RIS318640 Bijlage 1a Definitieve Programmarekening 2023 RIS 26 april 2024
Tekst van het document
Ook heeft ROC Mondriaan in de loop van 2023 een aanvraag ingediend bij het Regionaal Investeringsfonds mbo (RIF). Deze aanvraag is gericht op zorginnovatie, onderwijsversterking, het vergroten van zij-instroom en behoud van zorgpersoneel. Daarbij zijn afspraken gemaakt over cofinanciering met de Gemeente Den Haag. 3. Tegengaan stagediscriminatie In 2023 is er financiering toegekend aan Hogeschool Inholland ten behoeve van het tegengaan van stagediscriminatie in het middelbaar- en hoger beroepsonderwijs. In mei 2023 is het Haags Manifest Gelijke Stagekansen ondertekend door Hogeschool Inholland, de Haagse Hogeschool, ROC Mondriaan, Gemeente Den Haag, VNO-NCW Regio Den Haag, MKB Den Haag, SBB en ELBHO. Hiermee hebben zij zich gecommitteerd aan een meerjarige inzet om stagediscriminatie in het middelbaar- en hoger beroepsonderwijs tegen te gaan (zie RIS316161). 4. Investeren in een divers aanbod van hoger en (toegepast) onderzoek Met de hbo- en wo instellingen is samengewerkt om in Den Haag nieuwe onderwijsprogramma’s te ontwikkelen, om de onderlinge samenwerking tussen de verschillende Haagse hogescholen en universiteiten te versterken en om onderzoek en onderwijs te verbinden aan actuele maatschappelijke vraagstukken in de stad. Via de subsidieregeling hoger onderwijs Den Haag zijn hiervoor verschillende aanvragen van hbo en wo instellingen toegekend. 5.
Investeren in een aantrekkelijke studentenstad Binnen het Platform Student&Stad heeft de gemeente in 2023 samen met studenten en onderwijsinstellingen aan verschillende thema's ter verbetering van het studentenklimaat gewerkt, waaronder studentenwelzijn, studentensport, het Haagse introductieprogramma Hi The Hague en informatievoorziening aan studenten. Mbo studenten hebben in 2023 voor het eerst deel kunnen nemen aan Hi The Hague. Ook is er onderzoek gedaan naar de deelname van mbo studenten aan studentensport. De resultaten van dit onderzoek worden in het tweede kwartaal van 2024 verwacht. Een passende plek voor ieder kind Alle voorscholen en scholen (po, vo en mbo) in Den Haag hadden een schoolmaatschappelijk werker die meerdere uren per week op school aanwezig was en de schakel vormde met het Centrum voor Jeugd en Gezin naar ondersteuning of jeugdhulp. Het komt voor dat nieuwkomerskinderen met een zorgvraag soms nog niet aangemeld kunnen worden bij een school omdat nog niet helder is wat de precieze onderwijs- en ondersteuningsbehoefte is van de betreffende leerling. Aanmelden zou dan wel kunnen, maar de betreffende school heeft onvoldoende gegevens om op een goede manier uitvoering te geven aan de zorgplicht.
Om de schoolgang van deze kinderen te bespoedigen en ook zo succesvol mogelijk te laten zijn, hielp schoolmaatschappelijk werk bij het beantwoorden van de vragen omtrent de ondersteuningsbehoefte op de formulieren, tijdens een multidisciplinair overleg en zo nodig nog erna. Zodat deze leerlingen zo optimaal mogelijk integreren in het Nederlandse onderwijs(systeem) en op de meest passende onderwijsplek landden. Verder boden de samenwerkingsverbanden passend onderwijs (po en vo) in het afgelopen jaar speciale trajecten voor leerlingen die wachten op een beschikbare passende plek. Hiermee kon schooluitval en langdurig thuiszitten voorkomen worden. Voor leerlingen die in het mbo dreigden uit te vallen, konden scholen subsidie aanvragen voor maatwerk- en coachingstrajecten. Hiermee kregen jongeren de kans een startkwalificatie te behalen.
88
Wat heeft het gekost? Financiële verantwoording op hoofdlijnen
Algemene toelichting op lasten en baten o.b.v. de donuts Het grootste deel van het programma (55%) voor onderwijs is besteed aan Onderwijsbeleid (€ 84,2 mln.). Ongeveer een derde (29%) gaat naar Onderwijshuisvesting (€ 44,7 mln.). De rest (€ 23,6 mln.) is besteed aan Leerlingenvervoer, het handhaven van de leerplicht, het voorkomen van voortijdig schooluitval en toezicht op de kinderopvang. De financiering komt voor het grootste deel (€ 91,0 mln.) uit het gemeentefonds. Naast middelen uit het gemeentefonds bestaan de baten ook uit specifieke uitkeringen van het rijk (€ 53,8 mln.) en kleinere baten waaronder huuropbrengsten en opgelegde boetes toezicht kinderopvang. Bedragen x € 1.000 Rekening Begroting Begroting Rekening Resultaat 2022 2023 voor 2023 na 2023 2023 wijziging wijziging Lasten Baten Saldo exclusief reserves
148.039 61.152 86.886 N
151.252 58.941 92.311 N
172.312 73.139 99.173 N
148.353 59.239 89.114 N
Toevoegingen aan reserves
6.851
0
4.260
4.260
Onttrekkingen aan reserves Saldo inclusief reserves
5.939 87.798 N
3.200 89.111 N
9.900 93.533 N
2.348 91.027 N
23.959 V 13.900 N 10.059 V 0N 7.552 N 2.506 V
Resultaten Het programma Onderwijs sluit met een voordelig resultaat van € 2,5 mln. De grootste resultaten zijn: • •
• • •
Een technisch voordeel van € 2,4 mln. als gevolg van een lager dan verwachte omslagrente voor kapitaallasten. Dit leidt tot een voordeel op programma Onderwijs van € 2,4 mln. en een gelijk nadeel op programma Financiën. Bij resultaatbestemming wordt dit met elkaar verrekend. Een nadeel van € 2,2 mln. door in de eerste plaats de inflatiecorrectie van de tijdelijke overeenkomsten bij het leerlingenvervoer voor het schooljaar 2022-2023. Maar ook de nieuwe afrekeningssystematiek met ingang van het schooljaar 2023-2024 bij het doelgroepenvervoer waarin per gereden kilometer in plaats van een tarief per rit wordt gerekend. Beide aspecten samen hebben tot een nadeel van € 2,2 mln. geleid. Een voordeel van € 1,0 mln. omdat het apparaat (voor thuiszittersaanpak) bij Leerlingzaken gedeeltelijk bekostigd is uit middelen Haagse Preventie Aanpak (HPA). Daarnaast stonden na actualisatie van de apparaatslasten de budgetten van het apparaat bij Leerlingzaken abusievelijk te hoog. Een voordeel van € 0,6 mln. doordat in 2022 de kosten van een aantal projecten bij Onderwijshuisvesting niet verrekend zijn met de egalisatiereserve. In 2023 is dit gecorrigeerd en leidt dit tot een eenmalig voordeel. In totaal (2022+2023) is het effect neutraal. Een voordeel van € 0,3 mln. door vrijval subsidies van voorgaande jaren.
