CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS311959 Bijlage 1

Algemene Raadscommissie 1 juni 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Commissiebrief: Ontwerp Verklaring van geen bedenkingen (Wabo) ten aanzien van aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen van een bedrijfsgebouw aan de Singel ongenummerd naast nummer 21 (Y-Catch, kavel III), RIS31195923.838 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Niet gevonden in dit document.

4.9

Water

Initiatiefnemer dient in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over een ruimtelijk planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het projectgebied ligt binnen het beheersgebied van het Hoogheemraadschap van Delfland, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits‐ en waterkwaliteitsbeheer. Bij het tot stand komen van het project wordt overleg gevoerd met de waterbeheerder over de voorgestane ontwikkeling Op 17 november 2020 is het project kenbaar gemaakt bij het Hoogheemraadschap van Delfland. In het kader van vooroverleg wordt het ingediende plan door het Hoogheemraadschap beoordeeld en hier is een advies uit voortgekomen. Dit advies zal bij de uitvoering van het project overgenomen worden. Europees en Rijksbeleid De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is december 2000 in werking getreden. De richtlijn heeft tot doel de chemische en ecologische kwaliteit van al het oppervlakte- en grondwater in Europa te verbeteren. De richtlijn stelt daartoe eisen aan het waterbeheer in alle lidstaten. Streefdatum voor het bereiken van de gewenste waterkwaliteit is 2015, met eventueel uitstel tot

24

Ruimtelijke onderbouwing – Nieuwbouw CarwashPlus

2027. De doelstellingen worden uitgewerkt in (deel)stroomgebiedsbeheerplannen. In deze plannen staan de ambities en maatregelen beschreven. De Europese Kaderrichtlijn heeft, waar het de gemeente betreft, consequenties voor riolering, afkoppelen, toepassing van bouwmaterialen en het ruimtelijke beleid (inrichting van watergangen en oevers). Het nationaal waterbeleid is vastgelegd in het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP2). Dit plan vervangt het Nationaal Waterplan 2009-2015 inclusief alle tussentijdse wijzigingen. Het NWP2 geeft het integrale kader voor het waterbeleid van het Rijk voor de komende zes jaar en geeft uitvoering aan de Europese richtlijnen voor waterkwaliteit, de mariene strategie en de overstromingsrisico's. De Stroomgebiedbeheerplannen, het Programma van maatregelen mariene strategie, de Beleidsnota Noordzee en de Overstromingsrisicobeheerplannen maken onderdeel uit van het NWP2. Tegelijk met het NWP2 is het Beheer- en ontwikkelplan voor de rijkswateren 2016-2021(Bprw) vastgesteld met daarin de operationele uitwerking van het NWP2 voor de rijkswateren: de rollen en taken van Rijkswaterstaat en de hoofdlijnen van het beheer en onderhoud. Het NWP2 geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050.

Met dit NWP2 wordt een volgende ambitieuze stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van het landelijke watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit, een duurzaam beheer en goede milieutoestand van de Noordzee en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. Hierbij wordt gestreefd naar een integrale benadering, door economie (inclusief verdienvermogen), natuur, scheepvaart, landbouw, energie, wonen, recreatie en cultureel erfgoed zo veel mogelijk in samenhang met de wateropgaven te ontwikkelen. Het beleid en de maatregelen in dit Nationaal Waterplan dragen bij aan het vergroten van het waterbewustzijn in Nederland. Provinciaal beleid Het beleid van de Provincie Zuid Holland is gebaseerd op het besluit van 29 juni 2016 waarin is aangegeven dat het Regionaal waterplan Zuid-Holland 2016 – 2021 bestaat uit: 

 

de onderdelen van de Visie Ruimte en Mobiliteit voor wat betreft de onderdelen die behoren tot het regionale waterbeleid, waaronder specifiek paragraaf 4.2: 'Water: versterking van de samenhang in identiteit, kwaliteit, en veiligheid', inclusief de kaarten 11 (Waterveiligheid) en 12 (Zoetwater-voorziening en oppervlaktewater); inclusief bijbehorende bijlagen; de Voortgangsnota Europese Kaderrichtlijn Water 2015 inclusief bijlagen, vastgesteld door PS van Zuid-Holland d.d. 14 oktober 2015 en het provinciaal Waterplan Zuid-Holland 2010-2015, op de onderdelen: Waarborgen waterveiligheid, Regionale keringen (Normen compartimenteringdijken en voorlandkeringen (paragraaf 4.4.3 doelstelling 4) en Realiseren mooi en schoon water: het thema 'Water en natuur': opstelling beheerplannen voor Natura2000 gebieden, inclusief aanpak van verdroging (paragraaf 5.4.3, doelstelling 1) en het thema 'Vismigratie': opheffen vismigratieknelpunten (paragraaf 5.6.3).

Hoogheemraadschap van Delfland Waterbeheerplan 2016-2021 Strategie richting een toekomstbestendig en samenwerkingsgericht waterschap” [7] In het Waterbeheerplan heeft Delfland de ambities en doelstellingen voor de komende jaren vastgelegd. Voor de zorgplicht voor 'droge voeten', 'stevige dijken' en 'schoon water' zijn meerjarenprogramma's opgesteld die doorlopen in de planperiode tot 2027. Delfland zet in op stedelijk waterbeheer en samen met gemeenten werken zij aan klimaatadaptatie. Een duurzaam

25

Ruimtelijke onderbouwing – Nieuwbouw CarwashPlus

en toekomstbestendig watersysteem is vertaald naar zelfvoorzienendheid door het sluiten van kringlopen van water, energie en grondstoffen. Om doelen te bereiken werkt Delfland samen met gebiedspartners en werken we aan het waterbewustzijn om draagvlak te vergroten. Ambities:   

Zoet water is van levensbelang en daarom is het belangrijk dat iedereen zuinig omgaat met water en zorgt dat het water schoon blijft. Gezuiverd afvalwater hergebruiken en zorgen dat water langer in het gebied bewaard blijft voor droge tijden. Klimaatverandering leidt vaker tot langdurige droogte en heftiger regenbuien. Om de stad klimaatbestendig te maken wordt met partijen gezorgd naar slimme manieren om water langer vast te houden zonder dat het tot overlast leidt. Om de waterkwaliteit te verbeteren neemt Delfland verschillende maatregelen en controleert nog beter op illegale lozingen. Het water in zwemplassen moet tijdens warme dagen vrij zijn van lauwalgen en bacteriën. Door samen te werken kunnen ook kosten worden bespaart. Bij elke ontwikkeling wordt gekeken welke kansen er zijn om het watersysteem toekomstbestendiger te maken.

Watertoets Eén van de instrumenten om het nieuwe waterbeleid voor de 21e eeuw vorm te geven is de watertoets. Het doel van de watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Delfland heeft de Handreiking Watertoets voor gemeenten opgesteld. In de Handreiking Watertoets (www.hhdelfland.nl/watertoets) worden de randvoorwaarden en uitgangspunten voor een plan per thema toegelicht en op welke wijze deze in het plan dienen te worden verwerkt. Toekomstbestendig Haags water! In de visie 'Toekomstbestendig Haags water!' is aangeven hoe het watersysteem in Den Haag anno 2014 functioneert, welke knelpunten er zijn en hoe het systeem robuust te houden. Het Haagse watersysteem is op dit moment grotendeels op orde. Door kansen te benutten die zorgen voor een robuuster watersysteem en die ook bijdragen aan de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van de stad, wordt het stedelijke gebied bestand tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte. In het stedelijke gebied is beperkte ruimte voor de traditionele opvang van water. Daarom is inzetten op onderzoek naar meer creatieve en innovatieve maatregelen belangrijk. Samenwerking tussen gemeente Den Haag en Delfland is daarvoor essentieel.

