RIS307986 Bijlage 4 Impact taaltrajecten Den Haag 2019 M de Greef
Tekst van het document
Impact taaltrajecten voor inwoners van Den Haag op verschillende levensdomeinen in 2019 Resultaten monitor educatietrajecten gemeente Den Haag als onderdeel van de Nederlandse Monitor Volwasseneneducatie door Prof. Dr. Maurice de Greef Jaarlijks faciliteert de gemeente Den Haag taaltrajecten voor haar volwassen inwoners met als doel, dat zij een betere plek in de Haagse samenleving krijgen. Vraag is wat de impact van deze trajecten is en ook op de verschillende levensdomeinen. De gemeente Den Haag heeft ook in 2019 in samenwerking met ROC Mondriaan en Taal aan Zee trajecten volwasseneneducatie gefaciliteerd. Deze rapportage beschrijft de uiteindelijke impact van de educatieve trajecten uit 2019 voor de Haagse samenleving. Investeren in taal loont Volgens het CBS (2014a) kent Nederland nog steeds een groot percentage inwoners, dat uitgesloten is van sociale deelname aan de samenleving, te weten 15%. Dit zijn mensen, die in de meeste gevallen niet kunnen meedoen aan activiteiten, werk, maar ook minder contacten hebben in hun eigen omgeving. Volgens Bijl et al. (2011) komt het probleem van sociale ongelijkheid door het verschil in opleiding. Het verschil in opleidingsniveau veroorzaakt namelijk een kloof tussen hoog- en laagopgeleiden (Bijl et al., 2011). Dit effect zien we ook terug in onze werkloosheidscijfers.
Volgens het CBS (2014b) is circa 77% van de werklozen laag- of middelbaar opgeleid. Een bijkomend probleem van mensen die sociale uitsluiting of uitsluiting van de arbeidsmarkt ervaren, is dat deze mensen onder andere de taal vaak niet voldoende meester zijn. Investering in educatietrajecten voor deze laag- en middelbaar opgeleiden zou deze problematiek en de bijbehorende kosten kunnen tegengaan. Met de Haagse trajecten volwasseneneducatie biedt de gemeente zoveel mogelijk mensen in Den Haag die nog niet of onvoldoende (kunnen) participeren, een educatief aanbod. Een aanbod dat gekoppeld is aan de maatschappelijke context en dat bijdraagt aan het beoogde maatschappelijk effect. In deze rapportage leest u de uitkomsten van het onderzoek naar de impact van deze trajecten in 2019. Onderzoeksmethodiek In 2019 is onder een groot aantal deelnemers aan educatieve trajecten in de gemeente Den Haag een vragenlijst afgenomen. Er zijn in principe 2 meetmomenten geweest, te weten: T0 en 1 © Artéduc, Vught
na circa 15 weken T1. Dit is verspreid over het najaar van 2019 daar niet alle trajecten een gelijktijdig startmoment hadden. Uiteindelijk is een analyse gedaan onder 171 deelnemers die zowel vragenlijst 1 als 2 hadden ingevuld. Tijdens de metingen zijn allereerst de sociodemografische kenmerken, zoals geslacht, nationaliteit, leeftijd, hoogste vooropleiding, aantal opleidingsjaren, het hebben van een diploma of een (vrijwilligers)baan in kaart gebracht (gebaseerd op onderzoek van Verté et al., 2007). Bij de meting is daarnaast gebruik gemaakt van de gevalideerde SIT-vragenlijst (Sociale Inclusie na Transfer) van De Greef, Segers en Verté (2010). Van het SIT-instrument (Sociale Inclusie na Transfer) van De Greef, Segers en Verté (2010) zijn zeven verschillende variabelen gebruikt. Allereerst de variabele ‘Nationale Taalvaardigheden’. Deze variabele bestaat uit negen items met een Likertschaal van 1 - 10. Voorbeelden van items zijn: §
Ik kan schrijven wat ik bedoel.