89
Per saldo neutrale ontwikkelingen • Bij onderwijshuisvesting was de realisatie ten laste van drie reserves in totaal € 7,5 mln. lager dan begroot. De begroting is een inschatting van declaraties die over meerdere jaren mogen worden ingediend. De feitelijke realisatie van declaraties kan hiervan afwijken. Dit is een neutraal effect omdat minder declaraties tot minder kosten leidt, hetgeen tot een lagere onttrekking leidt. • Op de Gemeentelijke Peuter Toeslag (GPT) is € 6,0 mln. minder gerealiseerd, dit als gevolg van het achterblijven van verwachte aantallen kinderen die gebruikmaken van GPT. Dit is een neutraal verschil omdat de baten eveneens lager zijn. • Ten laste van de specifieke uitkering (SPUK) onderwijshuisvesting Ontheemden is er in 2023 € 1,5 mln. minder gerealiseerd, omdat maximaal is aangevraagd en begroot voor de laatste periode. In de uitvoering door de schoolbesturen, waren door de einddatum 31 juli 2023, niet alle interventies haalbaar. Verschillen 2023 t.o.v. 2022 • Ten opzichte van voorgaand jaar zijn de totale lasten en baten van het programma Onderwijs respectievelijk € 2,3 mln. lager en € 5,5 mln. lager. Op hoofdlijnen kenmerken zich de volgende verschillen: • Bij Onderwijshuisvesting zijn de lasten € 4,1 mln. en de baten € 1,2 mln. lager.
Dit komt doordat de uitvoering en de declaraties van kosten gespreid over meerdere jaren kan plaatsvinden en niet elk jaar een gelijk bedrag betreft. In het geval van een specifieke uitkering staat hier tegenover ook lagere baten. • Bij Leerlingenvervoer zijn de lasten € 2,4 mln. hoger dan in 2022, vanwege de indexatie van het tijdelijk contract leerlingenvervoer en de harmonisatie van het doelgroepenvervoer vanaf het schooljaar 20232024. • Bij Onderwijsbeleid (Stedelijk onderwijsbeleid en projecten) zijn de lasten met € 0,1 mln. en de baten € 0,8 mln. hoger. Dit komt allereest doordat er meer vanuit de NPO-gelden is ingezet om scholen te helpen achterstanden als gevolg van corona in te lopen. Hier staan ook hogere baten tegen over. Daarnaast zijn ook de uitgaven in het kader van Oekraïne gestegen door een hogere toestroom. Een voordeel door vrijval subsidies van voorgaande jaren zorgt voor € 2,0 mln. lagere lasten. Omdat dit deels een specifieke uitkering betreft, zijn ook de baten € 1,7 mln. lager. • Bij Kinderopvang zijn de lasten € 1,8 mln. en de baten € 3,8 mln. lager dan in 2022. Dit komt door de verkoopresultaten (verkoop van kinderdagverblijven) in 2022 door de Centrale Vastgoedorganisatie. In 2023 is hier geen sprake van geweest.
Waar bestaan de kosten uit? Financiële verantwoording per activiteit (lasten en baten per activiteit en verschillenverklaring) Onderwijshuisvesting Rekening 2023
Lasten 44.676
Baten 6.243
Begroting 2023
57.360
15.722
Resultaat
12.684
V
9.479
Bedragen x €1.000 Saldo 38.433 N N
41.638
N
3.205
V
Toelichting op lasten en baten Aan onderwijshuisvesting is in 2023 € 44,6 mln. besteed. Hiervan heeft betrekking op: • Vastgoedbeheer, € 21,6 mln.; • Diverse – vaak wettelijk verplichte – taken zoals de onroerendezaakbelasting, huren, klokuurvergoedingen en overige (apparaat)kosten, € 12,4 mln.; • Exploitatiekosten van het programma Onderwijshuisvesting, € 6,7 mln.; • Kosten voor (de rijksregeling) tijdelijke onderwijshuisvesting ontheemden, € 2,1 mln.; • Kosten voor (de rijksregeling) ventilatie van scholen SUVIS, 1,8 mln. De baten betreffen voor € 3,9 mln. ontvangen rijksmiddelen voor de uitvoering van de regeling tijdelijke onderwijshuisvesting ontheemden (€ 2,1 mln.) en voor de regeling ventilatie voor scholen SUVIS (€ 1,8 mln.). Het resterende saldo aan baten betreft de onttrekking aan de reserve voor de exploitatieprojecten van het programma Onderwijshuisvesting.
