CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS312420 bijlage 3

Gemeenteraad 9 juni 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Raadsmededeling inzake WarmtelinQ Vlaardingen-Den Haag: terugkoppeling Wensen & Bedenkingenprocedure (RIS312191)4.124 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Verplantbaarheidsonderzoek

131 bomen Gemeente Den Haag

OPDRACHTGEVER WarmtelinQ PROJECTCODE 20084-20162 STATUS RAPPORTAGE Definitief - gereviseerd DATUM RAPPORTAGE 28 april 2021 PROJECTTEAM I. Bredius, Projectleider E. Koppelaar, Adviseur Bomen S.J.M. van der Burg, Adviseur Bomen

SAMENVATTING In opdracht van WarmtelinQ heeft Bomenwacht Nederland een bureaustudie en verplantbaarheidsonderzoek uitgevoerd bij 131 bomen in de gemeente Den Haag. Het gaat om bomen waarvan in de Bomen Effect Analyse is beoordeeld dat ze niet kunnen worden behouden bij de aanleg van een warmteleiding tussen Vlaardingen en Den Haag. De gemeente Den Haag heeft de wens uitgesproken deze bomen indien mogelijk te verplanten. Het onderzoek is uitgevoerd in 3 fasen: bureaustudie, bovengrondse verplantbaarheidsbeoordeling en ondergronds verplantbaarheidsonderzoek. Hierbij wordt gewerkt van grofmazig naar fijnmazig. Op deze manier worden alleen relevante bomen verder onderzocht. Bij de bureaustudie worden de digitale boomgegevens geanalyseerd. Bomen die op basis van deze gegevens niet in aanmerking komen voor een verplanting, worden niet verder meegenomen in het onderzoek. Bij de overige bomen wordt op locatie een bovengrondse verplantbaarheidsbeoordeling uitgevoerd. Bomen die op bovengrondse kenmerken niet in aanmerking komen voor een verplanting, worden niet verder meegenomen in het onderzoek. Bij bomen waarbij bovengronds geen belemmeringen zijn geconstateerd voor een verplanting wordt in de laatste fase ondergronds onderzoek uitgevoerd. In deze fase kan alsnog worden geconstateerd dat een verplanting slecht uitvoerbaar is.

Het verplantbaarheidsadvies is de eindconclusie op basis van de bureaustudie en indien van toepassing de bovengrondse beoordeling en het ondergronds onderzoek. Onderstaande tabel geeft de onderzoeksresultaten weer. Onderzoek

Aantal bomen

Bureaustudie

131

Toekomstverwachting ten minste 15 jaar Soorteigenschappen vormen geen belemmering Door naar bovengrondse beoordeling

83 75 75

Bovengrondse beoordeling Verplanting slecht uitvoerbaar Verplanting redelijk uitvoerbaar Door naar ondergronds onderzoek

75

Ondergronds onderzoek Verplanting slecht uitvoerbaar Verplanting lastig uitvoerbaar

54

21 54 54 52 2

Verplantbaarheidsadvies Negatief Terughoudend. Positief

129 2 0

Voor 2 jonge bomen geldt een terughoudend verplantbaarheidsadvies. Bij deze bomen kan geen stabiele verplantingskluit worden gevormd, maar met behulp van een verplantmachine kunnen ze worden verplant. De kosten voor het verplanten van de bomen dient afgewogen te worden aan de kosten voor het herplanten van bomen.

