RIS321541 Bijlage 9 Nader onderzoek Vleermuizen
Tekst van het document
Movares samen werkt het
RAPPORT
Onderstation Den Haag Noord
Nader onderzoek vleermuizen
2 7
,35
$g 20 (k(:
d— ’e
n-
tK/ 33
Sssde
Versie: 1.0 Status: Vrijgegeven
Datum: 22-06-2023
Kenmerk: B85-HS-RAP-23001462
S
I
N
Autorisatieblad Onderstation Den Haag Noord Nader onderzoek vleermuizen
Akkoord
Naam
Datum
Opgesteld door
22-6-2023
Gecontroleerd door
22-6-2023
Vrijgegeven door
22-6-2023
Versiehistorie Versie Naam
Datum
Korte toelichting
B85--HS-RAP-23001462/Proj.nr. MN002781 / Vrijgegeven / Versie 1.0/22-06-2023
Movares
Inhoudsopgave 1
1
Inleiding 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6
Aanleiding Locatie Activiteiten Quickscan ecologie Wette lijk kader Doel
1 1 2 2 3 4
2
Methode
5
3
Resultaten
6
3.1 3.2
4
6 6
7
Conclusies
4.1 4.2 4.3 5
Resultaten veldbezoeken Vervolgstappen
Vleermuizen Samenvatting Overige maatregelen
7 7 7
Bronnen
8
Colofon
B85--HS-RAP-23001462/Proj.nr. MN002781 / Vrijgegeven / Versie 1.0/22-06-2023
9
Movares
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
ProRail is verantwoordelijk voor het spoorwegennet van Nederland. Het tractie energievoorzieningsnet, oftewel TEV, bereikt zijn grenzen. Hierom is het noodzakelijk onderstations toe te voegen of te vervangen langs het spoor. De voorgenomen ingreep betreft het plaatsen van een onderstation op locatie Den Haag Noord. Het nieuwe onderstation is ter vervanging van het bestaande onderstation Den Haag Noord. Zowel het bestaande gebouw als bestaande installaties zijn aan het einde van de technische levensduur en dienen vervangen te worden. Het doel van het project is de energievoorziening van het spoorwegennet toekomstbestendig te maken. Eerder is een quickscan ecologie uitgevoerd waaruit raakvlak met de soortgroep vleermuizen naar voren kwam (van der Hulst, 2022). Mogelijk zijn verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig in het onderstation waardoor bij sloop sprake is van een overtreding van de Wet natuurbescherming. De resultaten van het nader onderzoek naar de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in het onderstation worden in onderstaand rapport gepresenteerd.
1.2
Locatie
Het plangebied betreft een onderstation gelegen te Den Haag in de provincie Zuid-Holland. Het onderstation, Den Haag Noord, is gelegen tegenover Rijstkamp 22 en 24 (Figuur 1.1). Het onderstation is gelegen tussen spoorwegkilometrering 57.8 en 58.8, geocode 561. Het onderstation is twee bouwlagen hoog en heeft een plat dak. De muren zijn opgetrokken uit baksteen en het dak heeft een daklijst met openingen aan de onderzijde van de daklijst. Op het terrein staat tevens een gelijkvloers elektriciteitshuisje met plat dak en beplating aan de buitenmuren. Het terrein van het onderstation wordt aan de noord- , oost- en westzijde omgeven door een geluidscherm van circa 3 meter hoog. Het geluidscherm bestaat uit kunststof en is volledig aaneengesloten. De toegang van het perceel vindt plaats door middel van een inrijpoort in het bovenbeschreven scherm aan de Rijstkamp. Aan de zuidkant grenst het terrein aan de spoorwegberm van de vrije baan. Binnen de omheining is de vegetatie beperkt ruderaal en bestaat voornamelijk uit gras met fluitenkruid en raapzaad. Langs de spoorbaan wordt de vegetatie gedomineerd door reuzenbereklauw voor de groeilocaties).