90
Financieel resultaat Onderwijshuisvesting
€ 3,2 mln. V/I
Lasten:
€ 12,7 mln. V/I
Verlaging omslagrente: € 2,4 mln. V/I Gemeenten zijn verplicht om de rente van investeringen toe te rekenen aan de begrotingsactiviteit die bij de investering hoort. Dit gebeurt met de omslagrente. In de begroting is een omslagrente van 1% begroot. De daadwerkelijke omslagrente komt uit op 0,45% zoals toegelicht in de paragraaf financiering. Dit betekent dat het omslagpercentage meer afwijkt dan de maximale toegestane afwijking van 0,5%. Hierdoor is Den Haag verplicht om de omslagrente na te calculeren. Dit leidt tot een voordeel van € 2,4 mln. op activiteit Onderwijshuisvesting. Hier tegenover staat een nadeel op programma Financiën. Per saldo is het effect neutraal. Voorboekingen exploitatieprojecten 2022: € 0,6 mln. V/I Een eenmalig voordeel van € 0,6 mln. dat ontstaan is doordat in 2022 op een aantal projecten een reservering is gemaakt voor kosten uit 2022, waarvan bekend was dat deze kosten over 2022 in dit jaar binnen zouden komen. Normaliter hadden deze reserveringen afgewikkeld moeten worden via de egalisatiereserve, maar abusievelijke heeft deze afwikkeling in 2022 niet plaatsgevonden. In 2023 is dit gecorrigeerd en leidt dit tot een eenmalig voordeel. Overig:
€ 0,2 mln. V/I
Resultaat neutraal Exploitatie programma Onderwijshuisvesting: € 0,0 mln. N/I (lasten € 5,3 mln. V/I, baten € 5,3 mln. N/I) Het exploitatiedeel van het jaarlijkse programma Onderwijshuisvesting wordt afgewikkeld middels de egalisatiereserve. Door krapte op de arbeidsmarkt en langere levertijden van materialen is er minder gerealiseerd dan begroot. Dit leidt toe een voordeel in de lasten van € 5,3 mln. en een nadeel in de baten van eveneens € 5,3 mln. Energetische verduurzaming: € 0,0 mln. N/I (lasten € 2,3 mln. V/I, baten € 2,3 mln. N/I) Voor declaraties op toegekende aanvragen duurzame huisvesting was € 2,3 mln. begroot. Doordat er geen facturen/afrekeningen in 2023 zijn binnengekomen op deze reservering, is er sprake van een voordeel in de lasten van € 2,3 mln. en een nadeel in de baten van € 2,3 mln. Specifieke uitkering onderwijshuisvesting ontheemden: € 0,0 mln. N/I (lasten € 1,5 mln. V/I baten € 1,5 mln. N/I) Voor declaraties door Haagse scholen van kosten die zij hebben gemaakt om tijdelijke onderwijshuisvesting voor leerplichtige ontheemde jongeren te organiseren was € 3,6 mln. begroot. De daadwerkelijke declaraties door scholen zijn met een bedrag van € 2,1 mln. lager uitgevallen. De regie en uitvoering ligt bij de schoolbesturen. Dit leidt tot een voordeel in de lasten van € 1,5 mln. en een nadeel in de baten van € 1,5 mln. Overig: € 0,0 mln. N/I (lasten € 0,4 mln.
V/I baten € 0,4 mln. N/I)
Leerlingenvervoer Lasten 10.935
Rekening 2023 Begroting 2023
8.490
Resultaat
2.445
Baten 0 N
Bedragen x €1.000 Saldo 10.935 N
0
8.490
N
0
2.445
N
Toelichting op lasten en baten Aan het leerlingenvervoer is in 2023 € 10,9 miljoen besteed. Waarvan € 9,8 miljoen aan vervoersvoorzieningen, € 0,5 miljoen aan vervoerscoördinatie en € 0,6 miljoen aan apparaat- en overige lasten.
91
Financieel resultaat Leerlingenvervoer
€ 2,4 mln. N/I
Lasten:
€ 2,4 mln. N/I
Vervoersvoorzieningen: € 2,2 mln. N/I/S De tijdelijke overeenkomsten die voor het leerlingenvervoer waren afgesloten voor het schooljaar 20222023 zijn met ingang van 2023 voor inflatie gecorrigeerd (13,7%). Dit kon niet binnen het bestaande budget worden opgevangen. De structurele budgetoverheveling (vanuit programma 8 – onderdeel Wmo - naar programma 6 Onderwijs) ter dekking van het prijseffect van de harmonisatie van het doelgroepenvervoer, heeft ertoe bijgedragen dat het negatieve resultaat in het jaar 2023 uiteindelijk niet hoger is uitgevallen dan € 2,2 mln. Overig:
€ 0,2 mln. N/I
Leerlingzaken Rekening 2023
Lasten 7.644
Baten 3.128
Begroting 2023
8.614
3.432
Resultaat
970
V
Bedragen x €1.000 Saldo 4.516 N
304
5.182
N
666
V
N
Toelichting op lasten en baten Dit jaar is aan de activiteit Leerlingzaken € 7,6 mln. besteed en voor € 3,1 mln. aan baten ontvangen. De bestedingen bestaan voor € 5,4 mln. uit apparaatslasten en voor € 1,8 mln. uit uitgaven voor de uitvoering van de Regionale Meld- en Coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten (RMC/VSV). Verder is voor € 0,4 mln. besteed aan zaken als aanschaf en onderhoud van hardware/software en onderzoek en advies. De baat betreft de rijksbijdrage voor de uitvoering van RMC/VSV. Financieel resultaat Leerlingzaken
€ 0,7 mln. V/I
Lasten:
€ 1,0 mln. V/I
Apparaat afdeling Leerlingzaken: € 1,0 mln. V/I Een deel van de apparaatslasten (€ 0,45 mln.) voor het inzetten van personeel voor de thuiszittersaanpak is niet uit onderwijsmiddelen bekostigd, maar uit de middelen van de Haagse Preventie Aanpak (HPA). Daarnaast is de actualisatie van de apparaatslasten (met betrekking tot onder andere de overhead lasten) niet goed gegaan en stonden de budgetten van het apparaat bij Leerlingzaken daardoor te hoog. Dit heeft geleid tot een voordeel van € 0,55 mln. ten opzichte van de begroting. Baten:
€ 0,3 mln. N/I
Overig:
€ 0,3 mln. N/I
Onderwijsbeleid Rekening 2023
Lasten 84.230
Baten 46.876
Begroting 2023
96.269
58.805
Resultaat
12.039 V
11.929
Bedragen x €1.000 Saldo 37.354 N N
37.464
N
110
V
Toelichting op lasten en baten Aan Onderwijsbeleid is dit jaar € 84,2 mln. besteed. Het overgrote deel hiervan is besteed aan subsidies/opdrachten in het kader van: Onderwijsachterstandbeleid en taal (€ 61,7 mln.), Stedelijk onderwijsbeleid en projecten (€ 19,1 mln.) en apparaatslasten (€ 5,5 mln.). Een voordeel door vrijval subsidies van voorgaande jaren zorgt voor € 2,0 mln. lagere lasten. De baten van in totaal € 46,9 mln. bestaan uit de aan de besteding gekoppelde ontvangen rijksmiddelen in de vorm van specifieke uitkeringen (SPUKS) voor de uitvoering van Onderwijsachterstandsbeleid en taal (€ 38,0 mln.), Educatie (€ 5,7 mln.), Nationaal Programma Onderwijs (€ 2,6 mln.) en Ontheemde Peuters (€ 0,6 mln.).