Gemeente Den Haag

INLEIDING In opdracht van WarmtelinQ, de heer A. Snijders, heeft Bomenwacht Nederland een bureaustudie en verplantbaarheidsonderzoek uitgevoerd bij 131 bomen in de gemeente Den Haag. WarmtelinQ is voornemens een warmteleiding aan te leggen tussen Vlaardingen en Den Haag. Voor dit project heeft Bomenwacht Nederland een Bomen Effect Analyse (BEA) uitgevoerd bij 309 bomen. Van 131 bomen is bepaald dat deze niet behouden kunnen worden bij de aanlegwerkzaamheden. Vanuit de gemeente Den Haag bestaat de wens om waar mogelijk bomen te verplanten die niet behouden kunnen worden vanwege het project. Om te achterhalen of de 131 bomen in aanmerking komen voor een verplanting is een bureaustudie verricht op basis van onder meer de toekomstverwachting voor de bomen. Vervolgens is bij de relevante bomen verder verplantbaarheidsonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd door S.J.M. van der Burg, Adviseur Bomen bij Bomenwacht Nederland, waarbij de bureaustudie is uitgevoerd op 8 juli 2020, en het verdere verplantbaarheidsonderzoek op 13, 14 en 15 juli 2020. Deze rapportage beschrijft de onderzoeksresultaten. Naar aanleiding van een tracéwijziging ter hoogte van de Middachtenweg-Guntersteinweg, is de BEA en daarmee dit verplantbaarheidsonderzoek gereviseerd in april 2021.

1 Gemeente Den Haag

BUREAUSTUDIE Van 131 bomen is beoordeeld dat ze niet kunnen worden behouden vanwege de aanleg van de warmteleiding. Binnen deze groep van 131 bomen is een selectie gemaakt op bomen waarvoor een toekomstverwachting geldt van meer dan 15 jaar, dat zijn in totaal 83 bomen. De overige 48 bomen hebben een verminderde toekomstverwachting als gevolg van conditieproblemen, veelal veroorzaakt door groeiplaatsproblematiek of ziekten en aantastingen. Het ligt niet voor de hand deze bomen te verplanten. Overigens kunnen ook bomen met een voldoende toekomstverwachting een verminderde conditie vertonen. Dit is een aandachtspunt bij het verdere verplantbaarheidsonderzoek. Behalve naar de toekomstverwachting is tijdens de bureaustudie ook gekeken naar soorteigenschappen die een negatieve invloed kunnen hebben op een verplanting. 8 van de 83 bomen komen vanwege negatieve soorteigenschappen niet in aanmerking voor verplanting. Het gaat om:  1 volwassen zomereik (Quercus robur). Als soort verdraagt zomereik een verplanting doorgaans slecht. Jonge eiken zijn wel meegenomen in het verdere onderzoek.  1 venijnboom (Taxus baccata). Vanuit soortbeperkende eigenschappen en de standplaats (bosplantsoen) is deze niet meegenomen.  2 hulsten (Ilex aquifolium). Vanuit soortbeperkende eigenschappen en de standplaats (bosplantsoen) is deze niet meegenomen.

 1 Italiaanse populier (Populus nigra ‘Italica’). Ook dit betreft een niet duurzame, snelgroeiende soort.  1 atlasceder (Cedrus libani ‘Glauca’). Vanuit soortbeperkende eigenschappen is deze niet meegenomen.  2 veldiepen (Ulmus minor). Vanuit de standplaats (bosplantsoen) zijn deze niet meegenomen. Op basis van de bureaustudie komen 75 bomen in aanmerking voor verder verplantbaarheidsonderzoek. De boomgegevens zijn opgenomen op het registratieformulier in bijlage A.

2 Gemeente Den Haag

SITUATIE De 75 onderzoeksbomen staan in Den Haag op de volgende locaties: Middachtenweg, Moerweg, De la Reyweg, Wolmaransstraat, Transvaalpark, Kempstraat, Delftselaan, Herman Costerstraat, Uitenhagestraat en Tripstraat. Het betreft bomen van verschillende soorten, leeftijden en afmetingen. De bomen staan op verschillende standplaatsen, van elementenverharding tot gazon en beplanting. De volgende grafiek geeft weer hoe het beoordeelde bomenbestand is opgebouwd.

Sortiment 22

Quercus

18

Boomsoort

Gleditsia

6

Prunus

5

Tilia

3

Alnus

21

Overig 0

5

10

15

20

75 bomen

De stamdiameter varieert van 6 tot 58 cm, gemeten op 130 cm boven maaiveld. In bijlage A is een overzichtstekening van de locatie opgenomen, waarop de onderzoeksbomen genummerd terug te vinden zijn.