§
Ik kan de krant, een boek of iets anders lezen.
De betrouwbaarheidsanalyse bevestigt de betrouwbaarheid van deze variabele (Cronbach’s Alpha α = 0.936). Ten tweede is gebruikt gemaakt van de variabele ‘Digitale vaardigheden’ (bestaande uit drie items met een Likertschaal van 1 - 10). Voorbeelden van items zijn: §
Ik kan de computer gebruiken.
§
Ik kan internet gebruiken.
Deze variabele bevestigt de betrouwbaarheid gezien haar Cronbach’s Alpha (α = 0.898). Ten derde is gebruikt gemaakt van de variabele ‘Assertiviteit’ (bestaande uit vijf items met een Likertschaal van 1 - 10). Voorbeelden van items zijn: §
Ik kan voor mezelf opkomen.
§
Ik kan problemen oplossen.
Deze variabele bevestigt de betrouwbaarheid gezien haar Cronbach’s Alpha (α = 0.900). De vierde variabele is ‘Ontmoeten & ondernemen’ (bestaande uit vier items met een Likertschaal van 1 - 10). Voorbeelden van items zijn: §
Ik ontmoet voldoende mensen.
§
Ik doe nieuwe contacten op.
Deze variabele bevestigt de betrouwbaarheid gezien haar Cronbach’s Alpha (α = 0.896). De vijfde variabele bracht in kaart of men is gaan deelnemen aan natuur- en sportactiviteiten middels de variabele ‘Natuur- en sportactiviteiten’ (bestaande uit vier items met een Likertschaal van 1 - 10). Voorbeelden van items zijn: §
Ik ga de natuur in.
§
Ik neem deel aan sportactiviteiten. 2
© Artéduc, Vught
Ook deze variabele bevestigt de betrouwbaarheid gezien haar Cronbach’s Alpha (α = 0.733). Voor het onderzoek betreffende de leertrajecten in Den Haag zijn 3 nieuwe variabelen samengesteld (deels gebaseerd op het SIT-instrument), te weten: ‘Contacten’, ‘Wijkactiviteiten’ en ‘Vervolgopleiding’. De zesde variabele ‘Contacten’ bracht in kaart of men betere contacten in de omgeving kreeg (bestaande uit drie items met een Likertschaal van 1 - 10). Voorbeelden van items zijn: §
Ik woon op een fijne manier in de wijk.
§
Ik heb een goed contact met belangrijke organisaties (gemeente, huisarts, tandarts, school van de kinderen).
Deze variabele bevestigt de betrouwbaarheid gezien haar Cronbach’s Alpha (α = 0.776). De zevende variabele ‘Wijkactiviteiten’ of mensen actiever zijn geworden in de wijk (bestaande uit twee items met een Likertschaal van 1 - 10). Voorbeelden van items zijn: §
Ik neem deel aan activiteiten in het buurt- of wijkcentrum.
§
Ik organiseer dingen in het buurt- of wijkcentrum.
Deze variabele bevestigt de betrouwbaarheid gezien haar Cronbach’s Alpha (α = 0.661). De achtste variabele ‘Vervolgopleiding’ bracht in beeld of mensen zijn gaan deelnemen aan een vervolgopleiding of de intentie daartoe kregen (bestaande uit zes items met een Likertschaal van 1 - 10). Voorbeelden van items zijn: §
Ik neem deel aan een opleiding in het MBO, het HBO, de universiteit of de VAVO.
§
Ik ben actief naar een opleiding aan het zoeken.