92
Financieel resultaat Onderwijsbeleid
€ 0,1 mln. V/I
Lasten:
€ 12,0 mln. V/I
Gemeentelijke middelen OAB en Stedelijk: € 1,5 mln. V/I Op de reguliere activiteiten zijn niet alle opdrachten tot uitvoering gekomen en zijn eveneens niet alle subsidieplafonds niet volledig besteed. Zo zijn o.a. de opdrachten passende kinderopvang, regionale VE, brugfunctionarissen niet tot uitvoering gekomen en zijn de subsidies aansluiten onderwijs-arbeidsmarkt en Aansluiten nieuwkomers in het vo-onderwijs als gevolg van minder aanvragen dan voorzien, niet volledig besteed. Deze onderbesteding is niet opnieuw ingezet maar er is geanticipeerd op de situatie om met deze middelen de negatieve programmareserve op te lossen. Specifieke uitkering Onderwijsachterstandenbeleid en taal (OAB): € 2,5 mln. V/I Op de uitvoering van de specifieke uitkering Onderwijsachterstandenbeleid en taal (OAB), ter bestrijding van onderwijsachterstanden van kinderen, waaronder taalachterstanden, vroegtijdig te signaleren en te bestrijden is sprake van een onderbesteding. Subsidies gericht op voorzieningen op het gebied van voorschoolse educatie (start voorschoolse educatie, overbrugging voorschoolse educatie), internationale schakelklassen (ISK) en peuterconsulent zijn in 2023 niet volledig besteed. Vrijval subsidies voorgaande jaren: € 2,0 mln. V/I Er is in totaal voor € 2,0 mln. vrijgevallen doordat subsidies uit voorgaande jaren niet volledig zijn benut.
Specifieke uitkering Nationaal Programma Onderwijs: € 0,4 mln. V/I Op de uitvoering van de specifieke uitkering Nationaal Programma Onderwijs (NPO), waarbij scholen geholpen worden om achterstanden als gevolg van corona in te lopen zijn minder kosten gerealiseerd dan begroot, omdat scholen minder op NPO-middelen hebben aangevraagd dan verwacht. Baten:
€ 11,9 mln. N/I
Specifieke uitkering Onderwijsachterstandenbeleid en taal: € 3,7 mln. N/I Het saldo op de specifieke uitkering Onderwijsachterstandenbeleid en taal (OAB) hoort resultaat neutraal te zijn. Echter door overheveling van middelen uit deze specifieke uitkering OAB naar andere programma’s, is er om administratieve redenen in 2023 een saldo ontstaan van € 1,2 mln. (€ 2,5 mln. voordeel lasten en € 3,7 mln. nadeel baten) op de uitvoering van deze specifieke uitkering OAB op het programma Onderwijs. De onderbesteding op het programma Onderwijs (€ 2,5 mln.) en op andere programma’s (€ 1,2 mln.) leiden samen tot € 3,7 mln. minder declarabele kosten op deze specifieke uitkering. Specifieke uitkering Nationaal Programma Onderwijs: € 0,9 mln. N/I De ontvangsten vanuit het Rijk voor het Nationaal Programma Onderwijs zijn reeds in 2022 verwerkt, hierdoor zijn de baten met betrekking tot 2023 lager dan begroot. In totaal (2022+2023) is het effect neutraal. Resultaat neutraal Gemeentelijke Peuter Toeslag: € 0,0 mln. N/I (lasten € 6,0 mln. V/I baten € 6,0 mln. N/I) Op de gemeentelijke peutertoeslag is € 6,0 mln. minder gerealiseerd dan begroot, als gevolg van het achterblijven van verwachte aantallen kinderen dit gebruikmaken van de peutertoeslag. Dit is een neutraal verschil omdat de baten hierdoor eveneens lager zijn.
