CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS319779 Bijlage 1

Commissie Samenleving 16 januari 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Themadebat: Primair en voortgezet onderwijs31.367 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

12 alinea's met “openstaande”: 2369 2370 2420 2427 2434 2443 2525 2559 2863 2925 2926 2954

59

Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen

60

4.5.2 Risico’s en onzekerheden namen verder toe in 2023 Veel van de belangrijkste risico’s uit het bestuursplan zijn in de loop van 2023 toegenomen. Onderstaande tabel vat deze risico’s samen. In de laatste kolom staat vermeld hoe de risico’s zich hebben gemanifesteerd afgelopen jaar. Het zijn veelal externe factoren buiten de eigen invloedssfeer die het optreden bepalen. Het bestuur volgt uiteraard deze risico’s en neemt preventief en correctief (beleids-)maatregelen. Dit beleid is in de voorgaande hoofdstukken aan de orde gekomen. Tabel: overzicht belangrijkste risico’s

Risico

Impact

Kans

Beheersing

2023-optreden

Lerarentekort groeit verder

Onderwijskwaliteit, werkdruk en vernieuwing onderwijs onder druk

Hoog

Zie paragraaf 3.2

In 2023 is het lerarentekort opnieuw verder toegenomen.

Passend/inclusief onderwijs niet gerealiseerd

• • •

Hoog

Zie paragraaf 2.3

Groei van het lerarentekort in combinatie met toenemende maatschappelijke problematiek maakt de beleidsagenda voor inclusief onderwijs ambitieus.

Leeropbrengsten dalen

Basisvaardigheden en kansengelijkheid van leerlingen niet genoeg om in de Midden samenleving succesvol te functioneren

Zie paragraaf 2.2

Dit jaar waren de eindopbrengsten (basisvaardigheden) op alle scholen toereikend, maar in de onderbouw neemt de kwetsbaarheid toe.

Strategisch en operationeel

Voor veel kinderen geen thuisnabij onderwijs mogelijk. Sommige kinderen niet op school (thuiszitters) Groei SO/SBO structureel niet betaalbaar

Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen

Risico

61

Impact

Kans

Beheersing

2023-optreden

Privacy-/gegevensbescherming

Niet voldoen aan nieuwe normenkader informatiebeveiliging. Risico op datalekken, cyberhacks, ransomware

Midden

Zie paragraaf 3.4

Geen majeure optredende incidenten. Een nulmeting op de nieuwe normen (geldend vanaf 2027) toont aan dat DHS nog niet voldoet. Project is opgestart.

Naleving aanbestedingsregels

Mogelijke claims van leveranciers, afkeurende accountantsverklaring

Laag

O.a. inkoopbeleid Onrechtmatige inkopen namen toe op en -procedures, peri- decentraal niveau door inzet van incidentele odieke spendanalyse middelen, maar binnen de foutentolerantie. en professionele inkoopbegeleiding.

Juridisering

Toename van aantal rechtszaken, klachten en bezwaren, leidend tot werkdruk en kosten

Laag

Zie paragraaf 1.10

In 2023 stabiliseerde het aantal zaken ten opzichte van eerdere jaren, mede door preventieve acties.

Financiële onzekerheid en instabiliteit

Toename van incidentele subsidies op ad hoc basis geeft onvoorspelbare financiële resultaten en personele schommelingen

Midden

Zie paragraaf 4.1, 4.2

Afgelopen jaar waren opnieuw niet begrote last-minute subsidieregelingen voor ‘versterking basisvaardigheden’ en ‘school en omgeving’ met overschotten tot gevolg.

Nieuwbouw/ renovatie

Projecten zelden kostendekkend, tekorten in de (gemeentelijke) bekostiging, leidend tot onrechtmatigheid

Laag

Zie paragraaf 3.3

Een paar projecten zijn (bijna) afgerond zonder onrechtmatigheid, maar met financiële bijdragen van het bestuur (tekorten).

Wet- en regelgeving

Financiële positie en verslaggeving

Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen

Deel II Jaarrekening

62

Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen

63

Balans

Balans na resultaatbestemming

Een balans per 31 december is altijd een momentopname en kan als gevolg van incidentele

Bedragen x € 1.000

posten op de balansdatum afwijken van een begroting of realisatie van een voorgaand jaar. In de jaarrekening 2023 van dit verslag worden de verschillende onderdelen van de balans

Activa

Realisatie 31-12-2023

Begroting 31-12-2023

Realisatie 31-12-2022

1.2

Materiële vaste activa

16.252

17.600

13.562

1.5

Vorderingen

23.212

7.433

13.433

1.7

Liquide middelen

56.210

58.221

53.903

Totaal activa

95.674

83.255

80.899

toegelicht. De verschillen in de balansposten tussen enerzijds de realisatie en begroting per 31-12-2023 en anderzijds de realisatie 2022 zijn op hoofdlijnen als volgt: •

Materiele vaste activa; Door meer investeringen is de boekwaarde van de activa met € 2,7 mln. toegenomen ten opzichte van 2022.

•

De post vorderingen is in 2023 toegenomen met ca. € 9,8 mln. Dit is met name het gevolg van vorderingen op de gemeente voor voorgeschoten kosten voor nieuwbouwprojecten van de Annie M.G. Schmidtschool en de Galvani.

Passiva

Realisatie per 31-12-2023

Begroting 31-12-2023

Realisatie 31-12-2022

2.1

Eigen Vermogen

56.995

53.730

53.246

2.2

Voorzieningen

12.599

11.893

11.893

2.4

Kortlopende schulden

26.080

17.632

15.759

Totaal passiva

95.674

83.255

80.899

•

Liquide middelen; de mutatie in de post liquide middelen is feitelijk het saldo van alle andere balansmutaties en wordt in het kasstroomoverzicht van de jaarrekening gespecificeerd. Het saldo is per 31-12-2023 toegenomen met € 2,3 mln. tot € 56,2 mln.

•

Eigen vermogen; de toename van deze post ten opzichte van 2022 komt door een positief resultaat van € 3,7 mln. op normale activiteiten.

•

Voorzieningen; deze post bestaat uit meerdere voorzieningen met ieder hun eigen dynamiek en karakter. In de jaarrekening worden de mutaties en ontwikkelingen per voorziening toegelicht. Deze post is per 31-12-2023 met € 0,7 mln. toegenomen.

•

Kortlopende schulden; deze zijn in 2023 met € 10,3 mln. toegenomen ten opzichte van 2022, door een toegenomen schuld aan het ministerie van OCW, i.v.m. DUSI subsidies met een ander betaalritme ten opzichte van de looptijd.

Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen

Staat van baten en lasten

Bedragen x € 1.000

Het financieel resultaat over 2023 bedraagt € 3,7 mln. positief en dat is veel hoger dan voor 2023 begroot. Realisatie 2023

Begroting 2023

Realisatie 2022

(€ 317k) verwerkt.

Baten 3.1

Rijksbijdragen

168.612

158.946

159.705

3.2

Overige overheidsbijdragen en subsidies

10.684

9.955

10.115

3.5

Overige baten

6.876

4.779

7.907

186.171

173.679

177.726

Totaal baten Lasten 4.1

Personeelslasten

152.741

141.610

132.560

4.2

Afschrijvingen

3.130

2.953

2.801

4.3

Huisvestingslasten

13.381

14.850

11.749

4.4

Overige lasten

14.438

14.128

12.846

183.690

173.540

159.956

Saldo baten en lasten

2.481

139

17.770

5

1.267

345

131

3.749

484

17.900

Totaal lasten

Financiële baten en lasten

Totaal resultaat

In de afschrijvingslast van € 3,1 mln. is ook het boekverlies op desinvesteringen

64

Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen

Voorstel resultaatbestemming

Door het college van bestuur zal aan de raad van toezicht worden voorgesteld het gerealiseerde resultaat als volgt te bestemmen: Resultaatbestemming

Resultaat 2023

Resultaat 2022

2.1.1

Algemene reserve publiek

4.428.664

16.910.074

2.1.1

Algemene reserve privaat

-

-

2.1.2

Bestemmingsreserve (publiek)

-839.109

795.278

2.1.3

Bestemmingsreserve (privaat)

279.110

280.369

2.1.6

Herwaarderingsreserve eerste waardering activa

-119.894

-85.330

3.748.771

17.900.390

Totaal Resultaat

Uit de publiekelijk bestemmingsreserves hebben wij de extra bestede NPO gelden in 2023 voor € 0,8 mln. onttrokken. De voorgestelde resultaatbestemming is al in de balans van 31 december 2023 verwerkt.

