CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS308654 Bijlage

Gemeenteraad 7 oktober 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Brief burgemeester inzake geactualiseerd demonstratiebeleid (RIS308654)7.373 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

DEMONSTRATIEBELEID GEMEENTE DEN HAAG

Inhoud

1. Inleiding

4

2. Het begrip ‘betoging’

4

2.1 Gemeenschappelijkheid

4

2.2 Openbaarheid

4

2.3 Meningsuiting

5

3. Betrokken partijen

6

3.1 Organisator

6

3.2 De driehoek

6

3.2.1 Burgemeester

6

3.2.2. Hoofdofficier van Justitie

7

3.2.3 Politie

7

4. Kennisgeving en overleg

7

5. Doelcriteria

8

5.1 Gezondheid

9

5.2 Verkeer

9

5.3 Wanordelijkheden

10

6. Beperken, verbieden, aanwijzingen en beëindigen

10

6.1 Voorafgaand aan de demonstratie

10

6.1.1 Beperken

10

6.1.2 Verbieden

11

6.2 Tijdens de demonstratie

12

6.2.1 Aanwijzingen

12

6.2.2 Beëindigen

12

7. Beleid ten aanzien van specifieke situaties

13

7.1 Niet (tijdig) aangemelde demonstraties

13

2

7.2 Randactiviteiten / elementen van evenement

13

7.3 Demonstraties bij volkenrechtelijke beschermde instellingen

14

7.4 Tegendemonstraties

16

7.5 Demonstreren tussen zonsondergang en – opkomst

16

8. Beleid ten aanzien van specifieke locaties

16

8.1 Plein

17

8.2 Binnenhof

17

8.3 Hofplaats

18

8.4 Buitenhof

18

8.5 Lange Vijverberg

18

8.6 Koekamp (Laan van Reagan en Gorbatsjov)

18

8.7 Malieveld

18

8.8 Kernwinkelgebied

18

8.9 Woonwijken

19

8.10 Tijdelijke huisvesting Tweede Kamer (Bezuidenhoutseweg 67)

19

9. Overig

19

9.1 Schade

19

9.2 Politici, bestuurders en overheidsvertegenwoordigers

19

9.2 Pers en media

20

Bijlage 1: Standaardvoorschriften

21

Bijlage 2: Beleidsuitgangspunten en tolerantiegrenzen

22

Bijlage 3: Handelingskader demonstraties

25

Bijlage 4: Kernwinkelgebied

28

3

1. Inleiding In Den Haag vinden meer dan 1.700 demonstraties per jaar plaats. Dit maakt Den Haag de demonstratiehoofdstad van Nederland. Het grondrecht op betoging is een groot goed. Dit recht is evenwel niet onbegrensd. De Wet openbare manifestaties (Wom) geeft de burgemeester bevoegdheden om beperkingen te stellen aan het recht op betoging. In Den Haag wordt terughoudend met deze bevoegdheden omgegaan. Dat is een bewuste keuze. De unieke positie van Den Haag als internationale stad van vrede en recht en als regeringscentrum van Nederland brengt met zich dat de behoefte om te demonstreren groot is. Daarbij past een ruimhartig beleid dat gericht is op mogelijk maken, niet op beperken. Tegelijkertijd moet worden erkend, dat het o.a. ter bescherming van de belangen van anderen in sommige gevallen nodig en gerechtvaardigd is beperkingen te stellen aan het recht op betoging. In 2017 heeft de toenmalige burgemeester het demonstratiebeleid van de gemeente Den Haag vastgesteld. In dit beleid is uiteengezet op welke wijze met het recht op betoging in Den Haag wordt omgegaan. Sinds 2017 is het aantal demonstraties dat jaarlijks in Den Haag plaatsvindt almaar toegenomen. De afgelopen jaren is Den Haag bovendien steeds vaker geconfronteerd met demonstratieve acties die de burgemeester voor nieuwe vraagstukken en uitdagingen hebben gesteld.

Deze ervaringen hebben aanleiding gegeven het demonstratiebeleid te actualiseren. Het geactualiseerde demonstratiebeleid staat hieronder weergegeven.

2. Het begrip ‘betoging’ Het is allereerst van belang om vast te stellen wat precies onder het recht op betoging moet worden verstaan. Bij het recht op betogen staan drie elementen centraal staan: het element van gemeenschappelijkheid/collectiviteit, het element van openbaarheid en het element van meningsuiting.

2.1 Gemeenschappelijkheid Het element van gemeenschappelijkheid/collectiviteit houdt in dat er sprake moet zijn van minimaal twee demonstranten. Dit beleid is dan ook niet van toepassing op zogenaamde ‘eenmensprotesten’.

2.2 Openbaarheid De Wom kent bepalingen voor openbare plaatsen (paragraaf II) en bepalingen voor andere dan openbare plaatsen (paragraaf III). Ingevolge artikel 1, lid 1, van de Wom wordt verstaan

4

onder openbare plaats: een plaats die krachtens bestemming of vast gebruik openstaat voor het publiek. Als voorbeelden van openbare plaatsen noemt de memorie van toelichting: de straat, de voor een ieder toegankelijke wegen, openbare plantsoenen, speelweiden, parken, en de voor een ieder vrij toegankelijke gedeelten van overdekte passages van winkelgalerijen, van stationshallen en van vliegvelden. Ook de voor ieder vrij toegankelijke wateren zullen veelal zijn aan te merken als openbare plaatsen.

Voor openbare plaatsen geldt ingevolge artikel 3 Wom en artikel 2:3, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Den Haag (hierna: APV) een kennisgevingsplicht. Deze plicht geldt niet voor ‘andere dan openbare plaatsen’. Hieronder kunnen worden verstaan: voor het publiek toegankelijke plaatsen (zoals winkels, horecagelegenheden, kerken en voetbalstadions) en niet voor het publiek toegankelijke plaatsen (zoals verenigingen en sociëteiten en woningen).

Betogingen op andere dan openbare plaatsen kunnen zich in beginsel alleen voordoen op voor het publiek toegankelijke plaatsen. Het collectief uiten van een mening anders dan in de openbaarheid, dus in een woning of op een niet voor het publiek toegankelijke plaats, kan niet worden aangemerkt als een betoging in de zin van artikel 9 Grondwet. Een dergelijke meningsuiting wordt derhalve niet beschermd door het recht op betogen, maar door de vrijheid van meningsuiting en het recht op vergadering.

2.3 Meningsuiting Het derde element van het recht op betogen is de meningsuiting. Het gaat bij een betoging om het uitdragen van gedachten of wensen. Ofschoon er bij de meeste betogingen sprake zal zijn van het uiten van gedachten of gevoelens op politiek of maatschappelijk gebied, hoeft de meningsuiting in het kader van een betoging hier niet toe beperkt te blijven.

