaan klimmen om een evenement beter te kunnen bekijken. Betreding van bosschages leidt door plattrappen tot vernieling van de ondergroei.
Het plaatsen van (zware) objecten in de directe omgeving van bomen (binnen de kroonprojectie, de projectie van de breedte van de boomkroon rondom) en van bosschages leidt tot verdichting van de bodem, waardoor de groeiomstandigheden van het wortelstelsel verslechteren en de vitaliteit wordt aangetast. Bij evenementen dient schade aan bomen en bosschages, inclusief de wortels, te worden voorkomen. Op veel pleinen in Den Haag zijn de aanwezige bomen voorzien van een rooster op de boomspiegel. Wanneer hier sprake van is, vormt verdichting van de bodem rond de bomen geen risico, omdat de inrichting hier voldoende op aangepast is. Wanneer dit rooster ontbreekt is het niet toegestaan om zware objecten binnen de kroonprojectie van bomen te plaatsen, om verdichting van de bodem te voorkomen (Gemeente Den Haag, 2016). Wanneer sprake is van bestaande verharding (asfalt of bestrating) rondom de boom geldt dit alleen voor de boomspiegel: het gedeelte van de bodem rond de stam dat niet verhard is. In geen van de bomen en bosschages is het bovendien toegestaan om ten behoeve van evenementen objecten in de bomen en bosschages te hangen of te plaatsen. De schade aan de bodem door betreding van de kroonprojectie door mensen is slechts beperkt.
Zeker in een stedelijke omgeving vindt ook buiten evenementen om regelmatig betreding van de omgeving van bomen plaats en hebben evenementen slechts een beperkt aanvullend effect hierop. Aan de betreding van de kroonprojectie door mensen worden daarom geen randvoorwaarden gesteld.
2019 | P19041 | Randvoorwaarden flora en fauna voor evenementenlocaties in Den Haag
9
3.1.2 Natuurvriendelijke oevers In het Westbroekpark is een gedeelte natuurvriendelijke oever aanwezig dat grenst aan het evenemententerrein. Deze natuurvriendelijke oever maakt onderdeel uit van het stedelijk natuurnetwerk in Den Haag en bevat waardevolle en kwetsbare vegetatie. Deze vegetatie vormt bovendien broedgebied voor verschillende vogelsoorten en leefgebied van verschillende kleine zoogdieren zoals rosse woelmuis. Het voorkomen van verstoring van broedvogels komt verderop aan de orde, in de paragraaf Broedvogels. Evenementen mogen niet leiden tot schade aan de natuurvriendelijke oever. Deze vegetatie is kwetsbaar in het groeiseizoen, van maart tot en met oktober. Betreding van de natuurvriendelijke oever moet daarom in deze periode voorkomen worden. Hierbij geldt dat de vegetatie dusdanig kwetsbaar is dat één persoon de vegetatie al kan vernielen. Nadere kwantificering van de grootte van de evenementen waarbij afzetting nodig is, is daarom niet aan de orde. Betreding tijdens evenementen dient in het groeiseizoen maart tot en met oktober geheel voorkomen te worden.
3.1.3 Rietpartijen In het Zuiderpark zijn diverse rietpartijen aanwezig tussen de evenemententerreinen en de waterpartijen. Rietpartijen zijn op zichzelf niet erg kwetsbaar, en bovendien onprettig om doorheen te lopen, maar kunnen wel broedgebied vormen voor verschillende broedvogels. Het voorkomen van verstoring van broedvogels komt verderop aan de orde, in de paragraaf Broedvogels. Voor deze groenstructuur zelf gelden geen specifieke randvoorwaarden, behalve dan dat de oeverzones moeten worden afgeschermd in het broedseizoen (10 m). Daarmee wordt ook schade aan de vegetatie voorkomen.
3.1.4 Orchideeën Op het kleine grasveld in het Zuiderpark, dat als één van de evenementenlocaties in het Zuiderpark dient, is een groeiplaats van brede orchis aanwezig. Ook ten zuidenwesten van de evenemententerreinen in dit park zijn diverse groeiplaatsen van orchideeën bekend. Brede orchis is echter niet erg gevoelig voor betreding en kan juist ook profiteren van wat beroering van de bodem. Daarom gelden geen specifieke randvoorwaarden voor de groeiplaatsen van deze orchidee.
3.2 Vleermuizen In de gemeente Den Haag komen verschillende soorten vleermuizen voor, zoals gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, watervleermuis en gewone grootoorvleermuis. Alle soorten vleermuizen maken door het jaar heen gebruik van meerdere verblijfplaatsen waarvoor verschillende gevoelige perioden gelden. Zo hebben zij kraamverblijven, zomerverblijven, paarverblijven en winterverblijven. Zij vinden hun verblijfplaatsen met name in boomholten, in gebouwen en in vleermuiskasten. Winterverblijven vinden zij daarnaast ook in kelders en bunkers. Lijnvormige elementen zoals bomenrijen, (min of meer) aansluitende rijen gevels en watergangen worden door vleermuizen gebruikt als vliegroute van en naar foerageergebieden, tussen verblijfplaatsen en van en naar hun winterverblijven. Foerageergebieden vinden vleermuizen met name in de luwte van bomen, boven (soortenrijke) graslanden en boven watergangen. De actieve periode van vleermuizen loopt ongeveer van april tot en met oktober, maar is afhankelijk van klimatologische omstandigheden. Verblijfplaatsen kunnen verschillende functies hebben en daarom kan zonder nader onderzoek niet uitgesloten worden dat ze jaarrond in gebruik kunnen zijn.
Voor vliegroutes geldt dat er vaak ook alternatieve vliegroutes gevonden kunnen worden door de dieren, hoewel er ook belangrijke vliegroutes in de stad aanwezig zijn die dusdanig intensief worden gebruikt dat verstoring van deze route vermeden moet worden. Hetzelfde geldt voor foerageergebieden: veel locaties kunnen gebruikt worden als foerageergebied, maar zijn niet van essentieel belang voor de vleermuizen, maar er zijn ook locaties als belangrijk foerageergebied zijn aangemerkt en waar het van belang is dat verstoring voorkomen wordt.
10
2019 | P19041 | Randvoorwaarden flora en fauna voor evenementenlocaties in Den Haag
De belangrijkste verstoringsfactoren van evenementen voor vleermuizen zijn verstoring door geluid, verstoring door verlichting en fysieke verstoring. Deze factoren worden hieronder nader besproken. Verstoring door geluid Zoals de meeste fauna zullen ook vleermuizen in bepaalde mate gevoelig zijn voor geluid. Voor vleermuizen geldt dat geluid niet alleen hun rust en hun onderlinge communicatie kan verstoren, maar daarbij maken zij ook gebruik van geluid (echolocatie) om hun prooien te detecteren. Antropogeen geluid – het geluid dat door menselijke invloeden veroorzaakt wordt – kan daarom in potentie een negatief effect hebben op de geschiktheid van verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden. Er bestaat echter een beperkte overlap tussen het geluid wat mensen horen en het frequentiebereik dat voor vleermuizen vooral van belang is. Geluidsmetingen en berekeningen van antropogeen geluid worden meestal uitgevoerd bij ten hoogste 10 kHz, terwijl voor vleermuizen vooral het frequentiebereik boven de 10 kHz van belang lijkt te zijn (Meijer et al., 2018). Vleermuizen maken namelijk gebruik van echolocatiepulsen waarvan de meeste ruim boven het menselijk gehoorbereik liggen. Het zwaartepunt van de gevoeligheid van hun gehoor ligt in het ultrasoon gebied, boven 20 kHz.