65

Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen

66

Kasstroomoverzicht

31-12-2023

31-12-2022

1.267.559

131.231

-61

-562

1.267.498

130.669

8.126.959

21.923.071

Investeringen in materiële vaste activa

-5.820.457

-3.312.783

Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten

-5.820.457

-3.312.783

Totaal kasstroom

2.306.502

18.610.288

Stand liquide middelen per eind voorgaand boekjaar

53.903.492

35.293.204

Stand liquide middelen per eind boekjaar

56.209.993

53.903.492

Mutatie liquide middelen

2.306.502

18.610.288

Het kasstroomoverzicht geeft inzicht in de herkomst en besteding van liquide middelen in de periode van 01-01-2023 t/m 31-12-2023. In die periode is de post liquide middelen met € 2.306.502 toegenomen tot

5.1

Ontvangen interest

5.5

Betaalde interest

€ 56.209.993 Totaal kasstroom uit operationele activiteiten 31-12-2023

31-12-2022 Kasstroom uit investeringsactiviteiten

Kasstroom uit operationele activiteiten Saldo Baten en Lasten

2.481.273

17.769.722

Kasstroom uit financieringsactiviteiten

Aanpassing voor: 4.2.

Afschrijvingen

1.2. 2.2.

1.2.

2.813.592

2.667.105

boekverlies desinvesteringen materiele activa

316.612

117.260

Mutaties voorzieningen

706.066

-987.303

3.836.271

1.797.062

Veranderingen in werkkapitaal: 1.5.

Vorderingen

-9.778.859

-624.928

2.4.

Schulden

10.320.776

2.850.546

541.917

2.225.618

Totaal kasstroom uit financieringsactiviteiten

Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen

67

Grondslagen voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling Algemeen

voorwaarden van waarschijnlijkheid van de toekomstige economische voordelen en/of

De Regeling jaarverslaggeving onderwijs is van toepassing. Bij het opstellen van

betrouwbaarheid van de bepaling van de waarde.

de jaarrekening zijn de wettelijke voorschriften betreffende de jaarrekening van het Burgerlijk Wetboek, Titel 9, boek 2 en de Richtlijnen van de Raad voor de

Baten worden in de staat van baten en lasten opgenomen wanneer een vermeerdering

Jaarverslaggeving (RJ) toegepast, met in het bijzonder RJ 660 voor onderwijsinstellingen.

van het economisch potentieel, samenhangend met een vermeerdering van een

Activa en passiva worden tegen nominale waarde opgenomen, tenzij anders vermeld in

actief of een vermindering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de

de verdere grondslagen.

omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld. Lasten worden verwerkt wanneer een vermindering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermindering van

Een actief wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de

een actief of een vermeerdering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de

toekomstige economische voordelen naar de stichting zullen toevloeien en de waarde

omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld.

daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Een verplichting wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard zal

De baten en lasten worden toegerekend aan de periode waarop zij betrekking hebben.

gaan met een uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergen en de

Bij de bepaling van het resultaat wordt onder andere rekening gehouden met het

omvang van het bedrag daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld.

voorzichtigheidsprincipe, het matchingprincipe en het realisatieprincipe. Onder resultaat wordt verstaan het resultaat van het bevoegd gezag inclusief de financiële baten en

Een in de balans opgenomen actief of verplichting blijft op de balans als een transactie

lasten. Het resultaat is in de balans verwerkt conform de in de jaarrekening opgenomen

(met betrekking tot het actief of de verplichting) niet leidt tot een belangrijke

resultaatbestemming.

verandering in de economische realiteit met betrekking tot het actief of de verplichting. Een actief of verplichting wordt niet langer in de balans opgenomen indien een

De jaarrekening wordt gepresenteerd in euro’s, wat tevens de functionele valuta is van

transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle rechten op economische voordelen

de stichting.

en alle of nagenoeg alle risico’s met betrekking tot het actief of de verplichting aan een derde zijn overgedragen. Verder wordt een actief of een verplichting niet meer

De waarderingsgrondslagen zijn gedurende het verslagjaar niet gewijzigd.

in de balans opgenomen vanaf het tijdstip dat niet meer wordt voldaan aan de

De jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling.

Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen

Gebruik van schattingen

De reële waarde van een financieel instrument is het bedrag waarvoor een actief

De opstelling van de jaarrekening vereist dat het management zich oordelen vormt

kan worden verhandeld of een passief kan worden afgewikkeld tussen ter zake goed

en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van

geïnformeerde partijen, die tot een transactie bereid en van elkaar onafhankelijk zijn.

grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen, en van baten

De reële waarde van in de balans opgenomen financiële instrumenten verantwoord

en lasten. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. De

onder kasmiddelen, kortlopende vorderingen en kortlopende schulden benadert de

schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld.

boekwaarde daarvan.

Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft.

Kasstroomoverzicht Het kasstroomoverzicht is opgesteld op basis van de indirecte methode.

Financiële instrumenten De stichting maakt in de normale bedrijfsuitoefening gebruik van financiële instrumenten. Financiële instrumenten omvatten investeringen in aandelen en obligaties, handels- en overige vorderingen, geldmiddelen, leningen en overige financieringsverplichtingen, afgeleide financiële instrumenten (derivaten), handelsschulden en overige te betalen posten. In de jaarrekening zijn de volgende categorieën financiële instrumenten opgenomen: overige vorderingen en overige financiële verplichtingen. De stichting heeft geen in contracten besloten afgeleide financiële instrumenten. Financiële instrumenten worden bij de eerste opname verwerkt tegen reële waarde, waarbij (dis)agio en de direct toerekenbare transactiekosten in de eerste opname worden meegenomen. Indien echter financiële instrumenten bij de vervolgwaardering worden gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de staat van baten en lasten, worden direct toerekenbare transactiekosten bij de eerste waardering direct verwerkt in de staat van baten en lasten.

68

Materiële vaste activa De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen kostprijs, verminderd met cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen en verliezen. De kostprijs van de materiële vaste activa bestaat uit de verkrijgings- of vervaardigingsprijs en overige kosten om de activa op hun plaats en in de staat te krijgen noodzakelijk voor het beoogde gebruik.

Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen

69

De lineaire afschrijvingen vinden plaats op basis van de verwachte gebruiksduur en

In januari 2010 is begonnen met het activeren en afschrijven van meubilair, OLP en ICT.

de eventuele restwaarde. Afschrijving start op het moment dat een actief beschikbaar

Op de beginbalans van 2010 is aan de activazijde per saldo de boekwaarde opgenomen

is voor het beoogde gebruik en wordt beëindigd bij buitengebruikstelling of bij

van alle activa die zijn aangeschaft voor 1 januari 2010 met als tegenwaarde aan de

desinvestering.

passivazijde van de balans voor dezelfde waarde de herwaarderingsreserve eerste waardering activa.