Uit de memorie van toelichting volgt, dat optochten die niet of niet primair het karakter van gemeenschappelijke meningsuiting hebben, zoals Sinterklaas- en carnavalsoptochten en bloemencorso’s buiten de werkingssfeer van de Wom vallen. Dit geldt evenzeer voor andersoortige acties waarbij het niet (primair) gaat om het gemeenschappelijk uiten van een mening, of waarbij dit element op de achtergrond is geraakt. De regering noemt in dit verband het voorbeeld van acties waarbij het element van feitelijke dwang overheerst, zoals blokkades van wegen en waterwegen, samenscholingen en volksoplopen.

5

3. Betrokken partijen Bij demonstraties zijn diverse partijen betrokken. Een belangrijke rol is weggelegd voor de organisator van de demonstratie. Verder spelen de politie, de Hoofdofficier van Justitie/het Openbaar Ministerie en de burgemeester (gezamenlijk: de driehoek) een belangrijke rol.

3.1 Organisator De organisator van de demonstratie is primair verantwoordelijk voor het veilige en ordelijke verloop van de demonstratie en het na afloop weer schoon, heel en veilig opleveren van de demonstratielocatie. Verder is de organisator verantwoordelijk voor het gedrag van de deelnemers aan de demonstratie. De organisator dient daarom zelf aanwezig te zijn bij de demonstratie, of vooraf een contactpersoon/aanspreekpunt bij de politie bekend te hebben gemaakt die tijdens de gehele demonstratie aanwezig is en gezag heeft bij de deelnemers van de demonstratie. De organisator (dan wel de aangewezen contactpersoon) dient afspraken, beperkingen, voorschriften en/of aanwijzingen direct en duidelijk aan de deelnemers van de demonstratie door te geven. Als standaardvoorschrift geldt dat gebruik wordt gemaakt van een herkenbare ordedienst van 10% van het aantal deelnemers. Dit is vooral bij grotere en/of risicovolle demonstraties van belang. Deze ordedienst fungeert als aanspreekpunt voor deelnemers en kan hen bij ongewenst gedrag corrigeren, zonder optreden van de politie.

3.2 De driehoek De driehoek wordt gevormd door de burgemeester, de Hoofdofficier van Justitie en de Eenheidschef van politie. Demonstraties worden in de driehoek zorgvuldig voorbereid. Daar worden, voor zover mogelijk, de scenario’s doorgenomen en de beleidsuitgangspunten, tolerantiegrenzen en het maatregelenpakket vastgesteld. De standaard beleidsuitgangspunten en tolerantiegrenzen zijn opgenomen in bijlage 2. Deze beleidsuitgangspunten en tolerantiegrenzen zijn niet limitatief en kunnen naar aanleiding van de aard en de omvang van de demonstratie door de driehoek worden aangevuld.

3.2.1 Burgemeester De burgemeester is de voorzitter van de driehoek. Uitsluitend de burgemeester is bevoegd op grond van de Wom voorschriften en beperkingen of een verbod aan een demonstratie te stellen, tijdens een demonstratie aanwijzingen te geven, of een demonstratie te beëindigen. Hij doet dit, indien mogelijk, in overleg met de driehoek.

6

3.2.2. Hoofdofficier van Justitie De officier van justitie voert het gezag over de politie, indien zij optreedt ter strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde. Dit geldt dus ook voor het optreden tegen strafbare feiten die tijdens een demonstratie worden gepleegd, zoals het doen van discriminatoire uitingen. Of een uiting strafbaar is wordt in beginsel beoordeeld door de officier van justitie. Het OM kan het Landelijk Expertise Centrum Discriminatie raadplegen over de vraag of een uiting strafbaar is op grond van één van de discriminatiebepalingen uit het Wetboek van Strafrecht.

3.2.3 Politie De politie voert uit en houdt toezicht op een ordelijk en veilig verloop van de demonstratie. De inzet van de politie is onder meer afhankelijk van de aard van de demonstratie, de locatie, het tijdstip en samenloop met andere gebeurtenissen. Ervaringen met organisaties wegen zwaar. Een complicerende factor kan zijn dat het exacte aantal deelnemers aan een demonstratie niet altijd te voorspellen is. In het geval de politie tijdens een demonstratie moet optreden, bijvoorbeeld omdat men zich niet aan de afspraken of beperkingen houdt, dan gebeurt dit altijd eerst na overleg met en op gezag van de burgemeester. Alleen in geval van onverwijlde spoed, waarbij de tijd ontbreekt om eerst contact op te nemen met de burgemeester, kan de politie bij overtreding van beperkingen of voorschriften de situatie ter plaatse beoordelen en direct optreden. Indien de politie overgaat tot aanhoudingen, dan geschiedt dit op gezag van de Officier van Justitie.

4. Kennisgeving en vooroverleg In artikel 2:3, eerste lid, van de APV is bepaald dat organisatoren van een demonstratie minimaal 4x24 uur van tevoren een kennisgeving moeten doen bij de burgemeester. De politie, Eenheid Den Haag, afdeling conflict- en crisisbeheersing ontvangt de kennisgevingen van demonstraties namens de burgemeester en neemt (in ieder geval in eerste instantie) contact op met de organisator van de demonstratie.

Mede gelet op het grote aantal demonstraties dat in Den Haag plaatsvindt, is een termijn van 4x24 uur noodzakelijk om alles in goede banen te kunnen leiden. Tijdige kennisgeving van een demonstratie is van belang met het oog op een zorgvuldige voorbereiding en begeleiding van de demonstratie. Zo kan het bijvoorbeeld voorkomen dat organisatoren van verschillende demonstraties op hetzelfde tijdstip op dezelfde locatie willen demonstreren. Tevens is een

7

tijdige kennisgeving een waarborg voor goede afstemming met bijvoorbeeld evenementen en diplomatieke bezoeken, die ook vrijwel dagelijks in Den Haag plaatsvinden, alsmede voor wegwerkzaamheden die in de stad worden verricht. Voorts dient de termijn te worden benut om alle relevante informatie te verzamelen en om in gesprek te gaan met de organisator, bijvoorbeeld over de standaardvoorschriften bij demonstraties. Bij deze voorschriften gaat het er onder meer om dat de demonstranten gebouwen, en de ingangen daarvan, vrijhouden en dat de organisatie in een eigen ordedienst voorziet. De standaardvoorschriften staan vermeld in bijlage 1. Een ander punt van bespreking zijn de eventuele activiteiten die soms in het verlengde van de meningsuiting worden georganiseerd. Wanneer men bijvoorbeeld een groot springkussen voor kinderen wil neerzetten, parachutisten wil laten landen of goederen of etenswaren aan de man willen brengen om extra aandacht te trekken, is een eenvoudige kennisgeving niet voldoende. Voor dit soort activiteiten die meer het karakter van een evenement of een markt hebben moet aan de daarvoor geldende procedures en (veiligheids)eisen worden voldaan.