Mensen horen ultrasoon geluid vrijwel niet: het bereik waarvoor mensen door natuurlijke veroudering steeds minder gevoelig worden, zijn de tonen tussen 12 en 20 kHz. Van de in Nederland voorkomende soorten zijn alleen de echolocatiepulsen van de rosse vleermuis meestal onder 20 kHz (rond 17 kHz) en komen die van franjestaarten er soms onder (tot 15 kHz). Met sociale of contactroepen zitten meer soorten op een ondergrens van 8 of 10 kHz (baardvleermuis, bosvleermuis en gewone grootoorvleermuis). Een aantal soorten komen met hun sociale roepen regelmatig tussen 10 en 20 kHz (laatvlieger, franjestaart, tweekleurige vleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en watervleermuis) (Meijer et al., 2018). Er wordt dan ook regelmatig melding gemaakt van verblijfplaatsen van vleermuizen naast kerkklokken, nabij drukke wegen of in een timmerwerkplaats, van vliegroutes over lawaaiige bedrijventerreinen en langs autosnelwegen, en foeragerende vleermuizen tijdens evenementen. Hierbij kan meespelen dat alternatieve verblijfplaatsen, vliegroutes of foerageergebieden beperkt beschikbaar zijn, of dat er gewenning optreedt. Maar het is ook mogelijk dat vleermuizen nauwelijks verstoring ondervinden van deze antropogene geluiden (Meijer et al., 2018). Toch zijn er ook signalen dat vleermuizen wel negatieve effecten ondervinden van geluid.
Sierdsema & Jansen (2016) geven het volgende overzicht van onderzoeken die dit hebben aangetoond. Mackey et al. (1989) en Bunkley et al. (2015) toonden aan dat soorten die laag frequent roepen (<30 kHz) foerageergebieden met veel geluid mijden. Uit onderzoek van Bertinussen & Altringham (2012) bleek dat soorten uit de soortgroep met frequenties tussen 30 en 120 kHz, zoals de gewone dwergvleermuis, drukke verkeerswegen tijdens het foerageren mijden. Watervleermuizen doen dit ook als bewegingen en licht afwezig zijn (Luo et al., 2015). Vleermuissoorten die tijdens de jacht in de vangfase passief naar de geluiden van bewegende prooien luisteren (zoals gewone grootoorvleermuis) mijden eveneens lawaaiige plaatsen (Kerth & Melber, 2009). Tot slot werd door Schaub et al. (2008) het minder efficiënt kunnen jagen, door langer zoeken en minder succesvol vangen, ook experimenteel vastgesteld (bronnen: Sierdsema & Jansen, 2016). Door Meijer et al. (2018) is onderzoek gedaan tijdens het festival Sweelpop 2013 in Zweeloo. Daarbij bleek dat dat op een afstand van 180 meter recht voor het podium het aandeel in de hoogste frequentiebanden het grootst was. Hierbij werd voor de frequenties tussen 7 en 16 kHz de gehoordrempel van gewone grootoorvleermuis (die samen met nog enkele andere Nederlandse vleermuissoorten gebruik maakt van lage frequenties) met 10 tot 25 dB overschreden.
Zij geven hierover dat dit binnen de kritische ratio ten opzichte van achtergrondruis veelal niet waarneembaar is. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat het geluid van dergelijke manifestaties voor deze soort niet verstorend is. Voor andere Nederlandse soorten vleermuizen is het waarschijnlijk dat wat mensen als muziek beschouwen, niet wordt gehoord (Meijer et al., 2018).
2019 | P19041 | Randvoorwaarden flora en fauna voor evenementenlocaties in Den Haag
11
Verstoring door verlichting Van vleermuizen wordt in het algemeen aangenomen dat zij lichtmijdend zijn. De tolerantie van vleermuizen voor verlichting hangt echter samen met een aantal factoren. Zo leidt verlichting tot verhoogde zichtbaarheid en een verhoogde kans op predatie, maar tevens tot een verhoogd aanbod aan insecten, hun prooidieren. Verder spelen de intensiteit, continuïteit en kleur van het licht een rol bij de tolerantie, maar ook de locatie waar de verlichting geplaatst is en de functie van dat gebied voor de vleermuis. Bovendien is de ene soort sterker lichtmijdend dan de andere soort. Om te overleven moet een vleermuis per nacht een kwart tot één derde van zijn lichaamsgewicht aan insecten eten. Wanneer de vliegroute naar het foerageergebied door verlichting verstoord is, of een vleermuis uit moet wijken (of zelfs moet zoeken) naar een alternatief foerageergebied kan dit fors ten koste van zijn foerageertijd gaan en daarmee ook van zijn foerageersucces. Hetzelfde geldt wanneer de ingang van zijn verblijf verstoord wordt door verlichting en de vleermuis daardoor gehinderd wordt bij het in- en uitvliegen. Bij ernstige verstoring van het verblijf, kunnen de dieren zelfs besluiten het verblijf te verlaten. In 2005 is onderzoek gedaan naar de effecten van verlichting op de meervleermuis.
De meervleermuis behoort, net als de watervleermuis, tot het geslacht Myotis, waarvan in de regel wordt aangenomen dat de meeste soorten lichtmijdend zijn. Bij dit onderzoek werd aangetoond dat op verlichte locaties minder werd gejaagd en dat de aanwezigheid van puntverlichting op vliegroutes leidt tot afwijkend gedrag, namelijk keren. De meeste dieren keerden al voordat zij in de verlichte zone kwamen, een aantal dieren keerden pas in de verlichte zone. Uiteindelijk bleken de dieren de verlichte zone wel te passeren, maar duidelijk kon worden gemaakt dat verlichting een verstorend effect had op het gedrag van vleermuizen (Kuijper et al., 2006). Dit onderzoek was beperkt van opzet en had slechts betrekking op één soort. Ook door Van der Vegte (2005) kon echter aangetoond worden dat meervleermuizen in Leiden de voorkeur gaven aan een langere, donkere omweg dan aan een kortere maar verlichte route. Dat verlichting negatieve effecten heeft op het gedrag van de meervleermuis staat zo goed als vast, al is nog niet duidelijk wanneer en in welke mate sprake is van significant negatieve effecten op bijvoorbeeld de lokale populatie.