De ambitie is: "Den Haag heeft een goed functionerend en toekomstbestendig watersysteem dat de gevolgen van klimaatverandering en verstedelijking kan opvangen en dat bijdraagt aan een aantrekkelijke stad." Samengevat zijn de drie belangrijkste strategische pijlers om te komen tot een toekomstbestendig Haags watersysteem: 1. De basis op orde: zorgen dat het systeem goed blijft functioneren. Eventuele negatieve effecten op de waterhuishouding moeten worden voorkomen of dienen te worden gecompenseerd. 2. Pak kansen door samen te werken en door slimme combinatie te zoeken: Als overheden het goede voorbeeld geven, tijdig kansrijke initiatieven en projecten herkennen en optrekken met partijen in de stad. 3. Kennis, onderzoek en innovatie: Kennisontwikkeling, onderzoek en innovatie is van belang om creatieve oplossingen te vinden in het voorkomen van wateroverlast en het leefbaar en aantrekkelijk houden van de stad. Rioleringsplan

26

Ruimtelijke onderbouwing – Nieuwbouw CarwashPlus

Uitgangspunt voor het rioleringsbeleid is “het Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2020 (RIS 289287). Opgave voor dit vijfde plan (2016-2020) is de behaalde winst vast te houden en gedegen voor bereid te zijn op uitdagingen in de toekomst. In de nieuwe planperiode wordt extra nadruk gelegd op verdere verbetering van de service, op de communicatie en de samenwerking met de partners in de openbare ruimte. Daarnaast krijgt duurzaamheid extra aandacht. Als gevolg van de klimaatverandering nemen de jaarlijkse hoeveelheid neerslag en het aantal hevige regenbuien toe. Die lijn zal zich in de toekomst verder voortzetten. Den Haag kan klimaatverandering niet voorkomen. We kunnen wel maatregelen nemen die de gevolgen ervan beperken. Het vasthouden van regenwater is belangrijk en dat lukt het best in gebieden waar groen en water aanwezig is. Door aandacht bij plannen voor ontwikkeling en herstructurering van de openbare ruimte kan de stad geleidelijk meer klimaatbestendig worden gemaakt zonder dat dit extra geld kost De klimaatverandering zal er onder meer toe leiden dat het vaker en harder zal regenen. Tegelijkertijd worden ook langere periodes van droogte verwacht. Dit zal effect hebben op de grondwaterstand. Vooral gebieden met relatief weinig oppervlaktewater zijn kwetsbaar. Met behulp van metingen en scenariostudies zijn aandachtsgebieden bepaald voor grondwater.

In deze gebieden komt de gemiddelde ontwateringsdiepte in 2050 in een natte periode op een niveau waarbij hinder en overlast zou kunnen optreden. In deze aandachtsgebieden wordt intensiever gemeten en vindt bij meldingen van overlast onderzoek plaats. Bij nieuwbouwprojecten wordt in samenwerking met het hoogheemraadschap Delfland de (verplichte) watertoets uitgevoerd waarbij nu ook het grondwatersysteem wordt beschouwd. Met de uitkomsten dient dan rekening te worden gehouden bij het bepalen van de bestemming van de gronden, bijvoorbeeld met het oog op het bebouwen en daarna beheren van de openbare ruimte. Bewoners en ondernemers zijn belangrijke partners bij het realiseren van de doelstellingen die in het Gemeentelijk Rioleringsplan worden beschreven. Eigenaren kunnen naast hun wettelijke verantwoordelijkheid, op eigen initiatief maatregelen nemen om regenwater beter vast te houden en/of vertraagd af te voeren, zoals door het aanleggen van groene daken en door het verminderen van verharding in tuinen en op binnenterreinen. Het is belangrijk dat eigenaren en ondernemers goed op de hoogte zijn van de verdeling van verantwoordelijkheden, zodat zij weten wat zij zelf moeten doen en waarvoor zij bij de gemeente terecht kunnen. De komende periode spant de gemeente zich in om die groeiende bewustwording verder te faciliteren.

Betekenis van het beleid voor het plangebied Delfland streeft naar een duurzame, robuuste waterstructuur. Dat wil zeggen: er moet voldoende ruimte zijn voor waterberging, goede waterkwaliteit, waterkeringen en waterzuivering. Belangrijk uitgangspunt voor Delfland is dat de waterhuishouding door ruimtelijke veranderingen niet mag verslechteren (standstillbeginsel). Indien bij het realiseren van een ontwikkeling de waterhuishouding verslechtert, dient gezamenlijk te worden gezocht naar een oplossing. Dit kan door compensatie, bijvoorbeeld in de vorm van nieuw oppervlaktewater toevoegen in het plan, of nabij de locatie. Kansen om de waterhuishoudig te verbeteren worden beschreven en overlegd en zo mogelijk benut. Veiligheid en waterkeringen Bij het onderwerp veiligheid/waterkering is de vraag of de locatie ligt in de kernzone of beschermingszone van een waterkering: een zeewering, boezemkade, polderkade of de landscheiding. In het gebied is geen regionale waterkering aanwezig. Waterkwantiteit

27

Ruimtelijke onderbouwing – Nieuwbouw CarwashPlus

Voor de ontwikkeling geldt een wateropgave ter compensatie van de toename van verharding (circa 4.500 m²). De wateropgave kan ingevuld worden middels het aanleggen van oppervlaktewater of een waterberging. Bij de verdere planvorming wordt rekening gehouden met de wateropgave. Het plangebied is gelegen in een laag gebied, waardoor het advies wordt gegeven om minimaal 1,2 meter drooglegging te realiseren. Bij de planvorming wordt dit advies in acht genomen en er wordt voldoende hoog gebouwd. Grondwater De effecten op het grondwater zijn meegenomen in het bodemonderzoek. Het bodemrapport is aangeleverd bij de aanvraag omgevingsvergunning. Er zal in de toekomstige situatie geen water rechtstreeks in de bodem geloosd worden, waardoor vervuiling van het grondwater niet aan de orde is. De planvorming heeft geen verdere effecten op het grondwater. Watersysteemkwaliteit en ecologie Ecologische doelen ten aanzien van de kwaliteit van oppervlaktewaterlichamen zijn gevat in een ecologisch streefbeeld, dat voor de Delflandse watertypen officieel een 'goed ecologisch potentieel' genoemd wordt. Het streefbeeld verschilt per waterlichaam. In 2009 stelde Delfland, samen met de provincie en gemeenten, voor de eerste keer een KRW-programma op. De uitvoering van dit programma werd gespreid over drie planperioden van elk zes jaar (2010-2015, 2016-2021, 2022- 2027).