De volgende afschrijvingstermijnen worden gehanteerd: Item

Onderliggende activa

Termijn

Meubilair

Bureaus, Kasten, Tafels, Stoelen, Keukenmeubilair, Overig meubilair

20 jaar

Op de materiële vaste activa die zijn aangeschaft vóór 1 januari 2010 wordt jaarlijks (tot het einde van de afschrijvingstermijn) afgeschreven waarbij tegelijkertijd eenzelfde bedrag uit de herwaarderingsreserve eerste waardering activa via de resultaatverdeling ten gunste van de algemene reserve publiek wordt gebracht. Op deze investeringen

Bureaustoelen (arbostoelen)

10 jaar

Speellokaal inrichting

8 jaar

Gymzaalinrichting (Midden)

10 jaar

Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa

Gymzaalinrichting (Lang)

20 jaar

Voor materiële vaste activa wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen

Leermiddelen (OLP)

wordt afgeschreven volgens de lineaire methode zonder restwaarde.

zijn dat deze activa onderhevig zijn aan bijzondere waardeverminderingen. Als dergelijke

• Methodisch materiaal: leermiddelen, leerboe-ken, spel/sport materiaal, speeltoestellen, ge-reedschap • Audiovisuele middelen: digiborden (alleen het bord), audio/video installatie

8 jaar

ICT hardware

Servers, computers, printers, beeldschermen (tv) en beamers

5 jaar

ICT infrastructuur en bekabeling

Patch/server kasten, kabelgoten en bekabeling

15 jaar

Vervoermiddelen

Auto’s, personenbus

5 jaar

Temperatuurbeheersing

Warmtepomp, airco, zonneschermen, raambekleding binnen

15 jaar

Luchtbehandeling

WTW units, luchtbehandelingskasten

20 jaar

schattingen bij het bepalen van de realiseerbare waarde sinds de verantwoording van

Energieopwekking en -besparing

PV-panelen, zonlichtcollectoren (water), (nood) verlichtingsarmaturen LED

20 jaar

het laatste bijzonder waardeverminderingsverlies. In dat geval wordt de boekwaarde

Verhoging isolatiewaarde gebouwen

Glas, dakpakket

30 jaar

indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat. De realiseerbare waarde is de hoogste van de bedrijfswaarde en de opbrengstwaarde. Wanneer de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde, wordt een bijzonder waardeverminderingsverlies verantwoord voor het verschil tussen de boekwaarde en de realiseerbare waarde. Verder wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er enige indicatie is dat een in eerdere jaren verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies is verminderd. Als een dergelijke indicatie aanwezig is, wordt de realiseerbare waarde van het betreffende actief geschat. Terugneming van een eerder verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies vindt alleen plaats als sprake is van een wijziging van de gehanteerde

van het actief opgehoogd tot de geschatte realiseerbare waarde, maar niet hoger dan de boekwaarde die bepaald zou zijn (na afschrijvingen) als in voorgaande jaren geen bijzonder waardeverminderingsverlies voor het actief zou zijn verantwoord.

Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen

Vervreemding van vaste activa

Voorzieningen

Voor verkoop beschikbare vaste activa worden gewaardeerd tegen boekwaarde of

Een voorziening wordt in de balans opgenomen wanneer er sprake is van een in

lagere opbrengstwaarde.

rechte afdwingbare of feitelijke verplichting die het gevolg is van een gebeurtenis

Vorderingen

in het verleden, waarvan een betrouwbare schatting kan worden gemaakt en het waarschijnlijk is dat voor afwikkeling van die verplichting een uitstroom van middelen

Handels- en overige vorderingen worden initieel gewaardeerd tegen reële waarden. Na

nodig is. Indien (een deel van) de uitgaven, die noodzakelijk zijn om een voorziening

eerste opname worden deze gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van

af te wikkelen, waarschijnlijk geheel of gedeeltelijk door een derde worden vergoed

de effectieve rentemethode, verminderd met bijzondere waardeverminderingsverliezen.

bij afwikkeling van de voorziening, wordt de vergoeding als afzonderlijk actief

Voorzieningen wegens oninbaarheid worden in mindering gebracht op de boekwaarde

gepresenteerd. Alle personele voorzieningen worden gewaardeerd tegen de contante

van de vordering.

waarde van de verwachte uitkeringen. Voor de berekening van de voorzieningen

Liquide middelen

70

wordt een verdisconteringspercentage van 2,3% gehanteerd, gebaseerd op de 10 jaars markterente per 31 december 2023.

De liquide middelen staan, voor zover niet anders vermeld in de toelichting op de balans, ter vrije beschikking van het bevoegd gezag en worden gewaardeerd tegen nominale

Onttrekkingen vinden direct ten laste van de voorziening plaats. Dotaties en vrijval

waarde. Liquide middelen die niet ter directe beschikking staan worden verwerkt onder

lopen via de exploitatie.

de vorderingen.

Eigen Vermogen

Voorziening spaarverlof Binnen het onderwijs heeft het personeel de mogelijkheid om te sparen voor een extra

De algemene reserve betreft een buffer ter waarborging van de continuïteit van het

lange verlofperiode. Op basis van een spaarcontract worden afspraken gemaakt over

bevoegd gezag en wordt opgebouwd uit resultaatbestemming van overschotten die

de spaarperiode en het tijdstip waarop het verlof opgenomen zal gaan worden. In de

ontstaan uit het verschil tussen de baten en lasten. Deze reserve dient ter dekking

voorziening spaarverlof is het bedrag opgenomen dat De Haagse Scholen verschuldigd

van eventuele toekomstige exploitatietekorten. Reserves worden geacht uit publieke

is om in de toekomst tijdens de opname van het gespaarde verlof het salaris door te

middelen te zijn opgebouwd tenzij expliciet anders is vermeld in de toelichting op de

betalen.

balans. Bestemmingsreserves worden gevormd met als doel deze in de toekomst aan te wenden voor een specifiek doel. Bestemmingsreserves zijn gevormd op basis van een

Voorziening toekomstige jubilea uitkeringen

besluit van het bevoegd gezag. Aan de bestemmingsreserves ligt een plan ten grondslag

Deze voorziening is gevormd conform de richtlijnen van de jaarverslaglegging om alle

waarin is opgenomen welke uitgaven ten laste van de reserve komen. De bestemming

toekomstige verplichtingen voor jubilea-uitkeringen van het personeel in vaste dienst

van het resultaat aan de algemene reserve dan wel de bestemmingsreserve vindt

te dekken.

plaats op basis van een besluit van het bevoegd gezag. Het resultaat wordt in principe toegevoegd of onttrokken aan de publieke reserve tenzij aan de middelen een private herkomst ten grondslag ligt.

Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen

Voorziening personele risico’s

Pensioenen

De voorziening personele risico’s heeft betrekking op de personele juridische risico’s

Op grond van de Nederlandse pensioenwet worden de Nederlandse regelingen primair

die De Haagse Scholen loopt met betrekking tot oude claims van het Participatiefonds

volgens een “verplichting aan de pensioenuitvoerder benadering” in deze jaarrekening

betreffende (het niet voldoen aan) de instroomtoets en het eigen risico bedrag van

verwerkt. In deze benadering wordt de verplichting voortvloeiende uit een door de

de nieuwe WW regeling die per 1 augustus 2022 is ingegaan. Naar gelang van de

rechtspersoon gedane pensioentoezegging gebaseerd op de financieringsafspraken

omstandigheden van het ontslag bedraagt dit 10% of 50%.

zoals vastgelegd in de uitvoeringsovereenkomst tussen De Haagse Scholen

71

en pensioenuitvoerder. De Haagse Scholen heeft de verplichtingen inzake de Voorziening duurzame inzetbaarheid

pensioenrechten van haar personeel ondergebracht bij stichting Pensioenfonds ABP.

Medewerkers van 57 jaar en ouder kunnen maximaal 130 + 40 = 170 uren per jaar sparen

De Haagse Scholen betaalt hiervoor premies, waarvan 2/3 door de werkgever worden

(deeltijders naar rato). Op basis van de vanaf 2015 afgesloten “spaarovereenkomsten” is

betaald en 1/3 door de werknemer. De pensioenrechten worden jaarlijks geïndexeerd,

een voorziening gevormd ter dekking van de kosten van de gespaarde uren.

indien en voor zover de dekkingsgraad van het pensioenfonds (het vermogen van het pensioenfonds gedeeld door haar financiële verplichtingen) dit toelaat. Pensioenfondsen

Voorziening geschillen

moeten vanaf 2015 gebruikmaken van de zogenaamde ‘beleidsdekkingsgraad’.

De voorziening geschillen heeft betrekking op de juridische risico’s die De Haagse Scholen

De beleidsdekkingsgraad is het gemiddelde van de laatste twaalf dekkingsgraden.

loopt met betrekking op (toekomstige) claims.

De beleidsdekkingsgraad was eind 2023 113,9%.

Voorziening langdurig zieken

Om de pensioenen (gedeeltelijk) te kunnen indexeren moet de beleidsdekkingsgraad

De voorziening langdurige zieken heeft betrekking op personeel van De Haagse Scholen

minimaal 110% zijn en voor volledige indexatie moet de beleidsdekkingsgraad 123% zijn.

waarvan de verwachting is dat ze na een periode van 2 jaar ziek geweest te zijn, niet meer

Het pensioenfonds heeft per januari 2023 de premie verhoogd naar 27,9%.

terugkomen in hun functie.

