RIS308732 Bijlage 2
Tekst van het document
Regel van het bedrijf was dat alleen bezoek mogelijk is op afspraak om het aantal mensen binnen het bedrijf te beperken met het 22 / 68
oog op de gezondheid van de aanwezige mensen en eventuele verspreiding van het virus. Uitgelegd is dat een controlebezoek doorgaans niet vooraf wordt gemeld, maar dat dit in een tijd van COVID-19 met bezoekbeperkingen mogelijk wel verstandig was geweest. Een klacht had betrekking op het herhaald vragen stellen en daarin steeds nieuwe punten aandragen over een vergunningaanvraag. Met name de daardoor ontstane lange beslistermijn was voor klager een belangrijk punt. In gesprek daarover met klager is afgesproken dat een nieuwe aanvraag die meer zou aansluiten bij de aan te leveren gegevens het proces aanzienlijk zou versnellen. Aldus is gehandeld. Geen van de klachten heeft geleid tot een juridische vervolgtraject. Het heeft geleid tot twee interne verbeterpunten. 4.3.3
Informatisering en automatisering
In de taakuitvoering van VTH wordt een grote hoeveelheid gegevens verzameld (integrale en aspectcontroles, de inzichten in energieverbruik en -besparing die steeds meer worden opgedaan etc.). Het omzetten van deze data naar waardevolle informatie via data-analyses (voor zowel de omgevingsdiensten als haar deelnemers en ketenpartners) en het creëren van een professionele informatiepositie, is van belang om informatie-gestuurd te kunnen werken en daarmee relevant te zijn. In de toekomst en zeker ook in geval van komst van de Omgevingswet is verdere samenwerking in de keten noodzakelijk. Samenwerken en informatie delen met landelijke inspectiediensten, het OM, waterschappen, veiligheidsregio en GGD is de toekomst. Meer digitalisering maakt ook de ontwikkeling naar risico-gestuurd toezicht en digitalisering van alle VTH taken mogelijk. Permanente inzet op doorontwikkeling is noodzakelijk omdat de technologische ontwikkelingen razendsnel blijven gaan. De ODH doet dit op basis van een interne visie en informatiebeleid. De zogenaamde ODH-grondplaat die hier onderdeel van is, dient inmiddels landelijk als voorbeeld voor alle omgevingsdiensten. De dienst is in 2020 ook begonnen met de aanbesteding van een nieuw VTH-systeem ter vervanging van het huidige en verouderde SquitXO. In 2021 wordt Open Wave in gebruik genomen.
De voorbereidingen op de komst van de Omgevingswet met daaraan gekoppeld het DSO zorgen ervoor dat op dit vlak blijvende inspanningen noodzakelijk zullen zijn. D.m.v. dit systeem kunnen initiatiefnemers, belanghebbenden en bevoegd gezag de informatie raadplegen die zij nodig hebben bij het gebruik van de Ow. Het systeem wordt zo opgezet dat alle informatie voor iedereen snel inzichtelijk is. De ODH dient zich in dit kader te richten op twee belangrijke aspecten: het (1) beschikbaar hebben van de juiste informatie (data) op de juiste wijze en op het juiste moment voor de gebruikers en (2) het op de juiste wijze kunnen beschikbaar stellen (ontsluiten) van deze data. De digitale toekomst van gegevensopslag zal daarbij vooral geo-georiënteerd zijn. Locatiegegevens zullen de ingang zijn tot alle gegevens die erover bekend (moeten) zijn. 4.3.3.1
Informatiebeveiliging en AVG
De ODH hecht aan een goede informatiebeveiliging en heeft haar beleid vastgelegd in een strategische visie op informatiebeveiliging die gebaseerd is op de nieuwe landelijke standaard: Baseline Informatiebeveiliging Overheid. De dienst heeft een Information Security Officer die zorg draagt voor goede fysieke beveiliging van de systemen en de bewustwording op dit vlak stimuleert. In 2020 heeft er b.v. een phishing test plaatsgevonden. In 2021 is de ICT infrastructuur afgeschreven en zal deze worden vervangen met aandacht voor beveiliging. In 2020 hebben er zich geen incidenten of datalekken plaatsgevonden. Met leveranciers die met persoonsgegevens in aanraking komen zijn (nieuwe) verwerkersovereenkomsten afgesloten. Met alle contractpartijen waar wij mee werken zijn inmiddels de verwerkersovereenkomsten afgesloten. Deze overeenkomsten zullen aan de (digitale) contractdossiers toegevoegd worden. 4.3.3.2
Digitale informatievoorziening
Het cluster Documentaire Informatie Voorziening (DlV) is verantwoordelijk voor tijdige postverwerking (zowel inkomend als uitgaand, papier en digitaal) en voor archivering. De voormalige post en reprokamer is ontwikkeld naar een moderne professionele Documentatie en lnformatie Voorzieningsorganisatie. De ODH werkt volledig digitaal maar heeft nog stappen te zetten in het digitaliseren en ontsluiten van de overgenomen archieven. Het Document Management Systeem (DMS) uit de beginjaren van de dienst is
23 / 68
inmiddels aan vervanging toe en wordt in 2021 vervangen. In combinatie met een nieuw Record Management Applicatie (RMA) is er dan sprake van een adequate en rechtmatige archivering.
24 / 68
4.4 Onderhoud kapitaalgoederen Deze paragraaf heeft tot doel te laten zien hoe de ODH de instandhouding waarborgt van de kapitaalgoederenvoorraad. De kapitaalgoederen van de ODH bestaan uit twee onderdelen: investeringen in ICT en investeringen in huisvesting/inventaris. De kapitaallasten en onderhoudskosten van deze investeringen zijn opgenomen in de exploitatie. In tabel 12 is een totaaloverzicht opgenomen. Tabel 12 Kredietoverzicht
Vervangingsinvestering ICT Vervangingsinvestering DMS/RMA Vervangingsinvestering VTH Totaal ICT krediet Huisvesting en inventaris Gereedschappen, meet- en geluidsapparatuur Totaal Krediet Huisvesting en Inventaris
1.177.400 925.000 550.000 2.652.400 386.900 84.800 471.700
Uitgaven t/m 2019 848.850 558.078 0 1.406.928 322.131 84.797 406.928
Totaal
3.124.100
1.813.856
Materiële vaste activa
Krediet
314.636 64.704 29.562 408.902 53.663 0 53.663
1.163.486 622.782 29.562 1.815.830 375.794 84.797 460.591
Restantkrediet per 31-12-2020 13.914 302.218 520.438 836.570 11.106 3 11.109
462.565
2.276.421
847.679
Uitgaven 2020
Totaal
In 2020 is in totaal € 314.600 aan vervangingsinvesteringen ICT uitgegeven. Het betreft het vervangen van netwerkapparatuur voor een bedrag van € 263.100, de vervanging van laptops voor een bedrag van € 20.400, de vervanging van mobiele apparatuur van € 10.800 en aanschaf aanvullende software HRM-gesprekkencyclus voor een bedrag van € 20.300. Voor de vervanging van DMS/RMA is in 2020 € 64.700 aan implementatiekosten software uitgegeven. Voor de vervanging van het zaaksysteem VTH is € 29.600 aan implementatie software uitgegeven. Vanwege de taakuitbreidingen is ten laste van het krediet Huisvesting en inventaris extra meubilair aangeschaft en zijn vergaderruimtes ingericht voor een totaalbedrag van € 53.700.