3 Gemeente Den Haag

25

ONDERZOEKSMETHODE VERPLANTBAARHEIDSONDERZOEK Bovengrondse beoordeling Door middel van een indicatieve bovengrondse beoordeling is gekeken naar de (boom)technische uitvoerbaarheid van een eventuele verplanting. Daarbij is onder meer gelet op conditie en veiligheidsrisico’s, boomstructuur, boomsoort, resterende levensduur, werkruimte en standplaatsomstandigheden. Specifieke factoren die een rol spelen bij de mogelijkheden voor het verplanten van bomen zijn:  Bomen van duurzame soorten kunnen een verminderde conditie vertonen en toch een voldoende toekomstverwachting hebben.  De locatie (wel of niet in verharding) en ondergrond kunnen een rol spelen bij het prepareren van een verplantingskluit.  Een standplaats in bosplantsoen. Bomen in bosplantsoen zijn doorgaans slecht verplantbaar vanwege: o oppervlakkige beworteling; o de beworteling is verweven met die van andere bomen; o een eenzijdige kroonopbouw. Bomen waarbij bovengronds geen (grote) belemmeringen zijn geconstateerd voor een verplanting komen in aanmerking voor ondergronds onderzoek. Bij deze bomen is een verplanting op basis van bovengrondse kenmerken als ‘redelijk uitvoerbaar’ aangemerkt.

Ondergronds onderzoek Bij bomen waarbij een verplanting naar aanleiding van de bovengrondse beoordeling als ‘redelijk uitvoerbaar’ is aangemerkt, is ondergronds onderzoek nodig om na te gaan of ook de ondergrondse omstandigheden geschikt zijn voor een verplanting. Het belangrijkste doel van het ondergronds onderzoek is om te bepalen of het mogelijk is een stabiele verplantingskluit van voldoende omvang te prepareren. Indien bijvoorbeeld de bodemdeeltjes een losse structuur hebben en het wortelgestel slecht vertakt is, bestaat de kans dat de verplantingskluit leegloopt en/of breekt, waardoor de kansen op een geslaagde verplanting afnemen. Het ondergronds onderzoek is uitgevoerd door bij een aantal representatieve bomen profielsleuven te graven en profielboringen te verrichten in of aan de rand van de verplantingskluit. Met behulp van deze sleuven en boringen zijn het aanwezige bodemprofiel (bodemopbouw, -type en -structuur) en het bewortelingspatroon (worteldikte, intensiteit) in kaart gebracht. Tevens is de actuele grondwaterstand bepaald. Advies Op basis van de resultaten van de bureaustudie en het verplantbaarheidsonderzoek is ten slotte een advies opgesteld over de verplantbaarheid van de bomen. Indien relevant wordt bij het advies aangegeven welke maatregelen en/of randvoorwaarden in acht moeten worden genomen bij het uitvoeren van een eventuele verplanting.

4 Gemeente Den Haag

RESULTATEN VERPLANTBAARHEIDSONDERZOEK Hieronder worden de resultaten van de bovengrondse verplantbaarheidsbeoordeling en het ondergronds verplantbaarheidsonderzoek per straat besproken. Bij de bovengrondse beoordeling wordt op basis van bovengrondse kenmerken bepaald of een verplanting uitvoerbaar is. Bij bomen waarbij wordt beoordeeld dat er bovengronds geen (grote) belemmeringen zijn voor een verplanting, wordt vervolgens ondergronds onderzoek uitgevoerd. Dit om te achterhalen of ook de ondergrondse situatie geen grote belemmeringen oplevert voor een verplanting. Per boom zijn de resultaten terug te vinden op het registratieformulier in bijlage B. Een foto-overzicht is opgenomen in bijlage C.