Het ABP heeft medio 2017 een geactualiseerd herstelplan ingediend bij De Nederlandse Bank (DNB). De belangrijkste punten uit het herstelplan zijn:

Voorziening transitievergoeding

•

De voorziening transitievergoeding heeft betrekking op mogelijke toekomstige verplichtingen die volgen uit de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB).

Zolang de dekkingsgraad lager is dan 104% worden de pensioenen niet aangepast aan de loonontwikkeling.

•

De premie moet minimaal kostendekkend zijn en bij een lage dekkingsgraad (dekkingstekort) bijdragen aan herstel van het fonds. Om de financiële positie te verbete-

Voorziening planmatig onderhoud

ren geldt er een tijdelijke herstelopslag op de premie voor ouderdoms- en nabestaan-

Deze is gevormd om de jaarlijkse schommelingen in de omvang van het planmatig

denpensioen.

onderhoud te elimineren. Jaarlijks worden de werkelijke onderhoudskosten ten laste van

•

Het beleggingsbeleid is aangepast waardoor het beleggingsrisico lager is.

de voorziening gebracht. Op basis van de meerjaren onderhoudsbegroting wordt een vast

•

In het herstelplan is ruimte opgenomen om tegenvallers op te vangen. Als het herstel

bedrag aan de voorziening planmatig onderhoud gedoteerd. De Haagse Scholen maakt voor deze voorziening gebruik van de overgangsregeling, die is verlengd tot en met het verslaggevingsjaar 2023.

trager verloopt dan verwacht, kunnen bijvoorbeeld de pensioenen worden verlaagd.

Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen

De Haagse Scholen heeft geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen

jaar waarop de toekenning betrekking heeft volledig als baten verwerkt in de staat van

in geval van een tekort bij het pensioenfonds, anders dan het effect van hogere

baten en lasten.

72

toekomstige premies. De Haagse Scholen heeft daarom alleen de verschuldigde premies tot en met het einde van het boekjaar in de jaarrekening verantwoord.

Schulden De waardering van kortlopende schulden is toegelicht onder het hoofd Financiële

Niet-geoormerkte OCW-subsidies (subsidies die volledig vrij besteedbaar zijn) worden in het jaar waarop de toekenning betrekking heeft volledig als baten verwerkt in de staat van baten en lasten. De niet bestede niet-geoormerkte OCW-subsidies worden verantwoord als vooruit ontvangen OCW-subsidies (overlopende passiva).

instrumenten.

Opbrengsten algemeen

Geoormerkte OCW-subsidies met een vrij besteedbaar overschot (G1-doelsubsidies voor een specifiek doel waarbij het overschot geen verrekening-clausule heeft), worden

Als baten worden de bedragen verwerkt die de stichting voor eigen rekening ontvangt.

naar rato van de verrichte werkzaamheden als baten verantwoord. De subsidies

Bedragen die de stichting voor derden ontvangt worden niet als opbrengsten verwerkt.

waarvoor nog niet alle activiteiten of prestaties per balansdatum zijn verricht, worden

Wanneer de stichting in een transactie in plaats van als hoofdpartij als tussenpersoon

ook verantwoord als vooruit ontvangen OCW-subsidies (overlopende passiva), zolang

optreedt, betreffen de in de staat van baten en lasten verwerkte baten het saldo van de

de bestedingstermijn niet is verlopen.

door de stichting voor de transactie ontvangen commissies. Geoormerkte OCW-subsidies (G2-doelsubsidies met verrekening clausule) worden ten Baten uit het verlenen van diensten worden opgenomen in de staat van baten en lasten

gunste van de staat van baten en lasten verantwoord in het jaar waarin de werkelijke

tegen de reële waarde van de ontvangen of te ontvangen vergoeding, na aftrek van

subsidiabele lasten komen (naar rato van de aan het verslaggevingsjaar toe te rekenen

tegemoetkomingen en kortingen.

werkelijke subsidiabele uitgaven). De niet bestede middelen worden verantwoord als schuld aan het ministerie van OCW

Baten uit het verlenen van diensten worden in de staat van baten en lasten verwerkt wanneer het bedrag van de baten op betrouwbare wijze kan worden bepaald, de inning

onder de kortlopende schulden zodra de bestedingstermijn is verlopen.

van de te ontvangen vergoeding waarschijnlijk is, de mate waarin de dienstverlening op

Samenwerkingsverbanden

balansdatum is verricht betrouwbaar kan worden bepaald en de reeds gemaakte kosten

Onder de ontvangen rijksbijdragen SWV worden de ontvangen doorbetalingen van de

en de kosten die (mogelijk) nog moeten worden gemaakt om de dienstverlening te

samenwerkingen opgenomen. De ontvangen bijdragen worden in het jaar waarop de

voltooien op betrouwbare wijze kunnen worden bepaald.’

toekenning betrekking heeft volledig als baten verwerkt in de staat van baten en lasten.

Rijksbijdragen

Overige overheidsbijdragen

Onder de rijksbijdragen worden de vergoedingen voor de personele en materiële

Dit betreft subsidies van Gemeenten en andere overheidsinstanties m.u.v. het

exploitatie opgenomen, die verstrekt zijn door het ministerie van OCW. De ontvangen

ministerie van OCW voor zover de bijdragen niet als doelsubsidies in het kader van de

(normatieve) rijksbijdragen uit hoofde van de basisbekostiging (lumpsum) worden in het

huisvestingsverordening in mindering zijn gebracht op de lasten.

Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen

Overige baten

Huisvestingslasten

Onder de overige baten worden opgenomen alle overige baten die kunnen

Onder de huisvestingslasten worden de kosten van huisvesting opgenomen. De lasten

worden toegerekend aan de exploitatie van het bevoegd gezag. Huuropbrengsten

worden toegerekend aan het verslagjaar waarop ze betrekking hebben.

worden lineair in de staat van baten en lasten opgenomen op basis van de duur van de huurovereenkomst. Vergoedingen ter stimulering van het sluiten van

Overige lasten

huurovereenkomsten, worden als integraal deel van de totale huuropbrengsten

De overige lasten, die voortvloeien uit aangegane afspraken dan wel noodzakelijk zijn

verwerkt.

voor het geven van onderwijs, worden toegerekend aan het verslagjaar waarop ze

Personeelslasten en personeelsbeloningen

73

betrekking hebben.

Onder de personele lasten zijn opgenomen de lonen en salarissen van het personeel

Leasing

in dienst van het bevoegd gezag verminderd met ontvangen uitkeringen van

De stichting kan financiële en operationele leasecontracten afsluiten. Een

uitkeringsinstanties. Tevens zijn onder deze noemer opgenomen de kosten van

leaseovereenkomst waarbij de voor- en nadelen verbonden aan het eigendom van

Personeel niet in loondienst en de overige personele lasten.

het leaseobject geheel of nagenoeg geheel door de lessee worden gedragen, wordt aangemerkt als een financiële lease. Alle andere leaseovereenkomsten classificeren als

De beloningen van het personeel worden als last in de staat van baten en lasten

operationele lease. Bij de leaseclassificatie is de economische realiteit van de transactie

verantwoord in de periode waarin de arbeidsprestatie wordt verricht en, voor zover

bepalend en niet zozeer de juridische vorm. Als de stichting optreedt als lessee in een

nog niet uitbetaald, als verplichting op de balans opgenomen. Als de reeds betaalde

operationele lease, wordt het leaseobject niet geactiveerd. Leasebetalingen inzake de

bedragen de verschuldigde beloningen overtreffen, wordt het meerdere opgenomen als

operationele lease worden lineair over de leaseperiode ten laste van de staat van baten

een overlopend actief voor zover er sprake zal zijn van terugbetaling door het personeel

en lasten gebracht

of van verrekening met toekomstige betalingen door de stichting.

Rentebaten en rentelasten

De verplichting uit hoofde van beloningen tijdens dienstverband wordt gewaardeerd

Rentebaten worden verantwoord in de periode waartoe zij behoren, rekening houdend

tegen nominale waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de

met de effectieve rentevoet van de desbetreffende actiefpost. Rentelasten en

verplichting af te wikkelen

soortgelijke lasten worden verantwoord in de periode waartoe zij behoren.