Deze variabele bevestigt de betrouwbaarheid gezien haar Cronbach’s Alpha (α = 0.697). Daarnaast is in kaart gebracht of de arbeidsmarktpositie van de deelnemers verbeterd is door te kijken naar het verkrijgen of beter functioneren in een betaalde baan (met of zonder begeleiding), het verkrijgen van vrijwilligerswerk, het gaan zoeken van een baan of het gaan stage lopen. Om de impact van het educatietraject in kaart te brengen, zijn middels SPSS 26.0 verschilvariabelen gemaakt en is per variabele het percentage deelnemers, dat een groei heeft doorgemaakt, bepaald. De deelnemers van de educatietrajecten in Den Haag in beeld Het merendeel van de deelnemers van de Haagse educatieve trajecten is volgens tabel 1 met 63.7% vrouw en is tussen de 26 en 65 jaar (89.9%). Volgens Josten (2010) zijn mensen laagopgeleid als ze hoogstens een VMBO- of gelijkwaardig diploma hebben (in feite dus vergelijkbaar met MBO-niveau 2). Op basis daarvan wordt uit tabel 1 duidelijk dat (inclusief de helft van de groep van het MBO-niveau) circa 19.9% laagopgeleid is. Echter zal dit aandeel veel groter zijn, omdat een groot deel de categorie ‘anders’ heeft ingevuld. Aan de hand van de 3 © Artéduc, Vught
opleidingsjaren kan men namelijk afleiden, dat een groot deel (44.8%) 12 of minder opleidingsjaren heeft gehad wat vergelijkbaar is met het aantal jaren om in ieder geval een VMBO- of gelijkwaardig diploma te kunnen behalen (zie tabel 1). Ten slotte toont tabel 1, dat bijna een kwart van de respondenten (23.9%) een betaalde baan heeft. Tabel 1: Socio-demografische kenmerken deelnemers (N = 171) Kenmerk in %↓ Geslacht Man Vrouw Herkomst Autochtoon Allochtoon Leeftijd 0 – 25 26 – 45 46 – 65 66 - 100 Hoogste vooropleiding Nooit of slechts enkele jaren op school gezeten Basisonderwijs Praktijkonderwijs / Speciaal voortgezet onderwijs VMBO MBO Niveau 1 - 2 MBO Niveau 3 - 4 HBO of Universiteit Anders Aantal opleidingsjaren 5 jaar of minder 6 – 10 jaar 11 – 15 jaar Meer dan 16 jaar Baan Betaalde baan Vrijwilligersbaan Betaalde baan en vrijwilligersbaan Geen baan Diploma Ja Nee
Trajecten Den Haag in 2019 36.3 63.7 1.8 98.2 8.9 61.9 28.0 1.2 0.6 7.0 4.7 5.3 2.3 4.1 35.7 40.4 9.4 21.6 34.5 34.5 21.6 13.5 2.3 62.6 62.6 37.4
Noot: “Missing values” zijn buiten beschouwing gelaten bij berekening percentages.
Hoge impact van het leertraject op de plek in de samenleving en de arbeidsmarkt blijft stabiel in de loop der jaren Uit tabel 2 wordt duidelijk, dat in 2019 de trajecten er allereerst voor zorgen, dat een meerderheid van de deelnemers beter zijn of haar taalvaardigheden kan toepassen in de praktijk (circa 66%). In vergelijking met de landelijke benchmark van 2012 (De Greef et al., 2012) is deze score veel hoger en geeft het aan, dat door de meeste deelnemers het doel van de georganiseerde taaltrajecten behaald wordt, namelijk het beter toepassen van de taal in de praktijk. Daarnaast ervaart tussen de 45% tot 50% een betere plek in de samenleving in 4 © Artéduc, Vught
vrijwel alle variabelen van sociale inclusie, wat zich onder andere vertaalt in het feit dat men bijvoorbeeld meer mensen ontmoet en dat men meer onderneemt, assertiever is geworden en meer deelneemt aan natuur- en sportactiviteiten (zie tabel 2). Ten slotte kan voor de neveneffecten op het gebied van de arbeidsmarktpositie geconstateerd worden, dat deze redelijk groot zijn. Volgens tabel 2 is vanuit de Haagse educatieve trajecten circa 17% beter gaan functioneren op de werkvloer of heeft een betaalde baan gekregen en dit geldt voor circa 20% van de deelnemers met betrekking tot een betaalde baan met begeleiding. Daarnaast is circa 33% een baan gaan zoeken, circa 26% (meer) vrijwilligerswerk gaan doen en circa 16% (meer) stage gaan lopen (zie tabel 2). Ook hier wordt duidelijk, dat als men deze resultaten vergelijkt met het landelijk onderzoek van 2012 (waarbij dezelfde soort trajecten onderzocht zijn, te weten taal-, reken- en basisvaardigheidstrajecten in diverse (non-) formele onderwijssettingen voor volwassenen) dat bijna alle variabelen bij de Haagse trajecten hoger scoren.