25 / 68
5 Jaarrekening 5.1 Programmaverantwoording In dit hoofdstuk vindt u de verantwoording 2020 per programma. Tabel 13 Programmaverantwoording Omschrijving
Realisatie 2019
1 Programma Toetsing en Vergunningverlening 2 Programma Toezicht en Handhaving Totaal lasten programma's
7.616.318 6.751.905 14.368.223
7.084.300 6.849.700 13.934.000
-86.900 110.000 23.100
3 Algemene dekkingsmiddelen 4 Overhead 5 Heffing Vpb 6 Onvoorzien Saldo van baten en lasten
-23.115.891 9.010.468 0 0 262.800
-22.797.000 8.817.900 0 45.100 0
41.916
7
Primitieve begroting 2020
Wijzigingen VJN 2020
Wijzigingen NJN 2020
Overdracht asbesttaken
Administratieve wijzigingen t/m NJN
Begroting na NJN
Administratieve Begroting 2020 wijzigingen na NJN na wijziging
Realisatie 2020
Verschil 2020
29.600 -151.400 -121.800
77.400 66.800 144.200
1.705.100 187.300 1.892.400
8.809.500 7.062.400 15.871.900
924.800 69.000 993.800
9.734.300 7.131.400 16.865.700
8.979.950 7.158.884 16.138.834
754.350 -27.484 726.866
-150.700 127.600 0 0 0
-10.200 132.000 0 0 0
-214.300 70.100 0 0 0
-2.274.900 382.500 0 0 0
-25.447.100 9.530.100 0 45.100 0
-1.293.200 299.400 0 0 0
-26.740.300 9.829.500 0 45.100 0
-25.965.727 9.826.893 0 0 0
-774.573 2.607 0 45.100 0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
-167.316 -137.400 -262.800
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Mutaties reserves
Stortingen reserves AR: resultaat jaarrekening 2018 Onttrekking reserves AR: saldo jaarrekening 2018 AR: egalisatie deelnemersbijdrage Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat
5.1.1
Toelichting programma’s
De programma’s zijn direct gerelateerd aan de uitvoerende afdeling met dezelfde benaming. Tabel 14 Afwijkingen op kostensoort Kostensoort
1. Personeel 2. Kapitaallasten 3. Indirecte kosten 4. Additionele projecten 5. Onvoorzien
5.1.2
Programma Toetsing en Vergunningverlening Programma Toezicht en Handhaving Overhead Begroting 2020 Begroting 2020 Begroting 2020 na wijziging Realisatie 2020 Verschil 2020 na wijziging Realisatie 2020 Verschil 2020 na wijziging Realisatie 2020 Verschil 2020 8.500.000 8.245.748 254.252 6.922.600 7.006.189 -83.589 7.259.800 7.258.826 974 0 0 0 0 0 0 365.800 365.731 69 231.400 231.099 301 109.600 109.241 358 2.203.900 2.202.336 1.564 1.002.900 503.103 499.797 99.200 43.453 55.747 0 0 0 0 0 0 0 0 0 45.100 0 45.100 9.734.300 8.979.950 754.350 7.131.400 7.158.884 -27.484 9.874.600 9.826.893 47.707
Programma Toetsing en Vergunningverlening
Het programma T&V laat een onderschrijding zien € 754.400. Hiervan heeft een bedrag van € 499.800 betrekking op additionele opdrachten, waarvan op realisatiebasis minder is uitgegeven dan geraamd (zie 5.1.4.2). De reguliere exploitatie is per saldo € 254.600 lager uitgevallen dan geraamd. De intensiveringen op het gebied van de Wet natuurbescherming (soortenbescherming en stikstof) zijn in 2020 niet volledig uitgevoerd en doorgeschoven naar 2021. Voor een toelichting op de kostensoorten wordt verwezen naar bijlage 9.1. 5.1.3
Programma Toezicht en Handhaving
Het programma T&H laat een overschrijding zien € 27.500. De additionele opdrachten laten een onderschrijding zien van € 55.700 doordat op realisatiebasis minder is uitgegeven dan geraamd (zie 5.1.4.2). Van de additionele opdrachten binnen dit programma wordt een bedrag van € 15.800 doorgeschoven naar 2021. De reguliere exploitatie is per saldo € 83.200 hoger uitgevallen dan geraamd met name als gevolg van kosten van voormalig personeel. Voor een toelichting op de kostensoorten wordt verwezen naar bijlage 9.1.
26 / 68
5.1.4
Algemene dekkingsmiddelen
De algemene dekkingsmiddelen bestaan uit de deelnemersbijdragen, opbrengsten additionele projecten en overige opbrengsten: • Deelnemersbijdragen € 25.376.000 • Deelnemersbijdragen – nacalculatie € -/- 483.500 • Additionele opdrachten € 546.600 • Overige opbrengsten € 526.600 Totaal € 25.965.700 In totaal is in 2020 ten opzichte van de raming € 774.600 minder aan algemene dekkingsmiddelen ontvangen: • Deelnemersbijdragen – nacalculatie € -/- 483.500 • Additionele opdrachten € -/- 555.500 • Overige opbrengsten € 264.400 Totaal € -/- 774.600 5.1.4.1
Deelnemersbijdragen
De bijdragen van deelnemers zijn gebaseerd op de uitvoering van de werkplannen inclusief een bijdrage van € 35.511 voor de kosten van het abonnement Nationale Databank Flora en Fauna. De jaarrekening 2020 sluit met een onverdeeld positief rekeningresultaat van € 483.451. Bij besluit van 26 juni 2019 heeft het AB besloten met ingang van 2019 over te gaan tot een systeem van nacalculatie. Afrekening vindt plaats op basis van het werkelijk aantal bestede uren en het werkelijk uurtarief en niet op basis van gerealiseerde producten en diensten (output). Een jaarrekeningresultaat wordt om die reden collectief op basis van het werkelijk aantal bestede uren per deelnemer afgerekend. Indien het verschil van de deelnemersbijdrage tussen voor- en nacalculatie zich binnen de bandbreedte van 10% bevindt dan wordt het verschil meegenomen naar een volgend dienstjaar via een vordering of schuld op de balans. Is het verschil van de deelnemersbijdrage tussen voor- en nacalculatie meer dan 10% dan wordt het verschil buiten de bandbreedte van 10% met de deelnemer afgerekend. Het resultaat 2019 is verrekend met de deelnemersbijdrage en toegevoegd aan de balanspost overlopende passiva.
In tabel 15 zijn de uitkomsten van de vastgestelde methodiek nacalculatie opgenomen per deelnemer op totaalniveau en in tabel 16 is per deelnemer de afwijking weergegeven voor de afrekening/verrekening op basis van de afgesproken marge van +/-10% (ten opzichte van de geraamde deelnemersbijdrage 2020). Bij de berekening van de afwijking wordt het balanssaldo van de afrekening/verrekening van 2019 per 31-122020 meegenomen. Een overzicht van de deelnemersbijdrage over 2020 na verrekening nacalculatie inclusief additionele opdrachten is opgenomen in tabel 17. Tabel 15 Nacalculatie totaal Deelnemers Bijdrage 2020 begroting t/m NJN 1 2 Delft 1.303.976 Den Haag 6.336.762 Leidschendam-Voorburg 919.477 Midden-Delfland 554.714 Pijnacker-Nootdorp 728.270 Rijswijk 677.985 Wassenaar 338.563 Westland 3.688.204 Zoetermeer 1.106.175 Provincie Zuid-Holland 8.459.046 Totaal 24.113.172
Begroting (voorcalculatie) Bijstelling Bijdrage 2020 Totaal Gemiddeld tarief Quotiënt Gemiddeld tarief Totaal Verschil raming Bijdrage Bijdrage na NJN begroting geraamde uren voorcalculatie nacalculatie bestede uren en realisatie Nacalculatie Voorcalculatie 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 0 1.303.976 13.548 96,25 0,9817 94,48 13.189 359 1.247.187 1.303.976 0 6.336.762 67.113 94,42 0,9817 92,69 66.476 637 6.166.675 6.336.762 0 919.477 9.520 96,58 0,9817 94,81 9.920 -400 941.328 919.477 0 554.714 5.793 95,76 0,9817 94,00 6.411 -618 603.138 554.714 0 728.270 7.506 97,03 0,9817 95,25 7.784 -278 742.014 728.270 0 677.985 7.037 96,35 0,9817 94,58 7.855 -818 743.540 677.985 0 338.563 3.524 96,07 0,9817 94,31 3.758 -234 354.720 338.563 0 3.688.204 38.138 96,71 0,9817 94,93 38.881 -743 3.694.195 3.688.204 0 1.106.175 11.452 96,59 0,9817 94,82 11.554 -102 1.096.479 1.106.175 1.262.790 9.721.836 91.664 106,06 0,9817 104,11 89.281 2.383 9.303.234 9.721.836 1.262.790 25.375.962 255.295 99,40 97,58 255.109 186 24.892.511 25.375.962