In het plangebied bevinden zich geen KRW-waterlichamen (op basis van de KRWprogramma Delfland 2016-2021) en ook geen achterliggende wateren op hetzelfde peilniveau. Het plangebied ligt nabij een ecologische verbindingszone van de gemeente. Bij de inrichting van het gebied worden de uitgangspunten met betrekking tot ecologie en de watersysteemkwaliteit in acht genomen. Afvalwater en riolering Bij de aanleg van het industrieterrein Y-Catch Den Haag is een gescheiden rioolsysteem aangelegd. Hierbij wordt het hemelwater in het oppervlaktewater geloosd. Afvalwater komt terecht in het rioolstelsel. Bij de uitvoering van onderhavig plan zal het autowascentrum aangesloten worden op het gescheiden stelsel. Klimaatadaptatie Voor het plangebied wordt de hoeveelheid verharding zoveel mogelijk beperkt en daar waar mogelijk zodanig gedimensioneerd dat het afwater op plekken waar water kan infiltreren in de ondergrond. Het dak van de carwash wordt ecologisch ingericht en hierbij wordt rekening gehouden met infiltratie. Resultaten en uitwerking watertoets Locatie en bestemming Locatie: industrie terrein Y-catch kavel III. Nabij Singel 21 te Den Haag. Het terrein kent de enkelbestemming ‘bedrijventerrein’ en is volgens de geldende bestemming niet verhard geweest. Er is geen bouwvlak aanwezig.

Voor de locatie moet middels een omgevingsvergunning buitenplanse afwijking de bouw van het autowascentrum mogelijk gemaakt worden. De functie bedrijventerrein blijft ongewijzigd. Voorkomen van wateroverlast Het plangebied ligt op het industrieterrein Y-Catch. Is niet bebouwd, ligt braak. Op het terrein is een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig. Het plangebied is gelegen in de Lage Broek Polder, GPG2014YLB III. Binnen het plangebied is geen waterkering aanwezig.

28

Ruimtelijke onderbouwing – Nieuwbouw CarwashPlus

Bij gebieden die lange tijd braak hebben gelegen of nooit volgens de geldende bestemming verhard zijn geweest, is het soms onduidelijk welke verhardingsgraad leidend is. Delfland adviseert in deze gevallen om een representatieve verhardingsgraad in te schatten door te kijken naar vergelijkbare gebieden Daarom is onderzoek gedaan naar de verdeling van vergroening op het betreffende industrieterrein Y-catch. Welk percentage vergroening is gerealiseerd op eigen terrein. Op het industrie terrein Y-catch is slechts één kavel aan te wijzen waar 3% groen is gerealiseerd. De overige kavels zijn volledig verhard. De verhouding verhard versus groen is op Y-Catch maximaal 1% groen, en 99 % verhard. Watersleutel ingevuld Op basis van bovenstaande is in de watersleutel bestaand industrie terrein: 1% groen, 99% verhard meegenomen. De watersleutel bepaald de wateropgave voor het plangebied om de negatieve effecten te compenseren op het watersysteem. Dit geldt enerzijds voor de verharding en anderzijds voor de klimaateffecten. De resultaten van de ingevulde watersleutel zijn te vinden in bijlage 3. Uit de toets komt naar voren dat door de groenvoorziening alleen voor de klimaateffecten 2050 gedeeltelijk extra maatregelen nodig zijn op het terrein. Dit kan of in extra oppervlakte water worden uitgevoerd van 26 m². Of door een extra te realiseren waterberging van 13,6 m³.

Grondwater Het ruimtelijk plan heeft geen invloed op het bestaande grondwatersysteem. Het toekomstig gebruik is een autowasstraat. Hiervoor worden vloeistofdichte betonvloeren aangelegd. Er wordt geen ondergrondse constructies als kruipruimten aangelegd. In het bodemonderzoek wordt aangegeven dat de bodem van het plangebied bestaat uit zowel een zandige boven- en ondergrond en een kleiige boven- en ondergrond. De bodemkwaliteitsklasse hier is: ‘Landbouw en natuur’. Conclusie is dat er geen beperkingen aanwezig zijn voor de voorgenomen bouwwerkzaamheden op de locatie. Effectiviteit Een bergingscapaciteit van 13,6 m³ met een oppervlakte van 36m² conform de watersleutel, zal worden gerealiseerd op de locatie door middel van infiltratiekratten. Op het terrein wordt in de groenstrook waterberging gerealiseerd. Zie hiervoor onderstaande figuur 4.4. Het hemelwater van het dak gaat via de hwa naar de overstortput infiltratiebuffer met hoge inloop, via een afgeknepen aansluiting gevoerd naar de infiltratie kratten waar het in 48 uur kan bezinken, conform de voorschriften Hoog Heemraadschap Delfland en de gemeente Den Haag.

Figuur 4.4: Uitsnede detail tekening 211111 19032_T01 infiltratiezone (bron Stuyt Architecten)

Betrouwbaarheid

29

Ruimtelijke onderbouwing – Nieuwbouw CarwashPlus

•

• • • •

•

De initiatiefnemer legt de afspraken die worden gemaakt over de realisatie en instandhouding van de voorziening vast in het juridisch bindende deel van het betreffende ruimtelijk plan. De maatregelen worden op de bijgevoegde terreintekening T01 vastgelegd. Zie bijlage 4 voor deze tekening. De initiatiefnemer is volledig verantwoordelijk voor het goed blijven functioneren van de voorziening. De initiatiefnemer zorgt dat het beheer en onderhoud van de voorziening na oplevering is geregeld, ook op lange termijn, en dat dit zal worden vastgelegd in een beheerplan. Er zijn afspraken gemaakt over de levensduur van de voorziening en het vernieuwen ervan. De voorziening is te allen tijde beschikbaar (met uitzondering van de ledigingstijd van ca. 48 uur na eerder gebruik, of indien er bij een gestuurde afvoer specifieke afspraken zijn gemaakt over lediging). Het vullen en het legen van de voorziening gebeurt automatisch. Menselijk handelen is niet nodig.

Integraliteit • De waterkwaliteit verslechtert niet door de maatregel. Er wordt hemelwater van het dak naar de infiltratiekorven worden gevoerd. • Bij de keuze voor de maatregel is rekening gehouden de mate van vervuiling van het aan te sluiten oppervlak. De bergingsvoorziening wordt aangelegd in een groengebied. Het toepassen van vasthoudmaatregelen biedt ook kansen voor combinatie met andere maatschappelijk relevante opgaven. Er zal een bijdrage kan worden geleverd aan aspecten zoals: • • • 

Verminderen van hittestress door het dak van het nieuw te realiseren carwash centrum, deels groen en deels blauw dak uit te voeren. Voorkomen van droogteschade door 350 m² groen aan te planten. Meervoudig ruimtegebruik, aandacht voor leefomgevingskwaliteit, toename van biodiversiteit: toename van biodiversiteit door beplanting in de groenstroken op het terrein. Waterbewustzijn van omwonenden. Rondom het plangebied zijn geen directe omwonenden en daarmee vervalt de noodzaak tot maatregelen voor waterbewustzijn.

Conclusie Bovenstaande heeft aantoonbaar gemaakt dat de uitgangspunten van het lokale en regionale waterbeleid worden aangehouden. Geconcludeerd kan worden dat het aspect ‘water’ geen belemmeringen oplevert voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.

4.10

Verkeer en parkeren

Verkeer Het bedrijfsperceel wordt ontsloten via de Singel, een brede ontsluitingsweg van een bedrijventerrein met een maximumsnelheid van 50 km/u. Een carwash is een verkeersaantrekkend bedrijf. Volgens de 381e CROW uitgave ‘Toekomst bestendig parkeren’ kan de maximale verkeersgeneratie bepaald worden. In deze uitgave is het kerncijfer verkeersgeneratie voor een dienstverlenende commercieel bedrijf bepaald op 17,7 per 100 m² bedrijfsvloeroppervlakte (BVO) per etmaal. Voor de autowasstraat in onderhavig plan komt de totale maximale verkeersgeneratie in dat geval uit op 443 per etmaal (berekening: 2.500 m² BVO/100 m² x 17,7). Bij de ingang van het autowascentrum is voldoende opstelruimte voor auto’s gecreëerd, indien een wachtrij ontstaat. Het verkeer wordt vervolgens in een continue stroom door het carwashgebouw heen geleid en zal via de uitgang uitrijden. Na de uitgang is voldoende ruimte om het vertrekkende verkeer af te voeren richting de Singel. Geconcludeerd kan worden dat het aspect ‘verkeer’ geen belemmering oplevert voor onderhavig plan.