BOVENGRONDSE VERPLANTBAARHEIDSBEOORDELING Middachtenweg Aan de Middachtenweg staan 5 bomen die op basis van de bureaustudie in aanmerking komen voor verder onderzoek. Van de 5 bomen komen 3 bomen in aanmerking voor ondergronds onderzoek. Dit betreft jonge aanplant, deze bomen hebben een voldoende conditie en volgens het kaartmateriaal liggen er geen kabels en leidingen in (de buurt van) de verplantingskluit, of de bomen zijn zo recent aangeplant dat de ligging van kabels en leidingen nauwelijks een rol speelt. Moerweg Aan de Moerweg staan 10 bomen die op basis van de bureaustudie in aanmerking komen voor verder onderzoek. Van de 10 bomen komt 1 boom (nummer 54) in aanmerking voor ondergronds onderzoek. De overige bomen hebben een gestagneerde groei of zijn niet verplantbaar vanwege de ligging van kabels en leidingen. De la Reyweg Aan De la Reyweg staan 25 bomen die op basis van de bureaustudie in aanmerking komen voor verder onderzoek. Van de 25 bomen komen 22 bomen in aanmerking voor ondergronds onderzoek. Dit betreft de 18 Gleditsia’s in de verharding en bomen 7, 432, 434 en 1786. De Gleditsia’s zijn vrij recent aangeplante, jonge bomen waarbij de ligging van kabels en leidingen nauwelijks een rol speelt. Bomen 434 en 1786 zijn Katzurabomen in de middenberm, ook dit zijn vrij recent aangeplante, jonge bomen.

De overige 2 bomen betreft jonge aanplant die nog vrij gemakkelijk verplant kunnen worden (nummers 7 en 1784).

5 Gemeente Den Haag

Kempstraat Aan Kempstraat staan 22 bomen die op basis van de bureaustudie in aanmerking komen voor verder onderzoek. Deze bomen komen ook allemaal in aanmerking voor ondergronds onderzoek. Het betreft hier alleen jonge aanplant van eiken en elzen waarbij de ligging van kabels en leidingen nauwelijks een rol speelt bij een eventuele verplanting. Wolmaransstraat en Transvaalpark Op de locatie Wolmaransstraat/Transvaalpark staan 5 bomen die op basis van de bureaustudie in aanmerking komen voor verder onderzoek. De bomen hebben een voldoende toekomstverwachting maar zijn conditioneel uitgegroeid. De huidige groeiplaats biedt de bomen niet de mogelijkheid om door te groeien. Hierdoor stagneert de groei. Deze bomen worden alle 5 op basis van een gestagneerde groei als niet verplantbaar beoordeeld. Delftselaan en Herman Costerstraat Aan de Delftselaan en Herman Costerstraat komen van de 8 bomen 6 stuks in aanmerking voor ondergronds onderzoek. Dit betreft jonge aanplant van prunussen (Prunus sargentii) waarbij de ligging van kabels en leidingen nauwelijks een rol speelt bij een eventuele verplanting. De overige 2 bomen zijn 1 eik (nummer 26) en 1 linde (nummer 560), bij deze bomen is een verplanting slecht uitvoerbaar. De bomen hebben een onvoldoende conditie. Bij de linde liggen ook kabels en leidingen in en om de verplantingskluit.

Uitenhagestraat en Tripstraat Aan de Uitenhagestraat en Tripstraat staan geen bomen die in aanmerking komen voor verder onderzoek.

ONDERGRONDS VERPLANTBAARHEIDSONDERZOEK Bij een aantal representatieve bomen waarbij bovengronds geen (grote) belemmeringen voor een eventuele verplanting zijn geconstateerd, is ondergronds onderzoek uitgevoerd door in of aan de rand van de verplantingskluit een profielsleuf te graven en/of een profielboring uit te voeren. Het belangrijkste doel van het ondergronds onderzoek is om te bepalen of het mogelijk is een stabiele verplantingskluit van voldoende omvang te prepareren. Middachtenweg Aan de Middachtenweg komen 3 bomen in aanmerking voor ondergronds onderzoek. Bij 1 van deze bomen (nummer 44) is een profielsleuf gegraven. Bodemprofiel Het bodemprofiel bestaat tot op een diepte van 20 cm beneden maaiveld uit matig humeus zand. Dieper in het profiel bestaat de bodem tot 40 cm beneden maaiveld uit humusarm fijn zand. Tussen 40 en 70 cm beneden maaiveld bestaat het profiel uit matig humeuze klei. Vanaf 70 tot 120 cm beneden maaiveld bestaat het profiel uit humusarm zand.