Een en ander geldt ook voor kleine(re) demonstraties. De ervaring leert namelijk dat het aantal deelnemers dat in een kennisgeving wordt vermeld aanzienlijk kan afwijken van het daadwerkelijke aantal deelnemers. Daarbij is de grootte van een demonstratie lang niet altijd indicatief voor de risico’s die een demonstratie met zich brengt. Overigens vallen zaterdagen en zondagen ook binnen de genoemde kennisgevingstermijn, waardoor er in veel gevallen voor het in behandeling nemen van de kennisgeving al minder werkdagen resteren.

5. Doelcriteria Artikel 2 Wet openbare manifestaties bepaalt, dat de beperkingsbevoegdheden die bij de wet worden gedelegeerd uitsluitend mogen worden ingezet: •

ter bescherming van de gezondheid;

•

in het belang van het verkeer, en

•

ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.

De inhoud van de verschillende doelcriteria wordt tot op zekere hoogte beïnvloed door de context waarbinnen deze begrippen moeten worden toegepast. Zo zal de mate van orde en rust die naar algemeen inzicht op een bepaalde plaats behoort te heersen mede bepalend zijn voor de vraag wanneer er sprake is van (dreigende) wanordelijkheden. Hierbij kan van belang zijn of het al dan niet een openbare plaats betreft. Ook kan er reden zijn om tussen verschillende

8

openbare plaatsen te differentiëren. De voorkoming en bestrijding van wanordelijkheden in de nabijheid van bijvoorbeeld gebouwen van buitenlandse vertegenwoordigingen, parlementsgebouwen, beschermde natuurgebieden, ziekenhuizen en begraafplaatsen kan zwaardere eisen stellen dan op andere plaatsen het geval is. Ook het gewicht van het verkeersbelang kan variëren afhankelijk van het karakter van de plaats.

Alhoewel bij de toepassing van de beperkingsgronden met het oog op concrete situaties een afweging van belangen moet plaatsvinden, geldt in het algemeen dat in geen enkele beperkingsbevoegdheid de bevoegdheid mag worden gelezen het betreffende grondrecht illusoir te maken.

5.1 Gezondheid Bij de grondwetsherziening, noch bij de totstandkoming van de Wet openbare manifestaties is nader ingegaan op de precieze inhoud van het doelcriterium ‘de bescherming van de gezondheid’. Van de zijde van de regering is slechts als voorbeeld genoemd, dat het recht op betoging geen beletsel behoort te vormen om bijeenkomsten te verbieden wanneer dat ter bestrijding van een epidemie vereist is. Uit jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat onder de bescherming van de gezondheid ook de gezondheid van de betogers zelf kan worden verstaan. Demonstraties waarbij de gezondheid van de betogers of anderen (ernstig) in het geding dreigt te komen zullen dan ook worden beperkt.

5.2 Verkeer Met betrekking tot het doelcriterium ‘het belang van het verkeer’ wordt in het kader van de herziening van de Grondwet opgemerkt dat deze beperkingsgrond niet zodanig moet worden uitgelegd dat de vlotte afwikkeling van het verkeer steeds een hoger goed zou zijn dan de uitoefening van het grondrecht. Het is evenwel noodzakelijk dat bij het houden van betogingen ook aan de eisen van het verkeer aandacht wordt besteed. Tot welke hoogte hiermee rekening moet worden gehouden, is afhankelijk van de concrete situatie. Zoals hiervoor vermeld kan bijvoorbeeld het karakter van de plaats van invloed zijn op het gewicht van het verkeersbelang.

9

5.3 Wanordelijkheden Ook voor het doelcriterium ‘ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden’ geldt dat de inhoud hiervan tot op zekere hoogte wordt beïnvloed door de context. Zo merkt de regering bijvoorbeeld op, dat de vraag of een samenstel van (verwachte) ongewenste gedragingen zo ernstig is dat van wanordelijkheden kan worden gesproken, niet alleen afhangt van de aard van die gedragingen, maar ook van de locatie van de manifestatie. De regering gaf voorts aan dat van een redelijke verwachting, dat een manifestatie gepaard zal gaan met wanordelijkheden, kan worden gesproken, indien deze verwachting objectief is en berust op ervaringsregels. Bij een beoordeling van een kennisgeving voor een demonstratie zal dus nadrukkelijk worden gekeken naar: •

de situatie van de beoogde demonstratielocatie, waaronder het risico op vermenging van groepen en het kunnen waarborgen van de veiligheid van wijkbewoners en demonstranten;

•

de ervaringen met de organisator, en;

•

de sfeer waarmee de demonstratie omgeven is.

6. Beperken, verbieden, aanwijzingen en beëindigen

6.1 Voorafgaand aan de demonstratie

6.1.1 Beperken De burgemeester is op grond van artikel 5 Wom bevoegd naar aanleiding van een kennisgeving beperkingen te stellen. Beperkingen kunnen worden gegeven met het oog op de in artikel 2 Wom genoemde doelcriteria (gezondheid, verkeer, wanordelijkheden). De in de artikel 2 Wom genoemde belangen hoeven de beperkingen niet te ‘vorderen’. Voldoende is dat zij ten dienste staan aan de belangen genoemd in artikel 2 Wom.

Beperkingen moeten worden gezien als een soort voorwaarden bij vergunningen. Het gaat om elementen van een beschikking voor een concreet geval en niet om algemeen verbindende voorschriften. Beperkingen omlijnen de toegestane manifestatie. Voorbeelden hiervan zijn het bepalen van de dag, het tijdstip waarop de manifestatie mag plaatsvinden, het volgen van een bepaalde route, het bewaren van afstand tot bepaalde gebouwen, het voorkomen van excessieve geluidsoverlast en het al dan niet laten deelnemen van voertuigen.

10

Het stellen van beperkingen dient gebaseerd te zijn op een zorgvuldige belangenafweging, waarbij alle van belang zijnde informatie wordt betrokken. Een beperking moet proportioneel zijn en mag het recht op betogen niet illusoir maken.

Aan het stellen van een beperking aan een demonstratie gaat een zorgvuldige procedure vooraf. Zo wordt, voor zover mogelijk, eerst getracht in een gesprek met de organisator te komen tot afspraken over de demonstratie. Indien hierna toch een beperking nodig blijkt, wordt, voor zover mogelijk, de organisator in de gelegenheid gesteld een zienswijze te geven op de voorgenomen beperking.

De beperking wordt vastgelegd in een voor bezwaar vatbaar besluit. Indien mogelijk wordt geprobeerd de kennisgever voldoende gelegenheid te bieden om nog voor aanvang van de demonstratie een uitspraak te vragen van de (voorzieningen)rechter.