De omgeving van het onderstation bestaat uit bebouwd gebied. Er is recent nieuwbouw ontwikkeld aan de Maiskamp en de Rijstkamp tussen het water de Schenk en het spoor. Aan drie zijden grenst het onderstation aan de straten van deze woningbouw. De wijk bevat openbaar groen en watergangen. Aan de zuidzijde grenst het onderstation aan de spoorzone. Zie de rapportage van de quickscan voor een impressie van het plangebied
B85--HS-RAP-23001462/Proj.nr. MN002781 / Vrijgegeven / Versie 1.0/22-06-2023
Movares
1/9
0
Legenda
• Plangebied
ë
WV
233 D‘>
V
4
-
eey
X L X
I.
1
&
€
k
Èag
0 (5510
20
21585 •Mëters
Schaal: 1:750
Figuur 1.1: Plangebied.
1.3
Activiteiten
De werkzaamheden betreffen het amoveren van het huidige onderstation en het realiseren van een nieuw onderstation. In de toekomstige situatie is het onderstation op dezelfde locatie gelegen. Het nieuw te bouwen onderstation heeft een kleiner bouwvlak dan het bestaande onderstation. De ligging wijzigt beperkt, waardoor het nieuwe onderstation voor een klein deel buiten het bestaande bouwvlak valt. De uiterlijke verschijningsvorm van het onderstation zal veranderen. Het nieuwe onderstation en omliggend terrein blijft -net als in de huidige situatie- voor verkeer bereikbaar via de wijk Boekweitkamp. Bij de ontwikkeling worden geen bomen, struweel of struiken gekapt of watergangen gedempt.
1.4
Quickscan ecologie
Uit de quickscan is gebleken dat binnen plangebied biotoop aanwezig is voor beschermde soorten (Wnb) waarvoor geen algemene vrijstelling geldt. Het gaat om soorten uit de volgende soortgroepen: algemene broedvogels en vleermuizen. Alleen het onderstation is geschikt geacht als vleermuisverblijfplaats. In onderstaande tabel is per soortgroep aangegeven of er nader onderzoek nodig is en mogelijk een ontheffing nodig is in het kader van de Wet natuurbescherming. Deze tabel is overgenomen uit de quickscan.
B85--HS-RAP-23001462/Proj.nr. MN002781 / Vrijgegeven / Versie 1.0/22-06-2023
Movares
2/9
Tabel 1.1: Conclusies en aanbevelingen over beschermde soorten (Wet natuurbescherming). Bron: quickscan
Ontheffing Wet natuurbescherming nodig?
Soortgroep
Beschermde Soorten/functie?
Vaatplanten Algemene Broedvogels
Nee Ja
Nader onderzoek nodig? Nee Nee
Vogels met jaarrond beschermde nesten Grondgebonden zoogdieren
Nee
Nee
het plangebied vormt Ja, leefgebied voor algemeen vrijgestelde grondgebonden zoogdiersoorten zoals de aardmuis. Nee
Nee
Nee, er dient wel rekening gehouden te worden met de algemene zorgplicht (artikel 1.11). Het betreft door de provincie Zuid-Holland algemeen vrijgestelde dieren.
Nee
Nee
Vleermuizen vliegroutes
Nee
Nee
Vleermuizen verblijfplaatsen
Ja
Ja
Reptielen Amfibieën
Nee Nee
Nee Nee
Vissen Ongewervelden
Nee Nee
Nee Nee
Nee, wel dient tijdelijke verstoring wordt voorkomen door uitsluitend overdag te werken of door gebruik te maken van gerichte verlichting waarbij het omliggend groen onverlicht blijft. Mogelijk, indien tijdens het nader onderzoek verblijfplaatsen van vleermuizen worden vastgesteld in de bebouwing. Nee Nee, het betreft door de provincie Zuid-Holland algemeen vrijgestelde dieren. Er dient wel rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht (artikel 1.11). Nee Nee
Vleermuizen foerageergebied
1.5
Nee Nee, mits maatregelen worden genomen om vernietiging van nesten en verstoring van broedende vogels op het dak te voorkomen Nee
Wettelijk kader
Voor het bepalen van de effecten van de ingreep op de natuurwetgeving worden onderstaande wettelijke kaders gehanteerd.
