RIS321374 Beantwoording SV Verkenning lobbyregister
Tekst van het document
Datum
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN
6 mei 2025 Ons kenmerk Onderwerp
Antwoord van het college op de vragen van het raadslid mevrouw Butt en de heer Van den Bos, luidend Verkenning lobbyregister
BSD/10877907 RIS321374
De raadsleden mevrouw Butt en de heer Van den Bos hebben op 5 februari 2025 een brief met daarin zes vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt. Op 20 januari 2025 staat er op de website van Transparency International Nederland over het 'Rapport Universiteit Leiden: Kabinet kan niet meer om lobbyregister heen': "Lobbyen is een fundamenteel onderdeel van het publieke besluitvormingsproces, maar moet niet leiden tot een ongelijk speelveld of onevenredige beïnvloeding. De overheid moet daarom transparant zijn over hoe beleidskeuzes worden beïnvloed, zodat zij verantwoording kan afleggen over de genomen besluiten”1. Op 3 februari 2025 staat er op de website van het Algemeen Dagblad in het artikel ‘Rotterdam krijgt als eerste stad een lobbyregister: ‘Veel gaat nu in het geheim’: "Het plan bestaat uit twee delen. Ten eerste een openbaar lobbyregister, waarin een melding wordt gemaakt als wethouders en belangrijke ambtenaren worden benaderd door partijen met een particulier belang. En ten tweede een lobbyparagraaf bij beleidsstukken van de gemeente, waarin staat welke partijen advies hebben uitgebracht.”2 Op 4 februari 2025 publiceerde Binnenlands Bestuur het artikel ‘Rotterdam krijgt een lobbyregister'.
Hierin staat onder andere het volgende: “Zo is voor iedereen duidelijk welke partijen wethouders en ambtenaren hebben benaderd om beleid te beïnvloeden. Volgens raadslid en initiatiefnemer Ruud van der Velden (Partij voor de Dieren) is het register nodig om het vertrouwen in de politiek te herstellen"3. 1.
Wat vindt het college van een lobbyregister? Graag een toelichting met eventuele voor- en nadelen volgens het college.
Het college hecht veel waarde aan transparante besluitvorming en ook aan de betrokkenheid van inwoners, ondernemers en organisaties uit de stad bij belangrijke beleidsbeslissingen. Een lobbyregister kan aan dergelijke transparantie een bijdrage leveren. Het college is daarom ook niet principieel tegen een lobbyregister. Tegelijkertijd vraagt het opzetten van een lobbyregister het nodige van de ambtelijke organisatie en komen er extra administratieve lasten bij kijken. Het vraagt om een duidelijke afbakening van wat wordt gezien als lobby en ook door wie. Niet alleen rechtspersonen lobbyen namelijk. Daarnaast is de wijze van registratie en rapportage belangrijk om aan de ene kant tegemoet te komen aan de wens van transparante besluitvorming en tegelijkertijd oog te houden voor de privacy en vertrouwelijkheid van de gesprekspartners en het gesprek en ook de relevante AVGregelgeving. Dit is ook van invloed op de wijze van rapporteren. Daarnaast zal in kaart moeten worden gebracht welke inzet hiervoor precies nodig is vanuit de gemeentelijke organisatie.
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10877907
2.
Wat vindt het college van het Rotterdamse model van een lobbyregister?
Het college heeft met interesse kennisgenomen van het Rotterdamse model van een lobbyregister en de reactie van het Rotterdamse college hierop. In haar reactie maakt het college van Rotterdam duidelijk welke drempels en knelpunten zij zien voor de invoering van een lobbyregister, evenals ook wij reeds aangegeven hebben onder vraag 1. 3.
Hoe staat het college tegenover het instellen van een lokaal lobbyregister in Den Haag? Graag een toelichting.