Dit geeft, kort samengevat, het volgende beeld: •

De organisatie geeft in haar kennisgeving aan op welke wijze zij de demonstratie vorm wil geven;

•

De burgemeester beoordeelt of dit gelet op de toetsingscriteria van de Wom mogelijk is en kan op grond hiervan beperkingen opleggen;

•

Indien de organisator zich niet met de beperking van de burgemeester kan verenigen, dan kan dit besluit worden aangevochten en is het uiteindelijk de rechter die oordeelt over de wijze waarop de demonstratie kan plaatsvinden.

6.1.2 Verbieden Artikel 5 lid 1 Wom maakt het mogelijk een manifestatie vooraf te verbieden. Uit lid 2 blijkt dat een verbod slechts kan worden gegeven, indien: a.

de vereiste kennisgeving niet tijdig is gedaan;

b.

de vereiste gegevens niet tijdig zijn verstrekt;

c.

een van de in artikel 2 genoemde belangen dat vordert.

Volgens de memorie van toelichting hoeft een niet tijdige kennisgeving, of het niet tijdig verstrekken van de vereiste gegevens niet zonder meer te leiden tot een verbod van de manifestatie. De burgemeester heeft in dat geval wel een ruimere beoordelingsmarge, of de

11

manifestatie doorgang kan vinden, gelet op de in artikel 2 genoemde belangen en gelet op de voor een goede gang van zaken vereiste maatregelen.

Indien aan de aanmeldingseisen is voldaan kan een manifestatie verder slechts in dwingende situaties preventief worden verboden. Daarom bepaalt onderdeel c dat een van de in artikel 2 genoemde belangen het verbod moet vorderen. Dat wil, aldus de memorie van toelichting, zeggen dat het belang in kwestie in de gegeven situatie ‘preponderant’ moet zijn. Er moet in andere woorden sprake zijn van een overwegend belang. Voorts moet de situatie van dien aard zijn, dat niet met een lichtere maatregel, bijvoorbeeld het stellen van voorschriften en beperkingen, kan worden volstaan.

Het uitgangspunt van de gemeente Den Haag is om demonstraties niet preventief te verbieden. Hiertoe wordt alleen overgegaan, indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de gevaren voor de openbare orde, de gezondheid en/of het verkeer niet voldoende weggenomen zouden kunnen worden met het stellen van een beperking aan de demonstratie.

6.2 Tijdens de demonstratie

6.2.1 Aanwijzingen Op grond van artikel 6 Wom is de burgemeester bevoegd tijdens een manifestatie aanwijzingen te geven, die de deelnemers in acht moeten nemen. Ingevolge artikel 2 Wom mogen ook aanwijzingen slechts worden aangewend met het oog op de in artikel 2 genoemde doeleinden.

In Den Haag geldt de volgende werkwijze ten aanzien van het geven van aanwijzingen. Indien de politie het met het oog op de belangen van artikel 2 Wom nodig acht dat er een bepaalde aanwijzing wordt gegeven aan de deelnemers van de demonstratie, dan neemt zij telefonisch contact op met de burgemeester. Indien de burgemeester besluit een aanwijzing te geven dan deelt de politie de aanwijzing op de meest geschikte wijze mede aan de deelnemers van de demonstratie.

12

6.2.2 Beëindigen Op grond van artikel 7 Wom is de burgemeester bevoegd om aan degenen die een manifestatie houden of daaraan deelnemen de opdracht te geven deze terstond te beëindigen en uiteen te gaan, indien: a. de vereiste kennisgeving niet is gedaan, of een verbod is gegeven; b. in strijd wordt gehandeld met een voorschrift, beperking of aanwijzing; c. een van de in artikel 2 genoemde criteria dat vordert.

De onderdelen a en b hebben betrekking op gevallen waarin de organisatoren of deelnemers van de demonstratie zich niet houden aan de voor hen geldende verplichtingen: handelen in strijd met de kennisgevingsplicht, een opgelegd verbod, voorschrift, beperking of aanwijzing. In andere gevallen volgt uit onderdeel c dat voor het beëindigen van een manifestatie voldaan moet zijn aan dezelfde strenge eisen als voor het vooraf verbieden daarvan: een van de doelcriteria van artikel 2 Wom moet dit vorderen. Volgens de regering kan hierbij worden gedacht aan situaties waarin in de nabijheid van de manifestatie zich een calamiteit voordoet, of ernstige wanordelijkheden (dreigen te) ontstaan van zodanige omvang dat gelet op de beschikbare middelen om deze te beteugelen, in redelijkheid slechts tot ontbinding van de manifestatie kan worden overgegaan.

Voor het beëindigen van een demonstratie geldt dezelfde werkwijze als voor het geven van een aanwijzing tijdens een demonstratie.

7. Beleid ten aanzien van specifieke situaties

7.1 Niet (tijdig) aangemelde demonstraties Uit het voorgaande blijkt, dat de burgemeester op grond van de Wom demonstraties, waarvoor de vereiste kennisgeving niet is gedaan, kan verbieden of terstond kan beëindigen. Uitgangspunt is echter om ook bij niet (correct) aangemelde demonstraties in beginsel te zoeken naar mogelijkheden om deze te faciliteren. Vooral wanneer de demonstratie betrekking heeft op een onderwerp dat onverwacht actueel is geworden (bijvoorbeeld bij acute politieke of maatschappelijke ontwikkelingen, al dan niet elders in de wereld). Vanuit het eerder genoemde oogpunt van gezondheid, verkeer en wanordelijkheden kunnen hierbij van de organisatie wel eerder aanpassingen in tijd en plaats worden verlangd dan bij tijdig aangemelde demonstraties.

13

7.2 Randactiviteiten / elementen van evenement Onder het mom van een betoging kunnen allerlei activiteiten worden ontplooid waarvan het de vraag is of deze onder de reikwijdte van het recht op betoging vallen. Acties die niet (primair) het karakter hebben van een meningsuiting zijn volgens de regering in beginsel geen betogingen in grondwettelijke zin, denk bijvoorbeeld aan: het ten gehore brengen van muziek, de verkoop en het nuttigen van consumpties en het gebruik van attracties of grote aantallen hulpmiddelen zoals bijvoorbeeld voertuigen of dieren. Het gaat met andere woorden om activiteiten die niet (direct) te maken hebben met het openbaren van de gemeenschappelijke meningsuiting en die niet (rechtstreeks) kunnen worden aangemerkt als middelen die nodig zijn om aandacht voor een bepaald onderwerp te vragen. Omdat deze activiteiten niet vallen onder de bescherming van de Wom, kan ten aanzien van dergelijke activiteiten ook rekening worden gehouden met andere belangen, dan de belangen die de Wom beoogt te beschermen, zoals het belang van het voorkomen van geluidsoverlast voor omwonenden. Op grond van het voorgaande kan in sommige gevallen bijvoorbeeld besloten worden een maximum geluidsniveau te stellen aan de geluidsversterking die tijdens de demonstratie wordt gebruikt.