Soortenbescherming onder Wet Natuurbescherming (Wnb) Ten aanzien van beschermde soorten maakt de Wet natuurbescherming onderscheid tussen: 1. Soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1 Wnb); 2. Soorten van de Habitatrichtlijn, incl. Verdrag van Bern en Verdrag van Bonn (artikel 3.5 Wnb); 3. ‘Andere soorten’ (artikel 3.10 Wnb). Voorliggend nader onderzoek is gericht op beschermde vleermuizen. Vleermuizen vallen onder de Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern en Verdrag van Bonn (artikel 3.5 Wnb). Dit is derhalve het wettelijk kader waaraan ze worden getoetst. Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern en/of Bonn (artikel 3.5 Wnb) Deze categorie bestaat uit Europees beschermde soorten. De verbodsbepalingen zijn vastgelegd in artikel 3.5: 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden ofte vangen; 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren; 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen ofte rapen;
B85-HS-RAP-23001462/Proj.nr. MN002781 / Vrijgegeven / Versie 1.0/22-06-2023
Movares
3/9
4.
5.
Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen ofte vernielen; Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen ofte vernielen.
Onder de Wet natuurbescherming geldt dat het voor streng beschermde soorten zoals opgenomen in artikel 3.5 mogelijk is om bij ruimtelijke ontwikkelingen te werken volgens een door de minister goedgekeurde gedragscode. Hierbij geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen uit artikel 3.5. Naast het werken volgens een goedgekeurde gedragscode kan voor soorten zoals opgenomen in artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming bij overtreding van de verbodsbepalingen een ontheffing worden aangevraagd. De aanvraag wordt beoordeeld op: • Er is geen andere bevredigende oplossing (alternatievenafweging); • Aanwezigheid geldig wettelijk belang conform Habitatrichtlijn. Een geldig wettelijk belang voor deze categorie soorten is o.a. belang 3: ‘in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten’; • Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.
1.6
Doel
In voorliggende rapportage worden de resultaten van het nader onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen in het onderstation beschreven. Duidelijkheid wordt gegeven over de uitkomsten van het nader veldonderzoek en of het nodig is om een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming aan te vragen. Indien nodig wordt aangegeven welke maatregelen kunnen worden genomen om overtreding van verbodsbepalingen te voorkomen ofte verzachten (mitigerende maatregelen).
B85--HS-RAP-23001462/Proj.nr. MN002781 / Vrijgegeven / Versie 1.0/22-06-2023
Movares
4/9
2
Methode
Ten tijde van de quickscan zijn potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen in het onderstation waargenomen. Verblijfplaatsen van de soortgroep vleermuizen zijn beschermd. De onderzochte vleermuissoorten zijn algemenere gebouwbewonende soorten: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. Dit zijn soorten die gezien het aanwezige habitat verwacht kunnen worden. De functies zomer-, kraam- en paarverblijfplaats zijn onderzocht. Bij aanwezigheid van één van deze verblijfplaatsen kan ook uitgegaan worden van de aanwezigheid van individuele winterverblijfplaats(en). Gelet op de beperkte massa van het gebouw wordt de aanwezigheid van een massawinterverblijfplaats niet aannemelijk geacht.
