CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS321109 Bijlage 1 Boom Effect Analyse Redacted

Gemeenteraad 3 april 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Stand van zaken vergunningaanvraag herontwikkeling Theresiakerk (RIS321109)4.837 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Theresiakerk te Den Haag Opdrachtgever: Contactpersoon:

Kavel Vastgoed

Onderzoek, advies en Projectleiding: Datum: Project: Versie:

26-4-2024 B13714 6

B13714 І BEA, Theresiakerk, Den Haag І V6

Inhoud 1

Inleiding ___________________________________________ 3 1.1

2

Uitgangspunten onderzoek ____________________________ 4 2.1 2.2 2.3 2.4

3

Algemeen conditiebeeld en kwaliteit ___________________________ 8 Groeiplaatsonderzoek ______________________________________ 11 Verplantbaarheid__________________________________________ 14

Gevolgen ontwikkeling ______________________________ 16 4.1 4.2 4.3

5

Projectlocatie ______________________________________________ 4 Voorgenomen ontwikkeling __________________________________ 5 Doelstelling Bomen Effect Analyse _____________________________ 6 Beleid gemeente ___________________________________________ 6

Onderzoek en resultaten ______________________________ 8 3.1 3.2 3.3

4

Documenten ______________________________________________ 3

Definitief ontwerp _________________________________________ 16 Kap _____________________________________________________ 16 Herplantplan _____________________________________________ 16

Conclusie en advies _________________________________ 18 5.1

5.2 5.3 5.4 5.5

Inpassen en kap ___________________________________________ 18 5.1.1 Verwijderen uit beheeroverweging __________________ 18 5.1.2 Kappen als gevolg van de ontwikkeling _______________ 18 Niet verplanten ___________________________________________ 18 Boombescherming ________________________________________ 18 Algemene randvoorwaarden bij uitvoering _____________________ 20 Rol BEA in verdere planontwikkeling __________________________ 21

Projectgegevens ________________________________________ 22 Bijlage 1: Toelichting enkele VTA parameters _________________ 23 Bijlage 2: Bomenlijst _____________________________________ 26 Bijlage 3: Foto’s per boom ________________________________ 27 Bijlage 4: Bomenkaart ____________________________________ 31 Bijlage 5: `Werken rond bomen` ___________________________ 32

2

B13714 І BEA, Theresiakerk, Den Haag І V6

1

Inleiding In opdracht van Kavel Vastgoed is door Copijn Boomspecialisten een boomtechnisch onderzoek uitgevoerd bij de bomen op het terrein van de Theresiakerk aan de aan de Dierenselaan kruisend met de Apeldoornselaan te Den Haag. Het veldwerk is uitgevoerd op 9 januari en op 23 april jl. Aanleiding tot dit onderzoek betreft de voorgenomen renovatie van het kerkgebouw. De in de tuinen rondom bomen het pand vormen door hun standplaats een mogelijk knelpunt in relatie tot de plannen. Doel van dit onderzoek is het informeren van de opdrachtgever over de (on)mogelijkheden van het uitvoeren van werkzaamheden in de nabijheid van de bomen. De hoofdvraag bij een Bomen Effect Analyse (hierna te noemen BEA) is: ‘kan de boom, in het perspectief van de voorgenomen werkzaamheden en de toekomstige situatie, in zijn huidige verschijningsvorm en op deze standplaats, duurzaam behouden blijven?’. Verder is er gekeken naar de potentiële verplantbaarheid van het bomenbestand. De plannen zijn definitief (DO). Er is in principe geen ruimte meer om het ontwerp nog aan te passen.

1.1

Documenten

Door de opdrachtgever zijn de volgende documenten aangeleverd:

3

B13714 І BEA, Theresiakerk, Den Haag І V6

2

Uitgangspunten onderzoek 2.1

Projectlocatie

De kavelgrens van het kerkterrein vormt de begrenzing van het projectgebied met als aanvulling twee gemeentelijke bomen voor de pastorie. In totaal zijn er 28 bomen onderzocht. De posities zijn tijdens het veldwerk bepaald met behulp van een luchtfoto (zie onderstaande afbeelding). De bomen in de voortuin van de kerk en in de tuin van de pastorie zijn privé eigendom.

28

10

Luchtfoto met 28 boompunten en de in dit rapport gebruikte nummering.