Afschrijvingen De afschrijvingslasten worden berekend over de aanschaffingsprijs op basis van de onder materiële vaste activa vastgelegde criteria rekening houdend met de economische levensduur.

Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen

74

Toelichting op de onderscheiden posten van de balans

1.2 Materiële vaste activa Materiële vaste activa

De specificatie van de in de tabel genoemde categorieën is als volgt: Cat. 1.2.2

Cat. 1.2.3

Totaal

Aanschafprijs cumulatief 1-1-2023

19.261.546

8.400.483

27.662.029

Afschrijving cumulatief 1-1-2023

-8.910.368

-5.190.065

-14.100.433

Boekwaarde per 1-1-2023

10.351.178

3.210.418

13.561.596

•

1.2.2. Inventaris en apparatuur (meubilair, ICT-hardware, gymzaal- en speellokaalinrichting en vervoermiddelen)

•

1.2.3. Andere vaste bedrijfsmiddelen (onderwijsleerpakketten en de digiborden)

Voor de gehanteerde afschrijvingstermijnen en –percentages wordt verwezen naar de grondslagen voor de waardering van de activa en passiva.

Investeringen 2023

4.449.183

1.371.274

5.820.457

Desinvesteringen 2023

-247.985

-68.628

-316.612

Afschrijvingen 2023

-1.901.050

-912.542

-2.813.592

Mutaties 2023

2.300.149

390.104

2.690.253

Aanschafprijs cumulatief 31-12-2023

21.572.428

8.398.301

29.970.730

Afschrijvingen cumulatief 31-12-2023

-8.921.101

-4.797.780

-13.718.881

op diverse items die per 31 december 2023 niet volledig afgeschreven waren en als

Boekwaarde per 31-12-2023

12.651.327

3.600.522

16.251.849

boekverschil genomen zijn. Voor een groot deel kwam dit door het afstoten van OBS

In totaal is in het boekjaar 2023 voor € 5,8 mln. geïnvesteerd in vaste activa. Deze investeringen hadden voornamelijk betrekking op meubilair en ICT-hardware, voor € 4,4 mln. Investeringen in onderwijsleerpakketten en digiborden bedroegen € 1,4 mln. Per eind van het boekjaar zijn op basis van opgaves van de scholen desinvesteringen gedaan. Het betreft items die per ultimo 2023 niet meer op de scholen aanwezig c.q. in gebruik waren. De boekwaarde van de desinvesteringen ad € 316.612 heeft betrekking

Ypenburg. Van de totale afschrijvingslast heeft € 119.894 betrekking op items die vóór 2010 zijn aangeschaft. Dit bedrag is via de resultaatverdeling onttrokken aan de herwaarderingsreserve eerste waardering activa.

Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen

1.5 Vorderingen

75

Ouderdomsanalyse openstaande debiteuren

De specificatie van de per balansdatum openstaande vorderingen is als volgt: Aantal dagen Vorderingen

Bedrag

%

Korter dan 30 dagen

2.352.789

89%

727.970

Tussen 30 en 60 dagen

79.824

3%

31-12-2023

31-12-2022

2.643.110

1.5.1

Debiteuren

1.5.2

Ministerie van OCW

-

-

Tussen 60 en 90 dagen

7.697

0%

1.5.6

Overige overheden

16.880.308

9.122.379

Langer dan 90 dagen

202.800

8%

1.5.7

Overige vorderingen

624.523

1.701.963

Totaal debiteuren

2.643.110

100%

1.5.8

Overlopende activa

3.085.493

1.903.762

1.5.9

Af: Voorzieningen wegens oninbaarheid

-21.135

-22.635

Afloop 07-02-2024

2.062.184

78%

23.212.298

13.433.439

Totaal vorderingen

Van de openstaande posten per 31 december 2023 was op 7 februari 2024 78,0% voldaan. Dit betreffen vorderingen met een looptijd korter dan een jaar. De stichting loopt kredietrisico over vorderingen. De vorderingen hebben hoofdzakelijk betrekking op

Het grootste deel van de debiteuren die langer dan 90 dagen openstaan zijn

kortlopende vorderingen op de Gemeente Den Haag. Als gevolg hiervan is het rente –

subsidieverstrekkers die een beschikking hebben afgegeven, maar nog niet volledig

en kredietrisico dat de stichting loopt als laag aan te merken.

betaald hebben, omdat volledige betaling slechts geschied na verantwoording aan de subsidieverstrekkers.

De totale vorderingen zijn met € 9,8 mln. toegenomen ten opzichte van 2022. De afzonderlijke onderdelen van de vorderingen worden in het onderstaande nader

Er is binnen de openstaande posten per 31-12-2023 sprake van enkele dubieuze

toegelicht.

debiteurenposten.

1.5.1 Debiteuren

Deze posten worden in 2024 verder uitgezocht en we hebben hiervoor een voorziening

De post debiteuren betreft vorderingen op derden, niet zijnde het ministerie van OCW of

van +/- € 21.000 gevormd.

gemeentelijke instellingen. Het betreft vorderingen met betrekking tot detacheringen, huur en werkzaamheden in het kader van Passend Onderwijs. De ouderdomsanalyse van de openstaande posten is als volgt:

Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen

76

1.5.2 Ministerie van OCW

De post vorderingen overige overheden is in totaliteit met € 7,7 mln. toegenomen

Onder deze post worden de vorderingen met betrekking tot de beschikkingen van

ten opzichte van vorig jaar, met name door de voorgeschoten kosten voor de

het ministerie van OCW opgenomen die vallen onder het boekjaar 2023, maar die per

nieuwbouwprojecten.

jaareinde nog niet volledig zijn ontvangen in verband met het gehanteerde betaalritme. Openstaande vorderingen worden conform het in de beschikkingen opgenomen betaal-

1.5.7 Overige vorderingen

ritme afgewikkeld. Per jaareinde 2023 is er geen vordering op het ministerie van OCW.

De specificatie van de post overige vorderingen is als volgt:

1.5.6 Overige overheden

Overige vorderingen

Onder deze post zijn voornamelijk de vorderingen opgenomen op de gemeente Den Haag, Dienst OCW, in verband met gedeclareerde en nog te declareren huisvestingsprojecten. De vordering op de gemeente valt uiteen in een aantal onderdelen: Vorderingen op overige overheden

31-12-2023

31-12-2022

Reeds ingediende einddeclaraties en voorschotnota's

1.022.110

694.715

Onderhanden werk lopende bouwprojecten

15.816.885

8.154.232

Reeds ingediende schadedeclaraties

27.670

31.468

Nog te declareren inzake 1e inrichting

-

-

13.642

241.965

16.880.308

9.122.379

Nog te declareren WOZ en overige Totaal vordering overige overheden

31-12-2023

31-12-2022

Waarborgsommen

225.119

329.719

Nog door te berekenen aan derden

303.474

133.255

Overige vorderingen

95.931

1.238.990

Totaal overige vorderingen

624.523

1.701.963

De post waarborgsommen heeft voornamelijk betrekking op geleasede tablets waarvoor bij inlevering de borgsom wordt terugontvangen. Onder de post nog door te berekenen aan derden vallen kosten die in verband met het medegebruik van panden aan derde partijen in rekening kunnen worden gebracht. Deze bedragen voor het medegebruik van de diverse panden worden in het eerste kwartaal van 2024 gefactureerd.

De post ingediende einddeclaraties bevat een eindfactuur voor nieuwbouw die in 2024

1.5.8 Overlopende activa

is betaald.

Overlopende posten

De post Onderhanden werk betreft nieuwbouw- of renovatieprojecten bij de Annie

1.5.8.1

M.G. Schmidtschool (opgeleverd eind 2023) en de Galvanischool (opgeleverd feb 2024) waarvan wij de kosten hebben voorgeschoten en deze dienen nog ingediend te worden bij de gemeente. Deze kosten worden in het eerste kwartaal van 2024 ingediend.