Tabel 2: Percentage deelnemers met betrekking tot toename mate van sociale inclusie in Den Haag in 2019 Leercontext → Aantal deelnemers met toename sociale inclusie per variabele van sociale inclusie in % ↓ Sociale inclusie Nationale Taalvaardigheden Digitale Vaardigheden Assertiviteit Ontmoeten & ondernemen Natuur- en sportactiviteiten Extra variabelen sociale inclusie Contact
Trajecten Den Haag 2019
Landelijk onderzoek 2012
65.5 45.2 50.0 47.6 43.4
58.2 51.4 54.2 48.8 49.3
39.2
Niet gemeten tijdens landelijk onderzoek Niet gemeten tijdens landelijk onderzoek Niet gemeten tijdens landelijk onderzoek
Wijkactiviteiten
41.0
Vervolgopleiding
54.2
Arbeidsmarktpositie Betaalde baan Vrijwilligerswerk Stage Op zoek naar baan Betaalde baan met begeleiding
16.9 25.9 16.3 33.1 19.9
19.5 21.4 7.3 19.8 14.3
De zelfperceptiemaat onder de respondenten blijkt een betrouwbare maat te zijn voor deze resultaten aangezien eerder onderzoek van De Greef et al. (2009) heeft aangetoond, dat door het zelf scoren van de beheersing van diverse vaardigheden de verwachte overschatting van de deelnemers uitbleef. Dezelfde scores door docenten (over de betreffende vaardigheden van de deelnemers) bleken namelijk veel hoger te zijn dan die van de deelnemers zelf. Daarnaast tonen Kok en Scholte (2013) door vergelijking van scores op de schalen van het SIT-instrument 5 © Artéduc, Vught
met scores op objectieve internationale taaltoetsen (Alamprese et al., 2011; Sabatini et al., 2011;, Greenberg et al., 2011; Hock & Mellard, 2011) aan, dat de gemiddelde stijging van de testscores van deelnemers vergelijkbaar zijn. Hierbij is de hoogte van de scores op de objectieve internationale taaltoetsen vergeleken met de hoogte van de scores via het SITinstrument. Ten slotte kon er geen significant verschil aangetoond worden voor de resultaten per soort traject (formeel versus non-formeel versus informeel). Mogelijkerwijs is het inhoudelijk verschil tussen de aangeboden trajecten wat gering, maar daarnaast verschilde het aantal respondenten per soort traject vrij veel, waardoor het moeilijk is om dit in kaart te brengen. Leertrajecten voor volwassenen in Den Haag hebben impact Allereerst is gebleken, dat een groot aantal deelnemers een betere plek in de samenleving heeft gekregen, dankzij deelname aan een traject volwasseneneducatie in 2019. Uit de meting van de wordt duidelijk, dat §
circa 66% van de deelnemers een betere taalbeheersing krijgt;
§
circa 45% tot 50% van de deelnemers een betere plek in de samenleving krijgt;
§
circa 20% tot 30% van de deelnemers een betere arbeidsmarktpositie krijgt.