4

B13714 І BEA, Theresiakerk, Den Haag І V6

2.2

Voorgenomen ontwikkeling

De opdrachtgever is voornemens om het kerkgebouw te renoveren waarna het als supermarkt in gebruik genomen gaat worden. De voormalige entree van de kerk (voorgebouw) krijgt een sociaal maatschappelijke functie. Aan weerzijden van het voorgebouw komen nieuwe entrees voor voetgangers en enkele fietsenstallingen. De huidige pastorie wordt gesloopt en maakt onder andere plaats voor de entree voor het parkeren van auto’s en voor de expeditie. De noordoost- en zuidoostzijde van het kerkgebouw blijven relatief ongewijzigd.

Bestaande situatie. Bron: Rijnboutt architecten. Nb, de boomcirkels op deze tekening komen niet in alle gevallen overeen met de werkelijke boomlocaties.

5

B13714 І BEA, Theresiakerk, Den Haag І V6

2.3

Doelstelling Bomen Effect Analyse

Een Bomen Effect Analyse of BEA is een instrument binnen het proces rond planvorming en vergunningen om invloeden op bestaande bomen binnen een projectlocatie in beeld te brengen. Dit op basis van het ontwerp en alle verder beschikbare informatie. Het betreft een modelbeoordeling die Copijn uitvoert conform de landelijke Richtlijn BEA (Bomenstichting en CROW 2019). Het gaat dus om een toetsing van een ruimtelijke ingreep op een bepaald moment. Bij de ruimtelijke ingreep speelt een dynamisch (ontwerp- en uitvoerings)proces, zie afbeelding rechts. Daarom is het wenselijk om de BEA integraal onderdeel te laten zijn van de planvorming. Bij ontwerpwijzigingen dient de BEA weer aangepast te worden. Een BEA wordt bij voorkeur al opgemaakt in de voorstudie fase maar kan ook nog van belang zijn wanneer er al een ontwerp (SO, VO of DO) ligt. De rapporten hebben zo veel mogelijk een vaste opbouw maar het betreft altijd maatwerk. De BEA geeft per boom antwoord op de vraag of deze, met het oog op de voorgenomen bouw of aanleg in zijn huidige verschijningsvorm en op zijn huidige standplaats, duurzaam behouden kan blijven. Wanneer behoud mogelijk is, moeten de randvoorwaarden worden besproken. Deze randvoorwaarden kunnen betrekking hebben op het ontwerp (aanpassen ruimtelijke setting) of van technische aard zijn (bijvoorbeeld de voor de realisatie toe te passen technieken).

Op basis van de resultaten van een BEA kan een onderbouwde afweging betreffende het wel of niet behouden van een boom gemaakt worden. Deze onderbouwing vormt dan de inhoudelijke basis voor een eventuele kapaanvraag.

2.4

Boombeleid gemeente Den Haag

De bomen 1-25 en 28 zijn in eigendom en beheer van de opdrachtgever en vallen beleidsmatig in de categorie particuliere bomen. Binnen de gemeentegrenzen van Den Haag is een omgevingsvergunning nodig voor bomen vanaf een stamomtrek van 30 cm (ofwel een stamdiameter van meer dan 9,5 cm) gemeten op 1,3 m boven maaiveld. Een omgevingsvergunning is nodig in geval van kap of snoei van meer dan 30% van het kroonvolume of van de beworteling. Op drie exemplaren na zijn de geïnventariseerde bomen dikker dan deze ondergrens.

6

B13714 І BEA, Theresiakerk, Den Haag І V6

Monumentale bomen Om op de lijst van monumentale bomen van de gemeente Den Haag te kunnen komen moet een boom vitaal zijn en ten minste 50 jaar oud. Ook moet er sprake zijn van een beeldbepalend karakter of een andere opvallende waarde. Geen van de bomen in dit project heeft deze status. Nummers 26 en 27 betreft gemeentelijke bomen. In de Haagse Bomenapp zijn ze terug te vinden onder de nummers 200 en 201, zie kaartje hiernaast. Uitsnede uit Haagse Bomenapp met onder andere de gemeentelijke bomen 200 en 201 (in dit rapport nummers 26 en 27) .