1.5.8.3

31-12-2023

31-12-2022

Vooruitbetaalde kosten

2.830.898

1.789.411

Nog te ontvangen rente

254.595

114.351

-

-

3.085.493

1.903.762

Overige overlopende activa Overlopende activa

Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen

77

De overlopende activa hebben betrekking op vooruitbetaalde kosten voor de boekjaren

1.7 Liquide middelen

2024 en verder. Deze zijn toegenomen ten opzichte van vorig jaar, voornamelijk op

De specificatie van de per balansdatum aanwezige liquide middelen is als volgt:

het vlak van licentie- en opleidingskosten en het meer toepassen van maandelijkse permanence. De nog te ontvangen rente is begin 2024 ontvangen en heeft betrekking

Liquide middelen

op 2023.

31-12-2023

31-12-2022

1.7.1

Kasmiddelen

18.240

15.681

1.5.9 Voorziening wegens oninbaarheid

1.7.2

Tegoeden op bankrekeningen

238.242

240.798

Deze voorziening heeft betrekking op een aantal openstaande debiteurenposten

1.7.3

Schatkistbankieren

55.917.105

53.614.112

per 31-12-2023 die mogelijk oninbaar zijn. Het verloop van de voorziening wegens

1.7.4

Kruisposten

36.405

32.901

56.209.993

53.903.492

oninbaarheid is als volgt: Voorziening wegens oninbaarheid

Totaal liquide middelen 31-12-2023

31-12-2022

Stand per begin boekjaar

22.635

23.520

Onttrekking

-1.500

-884

Dotatie

-

-

liquiditeitsbegrotingen. Het management ziet erop toe dat voor de stichting steeds

Vrijval

-

-

voldoende liquiditeiten beschikbaar zijn om aan de verplichtingen te kunnen voldoen.

21.135

22.635

Stand per einde boekjaar

Conform het Treasury-statuut houdt De Haagse Scholen uitsluitend gelden aan in de vorm van lopende banktegoeden of spaartegoeden met een zo hoog mogelijke opnamevrijheid. De stichting bewaakt de liquiditeitspositie door middel van opvolgende

De tegoeden op bankrekeningen betreffen de ING-bankrekeningen die door scholen worden aangehouden. Bij de schatkist wordt ook een deel van het saldo in deposito’s gezet om een beter rendement op de spaarrekening te ontvangen.

Er is binnen de openstaande posten per 31-12-2023 sprake van enkele dubieuze debiteurenposten. Deze posten worden in 2024 verder uitgezocht en we hebben

Overzicht deposito’s per 31 december 2023

hiervoor een voorziening van +/- € 21.000 gevormd. Productnummer

RC-nummer

Ingangsdatum

Einddatum

Rente

Hoofdsom

D020544

RC17631

20-06-2023

20-06-2024

3,32%

€ 5.000.000,00

D020365

RC17631

28-02-2023

29-02-2024

3,16%

€ 20.000.000,00

Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen

78

2.1 Eigen vermogen

€ 46,3 mln. (ultimo 2022 € 41,9 mln.), met name veroorzaakt door een positief resultaat

De algemene reserve betreft een buffer ter waarborging van de continuïteit van het

op de normale activiteiten.

bevoegd gezag en wordt opgebouwd uit resultaatbestemming van overschotten die ontstaan uit het verschil tussen de baten en lasten. De samenstelling en het verloop van

2.1.2 Bestemmingsreserves (publiek)

het eigen vermogen zijn als volgt (na resultaatbestemming): Eigen vermogen

31-12-2022

Resultaat

Overige mutaties

31-12-2023

2.1.1

Algemene reserve publiek

41.853.216

4.428.664

57.859

46.281.880

2.1.2

Bestemmingsreserve NPO (publiek)

10.276.789

-839.109

-

9.437.679

2.1.3

Bestemmingsreserve (privaat)

812.028

279.110

-57.859

1.091.138

2.1.6

Herwaarderingsreserve eerste waardering activa

304.223

-119.894

-

184.330

53.246.256

3.748.771

-

56.995.027

Totaal Eigen vermogen

Bestemmingsreserve Publiek

31-12-2022

Resultaat

31-12-2023

2.1.2

10.276.789

-839.109

9.437.679

10.276.789

-839.109

9.437.679

Bestemmingsreserve NPO (publiek)

Totaal bestemmingsreserve publiek

In de bestemmingsreserve NPO worden alle niet-bestede NPO middelen opgenomen na resultaatbepaling. De scholen zijn vrij deze middelen weer te onttrekken aan deze reserves voor de uitvoering van NPO activiteiten in hun exploitatie, Uit de publiekelijk bestemmingsreserves hebben wij de extra bestede NPO gelden in 2023 voor € 0,8 mln. onttrokken.

2.1.3 Bestemmingsreserve privaat Het verloop van de Bestemmingsreserve privaat is als volgt:

Het in het boekjaar behaalde positieve resultaat is volledig ten gunste gebracht aan het eigen vermogen. De onderscheiden posten van het eigen vermogen worden onderstaand toegelicht.

2.1.1 Algemene reserve (publiek) Binnen De Haagse Scholen kennen de scholen financieel zelfbeheer voor de aan hen toegekende budgetten. Voor het opvangen van schommelingen in het school-

Bestemmingsreserve (privaat)

31-12-2022

Resultaat

Overige mutaties

31-12-2023

2.1.3.

Legaat

5.523

-

-

5.523

2.1.3.

Overige

806.504

279.110

-57.859

1.085.614

812.028

279.110

-57.859

1.091.138

Totaal bestemmingsreserve privaat

gebonden exploitatieresultaat is het noodzakelijk dat scholen de beschikking hebben over een adequate school-gebonden algemene reserve. Daarnaast zijn binnen De

De bestemmingsreserve privaat bestaat voor een deel uit een, in een ver verleden,

Haagse Scholen een aantal budgetten bovenschools georganiseerd, waarvan de totale

ontvangen legaat. In 2016 is de eeuwigdurende rente op dit legaat door de gemeente

exploitatie van de schoolgebouwen de omvangrijkste is. Voor de schommelingen in de

Den Haag afgekocht en dat bedrag is aan het legaat toegevoegd. Een ander deel

bovenschoolse budgetten is een adequate algemene reserve wenselijk. De omvang

van de bestemmingsreserve privaat bestaat uit vacatiegelden i.v.m. invulling van

van de algemene reserves publiek van De Haagse Scholen bedraagt ultimo 2023

bestuursfuncties door leden van het CvB voor derden en TSO gelden.

Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen

2.1.6 Herwaarderingsreserve eerste waardering activa Als gevolg van de invoering van de methodiek van activering en de daarbij behorende 1e waardering van de aanwezige activa heeft De Haagse Scholen per 1 januari 2010 herwaarderingsreserves moeten vormen die in omvang gelijk waren aan de boekwaarde van de vaste activa per die datum. Dit betrof een administratieve handeling die wel invloed heeft op de samenstelling van het vermogen maar geen resultaateffect kent. Deze herwaarderingsreserves zijn dus geoormerkt en niet vrij inzetbaar. Jaarlijks worden de afschrijvingen op deze activa via de resultaatverdeling in mindering gebracht op de herwaarderingsreserve eerste waardering activa en daarmee ten gunste van de algemene reserve. Deze methodiek zal worden gecontinueerd totdat de herwaarderingsreserves nul zijn (respectievelijk de activa van voor 2010 geheel is afgeschreven). Naar verwachting zal dit uiterlijk in het jaar 2028 het geval zijn. In 2023 had van de totale afschrijvingslast € 119.894 betrekking op items die vóór 2010 zijn aangeschaft. Dit bedrag is via de resultaatverdeling onttrokken aan de herwaarderingsreserve eerste waardering activa.

79

Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen

80

De specificatie van de bestemmingsreserve eerste waardering activa is als volgt: Herwaarderingsreserve 1e waardering activa

31-12-2022

Resultaat

31-12-2023

286.260

-115.171

171.089

2.1.6.

Bestemmingsreserve 1e waardering Meubilair

2.1.6.

Bestemmingsreserve 1e waardering ICT bekabeling

1.596

-1.450

146

2.1.6.

Bestemmingsreserve 1e waardering inrichting gymzalen

2.336

-811

1.525

2.1.6.