Als stelregel wordt voor deze soort aangegeven dat lange verlichte stukken (van meer dan 20 meter lengte), waarbij de lichtsterkte groter is dan 0,5 lux, altijd dienen te worden afgeschermd (https://www.vleermuis.net/bescherming/vleermuizen-en-licht, geraadpleegd augustus 2019). Soorten als de gewone dwergvleermuis en laatvlieger kunnen foeragerend bij verlichting worden waargenomen in verband met het verhoogde aanbod van insecten, maar beide mijden verlichting op vliegroutes (Blake & Hutson 1994; Verboom 1998; Limpens et al. 2004, beide op https://www.vleermuis.net/bescherming/vleermuizen-en-licht, geraadpleegd augustus 2019). Beide soorten kunnen wat foerageergedrag betreft als minder lichtmijdend worden beschouwd; dit blijkt ook uit het feit dat beide soorten relatief veel in de bebouwde kom en stedelijk gebied worden waargenomen. De rosse vleermuis foerageert en vliegt in de regel hoog (tot 100 meter) in de lucht en jaagt vaak al vroeg in de schemering. Zowel in foerageergebieden als op vliegroutes is de soort beperkt lichtmijdend. Voornamelijk snelvliegende soorten lijken te kunnen profiteren van het verhoogde insectenaanbod rond kunstmatige lichtbronnen (Rydell et al. (1996) op https://www.vleermuis.net/bescherming/vleermuizen-en-licht, geraadpleegd augustus 2019).
Het is belangrijk dat evenementen niet leiden tot een sterke afname van het foerageersucces van vleermuizen. Er dient daarom rekening te worden gehouden met (essentiële) vliegroutes en foerageergebieden. Ten aanzien van het foerageersucces geldt dat vliegroutes en foerageergebieden vaak, maar zeker niet altijd, (tijdelijk) vervangen kunnen worden door andere vliegroutes en foerageergebieden. Daarom geldt hiervoor dat het bij de belangrijke vliegroutes en foerageerlocaties niet is toegestaan om deze – in de actieve periode van vleermuizen, dus van april tot en met oktober – rechtstreeks te beschijnen met verlichting. Dit geldt zowel in het donker als in de schemering. Onder direct beschijnen vallen bovendien ook lasershows. Veelal betekent dit in de praktijk dat groenstructuren, waterpartijen (beide geschikt als foerageergebied en vliegroute) en gevels van woningen (veelal geschikt als vliegroute) waarvan bekend is dat deze als vliegroute of als foerageergebied
12
2019 | P19041 | Randvoorwaarden flora en fauna voor evenementenlocaties in Den Haag
gebruikt worden, in deze periode niet beschenen mogen worden. Ook de verstrooiing van verlichting over deze structuren dient in de actieve periode van vleermuizen zoveel mogelijk voorkomen te worden. Voor waterpartijen geldt aanvullend dat de verstrooiing nooit zo ver mag reiken dat de gehele breedte van de watergang verlicht is. De watergang moet voor vleermuizen toegankelijk blijven als vliegroute en foerageergebied. Daarom moet de watergang over een breedte van 2 meter onverlicht blijven. Daarnaast mogen evenementen er niet toe leiden dat verblijfplaatsen verlaten worden. Hierbij geldt dat rekening gehouden moet worden met alle potentiële verblijfplaatsen, zowel in boomholten als in gebouwen. Tijdens het ecologisch onderzoek ten behoeve van de randvoorwaarden voor evenementen is de geschiktheid van bomen en gebouwen voor vleermuizen globaal beoordeeld. Zonder nader onderzoek – waarmee het verblijf van vleermuizen in boomholten en gebouwen vastgesteld dan wel uitgesloten kan worden – moet met elke potentieel geschikte boomholte en elk potentieel geschikt gebouw rekening gehouden worden als zijnde een verblijfplaats. Voor elk van deze potentiële verblijfplaatsen geldt dat niet is toegestaan om deze rechtstreeks te verlichten. Verstrooiing van verlichting richting de potentiële verblijfplaatsen dient zoveel mogelijk voorkomen te worden.
Zonder nader onderzoek kan bovendien niet uitgesloten worden dat vleermuizen jaarrond gebruik maken van een verblijfplaats. Met verblijfplaatsen dient daarom niet alleen in de actieve periode (april tot en met oktober) rekening gehouden te worden, maar jaarrond. In de actieve periode worden vleermuizen verstoord door verlichting bij het in- en uitvliegen, maar ook in de winter – wanneer vleermuizen in principe in winterrust zijn – kunnen vleermuizen wisselen van verblijfplaats. Vooral bij het invallen van strenge vorst worden kleine winterverblijven verlaten en massawinterverblijven opgezocht. In de massawinterverblijven kan de temperatuur vervolgens zodanig oplopen door het aantal aanwezige individuen dat die verblijven juist weer verlaten worden ten behoeve van een kleiner winterverblijf. Tijdens die verplaatsingen zijn vleermuizen zeer kwetsbaar, omdat de winterrust – de periode waarin zij geen voedsel kunnen vinden – zo min mogelijk onderbroken zou moeten worden door fysieke activiteit. Deze winterse verplaatsingen moeten dus zo efficiënt mogelijk plaats kunnen vinden en verstoring door verlichting heeft hierbij al snel een sterk negatief effect op het dier. De soorten die de gewoonte hebben zich soms te verplaatsen in de winter zijn met name gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis. Beide soorten vinden hun winterverblijf in gebouwen.
In boomholten daarentegen is een belangrijke overwinteraar de rosse vleermuis (https://www.vleermuis.net/vleermuizen-en-bescherming/verblijfplaatsen, geraadpleegd augustus 2019). Deze soort blijft van het najaar tot het voorjaar in dezelfde verblijfplaats en is niet geneigd zich te verplaatsen. Van verlichting rond de boomholte zal de rosse vleermuis daarom geen negatief effect ondervinden. De verstrooiing van verlichting tot diep in de boomholte, tot bij de vleermuis, zal dusdanig beperkt zijn dat de soort ook hier geen hinder van ondervindt. Dit geldt zeker in een stedelijke omgeving, waar altijd sprake is van verstrooiing van licht. Ten aanzien van de verstoring van verblijfplaatsen buiten de actieve periode (november tot en met maart) door verlichting wordt daarom onderscheid gemaakt tussen verblijfplaatsen in gebouwen en verblijfplaatsen in boomholten. Verblijfplaatsen in gebouwen mogen jaarrond niet beschenen worden. Voor verblijfplaatsen in bomen zal beschijnen buiten de actieve periode van vleermuizen geen negatief effect opleveren. Fysieke verstoring Behalve verstoring van vliegroutes, foerageergebieden en verblijfplaatsen door geluid en licht, kan ook verstoring optreden door het plaatsen van objecten. Wanneer vliegroutes en aanvliegroutes gehinderd worden door objecten, verliezen deze (deels) hun functie.