27 / 68
Rekening resultaat 13 -56.789 -170.087 21.851 48.424 13.744 65.555 16.157 5.991 -9.696 -418.602 -483.451
Tabel 16 Nacalculatie per deelnemer Deelnemers
Nacalculatie 2019 Informatieplicht Restantsaldo Nacalculatie 2020 Transitoria energiebesparende te verrekenen Resultaat Totaal te Transitoria % Bijdrage Afwijking Afwijking maatregelen Afrekening Verrekening via balans 2020 verrekenen voorcalculatie binnen 10% % Afrekening Verrekening via balans Bedrag via balans 2020 voorcalculatie via balans 2 3 4 5 6 8 9 10 11 12 13 14 15 -80.687 -6,25 0 -80.687 7.505 -73.182 -56.789 -129.971 1.303.976 -130.398 -9,97 0 -129.971 -279.702 -4,46 0 -279.702 90.155 -189.547 -170.087 -359.634 6.336.762 -633.676 -5,68 0 -359.634 -45.641 -5,64 0 -45.641 9.215 -36.426 21.851 -14.575 919.477 -91.948 -1,59 0 -14.575 20.702 3,96 0 20.702 2.185 22.887 48.424 71.311 554.714 55.471 12,86 15.840 55.471 -59.503 -8,26 0 -59.503 5.320 -54.183 13.744 -40.439 728.270 -72.827 -5,55 0 -40.439 105.010 17,62 59.598 45.412 7.600 53.012 65.555 118.567 677.985 67.799 17,49 50.769 67.798 -23.433 -7,15 0 -23.433 3.895 -19.538 16.157 -3.381 338.563 -33.856 -1,00 0 -3.381 -138.198 -3,81 0 -138.198 11.495 -126.703 5.991 -120.712 3.688.204 -368.820 -3,27 0 -120.712 -67.949 -6,25 0 -67.949 12.065 -55.884 -9.696 -65.580 1.106.175 -110.618 -5,93 0 -65.580 40.750 0,54 0 40.750 0 40.750 -418.602 -377.852 9.721.836 -972.184 -3,89 0 -377.852 -528.651 -2,32 59.598 -588.249 149.435 -438.814 -483.451 -922.265 25.375.962 -3,63 66.609 -988.874
Resultaat 2019 1 Delft Den Haag Leidschendam-Voorburg Midden-Delfland Pijnacker-Nootdorp Rijswijk Wassenaar Westland Zoetermeer Provincie Zuid-Holland Totaal
Tabel 17 Deelnemersbijdragen Deelnemers
1 Delft Den Haag Leidschendam-Voorburg Midden-Delfland Pijnacker-Nootdorp Rijswijk Wassenaar Westland Zoetermeer Provincie Zuid-Holland Totaal
5.1.4.2
Betaald voorschot 2020 2 1.296.471 6.246.607 812.436 517.308 722.950 596.730 327.014 3.676.709 1.094.110 7.438.296 22.728.631
Betaalde deelnemersbijdragen Intensivering werkplan via balans betaald 3
4
7.505 90.155 9.215 2.185 5.320 7.600 3.895 11.495 12.065 0 149.435
0 0 0 0 0 0 0 0 0 2.239.734 2.239.734
Totaal betaald 5 1.303.976 6.336.762 821.651 519.493 728.270 604.330 330.909 3.688.204 1.106.175 9.678.030 25.117.800
Nog te verrekenen deelnemersbijdragen Totaal Intensivering Resultaat reguliere werkplan nog 2020 deelnemersbijdrage te verrekenen 6 7 8 0 -56.789 1.247.187 0 -170.087 6.166.675 97.826 21.851 941.328 35.221 48.424 603.138 0 13.744 742.014 73.655 65.555 743.540 7.654 16.157 354.720 0 5.991 3.694.195 0 -9.696 1.096.479 43.806 -418.602 9.303.234 258.162 -483.451 24.892.511
Additionele opdrachten
Verantwoording in jaarrekening 2020 9 10 12.250 1.259.437 0 6.166.675 0 941.328 12.250 615.388 0 742.014 0 743.540 12.250 366.970 12.250 3.706.445 9.500 1.105.979 485.725 9.788.959 544.225 25.436.736
Additionele projecten
In totaal zijn in 2020 € 1.102.100 aan zogenaamde additionele opdrachten verstrekt. Deze wijzigingen zijn op grond van artikel 24, lid 8b van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Haaglanden via een administratieve wijziging verwerkt. Tot en met de Najaarsnota 2020 was een bedrag van € 1.071.700 aan additionele opdrachten verstrekt. Na de vaststelling van de Najaarsnota 2020 is door de provincie ZuidHolland nog een tweetal opdrachten verstrekt en een opdracht door de Stichting Geonovum met een totaalwaarde van € 30.400: • Ontwikkeling werkwijzen en netwerkvorming nieuwe energie € 15.700 • Impuls Omgevingsveiligheid deelprogramma 2 en 3 € 10.200 • Basisregistratie Ondergrond (BRO) door Geonovum € 4.500 Totaal € 30.400 Doordat de lasten € 555.500 lager zijn uitgevallen dan geraamd komen ook de baten lager uit. De lasten zijn voor een totaalbedrag van € 546.600 bij de opdrachtgevers in rekening gebracht (tabel 18). Van de verstrekte opdrachten wordt een bedrag van € 15.800 doorgeschoven naar 2021.
Tabel 18 Additionele projecten Projectomschrijving E-PRTR (European Pollutant Release and Transfer Register) Advisering BRIKS gemeenten Impuls Omgevingsveiligheid (deelprogramma 2 en 3) Impuls Omgevingsveiligheid (deelprogramma 3 en 4) Werkplan Spoed en Nazorg Digitale dienstverlening Ontwikkeling werkwijzen en netwerkvorming nieuwe energie Pilot vervoersmanagement Bijstellen bodemkwaliteitskaart PFAS Impuls Omgevingsveiligheid (deelprogramma 5) Verbeterpunten soortenbescherming - woningbouwopgave Basisregistratie Ondergrond (BRO) Totaal
Opdrachtgever Provincie Zuid-Holland Provincie Zuid-Holland Provincie Zuid-Holland Provincie Zuid-Holland Provincie Zuid-Holland Provincie Zuid-Holland Provincie Zuid-Holland Provincie Zuid-Holland Gemeenten Provincie Zuid-Holland Provincie Zuid-Holland Geonovum
28 / 68
Budget 6.800 100.000 44.400 96.200 631.500 60.000 30.600 11.800 58.500 18.500 39.300 4.500 1.102.100
Kosten 6.756 27.750 16.500 78.409 278.219 13.671 14.191 8.281 58.500 2.636 39.312 2.331 546.556
Verschil 44 72.250 27.900 17.791 353.281 46.329 16.409 3.519 0 15.864 -12 2.169 555.544
Naar 2020 0 0 0 0 0 0 15.800 0 0 0 0 0 15.800
Vrijval budget 0 72.200 27.900 17.800 353.300 46.300 600 3.500 0 15.900 0 2.200 539.700
5.1.4.3
Overige opbrengsten
De overige opbrengsten zijn € 264.400 hoger uitgevallen dan geraamd. Ten opzichte van de Najaarsnota 2020 is de vergoeding van gedetacheerd personeel € 2.900 lager uitgevallen dan geraamd. In het kader van de uitvoering van de Ziektewet en Wet Arbeid en Zorg is de bijdrage € 17.400 hoger uitgevallen dan geraamd. Daarnaast is over de jaren 2016 tot en met 2019 een totaalbedrag van € 250.000 teveel aan pensioenpremies berekend. De afrekening transitoria en overige opbrengsten is afgerond € 100 lager uitgevallen. 5.1.5
Overhead
De overhead bestaat uit de personele lasten van het management, de kosten van inhuur (waaronder ICT), algemene personeelskosten, kapitaallasten, indirecte kosten en de post onvoorzien. De overhead laat in totaal een onderschrijding zien van € 47.700, waarvan € 45.100 betrekking heeft op de post onvoorzien. De overige € 2.600 heeft betrekking op lagere personele en indirecte kosten. 5.1.6
Onvoorzien
De post onvoorzien van € 45.100 is in 2020 niet aangewend. 5.1.7
Mutaties reserves
In 2020 zijn geen mutaties in de reserves geweest.