6 Gemeente Den Haag

Grondwaterstand Het grondwater is aangetroffen op 120 cm beneden maaiveld. Bewortelingspatroon In het profiel is tot op een diepte van 50 cm beneden maaiveld zeer extensieve fijne beworteling aangetroffen. Dieper in het profiel is geen beworteling waargenomen. Moerweg Aan de Moerweg komt 1 boom (nummer 54) in aanmerking voor ondergronds onderzoek. Bij deze boom is een profielsleuf gegraven en aanvullend een boring uitgevoerd. Bodemprofiel  Boom 54 Het bodemprofiel bestaat tot op een diepte van 100 cm beneden maaiveld uit matig humeus zand. Grondwaterstand  Het grondwater is aangetroffen op 100 cm beneden maaiveld. Bewortelingspatroon  Boom 54 In het profiel is tot op een diepte van 100 cm beneden maaiveld intensieve fijne, dunne en dikke beworteling aangetroffen. De la Reyweg Aan De la Reyweg is bij 2 bomen (nummers 7 en 458) ondergronds onderzoek uitgevoerd. Bodemprofiel  Boom 7 Het bodemprofiel bestaat tot op een diepte van 60 cm beneden maaiveld uit matig humeus zand. Dieper in het profiel is tot 150 cm beneden maaiveld humusarm zand aangetroffen. 

Boom 458 Het bodemprofiel bestaat tot op een diepte van 100 cm beneden maaiveld uit matig humeus zand met daarin puin. Dieper in het profiel is tot 150 cm beneden maaiveld humusarm zand aangetroffen.

7 Gemeente Den Haag

Grondwaterstand  Het grondwater is aangetroffen op 150 cm beneden maaiveld. Bewortelingspatroon  Boom 7 Tot op een diepte van 70 cm beneden maaiveld is extensieve fijne en dunne beworteling aangetroffen. 

Boom 458 In het profiel is tot op een diepte van 50 cm extensieve fijne en dunne beworteling waargenomen. Dieper in het profiel is tot 100 cm beneden maaiveld extensieve fijne beworteling aangetroffen. Daaronder is geen beworteling meer aangetroffen.

Kempstraat In de Kempstraat komen alle 22 bomen in aanmerking voor ondergronds onderzoek. Bij 3 bomen (nummers 47, 493 en 505) is een profielsleuf gegraven. Bodemprofiel  Boom 47 Het bodemprofiel bestaat tot op een diepte van 10 cm beneden maaiveld uit humusarm zand. Dieper in het profiel is tot 50 cm beneden maaiveld humusarm zand met puin aangetroffen. 

Boom 493 Het bodemprofiel bestaat tot op een diepte van 10 cm beneden maaiveld uit humusarm zand. Dieper in het profiel bestaat de bodem tot 100 cm beneden maaiveld uit matig humeus zand met puin.

Boom 505 Het bodemprofiel bestaat tot op een diepte van 50 cm beneden maaiveld uit matig humeus zand met puin.

Grondwaterstand  Het grondwater is op deze locatie niet bepaald. Bewortelingspatroon  Boom 47 In het profiel is tot op een diepte van 60 cm beneden maaiveld intensieve fijne beworteling aangetroffen.  

Boom 493 In het profiel is tot op een diepte van 70 cm beneden maaiveld extensieve fijne beworteling waargenomen. Boom 505 In het profiel is tot op een diepte van 30 cm beneden maaiveld extensieve fijne beworteling aangetroffen. Dieper in het profiel is geen beworteling waargenomen.

Delftselaan / Herman Costerstraat Van de bomen aan de Delftselaan en Herman Costerstraat komen 6 bomen in aanmerking voor aanvullend ondergronds onderzoek. Op deze locatie is bij 1 representatieve boom (nummer 553) een profielsleuf gegraven en aanvullend een boring verricht.

