RIS318710 Commissiebrief procesvoorstel toekomst raamsekswerk
Tekst van het document
Typ tekstTyp tekstTyp tekst
Mariëlle Vavier Wethouder van Armoede, Inclusie, Zorg en Internationale Zaken
060
Retouradres: Postbus 12600, 2500 DJ Den Haag
Ons kenmerk
Aan de voorzitter van de commissie Samenleving en aan de voorzitter van de commissie Bestuur
OCW/10740540 RIS318710 Contactpersoon
OCW/BSD Dienst
Onderwijs, Cultuur en Welzijn Afdeling
Stad en Bestuur OCW Telefoonnummer
14070 Datum
E-mailadres
26 april 2024
manon.pont@denhaag.nl
Onderwerp
Toekomst raamsekswerk
Geachte voorzitter, In het coalitieakkoord is aangegeven dat gewerkt gaat worden aan alternatieven voor het raamsekswerk op de plekken waar dat (op termijn) gaat verdwijnen. Hierbij wordt u geïnformeerd over de wijze waarop het college hieraan vormgeeft. In deze brief wordt eerst kort ingegaan op de geschiedenis die de toekomst van de raamstraten kent. Daarna volgt een schets van de huidige Haagse seksbranche. Vervolgens wordt ingegaan op het projectplan dat gaat worden opgesteld om alternatieven voor het raamsekswerk te onderzoeken. Het doel is om te onderzoeken of het sekswerk in de raamstraten gedeeltelijk kan worden omgevormd, waarbij gezonde en veilige werkplekken voor sekswerkers voorop staan. Tot slot wordt stilgestaan bij het vervolgproces. 1. Toekomst raamsekswerk: een terugkerend onderwerp van discussie De toekomst van het raamsekswerk is geregeld onderwerp van gesprek in de stad. In de Kadernota Prostitutiebeleid 2009-2012 (RIS165516) werd aangegeven dat het raamsekswerk in de Doubletstraat en de Geleenstraat vooralsnog werd gehandhaafd. Het college sloot echter niet uit zich op termijn opnieuw te beraden op de vraag welke plek of plekken in de stad het meest geschikt zijn voor raamprostitutie.
In de daaropvolgende Kadernota Prostitutie 2015-2018 (RIS283710) was opgenomen dat de gemeente voorstander blijft van het verplaatsen van de raamprostitutie in de Doubletstraat naar een locatie buiten het (Oude) Centrum. Het initiatief zou daartoe vanuit marktpartijen moeten komen. In de Prostitutienota 2020-2022 (RIS303625) was de verplaatsing van het raamsekswerk naar de Sporendriehoek opgenomen. Deze mogelijkheid is uitgebreid onderzocht. Uiteindelijk bleek er onvoldoende garantie op een langjarig gebruik van deze locatie. Eventuele investeringen in vastgoed zouden om niet vervallen bij beëindiging van de overeenkomst door de grondeigenaar. Mede hierom is het onderzoek van de verplaatsing naar de Sporendriehoek eind 2021 beëindigd (RIS310039, RIS311143).
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10740540
In de twee daaropvolgende coalitieakkoorden (2020-2022 en 2023-2026) kwam het onderwerp opnieuw terug. Het huidige coalitieakkoord meldt het volgende over de toekomst van het raamsekswerk: “We zetten het Haagse beleid voor en met sekswerkers door, met bijzondere aandacht voor de leefbaarheid in de betrokken wijken en de kwetsbaarheid van de positie van sekswerkers op het gebied van veiligheid, gezondheid en uitbuiting. In overleg met sekswerkers, buurt, ondernemers en maatschappelijke organisaties werken wij aan alternatieven voor het raamsekswerk op de plekken waar dat (op termijn) gaat verdwijnen.” 2. De Haagse seksbranche Voordat wordt ingegaan op hoe het college verder wil met de raamstraten in de stad, is het goed om voor ogen te hebben hoe de huidige Haagse seksbranche eruitziet. Vergunde seksbranche Om de seksbranche in Den Haag vorm te geven wordt vanuit openbare orde en veiligheid een vergunningenstelsel gevoerd voor seksinrichtingen. Het is in Den Haag voor sekswerkers momenteel niet toegestaan om te werken buiten de vergunde seksinrichtingen. Op dit moment kent Den Haag in totaal 61 vergunde seksinrichtingen. Meer dan 60% van de vergunde seksinrichtingen bestaat uit raamseksbedrijven.