29 / 68
5.2 Overzicht incidentele lasten en baten De in dit overzicht opgenomen lasten en baten zijn als incidenteel bestempeld, omdat deze lasten en baten alleen in 2020 zijn gerealiseerd. De andere lasten en baten hebben een meer structureel karakter en zijn daarom niet opgenomen in dit overzicht. Tabel 19 Incidentele lasten en baten Programma
Kostensoort
Omschrijving
Personeel Personeel Personeel Personeel Personeel Personeel Personeel Indirecte kosten Additionele projecten Totaal incidentele lasten Algemene dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen Totaal incidentele baten
Uitvoering Wet natuurbescherming aanvragen ontheffingen soortenbescherming Uitvoering Wet natuurbescherming stikstof Uitvoering Waterwet Capaciteitsinzet i.v.m. uitvoering informatieplicht energiebesparende maatregelen Invensivering werkplan Zoetermeer duurzaamheidscontroles Inhuur i.v.m. detachering en zwangerschappen Kosten voormalig personeel Overig Kosten additionele projecten
T&V
Intensivering werkplan 2020 Vergoedingen detacheringen en uitkeringsinstanties Bijdragen informatieplicht energiebesparende maatregelen Afrekening transitoria en overige opbrengsten Afwikkelingsverschillen voorgaande dienstjaren Bijdragen additionele projecten
860.000 1.130.000 249.734 0 0 45.029 4.252 16.887 503.103 2.809.005 0 0 0 0 0 0 0
T&H 0 0 0 149.435 10.152 200.184 91.000 14.560 43.452 508.783 0 0 0 0 0 0 0
Algemene dekkingsmiddelen 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -2.249.886 -245.213 -149.435 -31.447 -250.000 -546.555 -3.472.536
Reserves
Totaal 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
860.000 1.130.000 249.734 149.435 10.152 245.213 95.252 31.447 546.555 3.317.788 -2.249.886 -245.213 -149.435 -31.447 -250.000 -546.555 -3.472.536
Incidentele lasten • Aanvragen ontheffingen soortenbescherming Wet natuurbescherming: voor het inhalen van de achterstand en het grotere werkvolume in de afhandeling van het aantal aanvragen soortenbescherming Wet natuurbescherming is door de provincie Zuid-Holland een drietal incidentele aanvullende opdrachten verstrekt; • Aanvragen ontheffingen Natuurbeschermingswet (PAS): Door de uitspraak van de Raad van State m.b.t. het PAS dossier zijn meer activiteiten in het kader van de uitvoering Wet natuurbescherming stikstof vergunning plichtig worden. De provincie Zuid-Holland heeft hiervoor een tweetal incidentele aanvullende opdrachten verstrekt; • Aanvragen Waterwet: in 2019 is geconstateerde dat het aantal Waterwetaanvragen hoger is dan aanvankelijk was voorzien. In 2019 is hiervoor in een tweetal tranches aanvullende incidentele middelen beschikbaar besteld. De tweede tranche van deze opdracht is in 2020 uitgevoerd. In 2020 is door de provincie Zuid-Holland nogmaals een aanvullende incidentele opdracht voor het hogere werkvolume beschikbaar gesteld; • Uitvoering informatieplicht energiebesparende maatregelen: voor de uitvoering implementatie informatieplicht energiebesparende maatregelen hebben de gemeentelijke deelnemers via de algemene uitkering uit het Gemeentefonds in 2019 incidenteel € 192.100 ontvangen.
Een deel van dit bedrag is op basis van de methodiek van nacalculatie via de balans naar 2020 overgeheveld waarmee de personele inzet 2020 is gedekt; • Intensivering werkplan Zoetermeer duurzaamheidscontroles: in 2020 is het werkplan van de gemeente Zoetermeer aangevuld door het aantal duurzaamheidscontroles en hercontroles te verhogen; • Inhuur en zwangerschappen: betreft incidentele last in verband met het inhuur van personeel in verband met zwangerschap van eigen personeel. Hiertoe wordt een bijdrage van uitkeringsinstanties ontvangen; • Kosten voormalig personeel: op basis van vaststellingsovereenkomsten is 2020 personeel afgevloeid waarvan de kosten in 2020 zijn betaald; • Overig: betreft incidentele uitgaven die zijn gedekt uit de afrekening transitoria van 2019; • Additionele projecten: in 2020 is voor een totaalbedrag van € 546.600 aan additionele opdrachten uitgevoerd. Deze opdrachten hebben een incidenteel karakter (zie ook 5.1.4.2 Additionele projecten).
Incidentele baten • Intensivering werkplan: zie toelichting incidentele lasten (ontheffingen soortenbescherming, ontheffingen Natuurbeschermingswet (PAS), aanvragen Waterwet en intensivering werkplan Zoetermeer); • Vergoedingen detachering en uitkeringsinstanties: betreft incidentele baten in verband met detachering personeel en incidentele vergoedingen van uitkeringsinstanties in verband met zwangerschap; • Bijdragen informatieplicht energiebesparende maatregelen: zie toelichting incidentele lasten; • Afrekening transitoria: betreft incidentele baten doordat de in de jaarrekening 2019 opgenomen transitoria te hoog zijn ingeschat. Voorts is er een klein bedrag aan invorderingskosten in verband met de afwikkeling van dwangsommen ontvangen;
30 / 68
• •
Afwikkelingsverschillen voorgaande dienstjaren: betreft afrekening pensioenpremies over voorgaande dienstjaren; Bijdragen additionele projecten: zie toelichting incidentele lasten.
Tabel 20 Structureel evenwicht Structureel jaarrekeningsaldo (x € 1.000)
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
Saldo van baten en lasten Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Jaarrekeningsaldo na bestemming Waarvan incidentele baten en lasten Structureel jaarrekeningsaldo
1.132 -472 660 -58 602
781 -308 473 1.219 1.692
337 -1.161 -824 1.839 1.015
131 -1.308 -1.177 881 -296
167 -442 -275 155 -120
0 -263 -263 400 137
0 0 0 -155 -155
31 / 68
6 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling 6.1 Wet- en regelgeving De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) daarvoor geeft.
6.2 Algemene waarderingsgrondslagen De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Voor zover relevant wordt met oninbaarheid rekening gehouden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben (met uitzondering van de opgebouwde vakantiegelden). Lasten en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. De gehanteerde valuta is de Euro. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het wettelijke verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals vakantiegelden en vakantiedagen. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. Op basis van de aanbevelingen van de commissie BBV geldt hetzelfde voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen met een jaarlijks constante ontwikkeling.
6.3 Activa 6.3.1
Materiële vaste activa
Materiele vaste activa met economisch nut zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Afschrijving vindt op lineaire wijze plaats met ingang van het jaar volgend op het jaar waarin de investering is gedaan op basis van de verwachte gebruiksduur. Op grondbezit met economisch nut wordt niet afgeschreven. De ODH kent geen vaste activa met maatschappelijk nut. Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. In het begrotingsjaar heeft een dergelijke vermindering overigens niet plaatsgevonden. De gehanteerde afschrijvingstermijnen zijn: a. Kosten onderzoek en ontwikkeling 4 jaar b. Gereedschappen, meet- en geluidsapparatuur 5 jaar c. Hardware en software automatisering met uitzondering van mobiele telefoons en tablets 5 jaar d. Huisvesting en Kantoorinventaris 10 jaar e. Mobiele telefoons en tablets 3 jaar Specifieke investeringsbijdragen van derden, evenals aangewezen reserves worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht. In die gevallen wordt op het saldo afgeschreven, conform de door het algemeen bestuur besloten wijze en termijnen.
Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. 6.3.2
Vlottende activa
Vorderingen worden gewaardeerd op de nominale waarde onder aftrek van een voorziening voor oninbaarheid. Voorzieningen worden bepaald op basis van individuele beoordeling (statische methode) van de inbaarheid van de vorderingen. Op basis hiervan zijn vorderingen uit hoofde van sociale voorzieningen
32 / 68
geheel voorzien. De overlopende activa en liquide middelen zijn eveneens op basis van de nominale waarden gewaardeerd. Onder de overlopende activa worden opgenomen: 1. de van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel; 2. overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen.
6.4 Passiva 6.4.1
Eigen vermogen
Het totale eigen vermogen is gelijk aan het eigen vermogen van voorgaand jaar vermeerderd of verminderd met het resultaat voor bestemming. Voor zover het bestuur gedurende het jaar al besluiten over bestemmingsreserves heeft genomen, zijn de effecten van deze besluiten in de stand van die reserves per jaareinde verwerkt. Uit het resultaat voor reservemutaties en de effecten van genoemde bestuursbesluiten betreffende goedgekeurde reservemutaties volgt een resultaat voor bestemming, dat als een gescheiden post van het eigen vermogen is gepresenteerd. De reserves van het eigen vermogen worden onderscheiden in een algemene reserve en bestemmingsreserves. De overige bestemmingsreserves zijn door het bestuur ingesteld voor specifieke doeleinden, zoals de financiering van activa, verwachte bijdrage in projecten of relevante risico’s. Voor alle bestemmingsreserves geldt dat het bestuur over de aard en omvang kan beslissen. 6.4.2
Vlottende passiva
De vlottende passiva zijn op basis van de nominale waarden gewaardeerd. Onder de overlopende passiva worden afzonderlijk opgenomen: a) verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume; b) de van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren; c) overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen.