30

Ruimtelijke onderbouwing – Nieuwbouw CarwashPlus

Parkeren In het geval van het autowascentrum is structureel en langdurig parkeren enkel nodig ten behoeve van het personeel. Voor bezoekers van het autowascentrum geldt dat er een gelegenheid aanwezig is om het interieur te reinigen. Parkeren ten behoeve van deze reiniging zal niet voor lange duur zijn, aangezien het stofzuigen van een auto weinig tijd in beslag neemt. Bij interieurreiniging is een continue doorstroom en hiervoor zijn voldoende parkeervakken beschikbaar. Er hoeft dus enkel rekening gehouden worden met benodigde parkeerplekken voor het personeel. Voor een commerciële dienstverlening geldt het een aandeel bezoekers van 20%. Het aandeel werkenden kan in dat geval gesteld worden op 80%. Het parkeercijfer uit de CROW uitgave voor een commerciële dienstverlening is 1,1 parkeerplaatsen per 100 m² BVO. Het BVO voor de autowasstraat in onderhavig plan wordt gesteld op 2.500 m². Derhalve geldt volgens de CROW uitgave ‘Toekomstbestendig parkeren’ in een worse case scenario een parkeerbehoefte van 22 parkeerplaatsen (berekening: 80% x 1,1 x 2.500 m²/100 m²). Hierbij kan opgemerkt worden dat CarwashPlus een arbeidsextensief bedrijf is, dat voornamelijk werkt met machinaal reinigen. Verwacht wordt dat per dag maximaal 10 werknemers tegelijk op de locatie aanwezig zijn.

In de praktijk zal het aantal benodigde parkeerplaatsen dus lager uitvallen dan berekend middels de CROW uitgave. Het parkeren vindt plaats op eigen terrein, waar meer dan voldoende ruimte is om in de benodigde parkeerplekken te voorzien en aan de parkeerbehoefte tegemoet te komen. Geconcludeerd kan worden dat het aspect ‘parkeren’ geen belemmering oplevert voor onderhavig plan.

31

Ruimtelijke onderbouwing – Nieuwbouw CarwashPlus

5

Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid

De kosten voor de vestiging van de carwash aan de Singel te Den Haag zijn vanzelfsprekend voor de initiatiefnemer. Ook de kosten voor de aanleg van de in- en uitrit alsmede de legeskosten voor de aanvraag van de omgevingsvergunning worden in rekening gebracht bij de initiatiefnemer. Omdat het bestemmingsplan bedrijven tot en met milieucategorie 3.1 toestaat (artikel 4.4 onder c) en een carwash binnen deze milieucategorie valt, is niet te verwachten dat er voor omliggende objecten waardevermindering optreedt als gevolg van het verlenen van de omgevingsvergunning. Desalniettemin wordt er tussen de gemeente en de initiatiefnemer toch een planschadeverhaalsovereenkomst gesloten waarin wordt afgesproken dat eventuele planschade als gevolg van de te verlenen omgevingsvergunning voor rekening is van de initiatiefnemer. Hiermee is het kostenverhaal anderszins verzekerd.

32

Ruimtelijke onderbouwing – Nieuwbouw CarwashPlus

6

Conclusie

Zoals reeds is benoemd mag de toestemming tot het afwijken van het bestemmingsplan in per AMvB aangewezen gevallen niet in strijd mag zijn met een goede ruimtelijke ordening. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing heeft aangetoond dat de ontwikkeling binnen het beleid past en dat de milieu- en omgevingsaspecten geen belemmering vormen voor het initiatief om een carwash te vestigen op het bedrijventerrein aan de Singel te Den Haag. Uit de onderbouwing blijkt dat er geen onevenredige negatieve milieueffecten worden veroorzaakt voor de omgeving. Het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van het vigerende bestemmingsplan met toepassing van artikel 2.12, lid 1, sub a onder 3° Wabo, is in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening.

33

Ruimtelijke onderbouwing – Nieuwbouw CarwashPlus

Bijlagen 1. AERIUS-berekening 2. Quickscan Natuurwaarden 3. Watersleutel 4. Situatietekening waterberging

34

AERIUS Calculator 2020 stikstofberekening CarwashPlus Den Haag BV Singel Den Haag

Plangegevens Naam: Plantype: Status:

AERIUS berekening CarwashPlus Den Haag BV AERIUS Calculator 2020 Definitief

Datum:

14 december 2020

Projectnummer:

20AF219

Opdrachtgever:

CarwashPlus Den Haag BV Oudeweg 155 2031 CC Haarlem

Opsteller:

Contactpersoon:

Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV Stationsstraat 37 7622 LW BORNE T) 074 – 255 7020 E) info@ad-fontem.nl

1. Inleiding en voornemen CarwashPlus Den Haag BV is voornemens om een nieuw autowascentrum op het bedrijventerrein YCatch te bouwen. Het zal een energieneutraal, circulair en natuurinclusieve omgeving voor het autowassen worden. De beoogde locatie voor het autowascentrum is nabij Singel 21 te Den Haag, op het kruispunt van de Singel en de Rijkswijkse Landingslaan. Het plangebied is gelegen op het bedrijventerrein in de wijk Ypenburg, in het zuidoosten van Den Haag. Het gebied is gelegen langs de rijksweg A13 en tussen de Singel en Rijswijkse Landingsbaan. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente ’s-Gravenhage, sectie BI, perceelnummers 3063. In de directe omgeving bevinden zich bedrijven en diverse groenstroken. In figuur 1 is een luchtfoto opgenomen, waarin de begrenzing van het plangebied rood is omkaderd. In figuur 2 is een indicatieve situatieschets van de begane grond van CarwashPlus Den Haag BV opgenomen. In figuur 3 een buitenaanzicht van CarwashPlus Den Haag BV.

Figuur 1.1: planlocatie CarwashPlus Den Haag BV (bron: PDOK viewer)

Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling wordt stikstof uitgestoten, zoals bij de verbranding van fossiele brandstof, welke kan neerslaan in kwetsbare natuur. CarwashPlus Den Haag BV heeft Ad Fontem gevraagd om de effecten van deze emissie op kwetsbare Natuur 2000 gebied te onderzoeken. In dit kader is een AERIUS berekening uitgevoerd.

-1-

Figuur 1.2: Situatietekening CarwashPlus Den Haag BV (bron: Stuyt Architecten)

Figuur 1.3: Impressie buitenaanzicht CarwashPlus Den Haag BV (bron: Stuyt Architecten)

-2-

2. Programma Aanpak Stikstof en de AERIUS berekening 2.1 Programma Aanpak Stikstof (PAS) Volgens de Wet natuurbescherming is een vergunning nodig voor activiteiten die kunnen leiden tot schade aan Natura 2000-gebieden, bijvoorbeeld als gevolg van stikstofdepositie (uitstoot en neerslag van stikstof). Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura 2000– gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. Te veel stikstof is slecht voor planten die leven op voedselarme grond. Als deze planten verdwijnen, kan dat ook slecht zijn voor dieren die in dat gebied leven. Daarnaast leidt stikstof tot verzuring van de bodem. In sommige delen van de Natura 2000-gebieden is de hoeveelheid stikstof te hoog. De overheid wil de hoeveelheid stikstof in de natuur (stikstofdepositie) terugdringen. Daarvoor introduceerde zij in 2015 het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Dit programma was ook gericht op het versterken van de natuur en het maakte tegelijkertijd economische ontwikkeling mogelijk. Op 29 mei 2019 heeft het hoogste bestuursorgaan van ons land, de Raad van State, de vergunningen op basis van het PAS ongeldig verklaard omdat dit in strijd is met de Europese natuurwetgeving. De overheid werkt nu aan een nieuwe aanpak stikstof.