Het onderzoek is uitgevoerd conform het Vleermuisprotocol van het Netwerk Groene Bureaus (NGB) (NGB, 2021). Het onderzoek houdt in dat er 3 bezoeken plaatsvinden in de periode 15 mei tot 15 juli (waarvan 2 keer ‘s avonds en 1 keer ’s ochtends) om zomer- en kraamverblijven te onderzoeken. Aanvullend vinden 2 bezoeken in de periode 15 augustus tot 1 oktober plaats in verband met paar- en winterverblijven. Dit zijn twee nachtbezoeken (Vleermuisprotocol NGB, 2021). De bezoeken zijn met één waarnemer uitgevoerd omdat tijdens de quickscan is vastgesteld dat alleen de zuidelijke gevel (en daklijst) potentieel geschikt is als vleermuisverblijfplaats. Hier is door één waarnemer voldoende zicht op het plangebied.
Bij het onderzoek is gebruik gemaakt van een batdetector met time-expansion (Petterson D240x) en de Batlogger M (gecombineerde batdetector en -logger). Met deze batdetectors zijn ook vertraagde opnames gemaakt. In Tabel 2.1 is een overzicht weergegeven van de data waarop het aanvullend onderzoek is uitgevoerd en onder welke weersomstandigheden het veldonderzoek heeft plaatsgevonden. Tabel 2.1: Overzichtstabel met de data, tijdstippen en weersomstandigheden tijdens het aanvullend onderzoek naar vleermuisverblijfplaatsen.
Datum
8-9-2022 28-9-2022
18-5-2023 7-6-2023
12-6-2023
| Begin | Eind | Weersomstandigheden | Waarnemer 20:41 23:11 Droog, 18 °C, 2 Bft. 22:15 00:15 Korte motregen, 12 oC, 1 Bft. Zomeren 21:35 23:35 Droog, 12 °C, 1 Bft, half kraamverblijfplaats bewolkt. Zomeren 21:50 23:57 Droog, 15 °C, 3 Bft, licht kraamverblijfplaats bewolkt. Zomeren 03:15 05:19 Droog, 21 °C, 2 Bft, licht kraamverblijfplaats bewolkt.
| Functie Paarverblijfplaats Paarverblijfplaats
B85--HS-RAP-23001462/Proj.nr. MN002781 / Vrijgegeven / Versie 1.0/22-06-2023
Movares
5/9
3
Resultaten
In onderstaande paragraaf worden de resultaten van het nader onderzoek besproken.
3.1
Resultaten veldbezoeken
Tijdens de bezoeken die zijn uitgevoerd ten behoeve van het vaststellen van de zomer-, kraam- en paarverblijfplaatsen zijn bij ieder bezoek enkel passerende gewone dwergvleermuizen waargenomen. Dit waren maximaal vijf passerende gewone dwergvleermuizen per bezoek. De gewone dwergvleermuizen vertoonden geen gebouwgebonden gedrag en bleven hooguit tien minuten foerageren, met name onder de overkapping van het geluidsscherm. Tijdens één bezoek (12 juni 2023) is een passerende meervleermuis waargenomen. Over het algemeen was er weinig tot geen vleermuisactiviteit binnen het plangebied. Er zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen in het onderstation vastgesteld. De waargenomen individuen betreffen passerende dieren die kort in de omgeving van het onderstation foerageren. Het plangebied en de directe omgeving betreft daarom geen essentieel foerageergebied en ook geen vaste vliegroute.
3.2
Vervolgstappen
Er zijn geen verblijfplaatsen in het plangebied vastgesteld. Er is geen sprake van overtreding van artikel 3.5 Wnb bij het slopen van het onderstation. Ten aanzien van passerende vleermuizen wordt in het kader van de zorgplicht (artikel 3.11 Wnb) geadviseerd om vleermuisvriendelijke verlichting toe te passen tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie. Vleermuisvriendelijke verlichting is weggericht van de omgeving, heeft een lage en afgeschermde armatuur en een kleine straal.
B85--HS-RAP-23001462/Proj.nr. MN002781 / Vrijgegeven / Versie 1.0/22-06-2023
Movares
6/9
4
Conclusies
In onderstaande paragrafen worden de conclusies en aanbevelingen uit het aanvullend ecologisch onderzoek naar beschermde soorten besproken.