33 / 68
7 Balans en toelichting 7.1 Balans Activa
31-12-2020
31-12-2019 Passiva
31-12-2020
31-12-2019
Vaste activa
1.535.483
1.438.649 Eigen vermogen
1.071.385
1.071.385
Totaal materiële activa Materiële vaste activa
1.535.483 1.535.483
1.438.649 Algemene reserve 1.438.649 - opgebouwd rekeningresultaat - weerstandsvermogen - resultaat boekjaar
1.071.385 51.385 1.020.000 0
1.071.385 51.385 1.020.000 0
272.521 0 272.521
298.074 0 298.074
Voorzieningen Verlofrechten latende organisatie Werkloosheidsuitkeringen TOTAAL VASTE ACTIVA
1.535.483
1.438.649 TOTAAL VASTE PASSIVA
1.343.906
1.369.459
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar. Vorderingen openbare lichamen Overige vorderingen Rekening courant schatkistbankieren Rekening courant Simpled Card
17.170.351 13.098.477 279.224 3.790.878 1.772
Netto-vlottende schulden met een rentetypische 16.539.559 looptijd korter dan één jaar 14.152.007 Crediteuren 299.950 Af te dragen BTW 2.086.102 Af te dragen loonheffing en soc. premies 1.500
4.190.676 591.545 2.185.305 1.413.826
3.951.669 542.618 1.989.035 1.420.016
14.204.596 11.716.228 378.720 922.265 1.187.383
13.108.019 11.398.506 474.035 528.651 706.827
Liquide middelen Banksaldi
7.964 7.964
21.765 21.765
Overlopende activa Vooruitbetaalde bedragen Overige overlopende activa
1.025.380 581.027 444.353
429.174 Overlopende passiva 352.127 Vooruit gefactureerde deelnemersbijdragen 77.047 Vooruit gefactureerde dwangsommen Nog af te rekenen/verrekenen resultaat nacalculatie Overige overlopende passiva
TOTAAL VLOTTENDE ACTIVA
18.203.695
16.990.498 TOTAAL VLOTTENDE PASSIVA
18.395.272
17.059.688
TOTAAL ACTIVA
19.739.178
18.429.147 TOTAAL PASSIVA
19.739.178
18.429.147
7.2 Toelichting op de balans 7.2.1
Vaste activa
Materiële vaste activa Hardware servers, werkplekken en ondersteundende voorzieningen Vervangingsinvestering ICT Vervangingsinvestering mobiele apparatuur Vervangingsinvestering DMS/RMA Vervangingsinvestering HMR-gesprekkencyclus (My Forms) Vervangingsinvestering VTH Totaal ICT krediet Huisvesting en inventaris Gereedschappen, meet- en geluidsapparatuur Totaal Krediet Huisvesting en Inventaris Totaal
Boekwaarde begin 2020 11.768 564.398 165.847 401.186 0 0 1.143.199 234.074 61.376 295.450 1.438.649
34 / 68
Investering 2020 0 290.125 4.265 64.704 20.246 29.562 408.902 53.662 0 53.662
Afschrijving 2020 11.768 136.600 55.282 111.616 0 0 315.266 32.213 18.251 50.464
462.564
365.730
Extra afschrijving
Boekwaarde einde 2020 0 0 0 717.923 0 114.830 0 354.274 0 20.246 0 29.562 0 1.236.835 0 255.523 0 43.125 0 298.648 0
1.535.483
7.2.2
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
Kortlopende vorderingen
Boekwaarde 31-12-2020 13.098.477 279.224 3.790.878 1.772 17.170.351
Vorderingen openbare lichamen Overige vorderingen Rekening courant schatkistbankieren Rekening courant Simpled Card Totaal
Boekwaarde 31-12-2019 14.152.007 299.950 2.086.102 1.500 16.539.559
De vorderingen op openbare lichamen bedragen in totaal € 13.098.477. Van de vooruit gefactureerde deelnemersbijdrage over de 1e helft van 2021 van € 14.125.440 (inclusief BTW) is eind 2020 in totaal € 1.207.379 ontvangen zodat nog een vordering open staat van € 12.918.061. Daarnaast is nog een bijdrage te vorderen in projectkosten voor een bedrag van € 78.505 en een bedrag van € 65.001 i.v.m. detachering. Van de overige vorderingen met een totaalbedrag van € 279.224 heeft € 268.075 betrekking op nog te ontvangen dwangsommen. In het kader van de wet Schatkistbankieren zijn alle decentrale overheden vanaf 15 december 2013 verplicht hun overtollige7 liquide middelen op een rekening courant bij het Ministerie van Financiën te storten. 7.2.3
Liquide middelen
Liquide middelen Banksaldi Totaal
7.2.4
Boekwaarde 31-12-2020 7.964 7.964
Boekwaarde 31-12-2019 21.765 21.765
Boekwaarde 31-12-2020 581.027 444.353 1.025.380
Boekwaarde 31-12-2019 352.127 77.047 429.174
Overlopende activa
Overlopende activa Vooruitbetaalde bedragen Overige overlopende activa Totaal
De overlopende activa bestaat uit door leveranciers vooruit gefactureerde bedragen die betrekking hebben op 2021 (vooruitbetaalde bedragen). Van de overige overlopende activa heeft een bedrag van € 179.127 betrekking op nog te ontvangen projectkosten additionele opdrachten en een bedrag van € 258.162 heeft betrekking op nog te verrekenen deelnemersbijdrage i.v.m. overdracht asbesttaken en potentiële Zeer Zorgwekkende Stoffen (p)ZZS. Daarnaast is nog een vordering opgenomen van € 7.064 voor nog door te belasten kosten in het kader van de voorbereiding Omgevingswet. 7.2.5
Eigen vermogen
Reserves 2020 Algemene Reserve Resultaatbestemming Totaal
7.2.6
Stortingen
Beginstand 2020 298.074 298.074
Stortingen
Onttrekkingen 0 0 0
0 0 0
Eindstand 2020 1.071.386 0 1.071.386
Voorzieningen
Voorzieningen 2020 Werkloosheidsuitkeringen Totaal
7
Beginstand 2020 1.071.386 0 1.071.386
0 0
Onttrekkingen Eindstand 2020 25.553 272.521 25.553 272.521
Het woord ‘overtollig’ verwijst naar alle middelen die decentrale overheden niet onmiddellijk nodig hebben voor de publieke taak.
35 / 68
Voor een tweetal medewerkers heeft het ‘van werk naar werk’ traject als gevolg van de in 2016 besloten wijzigingen en aanvullingen op het inrichtings- en personeelsplan (I&P-plan) niet tot het gewenste resultaat geleid. Zij hebben vanaf 1 januari 2019 recht op een werkloosheidsuitkering. De ODH heeft als risicodrager een voorziening gevormd voor de dekking van de (bovenwettelijk) werkloosheidsuitkering waardoor de kosten van de werkloosheidsuitkeringen niet op de exploitatie in toekomstige jaren drukken. In 2020 is een bedrag van € 25.553 aan werkloosheidsuitkering uitgekeerd. 7.2.7
Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
Kortlopende schulden
Boekwaarde 31-12-2020 591.545 2.185.305 1.413.826 4.190.676
Crediteuren Af te dragen BTW Af te dragen loonheffing en soc. premies Totaal
Boekwaarde 31-12-2019 542.618 1.989.035 1.420.016 3.951.669
Het crediteurensaldo betreft de nog openstaande facturen per 31 december 2020. Voorts was ultimo 2020 nog een bedrag aan BTW af te dragen van € 2.185.305 en een bedrag van € 1.413.826 aan loonheffing, sociale premies en pensioenpremies. 7.2.8
Overlopende passiva
Overlopende passiva
Boekwaarde 31-12-2020 11.716.228 378.720 922.265 1.187.383 14.204.596
Vooruit gefactureerde deelnemersbijdragen Vooruit gefactureerde dwangsommen Nog af te rekenen/verrekenen resultaat nacalculatie Overige overlopende passiva Totaal
Boekwaarde 31-12-2019 11.398.506 474.035 528.651 706.827 13.108.019
De vooruit gefactureerde deelnemersbijdrage bevat de in 2020 gefactureerde deelnemersbijdrage over het eerste halfjaar van 2021. Ultimo 2019 was een bedrag van € 474.035 aan dwangsommen gefactureerd. In 2020 is een bedrag van € 73.000 aan nieuwe dwangsommen gefactureerd en is een bedrag van € 136.750 aan ontvangen dwangsommen aan de deelnemende gemeenten uitbetaald. In overleg met de opdrachtgevers is een bedrag van € 31.565 afgeboekt. Van het saldo van € 378.720 is ultimo 2020 een bedrag van € 97.080 ontvangen maar nog niet uitbetaald. Dit bedrag wordt pas nadat het volledige bedrag van de dwangsom is geïnd aan de deelnemende gemeenten uitbetaald. Op basis van de bij besluit van 26 juni 2019 door het AB vastgestelde methodiek nacalculatie wordt het rekeningresultaat van € 483.451 via de balans met de deelnemers verrekend/afgerekend. Van het afgerekende/nog te verrekenen rekeningresultaat over 2019 was ultimo 2020 nog een bedrag beschikbaar van € 438.814. Met toevoeging van het rekeningresultaat over 2020 van € 483.451 komt het saldo uit op een bedrag van € 922.265. De overige overlopende passiva bestaan met name uit nog te ontvangen facturen van in 2020 geleverde goederen en diensten voor een bedrag van € 1.187.383.