7

B13714 І BEA, Theresiakerk, Den Haag І V6

3

Onderzoek en resultaten 3.1

Algemeen conditiebeeld en kwaliteit

In totaal zijn er met betrekking tot dit project 28 bomen beoordeeld. Per boom zijn diverse parameters opgenomen. In dit hoofdstuk worden de meest opvallende eigenschappen kort besproken. De gegevens per boom zijn terug te vinden in de bomenlijst van bijlage 2. Een foto van elke boom is terug te vinden in bijlage 3. Soorten Het bestand bestaat uit dertien soorten. In de meeste gevallen betreft het klein blijvende bomen of struiken zoals taxus, lijsterbes, hulst, kers en gele kornoelje. Er staan ook enkele jonge bomen die groter kunnen worden zoals eik en beuk. Laatst genoemde betreft bomen van de eerste grootte. Standplaats, kwaliteit De boven- en ondergrondse groeiruimte is over het algemeen te klein voor boomsoorten van de eerste grootte. De voortuin van de kerk bestaat uit beplantingsvakken welke worden onderhouden door vrijwilligers. De achtertuin in de pastorie wordt extensief onderhouden. Er groeien bramen en zaailingen van bomen en er staat een bouwvallig schuurtje. Diverse bomen in deze achtertuin zijn hier naar verwachting spontaan opgekomen. Een deel groeit te dicht bij de gevels om tot volle wasdom te kunnen komen. Er is hierdoor sprake van een toenemende verhoogde kans op schade aan bestaande opstallen waaronder het kerkgebouw. Bomen 21-25 zijn aangetast door iepziekte of al afgestorven. Ze staan ingeklemd tussen een schuurtje en een stenen achtergevel.

Aangezien het een bron van infectie voor iepen in de omgeving vormt is het van belang om deze bomen zo spoedig mogelijk te verwijderen en op de juiste wijze af te voeren. Het schuurtje wordt gesloopt hierdoor ontstaat er enige ruimte voor enkele nieuwe bomen en/of struiken. De gemeentelijke bomen 26 en 27 staan in de verharding. Omgevingswaarde Zeer waardevol is de Kaukasische vleugelnoot in de voortuin (nr. 4). Het betreft een vrij fors exemplaar met een stamdiameter van 65 cm en een beeldbepalend karakter. Verder zijn er tien bomen met een algemeen waardevol karakter. De overige zeventien exemplaren hebben een relatief lage omgevingswaarde.

8

B13714 І BEA, Theresiakerk, Den Haag І V6

Kaukasische vleugelnoot, nr. 4 in de voortuin.

9

Opschot zomereik (nr. 16) en hulst (nr. 15) tegen de kerkgevel in de achtertuin.

B13714 І BEA, Theresiakerk, Den Haag І V6

In onderstaande kaart zijn vijf conditieklassen met kleuren aangegeven.

28

10

Luchtfoto met conditieklassen. Te zien is dat de meeste bomen een goede tot redelijke conditie hebben.

10

B13714 І BEA, Theresiakerk, Den Haag І V6

3.2

Groeiplaatsonderzoek

Op enkele plekken in de tuinen is groeiplaatsonderzoek uitgevoerd. Dit onder meer in het kader van verplantbaarheidsonderzoek en geschiktheid van de bodem in geval van herplant. Beschrijving groeiplaats in de voortuin op 2,5 m uit buitenkant stam van de Kaukasische vleugelnoot.

Standplaats Kaukasische vleugelnoot en bodemprofiel. Van 0 tot 40 cm beneden maaiveld licht vochtig-, zwart-, humeus-, leemarm-, zeer fijn zand. Er zijn hier oppervlakkige,- tot 10 cm dikke wortels aangetroffen. Tussen de 40 en 90 cm beneden maaiveld Deze laag bestaat uit licht vochtig tot droog-, licht geel-, humusloos-, fijn zand met enig fijn puin. Er is sprake van een te grote verdichting voor gezonde wortelontwikkeling. Onderin wordt het vochtiger. Grondwater is niet aangetroffen. Met name de bovenste laag is van belang voor de opname van voedingsstoffen. Dankzij het hoge humusgehalte kan deze laag goed water vasthouden, voedingsstoffen afgeven en bodemleven in stand houden. De diepere beworteling is hier vooral van belang voor stabiliteit en vochtopname. Bodem verdichting vormt hier een beperkende factor.

11

B13714 І BEA, Theresiakerk, Den Haag І V6

Beschrijving potentiële nieuwe plantplaats in de pastorietuin naast huidig tegelpad en poortje naar naburig terrein. Er is hier momenteel een dichte begroeiing met bramen aanwezig.

Standplaats Kaukasische vleugelnoot en bodemprofiel.

Potentiële plantplaats nieuwe bomen en bodemprofiel. Van 0 tot 25 cm beneden maaiveld licht vochtig tot droog-, donker-, matig humeus-, leemarm-, fijn zand. Tussen de 25 en 75 cm beneden maaiveld Deze laag bestaat uit licht vochtig-, grijsgeel-, humusloos-, fijn zand zonder wortels. De bodem is hier niet te sterk verdicht voor gezonde wortelontwikkeling. Tussen de 75 en 110 cm beneden maaiveld Deze laag bestaat uit zeer nat tot verzadigd-, grijsgeel-, humusloos-, fijn zand zonder wortels. De maximale worteldiepte is hier circa 100 cm. Om hier bomen te kunnen laten groeien is groeiplaatsverbetering met per boom minimaal 5 m3 in de plantplaats door te mengen bomengrond van belang.