Het is daarom niet toegestaan om in de actieve periode van vleermuizen (april tot en met oktober) objecten te plaatsen in bomen en boomstructuren die als foerageergebied of vliegroute kunnen dienen of waar verblijfplaatsen in aanwezig kunnen zijn (bomen met holten). Evenmin is het toegestaan om objecten op te hangen of te plaatsen voor gevels waar verblijfplaatsen aanwezig kunnen zijn. Bij gevels geldt deze randvoorwaarde jaarrond. Welke hoogte geplaatste objecten maximaal mogen hebben en op welke afstand deze objecten van de gevel geplaatst moe-
2019 | P19041 | Randvoorwaarden flora en fauna voor evenementenlocaties in Den Haag
13
ten worden, is onder meer afhankelijk van de locatie, de functie van het verblijf en het type object dat geplaatst wordt. Bij het aanbieden van alternatieve vleermuisverblijfplaatsen wordt gesteld dat deze zich op minimaal 3 meter hoogte moeten bevinden (BIJ12, 2017a; 2017b). Hieruit kan opgemaakt worden dat – hoewel uitzonderingen zeker aangetroffen worden – de meeste vleermuisverblijfplaatsen zich op minimaal 3 meter hoogte bevinden. In verband met het uitvliegen, waarbij vleermuizen zich uit het verblijf laten vallen en daarna pas hun vleugels uit kunnen slaan, dient rekening gehouden te worden met uitvliegende vleermuizen vanaf 3 meter hoogte. Op basis hiervan wordt gesteld dat objecten hoger dan 3 meter op minimaal 7 meter afstand van gevels met potentiële verblijfplaatsen geplaatst moeten worden. Aanvullend dient uiteraard rekening gehouden te worden met eventuele lichtuitstraling en geluidsproductie van het object, waarvoor de hierboven vermelde randvoorwaarden gelden. De functie van waterpartijen als foerageergebied of vliegroute kan flink verstoord worden door objecten op het water en (tijdelijke) bruggen over het water. Zo wordt in het Westbroekpark regelmatig een tijdelijke brug over een waterpartij aangelegd om materieel aan te voeren voor evenementen.
Deze brug dient minimaal 1 meter boven het waterniveau te zitten, zodat vleermuizen onder de brug door kunnen passen. Bij voorkeur wordt de tijdelijke brug net zo hoog boven het waterniveau geplaatst als de permanente brug die ernaast ligt.
3.3 Broedvogels In de omgeving van de evenementenlocaties in Den Haag zijn geen jaarrond beschermde nesten aangetroffen. De kwetsbaarheid van broedvogels beperkt zich daarom tot het broedseizoen. Het broedseizoen van vogels loopt grofweg van maart tot en met juli. Sommige soorten, zoals duiven, kunnen echter al in februari beginnen met broeden en ook uitlopers naar augustus zijn mogelijk. Bij het beoordelen van het potentiële effect van evenementen is het daarom belangrijk om ook voor en na het gegeven “broedseizoen” alert te zijn op nesten. Nestlocaties in de stedelijke omgeving bevinden zich in bomen en bosschages, maar ook in gebouwen. Soorten die in gebouwen broeden zijn de huismus en gierzwaluw. Daarnaast vormen rietpartijen en natuurvriendelijke oevers belangrijke broedlocaties en kunnen vogels (bijvoorbeeld meerkoet) ook op open water hun nest maken. Evenementen mogen niet leiden tot verstoring van een nest. Hiervan is sprake als een vogel opvliegt en (te lang) wegblijft. De nestbouw wordt in dat geval afgebroken, het broedsel gaat verloren door onderkoeling of de jongen overleven het niet door onderkoeling en/of voedselgebrek (Tauw, 2017).
Op locaties waar altijd veel mensen aanwezig zijn, veelvuldig evenementen georganiseerd worden of bijvoorbeeld wekelijks markten zijn, zullen de aanwezige broedvogels in enige mate gewend zijn aan verstoringsinvloeden die gepaard gaan met (kleine) evenementen. Hierbij geldt wel het voorbehoud dat grote(re) evenementen toch aanvullende verstoringsinvloeden met zich mee kunnen brengen. De belangrijkste verstoringsfactoren van evenementen voor broedvogels zijn fysieke verstoring, verstoring door geluid en verstoring door verlichting. Deze factoren worden hieronder nader besproken. Fysieke verstoring Broedvogels worden met name verstoord door aanwezigheid van mensen, machines en andere objecten in de buurt van hun nest. Het effect hiervan is veel groter dan het effect van uitsluitend licht of geluid. In de praktijk gaat het echter vaak om een combinatie van fysieke verstoring en geluid. In urbaan gebied zijn broedvogels zoals gezegd wel gewend aan enige verstoring. Zij zijn gewend aan de aanwezigheid van mensen in de omgeving van het nest en, zoals hierna aan bod komt, de aanwezigheid van geluid en verlichting. Ook in (intensief gebruikte) parken is dat het geval en zullen vogels in bepaalde mate gewend zijn aan de aanwezigheid van mensen en honden op de open terreinen. De gevoeligheid van broedvogels voor verstoring is sterk soortspecifiek.
Het effect hangt af van omstandigheden zoals de locatie van het nest ten opzichte van het evenement, de openheid van het
14
2019 | P19041 | Randvoorwaarden flora en fauna voor evenementenlocaties in Den Haag
landschap, de duur van het evenement, de reguliere verstoring. De verstoringsgevoeligheid van stadsvogels is slechts beperkt onderzocht. In het literatuuroverzicht van Krijgsveld et al. (2008) wordt bijvoorbeeld de huismus genoemd, met een matige verstoringsgevoeligheid, en de meerkoet met een matige tot gemiddelde verstoringsgevoeligheid. Beide soorten zijn opgenomen in een onderzoek van Blumstein (2006, in Krijgsveld et al., 2008) waarbij een gemiddelde opvliegafstand bij verstoring door wandelaars werd gevonden van respectievelijk 15 en 20 meter. Een indicatie voor een goede beschermingszone voor broedvogels wordt gegeven in de ‘gedragscode provinciale infrastructuur’ (BTL Advies, 2013). Hoewel hier geen literatuurverwijzingen in vermeld worden, betreft de gedragscode een goedgekeurde werkwijze, waarvan RVO heeft aangegeven dat er geen overtreding van de wet plaatsvindt. In de ‘gedragscode provinciale infrastructuur’ wordt vermeld dat bij (maai)werkzaamheden in de berm tijdens het broedseizoen en in de directe omgeving van vogelnesten 5 meter afstand tot het nest moet worden gehouden. Bij het vellen van bomen in de buurt van een boom waar een nest in gebruik is, dient een afstand van 20 meter gehouden te worden.