36 / 68
7.3 Niet uit de balans blijkende verplichtingen Artikel 53 van de BBV verplicht de ODH om in de toelichting op de balans inzicht te geven in de financiële verplichtingen waaraan de ODH is verbonden, voor zover die verplichtingen financiële consequenties hebben voor toekomstige jaren en deze verplichtingen niet zijn opgenomen in een balanspost. In de uitwerkingen van dit artikel is aangegeven dat alleen politiek-bestuurlijke en financieel gezien belangrijke verplichtingen dienen worden opgenomen: • Huurcontract en dienstverleningsovereenkomst (incl. contract/SLA printers met Xerox Nederland) met de provincie Zuid-Holland ca. € 710.000 per jaar; • Leasecontract wagenpark met Multilease ca. € 73.000 per jaar; • Contract KPN/Cegeca(Call2) incl. uitwijkvoorziening ca. € 338.000 per jaar; • Licentiekosten Roxit zaaksysteem Squit ca. € 253.000 per jaar; • Licentiekosten Afas geïntegreerd salaris-, financieel-, en HRM-systeem Profit ca. € 66.000 per jaar; • Verlofrechten € 708.500.
37 / 68
8 Besluit Algemeen Bestuur Het Algemeen Bestuur van de Omgevingsdienst Haaglanden; Gelezen het voorstel van het Dagelijks Bestuur van 7 april 2021; Gelezen het verslag van bevindingen van de onafhankelijke accountant; Gelezen het verslag en het advies van de rekeningcommissie; Gelezen de reactie van het Dagelijks Bestuur van 9 juni 2021;
BESLUIT:
− −
De Ontwerp Jaarstukken 2020 vast te stellen; Het resultaat van de nacalculatie van € 483.451 met de deelnemers af te rekenen op basis van de vastgestelde methodiek nacalculatie (zoals opgenomen in tabel 16).
Aldus besloten in de openbare vergadering van het algemeen bestuur op 30 juni 2021. De secretaris,
De voorzitter,
Ir. L.P. Klaassen
Drs. ing. R.C. Paalvast
38 / 68
9 Bijlagen 9.1 Exploitatierekening Exploitatie-overzicht 1 Personeel 2 Kapitaallasten 3 Indirecte kosten 5 Additionele projecten 6 Onvoorzien Totaal lasten
Realisatie Primitieve 2019 begroting 2020 19.616.885 19.429.900 309.497 581.600 2.524.500 2.740.400 927.809 0 0 45.100 23.378.691 22.797.000
7 Algemene dekkingsmiddelen Totaal baten
-23.115.891 -23.115.891
Gerealiseerd totaal van baten en lasten Mutatie reserves Storting Onttrekking Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves
VJN
NJN
-4.600 0 155.300 0 0 150.700
20.200 0 -10.000 0 0 10.200
Admin. wijzigingen 3.236.900 -215.800 -340.800 1.102.100 0 3.782.400
Totaal Begroting 2020 wijzigingen na wijziging 3.252.500 22.682.400 -215.800 365.800 -195.500 2.544.900 1.102.100 1.102.100 0 45.100 3.943.300 26.740.300
Realisatie 2020 22.510.762 365.731 2.542.677 546.556 0 25.965.727
Verschil 2020 171.638 69 2.223 555.544 45.100 774.573
-22.797.000 -22.797.000
-150.700 -150.700
-10.200 -10.200
-3.782.400 -3.782.400
-3.943.300 -3.943.300
-26.740.300 -26.740.300
-25.965.727 -25.965.727
-774.573 -774.573
262.800
0
0
0
0
0
0
0
0
41.916 -304.716 -262.800
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
8
Gerealiseerd resultaat
De totale lasten (inclusief additionele projecten) komen in 2020 uit op € 25.965,727 en dat is € 774.573 lager dan geraamd. De totale baten (inclusief additionele projecten) komen in 2020 uit € 25.965.727 en dat is (inclusief de afrekening/verrekening nacalculatie) € 774.573 lager dan geraamd. De post personeel bestaat uit de salariskosten van eigen personeel, de inhuur van derden, opleidingskosten en algemene personeelskosten. De inhuur en inkoop diensten t.b.v. ICT (o.a. Servicedesk en uitwijkvoorziening), die in de begroting, voorjaarsnota en najaarsnota waren verantwoord onder de post indirecte kosten zijn in de jaarrekening verantwoord onder de post personeel. Hierna is per hoofdkostensoort een toelichting opgenomen van de verschillen (afgerond op honderdtallen). Personeel De post personeel is in totaal € 171.700 lager uitgevallen dan geraamd door: • Minder personele lasten T&V • Meer personele lasten T&H • Minder personele lasten BV (overhead) Totaal
€ € € €
254.300 -83.600 1.000 171.700
Voor een toelichting zie bijlage 9.5. Kapitaallasten In de primitieve begroting was een post kapitaallasten opgenomen van € 581.600. De post kapitaallasten is via een administratieve wijziging verlaagd met € 215.800 naar € 365.800. De vrijkomende middelen zijn incidenteel ingezet voor het verder optimaliseren van de ICT-infrastructuur. In 2020 zijn geen financieringsmiddelen aangetrokken. Indirecte kosten De indirecte kosten bestaan uit huisvestingskosten, ICT-kosten, vervoerskosten en overige bedrijfskosten. In totaal zijn de indirecte kosten in 2020 € 2.200 lager uitgevallen dan geraamd.
39 / 68
Additionele projecten Na de vaststelling van de Najaarsnota 2020 bedroeg het totaal aan additionele projecten € 1.071.700. Na de vaststelling van de Najaarsnota 2020 is nog een tweetal opdrachten verstrekt door de provincie Zuid-Holland en een opdracht door de Stichting Geonovum voor een totaalwaarde van € 34.400. Het totaal komt daarmee uit op een bedrag van € 1.102.100. In totaal is een bedrag van € 546.600 uitgegeven, zodat een verschil resteert van € 555.500. Van dit bedrag heeft € 15.800 betrekking op opdrachten die in 2021 doorlopen. Het restantbedrag van € 539.700 wordt aan de betreffende opdrachtgevers gerestitueerd en/of afgerekend (zie 5.1.4.2, tabel 18). Onvoorzien In de primitieve begroting 2020 was een post voor onvoorzien opgenomen van € 45.100. In 2020 zijn geen bedragen aan de post onvoorzien onttrokken.
Algemene dekkingsmiddelen De algemene dekkingsmiddelen bestaan uit de deelnemersbijdragen, opbrengsten additionele projecten en overige opbrengsten: • Deelnemersbijdragen € 25.376.000 • Deelnemersbijdragen – nacalculatie € -/- 483.500 • Additionele opdrachten € 546.600 • Overige opbrengsten € 526.600 Totaal € 25.965.700 In totaal is in 2020 ten opzichte van de raming € 774.600 minder aan algemene dekkingsmiddelen ontvangen: • Deelnemersbijdragen – nacalculatie € -/- 483.500 • Additionele opdrachten € -/- 555.500 • Overige opbrengsten € 264.400 Totaal € -/- 774.600 De jaarrekening 2020 sluit met een onverdeeld positief resultaat van € 483.451. Het onverdeelde resultaat is op basis van het besluit van het AB van 26 juni 2019 inzake de nacalculatie verrekend met de deelnemersbijdrage en toegevoegd aan de balanspost overlopende passiva, waarna met de individuele deelnemer afrekening plaatsvindt dan wel verrekening via het werkplan 2020. Doordat de additionele projectkosten € 555.500 lager zijn uitgevallen dan geraamd komen ook de baten lager uit (zie 5.1.4.2). De lasten zijn voor een totaalbedrag van € 546.600 bij de opdrachtgevers in rekening gebracht (tabel 19). Van de verstrekte opdrachten wordt een bedrag van € 15.800 doorgeschoven naar 2021. De overige opbrengsten zijn € 264.400 hoger uitgevallen dan geraamd.
Ten opzichte van de Najaarsnota 2020 is de vergoeding van gedetacheerd personeel € 2.900 lager uitgevallen dan geraamd. In het kader van de uitvoering van de Ziektewet en Wet Arbeid en Zorg (WAZO) is de bijdrage € 17.400 hoger uitgevallen dan geraamd. Daarnaast is over de jaren 2016 tot en met 2019 een totaalbedrag van € 250.000 te veel aan pensioenpremies berekend (zie 5.1.4.3). De afrekening transitoria en overige opbrengsten is afgerond € 100 lager uitgevallen. Mutatie reserves In 2020 hebben geen mutaties in de reserves plaatsgevonden.