Uit de logistische regressieanalyse wordt duidelijk dat onder andere de transfermogelijkheden en daarnaast de leermaterialen en –activiteiten als elementen van de leeromgeving van invloed zijn op het verkrijgen van een betere plek in de samenleving. De trajecten zijn dus met name zeer praktijkgericht, waarbij er voldoende mogelijkheden zijn om het geleerde toe te passen in de praktijk. Als men de resultaten van het landelijk onderzoek vergelijkt, kan men spreken van een goed resultaat. Het aantal deelnemers, dat haar taal verbetert en een betere plek in de samenleving en op de arbeidsmarkt krijgt, is goed in vergelijking met ander trajecten uit het land. Hieruit blijkt, dat investering in volwasseneneducatie ervoor zorgt dat de Haagse inwoners alsnog een betere plek in de samenleving kunnen krijgen. Extra opvallend is het feit, dat meer dan de helft van de deelnemers een vervolgopleiding gaat of wil volgen. Dit geeft aan, dat het merendeel van de deelnemers geactiveerd wordt om zelf aan de slag en een betere plek op de arbeidsmarkt en in de Haagse samenleving te krijgen. Samenvattend ervaren de deelnemers beter te gaan functioneren op verschillende levensdomeinen na deelname aan een leertraject mede gefaciliteerd door de gemeente Den Haag in samenwerking met ROC Mondriaan en Taal aan Zee.
6 © Artéduc, Vught
Referenties Alamprese, J.A. et al. (2011). Effects of a structured decoding curriculum on adult literacy learners’ reading development. Journal of Research on Educational Effectiveness, 4, (2): pp. 154172. Bijl, R., Boelhouwer, J., Cloïn, M. & Pommer, E. (2011). De sociale staat van Nederland 2011. Den Haag: Sociaal Cultureel Planbureau. CBS. (2014a). Nederland presteert bovengemiddeld op thema’s Europa 2020. 07-06-2014. <http://www.cbs.nl/nl-NL/menu/themas/dossiers/eu/publicaties/archief/2014/2014-4058wm.htm>. CBS (2014b). Beroepsbevolking; Geslacht en Leeftijd. 07-06-2014. <http://statline.cbs.nl/StatWeb/publication/?VW=T&DM=SLNL&PA=71738NED&D1=22,26& D2=0&D3=0&D4=a&D5=31,36,41,46,51,60,65,l&HD=1403041009&HDR=T,G4&STB=G2,G1,G3>. De Greef, M., Hanekamp, M., Segers, M., Verté, D. en Lupi, C. (2012). Leren in verschillende contexten. ’s-Hertogenbosch: CINOP. De Greef, M., Segers, M., Verté, D., De Greef, R. & Meulenbrug, J. (2009). Leren voor Leven een eigen plek in het dagelijks leven. Velp: Spectrum CMO Gelderland. De Greef, M., Segers, M. & Verté, D. (2010). Development of the SIT, an instrument to evaluate the transfer effects of adult education programs for social inclusion, Studies in Educational Evaluation (36), 42 - 61. Greenberg, D. et al. (2011). A Randomized Control Study of Instructional Approaches for Struggling Adult Readers.
Journal of Research on Educational Effectiveness, 4, (2): pp. 101-117. Hock, M.F. & Mellard, D.F. (2011). Efficacy of learning strategies instruction in adult education. Journal of Research on Educational Effectiveness, 4, (2): 134-153.Josten, E. (2010). Minder werk voor laagopgeleiden? Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau. Josten, E. (2010). Minder werk voor laagopgeleiden? Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau. Kok, L. & Scholte, R. (2013). Rendement van cursussen voor laaggeletterden. Amsterdam: SEO Economisch Onderzoek. Sabatini, J.P. et al. (2011). Relative effectiveness of reading intervention programs for adults with low literacy. Journal of Research on Educational Effectiveness, 4, (2): 118-133. Verté, D., De Witte, N. & De Donder, L. (2007). Schaakmat of aan zet? Monitor voor lokaal ouderenbeleid in Vlaanderen. Brugge: Uitgeverij Van den Broele.
7 © Artéduc, Vught