De afgelopen 3 jaar is het aantal vergunde seksbedrijven redelijk constant gebleven. In 2020 waren er 68 vergunde seksinrichtingen, in 2021 waren dit er 64 en in 2022 63. Een aantal seksinrichtingen heeft de deuren moeten sluiten, omdat het niet lukte om financieel rond te komen. In een enkel geval heeft de coronacrisis daarbij ook een rol gespeeld. Daarnaast is een aantal seksinrichtingen de afgelopen jaren overgenomen door een andere exploitant. In de periode net na de lockdowns was de bezetting in de raamstraten een stuk lager dan nu. Hoewel nog steeds niet alle ramen op dit moment bezet zijn, ziet het Haags Economisch Interventie Team Prostitutie (HEIT) wel weer een toename in de bezetting. Belangrijk hierbij is dat de bezettingsgraad van de ramen wisselvallig blijft. Vooral in de periode tijdens en na feestdagen is deze lager. De bezetting in de clubs en de erotische massagesalons is heel licht gestegen. Niet-vergunde seksbranche Naast de vergunde seksbranche bestaat de niet-vergunde seksbranche. Een onderdeel hiervan is sekswerk dat vergunningsplichtig is, maar zonder die vergunning wordt uitgeoefend. Denk hierbij aan een niet-vergunde erotische massagesalon of niet-vergunde escort. Een ander onderdeel is sekswerk waarvoor vergunningsverlening niet mogelijk is, bijvoorbeeld sekswerk vanuit huis.
2/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10740540
Daarbij is van belang dat op grond van de huidige wet- en regelgeving de burgemeester op dit moment niet de bevoegdheid heeft om aan individuele sekswerkers een vergunning te verlenen. Bovendien is in de omgevingsplannen van Den Haag nu expliciet neergelegd dat sekswerk vanuit huis niet valt onder aan-huis-gebonden-beroepen of bedrijven. Daarom is sekswerk vanuit huis in Den Haag momenteel niet toegestaan. In de periode van 2020 tot nu toe lijkt de niet-vergunde seksbranche zeer sterk toe te nemen. Hier kan niet één verklaring voor worden gegeven. Wel zien we voor de sector als geheel al langere tijd een trend die zijn oorsprong heeft in de opkomst van sociale media en internet. Dit beperkt zich niet tot Den Haag of Nederland, ook in andere landen is dit het geval. Door deze opkomst zien we dat sekswerkers en klanten meer online met elkaar in contact komen. Dat de niet-vergunde seksbranche lijkt toe te nemen zien we ook doordat er meldingen worden gedaan vanuit de seksbranche en door inwoners dat sekswerkers niet-vergund zouden werken. Daarnaast zien we veel seksadvertenties online staan van sekswerkers die in de niet-vergunde branche werken. Op een deel van de niet-vergunde seksbranche is weinig zicht, omdat de diensten op veel verschillende platforms worden aangeboden. Daarnaast zijn er vaak dubbele seksadvertenties en gebruiken sekswerkers elkaars advertentie.
De huidige strikte privacyregelgeving verbiedt de verwerking van de bijzondere persoonsgegevens van sekswerkers waardoor het zicht op de gehele seksbranche ernstig bemoeilijkt wordt. Daarom kan geen compleet inzicht worden gegeven in de cijfers voor wat betreft niet-vergund sekswerk. 3. Toekomst raamstraten Op dit moment zijn nog geen besluiten genomen over de sluiting van een of beide raamseksstraten. Zoals in het coalitieakkoord is aangegeven, gaan we werken aan alternatieven voor het raamsekswerk. In het kader van de motie ‘Breng de (on)mogelijkheden van het Haagse raamsekswerk in beeld’ (RIS311143) is begin 2022 met sekswerkers, exploitanten en omwonenden gesproken over de toekomst van het raamsekswerk. Hieruit is geen eenduidig beeld ontstaan naar (on)mogelijkheden die recht doen aan de ontwikkelingen in het raamsekswerk (vraag en aanbod) en de daarvoor benodigde werkplekken en -locaties. Daarom gaan we opnieuw met de relevante stakeholders, waaronder de sekswerkers, exploitanten, omwonenden, zorginstanties zoals SHOP/Spot46 en het HEIT in gesprek. Centraal staat daarbij de vraag welke vormen van sekswerk worden gezien als alternatieven voor het raamsekswerk in Den Haag. Het doel is om bekijken of de alternatieven die uit het onderzoek komen, geschikt zijn om gedurende drie tot vier jaar als één of meerdere pilots vorm te geven.
Een pilot is een experiment voor een bepaalde duur met andere vormen van sekswerk dan nu in Den Haag (vergund) worden aangeboden. Zo kan worden bekeken of de betreffende vorm daadwerkelijk een goed alternatief voor het raamsekswerk biedt. Het doel daarbij is om te onderzoeken of het sekswerk in de raamstraten gedeeltelijk kan worden omgevormd, waarbij gezonde en veilige werkplekken voor sekswerkers voorop staan. 3.1 Plan van aanpak Als startpunt voor het onderzoek naar pilots is het volgende kader opgesteld waarbinnen deze kunnen worden uitgewerkt. Een mogelijke pilot zal steeds worden getoetst op wenselijkheid, haalbaarheid en veiligheid. Daarbij spelen onder meer draagvlak bij de verschillende stakeholders, een aanvaardbare beheersing van veiligheidsrisico's en wettelijke (on)mogelijkheden een grote rol. Als deze toets goed is doorstaan, kan de pilot worden gerealiseerd.