De depositie van stikstof vindt plaats in de vorm van NO x (stikstofoxide) en NH3 (ammoniak). De depositie van NOx vindt onder meer plaats bij de verbranding van fossiele brandstoffen. De depositie van NH3 is voor het overgrote deel afkomstig van de landbouw. Om voor afzonderlijke projecten aan te tonen wat het effect is op Natura 2000-gebieden is het rekeninstrument AERIUS in het leven geroepen. Het rekeninstrument is na de uitspraak van de Raad van State op 16 september 2019 geactualiseerd in de AERIUS Calculator 2019. Deze is op 14 januari 2020 vervolgens door het RIVM geactualiseerd in de AERIUS Calculator 2019A. Op 15 oktober 2020 heeft de jaarlijkse actualisatie plaatsgevonden. De AERIUS 2020 vervangt de Calculator 2019A. 2.2 AERIUS Calculator 2020 Het rekeninstrument AERIUS Calculator 2020 berekent de stikstofdepositie als gevolg van projecten en plannen op Natura 2000-gebieden. Met het rekeninstrument kan de uitstoot van stikstof en de neerslag daarvan op Natura 2000-gebieden worden berekend. De uitkomst van de berekening geeft inzicht in de uitvoerbaarheid van het plan voor wat betreft stikstof.

-3-

3. Toetsing ontwikkeling CarwashPlus Den Haag BV 3.1 Ligging plangebied t.o.v. Natura 2000 -gebied Het plangebied ligt op het bedrijventerrein in de wijk Ypenburg, in het zuidoosten van Den Haag. Het gebied is gelegen langs de rijksweg A13 en tussen de Singel en Rijswijkse Landingsbaan en behoort niet tot een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (Westduinpark & Wapendal) ligt op een afstand van circa 8,8 km ten westen van het plangebied. Een ander Natura 2000-gebied (Meijendel & Berkheide) ligt op een afstand van circa 9,0 km ten noorden van het plangebied. In figuur 3.1 is een fragment opgenomen van de AERIUS Calculator, waarin de onderlinge afstand tussen het plangebied en de Natura 2000-gebieden is weergegeven. Het plangebied is aangegeven door middel van een ster.

Figuur 3.1: Planlocatie in relatie tot Natura 2000-gebied (bron: AERIUS Calculator)

3.2 Methode 3.2.1 Referentiesituatie De stikstofemissie die gepaard gaat met de voorgenomen ontwikkeling moet bezien worden in relatie tot de referentiesituatie. Ingevolge de vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geldt als referentiesituatie bij de vaststelling van een nieuw bestemmingsplan ter vervanging van het vigerende bestemmingsplan: de huidige – legale – feitelijke situatie ten tijde van de vaststelling van het nieuwe plan. In onderhavige situatie is uitgegaan dat er geen depositie plaatsvindt in de huidige feitelijke legale situatie (worst-case).

-4-

3.2.2 Beoogde situatie Om de emissie/depositie van NOx, als gevolg van de beoogde situatie te berekenen wordt een onderscheid gemaakt in de aanleg- en gebruiksfase. Aanlegfase Betreft de daadwerkelijke bouw van een voorliggend project zoals bouwrijp maken van het plangebied, aanleg van kabels etc.. Tijdens de aanlegfase kan er op twee mogelijke manieren stikstof vrijkomen: 1. Werkvoertuigen op de bouwlocatie: a. betreft het werkmateriaal dat wordt ingezet voor het bouwrijp maken van het plangebied (voorbereidingsfase); b. bouw van het autowascentrum (realisatiefase) c. de realisatie van landschapsmaatregelen en de afwerking van het plangebied (afrondingsfase). 2. Verkeersbewegingen naar de bouwlocatie: dit betreft de verkeersbewegingen van- en naar de bouwlocatie. De calculator berekent de depositiebijdrage van het wegverkeer met een implementatie uit de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 tot een afstand van 5 kilometer van de weg. Bij voorliggende ontwikkeling ligt het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied op circa 8,8 km afstand van het plangebied. Verkeersbewegingen van en naar het plangebied hoeven daarom niet meegenomen te worden. Gebruiksfase: Betreft het daadwerkelijke gebruik van de voorgenomen ontwikkeling. In dit geval het gebruik van het autowascentrum. Ook voor de gebruiksfase kan er op twee mogelijke manieren stikstof vrijkomen: 1.

Gebruik van het autowascentrum: in het voorliggende geval wordt er gasloos gebouwd. Daarmee zal er geen sprake zijn van de uitstoot van NOx. Er vindt geen emissie plaats als gevolg van het verwarmen van het centrum. 2. Verkeersbewegingen gebruiksfase: betreft de verkeersbewegingen die de voorgenomen ontwikkeling te weeg brengt tijdens de gebruiksfase. Zoals hiervoor reeds beschreven ligt de planlocatie op circa 8,8 km van een Natura 2000-gebied. Verkeersbewegingen tijdens de gebruiksfase hoeven hierdoor niet meegenomen te worden. De gebruiksfase is dan ook niet van toepassing op voorliggende ontwikkeling en kan buiten beschouwing gelaten worden. 3.3 Uitgangspunten 3.3.1 Referentiesituatie In onderhavige situatie is uitgegaan dat er geen depositie plaatsvindt in de huidig feitelijk legale situatie (worst-case). 3.3.2 Aanlegfase (bouwfase) Voor de berekening van de stikstofdepositie is gebruikt gemaakt van kengetallen op basis van ervaringen bij vergelijkbare bouwprojecten elders in het land. In deze gegevens is uitgegaan van het brandstofverbruik per type werkvoertuig. Het (te verwachten) aantal draaiuren is berekend op basis van het aantal dagen dat een werkvoertuig gemiddeld op de bouwplaats staat. Daarbij wordt er vanuit gegaan dat een werkvoertuig gemiddeld 6 uur per dag gebruikt wordt.