7.3 Demonstraties bij volkenrechtelijke beschermde instellingen In artikel 9 van de Wom zijn enkele bepalingen neergelegd die specifiek betrekking hebben op het Internationaal Gerechtshof, een diplomatieke vertegenwoordiging of een consulaire vertegenwoordiging.

Zo bepaalt het eerste lid dat deelnemers aan een demonstratie zich dienen te onthouden van gedragingen die het functioneren van de desbetreffende instelling kunnen aantasten. Of het functioneren van een instelling wordt aangetast dient in objectieve zin te worden beantwoord. Dit hangt af van de concrete situatie waarbij factoren als de omvang van de manifestatie en de aard en duur van de hinder een rol spelen. Volgens de regering is het door artikel 9 beschermde rechtsbelang niet los te zien van de in artikel 2 genoemde belangen van het verkeer en van de bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden. Niet ieder ongewenst gedrag of samenstel van gedragingen dat het functioneren van de betrokken instelling aantast hoeft echter te worden aangemerkt als wanordelijkheden. Ook minder ernstig gedrag kan het functioneren van de instelling aantasten. Als voorbeelden noemt de regering geluidsoverlast door een verder rustige groep van demonstranten, van zodanige omvang dat de werkzaamheden daardoor ernstige hinder ondervinden, alsmede aan de belemmering, die het op zich ordelijk posten voor de ingang op kan leveren voor personen die het betrokken

14

gebouw willen betreden of verlaten. Op grond van onder meer het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer moet de vrije toegang van personeel en bezoekers tot de diplomatieke vestiging zonder fysieke verstoring en angst kunnen doorgaan. Vooral in zulke situaties bestaat volgens de regering behoefte aan de additionele bevoegdheden die artikel 9 geeft.

De meerwaarde van artikel 9 Wom is er volgens de regering in gelegen dat buiten twijfel wordt gesteld dat het belang van het continu functioneren van de instellingen in kwestie een zelfstandig rechtsbelang is. Deze bijzondere bescherming vloeit voort uit het volkenrechtelijk gewoonterecht. Artikel 9 heeft derhalve een aanvullend karakter en laat de bevoegdheden die krachtens de paragrafen II en III van de Wet openbare manifestaties aan gemeenteraad en burgemeester toekomen, onverlet.

Indien de demonstranten het functioneren van de instelling aantasten, dan kan de burgemeester aanwijzingen geven, die de demonstranten in acht moeten nemen. Als zij geen gehoor geven aan deze aanwijzing en de omstandigheden het vorderen, kan de burgemeester de demonstratie beëindigen.

Het is dus mogelijk om in Den Haag te demonstreren in de buurt van ambassades en het Internationaal Gerechtshof. De burgemeester heeft echter meer ruimte om zulke demonstraties aan aanwijzingen te onderwerpen, bijvoorbeeld ten aanzien van de afstand van de demonstratie tot het betreffende gebouw.

Verder kan het rechtsbelang dat artikel 9 Wom beoogt te beschermen worden betrokken bij de afweging of er moet worden overgegaan tot het opleggen van beperkingen op grond van artikel 5 van de Wom. Zo blijkt uit de wetsgeschiedenis dat er ter voorkoming en bestrijding van wanordelijkheden in de nabijheid van gebouwen van buitenlandse vertegenwoordigingen zwaardere eisen gesteld mogen worden. Bij een demonstratie direct voor de ingang van een diplomatieke vestiging zullen de belangen van artikel 2 van de Wom (gezondheid, verkeer en het bestrijden of voorkomen van wanordelijkheden) al snel in het geding komen. Een demonstratie direct voor de ingang van een diplomatieke vestiging kan immers leiden tot (heftige) tegenreacties van bezoekers van de vestiging, beveiliging of passanten. Dit klemt temeer indien een eventueel politieoptreden wordt bemoeilijkt door het gebrek aan ruimte direct voor de ingang van een diplomatieke vestiging. Voorts is van belang dat het volgen van een demonstratie door de politie in de onmiddellijke nabijheid een ongewenst effect kan

15

hebben op de demonstranten. Bij een demonstratie direct voor de ingang van een diplomatieke vestiging bestaat in veel gevallen niet de mogelijkheid deze op voldoende afstand te volgen. Hierdoor komt de taak van de politie om het grondrecht te beschermen in het geding.

Gelet op het voorgaande zal er, op grond van artikel 5 van de Wom in combinatie met de verantwoordelijkheid die ingevolge artikel 9 Wom op de burgemeester rust om het ongestoord functioneren van diplomatieke instellingen te waarborgen, in beginsel niet met demonstraties direct voor de ingang van dergelijke instellingen worden ingestemd. Voor zover mogelijk wordt wel getracht de demonstratie binnen zicht- en hoorafstand van de instelling te laten plaatsvinden.

7.4 Tegendemonstraties Soms willen partijen een demonstratie houden met als doel een tegengeluid te geven ten opzichte van een andere demonstratie. Tegendemonstraties worden net als iedere andere demonstratie getoetst aan de eerder beschreven doelcriteria van de Wom. Uitgangspunt is dat er wordt gezocht naar mogelijkheden om de uiting te faciliteren binnen hoor- en zichtafstand van de andere demonstratie. Ter voorkoming van wanordelijkheden worden partijen daarbij waar mogelijk fysiek gescheiden (bijvoorbeeld door een gracht). Indien fysieke scheiding niet goed mogelijk is en/of er aanwijzingen zijn dat een partij uit is op confrontatie kan er worden besloten partijen verder uit elkaar te laten demonstreren.

7.5 Demonstreren tussen zonsondergang en -opkomst Voor een ordelijk en veilig verloop van de demonstratie is het van essentieel belang dat zowel de organisatie, als de politie voortdurend goed toezicht kunnen houden op het verloop van de demonstratie. In de duisternis is dit in de regel niet goed mogelijk. Hierbij voegt zich dat het risico op vermenging van de demonstratie met anderen, zoals het (uitgaans)publiek, groter is omdat de demonstratie ook voor derden veel minder goed zichtbaar is. Naar algemeen inzicht geldt ten slotte dat tijdens de avonduren / nachtelijke uren een zekere orde en rust behoort te heersen. Op grond van het voorgaande kunnen aan demonstraties tussen zonsondergang en zonsopkomst eerder beperkingen worden gesteld.