40 / 68
9.2 Overzicht gerealiseerde baten en lasten per taakveld In de gewijzigde BBV is opgenomen dat in de begroting en jaarrekening een overzicht moet worden opgenomen van de geraamde en gerealiseerde baten en lasten per taakveld. In tabel 21 is dit overzicht weergegeven. Voorts zijn in tabel 22 de beleidsindicatoren weergegeven van het taakveld bestuur en ondersteuning. Voor de inwoneraantallen is uitgegaan van de aantallen per 1-1-2020 (bron: CBS Statline). Voor het taakveld volksgezondheid en milieu zijn vooralsnog geen beleidsindicatoren opgenomen. Het hanteren van streefcijfers voor activiteiten van de ODH, waarbij er interactie is met partijen uit de samenleving, heeft weinig waarde omdat juist overleg en het trachten van het bereiken van consensus van groter belang kunnen zijn dan een streefgetal voor bijvoorbeeld tijdsbesteding. De ODH kan in het geval van wettelijke normen wanneer sprake is van bijvoorbeeld incomplete aanvragen of te laat verkregen externe adviezen, ‘op tijd’ weigeren. Echter bevoegde gezagen geven aan soms de voorkeur te geven aan een zorgvuldig proces boven het halen van een tijdslimiet. Uit bovenstaande aspecten moge blijken dat naast een kwantitatieve kant ook de kwaliteit van het proces naar de maatschappij aandacht verdient. De aandacht die ook onze opdrachtgevers hiervoor vragen spreekt boekdelen.
Het spreekt voor zich dat het halen van termijnen uitgangspunt blijft. Tabel 21 Overzicht gerealiseerde baten en lasten per taakveld Overzicht van baten en lasten per taakveld 0.4 Overhead 0.8 Overige baten en lasten 0.9 Vennootschapsbelasting (VpB) 0.10 Mutaties reserves 0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten Bestuur en ondersteuning
Primitieve begroting 2020 Lasten Baten Saldo 8.817.900 0 8.817.900 45.100 -22.797.000 -22.751.900 0 0 0 0 0 0 0 0 0 8.863.000 -22.797.000 -13.934.000
Gewijzigde begroting 2020 Lasten Baten Saldo 9.829.500 0 9.829.500 45.100 -26.740.300 -26.695.200 0 0 0 0 0 0 0 0 0 9.874.600 -26.740.300 -16.865.700
Realisatie 2020 Lasten Baten Saldo 9.826.893 0 9.826.893 0 -25.965.727 -25.965.727 0 0 0 0 0 0 0 0 0 9.826.893 -25.965.727 -16.138.834
7.4
Milieubeheer Volksgezondheid en milieu
13.934.000 13.934.000
0 0
13.934.000 13.934.000
16.865.700 16.865.700
16.138.834 16.138.834
Totaal
22.797.000 -22.797.000
0
0 0
16.865.700 16.865.700
26.740.300 -26.740.300
0
Lasten 2.607 45.100 0 0 0 47.707
Verschil 2020 Baten 0 -774.573 0 0 0 -774.573
Saldo 2.607 -729.473 0 0 0 -726.866
0 0
16.138.834 16.138.834
726.866 726.866
0 0
726.866 726.866
25.965.727 -25.965.727
0
774.573
-774.573
0
Realisatie 2020 230,3 1.117.031 205,0 1.117.031 8.338.595 1.117.031 2.920.425 19.503.620 9.826.893 25.965.727
0,21 0,18 7,46 14,97 37,85
Tabel 22 Beleidsindicatoren bestuur en ondersteuning Naam indicator Formatie Bezetting Apparaatskosten Externe inhuur Overhead
Eenheid Fte per 1.000 inwoners Fte per 1.000 inwoners Kosten per inwoner Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen % van totale lasten
Bron FVW/CBS Statline FVW/CBS Statline Eigen bron Eigen bron Eigen bron
Begroting 2020 215,3 1.102.800 194,2 1.102.800 7.249.200 1.102.800 672.800 18.496.800 8.863.000 22.797.000
0,20 0,18 6,57 3,64 38,88
Onder apparaatskosten wordt verstaan alle noodzakelijke financiële middelen voor het inzetten van personeel (salarissen), organisatie-, huisvestings-, materieel-, automatiseringskosten e.d. voor de uitvoering van de organisatorische taken. Dat zijn dus alle personele en materiële kosten die verbonden zijn aan het functioneren van de organisatie. Onder overhead wordt verstaan alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. De overhead bestaat dus naast de loonkosten van de zogenaamde PIOFACH-functies uit ICT-kosten, huisvestingskosten, kosten wagenpark etc., kapitaallasten en personele kosten die niet rechtstreeks zijn toe de delen aan de taakvelden in het primaire proces. Het percentage overhead bedraagt over 2020 37,9% (2019: 38,5%) tegenover een raming van 38,9%. Exclusief de materiële lasten komt het percentage overhead uit op 28,0% (2019: 28,5%).
41 / 68
9.3 BBV-informatie Tabel 23 Vertegenwoordiging bestuur
Artikel 15, lid 2 a
Aantal leden A
Delft Den Haag Leidschendam-Voorburg Midden-Delfland Pijnacker-Nootdorp Rijswijk Wassenaar Westland Zoetermeer Provincie Zuid-Holland Totaal
Algemeen Bestuur Dagelijks Bestuur Stemverdeling Stemverhouding B AxB 1 16 16 0 2 27 54 1 1 4 4 0 1 4 4 0 1 8 8 1 1 8 8 0 1 4 4 0 2 14 28 1 1 16 16 1 2 29 58 1 13 130 200 5
Tabel 24 Bekostiging
Bekostiging Begin Eind 1.305.455 1.247.187 6.308.324 6.166.675 819.427 941.328 518.943 603.138 727.929 742.014 601.961 743.540 330.140 354.720 3.686.637 3.694.195 1.094.492 1.096.479 7.403.705 9.303.234 22.797.013 24.892.511
Artikel 15, lid 2 b Delft Den Haag Leidschendam-Voorburg Midden-Delfland Pijnacker-Nootdorp Rijswijk Wassenaar Westland Zoetermeer Provincie Zuid-Holland Totaal Tabel 25 Omvang vermogen, financieel resultaat en risico’s
Omvang Begin 1.071.385 0 0 1.020.000
Artikel 15, lid 2 c t/m e Eigen vermogen Vreemd vermogen Verwachte omvang financiële resultaat Risico's
Eind 1.071.385 0 0 1.020.000
Tabel 26 Netto schuldquote Netto schuldquote A. Totaal van de vaste schulden B. Totaal van de netto vlottende schulden C. Totaal van de overlopende passiva D. Totaal financiële activa met een rentetypische looptijd van één jaar of langer E. Totaal uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar F. Totaal van alle liquide middelen G. Totaal van de overlopende activa H. Totaal saldo van de baten, exclusief mutaties reserves Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H)
Realisatie 2014 0 2.485.408 10.568.465 0 14.981.365 6.407 316.938 19.849.009 -11,3%
Realisatie 2015 0 2.528.033 11.205.363 0 16.163.713 6.759 427.463 20.585.834 -13,9%
Realisatie 2016 0 2.488.636 10.918.347 0 15.190.240 5.276 470.058 21.599.908 -10,5%
42 / 68
Verloop van de kengetallen Realisatie 2017 Realisatie 2018 0 0 3.439.897 3.653.626 10.627.869 12.147.450 0 0 14.230.625 15.151.767 9.516 4.766 763.409 1.007.751 21.622.346 22.243.410 -4,3% -1,6%
Realisatie 2019 0 3.951.669 13.108.019 0 16.539.559 21.765 429.174 23.115.891 0,3%
Begroting 2020 0 3.640.000 12.703.500 0 15.697.800 6.000 0 22.797.000 2,8%
Realisatie 2020 0 4.190.676 14.204.596 0 17.170.351 7.964 1.025.380 25.965.727 0,7%
Tabel 27 Solvabiliteitsratio Realisatie 2014 3.137.148 16.437.899 19,1%
Realisatie 2015 3.610.192 17.499.482 20,6%
Realisatie 2016 2.785.547 16.280.708 17,1%
Verloop van de kengetallen Realisatie 2017 Realisatie 2018 1.609.295 1.334.186 15.752.127 17.497.490 10,2% 7,6%
Realisatie 2019 1.071.385 18.429.147 5,8%
Begroting 2020 1.071.400 17.622.200 6,1%
Realisatie 2020 1.071.385 19.739.178 5,4%
Totaal lasten programma's Totaal incidentele lasten programma's A. Structurele lasten
Realisatie 2014 19.189.151 603.293 18.585.858
Realisatie 2015 20.112.790 2.051.991 18.060.799
Realisatie 2016 22.424.553 2.643.595 19.780.958
Verloop van de kengetallen Realisatie 2017 Realisatie 2018 22.798.598 22.518.519 2.903.339 1.448.044 19.895.259 21.070.475
Realisatie 2019 23.378.691 1.523.353 21.855.338
Begroting 2020 22.797.000 0 22.797.000
Realisatie 2020 25.965.727 3.317.788 22.647.939
Totaal baten programma's Totaal incidentele baten programma's B. Structurele baten