12

B13714 І BEA, Theresiakerk, Den Haag І V6

Beschrijving groeiplaats in de pastorietuin op 1,7 m uit buitenkant stam van de beuk.

Groeiplaatsonderzoek nabij beuk pastorietuin. Van 0 tot 30 cm beneden maaiveld licht vochtig-, zwart-, matig humeus-, leemloos-, fijn zand. Er is hier een intensiteit aan fijne- en dikkere beworteling aangetroffen. Tussen de 30 en 40 cm beneden maaiveld licht vochtig-, grijs-, humusloos-, leemloos-, fijn zand met fijne beworteling. Tussen de 40 en 80 cm beneden maaiveld licht vochtig tot vochtig-, grijsbruin-, humusloos-, leemloos-, fijn zand met een dikke wortel op 80 cm. Tussen de 80 en 110 cm beneden maaiveld Verzadig/grondwater-, blauwgrijs-, humusloos-, leemarm-, uiterst fijn zand zonder wortels. Beworteling is aanwezig tot circa 100 cm beneden maaiveld. Er lopen hier kabels en leidingen op circa 50 cm onder maaiveld.

13

B13714 І BEA, Theresiakerk, Den Haag І V6

3.3

Verplantbaarheid

Wanneer bomen door een ontwikkeling niet op hun huidige standplaats kunnen blijven staan, biedt verplanting soms nog een optie om een of meer bomen binnen dezelfde locatie of naar een locatie binnen bereik te verplanten. Of een boom daadwerkelijk verplantbaar is, hangt af van diverse factoren. Algemene en biologische randvoorwaarden Om een boom voor verplanting in aanmerking te laten komen moeten de volgende aspecten gewaarborgd zijn:  Het moet gaan om een (goed) verplantbare soort zoals bijvoorbeeld schietwilg, gewone plataan, Hollandse linde en veldiep. Veel andere boomsoorten slaan vaak moeilijk aan bij verplanting vanaf een bepaalde maat en leeftijd. 

De conditie en vitaliteit moet dusdanig (goed) zijn dat de boom de verplanting kan doorstaan en op de nieuwe standplaats goed aan kan slaan.

De boom moet vrij zijn van ziektes, aantastingen of mechanische gebreken die – los van een eventuele verplanting – een belemmering voor de kwaliteit en toekomstverwachting vormen.

Beeldkwaliteit en habitus: een te verplanten boom moet goed en evenwichtig ontwikkeld zijn. Scheve en eenzijdig ontwikkelde bomen zijn meestal alleen in specifieke situaties of in landschappelijke beplantingen toepasbaar en worden zelden verplant in een stedelijke omgeving. Vaak moet een kroon in het kader van een verplanting gesnoeid worden om een evenwicht tussen de verplantkluit en het bladvolume te genereren. De natuurlijke vorm of habitus van de boom mag hier niet te veel onder lijden.

Specifieke en technische randvoorwaarden Naast de biologische randvoorwaarden moet in het voortraject van een mogelijke verplanting rekening gehouden worden met diverse andere aspecten: 

Voor een verplanting moet een verplantkluit voorbereid kunnen worden die voldoende groot en samenhangend is. Binnen de resterende kluit moet voldoende fijne beworteling aanwezig zijn. De boom moet na de verplanting kunnen blijven functioneren. De kap van veel dikkere wortels ten behoeve van de voorbereiding van de kluit leidt bij veel boomsoorten tot problemen met betrekking tot het aanslaan. De standplaats dicht bij gevels vormt hier een belangrijke beperkende factor.

Ondergrondse obstakels: kabels, leidingen, rioleringen en funderingen kunnen een ernstige belemmering voor het voorbereiden van de minimaal nodige verplantkluit vormen. Tijdens het verplanten dient een recente digitale klic-melding aanwezig te zijn op de projectlocatie.

Bereikbaarheid voor verplantmachines: bij de verplanting van grotere bomen moet gewerkt worden met vrij zware en specifieke verplantmachines. Daarom moet onderzocht worden of de aangewezen machine ter plaatse van de boom voldoende (werk)ruimte heeft om te kunnen manoeuvreren. De bomen in de achtertuin zijn in principe onvoldoende bereikbaar met het benodigde materiaal en materieel.

14

B13714 І BEA, Theresiakerk, Den Haag І V6

Voorbereidingstijd: grotere bomen moeten minimaal één en soms twee tot drie groeiseizoenen lang op een verplanting worden voorbereid om in meerdere stappen een goede verplantkluit te genereren. Deze tijd moet binnen een project gewaarborgd zijn om een goed resultaat te bereiken.