Vanaf 1 januari 2024 is de voorschoolse educatie voor doelgroepkinderen gratis geworden. Hiermee streeft de gemeente naar een ombuiging en een stijging in het bereik. Overig: € 0,0 mln. N/I (lasten € 0,4 mln. N/I baten € 0,4 mln. V/I)
93
Kinderopvang Rekening 2023
Lasten 5.129
Begroting 2023
5.839 710
Resultaat
Baten 5.340
Bedragen x €1.000 Saldo 211 V
5.080 V
260
V
759
N
970
V
Toelichting op lasten en baten Dit jaar is er aan toezicht op de Kinderopvang (TOKIN) € 1,2 mln. besteed, daarnaast is er € 1,0 mln. besteed aan apparaatslasten van onder meer de medewerkers handhaving, de handhavingsjuristen en de medewerkers register. De baten bestaan voor € 0,3 mln. uit opgelegde boetes en voor € 0,1 mln. aan opgelegde leges. De resterende lasten (€ 2,9 mln.) en baten (€ 4,9 mln.) van deze activiteit hangen samen met het vastgoedbeheer van kinderopvanglocaties door de Centrale Vastgoedorganisatie (CVO). Financieel resultaat Kinderopvang
€ 1,0 mln. V/I
Lasten:
€ 0,7 mln. V/I
Onderhoud Centrale Vastgoedorganisatie: € 0,3 mln. V/I De uitgaven op onderhoud waren € 0,3 mln. lager dan begroot met diverse uiteenlopende oorzaken, zoals lager uitvallende kosten en langer durende of uitgestelde werkzaamheden door krapte op de arbeidsmarkt en langere levertijden. Voor nadere toelichting zie ook de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen. Verlaging omslagrente: € 0,2 mln. V/I Gemeenten zijn verplicht om de rente van investeringen toe te rekenen aan de begrotingsactiviteit die bij de investering hoort. Dit gebeurt met de omslagrente. In de begroting is een omslagrente van 1% begroot. De daadwerkelijke omslagrente komt uit op 0,45% zoals toegelicht in de paragraaf financiering. Dit betekent dat het omslagpercentage meer afwijkt dan de maximale toegestane afwijking van 0,5%. Hierdoor is Den Haag verplicht om de omslagrente na te calculeren. Dit leidt tot een voordeel van € 0,2 mln. op activiteit Kinderopvang. Hier tegenover staat een nadeel op programma Financiën. Per saldo is het effect neutraal. Kinderopvang toezicht en handhaving: € 0,2 mln. V/I Het toezicht op de kinderopvang wordt uitgevoerd door de GGD. Door een lager aantal inspecties dan gepland valt de eindafrekening toezicht kinderopvang (Tokin) dit jaar lager uit dan begroot, waardoor een voordeel van € 0,2 mln. ontstaat.
In 2023 zijn minder nieuwe kinderopvangcentra geopend, waardoor de niet wettelijke verplichte inspecties lager zijn uitgevallen. Ook het aantal uitgevoerde nader en incidentele onderzoeken viel dit jaar lager uit. Baten:
€ 0,3 mln. V/I
Boetes handhaving Kinderopvang: € 0,2 mln. V/I Het handhavingsproces is het afgelopen jaar geïntensiveerd, waarbij ook achterstallig werk is weggewerkt met als gevolg dat er voor een bedrag van € 0,2 mln. meer aan boetes is opgelegd. Huuropbrengst Centrale Vastgoedorganisatie: € 0,1 mln. V/I Een voordeel van € 0,1 mln. op huurbaten door nieuwe panden die eerder dan gepland in gebruik genomen konden worden.
94
Reserves, voorzieningen en investeringen Reserves (begroting vs. realisatie)
Begroting 2023
Rekening 2023
bedragen x € 1.000 Saldo
Toevoeging Onttrekking Vrijval Toevoeging Onttrekking Vrijval afwijking Duurzame huisvesting onderwijs Onderwijshuisvesting exploitatiemiddelen Totaal
0
2.200
0
0
-199
0
2.399
4.260
7.700
0
4.260
2.547
0
5.153
4.260
9.900
0
4.260
2.348
0
7.552
Reserve Duurzame huisvesting onderwijs Er is aanzienlijk minder onttrokken uit de reserve duurzame huisvesting onderwijs doordat enkele grote projecten nog niet zijn afgerond. Werkzaamheden worden hoofdzakelijk in vakanties uitgevoerd en verlopen daardoor langzamer dan verwacht. Pas na realisatie wordt er afgerekend. Dit wordt in 2024 verwacht. Reserve Onderwijshuisvesting exploitatiemiddelen Er is veel minder onttrokken uit de reserve onderwijshuisvesting exploitatiemiddelen doordat diverse projecten nog moeten worden afgerekend. Deels voortkomend uit krapte op de arbeidsmarkt en langere levertijden van materialen, anderzijds hoeven schoolbesturen niet voor het eind van het jaar een eindafrekening in te dienen. Op grond van de verordening hebben schoolbesturen drie jaar de tijd. bedragen x € 1.000 Begroting 2023
Investeringen MIP
Rekening 2023
Afwijking
Bijdragen Bijdragen derden/Voor- Aandeel derden/Voor- Aandeel Totaal zieningen gemeente Totaal zieningen gemeente
Totaal
Economisch nut: Kinderopvang Onderwijshuisvesting Openbaar basisonderwijs Onderwijshuisvesting Bijzonder basisonderwijs
4.273
4.273
3.376
3.376
-897
0
0
1.149
1.149
1.149
0
0
30
30
30
33
33
0
Onderwijshuisvesting Activiteiten en projecten stedelijk onderwijsbeleid Onderwijshuisvesting Bijzonder (voortgezet) speciaal onderwijs Onderwijshuisvesting openbaar en bijzonder basisonderwijs
1.934
1.934
3.318
3.318
1.384
22.301
22.301 20.950
20.950
-1.351
Onderwijshuisvesting openbaar en bijzonder voorgezet onderwijs
4.275
4.275 2.258
2.258
-2.017
31.081
-1.735
Totaal
32.816
0
32.816 31.081
-33
0
Investeringen Kinderopvang Bij de investeringen Onderwijshuisvesting is er in totaal € 0,9 mln. minder gerealiseerd. Voornamelijk vertragingen, bijvoorbeeld doordat het ontwerp aangepast moest worden of aanbestedingen die langer duren en aannemers meer tijd nodig hebben. Investeringen Onderwijshuisvesting Bij de investeringen Onderwijshuisvesting is er in totaal € 0,8 mln. minder gerealiseerd. Bij meerjarige projecten is de realisatie per jaarschijf moeilijk te bepalen. Dit wordt vooraf op basis van een vuistregel ingeschat, maar de regie op de voortgang ligt bij de schoolbesturen.