3/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10740540
Daarnaast is het belangrijk dat pilots passen binnen plannen en opgaven voor stedelijke ontwikkeling. Daarbij is van belang dat de pilots in eerste instantie worden vormgegeven binnen de bestaande locaties voor sekswerk. Hierbij denken we bijvoorbeeld aan sekswerk met andere methoden van contactlegging (dus geen ramen). We gaan deze pilots verder vormgeven samen met betrokkenen en binnen bovenstaand kader. De komende periode gebruiken we om een gedegen projectplan te ontwikkelen. Zo zal worden omschreven welke exacte stappen moeten worden genomen en binnen welk tijdsbestek. Daarnaast moet worden gekeken naar de benodigde capaciteit en de kosten van een dergelijk project. Ook worden verschillende stakeholders hierbij betrokken, denk hierbij aan sekswerkers, exploitanten, omwonenden en andere betrokkenen. Tevens zal worden omschreven aan welke randvoorwaarden een pilot moet voldoen om te spreken van een daadwerkelijk alternatief en hoe de pilot(s) worden gemonitord en geëvalueerd. Naast dat steeds zal moeten worden bekeken of een bepaalde pilot mogelijk is op grond van de huidige omgevingsplannen en de Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag (APV), zal rekening moeten worden gehouden met de strenge privacywetgeving. Deze wetgeving beperkt de ruimte van de gemeente bij de vormgeving van de pilots.
In 2017 heeft de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) geoordeeld dat “het zijn van sekswerker” een bijzonder persoonsgegeven is. Deze gegevens kunnen alleen worden verwerkt als hiervoor een expliciete grondslag is in een formele wet. Op dit moment ontbreekt deze grondslag. Bovengenoemd verwerkingsverbod betekent onder meer dat het verboden is om de bijzondere persoonsgegevens van sekswerkers te registeren en om deze gegevens te verwerken in het kader van toezicht en handhaving op zowel de vergunde als de niet-vergunde seksbranche. Evenmin mogen de bijzondere persoonsgegevens van sekswerkers worden verwerkt voor vergunningverlening. Dit bemoeilijkt het toezicht en de handhaving op de gehele seksbranche zeer ernstig. Wetsvoorstel gemeentelijk toezicht op de seksbedrijven Vanwege bovengenoemde belemmeringen voert de G4 een continue lobby bij het ministerie van Justitie en Veiligheid (J&V) om te komen tot een verwerkingsgrondslag, zodat gemeenten hun taken weer adequaat kunnen uitoefenen. Deze lobby heeft in 2021 geresulteerd in het Wetsvoorstel gemeentelijk toezicht op de seksbedrijven (Wgts) Op 4 januari 2024 is dit voorstel aan de Raad van State is gestuurd voor advies. De wet voorziet echter niet in een brede wettelijke grondslag om de bijzondere persoonsgegevens van sekswerkers te verwerken. Zo blijft toezicht en handhaving in de niet-vergunde branche niet of nauwelijks mogelijk.
Evenmin biedt deze wet een grondslag om gegevens te delen bij zachte signalen van mensenhandel. Ook kan geen bestuurlijke maatregel worden opgelegd aan een individuele sekswerker die zich niet houdt aan de APV. Wetsvoorstel regulering sekswerk Op dit moment ligt het Wetsvoorstel regulering sekswerk (Wrs) in de Tweede Kamer. Dit wetsvoorstel regelt een uniforme vergunningplicht voor seksbedrijven en sekswerkers. Dit biedt meer (vormen van) legale werkplekken, in het bijzonder qua thuiswerk, en een betere informatiepositie bij de aanpak van misstanden. De Wrs voorziet tevens in een zekere verwerkingsgrondslag om de bijzondere persoonsgegevens van sekswerkers te verwerken. De huidige demissionaire staatssecretaris van J&V heeft evenwel een nota van wijziging op de Wrs gemaakt die nog naar de Tweede Kamer moet worden gestuurd. Het is dan ook onzeker of en wanneer de Wrs inwerking treedt.
4/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10740540
4. Vervolgproces Gedurende de uitwerking en de uitvoering van het projectplan, zullen geen onomkeerbare beslissingen worden genomen over het (raam)sekswerk in Den Haag. Mocht er nieuwe landelijke wetgeving in werking treden, actualiseren we het bestaande beleid. We blijven ook kijken naar de ontwikkeling van het raamsekswerk in andere gemeenten. Op 13 juni a.s. vindt een commissiedebat plaats over het sekswerkdossier, waaronder de toekomst van het raamsekswerk. De uitkomsten van het debat worden ook meegenomen in het projectplan. Het streven is om uw raad in Q4 verder te informeren over het projectplan en de stappen die tot dan zijn genomen in de ontwikkeling van de pilot(s). Daarnaast zijn wij bezig met een nieuwe nota Haags sekswerkbeleid. De toekomst van het raamsekswerk is een onderdeel van deze nieuwe nota. Naar verwachting wordt eind Q4 deze nota naar de raad gestuurd. Met vriendelijke groet, de wethouder van Armoede, Inclusie en Zorg Mariëlle Vavier
5/5