Door middel van deze uitgangspunten is een defensieve inschatting gemaakt van het te verwachten gebruik. In praktijk zal het verbruik en daarbij behorende stikstofdepositie, naar verwachting dan ook lager uitvallen. Voorbereidingsfase Om het plangebied gereed te maken voor de ontwikkeling wordt eerst het plangebied bouwrijp gemaakt. Verwacht wordt dat hiervoor de volgende werkvoertuigen worden ingezet: -5-

Werkvoertuig

Vermogen

Draaiuren

Belasting

Graafmachine (2019) Wiellader/Laadschop (2019) Inzet overige werktuigen (trilstamper, trilplaat) (2008) Laden en Lossen

200 kWh 200 kWh

30 30

69% 55%

Emissiefactor NOx (g/kWh) 0,8 0,9

10 kWh

30

40%

1,1

<1,0

100 kWh

90

25%

1,0

2,25

Emissie NOx (kg/j) 3,31 2,97

Toelichting: Een graafmachine wordt o.a. ingezet voor het afgraven van een cunet en sleuf voor riolering en bedradingen. Het autowascentrum heeft een totale oppervlakte van circa 2.500 m². Uitgaande dat het gehele plangebied wordt afgegraven, komt dit neer op 750 m³ grond (berekening: 2.500 m² x 0,3 m diep). Een kraanbak heeft een minimale inhoud van 0,7 m³. Dit zorgt voor afgerond 1071 scheppen (berekening: 750 m³ / 0.7 m³). Een graafbeweging duurt gemiddeld 1,5 minuut. Dit komt neer op afgerond 27 uur (berekening: 1071 scheppen x 1,5 minuut / 60 minuten). We gaan volledigheidshalve uit van maximaal 30 uur voor de inzet van een graafmachine. Het zand wordt afgevoerd door middel van een wiellader/laadschop. Volledigheidshalve wordt hier hetzelfde aantal uren voor gerekend (tevens 30 draaiuren). Het zand wordt geladen in een vrachtwagen. De inhoud van een vrachtwagen bedraagt 25 m³. Uitgaande van 750 m³ zand, komt dit neer op afgerond 30 vrachtwagens (berekening: 750 m³ / 25 m³). Het laden van grond duurt gemiddeld 3 uur. Dit komt neer op 90 uur (30 vrachtwagens x 3 uur). In praktijk zal dit lager uitvallen, aangezien wellicht niet het gehele plangebied afgegraven zal worden. Voor het laden en lossen is uitgegaan van een gemiddelde belastingfactor van 25% van het motorvermogen, conform het rekenvoorbeeld opgenomen in bijlage 1. Tot slot worden enkele overige werktuigen (o.a.

een trilstamper) ingezet voor het aanstampen van grond. Hiervoor zijn 30 draaiuren gerekend. Realisatiefase Voor de bouw het autowascentrum worden de volgende uitgangspunten, welke gebaseerd zijn op vergelijkbare projecten, gehanteerd:

Werkvoertuig Heistelling (2019) Betonpomp (2020) Mobiele Hijskraan (2019) Hoogwerker (2015) Inzet overige werktuigen (trilstamper, trilplaat) (2008) Laden en Lossen

Vermogen

Draaiuren

Belasting

200 kW 200 kW 200 kW 80 kW

24 20 120 120

69% 69% 55% 55%

Emissiefactor NOx (g/kWh) 1,0 1,0 1,0 0,9

10 kW

30

40%

0,0

0,13

200 kW

40

75%

1,0

6,0

Emissie NOx (kg/j) 3,31 2,76 13,2 4,75

Toelichting Voordat de fundering kan worden gestort, zal eerst geheid moeten worden. Voor het heien wordt, op basis van vergelijkbare bouwprojecten, doorgaans vier dagen uitgetrokken. Dit komt neer op circa 24 draaiuren.

-6-

Voor het storten van de fundering wordt gebruik gemaakt van een betonpomp. Gezien de maximale aanvoercapaciteit van beton en de loscapaciteit van beton en de loscapaciteit van de pompmixer is uitgegaan van maximaal 72 m³ beton per uur. Er wordt een gat van 750 m³ afgegraven. Gelet op het feit dat er maximaal 72 m³ beton per uur kan worden gestort, duurt het afgerond 10 uur om het beton te storten voor de fundering (berekening: 750 m³ / 72 m³). Omdat het beton ook dient te worden verwerkt (o.a. door middel van een trilnaald), wordt voorzichtigheidshalve van het dubbele aantal draaiuren uitgegaan, te weten: maximaal 20 uur voor het storten en verwerken van de fundering. Voor het plaatsen van de spantconstructie en dak- en wandconstructie wordt een mobiele hijskraan gebruikt. Het betreft veelal prefab-constructieonderdelen bestaande uit wandelementen, kanaalplaatvloeren, staalconstructie, spantconstructie en de dak- en gevelbeplating. Voor het plaatsen van de ruwbouwconstructie worden vier weken uitgetrokken (20 volledige werkdagen). Voorzichtigheidshalve gaan we uit dat de kraan de volledige 20 werkdagen wordt ingezet. Dit komt neer op 120 draaiuren (uitgaande van 6 uur per werkdag). Nadat de ruwbouw (staal-, wand- en dakconstructie) van het centrum staat, kan begonnen worden met de afbouw. Dit betreft o.a.

het monteren van aluminium kozijnen inclusief beglazing, bedrijfsdeuren, dockshelters, en overige montage- en installatie werkzaamheden. Hiervoor wordt een verreiker/hoogwerker ingezet. Voor de afbouw worden wederom vier weken uitgetrokken (20 werkdagen). Ook tijdens de afbouw gaan we er voorzichtigheidshalve van uit dat verreiker/hoogwerker de volledige 20 werkdagen wordt ingezet. Dit komt neer op 120 draaiuren (uitgaande van 6 uur per werkdag). Voor enkele overige werktuigen (o.a. ten behoeve van montage) worden 30 draaiuren gerekend. Tot slot worden de (prefab) bouwmaterialen gelost op de bouwplaats. Er wordt rekening gehouden met 40 uur. Het lossen van bouwmaterieel duurt gemiddeld 20 minuten per vrachtwagen. Dit komt neer op 120 vrachtwagens ten behoeve van aanleveren bouwmateriaal (berekening: (40 uur * 60 minuten) / 20 minuten). Er is uitgegaan van een gemiddelde lastfactor van 75% van het motorvermogen tijdens het laden en lossen en een uittreedhoogte van 2,5 meter. Afrondingsfase Voor de realisatie van landschapsmaatregelen en de afwerking van het plangebied wordt verwacht dat hiervoor de volgende werkvoertuigen worden ingezet:

Werkvoertuig Graafmachine (2019) Wiellader/ Laadschop (2019) Inzet overige werktuigen (trilstamper, trilplaat) (2008) Afwerk installatie bestrating (2020)

Vermogen

Draaiuren

Belasting

200 kW

30

69%

Emissiefactor NOx (g/kWh) 0,8

200 kW

30

55%

0,9

2,97

10 kW

30

40%

1,1

<1,0

100 kW

12

76%

1,0

<1,0

Emissie NOx (kg/j) 3,31

Toelichting De afrondingfase bestaat voornamelijk uit de aanleg van bestrating en het aanleggen van groen. Het te verharden terrein bedraagt indicatief 2.500 m². Om het terrein gereed te maken wordt een graafmachine in combinatie met een laadschop ingezet. Door de graafmachine wordt het terrein afgegraven en door een laadschop wordt het terrein opgevuld met vulzand.

-7-

Voor het afgraven en opvullen van het terrein wordt voorzichtigheidshalve maximaal één volledige werkweek uitgetrokken. Dit komt neer op 30 draaiuren voor de graafmachine en laadschop. Het vulzand zal aangetrild worden met een trilplaat. Voor de afrondingsfase worden mogelijk ook andere werktuigen ingezet. Volledigheidshalve is hiervoor tevens rekening gehouden met de inzet van 30 draaiuren voor overige werktuigen ten behoeve van de afrondingsfase. Tot slot wordt het terrein rondom het bedrijfspand verhard met klinkers. Hiervoor wordt een afwerkinstallatie ingezet. Hiervoor worden maximaal twee volledige werkdagen uitgetrokken. Dit komt neer op 12 draaiuren. 3.3.3 Gebruiksfase Niet van toepassing. 3.4 Uitkomsten AERIUS Calculator 2020 3.4.1 Rekenresultaten De berekeningen zijn uitgevoerd met het programma AERIUS Calculator 2020. Voor de beoogde situatie is gerekend voor het rekenjaar 2020. De bijdrage aan de stikstofdepositie in de omliggende Natura 2000-gebieden is in alle gevallen berekend voor een vergunning Wet natuurbescherming. Als bijlagen bij deze rapportage behoren AERIUS projectbestanden met rekenresultaten (bronnen, rekenpunten en resultaten) van de aanlegfase. Aanlegfase De totale NOx-emissie als gevolg van de realisatie van de voorgenomen ontwikkeling door de inzet van werkvoertuigen en bouwverkeer naar en van het plangebied bedraagt in totaal 46,15 kg/j.