Ook de ‘gedragscode Flora- en faunawet bestendig beheer en onderhoud groenvoorzieningen’ van de Vereniging Stadswerk en branchevereniging VHG (2014) vermeldt dat bij beheer- en onderhoudswerk in het broedseizoen een beschermingszone rond het nest moet worden aangehouden. Deze gedragscode stelt dat de grootte van de beschermingszone sterk afhankelijk is van het te verrichten beheer- of onderhoudswerk en daarom door een deskundige bepaald moet worden. Als voorbeeld wordt genoemd dat bij het maaien van een wegberm in juni bij een eendennest een beschermingszone van 5 meter moet worden toegepast. Bij de genoemde beschermingszones moet opgemerkt worden dat dit om kortdurende werkzaamheden gaat. Evenementen duren langer, variërend van een dag tot meer dan week, inclusief op- en afbouw, waardoor het noodzakelijk is om de verstoringsafstand hierop aan te passen. Evenementen mogen geen verstoring van nesten veroorzaken. Voor alle bomen en bosschages geldt daarom dat in het broedseizoen (maart tot en met juli) geen objecten in de bomen en bosschages gehangen of geplaatst mogen worden. Op urbane evenemententerreinen wordt ervan uitgegaan dat eventueel aanwezige broedvogels gewend zijn aan aanwezigheid van mensen en objecten op de grond rond de boom. Hier gelden daarom geen aanvullende randvoorwaarden.
In parken zijn broedvogels ook wel gewend aan de aanwezigheid van mensen, maar bieden bosschages voldoende beschutting voor de wat meer verstoringsgevoelige soorten. Deze verstoringsgevoelige soorten zullen niet vooraan in de bosschages broeden en evenmin in de vrijstaande bomen (waar vooral in het Zuiderpark sprake van is), waar mensen en honden dagelijks passeren, maar meer de rust en beschutting achterin de bosschages opzoeken. Om verstoring van nesten te voorkomen, moeten in de parken in het broedseizoen de bosschages afgezet worden (dit geldt niet voor de vrijstaande bomen). Alleen daarmee kan volledig voorkomen worden dat mensen de groenstructuren betreden. Een beschermingszone van 15 tot 20 meter is hierbij wenselijk. Omdat verwacht mag worden dat in de bosschages direct grenzend aan het open terrein geen verstoringsgevoelige soorten zullen broeden, is echter een afstand tot de groenstructuur van 10 meter voldoende. Bovenstaande randvoorwaarde voor bosschages geldt eveneens voor natuurvriendelijke oevers en rietpartijen. Ook deze structuren dienen op 10 meter afstand afgezet te worden met hekken bij evenementen in het broedseizoen. Om verstoring van de vogels die in gebouwen broeden te voorkomen is het niet toegestaan om in het broedseizoen objecten op te hangen voor de gebouwen die geschikt zijn als broedlocatie voor huismussen en gierzwaluwen.
Daarnaast dient de invliegruimte vrij te blijven van objecten. Huismussen zijn flexibel met in- en uitvliegen, waardoor voor deze soort geen nadere randvoorwaarden gesteld hoeven te worden. Voor gierzwaluwen geldt net als vleermuizen dat zij zich uit het nest laten vallen en daarna pas hun vleugels uit kunnen slaan. Gierzwaluwnesten in gebouwen bevinden zich gewoonlijk vanaf 4 meter hoogte. Uitgaande van minimaal een meter ‘valafstand’ en de benodigde
2019 | P19041 | Randvoorwaarden flora en fauna voor evenementenlocaties in Den Haag
15
ruimte om weg te vliegen, moeten objecten hoger dan 3 meter op minimaal 7 meter van de gevels met potentiële broedlocaties geplaatst worden. Gevels dienen dan wel minimaal 5 meter hoog te zijn. Deze randvoorwaarde geldt alleen in het broedseizoen. Deze loopt voor gierzwaluwen van half april tot en met augustus. Aanvullend dient uiteraard rekening gehouden te worden met eventuele lichtuitstraling en geluidsproductie van het object, wat hieronder wordt besproken. Verstoring door geluid Vogels zijn het meest gevoelig voor geluiden tussen de 1 en 4 KHz (Beason, 2004). De verschillende soorten vogels kunnen anders reageren op harde geluiden, maar over het algemeen wordt een verstoring van vogels niet verwacht als het geluid onder de 42 dB(A) blijft (Tursic et al., 2013). Sierdsma et al. (2014) gaan uit van een drempelwaarde van 50 dB(A). Vanaf dit geluidsniveau zijn lagere dichtheden van vogels te verwachten, ook in parken in het urbane gebied (Patón et al., 2012). Stadsgeluiden kunnen communicatie tussen vogels belemmeren, hetgeen gevolgen kan hebben voor het reproductiesucces. Vogels kunnen op twee manieren worden verstoord in geluid: via een bron die continu (langere tijd) geluid maakt, zoals antropogene bronnen, en impulsgeluiden.
Bij bronnen die continu geluid maken (bijvoorbeeld wegen) kunnen vogels gehinderd worden in hun communicatie en dus ook territoriumgedrag en reproductie (Reijnen et al. 1992). Ook impulsgeluiden kunnen dit teweegbrengen, maar dit effect zal van tijdelijke aard zijn. Hieronder zal de invloed van impulsgeluiden worden behandeld aangezien evenementen van relatief korte duur zijn. Geluidsbronnen die van korte duur en onvoorspelbaar zijn kunnen bij vogels een alarmsignaal ter wege brengen. Dit kan leiden tot neurale en endocriene reacties, met als gevolg een verhoogde bloeddruk en verhoogde concentraties van glucose en corticosteroïden. Bij meermalige blootstelling kan dit tot uitputting van reserves leiden, alhoewel de consequenties, zoals misschien een verhoogde mortaliteit, niet bekend zijn (Kleijn, 2008). Geluid kan ook effecten hebben op aanwezige nesten. In 2019 heeft Buro Bakker de effecten van een drie uur durend kleinschalig muziekevenement in het broedseizoen op een parkachtig terrein in Leek onderzocht. Het evenement vond plaats in de daglichtperiode. Het terrein is alleen tijdens evenementen toegankelijk. Dat maakt dat de aanwezige broedvogels minder gewend zijn aan de aanwezigheid van mensen. In het podiumgebouw en rond het podiumterrein waren twee spreeuwennesten met jongen aanwezig.
De jongen werden voor het evenement regelmatig gevoerd, maar gedurende het evenement staakten de ouders de aanvoer van voedsel. Na het evenement keerden de ouders weer terug naar de nesten. Gezien de korte duur van het evenement en de gunstige weersomstandigheden heeft de verstoring niet geleid tot de dood van jongen. Uit onderzoek naar andere evenementen van Krijgsveld et al. (2012), zoals het Dance festival Pinksteren, blijkt dat watervogels hun nesten niet verlaten, met uitzondering van één meerkoetnest (zonder eieren). Futen en blauwe reigers lieten geen gedragsveranderingen zien. Merels voerden hun jongen niet minder frequent. Ransuilen, waarvan het nest dichtbij het podium zat, hadden het nest niet verlaten. De conclusie was dat het aantal broedvogels niet verminderd was na het festival dat twee dagen duurde. Broedvogels lijken niet snel verstoord te raken door een evenement. Wel lopen kolonievogels die vlakbij een evenement broeden een risico. Het evenement kan leiden tot verstoring van meerdere individuen en dus ook op populatieniveau merkbaar zijn (Tauw, 2018). De impact van verstoring wordt beïnvloed door weersomstandigheden. Bij slecht weer is de kans op sterfte van jongen groter. Ook kunnen vogels die erg dicht bij harde geluiden broeden (binnen 10 meter van, bijvoorbeeld, een podium) verstoord raken.