Transportroute: vooral bij grotere bomen moet in het voortraject onderzocht worden of het mogelijk is om de boom van zijn huidige locatie naar de aangewezen plek te krijgen. Obstakels als bruggen/viaducten, bovenleidingen of krappe bochten maken het transport van een grotere boom vaak onmogelijk.

Nieuwe standplaats: deze moet goed ingericht en ruim genoeg zijn zodat de boom hier na de verplanting kan herstellen en zich op termijn weer verder kan ontwikkelen. Dit betreft maatwerk. Dit aspect dient nader onderzocht te worden zodra er een herplantlocatie is bepaald.

Logistiek: vooral bij grotere projecten moet gewaarborgd zijn dat de nieuwe plantlocatie beschikbaar is op het moment dat de boom verplant moet worden. Soms biedt een tijdelijk depot hier nog een oplossing totdat de nieuwe standplaats beschikbaar komt en ingericht en bereikbaar is. De kosten voor de verplanting gaan door het tijdelijk in een depot zetten omhoog. Daarnaast is er een kans dat de boom het niet red door het opnieuw verplanten binnen relatief korte tijd.

Kluitomvang en werkwijze: Om voldoende slagingskans te kunnen bereiken is het noodzakelijk om een zo groot mogelijke kluit mee te nemen. Geadviseerd wordt een kluit met een diameter van minimaal 270 cm en een kluitdiepte van 60 cm. Verder is noodzakelijk om de bomen in minimaal 5 m3 verrijkte bomengrond per boom te zetten. Laatst genoemde te vermengen met de plaatselijk (teel)aarde. Op de kluit dient een dunne laag (max. 3 cm) wormencompost en een dunne laag houtsnippers (max 2 cm) te worden aangebracht. Dit is van belang om verdamping van bodemvocht te voorkomen en is op termijn gunstig voor bodemleven en een bron van humus voor de komende jaren.

Nazorg: Afhankelijk van de toekomstige situatie dient men rekening te houden met minimaal 2 of 3 seizoenen nazorg. 100% aanslaan van de bomen na een verplanting metof zonder voorbereidingstijd, kan nooit worden gegarandeerd.

Alleen een jonge zoete kers, nr. 19, is als potentieel verplantbaar aangemerkt. Technisch gezien zijn de mogelijkheden ongunstig vanwege de slechte bereikbaarheid voor het benodigde materiaal en materieel. Deze boom kan zonder wijzigingen ingepast blijven op de huidige standplaats.

15

B13714 І BEA, Theresiakerk, Den Haag І V6

4

Gevolgen ontwikkeling 4.1

Definitief ontwerp

Onderstaand is de ontwerptekening, d.d. 26-04-2024, weergegeven.

Ontwerp met locaties in te passen-, te kappen bomen en negen nieuwe plantlocaties binnen het projectgebied. Bron: Rijnboutt

4.2

Kap

Uit het ontwerp blijkt dat zestien bomen niet inpasbaar zijn. Dertien van deze exemplaren zijn in principe vergunningplichtig. Hier zijn ook bomen bij die uit beheeroverweging gekapt moeten worden. Dit betreft een dode es en vijf iepzieke, grotendeels dode iepen.

4.3

Herplantplan

De voor-, en pastorietuin biedt erg weinig ruimte voor het planten van grote boomsoorten. In het ontwerp zijn negen nieuw te planten bomen opgenomen. Dit betreft de donkergroene boomcirkels. In onderstaande uitsnede volgt toelichting hierop met soorten en aanplantmaat.

16

B13714 І BEA, Theresiakerk, Den Haag І V6

2x Acer campestre 14-16. Op minimaal 2,3 m uit de erfgrens.

1x Prunus domestica cv 14-16 5x Pyrus communis cv 14-16. Op minimaal 2,3 m uit de erfgrens.

1x Carpinus betulus ‘Fastigiata’ 18-20 Uitsnede ontwerp met toelichting herplant. Zoals eerder aangegeven is het van belang om in de nieuwe groeiplaatsen 5 m3 bomengrond per boom te verwerken. Dit dient langs de randen van het plantgat wat vermengd te worden met de plaatselijke grond. De bomen worden in principe bovengronds verankerd en krijgen een gietrand voor de nazorg. De nazorg is gedurende drie aansluitende groeiseizoenen van belang.

