RIS307770 Bijlage
Tekst van het document
k:\doc\m\2019\117600\m2019117600n001v3.docx 27-01-2020
Voor het geluid van meeuwen kan dit gevaarelement zeker een rol spelen: mensen kunnen worden aangevallen, het eten van hun bord worden gepikt, etc.. In het algemeen zijn de volgende effecten van invloed op de beleving van geluid: Het tijdstip waarop het geluid zich voordoet (dag, avond of nacht). De taken die degene die het lawaai ondergaat moet uitvoeren, immers taken die veel concentratie vereisen zullen eerder gevoelig zijn voor storende geluiden dan taken die weinig concentratie vergen. De bezigheid die iemand wil uitvoeren; bijvoorbeeld uitrusten of slapen, willen genieten van een mooi muziekstuk of een gesprek willen voeren. Interesse in de lawaai/geluidsbron; is het interessant geluid? Noodzaak van het lawaai: Is het redelijk dat dit lawaai wordt gemaakt of kunnen de geluidsbronnen best uitgezet worden? De relatie tussen degene die het geluid ondergaat en de lawaaimaker. Naar een goede vriend of leuke buurman of -vrouw die het lawaai produceert zal meer tolerantie uitgaan dan naar een onbekende of een buurman waar we een slechte relatie mee hebben. Het gevoel dat aan een geluid niet te ontkomen is dat het onvermijdelijk is.
De fysische eigenschappen van een geluid en de reeds genoemde factoren: ∙ voorspelbaarheid ∙ de context (bijvoorbeeld angst voor de lawaaibron) ∙ de controle Voor verschillende algemene lawaaibronnen zijn hinderscores vastgesteld, zie hieronder.
2
Geluidsoverlast meeuwen
figuur 2: Overzicht van hinder van geluidsniveaus veroorzaakt door verschillende bronnen
Wat bijvoorbeeld opvalt is dat rangeergeluid veel hoger scoort qua hinder dan het rijden van treinen. Waarschijnlijk wordt dit veroorzaakt door de houding van de respondenten ten opzichte van de bron: het rangeren werd als gevaarlijk ervaren vanwege het transport van gevaarlijke stoffen. De wettelijke grenzen voor de verschillende soorten geluiden, zijn op dit soort curves geënt. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat circa 10% nog steeds gehinderd mag zijn. Voor industrielawaai is dit een equivalente (gemiddelde) waarde van 50 dB(A) voor de dag (07-19 uur), 45 dB(A) voor de avond (19-23 uur) en 40 dB(A) voor de nacht (23-07 uur) voor een woning. De gemeten waarden moeten met 5 dB worden verhoogd als er sprake is van impulsachtig (bijvoorbeeld heien) of aanhoudend tonaal (trafostation) geluid. De maximale geluidsniveaus (piekniveaus) bij een woning mogen niet hoger zijn dan 70, 65, 60 dB(A) voor respectievelijk de dag, avond en de nacht.
k:\doc\m\2019\117600\m2019117600n001v3.docx 27-01-2020
Voor slaapverstoring heeft de World Health Organization onderzoek gedaan (2009).
3
Geluidsoverlast meeuwen
* Although the effect has been shown to occur or a plausible biological pathway could be constructed, indicators or threshold levels could not be determined. **Note that “environmental insomnia” is the result of diagnosis by a medical professional whilst “self-reported sleep disturbance” is essentially the same, but reported in the context of a social survey. Number of questions and exact wording may differ. figuur 3: Effecten van geluid volgens de World Health Organization op slaapverstoring 2009
k:\doc\m\2019\117600\m2019117600n001v3.docx 27-01-2020
Bij deze gegevens is wel een kanttekening geplaatst door de WHO 2018: Nevertheless, the assessment of the relationship between different types of single-event noise indicators and longterm health outcomes at the population level remains tentative. The guidelines (2018) therefore make no recommendations for single-event noise indicators. Zonder effectstudie van het geluid van meeuwen op een woonlocatie, hanteren wij hier de volgende normstelling buiten een woning, uitgaande van een verschil tussen buiten- en binnenniveau van 25 dB(A), normaal voor een woning (met gesloten ramen): Equivalent 50, 45, 40 dB(A) voor de dag-, avond- en de nachtperiode (gelijk aan industrielawaai). Als het impulsachtig karakter van het geluid wordt meegenomen moet een straffactor van 5 dB worden gebruikt. Door de normering te verlagen met 5 dB wordt een gelijk effect bereikt. Maximale niveaus nachtperiode 67 dB(A) (wakker worden WHO (2009) + 25 dB(A) standaard gevelisolatie). Dit ligt in de orde van de normering voor maximale geluidniveaus industrielawaai voor de dag en avond periode. Ten opzichte van de beoordeling in de nachtperiode voor maximale geluidniveaus industrielawaai is deze 67 dB(A) veel minder streng (7 dB).
4
Geluidsoverlast meeuwen
Door angstig te zijn voor meeuwen kan eerder hinder ontstaan, in de orde van zeker 10 dB grotere gevoeligheid.
Meetlocatie De meetlocatie ligt midden in een broedkolonie te Den Haag, zie figuur 4.
k:\doc\m\2019\117600\m2019117600n001v3.docx 27-01-2020
figuur 4: Locatie meetpunt (gele stip) en getelde nesten (rode punten) en globaal aantal nesten per dakvlak (rode vlakken)
Op korte afstand van het meetpunt is een nest gesitueerd (afstand circa 2 meter). Met name in de periode dat de vogels broeden en de jongen klein zijn kan een substantieel deel van het hardere geluid afkomstig zijn van dit nest en dus een wat vertekend beeld geven van de situatie ten opzichte van de gehele kolonie. Dit is in 2019 bij dit nest circa de maand juni. In deze maand zijn er vanwege een storing overigens nauwelijks metingen verricht. Na eind juni kan zeker worden gesteld dat de jongen geen strikte binding meer met het nest hebben en een ruimer gebied rond de microfoon bestrijken. De metingen geven dan naar verwachting een goed beeld van de meeuwenkolonie. Bovendien wordt niet al het geluid op het nest geproduceerd. Meeuwen maken ook geluid wanneer ze komen aanvliegen. De dichtheid aan meeuwen is 45 nesten over een oppervlak van 16.000 m2. Dit komt neer op een nest per 355 m2, wat gelijk is aan een nest met een straal van circa 11 m.
5
Geluidsoverlast meeuwen
Werkwijze analyse Omdat er geen spectrale data beschikbaar is, is alleen een analyse uitgevoerd op basis van het geluidsniveau. Hiermee wordt aangetoond of er specifieke momenten zijn waarop er meer of minder geluid wordt geproduceerd. Bij de analyse wordt uitgegaan van het A-gewogen equivalente geluidsniveaus (LAeq), dat wil zeggen het gemiddelde geluidsniveaus over een bepaalde tijd waarbij rekening wordt gehouden met de gebruikelijke dB (decibellen) schaal van geluid. De A-weging wordt gebruikt voor de benadering van het menselijk gehoor dat niet alle frequenties even sterk kan waarnemen. Ook worden de maximale geluidsniveaus beoordeeld, dit zijn zoals het woord al aangeeft de maximale niveaus die af te lezen zijn op een geluidsmeter. Parameters De meeuwen zijn binnen de brei aan geluidsgegevens herkend door middel van een door DGMR ontwikkeld script. Uit een analyse bleek dat in de veel gevallen het meeuwengeluid boven de 59 dB uit komt. Deze waarde is ingesteld als drempelwaarde voor meeuwengeluid. Om andere geluidsbronnen, zoals lawaaiige motorvoertuigen, uit te filteren is er een tijdsduur aangehouden van minimaal 5 seconden. Om lang aanhoudende geluidsbronnen, zoals spelende kinderen, eruit te filteren is de maximale tijdsduur ingesteld op 15 seconden. Uit een steekproef over 50 aangewezen meeuwen geluiden, waren 39 daarvan ook daadwerkelijk meeuwgeluiden (78%).