16

8. Beleid ten aanzien van specifieke locaties Niet iedere locatie is voor iedere uiting geschikt. In bijvoorbeeld drukke winkelgebieden en woonwijken kan er eerder zorg voor wanordelijkheden ontstaan door het risico op vermenging van demonstranten, tegendemonstranten en omstanders. Mensen moeten ook de ruimte krijgen zich te onttrekken aan een demonstratieve uiting. Hieronder worden van een aantal specifieke locaties de mogelijkheden en onmogelijkheden beschreven om daar te demonstreren.1

8.1 Het Plein Er worden geen grote (maximaal 100 personen), of risicovolle demonstraties op het Plein toegestaan. Het Plein is hier niet voor geschikt. Het betreft een centraal gelegen, drukbezochte locatie met diverse horecagelegenheden, kantoren en woningen. Het Plein is tevens onderdeel van de belangrijkste looproute van en naar het Centraal Station. Vanwege deze omstandigheden bestaat er het ongewenste gevaar op vermenging van (winkelend) publiek, waaronder kinderen, en overige passanten met de demonstratie. Het Plein heeft verder een beperkt aantal, betrekkelijke nauwe, uitgangen. Hulpdiensten, waaronder de politie, kunnen hierdoor moeilijker ter plaatse komen in geval van calamiteiten of ongeregeldheden. Eventueel politieoptreden wordt voorts bemoeilijkt door de aanwezigheid van de vele terrassen. Op grond van het voorgaande wordt tevens het maken van overlastgevend lawaai tijdens demonstraties op het Plein in tijd of geheel beperkt. Dit geldt ook voor het gebruik van hulpmiddelen zoals voertuigen, tenten etc.

8.2 Het Binnenhof Het Binnenhof is een bij Algemene Maatregel van Bestuur (Besluit opsporing terroristische misdrijven d.d. 21 december 2006) aangewezen permanent Veiligheidsrisicogebied. Hieruit blijkt dat het Binnenhof een uiterst gevoelige locatie betreft. Tal van belangrijke instanties zijn aan het Binnenhof gevestigd, waardoor er veel politici rondlopen. Dit, in combinatie met de fysieke eigenschappen van het Binnenhof, te weten de beperkte ruimte en het geringe aantal vluchtroutes, maakt dat demonstreren op het Binnenhof gelet op de belangen van artikel 2 Wom niet verantwoord is. Hierbij is tevens van belang dat aan demonstraties zodanige fysieke ruimte moet worden gelaten dat de politie die op afstand kan volgen. Het volgen van een demonstratie door de politie in de onmiddellijke nabijheid kan immers een 1

Uiteraard kan er op veel meer locaties in Den Haag gedemonstreerd worden. Ook op deze locaties kan het, onder omstandigheden, nodig zijn beperkingen e.d. op te leggen, zoals hiervoor uitgebreid is beschreven.

17

ongewenst effect hebben op de demonstranten. Deze mogelijkheid biedt het Binnenhof niet, waardoor de taak van de politie om het grondrecht te beschermen in het geding komt.

8.3 Hofplaats Demonstraties op de Hofplaats zijn voor de politie moeilijk te beveiligen en demonstranten kunnen direct bij de gevel van het gebouw van de Tweede Kamer komen. Deze omstandigheid wordt bij de beoordeling van een kennisgeving van een demonstratie nadrukkelijk meegewogen. In ieder geval kunnen er geen demonstraties plaatsvinden van meer dan 200 demonstranten.

8.4 Buitenhof Op het Buitenhof is de ruimte beperkt. Op grond hiervan wordt terughoudend met demonstraties op deze locatie omgegaan. In ieder geval kunnen er geen demonstraties plaatsvinden van meer dan enkele tientallen personen.

8.5 Lange Vijverberg Voor de politie is dit operationeel een onhandige locatie en bij grotere aantallen demonstranten kan het gevaarlijk zijn voor deelnemers, de politie en derden omdat men in de Hofvijver kan belanden. In beginsel kunnen op deze locatie dan ook geen demonstraties plaatsvinden van meer dan 200 personen.

8.6 Koekamp (Laan van Reagan en Gorbatsjov) Dit betreft een gewilde en zeer geschikte locatie voor (grotere) demonstraties in het centrum van Den Haag.

8.7 Malieveld Ook dit betreft een gewilde en zeer geschikte locatie voor (grotere tot zeer grote) demonstraties in het centrum van Den Haag.

8.8 Het kernwinkelgebied In bijlage 4 staat het kernwinkelgebied, zoals dit in het kader van dit beleid wordt aangemerkt, weergegeven. In het kernwinkelgebied is het erg druk met bezoekers, toeristen, winkelend publiek, openbaar vervoer etc. Bovendien is de ruimte in dit gebied doorgaans zeer beperkt, waardoor er een vermenging van publieksstromen kan optreden en de hulpdiensten bij

18

ongeregeldheden of calamiteiten niet goed kunnen optreden. Gelet hierop geldt als uitgangspunt dat demonstratieve optochten, demonstraties van meer dan 10 personen en/of risicovolle demonstraties in het kernwinkelgebied niet worden toegestaan. 8.9 Woonwijken De karakteristieken van een woonwijk maken deze locatie minder geschikt voor demonstraties. Zo zal er mogelijk eerder sprake zijn van een te nadelige invloed op het gewicht van het verkeersbelang. Verder zal in woonwijken in de regel een groter risico bestaan op vermenging van groepen, waardoor het waarborgen van de veiligheid van wijkbewoners (waaronder kinderen) en demonstranten in het geding komt. Op grond van het voorgaande wordt terughoudend omgegaan met demonstraties in woonwijken.

8.10 Tijdelijke huisvesting Tweede Kamer (Bezuidenhoutseweg 67) In 2021 verhuist de Tweede Kamer vanwege de renovatie van het Binnenhof tijdelijk naar het gebouw aan de Bezuidenhoutseweg 67. Er bestaan diverse mogelijkheden om in de (betrekkelijke) nabijheid van deze locatie te demonstreren. Op de Prins Clauslaan kunnen demonstraties tot maximaal 30 deelnemers plaatsvinden. Op de grasstrook langs de Bezuidenhoutseweg kunnen maximaal 200 personen demonstreren. Demonstraties met grotere aantallen deelnemers kunnen gebruik maken van de Koekamp. Op het Anna van Burenplein kunnen geen demonstraties worden gefaciliteerd. Deze locatie is gelegen in een veiligheidsrisicogebied, te weten station Den Haag CS, zoals aangewezen in de Algemene Maatregel van Bestuur ‘Besluit opsporing terroristische misdrijven’ d.d. 21 december 2006. Verder is het op deze locatie druk doordat het direct naast Den Haag Centraal is gelegen en doordat New Babylon, het Leiden University College The Hague en horeca-inrichtingen met terrassen aan het plein zijn gevestigd. Vanwege de beperkte ruimte op het plein zou bij demonstraties een vermenging van publieksstromen kunnen optreden. Hulpdiensten kunnen bij ongeregeldheden of calamiteiten op deze locatie bovendien niet goed optreden.