17

B13714 І BEA, Theresiakerk, Den Haag І V6

5

Conclusie en advies 5.1

Inpassen en kap

25 bomen zijn gegeven de stamdiameter vergunning plichtig in geval van kap. Twaalf bestaande bomen blijven behouden. Voor deze exemplaren is bescherming nodig gedurende de uitvoering. Dit is onder meer mogelijk in de vorm van het plaatsen van bouwhekken rondom de boom. 5.1.1

Verwijderen uit beheeroverweging

In totaal komen er twaalf bomen voor kap in aanmerking uit beheeroverweging. Drie van deze exemplaren staan de plannen niet in de weg en wil men voorlopig nog behouden. 5.1.2

Kappen als gevolg van de ontwikkeling

Acht vergunningplichtige bomen (Ow) zijn niet te behouden als gevolg van de ontwikkeling. Deze bomen raken hun groeiplaats volledig- of in belangrijke mate kwijt als gevolg van het project. Dit betreft nummers 2, 3, 8, 15, 16, 26, 27 en 28. Ten aanzien van de gemeentelijke zilverlindes 26 en 27 zijn er geen alternatieven beschikbaar gebleken om de entree van expeditie en parkeergarage elders te realiseren. Nummers 15 en 16 komen zowel vanuit beheeroverweging als vanwege de ontwikkeling voor kap in aanmerking.

5.2

Niet verplanten

Er staan binnen het project geen bomen die voor een verplanting in aanmerking komen.

5.3

Boombescherming

Boom 4 betreft een zeer waardevolle Kaukasische vleugelnoot. Ter behoud van dit exemplaar zijn de plannen hier onlangs bijgesteld. Boom 6 is een gewone hulst. Nummer 17 betreft een smal opgaande Servische spar dicht bij de kerkgevel. Het is de bedoeling om deze en de overige als inpasbaar aangemerkte bomen zodanig te ontzien dat duurzame inpassen reel mogelijk wordt. De aannemer dient in de vorm van een boombeschermingsplan aan te geven hoe de bescherming voor alle in te passen bomen binnen het project geïmplementeerd wordt. Onderstaand volgen voor de drie hierboven genoemde bomen nog enkele opmerkingen met betrekking tot boombescherming en eventuele maatregelen. Boom 4 In de nieuwe situatie is een fietsenstaling gepland op een groot deel van de groeiplaats van boom 4, de Kaukasische vleugelnoot. Het is van belang dat er bij de aanleg van de fietsenstalling met verharding en fietsnietjes geen beschadiging optreedt aan de groeiplaats, beworteling en de stam van de boom. Vleugelnoten hebben in sterke mate een oppervlakkige beworteling. Bij beschadiging van wortels van een gezonde boom ontstaat er bovendien meestal veel wortelopslag. De boom wordt daardoor in de nieuwe inrichting slecht te beheren. Het is derhalve van belang dat er minimaal in de zone van de gehele huidige kroonprojectie van de boom niet gegraven wordt. 18

B13714 І BEA, Theresiakerk, Den Haag І V6

Verder is voor deze boom groeiplaatsverbetering van belang. De groeiplaats kan verbeterd worden door middel van het binnen het gehele onverharde zone van de kroonprojectie en tot 2-3 m daarbuiten, opbrengen van een maximaal 1,5 cm dunne, uit te harken, mulchlaag met in totaal 1,5 m3 (wormen)compost. Inpassen en beschermen boom 6 Bomen 6 betreft een kleine hulst met niet meer dan een matige conditie en een beperkte toekomstverwachting, zie foto.

Zolang de plant niet verder terugloopt is behoud naar verwachting voorlopig nog mogelijk door het plaatsen van vaste bouwhekken rondom de boom op een minimale afstand van 1,5 m uit de wortelaanlopen/stamvoet. Bij het in te zetten materiaal en materieel dient te boom voldoende te worden ontzien. De aannemer dient in het boombeschermingsplan aan te geven hoe de bescherming in het project geïmplementeerd wordt. Ook voor deze boom is het opbrengen van een dunne laag wormencompost van belang. Er kan worden volstaan met 0,25 m3.

19

B13714 І BEA, Theresiakerk, Den Haag І V6

Inpassen en beschermen boom 17 Nummer 17 betreft een spar met een redelijke conditie en nog een hoge toekomstverwachting, zie foto.

De boom staat dicht op de gevel van de kerk en groeit tot tegen het dak. Enige snoei is derhalve van belang. Behoud is de komende jaren nog mogelijk. Bescherming is mogelijk door het plaatsen van vaste bouwhekken rondom de boom op een minimale afstand van 3 m uit de wortelaanlopen/stamvoet. Bij het in te zetten materiaal en materieel dient te boom voldoende te worden ontzien.