Dit percentage lijkt voldoende voor de verdere analyse. Mochten er hoger eisen worden gesteld, dan kan (nu niet beschikbare) spectrale informatie helpen. Resultaten Het geluid van meeuwen is niet continu aanwezig maar wordt gekenmerkt door een reeks van roepen. Voor de hinderbeleving is niet alleen het gemiddelde (equivalente) geluidsniveau van belang maar ook hoe vaak word je door dit geluid gestoord.
k:\doc\m\2019\117600\m2019117600n001v3.docx 27-01-2020
Om het dagritme van meeuwen in kaart te brengen is in de figuur hieronder het aantal keren dat het gekrijs van meeuwen is geregistreerd uitgezet tegen de uren van de dag. Deze waardes hebben betrekking op de hele meetperiode (een half jaar).
figuur 5: totaal aantal geregisterde meeuwenroepen over de gehele meetperiode
6
Geluidsoverlast meeuwen
Hierin is een piek te zien om 6 uur ’s ochtends, de voedingstijd. Bij de piek van 8 en 11 uur ’s ochtends kan eventueel vervuiling optreden door spelende kinderen. Tussen 21 en 1 uur ’s nachts zijn het minst aantal geluidsopnames geregistreerd. Opmerkelijk is de piek om 3 uur ’s nachts. Het gemiddelde aantal opschrikmomenten gedefinieerd volgens de WHO voor ontwaken ten gevolge van een meeuwenroep komt hiermee op: 8 keer per uur in de avondperiode (19-23 uur) 6 keer per uur in de nachtperiode (23-07 uur) De equivalente geluidsniveaus (LAeq) ten gevolge van meeuwengeluid per uur is hieronder weergegeven:
figuur 6: equivalente geluidsniveau LAeq per uur in dB(A).
k:\doc\m\2019\117600\m2019117600n001v3.docx 27-01-2020
Uit figuur 6 is af te lezen dat de equivalente geluidsniveaus ten gevolge van meeuwen niet sterk varieert gemiddeld over de meetperiode. Het verschil bedraagt maximaal circa 8 dB. Ook hier is het opvallend dat de meeuwen al om 3 uur in de nacht tegen het maximum aanzitten. De gemiddeld rustigste periode is van 22 tot en met 1 uur. Het equivalente geluidsniveau gemiddeld over de etmaalperioden bedraagt: Dagperiode (07-19 uur): 52 dB(A) Avondperiode (19-23 uur): 47 dB(A) Nachtperiode (23-07 uur): 49 dB(A) Om de seizoensafhankelijkheid in kaart te brengen is in onderstaand figuur het aantal keer dat meeuwengeschreeuw is geregistreerd uitgezet tegen de maand.
7
Geluidsoverlast meeuwen
figuur 7: aantal maal geregistreerd geluid van meeuwen per maand
In de maand juli is significant meer meeuwengeschreeuw geregistreerd dan in de andere maanden. Dit is de periode dat de jongen halfwas zijn en een grote behoefte aan voedsel hebben. De lage waarden in juni en november zijn te verklaren omdat hier maar een klein deel (1 week) van de maand is gemeten.
k:\doc\m\2019\117600\m2019117600n001v3.docx 27-01-2020
In onderstaand figuur is voor elke datum voor elk uur van de dag de LAeq-waarde weergegeven. Deze LAeq-waarde is enkel ten gevolge van de meeuwen, dus zonder achtergrondgeluid. Hoe roder de kleur des te meer geluid door de meeuwen geproduceerd is.
figuur 8: Geluidsniveau per uur voor de meetdagen
8
Geluidsoverlast meeuwen
Uit bovenstaand figuur is te zien dat in de maand juli het meeuwengeluid het hoogst was. In een groot gedeelte van juni heeft de geluidsmeter niet goed gewerkt, waardoor er helaas geen data beschikbaar is over enkele weken. Witte gebieden in de figuur duiden op de afwezigheid van meeuwengeluid. Hieruit is af te leiden dat in de zomer de meeuwen actiever waren tijdens de avond- en nachturen dan in de winter. Eind augustus wordt de kolonie grotendeels verlaten. De hoogte van de maximale geluiden vanwege meeuwen is hieronder weergegeven om een indruk te geven wat de maximale geluidsniveaus kunnen zijn.
figuur 9: de verdeling van maximale geluidsniveaus vanwege meeuwen en de cumulatieve kans op een geluidsniveau boven een waarde. Bijvoorbeeld 40% van de het meeuwengeluid maakt meer geluid dan 70 dB(A).
Uit bovenstaand figuur is te zien dat piekniveaus optreden tot 89 dB(A), het meest voorkomend zijn pieken van 66 dB(A) op de meetlocatie.
k:\doc\m\2019\117600\m2019117600n001v3.docx 27-01-2020
Beoordeling Voor de beoordeling van equivalente geluidsniveaus is de beoordeling als volgt weer te geven, zie onderstaande tabel. tabel 1: te verwachten geluidsniveaus op verschillende afstanden van een roepende meeuw afstand
2m
4m
6m
8m
10 m
dag avond nacht
52 47 49
46 42 44
44 40 42
43 39 41
42 38 40
Beoordeling – 5 dB strafcorrectie 45 40 35
In deze tabel is ook rekening gehouden met meerdere meeuwen op afstand (om de circa 11 meter). Deze tabel geeft een maximale afname per afstand, de geluidsniveaus zullen gemiddeld doordat het geroep van meeuwen niet alleen kan worden gelokaliseerd op het nest, meer gelijkmatig verdeeld zijn.
9
Geluidsoverlast meeuwen
De equivalente geluidsniveaus liggen boven het beoordelingsniveau (inclusief strafcorrectie) vanwege industriegeluid binnen de broedkolonie. Zeker op kortere afstanden dan 8 meter zal overlast worden ondervonden. Als er sprake is van angst voor meeuwen, dan is overal binnen een meeuwenkolonie overlast te verwachten op basis van geluid. Ontwaakreacties zijn waarschijnlijk vanaf een buitenniveau van 67 dB(A). In onderstaande tabel is aangegeven hoe vaak deze niveaus optreden, afhankelijk van de afstand. tabel 2: aantal keer ontwaken ten gevolge van meeuwengeluid op verschillende afstanden afstand Geluidsniveau op 2 m van nest voor overschrijding op afstand Kans op geluid boven geluidsniveau op afstand tot nest Aantal keer mogelijk wakker per nacht
2m 67 72% 34
4m 73 26% 12
6m 77 11% 5
8m 79 6% 3
10 m 81 3% 1
12 m 83 1% 0,5
Uit bovenstaande tabel blijkt dat het geluid van meeuwen tot grote overlast kan zorgen tijdens de nachtperiode. In deze situatie worden mensen (gemiddeld) mogelijk wakker ten gevolge van meeuwen in de orde van 1 keer per 2 nachten tot 34 keer per nacht. Naast overlast kan dit gevolgen hebben voor concentratie op het werk en leiden tot stress. Verdieping De bovenstaande bevindingen zijn gebaseerd op slechts een meetpunt op een min of meer willekeurige positie in een meeuwenkolonie zonder spectrale gegevens. Daarom moeten de bevindingen globaal worden benaderd met een marge van circa 2 dB en op percentages met circa 15% (inschattingen). Om meer zekerheid te krijgen over de optredende geluidsniveaus zijn de volgende acties aan te raden: Meerdere jaren doormeten inzicht in optredende niveaus per periode Uitbreiden aantal meetposities beter vaststellen van optredende niveaus en kansen Uitbreiden met spectrale gegevens betere onderscheid meeuw/geen meeuw herkenning van type meeuwgeluid (bedelen, verdedigen, etc.) Uitbreiden naar andere kolonies meer algemeen overzicht over meeuwenkolonies
k:\doc\m\2019\117600\m2019117600n001v3.docx 27-01-2020
Conclusie De hinder die optreedt als gevolg van de geluidsproductie van de meeuwenkolonie ‘Lycée Français Vincent Van Gogh’ in Scheveningen is van dusdanige aard dat veel mensen belangrijke overlast ondervinden. Dit voor het equivalente geluidsniveau maar nog meer door de grote kans op ontwaakreacties meerdere keren per nacht. Gedurende de meetperiode van mei tot november blijkt dat in de zomermaanden (juni, juli en augustus) het geluid van meeuwen bijna continu de gehele etmaalperiode te horen is. Het meest en het luidst zijn ze te horen in juli. Daarbuiten is het geluid voornamelijk ’s morgens vroeg en overdag waar te nemen.
10
Geluidsoverlast meeuwen
k:\doc\m\2019\117600\m2019117600n001v3.docx 27-01-2020
ir. J. (Rob) Witte DGMR Industrie, Verkeer en Milieu B.V.