Bestemmingsreserve 1e waardering inrichting speellokalen

14.031

-2.462

11.570

304.223

-119.894

184.330

Totaal herwaarderingsreserve

2.2 Voorzieningen Voorzieningen worden gevormd om toekomstige kosten en risico’s te dekken en/of om bepaalde kosten gelijkmatig over de jaren te spreiden. De samenstelling en het verloop van de voorzieningen zijn als volgt: Voorzieningen

31-12-2022

Dotaties

Onttrekkingen

Vrijval

Rente mutatie (bij contante waarde)

31-12-2023

Kortlopend deel<1 jaar

2.2.1

Personeelsvoorzieningen

2.562.992

1.371.281

247.999

368.959

-497.285

2.820.029

781.835

2.2.3

Egalisatievoorz. planmatig onderhoud

9.329.961

2.786.146

2.337.117

-

-

9.778.990

1.152.338

11.892.953

4.157.427

2.585.116

368.959

-497.285

12.599.019

1.934.174

Totaal Voorzieningen

De onderscheiden posten van de voorzieningen worden hierna toegelicht.

Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen

81

2.2.1 Personeelsvoorzieningen De personeelsvoorzieningen bestaan uit een aantal elementen. De samenstelling en het verloop van de personeelsvoorzieningen zijn als volgt: Personeelsvoorzieningen

31-12-2022

Dotaties

Onttrekkingen

Vrijval

Rente mutatie (bij contante waarde)

31-12-2023

Kortlopend deel<1 jaar

87.802

57.235

-

46.080

-2.276

96.680

5.000

1.069.588

957.632

108.758

-

-471.451

1.447.011

81.480

2.2.1

Voorziening spaarverlof

2.2.1

Voorziening jubilea

2.2.1

Voorziening personele risico's

247.842

236.623

111.472

102.607

-6.219

264.167

216.935

2.2.1

Voorziening duurzame inzetbaarheid

244.681

94.791

27.769

91.042

-

220.661

55.165

2.2.1

Voorziening geschillen

80.000

25.000

-

50.000

-

55.000

55.000

2.2.1

Voorziening langdurig zieken

833.079

-

-

79.230

-17.339

736.510

368.255

2.562.992

1.371.281

247.999

368.959

-497.285

2.820.029

781.835

Totaal Personeelsvoorzieningen

Voorziening spaarverlof Binnen het onderwijs heeft het personeel de mogelijkheid om te sparen voor een extra

Voorziening personele risico’s

lange verlofperiode. Op basis van een spaarcontract worden afspraken gemaakt over

De voorziening personele risico’s heeft betrekking op de personele juridische risico’s

de spaarperiode en het tijdstip waarop het verlof opgenomen zal gaan worden. In de

die De Haagse Scholen loopt met betrekking tot oude claims van het Participatiefonds

voorziening spaarverlof is het bedrag opgenomen dat De Haagse Scholen verschuldigd

betreffende (het niet voldoen aan) de instroomtoets en het eigen risico bedrag van

is om in de toekomst tijdens de opname van het gespaarde verlof het salaris door te

de nieuwe WW regeling die per 1 augustus 2022 is ingegaan. Naar gelang van de

betalen.

omstandigheden van het ontslag bedraagt dit 10% of 50%. Het Participatiefonds stuurt hiervoor maandelijks een factuur.

Voorziening toekomstige jubilea uitkeringen Deze voorziening is in 2008 gevormd conform de richtlijnen van de jaarverslaglegging

Voorziening duurzame inzetbaarheid

om alle toekomstige verplichtingen voor jubilea-uitkeringen van het personeel in

Medewerkers van 57 jaar en ouder kunnen maximaal 130 + 40 = 170 uren per jaar

vaste dienst te dekken. Per ultimo 2023 is de (toekomstige) verplichting voor De

sparen (deeltijders naar rato). Op basis van de afgesloten “spaarovereenkomsten” is een

Haagse Scholen berekend op basis van het op dat moment aangestelde personeel,

voorziening gevormd ter dekking van de kosten van de gespaarde uren.

rekening houdend met inschaling en ingeschatte vertrekkans. De in 2023 verstrekte jubileumuitkeringen zijn direct op de voorziening in mindering gebracht.

Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen

82

Voorziening geschillen De voorziening geschillen heeft betrekking op de juridische risico’s die De Haagse Scholen loopt met betrekking op mogelijke (toekomstige) claims. Voorziening langdurige zieken De voorziening langdurige zieken heeft betrekking op personeel waarvan de verwachting is dat ze na een periode van 2 jaar ziek geweest te zijn, niet meer terugkomen in hun functie. Hiervoor wordt een overzicht aangeleverd door de afdeling Verzuim door aan te geven wat per zieke de kans op herstel is. De voorziening wordt opgenomen tegen de nominale waarde van de verwachte loonkosten van de langdurige zieken tot het verwachte moment van uit dienst gaan.

2.2.3 Overige voorzieningen De overige voorzieningen bestaan alleen uit de voorziening planmatig onderhoud. Deze is met ingang van 2010 gevormd om de jaarlijkse schommelingen in de omvang van het groot planmatig onderhoud te elimineren. Jaarlijks worden de werkelijke onderhoudskosten ten laste van de voorziening gebracht. Op basis van de meerjaren onderhoudsbegroting wordt een vast bedrag aan de voorziening planmatig onderhoud gedoteerd. De Haagse Scholen maakt voor deze voorziening gebruik van de overgangsregeling, die is verlengd tot en met het verslaggevingsjaar 2023. Het verloop van deze voorziening in het boekjaar is als volgt: Overige voorzieningen 2.2.3

Voorziening planmatig onderhoud

Totaal

31-12-2022

Dotaties

Onttrekkingen

Vrijval

Rente mutatie (bij contante waarde)

31-12-2023

Kortlopend deel<1 jaar

9.329.961

2.786.146

2.337.117

-

-

9.778.990

1.152.338

9.329.961

2.786.146

2.337.117

-

-

9.778.990

1.152.338

Het saldo van de voorziening is ten opzichte van vorig boekjaar iets toegenomen, aangezien we iets minder onttrekkingen hadden dan gepland.

Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen

83

2.4 Kortlopende schulden

voor de Dusi subsidie verbeteringsvaardigheden en de subsidie G5 zij-instroom. In 2023

De specificatie van de per balansdatum openstaande kortlopende schulden is als volgt:

is er een toename geweest van ongeveer € 6,1 mln. ten opzichte van 2022.

Kortlopende schulden

2.4.4.3 Schulden SWV

31-12-2023

31-12-2022

De schulden SWV hebben betrekking op in 2023 betaalde subsidies die overlopen naar

2.4.3

Crediteuren

5.135.093

2.562.712

2.4.4.1

Ministerie van OCW

11.324.087

5.210.405

2.4.4.3

Overlopende post inkomsten SWV

53.665

168.541

2.4.7 Belastingen en sociale lasten

2.4.7

Belastingen en premies sociale verzekeringen

295.322

161.602

Dit betreft verschuldigde betalingen betreffende loonheffing, premies en omzetbelasting

2.4.8

Schulden ter zake van pensioenen

3.371

4.863

2.4.9

Overige kortlopende schulden

4.784.792

3.767.219

2.4.10

Overlopende passiva

4.483.764

3.883.977

26.080.094

15.759.319

volgend jaar. Het bedrag is ten opzichte van 2022 afgenomen.

aan de Belastingdienst. De specificatie van deze post is als volgt: Belastingen en premies sociale verzekeringen

31-12-2023

31-12-2022

2.4.7.1

Loonheffing

129.841

76.068

2.4.7.2

Omzetbelasting

160.455

79.955

Het betreft uitsluitend schulden met een looptijd korter dan een jaar.

2.4.7.3

Premies sociale verzekeringen

5.026

5.580

De afzonderlijke onderdelen van de kortlopende schulden worden in het onderstaande

Totaal belastingen en premies sociale verzekeringen

295.322

161.603

Totaal kortlopende schulden

nader toegelicht. De post kortlopende schulden is op totaalniveau met € 10,3 mln. toegenomen ten opzichte van ultimo 2022.