5.4

Algemene randvoorwaarden bij uitvoering

Doordat bouwwerkzaamheden de bomen negatief kunnen beïnvloeden door bodemverdichting, beschadigingen aan stam en kroon, lozen van chemicaliën en dergelijke is het noodzakelijk om beschermende maatregelen ten aanzien van de bomen te treffen. De aannemer dient een boombeschermingsplan uit te werken op basis van zijn werkplannen. Inrichting van de bouwlocatie en de te volgen werkwijzen dienen vervolgens ruim voor aanvang door een boomtechnisch adviseur te worden getoetst. Deze dienen tenminste onderstaande punten te omvatten:  

 

De algemene beschermende maatregelen van bijlage 5 Plaatsen van vaste bouwhekken langs alle te handhaven bomen op minimaal 1,5 meter buiten de kroonprojectie. Wanneer dit niet haalbaar dient er aan drukverdelende constructies (bijvoorbeeld rubber rijplaten) op de groeiplaatsen te worden gedacht Verbod op opslag van bouwmaterialen, machines, keten en dergelijke onder de boomkronen Verbod op snoei van takken of wortels buiten hetgeen wat is overlegd met de toezichthouder bomen.

20

B13714 І BEA, Theresiakerk, Den Haag І V6

5.5

Rol BEA in verdere planontwikkeling

Bij aanpassingen in het ontwerp of de werkwijze tijdens de uitvoering is het van belang om een boomdeskundige de situatie te laten her beoordelen. Aanvullende boombeschermende maatregelen kunnen noodzakelijk zijn. Deze BEA is van belang voor de kapvergunning. Bomen 7, 14 en 22 zijn niet vergunning plichtig omdat zij een stamdoorsnede hebben van minder dan 9,5 cm (zie paragraaf 2.4). De overige bomen zijn in principe wel vergunningplichtig binnen de Ow. NB: Vanuit beheeroverweging komen onder meer de bomen 11, 12, 13, 18, 21, 23, 24 en 25 in aanmerking voor kap binnen twee jaar. Voor realisatie van het plan is kap van deze acht bomen op korte termijn nog niet nodig. De bomen waar nu concreet een kapvergunning voor wordt aangevraagd - omdat ze fysiek in de weg staan voor de ontwikkeling van het plan - zijn nummers: 2, 3, 8, 13, 15, 16, 21, 23, 24,25, 26, 27 en 28. Boom 7, 14 en 22 worden ook gekapt, maar deze zijn vanwege de stamomtrek niet vergunningplichtig.

21

B13714 І BEA, Theresiakerk, Den Haag І V6

Projectgegevens Opdrachtgever Naam: Contactpersoon: Adres: Postcode en plaats:

Postbus 1927 2280 DX RIJSWIJK

Werkadres Straat: Plaats: Opmerking:

Dierenselaan Den Haag Theresiakerk

Bedrijfsgegevens Naam: Onderzoek en advies: Interne controle door: Adres: Postcode en plaats: Telefoon: E-mail: Internet: Datum: Projectnummer: Paraaf:

Kavel Vastgoed

Copijn Boomspecialisten B.V. , Gageldijk 4f 3566 ME Utrecht 030-2644333 Advies@copijn.nl www.copijn.nl 26-4-2024 B13714

Copijn Boomspecialisten B.V. Specialist in boomtechnisch onderzoek! © 2024 Copijn Boomspecialisten B.V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Copijn Boomspecialisten B.V. Copijn Boomspecialisten B.V. is niet aansprakelijk voor eventuele schade ontstaan bij gebruik van gegevens uit dit rapport.

22

Bijlage 1: Toelichting enkele VTA parameters Conditiebeoordeling De conditie van de bomen wordt onder meer beoordeeld op basis van scheutlengte, knopzetting en kroonvorming (vertakkingspatroon). Daarnaast wordt gekeken naar de bladbezetting, de bladkleur en -grootte. Waar vitaliteit meer zegt over het regeneratief vermogen van bomen is het aspect conditie alleen een momentopname. De Duitse boswetenschapper Prof. Dr. A. Roloff heeft een systematiek ontwikkeld om de conditie en vitaliteit van bomen te beoordelen op de basis van hun kroonbeeld. Zijn boek ‘Baumkronen’ uit 2001 wordt ook in Nederland veel gebruikt als basis voor een dergelijke beoordeling. In 2018 heeft Roloff deze systematiek uitgebreid met de focus op de beoordeling van oudere bomen die andere groeipatronen laten zien dan jonge exemplaren. De conditie is ingedeeld in de categorieën goed, redelijk, matig, slecht en stervende of dood. Hieronder volgt een korte toelichting op de conditie bepalende aspecten. Goed: De groei is door de hele kroon heen goed met scheutlengtes die passen bij de soort en leeftijd. Bij jongere exemplaren doorgaans sterk groeiende eindscheuten en goed groeiende zijscheuten. Oudere exemplaren die hun volle maat hebben bereikt hebben een samenhangende en volle kroon met een goede bladbezetting en een fijn en dicht patroon van twijgen met veel zijscheuten.