Verstoring door geluid treedt vaak tegelijktijdig op met verstoring door aanwezigheid van mensen of objecten. Het is dan ook lastig om beide verstoringscomponenten uit elkaar te trekken. In het stedelijk gebied, zowel in het urbane gebied als in de stadsparken zullen vogels in enige tot sterke mate gewend zijn aan antropogeen geluid alsmede aanwezigheid van mensen en objecten. Zeker in een
16
2019 | P19041 | Randvoorwaarden flora en fauna voor evenementenlocaties in Den Haag
grote stad als Den Haag. En zeker als de betreffende evenementenlocatie regelmatig gebruikt wordt en ook buiten de evenementen toegankelijk is. Dat maakt ook dat standaard verstoringsafstanden of drempelwaarden voor verstoring van vogels in rustige en/of natuurterreinen niet één op één toepasbaar zijn op vogels. Het is dan ook niet mogelijk om een algemene grenswaarde te hanteren voor het geluidsniveau van evenementen. Met name voor de evenementen in parken, in het bijzonder in het Zuiderpark, moet rekening worden gehouden met verstoring van broedvogels. Het risico op verstoring is het grootst als nesten zich in op korte afstand van het evenemententerrein bevinden (binnen 10 m). In het Zuiderpark dient daarom een inventarisatie plaats te vinden van welke soorten in het gebied broeden. Zodoende kan met de inrichting van het gebied rekening gehouden worden met aanwezige nesten. Door bij een evenement tijdens het broedseizoen (maart t/m september) een afstand te hanteren van minstens 10 meter van bosschages en bomen kan verstoring van nesten naar verwachting worden voorkomen. Verwacht mag worden dat in de bosschages direct grenzend aan het open terrein geen verstoringsgevoelige soorten zullen broeden, gezien het intensieve reguliere dagelijks gebruik.
Omdat het waarschijnlijk is dat de voedselvoorziening tijdens het festival afneemt, is het van belang de duur van het festival en de openingstijden zoveel mogelijk te beperken. Bovenstaande randvoorwaarde voor bosschages geldt eveneens voor natuurvriendelijke oevers en rietpartijen. Ook deze structuren dienen op 10 meter afstand afgezet te worden met hekken bij evenementen in het broedseizoen. Doordat betreding van broedgebieden met deze maatregelen wordt voorkomen, blijft het verstoringseffect beperkt tot geluidseffecten, waardoor de impact wordt verkleind. Bezien dient te worden in hoeverre het mogelijk is, met name in de parken, als drempelwaarde voor het geluidsniveau ter plekke van broedplekken in bomen en bosschages 50 dB(A) te hanteren. In het urbane gebied zullen de heersende geluidsniveaus zeker op drukke momenten deze drempelwaarde regelmatig overschrijden, waardoor de toepassing van deze drempelwaarde in die gebieden niet wordt aanbevolen. Verstoring door verlichting Licht is de belangrijkste factor voor het bepalen van het bioritme van vogels en een groot aantal fysiologische processen worden bepaald door het bioritme (Berson et al., 2002; Foster & Kreitzmann, 2004). Licht heeft dan voornamelijk invloed op het aanvangen van voorplanting en voortplantingsgedrag, zoals zang.
Dat voortplanting wordt beïnvloed door licht is in meerdere onderzoeken vastgesteld (Kempenaers et al., 2010; Nordt & Klenke, 2013). Vogels die worden blootgesteld aan (urbaan) licht broeden eerder dan soortgenoten in natuurlijke omstandigheden. Ook gedrag, zoals zang, wordt beïnvloed door licht. Zo zingen roodborstlijsters in Amerika eerder in de stad op plekken in de nacht waar veel licht aanwezig is (Miller 2006). Ondanks dat deze effecten lijken op te treden, is het niet gemakkelijk om andere factoren die meespelen in de beïnvloeding uit te sluiten. Geluid (zie hierboven), voedsel en temperatuur kunnen ook meespelen in het beïnvloeden van het ritme van vogels (Dominoni, 2015). Er zijn weinig studies die onderscheid maken tussen deze factoren. De enkele studies die dit hebben gedaan concluderen dat licht de start van zang beïnvloed, zelfs na correctie van de invloed van geluid (Da Silva et al., 2015). Bovenstaande effecten treden op bij de aanwezigheid van licht dat altijd/langere tijd aanwezig is. Er is weinig onderzoek gedaan naar het effect van licht op vogels bij tijdelijke evenementen. Wel kan fel licht broedvogels die op het nest zitten in de nacht storen. Het is daarom van belang om in het broedseizoen geen felle lampen op bosjes en bomen te laten schijnen.
2019 | P19041 | Randvoorwaarden flora en fauna voor evenementenlocaties in Den Haag
17
4 | Evenementenlocaties
In dit hoofdstuk wordt per evenementenlocatie een korte beschrijving gegeven van de kenmerken, ligging en het huidige gebruik van de locatie voor evenementen. Ook wordt in dit hoofdstuk middels foto’s en kaartmateriaal een beeld geschetst van de locaties. De volgorde van de locaties en paragraafnummering komt overeen met de volgorde en nummers van de factsheets (de locatie van paragraaf 3.1 is terug te vinden op factsheet 1, die van paragraaf 3.2 op factsheet 2, etc.) Ten aanzien van de beschrijving van het type evenementen dat op een locatie plaatsvindt wordt (conform de huidige vergunningplicht APV) onderscheid gemaakt in grote evenementen (>25.000 bezoekers), kleine evenementen (250-25.000 bezoekers) en meldingplichtige evenementen (<250 bezoekers, tussen 10:00 en 23:00 uur). Hierbij worden ook de incidentele private markten betrokken. Deze kennen een andere vergunningverleningsystematiek, maar vinden vaak op dezelfde evenementenlocaties plaats.
Figuur 1
Overzichtskaart met de ligging van de 26 evenementenlocaties in Den Haag.