8 Gemeente Den Haag

Bodemprofiel  Boom 553 Het bodemprofiel bestaat tot op een diepte van 100 cm beneden maaiveld uit een geroerde grond van matig humeus en humusarm zand. Grondwaterstand  Het grondwater is aangetroffen op een diepte van 200 cm beneden maaiveld. Bewortelingspatroon  Boom 553 In het profiel is tot op een diepte van 70 cm beneden maaiveld extensieve fijne en dunne beworteling aangetroffen. Dieper in het profiel is geen beworteling waargenomen. Toelichting Op basis van de bovengrondse beoordeling zijn 54 bomen geselecteerd voor het ondergronds verplantbaarheidsonderzoek. Bij het ondergronds onderzoek is voor 52 bomen beoordeeld dat een verplanting slecht uitvoerbaar is. Bij deze bomen is in het profiel voornamelijk humusarm tot matig humeus zand aangetroffen. Op een aantal plaatsen is hierin ook puin waargenomen. Door deze beperkingen in de ondergrond hebben de bomen geen fijn vertakt en in gelijke mate verdeeld wortelpakket kunnen vormen. Vanwege de losse structuur van het zand in de bodem en het extensief ontwikkelde wortelgestel is het niet mogelijk een stabiele verplantingskluit te vormen. Hieronder lichten wij voor een aantal bomen aanvullend toe waarom wij een verplanting slecht uitvoerbaar achten.  De linden aan de De la Reyweg hebben oppervlakkige beworteling gevormd in de bovenlaag van het bodemprofiel.

Doordat dieper in het profiel humusarm zand is aangetroffen, is het niet mogelijk een stabiele verplantingskluit te vormen bij deze bomen. Los daarvan is het lastig om de linden te transporteren, wanneer bij deze bomen met behulp van kluitondersteuning wordt geprobeerd een stabiele verplantingskluit te prepareren, dan moeten de linden rechtopstaand vervoerd worden. Wanneer deze bomen liggend vervoerd worden, is de kans aanzienlijk dat onder het gewicht van de boom de ondersteunde kluit alsnog afbreekt. Tevens speelt ook het formaat van de bomen een rol. Wanneer de bomen rechtopstaand vervoerd moeten worden, brengt dit veel beperkingen met zich mee op het gebied van de transportroute en afstand.

9 Gemeente Den Haag

De bomen aan de Kempstraat zijn vrij recent aangeplante eiken en elzen. Deze bomen hebben al wel beworteling gevormd op de huidige standplaats buiten de kwekerijkluit waarmee de bomen geplant zijn. Vanwege het zand en puin in het bodemprofiel kan hier geen stabiele verplantingskluit geprepareerd worden. Ook kunnen deze bomen niet verplant worden met behulp van een verplantmachine omdat de bomen een standplaats hebben in de elementenverharding waar veel kabels en leidingen liggen. Hierdoor zijn de mogelijkheden voor een verplanting op deze locatie zeer beperkt.

De bomen aan de Herman Costerstraat zijn vrij recent aangeplante prunussen. Deze bomen hebben extensieve, fijne beworteling gevormd. Dit in combinatie met een bodemprofiel van uitsluitend humusarm tot matig humeus zand zorgt ervoor dat bij deze bomen geen stabiele verplantingskluit geprepareerd kan worden. Ook kunnen deze bomen niet met een verplantmachine verplant worden vanwege de kabels en leidingen in of aan de rand van de verplantingskluit van de bomen.

De bomen in de Uitenhagestraat zijn jonge aanplant, deze bomen zijn in dit onderzoek tijdens de bureaustudie afgevallen omdat voor deze bomen op basis van een verminderde conditie en een gestagneerde groei de toekomstverwachting minder dan 15 jaar is.

Bij 2 van de onderzochte bomen beschouwen wij een verplanting als lastig uitvoerbaar. Bij deze bomen is in het bodemprofiel ook voornamelijk humusarm tot matig humeus zand aangetroffen, het betreft echter jonge bomen in een onverharde standplaats, waarbij met aanvullende maatregelen een verplanting mogelijk is.

10 Gemeente Den Haag

CONCLUSIE EN ADVIES Op basis van de resultaten van het verplantbaarheidsonderzoek volgen hieronder de conclusie en het advies. Per boom zijn de relevante adviesgegevens terug te vinden op het registratieformulier in bijlage B.