Redelijk: Normaal groeiende twijgen, voldoende aantal knoppen op kort- en langloten; soms verminderde ontwikkeling van zijknoppen; Matig: Verminderde twijggroei, transparante of niet meer samenhangende kroon door verminderde ontwikkeling van zijknoppen; afstervende takuiteinden in buitenrand kroon, regeneratiegroei op stam en/of hoofdtakken; Slecht: Sterk transparante kroon door grootschalig afgestorven twijgen en takken, nauwelijks groei, afgestorven takuiteinden. Dood: Geheel afgestorven- of bijna volledig afgestorven boom.

Goed

Redelijk

Matig

Stervende/ dood

Stabiliteit en structuur Naast de conditie is de stabiliteit en structuur van de bomen beoordeeld. Bij deze beoordeling wordt visueel naar symptomen gezocht die veroorzaakt (kunnen) zijn door gebreken. De bomen worden hierbij op vier onderdelen beoordeeld: de stamvoet, stam en kroon. Er wordt gezocht naar gebreken in één of meerdere onderdelen van de bomen, zoals (parasitaire) zwammen, scheuren in het hout, holtes, verdikkingen in (onder)stam e.d. Goed: Geen signalen van mechanische verzwakking of hoogstens signalen van lichte mechanische verzwakking: bijvoorbeeld beginnende overbelasting, lichte mechanische beschadigingen, middelgrote snoeiwonden of ontwikkelende groeibanen; Matig: Signalen van vrij ernstige mechanische verzwakking: bijvoorbeeld overbelaste hoofdtakken, plakoksels met versterkingsgroei, inrottende wonden of recente scheefstand; Slecht: Mechanisch sterk verzwakte boom: bijvoorbeeld diep inrottende wonden, acute dreiging van uitbreken van takken, stambreuk of windworp.

24

Holte in stam

Mechanische schade

Toekomstverwachting Op basis van conditie, gebreken, standplaats en soortspecifieke eigenschappen wordt de (actuele) toekomstverwachtingsklasse bepaald. De toekomstverwachting geldt bij gelijkblijvende omstandigheden en is geen maximale levensduur van de boom. De toekomstverwachting is een indicatie van de periode waarbinnen geen uitval van de boom wordt verwacht. Het is dus goed mogelijk dat een boom (veel) ouder wordt dan de opgegeven toekomstverwachtingsklasse. Tussen vergelijkbare even oude, gezonde kort- en langlevende boomsoorten kan de toekomstverwachting variëren. Een hoge toekomstverwachting betekent dat er op dit moment geen belemmeringen voor een duurzame ontwikkeling van de boom te verwachten zijn. Bij middellang is toekomstverwachting wat beperkter. Door middel van maatregelen zoals groeiplaatsverbetering kan de omloop in veel gevallen nog worden verbeterd. Bij bomen met een lage toekomstverwachting is afsterven binnen een beperkt aantal jaren te verwachten. Problemen met de stabiliteit en/of kwaliteit kunnen aan de orde zijn. Mogelijk is rooien aan de orde maar misschien kan de boom, eventueel in gewijzigde vorm, als flora en fauna boom ter plaatse nog behouden blijven. Groeiplaatsonderzoek De kwaliteit en omvang van de groeiplaats (ondergrondse groeisituatie) van een boom is veelal bepalend voor haar ontwikkelingsmogelijkheden.

Indien er sprake van een afnemende conditie is het belangrijk te weten in hoeverre dit is toe te schrijven aan eventuele ongunstige groeiplaatsomstandigheden. Wanneer er veranderingen binnen het wortelstelsel plaatsvinden is het belangrijk om te weten welke impact dit op de boom kan hebben. Hiervoor is het essentieel om een beeld te hebben van de opbouw van het bodemprofiel en het wortelstelsel. In het kader van dit onderzoek is de groeiplaats en de wortelsituatie daarom op meerdere plekken nader bekeken.

25

Bijlage 2: Bomenlijst

26

Bijlage 3: Foto’s per boom

27

28

29

30

Bijlage 4: Bomenkaart

28

10

Inpassen Op korte termijn niet te behouden uit beheeroverweging Niet te behouden vanwege het plan

31

Bijlage 5: `Werken rond bomen`

32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15070666/1