2019 | P19041 | Randvoorwaarden flora en fauna voor evenementenlocaties in Den Haag
19
4.1 Malieveld Het Malieveld is een grote evenementenlocatie, bestaande uit een rechthoekig gemaaid grasveld dat aan vier zijden omgeven wordt door meervoudige bomenrijen (vijf rijen per zijde). Samen met het aangrenzende Koekamp – een park en hertenkamp – maakt het Malieveld historisch gezien deel uit van het Haagse Bos. Het terrein is eigendom van en in beheer bij Staatsbosbeheer. Met de evenementenlocatie wordt het gebied binnen de bomenrijen bedoeld. Daar net buiten zijn verharde wegen en fietspaden aanwezig die ook buiten evenementen intensief gebruikt worden. Deze worden verlicht met straatverlichting. Het Malieveld wordt intensief gebruikt voor grote en zeer kleine evenementen. Grote terugkerende evenementen zijn bijvoorbeeld het Groot kerstcircus, de City-Pier-City loop, het Bevrijdingsfestival en de Nederlandse Veteranendag. Ook zijn er kermissen, concerten en demonstraties variërend van groot tot klein. Soms wordt ook tijdens een evenement vuurwerk afgestoken op het Malieveld.
Figuur 2
20
Malieveld
2019 | P19041 | Randvoorwaarden flora en fauna voor evenementenlocaties in Den Haag
Foto 1
Malieveld
4.2 Lange Voorhout Het Lange Voorhout is een lange lindenlaan in L-vorm die ten noorden van het Binnenhof en de Hofvijver gelegen is. Het Lange Voorhout wordt als evenementenlocatie vooral gebruikt voor kunstexposities en markten en voor zowel grote als kleine evenementen. Zo wordt hier ’s zomers twee keer per week de Haagse Antiek- en Boekenmarkt georganiseerd en ook het evenement Rrrollend Den Haag. Op Prinsjesdag komt de Gouden Koets door het Lange Voorhout en ook de intocht van Sinterklaas komt door deze laan. Grote evenementen die hier gehouden worden zijn The Life I Live Festival, het Embassy Festival en het Haags Uit Festival. De laan is voorzien van bestuurbare ledlampen die op kunstobjecten gericht kunnen worden, maar ook omhoog gericht kunnen worden om het bladerdak van de monumentale bomen te belichten.
2019 | P19041 | Randvoorwaarden flora en fauna voor evenementenlocaties in Den Haag
21
Figuur 3
Lange Voorhout (centrale vlak; overige delen van evenemententerreinen betreffen Lange Vijverberg (zuide-
lijk) en Paleisplein Noordeinde (westelijk))
Foto 2
22
Lange Voorhout
2019 | P19041 | Randvoorwaarden flora en fauna voor evenementenlocaties in Den Haag
4.3 Lange Vijverberg De Lange Vijverberg is een weg langs de Hofvijver. Als evenementenlocatie wordt hier het schelpenpad direct langs de Hofvijver bedoeld, dat ook buiten evenementen intensief bewandeld wordt. Tussen het schelpenpad en de weg is een brede berm aanwezig met enig hoogteverschil. Tijdens de jaarwisseling vindt hier een vuurwerkshow plaats. Verder vinden hier evenementen plaats waarbij ook de Hofvijver wordt gebruikt, zoals bij de jaarlijks terugkerende Hofvijver Regatta. Soms wordt uitsluitend gebruik gemaakt van het pad langs de vijver.
Figuur 4
Lange Vijverberg (centrale vlak langs de Hofvijver; overige (delen van) evenemententerreinen betreffen
Lange Voorhout (noordelijk), Plaats (westelijk), Buitenhof (zuidelijk) en Plein (oostelijk))
2019 | P19041 | Randvoorwaarden flora en fauna voor evenementenlocaties in Den Haag
23
Foto 3
24
Lange Vijverberg
2019 | P19041 | Randvoorwaarden flora en fauna voor evenementenlocaties in Den Haag
4.4 Buitenhof Het Buitenhof is een samenstelling van drie pleinen ten westen van het Binnenhof, een drukke omgeving in Den Haag. Het oostelijke en westelijke plein bestaan uit een bestraat plein met een bomenrij. Het noordelijke plein is het kleinste plein, is eveneens volledig bestraat en grenst aan de Hofvijver. De pleinen maken regelmatig onderdeel uit van grote evenementen die op meerdere locaties gehouden worden, zoals The Life I Live Festival, Prinsjesdag en de Koningskermis. Tijdens de jaarwisseling is hier een vuurwerkshow te zien. In de zomer is op het westelijke plein een terras aanwezig.
Figuur 5
Buitenhof (drie centrale vlakken; overige delen van evenemententerreinen betreffen Plaats (noordelijk) en
Hofplaats (oostelijk))
2019 | P19041 | Randvoorwaarden flora en fauna voor evenementenlocaties in Den Haag
25
Foto 4
Buitenhof (boven noordelijke plein, linksonder westelijke plein, rechtsonder oostelijke plein)
4.5 Hofplaats De Hofplaats is een bestraat plein met een bomenrij van een klein aantal bomen ten zuiden van het Binnenhof (zie kaart bij evenementenlocatie Buitenhof hierboven). Ook buiten de evenementen wordt dit plein druk belopen. Elke woensdag vindt op dit plein de Boerenmarkt plaats. Het plein maakt soms onderdeel uit van grote evenementen zoals The Life I Live Festival, maar meestal zijn de evenementen die hier georganiseerd worden klein. Zo wordt hier regelmatig een Platen en CD beurs gehouden.
Figuur 6
26
Hofplaats. (centrale vlak; overige (delen van) evenemententerreinen betreffen Buitenhof)
2019 | P19041 | Randvoorwaarden flora en fauna voor evenementenlocaties in Den Haag
Foto 5
Hofplaats
2019 | P19041 | Randvoorwaarden flora en fauna voor evenementenlocaties in Den Haag
27
4.6 Plein Het Plein is een bestraat plein met een dubbele bomenrijen rondom, dat ten oosten van het Binnenhof gelegen is. Op het Plein wordt een veelheid aan kleine en meldingplichtige evenementen georganiseerd. Dit zijn veelal markten, zoals de wekelijkse boekenmarkt die hier van oktober tot mei wordt gehouden. Daarnaast worden er regelmatig kleine evenementen gehouden zoals het jaarlijkse Thailand Grand Festival en De dag van de Haagse geschiedenis. Ook vinden er (kleine) politieke protestdemonstraties en manifestaties plaats vanwege de nabijheid van het Binnenhof. Er zijn mogelijkheden om het Plein binnen de bomenrijen geheel van tenten te voorzien, zoals dat voor het jaarlijkse Ondernemersplein wordt gedaan. Op en rond het Plein (onder de bomenrijen en langs de randen van het Plein) worden ’s zomers terrasjes ingericht.
28
Figuur 7
Plein
Foto 6
Plein
2019 | P19041 | Randvoorwaarden flora en fauna voor evenementenlocaties in Den Haag
4.7 Wijnhaven De Wijnhaven is een pleinachtige omgeving aan de voet van de zogenoemde Muzentoren. Er loopt een trambaan midden overheen en de expeditie-ingang van het stadhuis is hier gelegen. Op het plein zijn enkele jonge bomen aanwezig. Op dit moment wordt de Wijnhaven nog niet gebruikt als evenementenlocatie. Het plein zou in de toekomst wel voor evenementen gebruikt kunnen gaan worden.