Er zijn geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. De totale stikstofemissie op Natura 2000-gebieden, als gevolg van de aanlegfase van de voorgenomen ontwikkeling, is volgens de AERIUS Calculator 2020 nergens hoger dan de grenswaarde van 0,00 mol/ha/jaar. 3.4.2 Conclusie Als gevolg van de realisatie van het autowascentrum nabij de Singel 21 in Den Haag komt er NOx vrij. Door uitvoering van de AERIUS berekening is aangetoond dat dit niet leidt tot een meetbare depositie van NOx in Natura 2000-gebied dat gevoelig is voor stikstof. In de aanlegfase ligt de emissie niet hoger dan 0,00 mol/ha/j. Als gevolg van de berekende emissie, tijdens de aanlegfase, vindt er dan ook géén meetbare verhoging van de depositie NOx plaats in Natura 2000-gebieden als gevolg van de bouw en gebruik van de beoogde ontwikkeling. De ontwikkeling leidt niet tot een verslechtering van de milieukwaliteit van Natura 2000-gebieden. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden. De AERIUS Calculator 2020 biedt voldoende inzicht in het effect van de voorgenomen activiteit op Natura 2000-gebieden voor het aspect stikstof. De uitkomsten van de berekeningen met de AERIUS Calculator zijn geldig en toepasbaar voor ruimtelijke plannen. De Wet natuurbescherming vormt voor het aspect stikstof geen belemmering voor uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling.

-8-

Bijlagen

-9-

AERIUS analyse bestanden Als bijlagen bij deze rapportage behoren de AERIUS analysebestanden opgenomen in pdf-bestanden met de volgende kenmerken: Aanlegfase CarwashPlus Den Haag BV

- 10 -

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Aanlegfase Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RkfYVo1KZgyW (14 december 2020) pagina 1/7

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Ad Fontem

Stationsstraat, 7622LW Borne

Omschrijving

AERIUS kenmerk

CarwashPlus Den Haag

RkfYVo1KZgyW

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

14 december 2020, 14:05

2020

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

46,15 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Realisatie Autowascentrum CarwashPlus Den Haag

Aanlegfase

RkfYVo1KZgyW (14 december 2020) pagina 2/7

Resultaten

Locatie Aanlegfase

Emissie Aanlegfase

Resultaten

Bron Sector

Aanlegfase

Emissie NH3

Emissie NOx

Voorbereidingsfase Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

< 1 kg/j

8,66 kg/j

Realisatiefase Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

< 1 kg/j

30,16 kg/j

Afrondingsfase Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

< 1 kg/j

7,33 kg/j

RkfYVo1KZgyW (14 december 2020) pagina 3/7

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Aanlegfase

NOx NH3

Resultaten

Voertuig

Omschrijving

AFW

Voorbereidingsfase 84329, 449675 8,66 kg/j < 1 kg/j

Uitstoot hoogte (m)

Spreiding (m)

Warmte Stof inhoud (MW)

Emissie

Graafmachine

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

3,31 kg/j < 1 kg/j

AFW

Wiellader

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

2,97 kg/j < 1 kg/j

AFW

Overige werktuigen

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

AFW

Laden en lossen

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

2,25 kg/j < 1 kg/j

Aanlegfase

RkfYVo1KZgyW (14 december 2020) pagina 4/7

Resultaten

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Realisatiefase 84328, 449675 30,16 kg/j < 1 kg/j

Voertuig

Omschrijving

Uitstoot hoogte (m)

Spreiding (m)

Warmte Stof inhoud (MW)

Emissie

AFW

Heistelling

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

3,31 kg/j < 1 kg/j

AFW

Betonpomp

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

2,76 kg/j < 1 kg/j

AFW

Mobiele Hijskraan

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

13,20 kg/j < 1 kg/j

AFW

Hoogwerker

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

4,75 kg/j < 1 kg/j

AFW

Overige werktuigen

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

AFW

Laden en lossen

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

6,00 kg/j < 1 kg/j

Aanlegfase

RkfYVo1KZgyW (14 december 2020) pagina 5/7

Resultaten

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Voertuig

Omschrijving

AFW

Afrondingsfase 84328, 449675 7,33 kg/j < 1 kg/j

Uitstoot hoogte (m)

Spreiding (m)

Warmte Stof inhoud (MW)

Emissie

Graafmachine

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

3,31 kg/j < 1 kg/j

AFW

Wiellader

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

2,97 kg/j < 1 kg/j

AFW

Overige werktuigen

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

AFW

Afwerkinstallatie bestrating

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Aanlegfase

RkfYVo1KZgyW (14 december 2020) pagina 6/7

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20201124_13fd900ebd Database versie 2020_20201124_13fd900ebd Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

Aanlegfase

RkfYVo1KZgyW (14 december 2020) pagina 7/7

Quickscan natuurwaardenonderzoek Singel 21 Den Haag In het kader van de Wet natuurbescherming

Colofon Quickscan natuurwaardenonderzoek Singel 21 Den Haag In het kader van de Wet natuurbescherming

Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0543-451142 / 0614-435700

Opdrachtgever: Contactpersoon:

Ad Fontem Ruimtelijk Advies Stationsstraat 37 7622 LW Borne

Projectnummer en versie: 2981 versie 1.0 Veldmedewerker(s):

Auteur:

Status: definitief Rapportdatum: 27-11-2020

Singel 21 Den Haag

1

Inhoudsopgave Samenvatting ..................................................................................................................................................... 3 Hoofdstuk 1 Inleiding ......................................................................................................................................... 5 Hoofdstuk 2

Het plangebied ......................................................................................................................... 6

2.1 Situering ................................................................................................................................................... 6 2.2 Beschrijving van het plangebied............................................................................................................... 6 Hoofdstuk 3

Voorgenomen activiteiten........................................................................................................ 7

3.1 Algemeen ................................................................................................................................................. 7 3.2 Mogelijk effect van de voorgenomen activiteiten op beschermde soorten en/of –gebieden ................ 7 3.3 Vaststellen van de invloedsfeer ............................................................................................................... 7 3.4 Vaststellen van het onderzoeksgebied .................................................................................................... 8 Hoofdstuk 4

Gebiedsbescherming ................................................................................................................ 8

4.1 Algemeen ................................................................................................................................................. 8 4.2 Natuurnetwerk Nederland ....................................................................................................................... 8 4.3 Natura 2000.............................................................................................................................................. 9 4.4 Slotconclusie........................................................................................................................................... 11 Hoofdstuk 5

Soortenbescherming .............................................................................................................. 12

5.1 Verwachting en bureauonderzoek ......................................................................................................... 12 5.2 Methode ................................................................................................................................................. 12 5.3 Resultaten .............................................................................................................................................. 13 5.4 Toetsingskader ....................................................................................................................................... 15 5.5 Wettelijke consequenties van de beoogde ingreep............................................................................... 16 5.6 Historische gegevens en overige bronnen ............................................................................................ 18 5.7 Volledigheid van het onderzoek............................................................................................................. 18 Hoofdstuk 6 Conclusies .................................................................................................................................... 19

2

SAMENVATTING Er zijn concrete plannen voor de nieuwbouw van Carwash Plus aan de Singel 21 te Den Haag. Als gevolg van deze voorgenomen activiteiten kan overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten worden. Daarom is Natuurbank Overijssel gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming in beeld te brengen. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven. Het plangebied is op 4 november 2020 onderzocht op de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten, dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingslocaties en andere beschermde functies, zoals foerageergebied en vliegroute van vleermuizen. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied, zoals Natura2000 en het Natuurnetwerk Nederland. Wettelijke consequenties m.b.t. gebiedsbescherming: Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied.

Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties, omdat de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland geen externe werking kent in Zuid-Holland. Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten, en de afstand tussen het plangebied en Natura 2000-gebied, kan een negatief effect op de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied op voorhand uitgesloten worden. Wettelijke consequenties m.b.t. soortbescherming: De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde planten, maar wel tot een geschikt functioneel leefgebied van verschillende beschermde diersoorten. Beschermde diersoorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk bezet een beschermd grondgebonden zoogdier er een vaste rust- en/of voortplantingsplaats, bezet een amfibie er een vaste (winter)rustplaats en nestelen er vogels. Vleermuizen bezetten geen vaste rusten/of voortplantingsplaats in het plangebied en amfibieën bezetten er geen voortplantingsplaats. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden.

Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Mogelijk wordt een beschermd grondgebonden zoogdier en/of amfibie gedood en wordt een vaste (winter)rust- en/of voortplantingsplaats beschadigd en vernield, als gevolg van uitvoering van de voorgenomen activiteiten. Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën, die een vaste (winter)rust- of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, en die mogelijk gedood worden, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘doden’ en het ‘beschadigen/vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaatsen’. De betekenis van het plangebied als foerageergebied voor de in het plangebied foeragerende grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, amfibieën en vogels neem af, als gevolg van het bebouwen en verharden van het plangebied, maar deze afname leidt niet tot wettelijke consequenties.

3

Samenvattende conclusie: Het plangebied bestaat uit onbebouwd perceel met een grazige en ruige vegetatie en wat jonge natuurlijek houtige opslag. De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde planten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde diersoorten. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten wordt mogelijk een beschermd dier gedood en een vaste rust- en/of voortplantingsplaats van een beschermd dier beschadigd en/of vernield. Met uitzondering van vogels en bezette vogelnesten, geldt voor deze soorten een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘doden’ en het ‘beschadigen/vernielen van een vaste rust- en voorplantingsplaats’. Deze vrijstelling is van toepassing omdat er sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling. Mits er geen bezet vogelnest verstoord, beschadigd of vernield wordt, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties in het kader van soortbescherming. Vanwege de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten en de afstand tussen het plangebied en beschermd (natuur)gebied, leiden de voorgenomen activiteiten, in het kader van gebiedsbescherming, niet tot wettelijke consequenties.

4

HOOFDSTUK 1 INLEIDING Er zijn concrete plannen voor de nieuwbouw van Carwash Plus aan de Singel 21 te Den Haag. Als gevolg van deze voorgenomen activiteiten kan overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten worden. Daarom is Natuurbank Overijssel gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming in beeld te brengen. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven. Er is in het onderzoeksgebied gekeken naar de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten en dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingsplaatsen en andere beschermde functies. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied. Op basis van de onderzoeksresultaten worden de wettelijke consequenties bepaald van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming en de Omgevingsverordening Zuid-Holland.

Doel van deze rapportage: De Quickscan natuurwaardenonderzoek is uitgevoerd als één van de verschillende (milieu)onderzoeken in het kader van besluitvorming binnen de Ruimtelijke Ordening (doorgaans het wijzigen van het bestemmingsplan) of het aanvragen van een Omgevingsvergunning. Het onderzoek is uitgevoerd om antwoord te kunnen geven op de vraag: is er sprake van een goede ruimtelijke ordening (is de voorgenomen activiteit uitvoerbaar?). Het is nadrukkelijk geen ecologisch werkprotocol dat opgesteld wordt om te voorkomen dat de Wet natuurbescherming overtreden wordt als gevolg van de voorgenomen activiteiten. De Wet natuurbescherming is tijdens de uitvoering van voorgenomen activiteiten altijd van toepassing en het is aan de uitvoerende partijen om de noodzakelijke zorgvuldigheid te betrachten tijdens de uitvoering. Om een goed ecologisch werkprotocol op te kunnen stellen is meer detailinformatie vereist, zoals de planning in uitvoering, in te zetten materieel en informatie over type bebouwing, bouwwijze, materiaalgebruik etc.

5

HOOFDSTUK 2

HET PLANGEBIED

2.1 Situering Het plangebied is gesitueerd nabij Singel 21 te Den Haag. Het ligt in de stad in de stad en wordt omgeven door stedelijk gebied. Het grenst aan de zuid- west- en noordzijde aan een drukke doorgaande weg en aan de oostzijde aan bedrijventerrein. Op onderstaande afbeelding wordt de globale ligging van het plangebied weergegeven op een topografische kaart.

Globale ligging van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode marker aangeduid (bron: ruimtelijkeplannen.nl).

2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied bestaat hoofdzakelijk uit verruigd grasland en voor een klein deel uit ruigte, zoals brandnetels en riet. Plaatselijk staat jonge, natuurlijke opslag van wilg. In het plangebied staat één jonge populier. Open water, bebouwing of andere bouwwerken ontbreken. Voor een verbeelding van het plangebied wordt verwezen naar de fotobijlage. Onderstaande afbeelding wordt de begrenzing van het plangebied weergegeven.

Begrenzing van het plangebied; deze wordt met de gele lijn aangeduid (bron luchtfoto: ruimtelijkeplannen.nl). 6

HOOFDSTUK 3

VOORGENOMEN ACTIVITEITEN

3.1 Algemeen Het voornemen bestaat het plangebied te bebouwen en te verharden. In het plangebied wordt een vestiging van een Carwash Plus gerealiseerd. Om de ontwikkeling mogelijk te maken, dient de jonge populier gerooid te worden. Op de onderstaande afbeeldingen wordt het wenselijke eindbeeld weergegeven.

Verbeelding van het wenselijke eindbeeld (bron: Ad Fontem).

De volgende activiteiten worden getoetst op relevantie t.a.v. de Wet natuurbescherming: • Bouwrijp maken bouwplaats; • Weghalen beplanting; • Bouwen carwash; • Aanleggen erfverharding;

3.2 Mogelijk effect van de voorgenomen activiteiten op beschermde soorten en/of –gebieden De voorgenomen activiteiten hebben mogelijk een negatieve invloed op beschermde soorten en beschermd (natuur)gebied. We onderscheiden de volgende negatieve invloeden: Mogelijke tijdelijke invloeden: • Verstoren rust- en voortplantingsplaatsen als gevolg van geluid, stof en trillingen tijdens de werkzaamheden Mogelijke permanente invloeden: • Mogelijk afname/verdwijnen van beschermde vaste rust- of voortplantingsplaatsen en/of jaar rond beschermde nesten; • Vernielen/verdwijnen van beschermde soorten; • Aantasting van de kwaliteit van het leefgebied van beschermde soorten;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11377613/1