VERPLANTBAARHEID Op basis van de bureaustudie, de (indicatieve) bovengrondse beoordeling en het ondergronds onderzoek is de verplantbaarheid van de onderzoeksbomen vastgesteld. De volgende tabel laat zien hoe de bomen verdeeld zijn over de diverse adviescategorieën. Adviescategorie

Aantal bomen

Negatief

129

Terughoudend

2

Positief

0

Totaal

131

ADVIES Gezien de geringe omvang van de te verplanten bomen, kan een beter resultaat worden behaald met herplant van nieuwe bomen, in plaats van met het verplanten van de bestaande bomen. Het verplanten van bomen is vrij kostbaar (zie de kostenraming in het volgende hoofdstuk) in vergelijking met het herplanten van nieuwe bomen. Nieuwe bomen slaan met de juiste nazorg doorgaans beter aan, waardoor eerder het gewenste beeld bereikt wordt. Bomen die vanaf de kwekerij geleverd worden, hebben op een optimale groeiplaats gestaan en hebben een goede conditie. Dit in combinatie met de niet optimale ondergrondse omstandigheden van de te verplanten bomen zorgt ervoor dat het wenselijk is de bomen niet te verplanten maar te kiezen voor herplant van nieuwe bomen. Indien wordt gekozen voor het verplanten van de bomen waarvoor een terughoudend verplantbaarheidsadvies is verstrekt, dan zijn maatregelen noodzakelijk om de verplanting optimaal te kunnen uitvoeren. Deze worden benoemd in het volgende hoofdstuk (Verplantingsplan).

11 Gemeente Den Haag

VERPLANTINGSPLAN (VOORBEREIDING, UITVOERING EN NAZORG) Voor 2 bomen wordt een terughoudend verplantbaarheidsadvies gegeven. Indien ervoor wordt gekozen deze bomen te verplanten, dan adviseren wij de verplanting uit te voeren volgens het hierna beschreven verplantingsplan. Het verplantingsplan omvat:  Een advies met betrekking tot de voorbereiding, uitvoering en nazorg.  Een kostenraming van de verplanting, inclusief voorbereiding en nazorg.

SITUATIE De 2 bomen die in aanmerking komen voor een verplanting (nummers 7 en 42) zijn jonge bomen in onverharde standplaatsen. Het bodemprofiel bestaat voornamelijk uit zand, door de losse structuur van het zand is het niet mogelijk om een stabiele verplantingskluit te vormen. Hierdoor kunnen de bomen alleen met een verplantmachine verplant worden. De bomen hebben, op 130 cm boven maaiveld, een stamdiameter van respectievelijk 14 (boom 7) en 6 (boom 42) cm. Bij de 2 bomen liggen volgens het kaartmateriaal van de KLIC-melding geen kabels en leidingen binnen de afmetingen van de stabiliteitskluit. We wijzen er nadrukkelijk op dat ondanks de zorgvuldigheid van het onderzoek niet kan worden uitgesloten dat binnen de verplantingskluit of nabij de bomen in de grond toch nog kabels, leidingen en/of andere obstakels aanwezig zijn. Is dat het geval, dan kan dit alsnog van invloed zijn op de uitvoerbaarheid van een verplanting.

HERPLANT Informatie over een nieuwe plantlocatie voor de 2 bomen was niet beschikbaar. De nieuwe standplaats is dan ook niet beoordeeld.

VOORBEREIDING Vanwege de geringe leeftijd van de bomen is een voorbereidingsperiode niet noodzakelijk. De meest ideale tijd voor een verplanting en de voorbereiding daarop is aan het begin van het plantseizoen, in de periode eind oktober – november. De voorbereiding bestaat uit het rondom vrijgraven van een verplantingskluit. In het Handboek Bomen 2018 wordt voor een boom met een stamdiameter van 6 cm geadviseerd een diameter aan te houden van 50 cm voor de verplantingskluit. Bij een boom met een stamdiameter van 14 cm is de diameter van de verplantingskluit 120 cm. Wij adviseren om met een verplantmachine een kluit met een diameter van 150 cm te verplanten, vanwege de schralere omstandigheden van de bodem. Het snoeien van de bomen is niet noodzakelijk en, vanwege de vorming van wortelgroeistimulerende hormonen in eindknoppen, ook niet wenselijk.