Figuur 8
Wijnhaven
Foto 7
Wijnhaven
2019 | P19041 | Randvoorwaarden flora en fauna voor evenementenlocaties in Den Haag
29
4.8 Spuiplein Het Spuiplein wordt omringd door grote gebouwen zoals het stadhuis en de Openbare Bibliotheek. In 2021 zal hier een Onderwijs- en cultuurcomplex geopend worden, waardoor het plein op dit moment een bouwterrein is. Normaal gesproken wordt er een grote variatie aan evenementen georganiseerd. Dit betreft met name kleine en meldingplichtige evenementen, zoals workshop zandsculpturen. Net als veel andere pleinen in Den Haag maakte het Spuiplein ook deel uit van The Life I Live Festival. Afhankelijk van de definitieve inrichting van het plein zal duidelijk worden welke evenementen hier in de toekomst kunnen plaatsvinden.
30
Figuur 9
Spuiplein
Foto 8
Spuiplein
2019 | P19041 | Randvoorwaarden flora en fauna voor evenementenlocaties in Den Haag
4.9 Grote Markt De Grote Markt is een langwerpig plein dat omgeven is met bomen en daaromheen woningen. Op de Grote Markt worden veel jaarlijks terugkerende festivals georganiseerd, die in de categorie kleine festivals vallen. Voorbeelden zijn St. Patricksday Festival, Big Texas BBQ Party, The Life I Live Festival, Sniester, Summertime Festival en Oktoberfest. De laatste jaren wordt op de Grote Markt ook de preparty van Parkpop georganiseerd onder de noemer Parkpop Downtown. Wanneer er geen evenementen worden gehouden, staat het plein vol met terrasjes. Op het plein zijn daardoor vrijwel altijd veel mensen aanwezig.
Figuur 10
Grote Markt
2019 | P19041 | Randvoorwaarden flora en fauna voor evenementenlocaties in Den Haag
31
Foto 9
Grote Markt
4.10 Kerkplein Het kerkplein is het volledig verharde plein rondom de Grote of Sint-Jacobskerk. Er staan enkele bomen tussen de bestrating die te jong zijn om holten te bevatten. De tram loopt langs het plein en rondom is hoge bebouwing aanwezig. ’s Avonds wordt de kerk aan de buitenzijde verlicht. Op het Kerkplein vinden over het algemeen kleine markten plaats. Ook maakt het plein deel uit van The Life I Live Festival.
Figuur 11
32
Kerkplein
2019 | P19041 | Randvoorwaarden flora en fauna voor evenementenlocaties in Den Haag
Foto 10
Kerkplein
4.11 Plaats De Plaats is een plein ten westen van de Hofvijver, dat volledig bestraat is en omgeven is door bebouwing. Er staat één boom op het plein. Op dit moment wordt de Plaats nog niet gebruikt als evenementenlocatie. De locatie zou in de toekomst wel voor evenementen gebruikt kunnen gaan worden. ‘s Zomers is het plein ingericht als terras.
2019 | P19041 | Randvoorwaarden flora en fauna voor evenementenlocaties in Den Haag
33
Figuur 12
Plaats (centrale vlak; het andere deel van een evenemententerrein betreft Lange Vijverberg)
Foto 11
Plaats
4.12 Paleisplein Noordeinde Het Paleisplein is voor Paleis Noordeinde (aan de oostzijde) gelegen en betrof een verhard plein met een monumentale kastanje (de Postzegelboom) en een aantal krimlindes. Aan de noordzijde van het plein staat het Wilhelminamonument. Momenteel wordt het plein heringericht en worden bij het Wilhelminamonument hagen en een grasveld aangelegd. Ook komt er extra verlichting bij het monument en bij de Postzegelboom1. Op Paleisplein Noordeinde worden niet veel evenementen georganiseerd, maar het betreft wel een belangrijke locatie voor Prinsjesdag, als begin- en eindlocatie van de rondrit met de Gouden Koets.
1
Informatie
afkomstig
van
https://www.denhaag.nl/nl/in-de-stad/verkeer-en-vervoer/bereikbaarheid/noordeinde-
herinrichting-paleisplein.htm
34
2019 | P19041 | Randvoorwaarden flora en fauna voor evenementenlocaties in Den Haag
Daarnaast maakt de locatie deel uit van het Life I Live Festival en wordt hier tijdens het Fête de la Nature een Picnique Royale georganiseerd.
Figuur 13
Paleisplein Noordeinde (centrale vlak; het andere deel van een evenemententerrein betreft Lange Voorhout)
Foto 12
Paleisplein Noordeinde (van links naar rechts, van boven naar onder: huidige inrichting bij Wilhelminamo-
nument, impressie van nieuwe inrichting ter plaatse (bron impressie: https://www.denhaag.nl/nl/in-de-stad/verkeer-envervoer/bereikbaarheid/noordeinde-herinrichting-paleisplein.htm), oostelijke hoek van het plein, Postzegelboom)
2019 | P19041 | Randvoorwaarden flora en fauna voor evenementenlocaties in Den Haag
35
4.13 Westbroekpark Het Westbroekpark is een park met speelweiden, speeltuin, vijvers en watergangen. De evenementenlocatie op het Westbroekpark is gelegen op de speelweide. Dit betreft een groot grasveld, met aan de oostzijde een geasfalteerd pad erlangs. Verder oostelijk, voorbij het pad, ligt een waterpartij waarvan een groot deel van de oever vrij toegankelijk is met lage vegetatie. Ongeveer 50 meter van deze oever behoort tot de natuurvriendelijke oevers van het stedelijke natuurnetwerk van Den Haag. Het restant van de circa 350 meter lange oever is voor ongeveer de helft een vrij toegankelijke oever met lage vegetatie en voor de helft afgeschermd door een begroeiing van bomen en struiken. Deze begroeiing is op sommige locaties doorkruist met ‘olifantenpaadjes’ (geen aangelegd pad, maar een zone in de begroeiing die open blijft door regelmatige betreding). Aan de westzijde wordt de evenementenlocatie begrensd door een zone met bomen en struiken met daarachter een beek. Voorbij de beek ligt het Internationaal Rosarium, waar zo’n 25.000 verschillende rozen bloeien van eind juni t/m oktober. In het Westbroekpark wordt jaarlijks het grote evenement De Parade georganiseerd wordt, een rondreizend theaterfestival dat in Den Haag in een periode van tien dagen zo’n 10.000-20.000 bezoekers trekt, en het Trekfestival.
Ten behoeve van dit deze festivals wordt aan de zuidzijde van de evenementenlocatie een tijdelijke toegangsbrug voor groot materieel aangelegd naast de permanente voetgangersbrug. Overige evenementen op deze locatie betreffen kleine evenementen en hebben veelal een sportief karakter.
Figuur 14
36
Westbroekpark
2019 | P19041 | Randvoorwaarden flora en fauna voor evenementenlocaties in Den Haag
Foto 13
Westbroekpark (van links naar rechts, van boven naar beneden: speelveld, natuurvriendelijke oever oostzij-