4.1
Vleermuizen
Er zijn geen verblijfplaatsen of andere beschermde functies van vleermuizen aanwezig binnen het plangebied. Er is geen sprake van een overtreding van artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming bij de sloop van het onderstation.
4.2
Samenvatting
In onderstaande tabel staat bovenstaande conclusie nogmaals weergegeven. Hieruit valt op te maken dat er geen ontheffing noodzakelijk is. Tabel 2.2: Conclusies en aanbevelingen over beschermde soorten (Wet natuurbescherming). Soortgroep
Vleermuis
4.3
Beschermde aanwezig?
soorten
Nee
H
Nee
onderzoek
?
Ontheffing nodig?
Wet
natuurbescherming
J
Nee
Overige maatregelen
Onderstaande maatregelen komen voort uit de quickscan ecologie onderhavig onderzoek.
en
Om effecten op broedende vogels te voorkomen dient de sloop waarbij het dak wordt aangetast buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd. Voor het broedseizoen geldt geen vaste periode. Het verschilt per soort. Veel vogelsoorten broeden ongeveer tussen 15 maart en 15 juli. Indien werken buiten het broedseizoen niet mogelijk is, kan ook het dak ongeschikt gemaakt worden voor broedvogels. Voorafgaand aan de werkzaamheden moet door een ter zake kundige op het gebied van broedvogels worden gecontroleerd of broedende vogels aanwezig zijn. Dit geldt ook voor de periode vlak voor of na het broedseizoen, het gaat om een broedgeval ongeacht de datum. Indien effecten op broedende vogels niet kunnen worden uitgesloten mag er niet gewerkt worden. In het kader van de zorgplicht naar in de omgeving verblijvende vleermuizen, vogels en andere dieren wordt geadviseerd om zoveel als mogelijk overdag te werken. Indien toch gebruik moet worden gemaakt van kunstlicht, wordt geadviseerd gebruik te maken van gerichte verlichting met een lage armatuur en kleine lichtstraal. Gerichte verlichting wil zeggen dat lichtval op bomen en gebouwen in de omgeving wordt vermeden om zo verstoring te voorkomen. Dit geldt ook voor eventuele verlichting die wordt aangebracht voor de gebruiksfase.
Om effecten op algemeen beschermde kleine grondgebonden zoogdieren en amfibieën zoveel mogelijk te beperken dienen werkzaamheden waarbij vegetatie wordt verwijderd of grond wordt verzet vanuit één kant te worden uitgevoerd, zodat aanwezige dieren de kans krijgen om zich te verplaatsen. De werkzaamheden dienen dan in de richting van te handhaven groen uitgevoerd te worden. Deze maatregelen vallen onder de zorgplicht (artikel 1.11 Wnb).
B85--HS-RAP-23001462/Proj.nr. MN002781 / Vrijgegeven / Versie 1.0/22-06-2023
Movares
7/9
5
Bronnen
Kennisdocument Gewone dwergvleermuis. BIJ12. Juli 2017. Kennisdocument Ruige dwergvleermuis. BIJ12. Juli 2017. Kennisdocument Laatvlieger. BIJ12. Juli 2017. 2022. Quickscan ecologie onderstation Den Haag Noord. Movares.
Vleermuisprotocol. 2021. NGB.
B85--HS-RAP-23001462/Proj.nr. MN002781 / Vrijgegeven / Versie 1.0/22-06-2023
Movares
8/9
Colofon OPDRACHTGEVER
UITGAVE
ProRail
Movares Nederland B.V.
Daalseplein 100 Postbus 2855
3500 GW Utrecht TELEFOON
ONDERTEKENAAR
@movares.nl PROJECTNUMMER
KENMERK
MN002781
B85-HS-RAP-23001462
© 2023, Movares Nederland B. V.
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Movares Nederland B. V.
B85--HS-RAP-23001462/Proj.nr. MN002781 / Vrijgegeven / Versie 1.0/22-06-2023
Movares
9/9
Movares samen werkt het