12 Gemeente Den Haag

Wij adviseren om de verplanting en de benodigde nazorg uit laten voeren door of onder begeleiding van een gecertificeerde European Treeworker. Het certificaat ETW borgt dat de betreffende persoon voldoende vakbekwaam is.

UITVOERING Vanwege de relatief geringe omvang van de bomen en de losse structuur van het zand in de bodem adviseren wij een verplantmachine of verplantschop te gebruiken met voldoende overcapaciteit, zodat een ruim voldoende kluit meegenomen kan worden. Wij adviseren om de bomen aan het begin van het plantseizoen te verplanten, in de periode eind oktober – november. De bodem is dan dusdanig warm dat de bomen op de nieuwe standplaats al nieuwe wortels kunnen vormen voordat de winter invalt. Dit verhoogt de slagingskans van een verplanting. Na uitvoering van de verplanting dienen de bomen verankerd te worden. Hiervoor adviseren wij evenals bij nieuwe aanplant boompalen en boomband te gebruiken. Om de bomen in de jaren na verplanting kunstmatig van water te voorzien, wordt geadviseerd om een grondwal (dam) op de rand van de verplantingskluit aan te leggen.

TRANSPORTROUTE Uiteraard bepalen niet alleen de boven- en ondergrondse omstandigheden op de huidige en toekomstige standplaats van de boom of een verplanting kans van slagen heeft. Zo is het tevens van belang dat de beoogde transportroute vrij is van obstakels, hier dient rekening mee gehouden te worden bij het zoeken naar een nieuwe locatie voor de bomen.

NAZORG Om de slagingskans van de verplanting te verhogen, adviseren wij om de bomen 3 jaar lang nazorg te geven. De nazorg dient een voldoende hergroei te garanderen. Tijdens deze nazorgperiode worden de bomen regelmatig, zo vaak als nodig, gecontroleerd op:  Vochtgehalte  Voeding  Zuurstofgehalte  Boomverankering  Ziekten en aantastingen  Overige bijzonderheden Indien uit de controles blijkt dat genoemde zaken niet of onvoldoende in orde / aanwezig zijn, dient daarop ingegrepen te worden zodat de hergroei niet negatief beïnvloed wordt.

KOSTENRAMING Hieronder volgt een kostenraming voor het verplanten van de bomen, inclusief de benodigde nazorg. Hierbij wordt uitgegaan van eenmalig verplanten naar een nieuwe locatie elders in de stad waar de bomen ook kunnen blijven staan.

13 Gemeente Den Haag

Kosten verplanting 2 bomen Werkzaamheden

Benodigde inzet / materialen

Prijs

Verplanten

Verplantmachine inclusief aanvoer, inzet ETW-er

Verankeren

Inzet ETW-er, boompalen, boomband, klein materiaal

3 jaar nazorg aansluitend op verplanting

Inzet ETW-er

€ 2.000,00 € 250,00 € 2.000,00 Totaal

€ 4.250,00

Het totaal van de geraamde kosten voor het verplanten van de 2 bomen bedraagt € 4.250,-. In de prijs is de eventuele aanleg van een groeiplaats, bodemverbetering en rijplaten niet inbegrepen. Of rijplaten nodig zijn hangt af van de beoogde herplantlocatie. Hieronder is ter vergelijking een kostenraming gemaakt voor de aanplant van 2 nieuwe bomen. Kosten nieuwe aanplant 2 bomen Werkzaamheden

Benodigde inzet / materialen

Prijs

Aanschaf bomen

2 bomen maat 16-18

€ 300,00

Verankeren

Inzet ETW-er, boompalen, boomband, klein materiaal

€ 250,00

3 jaar nazorg aansluitend op verplanting

Inzet ETW-er

€ 1.000,00 Totaal

14 Gemeente Den Haag

€ 1.550,00

BIJLAGEN BIJLAGE A Overzichtstekeningen (per straat) BIJLAGE B Registratieformulier BIJLAGE C Foto-overzicht

15 Gemeente Den Haag

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11568703/1