11
BIJLAGE 3. BRIEVEN GGD HAAGLANDEN
Rapport aanvraag toestemming beheer van essentiële overlast veroorzakende dakbroedende meeuwen in diverse gemeenten in provincies Noord-Holland en Zuid-Holland Projectcode: 20191376 Bijlage
BIJLAGE 4. VERVOLGREACTIE GGD HAAGLANDEN
Rapport aanvraag toestemming beheer van essentiële overlast veroorzakende dakbroedende meeuwen in diverse gemeenten in provincies Noord-Holland en Zuid-Holland Projectcode: 20191376 Bijlage
BIJLAGE 5. NOTITIE STALLEN & ZANDBERGEN
Rapport aanvraag toestemming beheer van essentiële overlast veroorzakende dakbroedende meeuwen in diverse gemeenten in provincies Noord-Holland en Zuid-Holland Projectcode: 20191376 Bijlage
Het psychologische fundament onder de relatie ‘(broedende) meeuwen - volksgezondheid’. Dr. Pieter Jan M. Stallen1,2 en Drs. Henk Jelle Zandbergen1
De vraag of de volksgezondheid in het geding is door blootstelling aan geluid van (broedende) meeuwen voert psychologisch gezien direct naar deze fenomenen: slaapverstoring, angst en machteloosheid. Om de gezondheidskundige betekenis van deze fenomenen op waarde te kunnen schatten, bespreken wij hieronder eerst wat onder omgevingshinder in het algemeen en onder hinder van omgevingsgeluid in het bijzonder moet worden verstaan. Uit deze beschouwing, gevoegd bij de akoestiek-technische inventarisatie van effecten van blootstelling aan geluid van (broedende) meeuwen in binnenstedelijke omgevingen,3 concluderen wij dat die blootstelling in elk geval middels ernstige verstoring van de slaap -en dit in duidelijke samenhang met angst en machteloosheid- tot schade aan de volksgezondheid leidt. Hinder-Algemeen 1. Van omgevingshinder is sprake als je door je omgeving wordt belemmerd iets te kunnen doen wat belangrijk voor je is. Omgevingshinder is de ervaring of beleving van dit door de omgeving opgeroepen conflict tussen een beoogd doel en een daarvoor vereiste inzet. Daarbij geldt dat hoe belangrijker de activiteit waarin je wordt belemmerd voor je is, des te groter de ervaren hinder. Een voorbeeld: Tot rust komen door slapen vinden we belangrijker dan tot rust komen door een strandwandeling.
Daarom is ‘niet ongestoord kunnen slapen’ door gedrag van meeuwen als zodanig schadelijker voor de volksgezondheid dan ‘niet ongestoord langs het strand kunnen lopen’ door gedrag van meeuwen.
2. Wetenschappelijk onderscheiden we hier stressor en stress. De stressor is de belemmerende of bedreigende prikkel waaraan je bent blootgesteld. De stress is de verhoogde spanning in ons lichaam –fysiologisch en psychologischdoordat je met je inzet misschien niet voor elkaar krijgt wat je wil en/of je mogelijk extra maatregelen moet treffen of kosten moet maken om het beoogde doel te bereiken. 2.1. Voor wat extra inzet beschikken we meestal over genoeg resources: we zijn nog voldoende bij machte, we kunnen het wel aan. We beschikken dan -in wetenschappelijke terminologie- over personal control. Stress hoort in die zin bij het leven. Je mag die stress zelfs gezond noemen. 2.2. Maar als de stressor langdurig is en/of er geen resources (meer) zijn om er iets aan te doen, wordt stress ongezond. Schadelijke effecten van chronische 1
Ontwerper/Onderzoeker (PublicPasses, Arnhem-Voorschoten). Voormalig Bijzonder Hoogleraar ‘Toegepaste Psychologie van Geluidhinder’, Universiteit van Leiden 3 Stuut, L. (2020), Geluidoverlast Meeuwen, Den Haag: DGMR 2
1
stress liggen zowel op fysiologisch vlak (zoals hoofdpijn, buikpijn, rugklachten, bloeddrukverhoging, verstoring van vethuishouding en immuunsysteem), op psychologisch vlak (zoals slaapproblemen, concentratie- en geheugenproblemen, suikerzucht, vergrote kans op depressie en angststoornissen) als op sociaal vlak (zoals lichtgeraaktheid, afgenomen bewegingsvrijheid). 2.3. De schadelijkheid van chronische stress vraagt om een drastische gedragsverandering, zoals flinke lichaamsbeweging, ontspanning, verandering in eetpatroon, vragen en accepteren van hulp van anderen, therapie). Een veel voorkomende radicale reactie is echter ‘maar met de stress zien te leven’. Dat wil zeggen: de stress verdringen. Verdringing kán onder omstandigheden het best mogelijke gedrag zijn, maar altijd eist het, zeker omdat het regelmatig gepaard gaat met overmatig alcoholgebruik, zelfbeschadiging en agressie, een forse tol van de gezondheid. Hinder-Geluid 3. Omgevingshinder is multifactorieel, zowel wat de stressor als de stress zelf betreft. Als het bij omgevingshinder om geluid gaat, betekent dit: 3.1. Er zijn tal van factoren die een geluid akoestisch-fysisch karakteriseren. Zij worden meestal als één prikkel waargenomen en verwerkt. De werking van factoren kan per persoon verschillen. Vrij algemeen bekende factoren zijn bijvoorbeeld: frequentie(verdeling), tijdsduur, aanzet, piekniveau’s. 3.2.
Er zijn tal van factoren die de perceptie van of respons op geluid karakteriseren, de zogenoemde niet-akoestische factoren. Centraal staat geluidgevoeligheid: Wat is voor iemand de drempelwaarde waarop hij/zij het geluid waarneemt? Hoe heftig wordt op het geluid gereageerd? Andere nietakoestische factoren van belang in dit verband zijn: voorspelbaarheid van het geluid, emotionele geladenheid van het geluid, opvattingen over/houding tegenover geluidbron, vrijwilligheid van/ zeggenschap over blootstelling. Ook voor deze factoren geldt dat de persoon zich meestal niet van de werking ervan bewust is. En ook hier geldt dat de betekenis of hinderwerking van de ene factor niet los staat van de andere, en dat de werking van factoren dus tussen personen belangrijk kan verschillen. Hoe fors de geluidsgevoeligheid verhoogd kan worden door een wisselwerking tussen (negatieve) ervaring met een bepaald geluid en een aanhoudende focus op de betreffende geluidbron, zien we bij het psychiatrisch ziektebeeld misofonie (haten van geluid): extreme gevoeligheid voor een specifiek geluid, gepaard gaande met hinderreacties zo extreem als walging of neiging tot agressie. Tamelijk persistente geluiden als geneurie, slikken of smakken, het steeds maar klikken van een pen, gefluit en allerlei diergeluiden kunnen het veroorzaken.
Een hyperfocus als misofonie lijkt vooral te ontstaan bij persoonlijkheidseigenschappen als perfectionisme en sterk normbesef. Het kost de persoon dan ongewoon veel moeite op de prikkel niet te reageren, gevolgd door angst extreem te reageren en zich te ‘vergalopperen’. Ook verhoogde stressniveau’s kunnen voeding geven aan de vicieuze cirkel van angst en hyperfocus op een bedreigende prikkel.
4. De meeste geluiden in onze omgeving hebben een sociale component. Al kan die variëren van zeer direct, zoals in het geval van luidruchtige buren op het
2
balkon op een zomeravond, tot indirect, zoals in het geval van een windmolen op het terrein van de buren. 4.1. Bij blootstelling aan omgevingsgeluiden gaat het daarom in de meeste gevallen niet om louter exposure maar meestal en nadrukkelijk om een “you expose me”: om een blootstelling waarbij in essentie twee partijen in het geding zijn: blootgestelde(n) en blootsteller(s). Om partijen die zich met elkaar kunnen verstaan en die elk bij machte zijn met de ander rekening te houden. 4.2. Deze sociale component speelt -anders dan vaak in eerste instantie gedacht- óók vaak een rol in blootstelling aan door dieren voortgebrachte geluiden. Een gemakkelijk te herkennen rol in het geval van de buurman wiens hond altijd wild blijft blaffen wanneer hij wordt uitgelaten. Een minder gemakkelijk te herkennen rol in het geval van een natuurgebied dat we speciaal voor duizenden trekvogels -en buiten broedtijd ook voor de toerist - in stand houden. Maar ook daar gaat het dan om geluid dat te genieten is dankzij bestemmingsplannen e.d., dus dankzij partijen. 4.3. In deze zin zit er ook aan meeuwengeluid een niet mis te verstane sociale, “you expose me” kant. Meeuwen zitten in binnensteden langs de kust veelal door menselijk toedoen. Bijvoorbeeld doordat ze de duinen zijn ontvlucht voor de daar uitgezette vossen. Of door het verbod om bijvangst van de visvangst op zee te lozen.