95
2.7 Werk en inkomen Portefeuillehouders: Nur Icar en Mariëlle Vavier Wat is het doel? 1. We willen zoveel mogelijk mensen aan het werk krijgen of laten participeren en perspectief bieden. Want dat draagt bij aan de bestaanszekerheid. 2. De gemeente Den Haag kiest voor innovatieve aanpakken zoals de inzet van loonkostensubsidie om de uitstroom uit de bijstand naar werk een extra impuls te geven. 3. Het minima- en schuldenbeleid zorgt ervoor dat inwoners van de gemeente Den Haag met een laag inkomen of met schulden volwaardig mee kunnen doen en zichzelf kunnen ontplooien. Een laag inkomen of schulden mogen geen belemmering zijn om mee te doen op school, bij de sportvereniging of elders in de Haagse samenleving.
Wat is beoogd en wat is behaald? Beleidsverantwoording op hoofdlijnen Werk en inkomen: wat is het? Dit programma gaat over werk, inkomen en minima- en schuldenbeleid. • Werk gaat over alle instrumenten en middelen om Haagse inwoners die vallen onder de Participatiewet toe te leiden naar werk of school. Voor wie werk of school niet haalbaar is is er ondersteuning om op een andere manier mee te doen. • Inkomen bevat de instrumenten en middelen om inwoners die vallen onder de Participatiewet rechtmatig te voorzien van een bijstandsuitkering. • Het minima- en schuldenbeleid biedt voorzieningen om inwoners met een minimuminkomen actief mee te laten doen in de samenleving. Bijzondere aandacht gaat daarbij uit naar kinderen. De insteek is om schulden en de effecten van armoede zoveel mogelijk te voorkomen en te dempen. De gemeente ondersteunt mensen met geldzorgen en geldproblemen om deze zo snel en integraal mogelijk op te lossen. Wat is het doel? In Den Haag willen we zoveel mogelijk mensen aan het werk krijgen of laten participeren en perspectief bieden. Want dat draagt bij aan de bestaanszekerheid; iets dat iedereen in Den Haag verdient. Met dit programma wil de gemeente inwoners ondersteunen die (tijdelijk) niet in staat zijn om op eigen kracht in hun levensonderhoud te voorzien en maatschappelijk mee te doen en daarmee bijdragen aan de bestaanszekerheid van Hagenaars.
2023 In het kort De problematiek die we in 2023 op het gebied van werk en inkomen zagen in de stad wordt beïnvloed door een aantal actuele trends: • •
• •
Het aantal mensen met een bijstandsuitkering daalt, er zijn veel mensen aan het werk en door economische groei zijn er meer vacatures dan werkzoekenden. Ondanks de berichten over krapte op de arbeidsmarkt zien we dat de beschikbare vacatures niet geschikt zijn voor Hagenaars met een bijstandsuitkering. Deze groep heeft een steeds grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Dat is gedeeltelijk door een tekort aan ervaring en competenties maar ook door de multiproblematiek van armoede en (geestelijke) gezondheid waardoor zij per saldo niet kunnen voldoen aan eisen die in vacatures gesteld worden. Om deze kandidaten te kunnen laten deelnemen aan de arbeidsmarkt zullen we samen met werkgevers passende oplossingen moeten creëren. Verschillende groepen nieuwkomers, zoals statushouders, Oekraïense ontheemden, en asielzoekers vestigen zich in de stad, al dan niet tijdelijk. Vanuit onze wettelijke taak bieden we ondersteuning op het gebied van inkomen of bij het inburgeren en het vinden van werk. Tegelijkertijd is het vertrouwen in de overheid momenteel juist relatief laag en is het niet vanzelfsprekend dat iedereen die dat nodig heeft ook daadwerkelijk een beroep doet op onze dienstverlening. Dat vraagt om zoveel mogelijk wegnemen van onzekerheden en een proactieve en integrale aanpak waar mogelijk.
2023 was ook het jaar van een nieuw coalitieakkoord met ambities op thema’s, waaronder het vergroten van bestaanszekerheid en het aan het werk helpen of het laten participeren van zoveel mogelijk mensen. Op landelijk niveau is het daarentegen nog onzeker welke richting een nieuw regeerakkoord op gaat. De val van het kabinet en de Tweede Kamerverkiezingen hebben de beleidsontwikkeling en wetgeving op diverse dossiers vertraagd. In 2023 zijn wel verschillende onderzoeken en adviezen verschenen waarin onder andere aanbevelingen op het terrein van werk en inkomen zijn gedaan. De rode draad in deze onderzoeken is dat het stelsel van sociale zekerheid (waaronder ook de Participatiewet) te complex is voor inwoners en 96
professionals en dat verschillende regelingen binnen het stelsel onvoldoende met elkaar samenhangen. Het sociaal minimum is niet toereikend om van rond te komen, en - in tegenstelling tot de aannames in de Participatiewet - is niet iedereen in de bijstand in staat om te werken. Ook is er uitvoerig onderzoek gedaan naar de toekomst van de sociale infrastructuur en de arbeidsmarktinfrastructuur. Uiteraard gaan we, voor zover dat mogelijk is, de bevindingen uit deze onderzoeken en adviezen verwerken in onze eigen beleidsontwikkeling en uitvoering. Belangrijkste mijlpalen Werk & Participatie • Er zijn in totaal 2.590 mensen naar werk of school begeleid. Bij 1.934 personen is de bijstandsuitkering hierdoor beëindigd. • In 2023 werkten 1.141 SW-medewerkers bij de sociale werkvoorziening. • De Participatiewet verplicht gemeenten om beschutte werkplekken aan te bieden. Voor 2023 was de wettelijke taakstelling voor beschut werk het equivalent van 263 werkplekken. Eind 2023 hadden 373 mensen een beschut dienstverband bij de gemeente Den Haag. De gemeente voldoet hiermee ruimschoots aan haar wettelijke verplichting. • In 2023 is op basis van aanbestedingen en inkoop ‘social return’ toegepast. Daarmee is op 97 procent van de afgeronde opdrachten de social returnverplichting volledig ingevuld.