9. Overig

9.1 Schade Indien demonstranten of organisaties schade hebben veroorzaakt aan gemeentelijke eigendommen dan geldt als uitgangspunt dat deze schade op hen verhaald wordt.

19

9.2 Politici, bestuurders en overheidsvertegenwoordigers Politici, bestuurders en overheidsvertegenwoordigers zijn in de basis aanspreekbaar en benaderbaar voor het publiek. Daarbij moeten zij veilig en ongehinderd hun werk kunnen uitoefenen. Acties richting politici, bestuurders of overheidsvertegenwoordigers die intimideren of bedreigend van aard zijn, zijn onacceptabel. Dit geldt ook voor acties gericht op privé-locaties of in de privésfeer van politici, bestuurders en overheidsvertegenwoordigers (en/of zijn/haar familieleden).

9.3 Pers en media Vertegenwoordigers van de pers moeten te allen tijde veilig en ongehinderd hun functie kunnen uitoefenen. Acties richting vertegenwoordigers van pers en media die intimiderend of bedreigend van aard zijn, zijn onacceptabel. Dit geldt ook voor acties op privé-locaties of in de privésfeer van vertegenwoordigers van de pers en media. De politie en Persveilig2 hebben handelingslijnen opgesteld voor de politie en vertegenwoordigers van de media voor specifieke situaties voorafgaan aan en bij openbare manifestaties.

2

Gezamenlijk initiatief van de NVJ, het Genootschap van Hoofdredacteuren, de Politie en het OM dat tot doel heeft de positie van journalisten te versterken tegen geweld op straat, op social media en/of via juridische claims.

20

BIJLAGE 1

STANDAARDVOORSCHRIFTEN

•

De organisatie draagt zorg voor een ordelijk verloop van de demonstratie.

•

De organisatie draagt zorg voor een herkenbare ordedienst van 10% van het aantal deelnemers.

•

De organisatie draagt zorg voor een contactpersoon ten behoeve van Politie, Eenheid Den Haag. Deze contactpersoon dient tijdens de gehele demonstratie aanwezig te zijn en beschikbaar te zijn als aanspreekpunt voor de politie.

•

Er zullen geen gebouwen, wegen en/of kruisingen of splitsingen hiervan worden geblokkeerd.

•

In het belang van de openbare orde en veiligheid, ter bescherming van de woon, werken leefomgeving is het niet toegestaan om stoffen te verbranden, zoals bijv., hout, oliën, kaarsen, fakkels ed.

•

De demonstranten zullen geen gezichtsbedekkende kleding dragen.

•

De demonstranten zullen geen wapens, fakkels of voorwerpen die als wapen gebruikt kunnen worden bij zich dragen. Dat geldt ook voor middelen die tijdens een ongewenste confrontatie met derden of de politie kunnen worden ingezet zoals extra verstevigde spandoeken, (dikke) stokken en/of duidelijke zichtbare beschermende kleding (zoals arm- en scheenbeschermers).

•

De organisatie ziet er op toe dat deelnemers aan de manifestatie geen alcohol bij zich dragen en/of gebruiken.

•

De organisatie zorgt ervoor dat de demonstratielocatie na de demonstratie schoon, heel en veilig wordt achtergelaten.

21

BIJLAGE 2: BELEIDSUITGANGSPUNTEN EN TOLERANTIEGRENZEN Beleidsuitgangspunten Het beleid is – rekening houdend met het (grond-)recht op demonstratie - gericht op: •

de demonstratie/manifestatie in goede orde te doen verlopen;

•

het voorkomen dat groepen deelnemers zich afsplitsen van de manifestatie (anders dan de afgesproken petitie aanbiedingen);

•

het voorkomen van confrontaties tussen deelnemers aan de manifestaties/demonstratieve optocht en derden;

•

het tot aanhoudingen overgaan wanneer er sprake is van strafbare feiten;

•

manifestatie te laten verlopen zoals vooraf is kennis gegeven en besproken;

•

overlast te beperken voor derden.

Tolerantiegrenzen De politie treedt in ieder geval op als er sprake is van: •

blokkades van doorgaande routes, vitale knooppunten, overheidsgebouwen, bedrijven en instellingen;

•

confrontatie, dan wel dreigende confrontaties tussen de verschillende actiegroepen/demonstranten voorafgaand, tijdens en na de demonstraties;

•

direct gevaar voor personen en/of goederen;

•

het door aard, omvang of tijdsduur van de actie op onaanvaardbare wijze schade toebrengen aan derden;

•

fysiek of verbaal de werkzaamheden van de hulpdiensten belemmeren of verstoren;

•

dreigen met geweld en/of gebruiken van geweld tegen de hulpdiensten;

•

het persoonlijk beledigen van politiepersoneel;

•

het gooien van brandbommen, stenen, hout, verf etc.;

•

overtredingen van de Wet Wapens en Munitie;

•

strafbare feiten waarop voorlopige hechtenis is toegelaten;

•

discriminatoire uitlatingen, -geschriften of -afbeeldingen;

•

(mondeling of bij geschrift) aanzetten tot haat of discriminatie van mensen (art.137d SR);

•

belediging;

•

racistische leuzen;

22

•

het in brand steken van voorwerpen; -

bij verbranding pop - waarvan de naam van beoogd slachtoffer zeer duidelijk is - te zien als bedreiging;

-

overige verbrandingen: strijdig met art. 5:34 APV;

•

aanzetten tot geweld tegen personen of goederen;

•

meevoeren van voorwerpen geschikt om te worden gebruikt bij wanordelijkheden zoals een ketting, knuppel en beschermende middelen;

•

meevoeren van voorwerpen die kennelijk het doel hebben het politieoptreden te hinderen;

•

voeren van hakenkruizen.

De noodzaak van het politieoptreden dient afgewogen te worden tegen het effect daarvan op de openbare orde. Het politieoptreden kan eventueel tijdelijk worden uitgesteld, indien gevaar voor escalatie aanwezig is of indien door optreden de veiligheid van personeel of derden gevaar loopt. Het politieoptreden dient zoveel mogelijk een de-escalerend karakter te dragen. Een eventueel optreden heeft een gefaseerd karakter.

Ten aanzien van de demonstratie geldt dat in eerste instantie, in overleg met de organisatie, de ordedienst van de organisatie zelf regulerend optreedt. Door de politie wordt een operationeel commandant ingezet die nauw contact zal onderhouden met de organisatie.