Of doordat vogels in de stad worden gevoerd. Met de beste bedoelingen of achteloos, zoals middels onbeschermde vuilniszakken op straat. Hinder-Meeuwen: Slaapverstoring 5. Een hoge of toenemende gevoeligheid voor een geluidsprikkel kan zich uiten als een verlaging van de waarnemingsdrempel voor die prikkel (d.w.z. er éérder op reageren) en/of een sterker geworden respons op eenzelfde prikkelverschil (d.w.z. er stérker op reageren). 5.1. Deze reactiepatronen (eerder en/of sterker op een prikkel reageren) ontstaan gemakkelijk bij langdurige onvoorspelbaarheid of plotselinge en grote verandering van ‘kleur’ of affectieve waarde van een prikkel. Zij staan gewenning aan een prikkel in de weg of maken dat onmogelijk. 5.1.1. Meeuwengeluid is qua affectieve kleur vooral een zeer dominant geluid. Het z.g. kliauwen is luid en schel, waarmee het ook karakteristieken heeft van alarmerend geluid. Het is bovendien typisch onvoorspelbaar geluid: impulsachtig én -anders dan bij een hei-machine- onregelmatig. Het International Affective Digitized Sounds databestand (IADS) bevat 167 geluiden uit de menselijke leefomgeving die wereldwijd door honderden proefpersonen in neutrale ruimtes zijn beoordeeld zijn op een drietal emotionele hoofddimensies: affectieve kleur (negatief-positief), arousal (mate van opwinding die het geluid veroorzaakt) en dominantie (hoe bepalend komt het geluid over).
Meeuwengeluid is één van deze 167 geluiden. Dan blijkt: meeuwengeluid an sich wordt positief beoordeeld maar scoort uitzonderlijk hoog op dominantie.* Hieruit mag worden geconcludeerd dat een negatief gevoel bij meeuwengeluid in dagelijkse omstandigheden vooral komt door een negatieve waardering van andere factoren dan het geluid zelf. *Bradley, M. M. & P.J. Lang (2007). International Affective Digitized Sounds, Gainesville FL: University of Florida (2nd edition; IADS-2).
3
5.1.2. Niet alleen kunnen personen meeuwengeluid totaal verschillend beleven, de beleving ervan kan per persoon ook volledig omslaan. Waar het eerst hoort bij een vogel die mooi wit en moeiteloos langs het strand zweeft, hoort het even later bij een vogel die aanvalt en met scherpe snavel in de hand van je kind pikt, net naast het koekje. Angst voor een prikkel is een factor die sterk de gevoeligheid voor die prikkel bepaalt. 5.1.3. In steden met grote meeuwenpopulaties kent bijna iedereen wel een verhaal over agressie en meeuwen. 5.2. Gevoeligheid voor een geluidprikkel als meeuwengeluid zal sneller ontstaan als de activiteit die door de prikkel wordt verstoord voor de persoon van groot belang is, zoals wanneer grote inzet of concentratie wordt vereist. Of zoals wanneer er moet worden geslapen, ’s nachts of in het geval van werken in ploegendienst overdag. 5.3. Gevolgen van slaapverstoring zijn om uiteenlopende redenen (zeer) schadelijk: van lichamelijke vermoeidheid, verslechtering van concentratie, alertheid en geheugenfuncties en problemen met emotie regulatie, tot het optreden van hallucinaties en een verhoogde vatbaarheid voor diverse ziektes. Hinder-Meeuwen: Angst 6. Of het nu gaat om (schijn)aanvallen uit bescherming van nest/jongen of kleptoparasitaire duikvluchten gericht op het roven van voedsel, aanvallen van meeuwen op mensen zijn geen ongewoon verschijnsel.
Plotseling en doelgericht aanvallen of roven is voor de meeuw gewoon gedrag.
Voor een eerste werkbespreking spraken deze auteurs af elkaar op het plein voor Leiden Centraal station te treffen. De eerste auteur doodde daar de tijd met aankoop van een broodje haring, in gedachten bij de op te stellen verhandeling over meeuwenoverlast. Maar de visboer had na betaling nog niet gezegd “Let wel op de meeuwen!” of deze Larus Fuscus (zie foto) dook al vanaf de kraam op de haring in het broodje. Niet rekenend op de bijzondere aandacht die hij met die aanval deze keer zou vestigen op het gedrag van hem en dat van zijn soortgenoten …
6.1. Schrikken van een aanval door een meeuw, met bijvoorbeeld een val als gevolg, is geen ongewoon verschijnsel. De directe schadelijkheid van dergelijke reacties voor de gezondheid van de persoon spreekt voor zich. In verkeerssituaties kunnen zulke reacties uiteraard ook leiden tot gezondheidsschade bij andere verkeersdeelnemers. 6.2. Ook naar de uitwerpselen van meeuwen kan met angst worden gekeken. Gebleken is bijvoorbeeld dat meeuwen drager kunnen zijn van een hoogpathogeen vogelgroep-virus (H5N8). 6.3. Maar ook een aanval die niet direct tot fysieke schade of onveilige situaties leidt, kan heftige emotie oproepen omdat zij onmiskenbaar individu-gericht is. Zulke gerichte aanvallen door een hinderbron, de meeuw met zijn in elk geval schijnbare sociale intelligentie, kunnen gemakkelijk die heftige of traumatische reacties oproepen, juist omdat ze in het menselijke verkeer zo ongewoon zijn.
4
Angst voor nieuwe agressie en zeker langdurige angst en navenante stress zijn an sich schadelijk voor de gezondheid. Meeuwen zijn niet alleen sociale maar ook tamelijk intelligente dieren. Dat blijkt goed uit de manieren waarop zij voedsel roven van mensen of andere dieren. Zij kunnen daarbij ‘kiezen’ voor de manier waarop: zelf met geweld aanvallen, de aanval samen met andere meeuwen uitvoeren of het zelf sneaky proberen te pakken te krijgen. Voor wélke strategie wordt gekozen, blijkt af te hangen van hoe groot de prooi is, of de buit verdeelbaar is en van het aantal ‘concurrenten’.* Meeuwen blijken ook gevoelig te zijn voor de kijkrichting van mensen, zij gaan oogcontact uit de weg.** Dat zou erop kúnnen duiden -het zou met deze veronderstelling in elk geval niet in strijd zijn- dat zij enig besef hebben van de kracht van misleiding ofwel van het voordeel dat het gevolg kan zijn van het zich ongeïnteresseerd-in-de-prooi voordoen. * Spencer, R and M. Broom (2018), A game-theoretical model of kleptoparasitic behavior in an urban gull (Laridae) population. Behavioral Ecology, 29(1), 60–78. ** Goumas M., I. Burns, L.A. Kelley & N.J. Boogert (2019), Herring gulls respond to human gaze direction. Biology Letters, 15.
6.4. Wanneer deze angst leidt tot aan jezelf of aan een naaste opgelegde beperking van beweging (bijvoorbeeld je kinderen niet meer vrijelijk buiten laten spelen) is het volksgezondheidsbelang extra in het geding. Hinder-Meeuwen: Machteloosheid 7. Een constituerende factor van stress vanwege omgevingsgeluid is de mate van ervaren beheersbaarheid van de dreiging of mogelijke schade door geluid of geluidbron. Over welke mogelijkheden (resources) beschikt de individuele burger om de hinder van (broedende) meeuwen te voorkomen of te verminderen? Er zijn verschillende factoren sterk negatief van invloed op de ervaring van beheersbaarheid in dit geval. 7.1. De typische locatie van de hinderbron in het geval van meeuwen is een vaak moeilijk toegankelijke en altijd gevaarlijke locatie: het dak. Mocht je er al in geslaagd zijn daar te komen, dan mag je als bewoner de hinderbron daar toch nog niet direct aanpakken. 7.1.1. Het is de individuele burger bij wet (Wnb) niet toegestaan eigen meeuwenoverlast direct te bestrijden, zoals door verjaging van de meeuw of verstoring van een broedsel.4 7.1.2. Met eventuele ontheffingen van dit verbod richt de wet zich nadrukkelijk niet tot individuele burgers (zie Wnb, Art. 3.8, lid 5-b-3). 7.1.3.