• De Instapeconomie is in 2023 is uitgebreid naar 100 deelnemers verdeeld over drie wijkinitiatieven. Inkomen • In 2023 is het aantal bijstandsuitkeringen in Den Haag met 1,8% gedaald van 22.242 naar 21.834 uitkeringen op 31 december 2023. • In 2023 zijn 6.699 bijstandsaanvragen afgehandeld, waarvan er 4.052 zijn toegekend. Het toekenningspercentage bijstand bedroeg 60,5%. Het aantal bijstandsaanvragen is ten opzichte van 2022 met 11,1% gedaald. Deze daling werd veroorzaakt door het wegvallen van de tijdelijke BBZovergangsregeling vanuit de Tozo. Indicatoren en kengetallen Prestatie-indicatoren
Nulmeting 2018
Realisatie 2021
Realisatie 2022
Realisatie 2023*
Begroting 2023
Het aantal personen 3.119 2.701 2.072 1.477 2.200waarvan re-integratie heeft 2.400 geleid tot een beëindigde uitkering Het aantal personen dat 476 153 265 211 375 uitstroomt en binnen een jaar weer in de bijstand komt ** * In het begrotingsjaar 2023 is het Beleidsplan Werk en Participatie (RIS315004) vastgesteld. In lijn met het Beleidsplan zijn we in 2023 uitgegaan van een bredere definitie van re-integratie waarbij de uitstroom uit werk en studie binnen het hele bestand geteld wordt. Daarmee zijn ook de werkprocessen samengevoegd. Als je uitgaat van het nieuwe beleid en de daarmee gedefinieerde uitstroom, dan komt het cijfer uit op 1.934. ** Deze indicator geeft inzicht in hoeverre de inzet van re-integratie-instrumenten tot een duurzame werkhervatting van ex-uitkeringsgerechtigden heeft geleid. Kengetallen Het bijstandsvolume* als percentage van de huishoudens in Den Haag
Peildatum Waarde Peildatum
Rekening Rekening Rekening 2021 2022 2023 Juni 2021 Sep 2022 Aug 2023 9,3% 8,6% 8,2% 2019 2021 2022
Percentage huishoudens/mensen met inkomen van 110% van het Wettelijk sociaal minimum Waarde 10,3% (Wsm). * Het aantal huishoudens met bijstand t.o.v. het totaal aantal huishoudens * Voorlopige gegevens
15,7%
De twee bovenstaande indicatoren geven een indicatie van de relatieve sociale problematiek in Den Haag. 97
15,4%
Beleidsindicatoren (Rijk)
Eenheid
Kinderen in uitkeringsgezin
% kinderen tot 18 jaar
Netto arbeidsparticipatie
% van de werkzame beroepsbevolking t.o.v. de beroepsbevolking
Werkloze jongeren
% 16 t/m 22 jarigen
Personen met een bijstandsuitkering
Aantal per 1.000 inwoners *
Lopende reintegratievoorzieninge n
Rekening 2021
Aantal per 1.000 inwoners van 15 - 74 jaar
Rekening 2022
Rekening 2023
Peildatum
2020
2021
2022
Waarde
11%
10%
9%
Peildatum
2020
2021
2022
Waarde
64,0%
65,1%
67,4 %
Peildatum
2020
2021
2022
Waarde
2%
2%
1%
Peildatum
2021-Q1
2021
2023
Waarde
92,2
85,5
66
Peildatum
2021-H1
2022-H1
2023-H1
Waarde
52,9
48,4
27,3
* De eenheid is afwijkend t.o.v. de voorgaande programmarekeningen. In de voorgaande programmarekeningen was de eenheid 'Aantal per 10.000 inwoners'. De reden hiervan is dat bij de bron de eenheid is gewijzigd.
Wat hebben we gedaan? Beleidsverantwoording per activiteit In dit deel geven we een toelichting op de belangrijkste activiteiten die we in 2023 per cluster hebben uitgevoerd, waarbij we steeds de bijbehorende baten en lasten laten zien. Een verantwoording van de financiële cijfers volgt in onderdeel 'Wat heeft het gekost?'. (incl. toevoegingen en onttrekkingen, bedragen x € 1.000) Begroting Rekening 2023 Resultaat Activiteiten in 2023 saldo 2023 Lasten Baten Saldo 2023 Cluster 1.a Werk 57.653 N 109.244 50.347 58.897 N 1.244 N Cluster 1.b Sociale werkvoorziening 41.457 N 45.408 4.612 40.796 N 660 V Cluster 2 Inkomen 54.742 N 447.045 392.154 54.891 N 149 N Cluster 3.a Minimabeleid 66.109 N 102.463 2.880 99.582 N 33.473 N Cluster 3.b Schuldenbeleid 27.995 N 39.541 14.128 25.413 N 2.583 V 247.956 N 743.701 464.122 279.579 N 31.623 N Totaal *Het negatieve resultaat bij Minimabeleid heeft een financieel technische oorzaak: In 2023 is voor ca. 36 mln. aan energietoeslag uitgekeerd. De uitkering van energietoeslag was niet opgenomen in de begroting, omdat ten tijde van het opstellen van de begroting de besluitvorming hierover nog niet was afgerond. In de decembercirculaire heeft toekenning van middelen voor de energietoeslag plaatsgevonden. Deze middelen zijn in Programma 15 verwerkt. Bij de resultaatbestemming wordt dit alsnog in programma 7 verwerkt.