Zoals aangegeven onder vraag 1 hecht het college veel waarde aan transparante besluitvorming en ook aan de betrokkenheid van velen uit de stad bij belangrijke beleidsbeslissingen. De inzet op transparante besluitvorming komt ook terug in de recent vastgestelde inspraak- en participatieverordening (RIS319848). De verordening stelt ook dat een zo transparant mogelijke belangenafweging onderdeel is van participatie en dat in het verslag van de participatie melding wordt gemaakt van de deelnemers aan het traject en hetgeen naar voren is gebracht. Met andere woorden, de inbreng van belangen door inwoners, ondernemers en organisaties wordt geregistreerd en in het verslag wordt hierover gerapporteerd. Het college meent dat het instellen van een lobbyregister dus niet nodig is, gezien de verslaglegging die al plaatsvindt. 4.
Welke definities hanteert het college voor begrippen ‘lobby’ en ‘lobbyist’?
Het college baseert zich wat betreft de definities voor lobby en lobbyist op de in de literatuur gangbare omschrijvingen. Zo stelt Arco Timmermans van de Universiteit Leiden in zijn boek ‘Public Affairs in maatschappelijk perspectief’ dat lobbyen kan worden beschreven als “het repertoire aan systematisch voorbereide activiteiten dat wordt ingezet om het beleidsproces en de eigen maatschappelijke positie te beïnvloeden’’. De Van Dale omschrijft lobby “als organisaties door gesprekken proberen belangrijke politieke beslissingen te beïnvloeden”. De lobbyist is diegene die probeert het beleid te beïnvloeden door het aandragen van argumenten en nieuwe inzichten en een kanteling teweeg kan brengen in het beleid dat past in het belang van de afzender van de lobby (inwoner, organisatie, overheid). Met andere woorden lobbyen is het beïnvloeden van beleid en dit ten behoeve van het eigen belang. Het eigen belang kan het belang zijn van een persoon, een onderneming of een organisatie. Normaliter richt de lobby zich op het beïnvloeden van bestuurders van organisaties, volksvertegenwoordigers, ambtenaren, onderzoekers en andere functionarissen die werkzaam zijn in de publieke sector. 5.
Hoe worden contacten tussen het college en (hoge) ambtenaren met personen en organisaties die invloed proberen uit te oefenen op gemeentelijk gebied gemonitord en geregistreerd?
Deze contacten worden niet geregistreerd en gemonitord. 6.
Wat voor voorzorgsmaatregelen neemt het college ter preventie van oneigenlijke of overmatige beïnvloeding van politieke besluitvormingen en lobbyisten?
Bij het aanvaarden van hun functie leggen wethouders en de burgemeester de eed of gelofte af. Daarnaast hanteert de gemeente Den Haag de Gedragscode integriteit burgemeester en wethouders Den Haag 2021 (RIS307838). In deze gedragscode zijn onder andere bepalingen opgenomen over het transparant handelen van bestuurders en de wijze van beïnvloeding; bijvoorbeeld door persoonlijke belangen of geschenken.
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10877907
In de gedragscode is een belofte opgenomen die de wethouders en de burgemeester doen aan de raad, collega-bestuurders en de stad om te handelen volgens de in deze code genoemde gedragsnormen. Ook ambtenaren leggen bij het in dienst treden bij de gemeente de eed of gelofte af. En voor hen geldt tevens een gedragscode (RIS297965). Deze gedragscode geeft weer welke normen en waarden horen bij ‘goed ambtenaarschap’ en integriteit op het werk. Wat doe je wel en wat doe je niet? De gedragscode geeft hiervoor de kaders. Naast het afleggen van de eed of gelofte en het naleven van een gedragscode, die zeker bijdragen aan het betrouwbaar en transparant handelen van bestuurders en ambtenaren, is het belangrijk dat er open wordt gesproken over mogelijke oneigenlijk beïnvloeding. Het college staat daar in haar onderlinge gesprekken zeker bij stil, maar ook tijdens bijeenkomsten van onze medewerkers, bijvoorbeeld over de nieuwe kernwaarden, is uitgebreid aandacht voor betrouwbaar en transparant handelen. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx
Jan van Zanen
3/3