Ook de ruimte voor optreden door een derde door wie individuele burgers zich in geval van collectieve blootstelling en overlast gesteund zouden mogen weten, t.w. door een uitvoerende overheid, heeft de wetgever nadrukkelijk ingeperkt, zoals blijkt uit het grote aantal nadere voorwaarden in de wet (Wnb, Art. 3.8 en 3.9) aan elk waarvan moet worden voldaan.5 4
Niet op een specifieke hinderbron gerichte maatregelen zoals het opbergen van huisafval in door beesten (waaronder meeuwen) moeilijk open te scheuren huisvuilzakken worden hiermee uiteraard onverlet gelaten. 5 De noodzaak tot het opstellen van het rapport waarin de voorliggende notitie een bijlage vormt, onderstreept deze geringe manoeuvreerruimte en het feit dat wij in Nederland tot nu toe nog niet
5
7.2. Aangenomen mag worden dat er maar heel weinig mensen goed op de hoogte zijn van wat c.q. van het weinige dat de individuele burger zélf mag doen (meeuwen laten schrikken met je eigen schreeuw of handenklap en terugslaan als je aangevallen wordt, mag dat?) en van het politieke ‘waarom’ daarachter. Deze onduidelijkheid leidt gemakkelijk tot conflicten tussen burgers, of mogelijk zelfs tot polarisatie: tussen een extremistisch ‘bescherm de meeuw!’ en een extremistisch ‘bescherm de mens!’. Ook voeding van zulke conflicten mag vanuit het oogpunt van volksgezondheid ongewenst worden gevonden. Conclusie 8. Bij blootstelling aan geluid van (broedende) meeuwen is de volksgezondheid op meerdere manieren en mogelijk vaak in ernstige mate in het geding is. Het gaat dan om manieren zo uiteenlopend als verstoring van fysiologie, van slapen, van concentratie/aandacht en van de verhoudingen van burgers en bestuur. 8.1. Het lijdt weinig twijfel dat in gezondheidskundige zin geluidhinder van meeuwen het meest bezwaarlijk is als slaapverstoring. Vooral dan wreekt zich een (ver)grote gevoeligheid voor onvoorspelbaar en schel meeuwengeluid mede ontstaan door opgedane schrik of schade en angst- en het feit dat de individuele burger zo goed als machteloos staat tegenover meeuwenoverlast. 8.2.
Voor slaapverstoring door meeuwengeluid is praktisch geen dosis-effect curve op te stellen zoals dat wel goed voor bijvoorbeeld treingeluid kan. Door het grote gewicht van niet-akoestische factoren bij meeuwengeluid kan het stellen van één maximaal toelaatbare dosis (ook als dat een dosis na toepassing van een z.g. ‘straffactor’ zou zijn) geen recht doen aan de variabiliteit van blootstellingssituaties. Hierbij komt dat de traditionele instrumenten om blootstelling tot aan die dosis te handhaven (ruimtelijke ordening en omgevingsvergunning) hier geen betekenis hebben, want daarvoor moet ook de directe hinderbron op zijn gedragingen kunnen worden aangesproken. Dat gaat niet met de individuele meeuw en evenmin met de populatie. 8.3. De bestrijding van geluidoverlast van (broedende) meeuwen door overheid en individuele burger -waarbij hinder en schadelijkheid op individueel noch collectief niveau nauwelijks terug te voeren zijn op het geluid zelf- moet hierom door de overheid qua maatregelen primair als een zaak van niet-akoestische factoren worden benaderd, e.e.a. vooral ook indachtig de werking van de belangrijke ‘you expose me’– factor. 8.4. Op grond van de Algemene Wet Bestuursrecht Art. 3.2 dient de overheid vóór een besluit de nodige kennis te vergaren omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen.
Of dat inzake het belang van volksgezondheid bij het formuleren en vaststellen van de Wnb voldoende is gebeurd, mag worden betwijfeld. Door zoals in deze notitie getracht een stevig psychologisch fundament te leggen onder de relatie ‘(broedende) meeuwen – volksgezondheid’ kan in elk geval aan dit zorgvuldigheidsvereiste naar behoren worden voldaan bij het nemen van besluiten over ontheffing van de Wnb.
over effectieve maatregelen tegen overlast door meeuwen beschikken (zie ook referentie in noot 3).
6
BIJLAGE 6. IMPRESSIE MELDINGEN BURGERS OVERLAST MEEUWEN
Rapport aanvraag toestemming beheer van essentiële overlast veroorzakende dakbroedende meeuwen in diverse gemeenten in provincies Noord-Holland en Zuid-Holland Projectcode: 20191376 Bijlage
Rapport aanvraag toestemming beheer van essentiële overlast veroorzakende dakbroedende meeuwen in diverse gemeenten in provincies Noord-Holland en Zuid-Holland Projectcode: 20191376 Bijlage
Rapport aanvraag toestemming beheer van essentiële overlast veroorzakende dakbroedende meeuwen in diverse gemeenten in provincies Noord-Holland en Zuid-Holland Projectcode: 20191376 Bijlage
Rapport aanvraag toestemming beheer van essentiële overlast veroorzakende dakbroedende meeuwen in diverse gemeenten in provincies Noord-Holland en Zuid-Holland Projectcode: 20191376 Bijlage
BIJLAGE 7. ADVIES ENVIR ADVOCATEN MEEUWENOVERLAST
Rapport aanvraag toestemming beheer van essentiële overlast veroorzakende dakbroedende meeuwen in diverse gemeenten in provincies Noord-Holland en Zuid-Holland Projectcode: 20191376 Bijlage
BIJLAGE 8. OVERZICHT LITERATUURSTUDIE ALTERNATIEVE BESTRIJDINGSMETHODEN Overzicht van de bevindingen van de besproken auteurs betreffende de diverse categorieën meeuwenwerkende maatregelen. Hierbij is + effectief, 0 gedeeltelijk effectief of soms wel, soms niet effectief en – niet effectief. Artikel Ei-behandeling Overige invasieve Verstoring Ongeschikt maken Alternatieve met (maïs)olie methoden nestplaats broedlocatie Belant & Ickes 1996 + Belant 1997 + 0 Benders et al. 2013 0 + Benders et al. 2014 + + Benders et al. 2015 + + + + Benders et al. 2016 + Benders et al. 2017 + + Benders et al. 2018 + + + Blokpoel & Tessier 1991 + 0 + + Calladine et al. 2006 + +,+,0,0 + Canisius 2018 + + Cook et al. 2008 0,Coulson & Coulson 2009 0 0 Courtens et al. 2004 + Courtens et al. 2006 + 0 0 0 + Ickes et al. 1998 +, + Kroc 2018 Lensink & Van Horssen + 2009 Loeve & Van der Lans 0 + +,2016a Loeve & Van der Lans 0 + 0 2016b Loeve 2014a + + +,-,0 Loeve 2014b + +,0,+,0,Loeve 2018 +, 0 0,-,+ +,0,+ Maelfait & Belpaeme 2005 -,0 Raven & Coulson 1997 + Rock & Vaughan 2013 + + Rock 2005 + 0 + Rock 2013 +,+,Rock 2018 +,0 +,0 +,Seys 2004 +,+ Smit 2018 + Stoelwinder 2017 + + + Stoelwinder 2020 + + Van der Lans 2013 + + +,+,-
Rapport aanvraag toestemming beheer van essentiële overlast veroorzakende dakbroedende meeuwen in diverse gemeenten in provincies Noord-Holland en Zuid-Holland Projectcode: 20191376 Bijlage
BIJLAGE 9. ESCALATIELADDER
Rapport aanvraag toestemming beheer van essentiële overlast veroorzakende dakbroedende meeuwen in diverse gemeenten in provincies Noord-Holland en Zuid-Holland Projectcode: 20191376 Bijlage
Enkel uit te voeren door meeuwendeskundige STAP 1 Is er essentiële overlast?
STAP 2 Zijn er mitigerende maatregelen te nemen?
Ja
Nee Nee
STAP 3 Is de overlast weg te nemen door verplaatsing van het nest?
Ja
Ongeschikt maken van dak
Wat is essentiële overlast?
Wat zijn effectieve mitigerende maatregelen? -
-
-
STAP 4 Insmeren van eieren om ergste overlast te voorkomen*.
Nee
Geen verdere actie
- Overlast bij kwetsbare groepen - Aanvallen leiden tot gevaarlijke situaties rondom huis/verkeer - Overlast leidt tot onaanvaardbare geluidsoverlast (nest direct boven slaapkamer) - Overlast leidt tot verwondingen door fysiek contact mens met dier - Nesten leiden tot schade door wateroverlast door verstopping? (nest op afwatering) - Er is kans op kortsluiting? (meeuwen bijten stroomkabels kapot)
Enkel uit te voeren door meeuwendeskundige met geldige ontheffing
Ongeschikt maken van dak met het spannen van gaas, enkel mogelijk bij dakkapellen en kleine platte daken (maximaal 5 bij 5). Enkel mogelijk als de dakconstructie het toelaat. Ongeschikt maken van het dak door van een plat dak een schuin dak te maken (enkel mogelijk indien de dakconstructie het toelaat en het geen gevaar vormt door afwaaien). Herindeling van het huis. Het maken van een dakrand van circa 50cm waardoor de jongen niet meer van het dak af kunnen vallen. Enkel wanneer de dakconstructie dit toe laat.