2.4.3. Crediteuren De post crediteuren bevat de nog openstaande facturen per balansdatum die al wel zijn

De verschuldigde bedragen voor loonheffing en premies sociale verzekeringen zijn hoger ten opzichte van ultimo 2022. De openstaande posten Loonheffing bevat een bedrag van € 112K voor nog te betalen eindheffing voor WKR, vanwege het overschrijden van de vrije ruimte in 2023.

geautoriseerd, maar nog niet betaald. De meeste facturen zijn in januari 2024 betaald. De stijging van de post Crediteuren heeft voornamelijk te maken met de in december

De omzetbelasting is hoger in verband met BTW afdracht van diensten geleverd door de

2023 ontvangen facturen voor Nieuwbouwprojecten, zoals ten behoeve van de

Loodsboot aan Samenwerkingsverbanden in het laatste kwartaal van 2023 (€ 59K afdracht)

Galvanischool en de Annie M.G. Schmidtschool (ca. € 2,4 mln.)

en verlegde BTW (buitenlandse leveranciers en inkoop laptops boven de €10K (€ 93K).

2.4.4.1 Schulden ministerie van OCW

De premies sociale verzekering betreffen enkel de extra salarisrun van 2023. De nog

De nog af te rekenen subsidies hebben betrekking op in 2023 of daarvoor toegekende

verschuldigde bedragen zijn in januari 2024 afgewikkeld en betaald, behalve de loonheffing

en betaalde subsidies van het Rijk, die overlopen naar volgend jaar. Dit geldt met name

WKR die in februari 2024 wordt aangegeven en betaald.

Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen

84

2.4.8 Schulden ter zake van pensioenen

De post overige nog te betalen bedragen heeft betrekking op facturen die per jaareinde

Dit betreft per balansdatum verschuldigde pensioenpremies aan het pensioenfonds ABP.

nog niet zijn ontvangen maar nog worden verwacht in verband met reeds aan derden verstrekte opdrachten. Hieronder vallen bijvoorbeeld verwachte afrekeningen met

Schulden terzake pensioenen 2.4.8

Schulden ter zake van pensioenen

Totaal schulden terzake pensioenen

31-12-2023

31-12-2022

3.371

4.863

3.371

4.863

De post schulden ter zake pensioenen is per balansdatum iets afgenomen in vergelijking tot voorgaand jaar. De openstaande post betreft slechts de extra salarisrun van 2023.

betrekking tot energie en andere facilitaire zaken (totaal € 2,8 mln.). Tevens zijn hier de naar 2024 overlopende overige subsidies voor een bedrag van € 0,9 mln. opgenomen. In totaliteit zijn de overige kortlopende schulden toegenomen met € 1,0 mln. in vergelijking tot 2022.

De nog verschuldigde bedragen zijn in januari 2024 afgewikkeld en betaald.

2.4.10 Overlopende passiva

2.4.9 Overige kortlopende schulden

Overlopende passiva

Deze post bevat alle overige kortlopende schulden. Alle overige kortlopende schulden hebben een looptijd korter dan een jaar. De specificatie van deze post is als volgt: Overige kortlopende schulden

31-12-2023

31-12-2022

2.4.9.1

Nog af te rekenen / te besteden subsidies Gemeente

295.686

382.432

2.4.9.5

Nog niet geautoriseerde facturen

578.841

400.127

2.4.9.5

Overige nog te betalen bedragen

3.910.265

2.984.660

4.784.792

3.767.219

Totaal overige kortlopende schulden

De nog af te rekenen gemeentelijke subsidies per 31-12-2023 hebben betrekking op de afrekening van de door de gemeente in de 2022 en 2023 toegekende subsidies. De post nog niet geautoriseerde facturen betreft facturen die wel reeds zijn ontvangen maar per balansdatum nog niet door de budgetverantwoordelijke zijn geaccordeerd. Deze facturen zijn voorzichtigheidshalve wel reeds als kosten in de jaarrekening verantwoord.

2.4.10.5

Vakantiegeld en -dagen

Totaal overlopende passiva

31-12-2023

31-12-2022

4.483.764

3.883.977

4.483.764

3.883.977

Deze post bevat uitsluitend de verplichting met betrekking tot opgebouwde rechten betreffende vakantiegeld, inclusief de daarover verschuldigde sociale lasten.

Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen

85

Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen

Vordering op ministerie van OCW

Vandaar dat ons schoolbestuur samen met circa 230 schoolbesturen, juridisch begeleid

Per 1 januari 2023 is de bekostiging van het primair onderwijs na wetswijziging

door advocatenkantoor Stibbe en gecoördineerd vanuit de PO-Raad, gezamenlijk

veréénvoudigd. Daarmee is de bekostigingssystematiek gewijzigd.

bezwaar hebben gemaakt tegen de beschikkingen voor de laatste vijf maanden van 2022. Dit bezwaar is op 30 november 2022 door de minister ongegrond verklaard. De

Bij de overgang van de oude naar de nieuwe bekostigingssystematiek zijn

financiële belangen en de relevante juridische vragen n.a.v. de beslissing op bezwaar

schoolbesturen door de regelgeving en besluitvorming van de Minister met een

van de Minister zijn het volgens ons waard om de kwestie aan een onafhankelijke partij,

naar hun oordeel probleem geconfronteerd. Waar de schoolbesturen in een (school)

zijnde de bestuursrechter, voor te leggen. Daarom hebben wij besloten om gezamenlijk

jaar normaal gesproken 100% aan bekostiging ontvangen, is dat in de overgang

met ruim 220 schoolbesturen een beroep bij de rechtbank Midden-Nederland in te

naar de nieuwe bekostigingssystematiek circa 93% voor het schooljaar 2022/23.

stellen tegen de beslissing op bezwaar van de Minister.

Schoolbesturen in de PO-sector werden daardoor in de periode augustus tot en met december 2022 door de Minister met circa 7% gekort op hun bekostiging. Dit komt voor

Binnenkort volgt hierover de uitspraak en volgens onze inschatting zijn we kansrijk om

ons schoolbestuur neer op € 5.849.798,36. Voorzichtigheidshalve is dit bedrag niet als

het bedrag mogelijk terug te krijgen.

vordering op de balans per 31 december 2022 opgenomen. De Minister stelt zich op het standpunt dat dit probleem voor het schoolbestuur slechts “een boekhoud-technische correctie [is] aangezien de totale bekostiging van het Rijk naar scholen niet wijzigt door de veréénvoudiging”. Het bestuur van De Haagse Scholen deelt deze opvatting niet en is van mening dat wel degelijk sprake is van een reductie van toegekende baten aan de schoolbesturen in 2022.

Start | Voorwoord | Deel I / Bestuursverslag | Deel II / Jaarrekening | Deel III / Overige gegevens | Bijlagen

Verplichtingen

Bankgaranties

De Haagse Scholen heeft met een aantal leveranciers contracten afgesloten waarmee

Ultimo 2023 heeft De Haagse Scholen voor in totaal € 47.346 aan bankgaranties

verplichtingen zijn ontstaan die niet direct uit de balans blijken. In onderstaand overzicht

uitstaan. Dit betreft huurgaranties voor de kantoorruimte van het bestuurskantoor.

staan de contracten vermeld die voldoen aan de beide volgende voorwaarden: • •

Het betreft meerjarige overeenkomsten (exclusief optionele en/of stilzwijgende

Gebeurtenissen na balansdatum

verlengingen)

Er zijn geen gebeurtenissen na balansdatum die van invloed zijn op het beeld dat de

Het betreft meerjarige overeenkomsten met een originele totale contractwaarde

jaarrekening geeft.

van meer dan € 215.000 (exclusief BTW) voor Diensten en Leveringen en meer dan € 5.382.000 (exclusief BTW) voor Werken Contractuele verplichtingen (excl. BTW)

Totaal

< 1 jaar (=2024)

2-5 jaar

13.858.080

2.771.616

11.086.464

Omega Containertransport DH BV

655.500

138.000

517.500

Fris Investment care

629.333

236.000

393.333

Canon

550.000

110.000

440.000

Trigion Beveiliging B.V.

385.465

77.093

308.372

AFAS Software

382.800

76.560

306.240

ArboUnie BV

325.000

325.000

-

Van Dorp Installaties Z'meer

255.285

51.057

204.228

Rovict BV

200.000

200.000

Hillsafety BV

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14482089/1