Dienstverlening Voor alle activiteiten geldt dat wij onze dienstverlening continu willen verbeteren. Bij het ontwikkelen en verbeteren van onze dienstverlening nemen we steeds meer de stem van de bewoners mee. Dit doen we onder andere door het uitvoeren van klantreizen, het vragen om feedback en het samenwerken met ervaringsdeskundigen. In 2023 hebben we onder andere op het gebied van dienstverlening gewerkt aan de volgende onderwerpen: • Gastvrije ontvangst: ten behoeve van de gastvrije ontvangst heeft een pilot plaatsgevonden. De opgedane ervaringen en ontvangen feedback hebben in 2023 geresulteerd in het aantrekken van een Verandermanager. Deze heeft de opdracht gekregen om een implementatieplan te schrijven en uit te voeren inzake de doorontwikkeling van het hospitality-concept.
98
•
•
Processen om de dienstverlening te verbeteren: Om onze dienstverlening continu te verbeteren kijken we vanuit inwonerperspectief naar onze processen. De inzichten die we hiermee opdoen gebruiken we om de dienstverlening te optimaliseren. Vervolgens koppelen we daar klanttevredenheidsonderzoeken aan om te controleren of de inwoner tevreden is over de verbeterde dienstverlening. In 2023 hebben we deze werkwijze uitgevoerd bij de aanvraag Ooievaarspas, bijstandsuitkering, de stap naar werk met loonkostensubsidie en bij de inkomstenverrekening. Digitalisering SZW Dienstverlening: als gemeente willen we bewoners de gelegenheid bieden om gemeentezaken zelf online te regelen. Digitalisering is géén doel op zich: telefonisch of persoonlijk contact is en blijft mogelijk. In de Mijndenhaag-omgeving is het mogelijk om bewijsstukken te uploaden en de status te volgen. De Ooievaarspas is in 2023 als eerste SZW-product succesvol digitaal beschikbaar zodat deze via Mijndenhaag kan worden aangevraagd. Ook het aanvraagproces voor een financieel trainer is beschikbaar.
Maatwerk & Regie Om inwoners in één keer goed te helpen hebben we een werkwijze ingevoerd - en maken die steeds groter om te (h)erkennen dat maatwerk leveren en regievoeren nodig is en om het toepassen ervan makkelijker te maken. Dit doen we dienst-overstijgend en met ketenpartners. Over de acties wordt gerapporteerd in programma 8. Bezwaar: proces, brieven en afhandeling De implementatie en het gebruik van eenvoudig taalgebruik is in 2023 voor het grootste deel afgerond, maar nog niet helemaal klaar. Het proces loopt dan ook in 2024 nog door. Maatwerk is volop in de aandacht waarbij altijd wordt gekeken naar wat wel kan, in plaats van wat niet. In het laatste kwartaal van 2023 is gestart met een pilot waarbij het contact met zowel de inwoner als de lijnorganisatie centraal staat in het vinden van een oplossing ten aanzien van het ingediende bezwaarschrift. In het begin van 2024 worden de eerste resultaten verwacht. Er zijn 138.444 primaire besluiten verzonden in 2023. In 1142 gevallen was de inwoner het niet eens met dit besluit en is een bezwaarschrift ingediend. In 2023 zijn in totaal 1731 bezwaarschriften afgehandeld, waarvan 333 gevallen in verband met de Energietoeslag. Van deze 1731 bezwaarschriften zijn 1467 gevallen ongegrond verklaard en in 264 gevallen is de inwoner in het gelijk gesteld.
Van de ongegrond verklaarde bezwaren zijn 212 zaken in beroep voor de rechter gebracht waarbij de inwoner in 32 gevallen (geheel of gedeeltelijk) in het gelijk is gesteld. Ook dienden er 48 zaken in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. Hierbij is geen enkele keer de inwoner in het gelijk gesteld. Klachten Dagelijks zijn er veel contactmomenten met de duizenden inwoners die gebruik maken van onze dienstverlening. Dit contact kan telefonisch, digitaal of per brief en persoonlijk plaatsvinden. In de meeste gevallen verloopt dat contact naar wens en tevredenheid. Soms voelt de inwoner zich echter niet goed gehoord of begrepen en leidt het contact tot een klacht. In 2023 zijn er 318 klachten ontvangen, hiervan is 90% binnen de wettelijke norm afgehandeld. Het nieuwe proces, waar de burger binnen 5 dagen na ontvangst van de klacht wordt gebeld, wordt zeer gewaardeerd door de inwoners van Den Haag. Van de afgehandelde klachten is 53% informeel in een persoonlijk contact naar tevredenheid opgelost en afgehandeld. Van de formeel afgehandelde klachten is in 45% van de gevallen de inwoner geheel of gedeeltelijk in het gelijk gesteld en is 42% ongegrond bevonden. In de overige zaken is de klacht ingetrokken, was de klacht niet ontvankelijk of kan er geen oordeel worden uitgesproken omdat er geen sprake was van onjuist handelen van SZW.
Cluster 1.a Werk Cluster 1.a Werk Activiteiten in 2023 Participatievoorzieningen Werkgelegenheidsprojecten Intensiveren Uitstroom Bijstand Totaal
(incl. toevoegingen en onttrekkingen, bedragen x € 1.000) Begroting Rekening 2023 Resultaat saldo 2023 Lasten Baten Saldo 2023 7.253 N 16.445 3.194 13.251 N 5.998 N 50.400 N 92.786 47.153 45.633 N 4.766 V 0 N 13 0 13 N 13 N 57.653 N 109.244 50.347 58.897 N 1.244 N
99