Ja
Wanneer is overlast weg te nemen door verplaatsen van het nest? -
-
Enkel wanneer de overlast veroorzaakt wordt door één nest op één dak. Overlast kan afnemen wanneer het nest verplaatst wordt naar een ander deel (binnen enkele meters) van het dak. Bijvoorbeeld bij nesten op dakranden boven voordeuren. Bovenstaande is enkel te bepalen op basis van expert judgement.
Enkel mogelijk in de eerste drie weken na eileg (te bepalen met watertest).
STAP 5 Vervolg na ingrijpen bij nest.
In het kader van dierenwelzijn dient 6 weken na het insmeren te worden gecontroleerd of de meeuw nog broedt. Indien dit het geval is dient het nest te worden verwijderd om uitputting door overmatig lang broeden te voorkomen.
*Indien deze maatregel niet voldoet en de overlast blijft aanhouden dient contact te worden opgenomen met het bevoegd gezag.
Meeuwendeskundige - Deskundige conform de door het Ministerie van Economische Zaken opgestelde eisen voor deskundige. - Aantoonbare ervaring met ecologie van meeuwen.
Definties per stap escalatieladder STAP 1
STAP 2
STAP 3
STAP 4
Kwetsbare groepen
Mitigerende maatregelen:
Expert judgement:
Insmeren van eieren
-Bejaardentehuizen -Peuterspeelzalen, kinderopvang & basisscholen - Ziekenhuizen, opvangtehuizen en overige zorginstellingen
Maatregelen die kunnen zorgen voor het verminderen van overlast zonder in te grijpen op nesten, eieren, jongen of volwassen vogels.
Meeuwendeskundige bepaald of verplaatsen haalbaar is. Op basis van kennis van territoria van meeuwen en omgevingsfactoren (situatie op dak onderbouwd de meeuwendeskundige of verplaatsing mogelijk is of niet). Dit gebeurt ter plaatse op locatie en is op voorhand niet te bepalen vanwege de omgevingsfactoren rond het nest.
Het insmeren van eieren met maisolie zodat er geen zuurstof meer in het ei komt en het niet meer uitkomt.
Effectieve maatregelen Gevaarlijke situaties - Aanvallende meeuw zorgt voor schrikreacties in verkeer. - Aanvallende meeuw zorgt voor dagelijkse schrikreacties bij deuren van huizen.
Onaanvaardbare geluidsoverlast Situaties met piekgeluiden van meer dan 45 dBa in directe woon- en leefomgeving van mensen of instellingen waardoor effecten optreden als slapeloosheid, concentratieproblemen etc.
Maatregelen die de bron van de overlast kunnen wegnemen voor individuen of groepen mensen door het treffen van preventieve middelen (effectief afschermen van de broedlocaties of slaapkamer anders situeren in een woonsituatie van burgers).
Watertest: Als de datum van eileg onbekend is wordt aan de hand van watertest (zie bijlage 1) de legdatum bepaald en besloten of het dompelen nog ethisch en zinvol is.
Uitgangspunten
- Uitvoering enkel door aantoonbare meeuwendeskundige. - Overlast dient aantoonbaar te zijn door beoordeling meeuwendeskundige of door voldoende bewijs van overlastmelder door bijvoorbeeld foto’s.
How to measure eggs in gulls
1. Sequence of laying It’s very important to know which egg was laid as first one (A-egg), second one (Begg) and third one (C-egg). To do that, we have to do a ‘water test’. Put the egg into the water and notice ‘degree of slope’ (for stage B only) or ‘degree of elation’ (A – the freshest egg, laid this day or 1 day ago; F – laid 17-22 days ago; G - hatching). The Aegg, laid as first, should be more advanced in embryo development than B-egg, and the B-egg should more advanced than C-egg. For example: A-egg is in F-stage, B-egg is in D-stage and C-egg is in D-stage (but isn’t touching the water surface – as in the graph below). Then you are able to notice the sequence of laying.
2. Measuring When you noticed the sequence of laying, mark the eggs by a permanent pen (A, B, C – to remember which egg you measure). Then go to measurements. Do it with caliper to 0.1 mm (the best). Measure length and breadth of each egg. You can also measure their masses.
3. Other things From such measurements we can calculate volume of each egg. Note if there are some 4-, 5- or 6-eggs clutches. There are some predictors (like volume and others) which can be used to determine female’s fitness and individual quality. You may also measure nests: height, depth, outer and inner diameters ald notice laying dates (what you do now). Later send it to me: marcin.przymencki@wp.pl
Example: A_length nest 1 nest 2
A_broadth
B_length
B_broadth
C_length
C_broadth
BIJLAGE 10. GEBRUIK ESCALATIELADDER IN PRAKTIJK De escalatieladder volgt een stappenplan. Vooruitlopend op dit stappenplan zal individuele voorlichting aan burgers met klachten plaatsvinden waarin uitleg over meeuwen en adviezen worden gegeven. Bij de aanwezigheid van een nest kan middels een stappenplan tot nestbehandeling (laatste stap) worden overgegaan in schrijnende gevallen. Het doel hiervan is het inzichtelijk maken van de genomen stappen voor bevoegd gezag en het standaardiseren van de werkwijze op iedere plaats waar wordt ingegrepen. Daarnaast wordt houvast gegeven voor zowel de uitvoerende partij als de partij die overlast ervaart en kan een eenduidig beleid worden gevoerd. Iedere overlastsituatie is echter anders, zowel de locatie als de overlastmelder verschillen iedere keer. Derhalve zijn hieronder wat situaties beschreven en hoe de escalatieladder daarop toegepast dient te worden. Voorbeeld 1 Aangetroffen situatie: Overlast door ontlasting en geluid van meeuwen in de omgeving. Geen nest. Stap 1: Is er essentiële overlast?: Nee. Derhalve kan de situatie worden afgedaan met voorlichting. Ingrijpen niet mogelijk en niet nodig.
Voorbeeld 2 Aangetroffen situatie: Overlast door nest op dakkapel boven slaapkamer Stap 1: Is er essentiële overlast?: Ja, door meeuw direct boven slaapkamer en veel geluidsoverlast, waardoor de betreffende persoon chronisch slaap tekort heeft. Stap 2: Zijn mitigerende maatregelen mogelijk?: Ja ongeschikt maken is mogelijk door het afdekken met ijzerdraad of het schuin maken van het dak met een plaat. Op dit punt kan de situatie worden afgedaan met advies over hoe het dak kan worden ongeschikt gemaakt. Dit kan kosten met zich meedragen. Derhalve is het goed om als uitvoerende gemeente met ontheffing van te voren vast te leggen in hoeverre deze kosten worden vergoed, of niet. Denk daarbij aan onkostenvergoedingen of subsidie van een deel van het bedrag. Door te werken met deze escalatieladder is er gelijk een toetsingskader voor het uitkeren van deze kosten. Dit voorkomt misbruik van deze vergoeding in gevallen waar het niet van toepassing is. Voorbeeld 3 Aangetroffen situatie: Overlast door nest op ongeschikt gemaakt dakkapel boven slaapkamer Stap 1: Is er essentiële overlast?: Ja door meeuw direct boven slaapkamer en veel geluidsoverlast, waardoor de betreffende persoon chronisch slaap tekort heeft. Stap 2: Zijn mitigerende maatregelen mogelijk?: Ja, deze zijn al uitgevoerd, maar blijken niet afdoende.
In dit geval dient te worden getoetst of er sprake is van overmacht of van slechte uitvoering van de maatregelen. Ook hier dient per uitvoerende gemeente van te voren over te worden nagedacht. Onder overmacht wordt verstaan dat de meeuw toch is gaan nestelen op wering of een plaats heeft uitgezocht nabij de wering die niet ongeschikt te maken is, zoals een rand pannen of een hoek bij een schoorsteen. In dat geval zijn mitigerende maatregelen niet uitvoerbaar en kan worden overgegaan naar stap 3 en 4. Voorbeeld 4 Aangetroffen situatie: Overlast door nesten op een flatgebouw waarvan de melder geen eigenaar is (bij bijvoorbeeld woningcorporaties). Door een nest boven de deuropening van het balkon is deze niet meer te betreden en ontstaan er gevaarlijke situaties. Kuikens vallen soms op het balkon met alle bijbehorende ellende als gevolg. Stap 1: Is er essentiële overlast?: Ja, er schrikgevaar op hoogte en kans op chronische slaaptekort. Stap 2: Zijn mitigerende maatregelen mogelijk?: Nee, de melder is geen eigenaar en het dak is erg groot. Afdekken is niet mogelijk. Stap 3: Is de overlast weg te nemen door het verplaatsen van het nest?: Ja, tijdens de inspectie blijkt het nest boven de deur te zitten en zijn er geen nesten in de directe omgeving van dit nest. Door het nest enkele meters te verplaatsen neemt de overlast al in grote mate af.