19.849.009 661.295 19.187.714
20.585.834 1.391.973 19.193.861
21.599.908 1.494.017 20.105.891
21.622.346 2.022.680 19.599.666
22.243.410 1.293.079 20.950.331
23.644.542 1.639.564 22.004.978
22.797.000 0 22.797.000
25.965.727 3.472.536 22.493.191
C. Totaal structurele toevoegingen aan reserves D. Totaal structurele ontrekkingen aan reserves E. Het totaal van de baten exclusief mutaties reserves Structurele exploitatieruimte((B-A)+(D-C))/E x 100%
0 0 19.849.009 3,0%
0 0 20.585.834 5,5%
0 0 21.599.908 1,5%
0 0 21.622.346 -1,4%
0 0 22.243.410 -0,5%
0 0 23.644.542 0,6%
0 0 22.797.000 0,0%
0 0 25.965.727 -0,6%
Solvabiliteitsratio A. Eigen vermogen B. Totaal alle passiva Solvabiliteitsratio (A/B)
Tabel 28 Structurele exploitatieruimte Structurele exploitatieruimte
43 / 68
9.4 Wet normering topinkomens WNT-verantwoording 2020 Omgevingsdienst Haaglanden Op 1 januari 2013 is de Wet normering topinkomens (WNT) in werking getreden. De WNT is van toepassing op de Omgevingsdienst Haaglanden. Het voor de Omgevingsdienst Haaglanden toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2020 € 201.000 (het algemene bezoldigingsmaximum). Het WNT-maximum voor de leden van het Algemeen Bestuur bedraagt voor de voorzitter 15% en voor de overige leden 10% van het bezoldigingsmaximum, berekend naar rato van de duur van het dienstverband. De toezichthoudende topfunctionarissen bij de ODH (leden van het Algemeen en Dagelijks Bestuur) ontvangen geen vergoeding voor hun werkzaamheden. In verband daarmee is volstaan met het opnemen van de naam en de functie van de toezichthoudende topfunctionarissen. Bezoldiging topfunctionarissen Bedragen x € 1 Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2020 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) Dienstbetrekking?
L.P. Klaassen Directeur/Secretaris 1/1 - 31/12 1,0 ja
Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn Subtotaal
133.489 20.807 154.296
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
201.000
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag Totale bezoldiging
N.v.t. 154.296
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
N.v.t. N.v.t.
Gegevens 2019 Aanvang en einde functievervulling in 2019 Deeltijdfactor 2019 in fte Dienstbetrekking? Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn Subtotaal
1/1 - 31/12 1,0 ja 124.728 19.961 144.689
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
194.000
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag Totale bezoldiging
N.v.t. 144.689
Toezichthoudende topfunctionarissen Naam topfunctionaris R. Paalvast L. van Tongeren L. Snijders A. Bom-Lemstra F. van Kuppeveld S. Smit B. Vollebregt H. Bredemeijer A. van Eekelen A. van de Laar K. Wassenaar B. van der Stee J. Baljeu
Aanvang en einde functievervulling in 2020 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12
Organisatie
Functie
Zoetermeer Den Haag Westland Zuid-Holland Pijnacker-Nootdorp Midden-Delfland Delft Den Haag Leidschendam-Voorburg Rijswijk Wassenaar Westland Zuid-Holland
Voorzitter AB/DB Lid AB/DB Lid AB/DB Lid AB/DB Lid AB/DB Lid AB Lid AB Lid AB Lid AB Lid AB Lid AB Lid AB Lid AB
Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2020 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.
44 / 68
9.5 Kwantitatieve verantwoording realisatie programma’s 9.5.1
Programma T&V
9.5.1.1
Milieu-inrichtingen
Het aantal afgeronde zaken voor milieu-inrichtingen is lager uitgekomen dan geraamd. Met name het aantal meldingen Activiteitenbesluit en maatwerkbesluiten kwam lager uit. Belangrijkste oorzaak is dat de realisatie bij een beperkt aantal gemeenten achter is gebleven op de raming. Vanwege de maatregelen rond COVID19 hebben er minder vuurwerkevenementen plaatsgevonden dan geraamd. In 2020 heeft de ODH voor de gemeente Den Haag de vuurwerkverkoopvergunningen verzorgd. Voor een aantal gemeenten is in 2020 de taak asbest bij sloopmeldingen uitgevoerd. Het bevoegd gezag heeft een (wettelijke) verplichting om regelmatig te bezien of vergunningen nog voldoende actueel zijn en of daarin opgenomen beperkingen en voorschriften nog toereikend zijn. Het actualiseren van vergunningen maakt onderdeel uit van de in mei 2020 uitgebrachte nota “VTH Beleid gemeentelijke taken Omgevingsdienst Haaglanden”. Gelet hierop is in 2020 het milieuvergunningenbestand van de Haaglandengemeenten doorgelopen op een mogelijke noodzaak tot actualisatie. Naar aanleiding van deze beoordeling is een prioritering aangebracht van actualisaties die het komende jaar zouden dienen plaats te vinden. De hieruit naar voren gekomen actualisaties zijn opgenomen in de individuele werkplannen voor 2021. Voor de provincie wordt al langer een actualisatieprogramma voor milieuvergunningen uitgevoerd.
Binnen het cluster milieu-inrichtingen heeft het leeuwendeel van het aantal zaken betrekking op activiteiten van bedrijven en het behandelen van (asbest)sloopmeldingen. Slechts een klein deel heeft betrekking op vuurwerkactiviteiten. De realisatie in 2020 wijkt niet significant af van de werkplanraming 2020 (grafiek 6). Grafiek 6 Aantal zaken milieu-inrichtingen
9.5.1.2
Bodem & Ondergrond
Dit cluster verricht werkzaamheden op gebied van bodemverontreiniging, waterwet, ontgrondingen en de PMV. Het aantal zaken voor bodem & ondergrond is in 2020 iets hoger uitgekomen dan geraamd. Dat geeft een enigszins vertekend beeld omdat vooral een gewijzigde registratie van administratieve handhavingszaken (aanschrijven op rapportage verplichtingen) heeft geresulteerd in een hoger aantal zaken. Als die wijziging buiten beschouwing wordt gelaten is het aantal zaken over de hele linie iets lager uitgekomen dan geraamd. Voor de waterwet is als gevolg van het aantrekken van het bouwen van wooncomplexen en het doorvoeren van aardgasloze energievoorzieningen voor woningen, kantoren en bedrijven een licht stijgende beweging waarneembaar in het aantal waterwetvergunningen voor bodemenergiesystemen. In grafiek 7 is de verdeling van de zaken opgenomen.
45 / 68
Grafiek 7 Aantal zaken Bodem & Ondergrond
9.5.1.3
Natuurbescherming
Het taakveld Natuurbescherming betreft een zogeheten geconcentreerde provinciale taak die voor de hele provincie worden uitgevoerd. Deze taak omvat de werkvelden gebiedsbescherming (waaronder stikstof), soortenbescherming en beheer- en schadebestrijding. Deze taak ondervindt invloed van de uitspraak eind mei 2019 rond de stikstofregelgeving (vernietiging PAS), die zorgt voor een toegenomen complexiteit om natuurvergunningen (Natura 2000) af te geven. Het Rijk en de provincies werken vanaf de herfst 2019 aan oplossingen om de stagnatie van allerlei activiteiten als gevolg van de stikstofproblematiek op te lossen. Dit heeft geresulteerd in een aantal aanpassingen in de regelgeving voor natuurvergunningen. Onderdeel daarvan was het voorzien in een stikstofregistratiesysteem ter ondersteuning van de vergunningverlening voor woningbouwprojecten. Vanaf eind 2019 is de vergunningverlening voor stikstof weer op gang gekomen. Lopende 2020 heeft voor deze taakuitvoering een intensivering plaatsgevonden en is de raming substantieel naar boven bijgesteld. Het aantal gerealiseerde zaken voor natuurvergunningen (gebiedsbescherming) ligt rond de bijgestelde raming. Een onderdeel van natuurbescherming betreft de soortenbescherming.