Bij ongeregeldheden is het streven erop gericht om eerst politie-eenheden in te zetten in de vorm van Paraat Peloton (“vredestenue”). Indien wanordelijkheden aanhouden dan wel grootschalig worden, kan de mobiele eenheid (in “hard tenue”) van de politie optreden. De politie probeert personen te blijven aanspreken op hun gedrag. Steeds wordt getracht weer terug te keren naar de voorgaande fase. De politie zoekt vooraf contact met de burgemeester indien het opleggen van aanwijzingen wenselijk is en om toestemming te krijgen voor het optreden van de mobiele eenheid. Indien er vooraf geen mogelijkheid aanwezig is om deze toestemming te verkrijgen wordt zo spoedig mogelijk na het ME-politieoptreden met de burgemeester contact gezocht.

Het beleid is erop gericht in een zo vroeg mogelijk stadium te komen tot isolering en aanhouden van de ordeverstoorders. Als dit door omstandigheden niet mogelijk is wordt er naar gestreefd de ordeverstoorders van bepaalde plaatsen te verwijderen of te verspreiden. Er

23

wordt naar gestreefd om aanhoudingen zoveel mogelijk te laten plaatsvinden op een daartoe het meest geschikt geacht moment.

24

BIJLAGE 3: HANDELINGSKADER DEMONSTRATIES Tijdig aangemeld Vóór demonstratie

Na ontvangst van de kennisgeving neemt de politie contact op met de kennisgever om de spelregels bij demonstraties uit te leggen, om de organisator te wijzen op zijn verantwoordelijkheden en om bepaalde afspraken te maken. De kennisgeving wordt aan de burgemeester voorgelegd. Indien deze van oordeel is dat de demonstratie zonder beperkingen kan plaatsvinden, dan wordt dit schriftelijk aan de organisatie bevestigd. Indien er geen afspraken met de organisatie kunnen worden gemaakt, of indien er om andere redenen vrees bestaat voor aantasting van de belangen van de Wom vindt overleg met de gemeente plaats en kan de burgemeester beperkingen stellen of de demonstratie verbieden.

Hieraan gaat een zorgvuldige procedure vooraf. De organisator wordt, voor zover mogelijk, in de gelegenheid gesteld een zienswijze te geven op een voorgenomen beperking. De beperking wordt vastgelegd in een voor bezwaar vatbaar besluit. De aanvrager krijgt, voor zover mogelijk, de gelegenheid om voor aanvang van de demonstratie een uitspraak te vragen van de (voorzieningen)rechter. Tijdens

De politie legt voor de start van de demonstratie contact met de

demonstratie

organisatie.

Indien de afspraken of de voorschriften tijdens de demonstratie niet worden nageleefd, bijvoorbeeld ten aanzien van de locatie, de route, het geluidsniveau van de muziek, het gebruik van alcohol e.d., spreekt de politie de organisator hierop aan. Ten aanzien van de demonstratie geldt dat in eerste instantie, in overleg met de organisatie, de ordedienst van de organisatie zelf regulerend optreedt. Indien aan de aanwijzingen/waarschuwingen van de politie geen gehoor wordt gegeven (of er anderszins vrees bestaat voor aantasting van de belangen van de Wom), legt de politie contact met de burgemeester.

25

De burgemeester kan, via de politie, een aanwijzing geven aan de demonstranten. Een dergelijke aanwijzing kan bijvoorbeeld betrekking hebben op de locatie van de demonstratie, de route, het geluidsniveau van de muziek, het gebruik van alcohol e.d.

In het uiterste geval kan de burgemeester, via de politie, de deelnemers de opdracht geven de samenkomst te beëindigen en uiteen te gaan. Indien de demonstranten geen gehoor geven aan de aanwijzingen of de opdracht tot beëindiging, of indien er sprake is van (andere) strafbare feiten kan de politie handhavend optreden. Het politieoptreden kan eventueel tijdelijk worden uitgesteld, indien gevaar voor escalatie aanwezig is of indien door optreden de veiligheid van personeel of derden gevaar loopt. Het politieoptreden dient zoveel mogelijk een de-escalerend karakter te dragen. Een eventueel optreden heeft een gefaseerd karakter. Bij ongeregeldheden is het streven erop gericht eerst politie-eenheden in te zetten in de vorm van een Paraat Peloton (“vredestenue”). Indien wanordelijkheden aanhouden dan wel grootschalig worden, kan de mobiele eenheid (in “hard tenue”) van de politie optreden. De politie probeert personen te blijven aanspreken op hun gedrag. Steeds wordt getracht weer terug te keren naar de voorgaande fase. De politie zoekt vooraf contact met de burgemeester indien het opleggen van formele beperkingen wenselijk is en om toestemming te krijgen voor het optreden van de mobiele eenheid. Het beleid is erop gericht in een zo vroeg mogelijk stadium te komen tot isolering en aanhouding van de ordeverstoorders.

Als dit door omstandigheden niet mogelijk is wordt er naar gestreefd de ordeverstoorders van bepaalde plaatsen te verwijderen of te verspreiden. Er wordt naar gestreefd aanhoudingen zoveel mogelijk te laten plaatsvinden op het meest geschikte moment. Strafrechtelijk optreden door de politie vindt altijd onder gezag van de Officier van Justitie plaats.

26

Niet (tijdig) aangemeld Tijdens

Geconfronteerd met een niet (tijdig) aangemelde demonstratie beziet

demonstratie

de politie wat qua aard, omvang en locatie van de demonstratie mogelijk is. Eerdere ervaringen met de organisatie worden hierbij betrokken. Er wordt contact gelegd met de burgemeester met een operationeel advies. De burgemeester besluit of, en zo ja op welke wijze, de demonstratie kan worden gefaciliteerd of dat deze moet worden beëindigd. Indien de manifestatie wordt gefaciliteerd geldt verder hetzelfde als bij vooraf aangemelde manifestaties.

Na afloop van de demonstratie Onder bepaalde voorwaarden is het mogelijk na afloop van een demonstratie alsnog strafrechtelijk op te treden, bijvoorbeeld op basis van camerabeelden. Hier zal met name gebruik van worden gemaakt in situaties dat direct optreden door de politie niet mogelijk is of niet de voorkeur geniet, bijvoorbeeld omdat de prioriteit op dat moment ligt in het herstellen van de openbare orde. Bij misdrijven wordt eerder overgegaan tot handhaving achteraf dan bij overtredingen.

Eventuele negatieve ervaringen met de demonstratie worden betrokken bij de beoordeling van nieuwe kennisgevingen van de organisatie.

27

BIJLAGE 4: KERNWINKELGEBIED

Onder het kernwinkelgebied wordt in dit beleid het volgende gebied verstaan (het omlijnde gebied, inclusief de gearceerde gedeelten van de straten/wegen die de grens vormen van het gebied):

28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10117223/1