Geadviseerd word om bij dergelijke klachten contact op te nemen met de eigenaar van het pand en die te
Rapport aanvraag toestemming beheer van essentiële overlast veroorzakende dakbroedende meeuwen in diverse gemeenten in provincies Noord-Holland en Zuid-Holland Projectcode: 20191376 Bijlage
informeren. Mogelijk staan deze open voor het plaatsen van een hoge opstaande rand ter afdekking van het zicht en ter voorkomen van vallende kuikens. Voorbeeld 5 Aangetroffen situatie: Nest achter schoorsteen van revalidatiecentrum. Oudervogel valt een ieder aan die in of uit het pand gaat. Stap 1: Is er essentiële overlast?: Ja. Stap 2: Zijn mitigerende maatregelen mogelijk?: Nee, de nestplaats is onbereikbaar en niet af te dekken/af te schermen. Stap 3: Is de overlast weg te nemen door het verplaatsen van het nest?: Nee, deze plaats is de enige plek waar een meeuw een nest kan bouwen. In dit soort schrijnende gevallen dient stap 4 en 5 te worden uitgevoerd.
Rapport aanvraag toestemming beheer van essentiële overlast veroorzakende dakbroedende meeuwen in diverse gemeenten in provincies Noord-Holland en Zuid-Holland Projectcode: 20191376 Bijlage
BIJLAGE 11. INZET VOGELOPVANGCENTRA T.B.V. ONTHEFFING MEEUWENBEHEER Peter Thompson (2013) vond in een studie van 12 jaar in een vogelopvang in Zuid-Engeland dat 45% van alle binnengebrachte meeuwen juveniel was. Deze werden allemaal in een piek van 3 maanden tijd binnengebracht. Van deze 45% in de studie van Thompson (2013) was 37,1% donsjong (tot +/-20 dagen) en 7,7% onvolgroeid/onervaren juveniel. Respectievelijk 72,5% en 78,5% van deze leeftijdsgroepen konden uiteindelijk worden losgelaten. De 25% die het niet heeft gered is inclusief de individuen die bij binnenkomst werden geëuthanaseerd omdat te slecht waren voor opname. Extreme opnamepieken (bijvoorbeeld bij slecht weer) waren de grootste factor van invloed op het ‘uitvliegsucces’ van jonge meeuwen nadat zij eenmaal waren opgenomen (Thompson 2013). Dit impliceert dat ruimte(gebrek) effect heeft op overleving. In een lopende studie in Vogelasiel De Wulp (Den Haag) ligt het uitvliegpercentage tevens rond de 75%, echter exclusief de bij binnenkomst geëuthanaseerde individuen. Vermoedelijk ligt het uitvliegpercentage met deze individuen meegeteld onder de 50%. Een mogelijke verklaring voor dit verschil ligt in het verschil in de ruimtebezetting in de hokken en volières bij de vogelasiels.
Zo betrof de studie van Thompson 2401 juveniele meeuwen in 12 jaar tijd (inclusief bij binnenkomst geëuthanaseerd), terwijl bij De Wulp in één jaar ruim 550 juvenielen werden opgenomen uit de gehele provincie Zuid-Holland (exclusief bij binnenkomst geëuthanaseerd). Deze grote aantallen maken dat hokken soms noodgedwongen tijdelijk te vol zijn, dat meeuwen moeten worden getransporteerd naar andere vogelopvangcentra en dat verschillende leeftijdscategorieën in dezelfde hokken komen. Al deze factoren zijn negatief voor het dierenwelzijn. In deze aanvraag wordt overwogen eieren en donskuikens van zilvermeeuwen te verplaatsen van daken naar vogelopvangcentra. De kleinste pullen in De Wulp werden binnen enkele dagen na opname gewogen. De 20 kleinste waren minder dan 250 gram. Hiervan zijn er 13 overleden (65%), 6 vrijgelaten en 1 nog in opvang. Van de 6 vrijgelaten individuen, was er 1 zilvermeeuw. Dat is 16% tegenover 30% zilvermeeuw in opvang in totaal. Gezien de resultaten in Engeland is het goed denkbaar dat het kunstmatig op laten opgroeien van zilvermeeuwpullen ook in Nederland in uiterste gevallen een acceptabele oplossing kan zijn, maar dan dient er wel vooraf substantieel geïnvesteerd te worden in broedmachines en vooral in een ruimere behuizing waarbij leeftijdscohorten gescheiden kunnen worden en de dieren voldoende bewegingsvrijheid hebben.
Deze investeringen dienen in samenspraak te worden gedaan met De Wulp / andere betrokken vogelopvangcentra. Zij hebben immers jarenlange ervaring en weten waar de knelpunten liggen. Ook moet het opgroeiproces goed gemonitord worden. Vogels met minimaal uitvlieggewicht van 700 gram hebben volgen literatuur een reële kans om te overleven (Camphuysen, 2013). In de vogelopvang kan naar dit uitvlieggewicht toegewerkt worden alvorens de vogels worden losgelaten. Aangezien ruimtebezetting bij vogelopvangcentra een belemmerende factor blijkt te zijn, is er vooralsnog geen mogelijkheid deze oplossing ook voor kleine mantelmeeuwen in te zetten. Gebruikte bron: Thompson, R.P. 2013. Factors influencing the admission of urban nesting Herring Gulls Larus argentatus into a rehabilitation centre and post release survival in comparison with wild counterparts. Masterthesis University of Sussex.
Rapport aanvraag toestemming beheer van essentiële overlast veroorzakende dakbroedende meeuwen in diverse gemeenten in provincies Noord-Holland en Zuid-Holland Projectcode: 20191376 Bijlage
BIJLAGE 12 RANDVOORWAARDEN MONITORING DAKBROEDENDE MEEUWEN IN AANSLUITENDE GEMEENTE Om de effecten van beheermaatregelen op de staat van instandhouding van zilvermeeuw en kleine mantelmeeuw inzichtelijk te maken is monitoring van de in een gemeente aanwezige populaties en registreren van de uitgevoerde handelingen essentieel. Deze monitoring en registratie handelingen dienen jaarlijks op dezelfde manier te worden uitgevoerd. De randvoorwaarden voor monitoring en registreren handelingen zijn hieronder weergegeven. Monitoring 1. Inventarisatie Stap 1: Opzet 0-meting winter Stap 2: 0-meting in eerste jaar 25 juni t/m 25 juli Stap 3: jaarlijkse monitoring 25 juni t/m 25 juli Stap 4: analyse telgegevens jaarlijks, na het broedseizoen 2. Meten domino effect 3. Opvolgen verplaatste nesten 4. Monitoren behandelde nesten 5. Rapportage Stap 1: Opzet 0-meting (uitvoering door gemeente of door gemeente ingezette functionaris) De 0-meting kan worden opgezet in de winterperiode. Het opzetten van een 0-meting dient te worden uitgevoerd middels de onderstaande stappen: Alle bij de gemeente bekende overlastlocaties dienen in kaart te worden gebracht. Navraag bij lokale woningcorporaties kan meer informatie opleveren. Bekende meeuwenkolonies dienen in kaart te worden gebracht. Ook locaties waar geen overlast is en waar waarschijnlijk niet ingegrepen gaat worden in de toekomst.
Deze locaties zijn belangrijk als referentieplaatsen tegenover locaties waar mogelijk wel ingegrepen wordt en mogelijk aan te wijzen als gedoogdak. Navraag bij lokale vogelwerkgroepen/natuurverenigingen kan zorgen voor meer informatie. Daarnaast dienen binnen de gemeentegrenzen hoge punten te worden gezocht waarvandaan gecontroleerd kan worden of er meeuwen broeden op “onbekende plekken”. Hier dient overzicht te zijn over grote delen van de gemeente om zo nieuwe vestiging of meeuwenkolonies die niet bekend zijn in kaart te kunnen brengen. 100% overzicht is niet haalbaar doordat er altijd daken zijn die niet zichtbaar zullen zijn vanaf de uitkijkpunten. Dit is ook niet nodig, wanneer elk jaar dezelfde hoge uitkijkpunten worden gebruikt, betreft dit een goede steekproef om overzicht op de meeuwenkolonies in de gemeente te verkrijgen. Als volgt dienen gebouwen nabij de (uit de voorgaande stappen naar voren gekomen) “hotspots” te worden gezocht om uitzicht te krijgen op deze locaties. Hierbij kan gedacht worden aan hogere gebouwen, flats, kerktorens, vuurtoren maar ook industriële hoogbouw zoals silo’s en hogere loodsen. Een vereiste is dat er zoveel mogelijk zicht is over een lengte van minimaal 500 meter. Men dient daarnaast rekening te houden met blad aan bomen, waardoor uitzicht tijdens de winter kan verdwijnen in de zomer.
De locaties liggen bij voorkeur gelijkmatig verdeeld door de gemeente. Vervolgens dient toestemming te worden verkregen voor betreding bij de eigenaren van deze panden/installaties. Het is aan te bevelen dit centraal vanuit 1 contactpersoon bij de gemeente te regelen voor de duidelijkheid van eigenaren. Er dient een toestemmingsvergunning te worden afgegeven waarin het doel van betreding staat uitgelegd, zodat bewoners, werknemers, etc. makkelijk op de hoogte gesteld kunnen worden bij betreding. De eigenaar van een pand is in veel gevallen namelijk niet zelf aanwezig. Het loont om voor het broedseizoen de beschikbare panden, loodsen etc. al bezocht te hebben, zodat er inzicht is verkregen in de tijdspanne van betreding en het uiteindelijke beschikbare uitzicht op deze plaatsen. Nadat bovenstaande stappen zijn uitgevoerd is het raadzaam om een digitale kaart op te stellen met
Rapport aanvraag toestemming beheer van essentiële overlast veroorzakende dakbroedende meeuwen in diverse gemeenten in provincies Noord-Holland en Zuid-Holland Projectcode: 20191376 Bijlage
plaatsen waar toestemming is en contactgegevens. Dit is bijvoorbeeld mogelijk in ArcGis. Vervolgens kan een planning worden opgesteld voor uitvoering. Stap 2: Uitvoering 0-meting in eerste jaar (uitvoering door ecologisch deskundige1) Voor de uitvoering van de eerste 0-meting is het belangrijk om een eenduidige werkwijze te volgen en de verzamelde gegevens zo compleet mogelijk vast te leggen. Hiervoor is het eveneens raadzaam om te werken met een digitale kaart, bij voorkeur dezelfde kaart als is gebruikt voor de betreding en toestemming zoals beschreven in stap 1. In deze kaart dient het volgende te worden vastgelegd: Nestlocatie d.m.v. een stip op de locatie van het nest Soort meeuw (kleine mantelmeeuw of zilvermeeuw) Datum en tijdstip van waarnemen Het inventariseren voor de 0-meting dient te worden uitgevoerd volgens een vastgestelde methode. Door deze methode vast te leggen kan het vervolgens in de jaren erna op dezelfde manier worden uitgevoerd en zijn de verzamelde gegevens met elkaar te vergelijken. De methode voor inventarisatie is in tabel 1 vastgelegd. Tijdens de 0-meting dient extra aandacht te worden besteedt aan verbeterpunten/gemiste kansen voor uitzichtlocaties. Wanneer mogelijk dienen deze hetzelfde jaar nog te worden meegenomen.
1.Onder een ecologische deskundige verstaan we iemand die ecologisch advies geeft of werkzaamheden begeleidt op het gebied van meeuwen. Deze persoon heeft schriftelijk aantoonbare ervaring en specifieke ecologische kennis van meeuwen Tabel 1: Methode voor monitoren dakbroedende zilvermeeuwen en kleine mantelmeeuwen in steden
Onderdeel: Uitvoeringsperiode Materiaal
Uitvoeringsmethode Zonsopkomst tot zonsondergang tussen 25 juni t/m 25 juli - Schriftelijke toestemming voor betreden uitzichtslocaties - Tablet of mobiel met online kaart om nesten in te tekenen - Verrekijker - Telescoop (min. 20-60x zoomoculair) - Camera minimaal 400 mm (om meeuwen en ringen vast te leggen) - Waarnodig valbeveiliging en voldoen aan wettelijk vereiste bij werken op hoogte.
Verslaglegging
Intekenen op digitale kaart. Liefst zoveel mogelijk losse punten zodat verplaatsingen en uitbreidingen op daken in kaart zijn te brengen. Bij hoge aantallen op kleine daken kunnen meerdere nesten geclusterd worden op 1 punt. Maak altijd verschil tussen de soorten. Noteer ook andere dakbroedende soorten zoals scholekster of visdief.
Broedende vogels
Maak onderscheid tussen rustende meeuwen en broedende meeuwen. Nesten liggen meestal enkele meters uit elkaar. Indien vogels dicht op elkaar in liggende houding aanwezig zijn sluit dan rustende vogels uit. Het is wel raadzaam om de zogenaamde ‘soos’ groepen met rustende meeuwen eveneens in te tekenen om hier ook inzicht in te krijgen. Bij het inventariseren van de meeuwenparen ook letten op gekleurringde exemplaren om verplaatsingen van meeuwen binnen en buiten de stad in kaart te brengen.
Nest met eieren
Indien op korte afstand vogels worden verstoord vanaf een uitzichtslocatie, tel dan het aantal nesten met eieren. Eieren van zilvermeeuwen en kleine mantelmeeuwen lijken op elkaar. Onderscheidt tussen de soorten is betrouwbaarder door het te baseren op de vogels die bij de nesten horen. Eieren van andere dakbroeders als scholeksters kunnen wel worden onderscheiden. Indien dit dak ook vanaf een andere plek zichtbaar is wordt aangeraden om de juiste soorten vanaf die andere plek aan de juiste nesten te
Rapport aanvraag toestemming beheer van essentiële overlast veroorzakende dakbroedende meeuwen in diverse gemeenten in provincies Noord-Holland en Zuid-Holland Projectcode: 20191376 Bijlage
koppelen. Indien dit niet mogelijk is, probeer de alarmerende dieren te koppelen aan de nesten of verdeel de nesten over de meest constant aanwezige en alarmerende dieren boven de nesten. Bij verstoring van een dak kolonie komen vaak andere meeuwen uit de omgeving mee alarmeren. Probeer deze uit te sluiten . Probeer de verstoringsduur zo kort mogelijk te houden in het kader van dierenwelzijn en broedsucces. Pullen (kuikens)
Indien pullen aanwezig zijn dient te worden bepaald welke uit hetzelfde nest komen, om te bepalen hoeveel nesten aanwezig waren. Dit is te bepalen doordat ze vaak met twee of drie exemplaren bij elkaar in de buurt blijven, of als ze op of in de buurt van een nest aanwezig zijn. Vooral kleine pullen zijn soms lastig te onderscheiden. Probeer zoveel mogelijk oudervogels te koppelen aan nesten voor determinatie. Bij verstoring zal de alarmerende adult waarschijnlijk zodanig fel reageren dat het duidelijk is welke vogel bij een nest hoort. Probeer bij verstoring de duur zo kort mogelijk te houden om te voorkomen dat pullen van het dak springen of worden gepredeerd als zij in een territorium van een andere meeuw terecht komen.
Grote platte daken die niet betreden kunnen worden
Bij de aanwezigheid van meeuwenkolonies op grote platte daken worden de aanwezige vogels geteld en gedeeld door 1,3. Daarnaast wordt het aandeel zilvermeeuwen en kleine mantelmeeuw twee keer geschat en hiervan wordt een gemiddelde genomen om de verhouding onderling te bepalen. Deze methode is gebaseerd en beproefd op basis van tellingen in het Deltagebied (Delta Milieu Projecten in kader van monitoring kustbroedvogels voor Rijkswaterstaat).
Stap 3: Jaarlijkse monitoring (uitvoering door ecologisch deskundige) Na de eerste 0-meting dient de monitoring op dezelfde wijze (tabel 1) te worden herhaald in de jaren erna. Geadviseerd wordt om tijdens de gehele periode dat wordt ingegrepen bij meeuwen die essentiële overlast veroorzaken ook te monitoren. Na analyse van gegevens kan dan indien daar aanleiding toe is worden bijgestuurd, om zo te kunnen garanderen dat het ingrijpen op de broedende meeuwen geen negatief effect heeft op de populaties waarin wordt ingegrepen. Het ontstaat van nieuwe kolonies of het ontdekken hiervan dient te worden meegenomen in de telrondes. Stap 4: Analyse telgegevens (uitvoering door ecologisch deskundige) Door jaarlijks vanaf dezelfde punten te tellen en dezelfde methodiek te gebruiken kunnen de gegevens vanuit de monitoring worden vergeleken met elkaar. Broedende meeuwen die binnen het telgebied niet zichtbaar zijn doordat ze achter daken, bomen, schoorstenen of andere obstakels zitten, kunnen echter wel buiten beeld blijven tijdens de monitoring. Door het tellen vanaf dezelfde locaties zullen deze echter tijdens iedere monitoringsronde buiten beeld blijven, waardoor ze toename of afname in de telgegevens zo min mogelijk beïnvloeden. Wanneer grote nieuwe kolonies worden gevonden binnen de gemeentelijke grenzen dienen deze wel te worden meegenomen.